Terug
Gepubliceerd op 08/12/2025

2025_CBS_08577 - Omgevingsvergunning - OMV_2025062153. Belgiëlei 143. District Antwerpen - Weigering

college van burgemeester en schepenen
vr 05/12/2025 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Patrick Janssens, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Johan Klaps, schepen; Ken Casier, schepen; Karim Bachar, schepen; Stijn De Rooster, schepen; Nathalie van Baren, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur; Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester
2025_CBS_08577 - Omgevingsvergunning - OMV_2025062153. Belgiëlei 143. District Antwerpen - Weigering 2025_CBS_08577 - Omgevingsvergunning - OMV_2025062153. Belgiëlei 143. District Antwerpen - Weigering

Motivering

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer:

OMV_2025062153

Gegevens van de aanvrager:

VZW Ohel - Jakov met als adres Lamorinièrestraat 2 te 2018 Antwerpen

Gegevens van de exploitant:

de heer Shie Silberman met als contactadres Lamorinièrestraat 2 te 2018 Antwerpen

Ligging van het project:

Belgiëlei 143 te 2018 Antwerpen

Kadastrale percelen:

afdeling 6 sectie F nrs. 1346C5, 1346N4, 1346D5 en 1346G5

waarvan:

 

-     20250429-0079

afdeling 6 sectie F nr. 1346G5 (Belgiëlei 143)

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorwerp van de aanvraag:

deels slopen en verbouwen van een pand met de functie bedrijvigheid naar de functie gemeenschapsvoorziening, exploiteren van een warmtepomp

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

 

Relevante voorgeschiedenis 

-     30/11/2018: vervallen vergunning (OMV_2018097651) voor het tijdelijk wijzigen van de functie kantoor met werkplaatsen naar dagrecreatie;

-     01/09/1994: vergunning (86#940726) voor het renoveren van een appartementsgebouw;

-     24/07/1953: toelating (18#31178) voor het plaatsen van een benzinepomp met galg;

-     29/05/1953: toelating (18#31112) voor binnenveranderingen.

 

Vergunde toestand

-     gelijkvloerse kantoorruimte aan de straatkant met een doorrit naar achterliggende garage, werkplaatsen en magazijn, plus bovenliggende bergruimtes op de tussenverdieping;

-     bovenliggende appartementen aan de straatkant maken geen deel uit van de aanvraag;

-     6 bouwlagen onder plat dak aan de straatkant en een achterbouw van 1 tot 2 bouwlagen onder hellend dak.

 

Nieuwe toestand

-     inrichting van de functie gemeenschapsvoorziening: bibliotheek met leeszaal en studieruimte (geen gebedsruimte);

-     inpandige fietsenstalling plus autostalplaats voor 1 auto;

-     beperkte ontpitting achteraan het perceel;

-     beperkte uitbreiding van het perceel (24 m²) ter hoogte van perceel Isabellalei 68;

-     doorgang naar naastliggende openluchtparking in binnengebied in functie van een evacuatieweg;

-     gelijkvloerse voorgevel in donkerblauw geschilderde sierpleister met buitenschrijnwerk in donkerblauw pvc;

-     plint in wit geschilderde natuursteen.

 

Inhoud van de aanvraag 

-     slopen van een deel van het volume achteraan het perceel;

-     wijzigen van de functie bedrijvigheid naar gemeenschapsvoorziening;

-     wijzigen van de voorgevel;

-     wijzigen van de scheimuren;

-     doorvoeren van interne constructieve werken.

 

Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten

 

Inhoud van de aanvraag

Het voorwerp van de aanvraag betreft de exploitatie van een warmtepomp.

 

Aangevraagde rubriek(en)

 

Aangevraagde rubriek(en) Belgiëlei 143
 

Rubriek

Omschrijving

Gevraagd voor

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW.

39,90 kW

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

 

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

 

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken - ASTRID

27 juni 2025

22 juli 2025

Voorwaardelijk gunstig

Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen

27 juni 2025

8 juli 2025

Ongunstig

Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) - Watertoets

27 juni 2025

11 augustus 2025

Gunstig

 

Interne adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies

Ondernemen en Stadsmarketing / Economie en Toerisme / Investeren

27 juni 2025

14 juli 2025

Sociale Dienstverlening/ Gemeenschapsvorming/ Ontmoeting/ Levensbeschouwingen

27 juni 2025

3 juli 2025

Stadsontwikkeling/ Mobiliteit

27 juni 2025

3 juli 2025

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

 

(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)

 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

-     Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023) 
De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.

-     Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening toegankelijkheid op volgend punt:

  • Artikel 30: het aangepast toilet is te klein, de deur wordt niet in de korte zijde geplaatst en de deur draait niet naar buiten open. Het aangepast toilet moet conform artikels 30 en 31 van de verordening Toegankelijkheid worden ingericht.

-     Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
(De verordening publiciteit kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Gewestelijke publiciteitsverordening 2023)
De gewestelijke publiciteitsverordening is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Algemene bouwverordeningen

-     Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

-     Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 maart 2024 en in werking getreden op 15 juli 2024.  
(De bouwcode kan je raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:

  • Artikel 10 Daglichttoetreding, uitzicht en minimale luchttoevoer: zowel bureauruimte 2, 3 en 4, de kantoorruimte naast de vestiaire als de leeszaal ontvangen geen of onvoldoende lichtinval en luchttoevoer.
  • Artikel 19 Afvalberging: de afvalberging wordt niet voorzien van een verluchting.
  • Artikel 22 Maat van de open ruimte: na de functiewijziging is er slechts 134 m² open en onbebouwde ruimte op het maaiveldniveau in plaats van de minimaal vereiste 250 m² of 20% van de totale perceeloppervlakte.

-     Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024. 

(De verordening stedenbouwkundige lasten kan je raadplegen via https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving)

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.

 

Sectorale regelgeving

-     MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

-     Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het stikstofdecreet.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs geoordeeld worden dat voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Het beoordelingskader uit het decreet is dus van toepassing. De berekende impactscore is kleiner dan of gelijk aan 1%. De opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van SBZ-H is niet vereist. 

-     Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit). 
Het voorliggende project is gelegen in een zone waarvoor de Vlaamse Milieumaatschappij aangewezen is als adviesinstantie.

Het project is gelegen in een zone met een kleine pluviale overstromingskans (T1000) onder huidig klimaat (score C).

Het project is gelegen in een zone met een kleine fluviale overstromingskans (T1000) onder huidig klimaat (score C).

Het project is niet gelegen in een signaalgebied.

Na onderzoek blijkt dat het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt.

(Kijk de score van jouw project na op https://www.waterinfo.be/informatieplicht)

-     Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.

-     Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan je raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.

-     Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009. 
(De VCRO kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen

-     Transformatieleidraad: Transformatieleidraad Ruimte geven aan de stad van morgen. Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad dit plan goed.
De transformatieleidraad kan je raadplegen via Transformatieleidraad.

-     Strategische Ruimteplan Antwerpen (SRA): Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad het nieuwe plan goed.
Meer info kan je raadplegen via Strategisch Ruimteplan Antwerpen.

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

Functionele inpasbaarheid

Voorliggende aanvraag betreft een functiewijziging van bedrijvigheid naar gemeenschapsvoorziening.

Gezien de functiewijziging van bedrijvigheid naar gemeenschapsvoorziening werd advies gevraagd aan de stedelijke dienst Economie en Toerisme / Investeren.

Het advies is ongunstig en leest als volgt:

De aanvraag betreft de inrichting van een gemeenschapsvoorziening in een bestaand gebouw.

Het project omvat te veel onduidelijkheden om een advies te kunnen uitbrengen

  1. vergunde functie: volgens het dossier is het gelijkvloers vergund als werkplaats en woning, op andere plannen staat dan weer kantoor en warenhuis / winkel en op basis van de vergunningsoverzicht is er sprake van een recreatieve invulling.
  2. van het winkelpand / warenhuis is er geen vergunning terug te vinden noch is er een kleinhandelsvergunning afgeleverd ook al is de winkeloppervlakte groter dan 400 m².
  3. als de vergunde toestand een woning en werkplaats is dewelke verbouwd wordt tot gemeenschapsdienst dan is voor het dossier ook een ruimtelijke economische nota vereist conform artikel 31/2 van de bouwcode. Dit document ontbreekt in het dossier.
  4. de vergunning voor de recreatie was een tijdelijke vergunning tot 13 augustus 2021 waarna het pand in zijn oorspronkelijke staat hersteld moest worden. Er is geen info in het dossier of dit gebeurd is, inzonderheid daar er daarna een winkel / warenhuis in het pand werd uitgebaat zonder vergunning.
  5. er is slechts beperkte info met betrekking tot de openingstijden, aantal aanwezigen, gebruik (enkel bibliotheek?) terwijl in de beschrijving wel sprake is van leslokalen en opleiding
  6. door de onduidelijkheid rond de vergunde functie is een inschatting of er ook een ontpitting moet gebeuren van het perceel niet mogelijk zoals voorzien is in de bouwcode.

Door de diverse vragen wordt er voor het dossier een ongunstig advies gegeven.”

Onderzoek wijst uit dat de laatst vergunde toestand een gelijkvloerse kantoorruimte aan de straatzijde omvat met doorrit naar achterliggende garage, werkplaatsen en magazijn, en bovenliggende bergruimtes op de tussenverdieping. De laatst vergunde toestand betreft dus bedrijvigheid. 

Het klopt dat de economische nota vereist conform artikel 31§2 van de bouwcode ontbreekt. Echter stelt het artikel 31§2 dat de nota enkel van toepassing is voor functiewijzigingen van een gebouw of gebouwen met de functie industrie en bedrijvigheid naar wonen. Gezien het de gewenste functie gemeenschapsvoorziening is, is de nota niet van toepassing.

Het advies wordt niet bijgetreden.

 

Voorliggende aanvraag werd ter advies aan de stedelijke dienst Levensbeschouwingen voorgelegd. Het advies leest als volgt:

“De aanvrager betreft de vzw Ohel Yakov (KBO 0471.474.537; MZ Lamorinièrestraat 2). De vzw richt zich op voortgezet religieus onderwijs voor volwassen mannen.

De panden in de Isabellalei 76 en Belgiëlei 143 werden aangekocht met de ambitie hier een volwaardige kolel of orthodox joods leerinstituut in te richten.

Gedurende 15 jaar gebeurde deze onderwijsactiviteit op de eerste verdieping van de Machsike-hoofdsynagoge (Oostenstraat 42), daarna in de Bobov-synagoge (Lamorinièrestraat 66) en sinds een 2-tal jaren in de Pshevorsk-synagoge (Mercatorstraat 56-62).

De beoogde functie is het inrichten van een bibliotheek met studieruimtes die dagelijks tussen 9.00 en 19.00 uur gebruikt zal worden. De aanvraag stelt expliciet dat er geen gebedsmomenten of gebedsruimten worden voorzien.

… ”

Het advies werd voorwaardelijk gunstig opgeladen. Door het ontbreken van bijkomende voorwaarden, kan het gunstig gelezen worden.

 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

De voorgestelde werken beperken zich hoofdzakelijk tot het vergunde volume.

Het hoofdvolume aan de straatzijde blijft behouden en de bouwdiepte van de achterliggende loods verminderd van 50,04 m naar 44,43 m.

Een dergelijke bouwdiepte is nog steeds uitzonderlijk fors.

 

Het gelijkvloerse programma bestaat uit kantoorruimte aan de straatzijde onder het hoofdvolume. Bureauruimtes 2, 3 en 4 en de ruimte naast de vestiaire zijn volledige ingesloten en hebben echter geen daglichttoetreding (bouwcode, artikel 10). Dit zijn ruimtes waar men langere tijd verblijft en er dient dus voldaan te worden aan de minimale eisen van leefkwaliteit.

 

In de achterliggende loods wordt vervolgens een overdekt parkeerzone voorzien voor het stallen van 66 fietsen en 1 wagen. Deze is toegankelijk via de doorrit vanaf straatzijde. Hier bevindt zich ook de inkom van bibliotheek en leeszaal.

 

Het resterende volume van de loods wordt ingericht met een leeszaal en bibliotheek.

De leeszaal van 105 m² grenst aan de overdekte parkeerzone. Deze heeft geen rechtstreeks daglichttoetreding (bouwcode, artikel 10) en neemt enkel indirect licht via de overdekte parkeerzone.

Dit uitzicht en gebrek aan daglicht is weinig kwalitatief voor dergelijke verblijfsruimte.

 

Achter de leeszaal ligt een bibliotheek van 272 m² met annex studieruimte over 2 bouwlagen. Dit is de enige ruimte met een raampartij op de achterliggende buitenruimte waar een warmtepompinstallatie wordt voorzien.

Ondanks het feit dat de beglaasde oppervlakte 37 m² bedraagt, wordt geoordeeld dat door de forse diepte van meer dan 23 m en de éénzijdige oriëntatie ook hier de daglichttoetreding onvoldoende kwalitatief is (bouwcode, artikel 10). Bijkomend heeft de naastliggende studieruimte met zelfde bouwdiepte een vrije hoogte van 2,56 m (artikel 9 bouwcode).

 

Ondanks de voorliggende functiewijziging wordt een minimaal deel, ongeveer 7,5%, van de loods in de achterbouw afgebroken om meer open ruimte te bekomen.

Dit is ruim minder dan de vooropgestelde minimale 20% (bouwcode, artikel 22).

Er wordt 134 m² open ruimte voorzien in plaats van de minimaal vereiste 251 m².

Het voorzien van open ruimte op het maaiveldniveau vergroot de leefbaarheid binnen de bouwblokken voor gebruikers en bewoners.

Bijkomend wordt opgemerkt dat 26 m² van deze open ruimte ontstaat door het afbreken van een aangrenzend volume wat ontsloten wordt via de Isabellalei 76. Hier werden geen gegevens over aangeleverd. 

 

Gelet op de reeds aangehaalde strijdigheden met betrekking tot daglichttoetreding (bouwcode, artikel 10) en beperkte vrije hoogte (bouwcode, artikel 9) is er geen reden om af te wijken op artikel 22 van de bouwcode. Het voorzien van meer ontpitting op het perceel kan net aanleiding geven tot een betere daglichttoetreding en betere verblijfskwaliteit in de aanpalende verblijfsruimtes.

Geadviseerd wordt om de aanvraag te weigeren.

 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

Er wordt in de aanvraag geen afvalberging voorzien conform artikel 19 van de bouwcode.

 

De aanvraag is strijdig met artikels 30 en 31 van de verordening toegankelijkheid wat minimale afmetingen voor het voorzien van een aangepast toilet oplegt. Het voorgestelde ontwerp voldoet hier niet aan.

 

Bovenstaande strijdigheden vergen verregaande planmatige aanpassingen en kunnen niet in voorwaarden opgenomen worden.

Geadviseerd wordt de aanvraag te weigeren.

 

Door brandweer werd een ongunstig advies afgeleverd. Dit advies maakt gewag van een groot aantal tekortkomingen in de voorliggende aanvraag. Deze tekortkomingen kunnen niet in voorwaarden worden opgelegd en vereisen essentiële aanpassingen aan de voorliggende aanvraag. Ingevolge het advies van Brandweer dient de voorliggende aanvraag ongunstig geadviseerd te worden. 

 

Gezien de hoge onthaalcapaciteit van de gelijkvloerse en de eerste verdieping werd advies gevraagd aan de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken ASTRID. De commissie beslist dat er in alle publiek toegankelijke delen en ruimtes van het gelijkvloers en de eerste verdieping ASTRID indoordekking dient aanwezig te zijn. Gelet op het advies om de aanvraag te weigeren, kan deze niet in voorwaarde bij de vergunning worden opgelegd.

 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

 

De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 32 van de bouwcode van kracht sinds 15 juli 2024, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding, wijzigen van het aantal wooneenheden en wijziging tussen de gedefinieerde subfuncties in paragraaf 3. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.

 

De aanvraag betreft het deels slopen en verbouwen van een pand met de functie bedrijvigheid naar de functie gemeenschapsvoorziening, exploiteren van een warmtepomp.

Het project ligt in centrumgebied op minder dan 800 m van een regionale knoop. De bijhorende parkeernormen uit de bouwcode worden gehanteerd.

 

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 7 parkeerplaatsen.

De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding en of functiewijziging.

Het kantoor met werkplaats op het gelijkvloers wordt verbouwd naar een gemeenschapsfunctie: bibliotheek/leeszaal voor de Joodse gemeenschap

 

In de bibliotheek/leeszaal zullen dagelijks 48 bezoekers komen. Indien we hier de norm van een gebedshuis op toepassen dan komen we uit op een behoefte van 7 parkeerplaatsen (0,15 x 48).

 

De werkelijke parkeerbehoefte is 7.

 

De plannen voorzien in 1 nuttige autostal- en autoparkeerplaats.

 

Als de schuine wand van de naastgelegen berging weggehaald kan worden zou de parkeerplaats haakser kunnen worden ingericht en kan er beter gekeerd worden om terug voorwaarts weg te rijden.

Er is dan misschien ook ruimte voor een 2de parkeerplaats.

 

Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 6 – 14 = 0.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 7 – 1 = 6.

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

De berekende parkeerbehoefte van het nieuwe project kan verminderd worden met het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbaar domein. Dit op voorwaarde dat realisatie niet mogelijk is.

 

De bestaande behoefte voor het kantoor van 275 m² komt met een verlaagde norm van 0,77 ppl/100 m² neer op 2 parkeerplaatsen. De bestaande behoefte voor de werkplaats van 873 m² komt met een verlaagde norm van 1,33 ppl/100 m² neer op 12 parkeerplaatsen.

Het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbaar domein is 14 (2 + 12).

Het bijgestelde aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 6 - 14 = 0.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus niet van toepassing.

 

Fietsvoorzieningen:

In het totaal kunnen er 176 mensen toegelaten worden in de bibliotheek en de leeszaal. Als we ervan uitgaan dat 1/3de met de fiets moet kunnen komen dan moeten er 59 fietsstalplaatsen voorzien worden.

Er worden 66 fietsstalplaatsen voorzien. De afstand tussen haakse fietsstalplaatsen moet 60 cm bedragen.

 

De dienst Mobiliteit geeft advies met volgende voorwaarden:

-     De afstand tussen haakse fietsstalplaatsen moet 60 cm bedragen.

-     Inrichting parkeerplaats te herbekijken zodat er vlotter voorwaarts kan wegereden worden

 

Gelet op het advies om de vergunning niet te verlenen worden bovenstaande voorwaarden niet opgenomen.

 

Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu

 

De aanvrager wenst de warmtepomp in de achtertuin te plaatsen, minimaal op 1 meter afstand van de perceelsgrens en zal deze in hout omkasten. Deze warmtepomp zal gebruikt worden ter opwarming van een bibliotheek met studieruimtes. Het maximale geluidsniveau ter hoogte van de warmtepomp bedraagt 61 dB(A). Op 10 meter afstand reduceert dit naar maximaal 50 dB(A). Het maximale opgenomen elektrisch vermogen bedraagt 39,9 kW. Het gebruikte koelmiddel is R290 met een aardopwarmingsvermogen (GWP) van 3. Om de kans op lekken te minimaliseren, zullen de warmtepompen regelmatig onderhouden worden. 

 

De exploitant dient te allen tijde te voldoen aan de milieukwaliteitsnormen voor geluid in openlucht, zoals bepaald in hoofdstuk 4.5 van Vlarem II. Omdat de warmtepomp in de tuin wordt geplaatst in een dichtbewoonde omgeving, de warmtepomp op 10 meter afstand een geluid produceert van 50 dB(A) en de milieukwaliteitsnorm voor geluid in openlucht in een woongebied 45 dB(A) (overdag) en 40 dB(A) (’s nachts) bedraagt, wordt alsnog een bijkomende bijzondere voorwaarde opgelegd. Indien de warmtepomp de geluidsnorm overschrijdt, dienen er extra maatregelen genomen te worden om de geluidshinder te minimaliseren zoals bijvoorbeeld de plaatsing van een akoestische omkasting en/of de plaatsing van de installatie op het dak.

Vanwege het onlosmakelijk verband met het stedenbouwkundig luik wordt het verlenen van de rubriek van de warmtepomp als ongunstig geacht.

 

Advies aan het college

 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te weigeren, omwille van onverenigbaarheden met een goede ruimtelijke ordening en het ongunstig advies van de brandweer.

 

Advies over de ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Aan het college wordt geadviseerd de vergunning te weigeren gezien het onlosmakelijk verband met het stedenbouwkundig luik.

Fasering

 

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

30 mei 2025

Volledig en ontvankelijk

27 juni 2025

Start 1e openbaar onderzoek

7 juli 2025

Einde 1e openbaar onderzoek

5 augustus 2025

Beslissing toepassing administratieve lus

21 augustus 2025

Start laatste openbaar onderzoek

31 augustus 2025

Einde laatste openbaar onderzoek

29 september 2025

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste beslissingsdatum

9 december 2025

Verslag GOA

17 november 2025

Naam GOA

Axel Devroe en Bieke Geypens

 

Administratieve lus

 Op de aanvraag werd een administratieve lus toegepast, omwille van de volgende reden(en):De melding van de affichage van de verstrekte aanplakbiljetten dient in het Omgevingsloket plaats te vinden ten allerlaatste op de laatste kalenderdag voorafgaand aan de officiële startdatum van het openbare onderzoek, hetgeen hier neerkomt op 6 juli 2025 of eerder.

 

In deze vond betreffende melding slechts plaats op 7 juli 2025, minimaal 1 kalenderdag te laat, waardoor er ontegenzeglijk sprake is van een procedurefout en dus een administratieve lus vereist is (met de nodige opnieuw te organiseren stappen tot gevolg).

Onderzoek

De aanvraag werd onderworpen aan 2 openbare onderzoeken. Er werden standpunten, opmerkingen en/of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.

 

Bespreking van de bezwaren

Bezwaren uit vorige openbare onderzoeken over de aanvraag, die nog relevant zijn, worden hier ook besproken.

 

1. Toekomstige invulling: het bezwaar stelt dat de mogelijke (toekomstige) andere invullingen van de functie gemeenschapsvoorziening tot meer overlast zouden kunnen leiden. Enkele bezwaarschriften gaan er ook van uit dat er een school wordt ingericht.
Beoordeling: Voorliggende aanvraag omvat het voorzien van een bibliotheek met studieruimtes.
Een aanvraag wordt vergund conform de bij de bouwaanvraag ingediende plannen en de aanvrager is verplicht de werken uit te voeren volgens deze plannen. Indien bovendien in de toekomst een andere invulling gewenst zou zijn, die eveneens onder de functie ‘gemeenschapsvoorziening’ zou vallen en waarbij vergunningsplichtige werken te pas komen, dan zal deze onderdeel van een nieuwe omgevingsaanvraag moeten uitmaken.
Het bezwaar is ongegrond.
 

2. Overlast: het bezwaar dat het voorzien van een school (al dan niet met synagoge of gebedsruimte) in binnengebied zal leiden tot overlast.
Beoordeling: Voorliggende aanvraag omvat het voorzien van een bibliotheek met studieruimtes. Deze invulling wordt verkeerdelijk geïnterpreteerd als school. De beschrijvende nota vermeld ook duidelijk dat er geen gebedsruimte voorzien wordt. Gelet op bovenstaande kan gesteld worden dat de invulling met bibliotheek en studieruimte geen (geluids-) overlast met zich zal meebrengen.
Een aanvraag wordt vergund conform de bij de bouwaanvraag ingediende plannen en de aanvrager is verplicht de werken uit te voeren volgens deze plannen.
Het bezwaar is ongegrond.
 

3. Geluidsoverlast: het bezwaar stelt dat de nieuwe functie (gemeenschapsvoorziening) zal zorgen voor geluidsoverlast in het binnengebied. Ze vrezen dat de functie andere nevenactiviteiten zoals bijeenkomsten en erediensten, ’s avonds of in de weekends, met zich kan meebrengen, die voor geluidsoverlast zullen zorgen.
Beoordeling: Het bezwaar omtrent geluidsoverlast is hypothetisch en niet omgevingstechnisch van aard. Geluidsoverlast wordt bovendien politioneel geregeld. Ook de vrees dat er andere bijeenkomsten of nevenactiviteiten zullen worden georganiseerd is louter hypothetisch en niet omgevingstechnisch van aard.
Het aangeleverde advies van de stedelijke dienst Levensbeschouwing vermeldt dat de beoogde invulling met bibliotheek en studieruimtes dagelijks tussen 9.00 uur en 19.00 uur gebruikt zal worden.
Vanuit een goed nabuurschap is het evident dat overlast, van welke aard dan ook, steeds beperkt wordt. Dit betreft echter geen stedenbouwkundig aspect.
Het bezwaar is ongegrond.
 

3. Verlies van privacy: Het bezwaar stelt dat het beoogde programma privacyhinder zal veroorzaken.
Beoordeling: Enkel achteraan het perceel wordt open ruimte voorzien. De afstand tussen de bebouwing in de schil van het bouwblok en deze open ruimte bedraagt 44 m. Inkijk of privacyhinder is bijgevolg niet van toepassing.
Het bezwaar is ongegrond.
 

4. Sociale verstoring: Het bezwaar dat het beoogde programma aanleiding zal geven tot sociale verstoring.
Beoordeling: Het bezwaar omtrent sociale verstoring betreft niet aantoonbare, subjectieve elementen die niet van vergunningstechnische aard zijn en die bijgevolg niet mee in afweging kunnen genomen worden bij de beoordeling van voorliggend project. Er is niet noodzakelijk een causaal verband tussen voorliggend project en de te verwachten overlast zoals omschreven in het bezwaarschrift.
Het bezwaar is ongegrond.
 

5. Gebrek aan transparantie: Het bezwaar stelt dat de aangeleverde informatie onduidelijk is over bezoekersaantallen, openingsuren en geluidsnormen waardoor mogelijke overlast moeilijk zou kunnen ingeschat worden.
Beoordeling: Het aangeleverde advies van de stedelijke dienst Levensbeschouwing vermeldt dat de beoogde invulling met bibliotheek en studieruimtes dagelijks tussen 9.00 uur en 19.00 uur gebruikt zal worden. Gelet op de oppervlakte heeft de functie een maximale bezetting van 176 personen maar in werkelijkheid rekent men aan 48 bezoekers per dag. De aanvraag stelt ook expliciet dat er geen gebedsmomenten of gebedsruimten worden voorzien. Aan de hand van bovenstaande info kan mogelijke overlast (parkeerdruk enzovoort) voldoende ingeschat worden.
Het bezwaar is ongegrond.

 

6. Het bezwaar dat de vergunningsaanvraag niet beantwoordt aan brandveiligheid: Het bezwaar dat de voorliggende aanvraag een risico zal vormen voor de buurt inzake brandveiligheid.
Beoordeling: De aanvraag werd ter advies voorgelegd aan de brandweer. Zij verleenden een ongunstig advies. Er kan gesteld worden dat voorliggende aanvraag niet beantwoordt aan de brandnormen waardoor de aanvraag geweigerd dient te worden.
Het bezwaar is gegrond.
 

7. Procedure: het bezwaar stelt dat de functiewijziging van bedrijvigheid naar gemeenschapsvoorziening onvoldoende beargumenteerd wordt.
Beoordeling: Het klopt dat de vereiste economische nota, conform artikel 31§2 van de bouwcode, ontbreekt in voorliggende aanvraag. Echter stelt het artikel 31§2 dat de nota enkel van toepassing is voor functiewijzigingen van een gebouw of gebouwen met de functie industrie en bedrijvigheid naar wonen. Gezien de gewenste functie gemeenschapsvoorziening is, is de nota niet van toepassing.
Het bezwaar is ongegrond.
 

8. Procedure: het bezwaar dat de functie gemeenschapsvoorziening niet wenselijk is.
Beoordeling: De functiewijziging naar gemeenschapsvoorziening in voorliggende aanvraag is niet strijdig met het gewestplan (Koninklijk besluit van 1979 en latere wijzigingen). De aanvraag werd ter advies voorgelegd aan de bevoegde instanties. De inpassing van de functie gemeenschapsvoorziening in het stedelijk weefsel is wenselijk en draagt bij tot een leefbare omgeving en een stedelijke verweving van functies.
Het bezwaar is ongegrond. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij:

 

-     de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt;

-     het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning te weigeren.

Artikel 3

De plannen waarvan het overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, maken integraal deel uit van dit besluit.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.