Terug
Gepubliceerd op 08/12/2025

2025_CBS_08850 - Omgevingsvergunning - OMV_2025112553. Lange Lobroekstraat 234. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 05/12/2025 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Patrick Janssens, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Johan Klaps, schepen; Ken Casier, schepen; Karim Bachar, schepen; Stijn De Rooster, schepen; Nathalie van Baren, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur; Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester
2025_CBS_08850 - Omgevingsvergunning - OMV_2025112553. Lange Lobroekstraat 234. District Antwerpen - Goedkeuring 2025_CBS_08850 - Omgevingsvergunning - OMV_2025112553. Lange Lobroekstraat 234. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer:

OMV_2025112553

Gegevens van de aanvrager:

de heer Philippe Cassiers met als contactadres Oosterveldlaan 80 bus 4 te 2610 Antwerpen

Ligging van het project:

Lange Lobroekstraat 234 te 2060 Antwerpen

Kadastrale percelen:

afdeling 7 sectie G nr. 294D2

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

uitbreiden van een meergezinswoning, het vermeerderen van het aantal wooneenheden van 2 naar 3, en het voorzien van een nieuwe unit voor kantoor, dienstverlening en vrije beroepen

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

 

Relevante voorgeschiedenis

-          17/07/1970: vergunning (18#81027) voor een verbouwing.

 

Vergunde toestand

-          meergezinswoning met 2 appartementen;

-          4 bouwlagen onder zadeldak;

-          gelijkvloerse garage, wasplaats en kleine, open koer;

-          voorgevel in lichtgrijze gevelplaketten met buitenschrijnwerk in aluminium.

 

Bestaande toestand

-          meergezinswoning met 4 appartementen;

-          4 bouwlagen onder zadeldak;

-          gelijkvloerse garage verwijderd en garagepoort vervangen door een groot raam;

-          open koer dicht gebouwd;

-          voorgevel in geel parament met een donkergrijze voeg en buitenschrijnwerk in donkerblauw aluminium

 

Nieuwe toestand

-          meergezinswoning met 3 appartementen plus een kantoorruimte/atelier op het gelijkvloers;

-          zadeldak vervangen door een volwaardige daklaag onder plat dak;

-          aanleg van een gemeenschappelijk dakterras bovenop het plat dak van het hoofdvolume;

-          herinrichting van een gelijkvloerse garage voor 1 auto en 4 fietsstalplaatsen;

-          behoud van de dicht gebouwde koer;

-          geïsoleerde voorgevel afgewerkt in lichtgrijs pleisterwerk (de plint in grijze, keramische tegels) en buitenschrijnwerk in antracietkleurig aluminium en pvc.


Inhoud van de aanvraag

-          vermeerderen van het aantal woongelegenheden van 2 naar 3;

-          toevoegen van de functie kantoor;

-          uitbreiden van het volume;

-          wijzigen van de voorgevel;

-          wijzigen van de scheimuren;

-          doorvoeren van interne constructieve werken;

-          aanleggen van een dakterras.

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

 

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

 

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen

15 oktober 2025

21 oktober 2025

Ongunstig

Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen

24 oktober 2025

27 oktober 2025

Voorwaardelijk gunstig

 

 

Interne adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies

Ondernemen en Stadsmarketing / Economie en Toerisme / Investeren

15 oktober 2025

27 oktober 2025

Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering

15 oktober 2025

15 oktober 2025

Stadsontwikkeling/ Mobiliteit

15 oktober 2025

16 oktober 2025

Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Water

15 oktober 2025

28 oktober 2025

 

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

 

(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)

 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening hemelwater op volgende punt:

  • Er is een beperkte uitbreiding ten opzichte van de laatst vergunde toestand, namelijk de oorspronkelijke koer wordt overdekt. Er wordt echter geen herbruik van regenwater voorzien.

-          Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.

-          Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
(De verordening publiciteit kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Gewestelijke publiciteitsverordening 2023)
De gewestelijke publiciteitsverordening is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Algemene bouwverordeningen

-          Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 maart 2024 en in werking getreden op 15 juli 2024.
(De bouwcode kan je raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:

  • Artikel 8 Visuele en vormelijke inpassing: het wijzigen en afwerken van de gevel moet het straatbeeld en de architecturale kwaliteit van het gevelbeeld respecteren of opwaarderen.
  • Artikel 9 Minimale hoogte van ruimten: de kantoor/atelierruimte achteraan het gelijkvloers heeft een hoogte van slechts 2m50 in plaats van de minimaal vereiste 2m60.
  • Artikel 10 Daglichttoetreding, uitzicht en minimale luchttoevoer: de kantoor/atelierruimte achteraan het gelijkvloers beschikt niet over een horizontaal uitzicht. Het ontvangt ook geen rechtstreekse luchttoevoer.
  • Artikel 15 Technische installaties: De warmtepompen op het dak liggen op minder dan 1 m van de perceelsgrens.
  • Artikel 18 Stabiliteit en scheidingsmuren: de scheidingsmuren van het hoofdvolume bezitten geen minimale opstand van 30 cm ten opzichte van het hoogste, aangrenzende dakvlak.
  • Artikel 20 Daken: het nieuw, plat dak van het hoofdvolume heeft een oppervlakte groter dan 20 m² en wordt niet als groendak aangelegd.
  • Artikel 22 Maat van de open ruimte: na de gelijkvloerse functiewijziging en de toename van de bebouwde grondoppervlakte blijft er geen open en onbebouwde ruimte over op het maaiveldniveau, in plaats van de minimaal vereiste 20 % van de perceelsoppervlakte.
  • Artikel 32 POET-principe is leidend: er worden geen extra autoparkeerplaatsen op eigen terrein voorzien.
  • Artikel 33 Fietsparkeren op eigen terrein: de voorziene plaatsen vlak naast de autoparkeerplaats zijn ook weinig comfortabel in gebruik.

-          Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.

(De verordening stedenbouwkundige lasten kan je raadplegen via https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving)

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.

 

Sectorale regelgeving

-          MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

-          Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs worden vastgesteld dat de voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Bijgevolg is het beoordelingskader voor stikstofoxiden veroorzaakt door mobiliteit van toepassing. De stikstofdepositie van het project en de effecten hiervan zijn onderzocht voor de Habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) binnen een straal van 20 km rond het projectgebied. 

De berekende impact(https://www.waterinfo.be/informatieplicht) is lager dan of gelijk aan de minimis-drempel van 1%.

De kritische depositiewaarde ten aanzien van de SBZ-H wordt door het project niet overschreden. Bijgevolg is de opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van de SBZ-H niet vereist. 

-            Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Het voorliggende project is gelegen in een zone waarvoor De Vlaamse Waterweg aangewezen is als adviesinstantie.

Het project is gelegen in een zone met een kleine fluviale overstromingskans (T1000) onder huidig klimaat (score C).

Het project is gelegen in een zone met een kleine pluviale overstromingskans (T1000) onder huidig klimaat (score C).

Het project is niet gelegen in een signaalgebied.
Na onderzoek blijkt dat het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt.

Kijk de score van uw project na op https://www.waterinfo.be/informatieplicht.

Op volgende website worden oplossingen aangereikt om gebouwen te beschermen tegen waterindringing of in het geval van onvermijdbare waterindringing de kans op schade te verkleinen. https://vmm.vlaanderen.be/publicaties/individuele-bescherming-tegen-overstromingen.

-          Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.

-          Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan je raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.

-          Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.

 

Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen

-          Transformatieleidraad: Transformatieleidraad Ruimte geven aan de stad van morgen. Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad dit plan goed.
De transformatieleidraad kan je raadplegen via Transformatieleidraad.

-          Strategische Ruimteplan Antwerpen (SRA): Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad het nieuwe plan goed.
Het strategisch ruimteplan Antwerpen kan je raadplegen via Strategisch Ruimteplan Antwerpen.

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

Functionele inpasbaarheid

De aanvraag is functioneel inpasbaar in de omgeving. De meergezinswoning blijft behouden en blijft verenigbaar met de bestemming woongebied volgens gewestplan.

 

Op het gelijkvloers wordt een kantoor/atelierruimte ingericht.

Gezien de ruimte enkel voorzien wordt van daglichttoetreding via koepels en rechtstreeks zicht dus ontbreekt (bouwcode, artikel 10), is de ruimte niet geschikte als verblijfsruimte.

Bovendien vallen kantoor en atelier niet onder dezelfde hoofdfunctie zoals bepaald in het Besluit van de Vlaamse regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige functiewijzigingen en moet een keuze gemaakt worden voor één hoofdfunctie.

Gelet op de beperkte daglichttoetreding en het gebrek aan zicht, wordt geoordeeld dat het gebruik van de bestaande gelijkvloerse ruimte als kantoor niet wenselijk is. Deze ruimte kan enkel als atelier (bedrijvigheid) gebruikt worden.

Geadviseerd wordt om dit als voorwaarde aan de vergunning te koppelen.

 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

De bestaande vergunde meergezinswoning telt 3 bouwlagen onder een hellend dak. De daklaag wordt gesloopt en vervangen door een volwaardige vierde bouwlaag waarin een bijkomende woonunit wordt ondergebracht.

De Lange Lobroekstraat ter hoogte van de aanvraag wordt gekenmerkt door gebouwen met drie tot vier bouwlagen.

De optopping is afgestemd op de typologie en de grootte van de bebouwing in de omgeving en kan gunstig geadviseerd worden.

 

De oppervlakte van het perceel bedraagt 76 m². In de laatst vergunde toestand was een beperkte koer van 3,5 m² die echter werd dichtgebouwd. De aanvraag omvat dus een volume-uitbreiding maar voorziet niet in minstens 20 % onbebouwde ruimte (bouwcode, artikel 22). De omgeving van de aanvraag is volledig ingenomen door bebouwing waardoor de koer ook volledig ingesloten is en weinig meerwaarde biedt als buitenruimte. Met toepassing van artikel 3 van de bouwcode wordt een afwijking van artikel 22 toegestaan.

 

Er wordt geoordeeld dat de draagkracht van het pand noch van de omgeving met deze vermeerdering met 1 woongelegenheid wordt overschreden. 

 

Visueel-vormelijke elementen

De voorgevel wordt na-geïsoleerd en lichtgrijs bepleisterd. De gelijkvloerse laag wordt hierbij verdiepingshoog betegeld met lichtgrijze keramische tegels.

 

Bij plaatsing van buitengevelisolatie dient er vanuit de zorg voor de architecturale kwaliteit aandacht besteed aan een aantal ontwerpdetails bij het opnieuw bepleisteren van de gevel. Geadviseerd wordt om deze aan de vergunning te koppelen.

 

Bovendien moet rekening gehouden worden met het rooilijndecreet enerzijds en de beoogde verduurzaming van het gebouw anderzijds. Daarom wordt tevens opgelegd om het gevelpakket (isolatie en bepleistering) maximaal te voorzien, met een totale dikte van 14 cm ten opzichte van de gevellijn.

 

De bestaande dorpels zijn uitgevoerd in blauwe hardsteen. De nieuwe dorpels worden niet gespecifieerd maar moeten opnieuw uitgevoerd worden in blauwe hardsteen omdat dit een kenmerk is eigen aan de stedelijke context.

 

Ook de arrière-corps moet behouden blijven. De arrière-corps is een veel voorkomend detail bij aaneengesloten bebouwing. Ter hoogte van de perceelsgrens springt het gevelvlak terug, en dit over de volledige gevelhoogte. Dit levert een verticale ritmering op die percelering in het straatbeeld nuanceert.

 

Wanneer er pleisterwerk is voorzien als gevelmateriaal, worden de randen van bijvoorbeeld raamopeningen voorzien van hoekprofielen. Dergelijke hoekprofielen moeten onzichtbaar worden uitgevoerd. 

 

Wanneer er zich in de bestaande toestand openbare verlichtingsarmaturen (of andere elementen van nutsvoorzieningen) bevinden aan de gevel moeten deze na het uitvoeren van de werken opnieuw gemonteerd worden aan de gevel op een duurzame manier (eventueel met een achterliggende constructie). Deze elementen moeten te allen tijde kunnen hersteld worden of weggenomen worden. Indien nodig wordt hiervoor contact opgenomen met de dienst Openbaar Domein. 

 

Wanneer de nieuwe constructie tot op het openbaar domein komt moet er rekening mee worden gehouden dat het voetpad in de toekomst hersteld kan worden zonder dat er aan de voorgevel ingrepen moeten gebeuren. De nieuwe gevelafwerking, inclusief plint, mag dan ook op geen enkele manier dragen op het openbaar domein, maar moet volledig opgehangen worden aan de achterliggende muur. 

 

Mits het naleven van de bovenvermelde voorwaarden is de visueel-vormelijke inpassing van de aanvraag verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

De warmtepompen op het dak moeten op meer dan 1 meter van de perceelsgrens liggen (bouwcode, artikel 15). Dit moet als voorwaarde aan de vergunning worden gekoppeld.

 

De aanbouw beschikt niet over een opstand van minimaal 30 centimeter ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak (bouwcode, artikel 18). Met het oog op het voorkomen van brandoverslag moeten er eisen gesteld worden aan de dakbedekking. Dit wordt als voorwaarde aan de vergunning gekoppeld. Bovendien wordt het dak niet als groendak aangelegd terwijl er ook geen regenwaterrecuperatie wordt toegepast. De aanleg van een groendak op de optopping moet als voorwaarde aan de vergunning worden gekoppeld.

 

De aanvraag wijkt af van de hemelwaterverordening. De overdekking van de koer is een beperkte uitbreiding ten opzichte van de laatst vergunde toestand. Er wordt echter niet ingezet op hemelwaterrecuperatie. Anderzijds kan redelijkerwijs aangenomen worden dat de beperkte oppervlakte van de koer verhard was en was aangesloten op de riolering. Er wordt bijgevolg verondersteld dat er geen wijziging is ten opzichte van de laatste vergunde toestand.

 

De minimale hoogte van de atelierruimte achteraan het gelijkvloers heeft een hoogte van slechts 2,50 m in plaats van de minimaal vereiste 2,60 m (bouwcode, artikel 9). Uit het plan van de laatst vergunde toestand uit 1970 kan echter afgeleid worden dat minstens ter hoogte van het deel van de entresol een verlaagd plafond gestoken is. De vrije hoogte dient hier hersteld te worden. Geadviseerd wordt om dit als voorwaarde aan de vergunning te koppelen.

 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

 

De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 32 van de bouwcode van kracht sinds 15 juli 2024, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding, wijzigen van het aantal wooneenheden en wijziging tussen de gedefinieerde subfuncties in paragraaf 3. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.

 

De aanvraag betreft het uitbreiden van een meergezinswoning, het vermeerderen van het aantal wooneenheden van 2 naar 3, en het voorzien van een nieuwe unit voor kantoor, dienstverlening en vrije beroepen.

 

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 1 parkeerplaats.

 

De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding en/of functiewijziging.

In de laatst vergunde toestand zijn er 2 appartementen en een garage.

Dit wordt verbouwd naar 3 appartementen, een kantoorruimte en een garage.

Bij projecten tot en met 5 wooneenheden is de parkeernorm 1:

-          1 bijkomende wooneenheid: parkeerbehoefte = 1;

-          De gelijkvloerse functie bedrijvigheid genereert met 25 m² geen parkeerbehoefte (0)

De werkelijke parkeerbehoefte is 1.

 

De plannen voorzien in 0 bijkomende nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

De vergunde parkeerplaats blijft behouden.

Er wordt geen bijkomende parkeerplaats voorzien.

 

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.

 

De aanvraag omvat een optopping waarin een bijkomende woonunit wordt ondergebracht ten opzichte van de laatst vergunde toestand. De oppervlakte van het perceel is beperkt en laat de realisatie van een bijkomende autostalplaats niet toe.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 1.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1 – 0 = 1.

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 1 plaats.

 

Fietsvoorzieningen:

Voor het bijkomend appartement met 1 slaapkamer moeten 2 fietsenstallingen voorzien worden.

Er wordt een fietsenstalling ingericht voor 4 fietsen in de garage.

Deze zijn niet bereikbaar als er een auto geparkeerd staat, en voldoet daarom niet als fietsenstalling.

 

Er moet een fietsenstalling ingericht worden voor 2 fietsen die altijd vlot bereikbaar is.

 

De dienst Mobiliteit geeft advies met volgende voorwaarden:

  • Er moet een fietsenstalling ingericht worden voor 2 fietsen die altijd vlot bereikbaar is.

 

Het advies wordt bijgetreden. Er is voldoende ruimte voorhanden op het gelijkvloers om een fietsenstalling in te richten.

 

Advies aan het college

 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.

2. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

3. De isolatie plus afwerkingsmateriaal is met een totale dikte van 14 centimeter ten opzichte van de rooilijn uit te voeren.

4. De dorpels moeten uitgevoerd worden in natuursteen of architectonisch beton en moeten minstens 5 centimeter uitsteken voorbij het gevelvlak na het uitvoeren van de werken.

5. De arrière-corps, het terugspringend gedeelte van het gevelvlak ter hoogte van de perceelsgrens, is te behouden en vrij te laten van materiaal en isolatie. De arrière-corps moet ook doorgetrokken worden in de optopping.

6. De hoekprofielen die inherent zijn aan het gevelpleisterwerk, zijn onzichtbaar uit te voeren.

7. De elementen voor straatverlichting of nutsvoorzieningen die zich aan de gevel bevinden in de bestaande toestand, zijn integraal te verplaatsen.

8. De nieuwe constructie moet aansluiten op het openbaar domein op die manier dat toekomstige werkzaamheden aan het openbaar domein kunnen plaatsvinden los van herstelwerken aan de nieuwe constructie.

9. De warmtepompen moeten conform artikel 15 van de bouwcode op minstens 1,00 meter afstand van de perceelsgrens gepositioneerd worden.

10. De delen van het dak van de optopping die niet aangelegd worden als dakterras moeten aangelegd worden als groendak

11. Het gedeelte van het dak, gelegen naast de scheidingsmuren die geen opstand hebben van minimaal 0,30 meter ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak, is te voorzien van een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed voorzien tussen het groendak en de scheidingswand.

12. Er moet een fietsenstalling ingericht worden voor 2 fietsen die altijd vlot bereikbaar is.

13. Alle werken, handelingen en wijzigingen met betrekking op het voorzien van een verlaagd plafond op het gelijkvloers ter hoogte van de entresol, wordt van de vergunning uitgesloten.

14. Alle werken, handelingen en wijzigingen met betrekking tot het voorzien van een kantoorruimte op het gelijkvloers worden van de vergunning uitgesloten. Deze ruimte kan enkel als atelierruimte (bedrijvigheid) gebruikt worden.

Fasering

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

25 september 2025

Volledig en ontvankelijk

13 oktober 2025

Start openbaar onderzoek

geen

Einde openbaar onderzoek

geen

Beslissing aanvaarding wijzigingsaanvraag

20 oktober 2025

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste beslissingsdatum

12 december 2025

Verslag GOA

24 november 2025

Naam GOA

Axel Devroe


Wijzigingsverzoeken

De aanvrager heeft één of meerdere verzoeken ingediend om zijn oorspronkelijke dossier te wijzigen.

Minstens één van die verzoeken werd aanvaard, waardoor de aanvaarde wijzigingen mee beoordeeld worden.

Onderzoek

De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:

 

Algemene voorwaarden

de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.

 

Stedenbouwkundige voorwaarden

1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.

2. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

3. De isolatie plus afwerkingsmateriaal is met een totale dikte van 14 centimeter ten opzichte van de rooilijn uit te voeren.

4. De dorpels moeten uitgevoerd worden in natuursteen of architectonisch beton en moeten minstens 5 centimeter uitsteken voorbij het gevelvlak na het uitvoeren van de werken.

5. De arrière-corps, het terugspringend gedeelte van het gevelvlak ter hoogte van de perceelsgrens, is te behouden en vrij te laten van materiaal en isolatie. De arrière-corps moet ook doorgetrokken worden in de optopping.

6. De hoekprofielen die inherent zijn aan het gevelpleisterwerk, zijn onzichtbaar uit te voeren.

7. De elementen voor straatverlichting of nutsvoorzieningen die zich aan de gevel bevinden in de bestaande toestand, zijn integraal te verplaatsen.

8. De nieuwe constructie moet aansluiten op het openbaar domein op die manier dat toekomstige werkzaamheden aan het openbaar domein kunnen plaatsvinden los van herstelwerken aan de nieuwe constructie.

9. De warmtepompen moeten conform artikel 15 van de bouwcode op minstens 1,00 meter afstand van de perceelsgrens gepositioneerd worden.

10. De delen van het dak van de optopping die niet aangelegd worden als dakterras moeten aangelegd worden als groendak

11. Het gedeelte van het dak, gelegen naast de scheidingsmuren die geen opstand hebben van minimaal 0,30 meter ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak, is te voorzien van een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed voorzien tussen het groendak en de scheidingswand.

12. Er moet een fietsenstalling ingericht worden voor 2 fietsen die altijd vlot bereikbaar is.

13. Alle werken, handelingen en wijzigingen met betrekking op het voorzien van een verlaagd plafond op het gelijkvloers ter hoogte van de entresol, wordt van de vergunning uitgesloten.

14. Alle werken, handelingen en wijzigingen met betrekking tot het voorzien van een kantoorruimte op het gelijkvloers worden van de vergunning uitgesloten. Deze ruimte kan enkel als atelierruimte (bedrijvigheid) gebruikt worden.

 

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.