Terug
Gepubliceerd op 08/12/2025

2025_CBS_08944 - Jaarafsluit 2025 - Transitie bestelbonnen en overdracht restkredieten naar 2026 - Principebeslissing - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 05/12/2025 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Patrick Janssens, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Johan Klaps, schepen; Ken Casier, schepen; Karim Bachar, schepen; Stijn De Rooster, schepen; Nathalie van Baren, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur; Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester
2025_CBS_08944 - Jaarafsluit 2025 - Transitie bestelbonnen en overdracht restkredieten naar 2026 - Principebeslissing - Goedkeuring 2025_CBS_08944 - Jaarafsluit 2025 - Transitie bestelbonnen en overdracht restkredieten naar 2026 - Principebeslissing - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Op het einde van ieder jaar wordt een jaarafsluit voorzien, waarbij onder andere bestelbonnen worden overgezet naar het nieuwe jaar om de continuïteit van de stedelijke werking te garanderen. Aangezien de voorbereidingen van de jaarafsluit vooral in het laatste kwartaal van 2025 plaatsvinden en de jaarafsluit effectief begin 2026 zal plaatsvinden, wordt nu reeds een principebeslissing rond bestelbonnen en restkredieten voor de jaarafsluit 2025 aan het college voorgelegd. 

Voor de transitie van 2024 naar 2025 werd er een gelijkaardig besluit genomen op het college van 6 december 2024 (jaarnummer 9420). 

Juridische grond

Artikel 98 van het besluit van de Vlaamse regering over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen van 30 maart 2018 (BVR BBC), stelt dat in het begin van het boekjaar de vastleggingen geregistreerd worden van de uitgaven, die in de loop van het boekjaar gedaan worden als gevolg van verbintenissen uit vorige boekjaren. 

Artikel 258 van het Decreet Lokaal Bestuur (DLB) stelt dat het college van burgemeester en schepenen vóór 1 maart van het lopende boekjaar bepaalt welk gedeelte van de kredieten voor de gemeente voor investeringen en financiering, die voor het vorige boekjaar opgenomen waren in het meerjarenplan maar nog niet zijn aangewend, overgedragen worden naar het lopende boekjaar. Het vast bureau doet hetzelfde voor het openbaar centrum voor maatschappelijke welzijn. 

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 56 §3 3° van het decreet lokaal bestuur stelt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor het financiële beheer, met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Argumentatie

Voor de (niet-aangerekende) bestelbons op het einde van het boekjaar

  • Vastleggingen op exploitatie worden van 2025 naar 2026 getransfereerd zonder hun vastgelegde krediet;
  • Vastleggingen op financiering worden van 2025 naar 2026 getransfereerd zonder hun vastgelegde krediet;
  • Vastleggingen op investeringen worden van 2025 naar 2026 getransfereerd met hun vastgelegde krediet.


Voor de niet-vastgelegde, niet-aangerekende kredieten (= restkredieten)

  • Restkredieten op exploitatie worden niet getransfereerd van 2025 naar 2026;
  • Restkredieten op financiering  worden niet getransfereerd van 2025 naar 2026;
  • Restkredieten op investeringen worden getransfereerd van 2025 naar 2026.


De openstaande vastleggingen en restkredieten van 2025 zijn opgemaakt op de doelstellingen uit het meerjarenplan 2020-2025. Wanneer deze worden getransfereerd naar 2026 zullen de functiegebieden (doelstellingen, actieplannen en acties) op basis van een conversietabel worden aangepast naar de doelstellingenboom uit het meerjarenplan 2026-2031.

Beleidsdoelstellingen

8 - Sterk bestuurde stad
2SBS04 - Financiën
2SBS0401 - Financiële administratie

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt, voor de jaarafsluit 2025, goed dat:

  • alle restkredieten (zowel ontvangsten als uitgaven) van de investeringskredieten voor 2025 worden getransfereerd van 2025 naar 2026;
  • vastleggingen op investeringen naar 2026 worden getransfereerd met hun vastgelegde krediet;
  • vastleggingen op exploitatie en financiering naar 2026 worden getransfereerd zonder hun vastgelegde krediet.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.