Op het einde van ieder jaar wordt een jaarafsluit voorzien, waarbij onder andere bestelbonnen worden overgezet naar het nieuwe jaar om de continuïteit van de stedelijke werking te garanderen. Aangezien de voorbereidingen van de jaarafsluit vooral in het laatste kwartaal van 2025 plaatsvinden en de jaarafsluit effectief begin 2026 zal plaatsvinden, wordt nu reeds een principebeslissing rond bestelbonnen en restkredieten voor de jaarafsluit 2025 aan het college voorgelegd.
Voor de transitie van 2024 naar 2025 werd er een gelijkaardig besluit genomen op het college van 6 december 2024 (jaarnummer 9420).
Artikel 98 van het besluit van de Vlaamse regering over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen van 30 maart 2018 (BVR BBC), stelt dat in het begin van het boekjaar de vastleggingen geregistreerd worden van de uitgaven, die in de loop van het boekjaar gedaan worden als gevolg van verbintenissen uit vorige boekjaren.
Artikel 258 van het Decreet Lokaal Bestuur (DLB) stelt dat het college van burgemeester en schepenen vóór 1 maart van het lopende boekjaar bepaalt welk gedeelte van de kredieten voor de gemeente voor investeringen en financiering, die voor het vorige boekjaar opgenomen waren in het meerjarenplan maar nog niet zijn aangewend, overgedragen worden naar het lopende boekjaar. Het vast bureau doet hetzelfde voor het openbaar centrum voor maatschappelijke welzijn.
Artikel 56 §3 3° van het decreet lokaal bestuur stelt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor het financiële beheer, met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Voor de (niet-aangerekende) bestelbons op het einde van het boekjaar
Voor de niet-vastgelegde, niet-aangerekende kredieten (= restkredieten)
De openstaande vastleggingen en restkredieten van 2025 zijn opgemaakt op de doelstellingen uit het meerjarenplan 2020-2025. Wanneer deze worden getransfereerd naar 2026 zullen de functiegebieden (doelstellingen, actieplannen en acties) op basis van een conversietabel worden aangepast naar de doelstellingenboom uit het meerjarenplan 2026-2031.
Het college keurt, voor de jaarafsluit 2025, goed dat: