Terug
Gepubliceerd op 15/12/2025

2025_CBS_09042 - Omgevingsvergunning - OMV_2025098419. Ordamstraat 10. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 12/12/2025 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Patrick Janssens, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Johan Klaps, schepen; Ken Casier, schepen; Karim Bachar, schepen; Stijn De Rooster, schepen; Nathalie van Baren, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur; Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester
2025_CBS_09042 - Omgevingsvergunning - OMV_2025098419. Ordamstraat 10. District Antwerpen - Goedkeuring 2025_CBS_09042 - Omgevingsvergunning - OMV_2025098419. Ordamstraat 10. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer:

OMV_2025098419

Gegevens van de aanvrager:

BVBA ANTWERP RAIL INVEST met als adres Ordamstraat 10 te 2030 Antwerpen

Gegevens van de exploitant:

BVBA ANTWERP RAIL INVEST (0845521581) met als adres Ordamstraat 10 te 2030 Antwerpen

Ligging van het project:

Ordamstraat 10 te 2030 Antwerpen

Kadastrale percelen:

afdeling 16 sectie C nr. 340V

waarvan:

 

-          20210708-0013

afdeling 16 sectie C nr. 340V (Antwerp Rail Invest)

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorwerp van de aanvraag:

regularisatie van tijdelijke container-units;

verandering van de exploitatie

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

Relevante voorgeschiedenis

- 26/01/2018: stedenbouwkundige vergunning (DBA_2017046900) voor het regulariseren van de bestaande toestand en het uitbreiden van de werkplaats;

- 2/03/2012: stedenbouwkundige vergunning (HVN/B//20116391) voor het bouwen van een onderhoudswerkplaats voor treinen en treinwagons.

 

Vergunde toestand

* functie:

  > industrie en bedrijvigheid;

  > onderhoud en herstellingen van treinen en treinwagons.

 

* inrichting:

  > langs de noordzijde van het terrein bevinden zich de werkhal met overdekte afspuitplaats en een complex van werkhallen met aansluitend een kantoorgebouw;

  > het terrein is verder volledig verhard en wordt gebruikt als zone voor opslag van materiaal.

 

Bestaande toestand

* functie:

  > idem aan vergunde toestand;

  > tijdelijke units die dienst doen als kantoorruimte, sanitaire ruimte en opslag.

 

* bouwvolume:

  > kantoorgebouw:

 - grondoppervlakte bedraagt 58 m², hoogte bedraagt circa 6 meter (2 bouwlagen);

 - 6 modulaire units die onderling met elkaar verbonden zijn (3 units per bouwlaag).

 

  > materiaalcontainer:

 - grondoppervlakte bedraagt 9 m², hoogte bedraagt 2,36 meter;

 - 1 modulaire unit.

 

* gevelafwerking:

  > kantoorgebouw:

 - stalen constructie bekleed met lichtgrijze kunststofpanelen.

 

  > materiaalcontainer:

 - stalen constructie bekleed met lichtbeige kunststofpanelen.

 

* inrichting:

  > idem aan vergunde toestand;

  > in het zuidoosten van het terrein zijn containerunits (ergens tussen 26 maart 2020 en 30 maart 2021 volgens luchtfoto’s Geopunt) en een materiaalcontainer (ergens tussen 8 februari 2023 en 10 januari 2024 volgens luchtfoto’s Geopunt) geplaatst, zonder voorafgaande vergunning.

 

Nieuwe toestand

* functie:

  > idem aan bestaande toestand.

 

* bouwvolume:

  > idem aan bestaande toestand.

 

* gevelafwerking:

  > idem aan bestaande toestand.

 

* inrichting:

  > idem aan bestaande toestand;

  > ten noorden van de modulaire units worden 5 parkeerplaatsen aangelegd op de bestaande verharding.


Inhoud van de aanvraag

- plaatsen van een kantoorgebouw bestaande uit modulaire units (tijdelijk);

- plaatsen van een materiaalcontainer (tijdelijk).

 

Op het inplantingsplan nieuwe toestand werden parkeerplaatsen voor personenwagens ingetekend ten noorden van de modulaire units. Deze werden echter niet aangevraagd als stedenbouwkundige handeling maar de informatie in het dossier is degelijk genoeg om deze handeling te beoordelen.


 

Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorgeschiedenis

Het college nam op 14 april 2017 akte van de melding van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit voor het onderhoud van goederenwagons en locomotieven. Op 2 februari 2018 verleende het college een milieuvergunning voor een onderhoudswerkplaats voor goederenwagons en locomotieven voor een termijn van onbepaalde duur. Op 5 november 2021 werd een omgevingsvergunning verleend voor verandering, met een administratieve rechtzetting op 3 december 2021.

 

Inhoud van de aanvraag

De aanvraag betreft een verandering met in hoofdzaak enkele airco’s voor tijdelijke containerunits.

 

Aangevraagde rubriek(en)
 

Rubriek

Omschrijving

Gevraagd voor

15.1.1°

al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van 3 tot en met 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn;

verplaatsing voertuigen

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW;

+6,23 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter.

+200 liter

 

 

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

 

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

 

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Provincie Antwerpen - Dienst Integraal Waterbeleid

31 oktober 2025

13 november 2025

Voorwaardelijk gunstig

Havenbedrijf Antwerpen-Brugge, Permits&Advice

31 oktober 2025

13 november 2025

Voorwaardelijk gunstig

Havenbedrijf Antwerpen-Brugge, subadvies milieu

7 november 2025

17 november 2025

Gunstig

Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen

31 oktober 2025

19 november 2025

Voorwaardelijk gunstig

 

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn.

De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen.

Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.

 

Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd als Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.

Zulk gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams havengebied als onderdeel van de haven van Antwerpen. Het is bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur.

Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de bestemming en voor de exploitatie van de haven en de bedrijven zijn toegelaten.

Daartoe worden ook de volgende werken, handelingen, voorzieningen, en wijzigingen gerekend:

- de aanleg en het onderhoud van infrastructuur die nodig is voor de toegankelijkheid of voor verbindingen langs de waterzijde en langs de landszijde;

- het laguneren of op een andere wijze bergen of verwerken van baggerspecie.

Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van tijdelijke ecologische infrastructuur toegelaten.

In het gebied zijn eveneens gebouwen of lokalen voor bewakingspersoneel toegelaten.

In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven- en industriële activiteiten. De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.

 

De aanvraag dient beoordeeld te worden aan de hand van de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan.

De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De verordening hemelwater is van toepassing op de aanvraag. Volgens artikel 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke verordening inzake hemelwater, kan het vergunningverlenende bestuursorgaan bij de beoordeling van de aanvraag in uitzonderlijke gevallen en op gemotiveerd verzoek van de aanvrager, uitzonderingen toestaan op de verplichtingen van dit besluit als dat om specifieke redenen met betrekking tot de mogelijkheden van gebruik, wettelijke voorschriften of plaatselijke terreinkenmerken verantwoord of noodzakelijk is. De aanvrager vraagt een afwijking op het aspect hergebruik en infiltratie daar de modulaire units slechts tijdelijk geplaatst worden voor een periode van 8 jaar. De aanvrager verklaart dat het hemelwater dat op de daken van de units valt, afwatert op de bestaande asfaltverharding. Het hemelwater watert vervolgens af naar de bestaande ondergrondse infiltratiekratten. Daar er sanitair wordt voorzien in het kantoorgebouw zijn er hergebruikmogelijkheden voor het hemelwater. Als voorwaarde wordt daarom opgelegd dat er een (eventueel bovengrondse) hemelwaterput van 6.500 liter moet worden geplaatst waarbij het opgevangen hemelwater wordt hergebruikt als sanitair spoelwater. Rekening houdend met het verwachte verbruik kan verder de bestaande infiltratievoorziening van de onderliggende verharding volstaan.

 

Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).

De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.

 

Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.

De verordening publiciteit is niet van toepassing op de aanvraag.

 

Sectorale regelgeving

MER-screening: het komt toe aan de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag om te beslissen of er een project-MER moet worden opgesteld.

Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

 

Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het Stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.

Op basis van de toepassing van het Stikstofdecreet kan redelijkerwijs worden vastgesteld dat de voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Bijgevolg is het beoordelingskader voor stikstofoxiden veroorzaakt door mobiliteit van toepassing. De stikstofdepositie van het project en de effecten hiervan zijn onderzocht voor de Habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) binnen een straal van 20 km rond het projectgebied. 

De berekende impact is lager dan of gelijk aan de minimis-drempel van 1%.

De kritische depositiewaarde ten aanzien van de SBZ-H wordt door het project niet overschreden. Bijgevolg is de opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van de SBZ-H niet vereist.

 

Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).

Het voorliggende project is gelegen in een zone waarvoor de Provincie aangewezen is als adviesinstantie. Zij brachten een voorwaardelijk gunstig advies uit.

Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).

 

Het project is gelegen in een zone met een kleine pluviale overstromingskans (T1000) onder toekomstig (2050) klimaat (score B) en in een zone met een kleine pluviale overstromingskans (T1000) onder huidig klimaat (score C). Net ten noordwesten van de aanvraag is een zone met een middelgrote pluviale overstromingskans (T100) onder huidig klimaat (score D) gelegen.

 

Het project is niet gelegen in een signaalgebied.

 

Uit het ingewonnen advies blijkt dat het effect op het watersysteem verwaarloosbaar is. Mochten er problemen zijn bij hevige regenval, kunnen de units alsnog verhoogd worden zodat er binnen geen wateroverlast ontstaat. Dit wordt meegegeven als aanbeveling.

 

Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.

De rioleringstoets is van toepassing op de aanvraag. De aanvraag voorziet in een gescheiden rioolstelsel op eigen terrein en een (nieuwe) individuele behandelingsinstallatie voor het afvalwater (IBA), ter vervanging van de bestaande septische put. De aanvraag voldoet hiermee aan de bepalingen van de rioleringstoets.

 

Archeologienota: overeenkomstig artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 moet aan bepaalde aanvragen een archeologienota worden toegevoegd waarvan akte werd genomen.

Het voorliggende project betreft geen ingrepen in de bodem waarvoor een archeologienota waarvan akte is genomen van toepassing is.

 

 

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

Functionele inpasbaarheid
Op het terrein van de aanvrager is tijdelijk een externe firma actief. Om de werknemers van deze firma te kunnen huisvesten, wordt een kantoorgebouw geplaatst bestaande uit modulaire units. In dit kantoorgebouw voorziet men een refter, kantoorruimte met vergaderzaal, sanitair en kleedruimte. Langs de oostzijde van het kantoorgebouw wordt een materiaalcontainer geplaatst. Ten noorden van deze units worden vijf parkeerplaatsen voor personenwagens aangelegd op de bestaande verharding.

Deze units worden aangevraagd voor een periode van 8 jaar. Daar de parkeerplaatsen worden aangelegd in functie van deze tijdelijke huisvesting, worden de parkeerplaatsen tevens tijdelijk vergund voor dezelfde periode.

De stedenbouwkundige handelingen dragen bij tot de verdere exploitatie van het bedrijf waardoor de aanvraag functioneel inpasbaar is.

Schaal - ruimtegebruik – bouwdichtheid
De constructies zijn relatief beperkt qua omvang en worden geplaatst op reeds bestaande en vergunde verharding waardoor geen extra ruimte wordt ingenomen. De aanvraag is in overeenstemming en verenigbaar met de ruimtelijke context van het havengebied waarbinnen deze aanvraag is gesitueerd.

Visueel-vormelijke elementen
Het kantoorgebouw wordt opgebouwd uit modulaire units. Het type constructie zelf is weinig architecturaal en weinig visueel aantrekkelijk waardoor het niet bijdraagt tot een aangenaam straatbeeld. Dergelijke constructies worden enkel tijdelijk vergund.

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
Advies werd gevraagd aan de Brandweer zone Antwerpen. Zij brachten een voorwaardelijk gunstig advies uit. De opmerkingen en voorwaarden uit dit advies, die betrekking hebben op de brandbeveiliging, kunnen worden gehecht aan de vergunning.

Advies werd gevraagd aan het Havenbedrijf Antwerpen-Brugge, als gebiedsbeheerder. Zij brachten een voorwaardelijk gunstig advies uit met volgende voorwaarden:
- De vergunning voor het plaatsen van de containerunits is maximaal 8 jaar geldig. Containerunits zijn ontworpen voor een tijdelijke invulling en voldoen doorgaans niet aan de wettelijke brandweervoorschriften waaraan nieuwe gebouwen moeten voldoen. Ze hebben daarenboven geen aangenaam binnenklimaat (qua akoestisch en thermisch comfort) en voldoen vaak niet aan energieprestatievereisten waaraan gebouwen moeten voldoen. Het Havenbedrijf is bijgevolg van oordeel dat containerunits niet als een duurzame ontwikkeling beschouwd kunnen worden en wenst de vergunningstermijn hiervoor tot 8 jaar beperkt te zien. Deze voorwaarde wordt bijgetreden. Een ruimte die gebruikt wordt door werknemers van een bedrijf dient voor haar gebruikers voldoende kwalitatief te zijn waardoor geen permanente vergunning afgeleverd kan worden. Uit luchtfoto’s blijkt dat de 3 grote units reeds aanwezig zijn sinds (minstens begin) 2021. Hiermee is de gebruikelijke termijn voor zulke tijdelijke constructies reeds halverwege. Daarom wordt voorgesteld de vergunningstermijn te beperken tot 4 jaar, zijnde de resterende tijd. De plaats van de werken dient nadien in oorspronkelijke toestand hersteld te worden.

- In de nabijheid van het terrein bevindt zich een windturbine. De slagschaduwstudie opgesteld voor deze turbine toont aan dat de nieuwe kantoorcontainers die onderwerp uitmaken van deze aanvraag worden opgericht in een slagschaduwgevoelige zone. De kantoorcontainers moeten dusdanig uitgerust worden dat bijkomende hinderlijke effecten van slagschaduw ten aanzien van de referentiesituatie uit de slagschaduwstudie worden vermeden. Het is aangewezen dat de aanvrager van de vergunning de voorwaarde in het advies van het Havenbedrijf verder afstemt met de exploitant van de windturbine. Dit wordt als aandachtspunt in de vergunning opgenomen.

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
De aanvraag voorziet in de aanleg van vijf parkeerplaatsen voor personenwagens. Er wordt vanuit gegaan dat de bouwheer een correcte inschatting heeft gemaakt van het benodigde aantal stal- en parkeerplaatsen. Parkeren dient steeds op het eigen terrein te gebeuren.

 

Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu

Antwerp Rail Invest baat aan de Ordamstraat 10 een onderhouds-/werkplaats voor goederenwagons en locomotieven uit. Met voorliggende aanvraag wenst men enkele activiteiten te vergunnen die inherent zijn aan het gebruik van modulaire containerunits als kantoor en opslagplaats. De units zullen gebruikt worden door een extern bedrijf dat werken uitvoert op het terrein van Antwerp Rail Invest (locomotieven-afdeling).

 

Er worden drie airco’s geïnstalleerd met elk een vermogen van 2,075 kW en met koelmiddel R32.

Dit is een toegelaten koelmiddel. Er dient rekening mee gehouden te worden dat sommige koelmiddelen aan uitfasering onderworpen zijn om in het kader van duurzaamheid en in geval van accidentele vrijstelling, de impact op het milieu te milderen. Meer informatie over in de toekomst toegelaten koelmiddelen en hun eventuele uitfaseringstermijn kan teruggevonden worden op https://www.vlaanderen.be/veka/energie-en-klimaatbeleid/energie-en-klimaatbeleid-voor-ondernemingen/f-gassen/20-februari-2024-nieuwe-f-gassenverordening-gepubliceerd.

 

Er zullen 200 liter aan gevaarlijke producten in kleine verpakkingen opgeslagen worden in een brandveilige kast. Vijf van de 20 vergunde stalplaatsen voor motorvoertuigen worden voorzien ter hoogte van de containerunits.

 

Er is huishoudelijk afvalwater afkomstig van de sanitaire installaties en de kantine in de containerunits. Momenteel is de afvoer hiervan aangesloten op een septische put die volgens het dossier vervangen zal worden door een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater (IBA). Na passage via de IBA zal het huishoudelijk afvalwater via de interne riolering geloosd worden in oppervlaktewater (de dokken). Het debiet van de gehele exploitatie blijft volgens de aanvrager onder 600 m³/jaar en is dus niet ingedeeld. In het dossier wordt niet gespecifieerd wanneer de IBA geïnstalleerd wordt, volgende bijzondere voorwaarden zullen worden opgelegd:

  1. Uiterlijk drie maanden na datum van deze vergunning bezorgt de exploitant een getekende offerte voor de installatie van een IBA aan de dienst vergunningen/milieu van de stad Antwerpen (omgevingsvergunning.haven@antwerpen.be) met vermelding van dossiernummer OMV2025098419;
  2. Uiterlijk zes maanden na datum van deze vergunning wordt een bewijs van plaatsing van een IBA bezorgd aan de dienst vergunningen/milieu van de stad Antwerpen (omgevingsvergunning.haven@antwerpen.be) met vermelding van dossiernummer OMV2025098419. Zolang er geen IBA geplaatst is, worden de bewijzen van ophaling en afvoer van het huishoudelijk afvalwater ter beschikking gehouden van de toezichthoudende overheid.
     

De overige vergunde inrichtingen en activiteiten blijven ongewijzigd.

 

Conform het Omgevingsvergunningsbesluit dient de beslissing de geactualiseerde vergunningsvoorwaarden te vermelden. In het besluit met kenmerk OMV_2021114049 van 5 november 2021 werden volgende bijzondere milieuvoorwaarden opgenomen:

  1. De exploitant houdt de technische fiches van de gebruikte verven ter beschikking op het bedrijf zodat indien nodig de hoeveelheid gebruikt organisch solvent kan aangetoond worden;
    De exploitant stelt in het dossier dat de technische fiches en de SDS-fiches beschikbaar zijn waardoor deze voorwaarde kan geschrapt worden.
  2. Uiterlijk drie maanden na datum van de vergunning van 2 februari 2018 (met referentie MV2017/572/AVG) bezorgt de exploitant een emissiemeting van de emissies van de spuitcabine aan de dienst vergunningen/milieu van de stad Antwerpen (milieuvergunningen@antwerpen.be). Deze emissiemeting gebeurt volgens de bepalingen van Vlarem II;
    Op 17 maart 2022 werden de gevraagde emissiemetingen bezorgd waardoor voldaan is aan deze bijzondere milieuvoorwaarde. Deze voorwaarde kan geschrapt worden.
  3. De exploitant laat, gedurende de eerste 3 maanden na ingebruikname van de wasplaats, maandelijks stalen nemen van het bedrijfsafvalwater ter hoogte van de controleput en laat deze analyseren op de heffingsparameters. De analyseresultaten en eventueel genomen acties worden bezorgd aan de dienst vergunningen/milieu van de stad Antwerpen (omgevingsvergunning@antwerpen.be) met vermelding van OMV202111404.
    Op 20 maart 2024 werden de gevraagde analyseresultaten bezorgd waardoor voldaan is aan deze bijzondere milieuvoorwaarde. Deze voorwaarde kan geschrapt worden.

 

Gelet op de aard van de voorliggende beperkte verandering wordt er geen bijkomend risico voor de mens of het milieu verwacht, bovendien wordt er geoordeeld dat de hinder niet significant vergroot ten opzichte van de vergunde situatie. Vermits echter de containergebouwen waar de betreffende installaties geïnstalleerd worden stedenbouwkundig tijdelijk vergund worden, wordt ook de exploitatie van de inrichtingen en activiteiten die er onlosmakelijk mee verbonden zijn voor een beperkte termijn vergund.

 


Advies aan het college
Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. De vergunning wordt verleend voor een periode van 4 jaar.

2. Het hemelwater van de units dient opgevangen te worden in één of meerdere tanks met een gezamenlijk volume van 6.500 liter en hergebruikt te worden voor het sanitair in de units.

3. Parkeren dient steeds op eigen terrein te gebeuren.


Geadviseerde Brandweervoorwaarden

Er dient te worden voldaan aan de opmerkingen en voorwaarden uit het advies van de Brandweer zone Antwerpen.

 

Advies over de ingedeelde inrichtingen of activiteiten

De gevraagde wijzigingen in de vergunning verhogen het risico op hinder voor de omgeving of vervuiling van het milieu niet. De vergunning kan dan ook aangepast worden met de gevraagde wijzigingen.

 

Geadviseerde rubriek(en)

 

Rubriek

Omschrijving

Geadviseerd voor

15.1.1°

al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van 3 tot en met 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn;

verplaatsing voertuigen

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW;

+6,23 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter.

+200 liter

 

Gecoördineerde rubriek(en)

Rubriek

Omschrijving

Gecoördineerd

3.4.1°a)

het lozen van maximaal 2 m³/uur bedrijfsafvalwater zonder gevaarlijke stoffen in concentraties hoger dan de indelingscriteria, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II;

0,80 m³/uur

4.3.c)2°i)

andere inrichtingen voor het mechanisch, pneumatisch of elektrostatisch aanbrengen van bedekkingsmiddelen dan de inrichtingen, vermeld in a) en b), met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 25 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied;

40 kW

15.1.1°

al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van 3 tot en met 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn;

20 voertuigen

15.2.

andere werkplaatsen voor het nazicht, het herstellen en het onderhouden van motorvoertuigen (met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden) dan de werkplaatsen, vermeld in rubriek 15.3;

werkplaats

15.4.1°

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, wanneer volledig gelegen in industriegebied;

wasplaats

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW;

116,23 kW

17.1.2.1.1°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 300 liter tot en met 1.000 liter;

900 liter

17.1.2.2.2°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs met een gezamen­lijk water­inhoudsvermogen van 3.000 tot en met 10.000 liter;

4.850 liter

17.3.2.1.1.1°b)

opslag van gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt hoger dan of gelijk aan 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton als de inrichting niet hoort bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt;

1 ton

17.3.2.1.2.1°

opslagplaatsen voor overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 (andere dan gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige stoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 55°C) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 10 ton;

0,90 ton

17.3.2.2.1°

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 50 kg tot en met 2 ton;

400 kg

17.3.4.1°a)

opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied;

0,45 ton

17.3.6.1°a)

opslagplaatsen voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied;

3,63 ton

17.3.7.1°a)

opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen die op lange termijn gezondheidsgevaarlijk zijn (gevarenpictogram GHS08) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied;

3,13 ton

17.3.8.1°

opslagplaatsen voor het aquatisch milieu gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS09) met een gezamenlijke opslagcapaciteit meer dan 100 kg ton tot en met 2 ton;

0,65 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter;

320 liter

29.5.4.1°a)

inrichtingen voor het fysisch behandelen van metalen of voorwerpen uit metaal of stralen met zand of andere producten met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW wanneer de inrichting volledig gelegen is in industriegebied;

125 kW

29.5.7.2°a)1)

ontvetten van metalen of voorwerpen van metaal door middel van gehalogeneerde oplosmiddelen of oplosmiddelen met een vlampunt tot en met 55° C met een totaal inhoudsvermogen van de baden en de spoelbaden of van de opvangrecipiënten voor de opvang van de gebruikte chemicaliën als niet gebruikgemaakt wordt van behandelingsbaden en spoelbaden, van 10 liter tot en met 1.000 liter, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied;

50 liter

43.1.1°a)

stookinstallaties van 300 kW tot en met 2.000 kW wanneer de inrichting volledig gelegen is in een industriegebied en gestookt wordt met vloeibare brandstoffen, aardgas of vloeibaar gemaakt gas.

450 kW


Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden

1. Geschrapt

2. Geschrapt

3. Geschrapt

4. Uiterlijk drie maanden na datum van deze vergunning bezorgt de exploitant een getekende offerte voor de installatie van een IBA aan de dienst vergunningen/milieu van de stad Antwerpen (omgevingsvergunning.haven@antwerpen.be) met vermelding van dossiernummer OMV2025098419;

5. Uiterlijk zes maanden na datum van deze vergunning wordt een bewijs van plaatsing van een IBA bezorgd aan de dienst vergunningen/milieu van de stad Antwerpen (omgevingsvergunning.haven@antwerpen.be) met vermelding van dossiernummer OMV2025098419. Zolang er geen IBA geplaatst is, worden de bewijzen van ophaling en afvoer van het huishoudelijk afvalwater ter beschikking gehouden van de toezichthoudende overheid.

 

Fasering

 

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

6 oktober 2025

Volledig en ontvankelijk

31 oktober 2025

Start openbaar onderzoek

geen

Einde openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste beslissingsdatum

30 december 2025

Verslag GOA

5 december 2025

Naam GOA

Katrine Leemans en Bieke Geypens

 

Onderzoek

Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.


Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:

 

Algemene voorwaarden

de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.

 

Stedenbouwkundige voorwaarden

1. Het hemelwater van de units dient opgevangen te worden in één of meerdere tanks met een gezamenlijk volume van 6.500 liter en hergebruikt te worden voor het sanitair in de units.

2. Parkeren dient steeds op eigen terrein te gebeuren.


Brandweervoorwaarden

Er dient te worden voldaan aan de opmerkingen en voorwaarden uit het advies van de Brandweer zone Antwerpen.

 

Bijzondere milieuvoorwaarden

1. Geschrapt

2. Geschrapt

3. Geschrapt

4. Uiterlijk drie maanden na datum van deze vergunning bezorgt de exploitant een getekende offerte voor de installatie van een IBA aan de dienst vergunningen/milieu van de stad Antwerpen (omgevingsvergunning.haven@antwerpen.be) met vermelding van dossiernummer OMV2025098419;

5. Uiterlijk zes maanden na datum van deze vergunning wordt een bewijs van plaatsing van een IBA bezorgd aan de dienst vergunningen/milieu van de stad Antwerpen (omgevingsvergunning.haven@antwerpen.be) met vermelding van dossiernummer OMV2025098419. Zolang er geen IBA geplaatst is, worden de bewijzen van ophaling en afvoer van het huishoudelijk afvalwater ter beschikking gehouden van de toezichthoudende overheid.


Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.

 

De vergunning omvat thans volgende rubriek(en):

 

Gecoördineerde rubriek(en)

Rubriek

Omschrijving

Gecoördineerd

3.4.1°a)

het lozen van maximaal 2 m³/uur bedrijfsafvalwater zonder gevaarlijke stoffen in concentraties hoger dan de indelingscriteria, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II;

0,80 m³/uur

4.3.c)2°i)

andere inrichtingen voor het mechanisch, pneumatisch of elektrostatisch aanbrengen van bedekkingsmiddelen dan de inrichtingen, vermeld in a) en b), met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 25 kW tot en met 200 kW, als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied;

40 kW

15.1.1°

al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van 3 tot en met 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn;

20 voertuigen

15.2.

andere werkplaatsen voor het nazicht, het herstellen en het onderhouden van motorvoertuigen (met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden) dan de werkplaatsen, vermeld in rubriek 15.3;

werkplaats

15.4.1°

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens, wanneer volledig gelegen in industriegebied;

wasplaats

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW;

116,23 kW

17.1.2.1.1°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 300 liter tot en met 1.000 liter;

900 liter

17.1.2.2.2°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs met een gezamen­lijk water­inhoudsvermogen van 3.000 tot en met 10.000 liter;

4.850 liter

17.3.2.1.1.1°b)

opslag van gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt hoger dan of gelijk aan 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton als de inrichting niet hoort bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt;

1 ton

17.3.2.1.2.1°

opslagplaatsen voor overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 (andere dan gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige stoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 55°C) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 10 ton;

0,90 ton

17.3.2.2.1°

ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 50 kg tot en met 2 ton;

400 kg

17.3.4.1°a)

opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied;

0,45 ton

17.3.6.1°a)

opslagplaatsen voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 200 kg tot en met 20 ton als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied;

3,63 ton

17.3.7.1°a)

opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen die op lange termijn gezondheidsgevaarlijk zijn (gevarenpictogram GHS08) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied;

3,13 ton

17.3.8.1°

opslagplaatsen voor het aquatisch milieu gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS09) met een gezamenlijke opslagcapaciteit meer dan 100 kg ton tot en met 2 ton;

0,65 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter;

320 liter

29.5.4.1°a)

inrichtingen voor het fysisch behandelen van metalen of voorwerpen uit metaal of stralen met zand of andere producten met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW wanneer de inrichting volledig gelegen is in industriegebied;

125 kW

29.5.7.2°a)1)

ontvetten van metalen of voorwerpen van metaal door middel van gehalogeneerde oplosmiddelen of oplosmiddelen met een vlampunt tot en met 55° C met een totaal inhoudsvermogen van de baden en de spoelbaden of van de opvangrecipiënten voor de opvang van de gebruikte chemicaliën als niet gebruikgemaakt wordt van behandelingsbaden en spoelbaden, van 10 liter tot en met 1.000 liter, wanneer de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied;

50 liter

43.1.1°a)

stookinstallaties van 300 kW tot en met 2.000 kW wanneer de inrichting volledig gelegen is in een industriegebied en gestookt wordt met vloeibare brandstoffen, aardgas of vloeibaar gemaakt gas.

450 kW


Artikel 4

De omgevingsvergunning wordt verleend voor een periode van 4 jaar voor wat betreft de stedenbouwkundige handelingen en de ingedeelde inrichtingen of activiteiten verbonden aan de containerunits.

De overige inrichtingen of activiteiten blijven vergund voor een termijn van onbepaalde duur. 


Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.