Er werd bij de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. De aanvraag wordt behandeld volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
De gewestelijke omgevingsvergunningscommissie verzoekt het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om:
- een openbaar onderzoek te houden;
- advies uit te brengen;
- het dossier aan de gemeenteraad voor te leggen voor beslissing over de zaak van de wegen.
Projectnummer: | OMV_2025052459 |
Gegevens van de aanvrager: | Agentschap Wegen en Verkeer met als contactadres Lange Kievitstraat 111-113 bus 41 te 2018 Antwerpen en de heer Niels Groenen met als contactadres Lange Kievitstraat 111 - 113 bus 41 te 2018 Antwerpen |
Gegevens van de exploitant: | Agentschap Wegen en Verkeer met als contactadres Lange Kievitstraat 111-113 bus 41 te 2018 Antwerpen |
Ligging van het project: | Sint-Bernardsesteenweg zonder nummer (tussen Krijgsbaan en Moerelei) te 2660 Hoboken, domein Schoonselhof te 2610 Wilrijk (Antwerpen) |
Kadastrale percelen: | afdeling 37 sectie C nrs. 640F3, 640G3, 646P3, 654X5, 665K, 665H, 683B, 684T, 686H, 687W2, 698F, 709P2, 709V2, 709W2, 709T2, 715M2, 715S2, 715W2, 715X, 715Z, 715W, 717F, 718H, afdeling 38 sectie B nrs. 633R2, 636K en 651D |
waarvan: |
|
- 20250507-0010 | afdeling 37 sectie C nrs. 709W2, 715W2, 715S2, 686H, 709V2, 687W2, 709P2, afdeling 38 sectie B nrs. 651D, afdeling 37 sectie C nrs. 665K, 683B, 640G3, 715X, 646P3, 698F, 709T2, 717F, 665H, 715Z, 715M2, 684T, 640F3, 654X5, afdeling 38 sectie B nrs. 636K, afdeling 37 sectie C nrs. 715W, 718H en afdeling 38 sectie B nrs. 633R2 (N148 Sint-Bernardsesteenweg) |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten, vegetatiewijzigingen |
Voorwerp van de aanvraag: | heraanleggen van de Sint-Bernardsesteenweg, aanleggen van een gescheiden rioleringsstelsel, reliëfwijziging, aanleggen van nieuwe grachten op het domein Schoonselhof, exploiteren van een bronbemaling, vellen van 34 bomen en een ontbossing van 439 m² |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 23/10/2020: beschermd als monument ‘Schans XVII’: https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/127157;
- 29/03/2019: vastgesteld bouwkundig erfgoed ‘Domein Schoonselhof’: https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/101594;
- 29/03/2019: vastgesteld bouwkundig erfgoed ‘Schans XVII’: https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/97914;
- 23/03/2018: vergunning (20173327) voor het vervangen van dals door dolomiet op de voetpaden;
- 09/06/2016: vergunning (20151638) voor aanleggen fietspad langs spoorlijn 52 vanaf de Kapelstraat tot aan de Sint-Bernardsesteenweg;
- 14/03/2014: vergunning (201459) voor heraanleg van de Distelvinkenlaan;
- 20/12/2012: vergunning (2012460) voor aanleggen van een ondergrondse verbinding 70 kv tussen onderstations Schelle Dorp en Wilrijk;
- 29/06/2012: vergunning (20123581) voor regulariseren en verfraaien van een overdekt terras aan een bestaand café;
- 16/07/2007: beschermd als monument ‘Domein Schoonselhof’: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/11634.
Vergunde en bestaande toestand
- inrichting:
- bestaande wegenis ter sloop:
- enkele riolering;
- 33 baangrachten langs de zuidelijke zijde;
- 48 bomen (waarvan 33 hoogstammige) ter kap;
- 3 beboste zones ter ontbossing;
- ten noorden tussen de baangrachten en het Schoonselhof 2 braakliggende terreinen;
- bestaande aansluiting met Sint-Bernardsesteenweg ter sloop;
- vijvers 8, 63 en 64 (zie plan) gescheiden van Hollebeek.
Nieuwe toestand
- nieuwe wegenis:
- gescheiden riolering;
- gedempte baangrachten (in kader van aanleg fietspaden);
- ten noorden tussen de gedempte baangrachten en het Schoonselhof 2 buffer- en slibgrachten;
- een overstort van deze buffer- en slibgrachten naar de vijvers van Schoonselhof;
- nieuwe aansluitingen met Sint-Bernardsesteenweg;
- vijvers 8, 63 en 64 (zie plan) verbonden van Hollebeek;
- extra berging in de vijvers van Schoonselhof.
Inhoud van de aanvraag
- slopen van bestaande wegenis en aanhorigheden;
- (her)aanleggen van wegenis en aanhorigheden met:
Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Inhoud van de aanvraag
De aanvraag omvat een tijdelijke grondwaterwinning voor het uitvoeren van wegenis en rioleringswerken.
Aangevraagde rubriek(en)
Aangevraagde rubriek(en) N148 Sint-Bernardsesteenweg
Rubriek | Omschrijving | Gevraagd voor |
3.8.1°b) | het lozen van bemalingswater, afkomstig van een bemaling ingedeeld in rubriek 53.1, 1°, 53.2 of 53.5. met een geloosd debiet van maximaal 2.500 m³/dag afkomstig van een andere bemaling dan de bemaling vermeld in 1°, a); | 1.830,40 m³/dag |
53.2.3° | bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, allebei met inbegrip van het weer in de ondergrond brengen van bemalingswater en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar met een netto opgepompt volume per IIOA van meer dan 180.000 m³. | 1.038.257,81 m³ |
Omschrijving vegetatiewijzigingen
De aanvraag omvat het wijzigen van vegetatie gelegen binnen parkgebied ter hoogte van de kruising van de Sint-Bernardsesteenweg en de Moerelei.
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 24 en 42 van het Omgevingsvergunningsdecreet heeft het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar de bevoegdheid advies uit te brengen voor de vergunningsaanvragen op haar grondgebied waarvoor de deputatie, de Vlaamse regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de bevoegde overheid is, tenzij:
Het college heeft op 17 november 2017 (jaarnummer 2017_CBS_08858) beslist om de adviesbevoegdheid op te nemen.
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Aquafin | 30 oktober 2025 | 31 oktober 2025 | Geen advies |
Fluvius System Operator | 30 oktober 2025 | 3 november 2025 | Geen advies |
Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen | 30 oktober 2025 |
| Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag |
Politiezone Antwerpen/ Verkeerspolitie | 30 oktober 2025 | 4 november 2025 | Geen bezwaar |
Proximus | 30 oktober 2025 | 30 oktober 2025 | Geen bezwaar |
De Lijn Entiteit Antwerpen | 30 oktober 2025 | 31 oktober 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Autonoom gemeentebedrijf voor vastgoed en stadsprojecten in Antwerpen (VESPA) | 30 oktober 2025 | Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag |
Sporting A & Sociaal Ruimtelijke Veiligheid - Trage wegen | 30 oktober 2025 | Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag |
Stadsbeheer/ Groen en Begraafplaatsen | 30 oktober 2025 | 31 oktober 2025 |
Stadsontwikkeling/ Beheer en Operaties | 30 oktober 2025 | Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag |
Stadsontwikkeling/ Mobiliteit | 30 oktober 2025 | 3 november 2025 |
Stadsontwikkeling/ Onroerend Erfgoed/ Archeologie | 30 oktober 2025 | 6 november 2025 |
Stadsontwikkeling/ Onroerend Erfgoed/ Monumentenzorg | 30 oktober 2025 | 25 november 2025 |
Stadsontwikkeling/ Publieke Ruimte | 30 oktober 2025 | 20 november 2025 |
Gemeentewegen
Artikel 31 van het Omgevingsvergunningendecreet stelt dat indien de vergunningsaanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, de gemeenteraad een beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg neemt, alvorens de bevoegde overheid een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag.
De gemeenteraad moet nog een beslissing nemen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan RUP Keerlus Moerelei, goedgekeurd op 14 november 2012. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zones: Aanduiding-Art.1-Grasland, Aanduiding-Art.1-Niet te beplanten zone, GRENS RUP MOERELEI, GRENS VERKAVELING HO 1970/V/0060 (opgeheven), ONDERGRONDSE LEIDINGEN, ROOILIJN KB 15.03.1910 en Zone voor Publiek Domein-Artikel 1.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een gebied voor gemeenschapsuitrusting en openbare nutsvoorziening. Onder gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen dient te worden begrepen voorzieningen die gericht zijn op de bevordering van het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld. De idee van dienstverlening (verzorgende sector) aan de gemeenschap is derhalve rechtstreeks aanwezig. Artikel 4.4.8.van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening schrijft voor dat in gebieden die op de gewestplannen zijn aangewezen als gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen, handelingen van algemeen belang en de daarmee verbonden activiteiten te allen tijde kunnen worden toegelaten, ongeacht het publiek of privaatrechtelijk statuut van de aanvrager of het al dan niet aanwezig zijn van enig winstoogmerk. Als gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen kunnen eveneens worden beschouwd een school, een voor het publiek toegankelijke toegangsweg tot een vergund gebouwencomplex in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen en neveninrichtingen naast een autosnelweg. Alhoewel in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen in principe geen gebouwen met een woonfunctie zijn toegelaten, heeft de Raad van State bovendien niettemin geoordeeld dat service-flats voor bejaarden kunnen worden vergund in dergelijk gebied. Ook een nomadenkamp werd door de Raad van State beschouwd als een gemeenschapsvoorziening en openbare nutsvoorziening, (Artikel 17 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een parkgebied. De parkgebieden moeten in hun staat bewaard worden of zijn bestemd om zodanig ingericht te worden, dat ze, in de al dan niet verstedelijkte gebieden, hun sociale functie kunnen vervullen, (Artikel 14 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een groengebied. De groengebieden zijn bestemd voor het behoud, de bescherming en het herstel van het natuurlijk milieu. In de groengebieden geldt een principieel bouwverbod. In principe worden enkel de werken toegelaten die gericht zijn op of verenigbaar zijn met het behoud, de bescherming en het herstel van het natuurlijk milieu.
(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP's) kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s'. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van ruimtelijk uitvoeringsplan Keerlus Moerelei op volgend(e) punt(en):
- artikel 1.2.3 Grasland (overdruk)
de huidige natuurwaarde van het grasland, aangeduid op het bestemmingsplan, dient maximaal behouden te blijven. Betreding voor andere doeleinden dan het noodzakelijk onderhoud is niet toegestaan. Tweemaal jaarlijks onderhoud van deze zone is verplicht (maaibeurt in juni en in september). Het oprichten van halte-infrastructuur, een dienstgebouw en/of fietsenstalling evenals andere constructies is verboden in deze zone.
Bij eventuele beschadiging dient herstel te gebeuren door inzaaien met Italiaans raaigras en goed te verdichten. Het beplanten van deze zone is verboden. In deze zone wordt een verhard fietspad aangelegd (verbinding met Moerelei).
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 maart 2024 en in werking getreden op 15 juli 2024.
(De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend(e) punt(en):
- Zone 1: 258 m²;
- Zone 2: 77 m²;
- Zone 3: 104 m².
- Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.
(De verordening stedenbouwkundige lasten kan u raadplegen via “https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving”)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.
Sectorale regelgeving
- Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex wonen van 2021”)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.
- Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is van toepassing op de aanvraag. De aanvraag is hiermee in overeenstemming.
Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen
- Transformatieleidraad: Transformatieleidraad Ruimte geven aan de stad van morgen. Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad dit plan goed.
De transformatieleidraad kan je raadplegen via Transformatieleidraad.
- Strategische Ruimteplan Antwerpen (SRA): Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad het nieuwe plan goed.
Het strategisch ruimteplan Antwerpen kan je raadplegen via Strategisch Ruimteplan Antwerpen.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Beoordeling afwijkingen van de voorschriften
De aanvraag wijkt af van het RUP Keerlus Moerenlei, punt 1.2.3.
Volgens het bestemmingsplan dient de huidige natuurwaarde van het grasland maximaal behouden te blijven. In deze zone wordt echter een verhard fietspad aangelegd. De aanvrager vraagt hiervoor een afwijking op basis van artikel 4.4.7, § 2 van de VCRO en artikel 3, § 3 van het uitvoeringsbesluit. Dit artikel bepaalt dat:
“In een vergunning voor handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben, mag worden afgeweken van stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften. Handelingen van algemeen belang kunnen een ruimtelijk beperkte impact hebben vanwege hun aard of omvang, of omdat ze slechts een wijziging of uitbreiding van bestaande of geplande infrastructuren of voorzieningen tot gevolg hebben.”
De aanvraag omvat de aanleg van een fietspad dat deel uitmaakt van het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk en dat bedoeld is om de verkeersveiligheid te verhogen.
Voor dit project zijn meerdere mogelijke tracés onderzocht. Daarbij is gekozen voor het scenario dat zowel verkeersveilig is als de kleinste impact heeft op de geldende bestemmingsvoorschriften. De werken voor de aanleg van het fietspad zijn tijdelijk van aard. Het tracé ligt aan de rand van de bestemmingszone, aansluitend op de weg. Hierdoor blijft voldoende ruimte over om het resterende gebied als grasland te behouden, waardoor de principes van het RUP gevrijwaard blijven. Er kan dus gesteld worden dat deze handelingen gelet op hun aard, ligging en oppervlakte geen significante impact hebben op het ruimtelijk kwetsbaar gebied en dat er beroep kan worden gedaan op de vermelde afwijkingsgrond.
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag omvat de heraanleg van de Sint-Bernardsesteenweg. De functionele inpasbaarheid blijft ongewijzigd en kan dan ook gunstig worden beoordeeld.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De Sint-Bernardsesteenweg vormt een van de belangrijkste verkeersaders in het district Hoboken. De aanvraag omvat het vernieuwen van de wegenis waaronder de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel, het aanpassen van verhardingen, het uitvoeren van reliëfwijzigingen, het rooien van 48 bomen en het ontbossen. Het dossier werd voorafgaand uitgebreid besproken in de commissie Openbaar Domein (COD), waar het project werd beoordeeld door de betrokken stadsdiensten. De coördinatie van dit proces gebeurt door de stedelijke dienst Publieke Ruimte.
Vanuit de stedelijke dienst Publieke Ruimte wordt bevestigd dat het ingediende dossier in grote mate tegemoetkomt aan de eerder geformuleerde opmerkingen. Wel dienen de volgende aandachtspunten uit het coördinatieoverleg Openbaar Domein nog verder verwerkt te worden:
- op het kruispunt met de Krijgsbaan, ter hoogte van de kruising van het tramspoor met het voet- en fietspad, moet de invloedzone van de tram worden uitgevoerd in geborsteld beton;
- de bestaande laad- en loszone ter hoogte van huisnummer 843 moet nog worden afgewerkt met witte betonstraatstenen met haakjes;
- de ruimte tussen het fietspad en de rijbaan naast deze laad- en loszone moet worden vergroend. Voorzie hiervoor een marge van 3 à 4 meter om het in- en uitrijden van de laad- en loszone te vergemakkelijken;
- voor fietsers moeten lage drukknoppen op een paaltje worden voorzien, geplaatst op 1,5 m van de rand van de rijbaan;
- in de middenberm ter hoogte van de Boedapeststraat moeten grasdallen worden aangebracht;
- ter hoogte van de Klaverbladdreef moet een zebrapad worden ingericht;
- de blindegeleiding moet nog worden overgenomen uit het plan dat op 6 mei 2025 naar het studiebureau werd doorgestuurd;
- de bouwheer zal ons later nog de signalisatie- en markeringsplannen bezorgen ter nazicht.
Dit wordt vanuit stedenbouwkundig oogpunt gevolgd. De voorgestelde voorwaarden worden mee opgenomen als voorwaarden van vergunning.
De aanvraag is strijdig met artikel 24 van de bouwcode. Dit artikel bepaalt dat aanwezige bomen en waardevolle elementen maximaal behouden moeten blijven. Voor de heraanleg van de straat zullen 48 bomen worden gekapt en worden drie zones ontbost. Het project werd ter beoordeling voorgelegd aan de commissie Openbaar Domein (COD), die in haar verslag een voorwaardelijk gunstig advies heeft uitgebracht voor het rooien van de bomen in de totaliteit van het project. De aanvrager motiveert in de beschrijvende nota dat langsheen het traject 90 nieuwe bomen worden aangeplant en de ontboste delen gecompenseerd zullen worden door het betalen van een bosbehoudsbijdrage. In de mer-screening wordt bijkomend voor de ontbossing gemotiveerd dat enkel de buitenste rij bomen verwijderd worden en het dus nooit gaat over een volledig beboste zone, daarbovenop zijn de zones niet aangeduid als biologisch waardevol of omvat de zone een jong loofbos met gemengd hout. Gelet op bovenstaande motivering en door het heraanplanten van de bomen wordt geoordeeld dat het verloren groenvolume langsheen het volledige traject ruimschoots gecompenseerd wordt. Een afwijking op artikel 24 van de bouwcode kan bijgevolg worden toegestaan.
Cultuurhistorische aspecten
Het dossier werd ter advies voorgelegd aan de stedelijke dienst Onroerend Erfgoed. Deze dienst verleent een voorwaardelijk gunstig advies:
“Het projectgebied bevindt zich buiten een vastgestelde archeologische zone. Het projectgebied is gelegen binnen een woon- en recreatiegebied met een oppervlakte boven de 3.000 m² (46.220 m²) en een geplande vergunningsplichtige ingreep in de bodem boven de 1.000 m² (circa gelijk aan projectgebied). Volgens het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, artikel 5.4.1 is hiervoor een archeologienota verplicht.”
Daarnaast werd de aanvraag voorwaardelijk gunstig geadviseerd door de stedelijke dienst Monumentenzorg:
“Ter hoogte van de hoek Moerelei - Sint-Bernardsesteenweg wordt in functie van verkeersveiligheid een nieuw fietspad aangelegd dat de zone rondom Schans XVII, die opgenomen is in de inventaris, doorkruist.
Vanuit erfgoedoogpunt geen bezwaar. Het fietspad wordt voorzien in de niet-beschermde zone rondom de Schans waardoor de er geen fundamentele afbreuk gedaan wordt aan de monumentwaarde van de Schans. Het zou een opportuniteit kunnen zijn om de relatie met de Schans te versterken en dit stukje erfgoed kenbaar te maken bij het grotere publiek.
In het Schoonselhof wordt het RWA-stelsel van de Sint-Bernardsesteenweg aangesloten op het vijverstelsel van het Schoonselhof. Het beschikbaar buffervolume van de aanwezige vijvers wordt maximaal geoptimaliseerd. Deze ingreep werd voorbesproken met het Agentschap Onroerend Erfgoed. Het advies en de voorwaarden opgelegd door het Agentschap Onroerend Erfgoed dienen gevolgd.”
Deze voorgestelde voorwaarde wordt ter advies aangegeven aan de beslissende overheid.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De Verkeerspolitie van de politiezone Antwerpen vermeld in haar advies dat zij geen opmerkingen hebben op de voorgestelde werken.
Op het moment van opmaak van dit advies werd nog geen advies de Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen ontvangen. Het college hecht groot belang aan dit advies en stelt voor het (nog te geven) brandweeradvies als voorwaarde op te nemen in de vergunning.
Extreme piekwaarden van lood in fijn stof werden begin 2024 gemeten in district Hoboken. Deze zijn met grote waarschijnlijkheid terug te brengen tot grondwerken in de directe omgeving waarbij metaalslakken betrokken waren die historisch gezien zorgden voor versteviging van de ondergrond van terreinen. Voornamelijk in district Hoboken werden deze metaalslakken gebruikt zonder dat echter geweten is waar de exacte locaties van deze metaalslakken zich bevinden. Om opwaaiend stof te voorkomen bij werken op werfzones, dringen er zich bijkomende maatregelen op met het oog op het monitoren en beheersen van stofverspreiding bij werkzaamheden. De aanvrager wordt hierbij gewezen op de politieverordening van 13 mei 2024 betreffende het invoeren van maatregelen ter beperking en monitoring van stofontwikkeling in Hoboken bij werkzaamheden op privaat en openbaar domein.
Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu
Het project omvat het vernieuwen van de wegenis en het aanleggen van een gescheiden rioleringsstelsel van de Sint-Bernardsesteenweg tussen de gemeentegrens met Hemiksem en de Krijgsbaan (circa 2 km). Het rioleringsontwerp zet in op vertraagde lozing van het RWA-stelsel richting de vijvers van het Schoonselhof. Hiervoor zullen werken plaatsvinden op de begraafplaats Schoonselhof in kader van de optimalisatie van het grachtenstelsel en hun infiltratie- en buffercapaciteit. Ter hoogte van de aansluiting/overstort van het RWA-stelsel op het Schoonselhof worden twee brede buffer- en slibgrachten voorzien op openbaar domein. Deze buffergrachten zorgen ervoor dat maximaal wordt gebufferd en dat slib maximaal kan bezinken alvorens het water overstort op de vijvers.
Bemaling
De bemaling wordt opgedeeld in 42 werkzones die over een periode van 726 dagen bemaald zullen worden, zij het niet persé aaneensluitend. De verlaging van het freatisch grondwater zal uitgevoerd worden middels een peilgestuurde sleufbemaling met bemalingsfilters op een diepte van circa 5 tot 7 m-mv (boven een ondiepe kleilaag), geschrankt aan beide zijden van de sleuf op een onderlinge afstand van circa 5 meter.
Een bemalingsstudie werd opgemaakt, gebruik makend van onder andere vijf sonderingen en vijf boringen uitgevoerd in het projectgebied. Hierbij werden ook vier peilbuizen geplaatst, waarin over een periode van 10 maanden grondwaterstanden werden opgenomen.
De lengtes van de tracé’s schommelen tussen 12 en 134 meter, met een gemiddelde van 89 meter. De maximale uitgraafdiepte varieert tussen 1 m-mv en 4,7 m-mv. Het maximale theoretische bemalingsvolume bedraagt 1.830 m3/dag of 76 m³/uur; het totale debiet bedraagt 1.038.258 m3.
In fase 33 en 34 wordt de maximale invloedstraal van 238 meter bereikt (verlaging van 5 cm). Met berekende absolute zettingen tot 53 mm in zone 35, wordt de maximaal aanvaarde absolute zetting van 20 mm fors overschreden.
Beoordeling: Dergelijke zettingen zijn niet aanvaardbaar, gelet op de veiligheidsrisico’s en risico op schade aan eigendommen. Bijkomende maatregelen dienen genomen te worden om de maximale absolute en differentiële zettingen te beperken tot respectievelijk 20 mm en 1/700, in het bijzonder in de zones waar zich gebouwen bevinden. De voorgestelde milderende maatregelen om de zettingen te beperken (peilgestuurde bemaling) en op te volgen (peilbuizen en zettingsbakens) bieden hiervoor te weinig garanties.
Grondwaterkwaliteit
Binnen de invloedstraal van de bemaling bevinden zich 20 OVAM-dossiers met gekende bodem- en grondwaterverontreiniging. Hiervoor werden het risico op beïnvloeding door de bemaling en het voorkomen in het bemalingswater onderzocht. Voor dossier 9080 ter hoogte van de Sint-Bernardsesteenweg 1400 bestaat er een relevante kans op beïnvloeding van de bemaling in fasen 3 tot en met 7 en fasen 22 tot en met 27. Rekening houdend met de retardatiefactor van de verontreiniging (minerale olie, benzeen) wordt een relevante versnelling en verplaatsing van de verontreiniging voorspeld, die ook de onttrekkingsput zal bereiken in fasen 4, 23 en 24. De bodemdeskundige raadt aan een afzonderlijke bemalingsstreng te plaatsen ter hoogte van de verontreiniging om verdunning van de verontreiniging te vermijden en het bemalingswater doeltreffend en met een minimaal debiet te kunnen zuiveren. Om de verplaatsing van de verontreiniging bij het uitvoeren van de nabijgelegen fasen te beperken, wordt aangeraden om deze afzonderlijke bemalingsstreng in stand te houden tijdens de bemaling voor fasen 4, 23, 24 en 25, waarbij deze functioneert als tegenbemaling.
In OVAM-dossier 1847 (Sint-Bernardsesteenweg 1380) werden verontreinigingen met benzeen en MTBE aangetroffen, die gezien de afstand tot de bemaling wellicht mee opgepompt zullen worden in fasen 7 en 27. Om verdunning van de verontreiniging te vermijden en het bemalingswater doeltreffend te zuiveren, stelt de bodemdeskundige voor een afzonderlijke bemalingsstreng te plaatsen ter hoogte van de verontreiniging. Om de verplaatsing van de verontreiniging bij het uitvoeren van de nabijgelegen fasen te beperken, wordt aangeraden om deze afzonderlijke bemalingsstreng in stand te houden tijdens de bemaling voor fasen 6, 26 en 27 waarbij deze functioneert als tegenbemaling.
De verhoogde concentraties arseen en nikkel die in enkele OVAM-dossiers vastgesteld werden, zijn een gevolg van de achtergrondwaarden in het grondwater.
Beoordeling: Op voorwaarde dat de aanbeveling om ter hoogte van de Sint-Bernardsesteenweg 1380 en 1400 afzonderlijke bemalingsstrengen en tegenbemalingen te voorzien, lijkt de invloed op de gekende bodem- en grondwaterverontreinigingen aanvaardbaar. Gelet op de mogelijke invloed van de bemaling op de OVAM-dossiers 21444, 9080, 1847 en 19016 dienen de beheerders van de verontreiniging of sanering gecontacteerd en geïnformeerd te worden over de grondwaterwinning.
Lozing
De exploitant voorziet het water via de RWA te lozen in de parkvijver Schoonselhof aan een maximaal dagdebiet van 1.830 m³. Volgende bijzondere lozingsvoorwaarden worden aangevraagd:
parameter | gevraagd | opmerking | bemalingsfase |
benzeen | 100 µg/liter | 10x IC | 5, 25, 7, 27,15 en 16 |
tolueen | 90 µg/liter | =IC | 5, 25, 7, 27,15 en 16 |
ethylbenzeen | 10 µg/liter | 2x IC | 5, 25, 7, 27,15 en 16 |
xyleen | 10 µg/liter | 2,5x IC | 5, 25, 7, 27,15 en 16 |
MTBE | 100 µg/liter |
| 5, 25, 7, 27,15 en 16 |
arseen | 50 µg/liter | 10x IC | alle fasen |
nikkel | 300 µg/liter | 10x IC | alle fasen |
De kwaliteit van het bemalingswater wordt geanalyseerd bij opstart van elke fase en tussendoor elke 2 weken. Er zal mogelijk een waterzuivering (WZI) geplaatst moeten worden ter hoogte van bemalingsstreng 5 en 25 (OVAM-dossier 9080) en ter hoogte van bemalingsstreng 7 en 27 (OVAM-dossier 1847). De WZI zal bestaan uit een olie/waterafscheider en een waterzijdige actief koolfilter, eventueel aangevuld met een zandvang of zuurdosering indien nodig. Wekelijks zal een staal genomen worden van zowel het influent als van het effluent van de bemaling.
Beoordeling: De door de exploitant voorgestelde lozingsvoorwaarden en monitoring worden gunstig geadviseerd. Slechts 15% van het totale waterbezwaar zal niet kunnen voldoen aan de algemene lozingsvoorwaarden, met uitzondering voor de parameters nikkel en arseen. Deze zijn echter een gevolg van natuurlijk voorkomende achtergrondconcentraties. Het onttrekken van verontreinigd grondwater zal eerder een gunstig effect hebben op de bodem- en grondwaterkwaliteit, op voorwaarde natuurlijk dat de verontreiniging voldoende uit het water gezuiverd wordt voor lozing in oppervlaktewater. De exploitant voorziet al een WZI in te zetten in fasen 5, 7, 25 en 27, omdat hier verhoogde concentraties in het grondwater verwacht worden. Als bijzondere voorwaarde wordt opgelegd dat gedurende het project in elke fase de mogelijkheid wordt voorzien aan te sluiten op de WZI. Op deze manier kan, wanneer onverwacht ook in ander fasen een overschrijding van de lozingsvoorwaarden dreigt, snel geanticipeerd worden.
Opgemerkt wordt dat alhoewel het project gelegen is in een PFAS no regret-zone en het voorkomen van PFAS in het grondwater in Antwerpen wijdverspreid is, er geen lozingsvoorwaarde gevraagd wordt. Dit maakt dat voldaan zal moeten worden aan de rapportagegrens.
Geluid
De bemaling is permanent actief waardoor risico ontstaat op geluidshinder, voornamelijk in de avond- en nachtperiode. Door de opdeling in verschillende bemalingszones, schuift de werf op en is het risico op hinder tijdelijk van aard. Mits bij de opstelling van de pompen en stroomgroepen rekening gehouden wordt met lokale omstandigheden en er geluidsarme toestellen gebruikt worden, is het risico op hinder aanvaardbaar.
Daarnaast zullen de werkzaamheden onvermijdelijk geluid- en trillingen produceren, die mogelijk als storend ervaren kunnen worden. Deze zullen echter enkel overdag plaatsvinden en voor een bepaalde locatie relatief kort van aard zijn door de gefaseerde uitvoering.
Conclusie
Mits naleving van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, en mits rekening gehouden wordt met de voorgestelde bijzondere milieuvoorwaarden, kan gunstig advies gegeven worden voor de tijdelijke bemaling en het lozen van het bemalingswater in oppervlaktewater.
Toetsing van het aangevraagde aan de beoordelingsgronden van het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
Ter hoogte van de kruising van de Sint-Bernardsesteenweg en de Moerelei komt een nieuwe fietsaansluiting om de verkeersstromen veilig te laten verlopen. Het vernieuwde fietspad loopt door de bestemming parkgebied. De te wijzigen vegetatie bestaat uit 150 m² permanent cultuurgrasland. Volgens de biologische waarderingskaart valt de te wijzigen vegetatie in een complex van biologisch minder waardevolle en waardevolle elementen. Het gaat onder meer om soortenarm permanent cultuurgrasland (karteringseenheid hp) en bermen, perceelsranden, enzovoort met soortenrijk permanent cultuurgrasland (karteringseenheid k (hp*)). De karteringseenheid hp* valt onder de definitie van historisch permanente graslanden (HPG) volgens het Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (Vegetatiebesluit). Het is verboden om HPG in groengebieden te wijzigen volgens artikel 7 van het Natuurbesluit. Er dient te worden nagegaan of de te wijzigen vegetatie onder HPG valt. Indien het om HPG gaat, dient een aanvraag tot ontheffing op het verbod te worden aangevraagd bij de provinciale dienst AVES van het Agentschap voor Natuur en Bos.
Advies van het college
Gunstig advies te verlenen voor de aanvraag tot omgevingsvergunning onder voorwaarden.
Dit advies werd opgemaakt op basis van PIV3.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. Op het kruispunt met de Krijgsbaan, ter hoogte van de kruising van het tramspoor met het voet- en fietspad, moet de invloedzone van de tram worden uitgevoerd in geborsteld beton.
2. De bestaande laad- en loszone ter hoogte van huisnummer 843 moet worden afgewerkt met witte betonstraatstenen met haakjes.
3. De ruimte tussen het fietspad en de rijbaan naast de laad- en loszone ter hoogte van huisnummer 843 moet worden vergroend.
4. Voor fietsers moeten aan de kruispunten lage drukknoppen op een paaltje worden voorzien, geplaatst op 1,5 m van de rand van de rijbaan.
5. In de middenberm ter hoogte van de Boedapeststraat moeten grasdallen worden aangebracht.
6. Ter hoogte van de Klaverbladdreef moet een zebrapad worden ingericht.
7. Er moet blindegeleiding voorzien worden.
8. De bouwheer zal voor de start van de werken aan stad Antwerpen de signalisatie- en markeringsplannen moeten bezorgen ter nazicht.
9. De bouwheer meldt 2 weken voor aanvang de start van de werken aan de stedelijke dienst Archeologie (archeologie@antwerpen.be).
10. De bouwheer laat werfcontroles toe door stadsarcheologen.
11. De bouwheer is verplicht om eventuele vondsten en restanten waarvan hij redelijkerwijs vermoedt dat het archeologische waarde heeft, te melden onder de vondstmeldingsplicht (Onroerenderfgoeddecreet van 2 juli 2013, artikel 5.1.4). De dienst Archeologie kan de noodzaak hiervan steeds komen inschatten.
12. Het advies en de voorwaarden opgelegd door het Agentschap Onroerend Erfgoed dienen gevolgd te worden.
13. De voorzorgsmaatregelen uit het nog aan te leveren brandweeradvies zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.
Geadviseerde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Geadviseerd voor |
3.8.1°b) | het lozen van bemalingswater, afkomstig van een bemaling ingedeeld in rubriek 53.1, 1°, 53.2 of 53.5. met een geloosd debiet van maximaal 2.500 m³/dag afkomstig van een andere bemaling dan de bemaling vermeld in 1°, a); (inrichting N148 Sint-Bernardsesteenweg) | 1.830,40 m³/dag |
53.2.3° | bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, allebei met inbegrip van het weer in de ondergrond brengen van bemalingswater en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar met een netto opgepompt volume per IIOA van meer dan 180.000 m³; (inrichting N148 Sint-Bernardsesteenweg) | 1.038.257,81 m³ |
Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden
1. Bijkomende maatregelen dienen genomen te worden om de maximale absolute en differentiële zettingen te beperken tot respectievelijk 20 mm en 1/700. 2. Ter hoogte van de Sint-Bernardsesteenweg 1400 wordt een afzonderlijke bemalingsstreng geplaatst om verdunning van de verontreiniging te vermijden. Deze wordt bij het uitvoeren van de nabijgelegen fasen 4, 23, 24 en 25 in stand gehouden als tegenbemaling. 3. Ter hoogte van de Sint-Bernardsesteenweg 1380 wordt een afzonderlijke bemalingsstreng geplaatst om verdunning van de verontreiniging te vermijden. Deze wordt bij het uitvoeren van de nabijgelegen fasen 6, 26 en 27 in stand gehouden als tegenbemaling. 4. De exploitant neemt voor de opstart van de bemaling contact op met de beheerder van de verontreinigingen waarop de bemaling mogelijk een effect zal hebben (OVAM-dossiers 9080, 1847, 21444 en 19016). 5. Voor elke bemalingsfase moet het mogelijk zijn op korte termijn aan te sluiten een WZI wanneer de lozingsvoorwaarden (dreigen te) worden overschreden. 6. De kwaliteit van het bemalingswater wordt bij de opstart van elke bemalingsfase geanalyseerd voor het lozingspunt (na schoonpompen van de bemalingsinstallatie). De te analyseren parameters zijn minstens de stoffen opgenomen in het standaardanalysepakket en de kwantificeerbare PFAS-componenten opgenomen in het WAC_IV_A_025. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende normen. Daarna gebeuren controlemetingen elke twee weken. 7. Bij inzet van een waterzuivering gebeurt de analyse op het effluent van de waterzuivering ter vervanging van de monitoring van het opgepompte bemalingswater als volgt: in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling (te lezen per fase). 8. De analyseresultaten met betrekking tot PFAS worden meegedeeld aan de PFAS-coördinator van stad Antwerpen (mi@antwerpen.be). |
Geadviseerde voorwaarden betreffende de vegetatiewijzigingen
1. Het bijgevoegd advies van het Agentschap Natuur en Bos moet integraal gevolgd worden.
2. Bij het uitvoeren van werken in de periode van 1 april tot 30 juni (broedseizoen) moet men er zich - vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden.
3. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient de aanvrager contact op te nemen met het Agentschap Natuur en Bos via het algemeen emailadres van AVES Antwerpen.
Procedurestap | Datum |
Ontvangst adviesvraag | 21 oktober 2025 |
Start openbaar onderzoek | 27 oktober 2025 |
Einde openbaar onderzoek | 25 november 2025 |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen |
|
Uiterste adviesdatum | 10 december 2025 |
De aanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek. Er werden standpunten, opmerkingen en/of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
De bezwaarschriften kunnen als volgt worden samengevat:
Verlies van groen: De indiener begrijpt de noodzaak om de verkeersveiligheid te verbeteren en ondersteunt maatregelen zoals bredere fietspaden, veiligere oversteekplaatsen en de vernieuwing van de riolering. De belangrijkste bezorgdheid gaat echter over de geplande kap van 34 oude bomen en de ontbossing van 439 m². Dit verlies aan groen zou de leefkwaliteit, beleving van de wijk en geluidsdemping negatief beïnvloeden. De indiener vraagt om alternatieven te onderzoeken waarbij zoveel mogelijk bestaande bomen behouden blijven. Nieuwe aanplantingen compenseren volgens hem of haar op korte termijn onvoldoende de ecologische waarde van de huidige bomen.
Beoordeling: Het rooien van de bomen is nodig voor de aanleg van de fietspaden en de bijhorende veiligheidsstroken. In het ontwerp is gezocht naar alternatieven om zo weinig mogelijk bomen te rooien. De aanvrager motiveert in de beschrijvende nota dat langsheen het traject 90 nieuwe bomen worden aangeplant en de ontboste delen gecompenseerd zullen worden door het betalen van een bosbehoudsbijdrage. In de mer-screening wordt bijkomend voor de ontbossing gemotiveerd dat enkel de buitenste rij bomen verwijderd worden en het dus nooit gaat over een volledig beboste zone, daarbovenop zijn de zones niet aangeduid als biologisch waardevol of omvat de zone een jong loofbos met gemengd hout. Gelet op bovenstaande motivering en door het heraanplanten van de bomen wordt geoordeeld dat het verloren groenvolume en de bijhorende voordelen van groen (leefkwaliteit, biodiversiteit, geluidsreductie, schaduw, enzovoort) langsheen het volledige traject ruimschoots gecompenseerd worden. Het bezwaar is ongegrond.
Informatievergadering
Een informatievergadering was niet vereist en werd niet gehouden.
Het college beslist een gunstig advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, te geven op de aanvraag onder volgende voorwaarden:
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. Op het kruispunt met de Krijgsbaan, ter hoogte van de kruising van het tramspoor met het voet- en fietspad, moet de invloedzone van de tram worden uitgevoerd in geborsteld beton.
2. De bestaande laad- en loszone ter hoogte van huisnummer 843 moet worden afgewerkt met witte betonstraatstenen met haakjes.
3. De ruimte tussen het fietspad en de rijbaan naast de laad- en loszone ter hoogte van huisnummer 843 moet worden vergroend.
4. Voor fietsers moeten aan de kruispunten lage drukknoppen op een paaltje worden voorzien, geplaatst op 1,5 m van de rand van de rijbaan.
5. In de middenberm ter hoogte van de Boedapeststraat moeten grasdallen worden aangebracht.
6. Ter hoogte van de Klaverbladdreef moet een zebrapad worden ingericht.
7. Er moet blindegeleiding voorzien worden.
8. De bouwheer zal voor de start van de werken aan stad Antwerpen de signalisatie- en markeringsplannen moeten bezorgen ter nazicht.
9. De bouwheer meldt 2 weken voor aanvang de start van de werken aan de stedelijke dienst Archeologie (archeologie@antwerpen.be).
10. De bouwheer laat werfcontroles toe door stadsarcheologen.
11. De bouwheer is verplicht om eventuele vondsten en restanten waarvan hij redelijkerwijs vermoedt dat het archeologische waarde heeft, te melden onder de vondstmeldingsplicht (Onroerenderfgoeddecreet van 2 juli 2013, artikel 5.1.4). De dienst Archeologie kan de noodzaak hiervan steeds komen inschatten.
12. Het advies en de voorwaarden opgelegd door het Agentschap Onroerend Erfgoed dienen gevolgd te worden.
13. De voorzorgsmaatregelen uit het nog aan te leveren brandweeradvies zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.
Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden
1. Bijkomende maatregelen dienen genomen te worden om de maximale absolute en differentiële zettingen te beperken tot respectievelijk 20 mm en 1/700. 2. Ter hoogte van de Sint-Bernardsesteenweg 1400 wordt een afzonderlijke bemalingsstreng geplaatst om verdunning van de verontreiniging te vermijden. Deze wordt bij het uitvoeren van de nabijgelegen fasen 4, 23, 24 en 25 in stand gehouden als tegenbemaling. 3. Ter hoogte van de Sint-Bernardsesteenweg 1380 wordt een afzonderlijke bemalingsstreng geplaatst om verdunning van de verontreiniging te vermijden. Deze wordt bij het uitvoeren van de nabijgelegen fasen 6, 26 en 27 in stand gehouden als tegenbemaling. 4. De exploitant neemt voor de opstart van de bemaling contact op met de beheerder van de verontreinigingen waarop de bemaling mogelijk een effect zal hebben (OVAM-dossiers 9080, 1847, 21444 en 19016). 5. Voor elke bemalingsfase moet het mogelijk zijn op korte termijn aan te sluiten een WZI wanneer de lozingsvoorwaarden (dreigen te) worden overschreden. 6. De kwaliteit van het bemalingswater wordt bij de opstart van elke bemalingsfase geanalyseerd voor het lozingspunt (na schoonpompen van de bemalingsinstallatie). De te analyseren parameters zijn minstens de stoffen opgenomen in het standaardanalysepakket en de kwantificeerbare PFAS-componenten opgenomen in het WAC_IV_A_025. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende normen. Daarna gebeuren controlemetingen elke twee weken. 7. Bij inzet van een waterzuivering gebeurt de analyse op het effluent van de waterzuivering ter vervanging van de monitoring van het opgepompte bemalingswater als volgt: in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling (te lezen per fase). 8. De analyseresultaten met betrekking tot PFAS worden meegedeeld aan de PFAS-coördinator van stad Antwerpen (mi@antwerpen.be). |
Geadviseerde voorwaarden betreffende de vegetatiewijzigingen
1. Het bijgevoegd advies van het Agentschap Natuur en Bos moet integraal gevolgd worden.
2. Bij het uitvoeren van werken in de periode van 1 april tot 30 juni (broedseizoen) moet men er zich - vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden.
3. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen, dient de aanvrager contact op te nemen met het Agentschap Natuur en Bos via het algemeen emailadres van AVES Antwerpen.