Terug
Gepubliceerd op 08/12/2025

2025_CBS_08842 - Omgevingsvergunning - OMV_2025072000. Moerstraat 8. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 05/12/2025 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Patrick Janssens, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Johan Klaps, schepen; Ken Casier, schepen; Karim Bachar, schepen; Stijn De Rooster, schepen; Nathalie van Baren, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur; Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester
2025_CBS_08842 - Omgevingsvergunning - OMV_2025072000. Moerstraat 8. District Antwerpen - Goedkeuring 2025_CBS_08842 - Omgevingsvergunning - OMV_2025072000. Moerstraat 8. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer:

OMV_2025072000

Gegevens van de aanvrager:

BV SCHMIDT BELGIUM met als contactadres Moerstraat 8 te 2030 Antwerpen

Gegevens van de exploitant:

BV SCHMIDT BELGIUM (0408080285) met als contactadres Moerstraat 8 te 2030 Antwerpen

Ligging van het project:

Moerstraat 8 te 2030 Antwerpen

Kadastrale percelen:

afdeling 18 sectie E nrs. 211C3, 211/2_ en 211A2

waarvan:

 

-          20190927-0022

afdeling 18 sectie E nrs. 211/2_, 211A2 en 211C3 (SCHMIDT BELGIUM BVBA)

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorwerp van de aanvraag:

Plaatsen van 6 silo's en een containergebouw;

uitbreiding opslag kunststoffen

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

 

Relevante voorgeschiedenis

-     30/06/2023: vergunning (OMV_2022154410) voor het plaatsen van een weegbrug, poorten en bureelcontainers, regularisatie supprimeren bluswatervijver. De bureelcontainers werden hierin vergund voor een termijn van drie jaar en zijn dus vergund tot 30 juni 2026; 

-     18/12/2020: vergunning (OMV_2020105734) voor het plaatsen van silo’s en afbraak van tenten en bestaande verharding gebruiken als opslagzone; 

-     28/09/2012: vergunning (HVN/B//20125238) voor het plaatsen van bureelcontainers;

-     18/09/1996: vergunning (19953775) voor het uitbreiden van magazijnen en silo’s. 

 

Vergunde toestand

-     functie: industrie en bedrijvigheid; 

-     inrichting: 

  • de site wordt gekenmerkt door allerhande opslag van kunststoffen; 
  • op de site bevinden zich twee magazijnen, bureelcontainers, silo’s en een bluswatertank. De overige vrije ruimte op de site is volledig verhard met klinker- en asfaltverharding, met uitzondering van een buffer- en infiltratiegracht ter hoogte van de bureelcontainers. 

 

Bestaande toestand

De aanvrager heeft ter hoogte van de bestaande silo’s een containergebouw geplaatst dat ingericht is met sanitair, een kleedruimte en een refter. Het gebouw heeft een totale oppervlakte van 76 m² (6,2 meter x 12,3 meter), een maximale hoogte van 3,3 meter en een vrije hoogte van 2,6 meter. Het betreft prefabcontainers die afgewerkt zijn met stalen golfplaten in een grijze kleur en wit buitenschrijnwerk. Met voorliggende aanvraag wordt dit gebouw geregulariseerd.


Nieuwe toestand

-     functie: industrie en bedrijvigheid; 

-     inrichting: 

  • ter hoogte van de bestaande silobatterij, centraal op de site, worden zes bijkomende silo’s voorzien, waardoor de silobatterij in totaal 21 silo’s zal omvatten; 
  • de nieuwe silo’s hebben een hoogte van 32,9 meter, wat neerkomt op circa 1,25 meter hoger dan de bestaande silo’s; 
  • de silo’s worden voorzien van bardagebekleding tot op een hoogte van 9,65 meter. 


Inhoud van de aanvraag

-     plaatsen van 6 silo’s voor kunststof granulaten; 

-     bouwen van een containergebouw voor sanitair, kleedruimte en een refter (regularisatie). 

 

Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten

 

Voorgeschiedenis

Op 18 december 2020 verleende het college een omgevingsvergunning aan Schmidt Belgium bv voor een op- en overslagbedrijf van kunststofpellets, voor een termijn van onbepaalde duur. Nadien werden er nog vergunningen verleend voor veranderingen.

 

Inhoud van de aanvraag

De aanvraag betreft een uitbreiding van de opgeslagen hoeveelheid kunststofpellets.

 

Aangevraagde rubriek(en)
 

Rubriek

Omschrijving

Gevraagd voor

23.3.1°d)

opslag van kunststoffen en van voorwerpen uit kunststoffen, met uitzondering van de opslag, vermeld in rubriek 41 en 48, met een capaciteit van als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied meer dan 800 ton in openlucht.

+1.200 ton

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

 

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

 

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Haven van Antwerpen-Brugge, Permits&Advice

3 september 2025

19 september 2025

Voorwaardelijk gunstig

Haven van Antwerpen-Brugge, subadvies milieu

3 september 2025

24 september 2025

Voorwaardelijk gunstig

Hulpverleningszone Brandweer Zone Antwerpen

3 september 2025

8 september 2025

Voorwaardelijk gunstig

Infrabel Antwerpen, Limburg, Vlaams Brabant

3 september 2025

26 september 2025

Voorwaardelijk gunstig

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn.

De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen.

Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.

 

Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd als Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven. Zulk gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams havengebied als onderdeel van de haven van Antwerpen.

Het is bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur.

Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de bestemming en voor de exploitatie van de haven en de bedrijven zijn toegelaten.

Daartoe worden ook de volgende werken, handelingen, voorzieningen, en wijzigingen gerekend:

- de aanleg en het onderhoud van infrastructuur die nodig is voor de toegankelijkheid of voor verbindingen langs de waterzijde en langs de landszijde;

- het laguneren of op een andere wijze bergen of verwerken van baggerspecie.

Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van tijdelijke ecologische infrastructuur toegelaten.

In het gebied zijn eveneens gebouwen of lokalen voor bewakingspersoneel toegelaten.

In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven- en industriële activiteiten. De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.

 

De aanvraag dient beoordeeld te worden aan de hand van de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan.

De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De aanvrager stelt dat de verordening hemelwater niet van toepassing is op de uitbreiding van de silobatterij aangezien het hemelwater dat op de dakconstructie tussen de silo’s valt (159 m²) via drie regenwaterafvoerpijpen terecht komt op de bestaande verharding en, tesamen met de nieuwe betonplaat ten noorden van de silo’s (circa 41 m²), afwatert naar een nabijgelegen groenzone waar het kan infiltreren in de bodem. Deze groenzone moet volgens de hemelwaterverordening minstens een oppervlakte hebben die een vierde van de afwaterende oppervlakte bedraagt, wat niet af te leiden is uit de plannen. De groenzone is echter beperkt in omvang en aangezien de bestaande tussenliggende niet-waterdoorlatende verharding ook afwatert naar deze zone, lijkt de groenzone onvoldoende groot gedimensioneerd om al het hemelwater dat hiernaartoe vloeit te kunnen infiltreren. Het hemelwater dat op de silo’s valt, dient afgeleid te worden naar een nieuwe groenzone met een oppervlakte van minstens 40 m² om niet onder het toepassingsgebied van de hemelwaterverordening te vallen. Dit wordt opgelegd als voorwaarde. 
Indien de hemelwaterverordening wel toegepast wordt, dient conform artikel 8 ook een deel van de dakconstructie van de bestaande silo’s en een deel van de bestaande verharding mee ingerekend te worden bij het berekenen van de benodigde infiltratievoorziening. Dit betekent een infiltratievoorziening van minimaal 19.800 liter buffervolume en 48 m² infiltratieoppervlakte. 

 

De verordening hemelwater is eveneens van toepassing op het containergebouw. Het hemelwater dat op het dak van dit gebouw valt, wordt opgevangen in een hemelwaterput met een inhoud van 7.600 liter en hergebruikt voor de spoeling van de toiletten. Hiermee wordt voldaan aan de gewestelijke hemelwaterverordening. 

 

Er wordt een afwijking op de gewestelijke hemelwaterverordening aangevraagd op het aspect infiltratie. Volgens artikel 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater kan het vergunningverlenende bestuursorgaan bij de beoordeling van de aanvraag in uitzonderlijke gevallen afwijkingen toestaan van de verplichtingen van dit besluit als dat om specifieke redenen met betrekking tot de mogelijkheden van gebruik, wettelijke voorschriften of plaatselijke terreinkenmerken verantwoord of noodzakelijk is. De aanvrager geeft aan dat er geen mogelijkheid is om een infiltratievoorziening te plaatsen aangezien het gebouw centraal op de terminal in een zone voor containeropslag staat. Daarnaast geeft hij mee dat er elders op het terrein reeds een buffer- en infiltratiegracht aanwezig is. Aangezien het hemelwater dat op het containergebouw valt, niet aangesloten wordt op deze bestaande infiltratiegracht en hoewel het gebouw een beperkte dakoppervlakte heeft (76 m²), is dit geen afdoende motivatie om te ontsnappen aan de infiltratieverplichting. 

 

Er dient voor het containergebouw ofwel een naastgelegen groenzone voorzien te worden met een oppervlakte van 19 m² waarin het hemelwater rechtstreeks kan infiltreren of een infiltratievoorziening met een infiltratieoppervlakte van 3,68 m² en een buffervolume van 1.518 m³. Dit wordt opgelegd als voorwaarde. 

 

Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
De verordening publiciteit is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Sectorale regelgeving

MER-screening: het komt toe aan de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag om te beslissen of er een project-MER moet worden opgesteld.
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

 

Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het Stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.

Op basis van de toepassing van het Stikstofdecreet kan redelijkerwijs worden vastgesteld dat de voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Bijgevolg is het beoordelingskader voor stikstofoxiden veroorzaakt door mobiliteit van toepassing. De stikstofdepositie van het project en de effecten hiervan zijn onderzocht voor de Habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) binnen een straal van 20 km rond het projectgebied. 

De berekende impact is lager dan of gelijk aan de minimis-drempel van 1%.

De kritische depositiewaarde ten aanzien van de SBZ-H wordt door het project niet overschreden. Bijgevolg is de opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van de SBZ-H niet vereist. 

 

Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Het voorliggende project is niet gelegen in een zone waarvoor een adviesinstantie werd aangewezen.
 

Voor het project is geen fluviale of pluviale overstromingskans gemodelleerd (score A). Het project is niet gelegen in een signaalgebied.
 

Na onderzoek blijkt dat het project, na het voorzien van een nieuwe groenzone en het plaatsen van een infiltratievoorziening om te voldoen aan de hemelwaterverordening, waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt.

 

Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De aanvrager voorziet in een gescheiden rioleringsstelsel en een individuele afvalbehandelingsinstallatie (IBA) bij het containergebouw. Echter wordt opgemerkt dat het gezuiverde afvalwater daarna wordt samengebracht met het hemelwater. Het is onduidelijk of dit gezuiverd afvalwater daarmee ook terechtkomt in de bestaande buffer- en infiltratiegracht vooraan op de site. Als voorwaarde wordt opgelegd dat dit gezuiverde afvalwater pas ter hoogte van de perceelsgrens mag samengevoegd worden met de overloop van het hemelwatersysteem, bij aansluiting op de straatriolering, conform artikel 6 van de hemelwaterverordening.

 

Archeologienota: overeenkomstig artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 moet aan bepaalde aanvragen een archeologienota worden toegevoegd waarvan akte werd genomen 
Het voorliggende project heeft een oppervlakte kleiner dan 5.000 m² waardoor een archeologienota waarvan akte is genomen niet van toepassing is.

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

Functionele inpasbaarheid

De aanvraag betreft het plaatsen van zes silo’s voor de opslag van kunststof granulaten. De nieuwe silo’s vormen een uitbreiding van de 15 bestaande silo’s centraal gelegen op het terrein.

 

Naast de bestaande silo’s bevindt zich een containergebouw dat nog niet vergund is. Om dit recht te zetten, maakt het gebouw eveneens deel uit van voorliggende aanvraag. De containers zijn ingericht met een kleedkamer, sanitair en een refter. 

 

De uitbreiding van de silo’s en het containergebouw met ruimtes voor werknemers dragen bij tot de verder exploitatie van het bedrijf waardoor de aanvraag functioneel inpasbaar is.  

 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

De plaatsing van de nieuwe silo’s vormt een uitbreiding van de bestaande silobatterij, waardoor het algemene beeld onveranderd blijft. Het containergebouw heeft een beperkte omvang en hoogte en betreft een constructie van tijdelijke aard dewelke geplaatst werd op de bestaande verharding, waardoor de ruimtelijke impact eerder beperkt is. De aanvraag is in overeenstemming en verenigbaar met de ruimtelijke context van het havengebied waarbinnen deze aanvraag is gesitueerd, voor zover de prefab containers een tijdelijke handeling vormen. Deze werden echter permanent aangevraagd. Gelet op zuinig ruimtegebruik is het aangewezen sociale voorzieningen te bundelen in één meerlaags gebouw met een beperkte footprint, in plaats van éénlaagse grondgebonden al dan niet geschakelde losse units.

 

Visueel-vormelijke elementen

De bardage en de kooiladder aan de westzijde van de bestaande silo’s worden weggenomen om de nieuwe silo’s te kunnen plaatsen. Nadien wordt de bardage op de nieuwe silo’s bevestigd zodat de afwerking en het uitzicht identiek zijn aan de bestaande silo’s. De kooiladder wordt tevens herplaatst. De nieuwe silo’s zullen wel 1,25 meter hoger zijn dan de bestaande silo’s. De gebruikte materialen zijn aanvaardbaar en gebruikelijk binnen deze industriële context.

 

Het containergebouw wordt opgebouwd uit prefab containers afgewerkt met grijze stalen golfplaten. Het type constructie zelf is weinig architecturaal en weinig visueel aantrekkelijk waardoor het niet bijdraagt tot een aangenaam straatbeeld.

 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

Gezien de aard van de aanvraag, werd het advies ingewonnen van de Brandweer Zone Antwerpen. Dit advies is voorwaardelijk gunstig. De voorwaarden en opmerkingen uit dit advies, met het oog op de brandveiligheid, kunnen integraal aan deze vergunning worden gehecht.

 

Er werd advies ingewonnen bij de Haven van Antwerpen-Brugge als gebiedsbeheerder. Dit advies is gunstig onder volgende voorwaarden: 

  1. De vergunning voor het plaatsen van een containergebouw is maximaal 8 jaar geldig. Containergebouwen zijn ontworpen voor een tijdelijke invulling en voldoen doorgaans niet aan de wettelijke brandweervoorschriften waaraan nieuwe gebouwen moeten voldoen. Ze hebben daarenboven geen aangenaam binnenklimaat (qua akoestisch en thermisch comfort) en voldoen vaak niet aan energieprestatievereisten waaraan gebouwen moeten voldoen. Het Havenbedrijf is bijgevolg van oordeel dat containergebouwen niet als een duurzame ontwikkeling beschouwd kunnen worden en wenst de vergunningstermijn hiervoor tot 8 jaar beperkt te zien. 
    Een ruimte die gebruikt wordt als rustplaats voor werknemers van een bedrijf dient voor haar gebruikers voldoende kwalitatief te zijn waardoor geen permanente vergunning afgeleverd kan worden. Ook de bureelcontainers ter hoogte van de inrit van de site zijn slechts tijdelijk vergund tot en met 30 juni 2026, daar er gestreefd diende te worden naar een meer duurzame oplossing. Het containergebouw uit huidige aanvraag lijkt eveneens al sinds ten minste 2014 aanwezig te zijn op de site volgens luchtfoto’s. Hiermee is de gebruikelijke termijn voor zulke tijdelijke constructies reeds overschreden op dit moment. Aangeraden wordt om een permanent en duurzamer gebouw te ontwerpen voor de tijdelijke kantoren vooraan op de site en de bijhorende ruimtes voor werknemers (sanitair, kleedruimtes en een refter) uit huidige aanvraag hierin te integreren. Daarom wordt voorgesteld het bestaande containergebouw uitzonderlijk nog te vergunnen voor een maximale termijn van 3 jaar, zodoende de aanvrager tijd te geven deze permanente en duurzame oplossing te realiseren. De plaats van de werken dient nadien in oorspronkelijke toestand hersteld te worden.
    De voorwaarde van het Havenbedrijf wordt dus bijgetreden, ermee rekening houdend dat het gebouw al minstens 11 jaar aanwezig is op de site.
  2. In de nabijheid van het terrein bevindt zich een windturbine. De slagschaduwstudie opgesteld voor deze turbine toont aan dat het nieuwe containergebouw dat onderwerp uitmaakt van deze aanvraag wordt opgericht in een slagschaduwgevoelige zone. Het containergebouw moet dusdanig uitgerust worden dat bijkomende hinderlijke effecten van slagschaduw ten aanzien van de referentiesituatie uit de slagschaduwstudie worden vermeden. Het is aangewezen dat de aanvrager van de vergunning deze voorwaarde verder afstemt met de exploitant van de windturbine. Dit wordt als aandachtspunt meegegeven, zowel voor deze vergunning als voor het ontwerp van de duurzame en permanente oplossing. 
  3. In het kader van Operation Clean Sweep © heeft het Havenbedrijf, samen met andere organisaties, het ‘Zero Pellet Loss’-project gelanceerd. Dit project heeft als doel het verlies van kunstofpellets tot het absolute minimum te herleiden. Om te vermijden dat kunststofpellets in de omgeving en het oppervlaktewater terecht kunnen komen, is het belangrijk dat alle bedrijven met activiteiten voor op- en overslag van kunststofgranulaten, de nodige maatregelen nemen om vrijzetting van pellets in het milieu te voorkomen. 
    De aanvrager voorziet daarom een goede afwatering van het terrein, roosternetjes op de afwaterkolken van het terrein en installeert voldoende granulaatfilters (korrelafscheiders) die aangepast zijn aan het type granulaten die op de site behandeld worden en die aangepast zijn aan het debiet dat de afwatering moet verwerken. De roosternetjes en granulaatfilters worden regelmatig geïnspecteerd, beproefd en gereinigd zodoende dat de werking van de inperkende maatregel gewaarborgd blijft. De bezorgdheid over de verspreiding van plastics in het natuurlijk leefmilieu wordt bijgetreden. Deze voorwaarde kan integraal worden overgenomen als voorwaarde in de vergunning. 

 

Daar de werken zich in de nabijheid van treinsporen bevinden, werd het advies ingewonnen van Infrabel. Zij hebben geen bezwaar, maar nemen wel op dat een aparte Infabel-toelating bekomen moet worden in functie van het opleggen van eventueel noodzakelijke veiligheidsvoorwaarden/-maatregelen (via aanvragen.gronden.no@infrabel.be). Deze voorwaarde wordt beschouwd als een uitvoeringsmodaliteit en kan aan de vergunning worden gehecht.

 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

De aanvraag genereert geen bijkomende parkeerbehoefte. Er worden naar schatting wel jaarlijks 1.968 bijkomende zware vervoersbewegingen teweeggebracht. De bouwheer dient op eigen terrein de nodige (organisatorische) acties te ondernemen met het oog op een vlotte interne verkeersdoorstroming, opdat er geen hinder op de openbare weg ontstaat.

 

Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu

 

Schmidt Belgium is gespecialiseerd in de op- en overslag van kunststofpellets. Op de site aan de Moerstraat 8 worden de pellets zowel in zakgoed als in bulk (silo’s en containers) opgeslagen. 

 

Deze aanvraag betreft een uitbreiding met 1.200 ton kunststofkorrels in zes nieuwe silo’s met elk een inhoud van 200 ton. Hiermee komt de totale opgeslagen hoeveelheid kunststofkorrels op 51.700 ton.

 

In het voorwaardelijk gunstig subadvies van de Haven van Antwerpen-Brugge van 19 september 2025 wordt de aandacht gevestigd op de problematiek van de verspreiding van kunststofgranulaten in de omgeving en wordt verwezen naar ‘Operation Clean Sweep’. Ook de stad onderkent het probleem van de kunststofgranulaatverliezen en wenst dat er maximaal ingezet wordt om deze te vermijden. Door voorliggende uitbreiding breidt het risico naar verliezen namelijk opnieuw uit. 

 

In voorliggende aanvraag toont de exploitant aan dat er een aantal maatregelen genomen worden om kunststofgranulaatverliezen te voorkomen. In augustus 2025 werd er echter een nieuw BBT voor kunststofgranulaatverliezen gepubliceerd door VITO. Hierin wordt bijvoorbeeld aanbevolen om een risicobeoordelingsplan op te maken, waarin de risico’s op spills geïdentificeerd en de maatregelen beschreven dienen te worden die deze voorkomen. Dit risicobeoordelingsplan kan dan als intern draaiboek dienen om tekortkomingen aan het licht te brengen en te remediëren. De opmaak van een risicobeoordelingsplan, zoals beschreven in de BBT-studie van VITO wordt opgelegd als bijzondere voorwaarde.

 

Conform het Omgevingsvergunningsbesluit dient de beslissing de geactualiseerde vergunningsvoorwaarden te vermelden. Volgende bijzondere milieuvoorwaarden (opgelegd in de basisvergunning van  2 juli 2021, referentie OMV_2021044027 en hernomen in de vergunning van 1 oktober 2021, referentie OMV_2021117322) zijn momenteel van toepassing. De exploitant bevestigt in voorliggende aanvraag dat deze drie voorwaarden werden gerealiseerd:

  1. De aanvrager voorziet een goede afwatering van het terrein, roosternetjes op de afwaterkolken van het terrein en installeert voldoende granulaatfilters (korrelafscheiders) die aangepast zijn aan het type granulaten die op de site behandeld worden en die aangepast zijn aan het debiet dat de afwatering moet verwerken. De roosternetjes en granulaatfilters worden regelmatig geïnspecteerd, beproefd en gereinigd zodoende dat de werking van de inperkende maatregel gewaarborgd blijft.
    Aangezien dit een blijvend aandachtspunt is voor de op- en overslag van kunststofgranulaten en dit ook als voorwaarde in het subadvies van de Haven van Antwerpen-Brugge wordt opgelegd, wordt deze voorwaarde behouden.
  2. Het openscheuren van verpakkingen in functie van bulkopslag mag alleen binnen plaatsvinden, met deuren en poorten gesloten.
    Aangezien dit een blijvend aandachtspunt is voor de op- en overslag van kunststofgranulaten wordt deze voorwaarde behouden.
  3. De KWS-afscheider moet voorzien worden van een sedimentvang en coalescentiefilter en moet voldoen aan EN 858 en DIN 1999.
    Deze voorwaarde kan geschrapt worden vermits de exploitant bevestigt dat aan deze voorwaarde werd voldaan.

 

Men geeft aan dat de vergunde transformator (630 kVA) en accumulatoren (60 kW) uit de vergunning geschrapt kunnen worden aangezien deze niet langer ingedeeld zijn ten gevolge van een wijziging van de indelingslijst (VLAREM-trein 2019). Dit neemt echter niet weg dat er nog steeds voorwaarden verbonden zijn aan het exploiteren van deze toestellen. Er dient hiervoor voldaan te worden aan de milieuvoorwaarden voor niet-ingedeelde inrichtingen zoals opgenomen in hoofdstuk 6.13 van Vlarem II.

 

Op 8 september 2025 verleende de hulpverleningszone Brandweer Zone Antwerpen een voorwaardelijk gunstig advies. De voorgestelde brandweervoorwaarden dienen strikt opgevolgd te worden.

 

Gelet op de aard van de voorliggende beperkte verandering wordt er geen bijkomend risico voor de mens of het milieu verwacht. Bovendien wordt er geoordeeld dat de hinder niet vergroot ten opzichte van de vergunde situatie.

 

Advies aan het college

 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. De vergunning voor het containergebouw wordt verleend voor drie jaar. Na afloop dient het terrein in oorspronkelijk staat hersteld te worden. 

2. Het hemelwater dat op de silo’s valt, dient afgeleid te worden naar een nieuwe groenzone met een oppervlakte van minstens 40 m² of naar een infiltratievoorziening van minimaal 19.800 liter buffervolume en 48 m² infiltratieoppervlakte.

3. Er dient voor het containergebouw ofwel een naastgelegen groenzone voorzien te worden met een oppervlakte van 19 m² waarin het hemelwater rechtstreeks kan infiltreren of een infiltratievoorziening met een infiltratieoppervlakte van 3,68 m² en een buffervolume van 1.518 m³.

4. Het gezuiverde afvalwater van het containergebouw dient gescheiden te blijven van het hemelwatersysteem, tot minstens op de perceelsgrens.

5. De aanvrager voorziet een goede afwatering van het terrein, roosternetjes op de afwaterkolken van het terrein en installeert voldoende granulaatfilters (korrelafscheiders) die aangepast zijn aan het type granulaten die op de site behandeld worden en die aangepast zijn aan het debiet dat de afwatering moet verwerken. De roosternetjes en granulaatfilters worden regelmatig geïnspecteerd, beproefd en gereinigd zodoende dat de werking van de inperkende maatregel gewaarborgd blijft.

6. Een aparte Infabel-toelating moet bekomen worden in functie van het opleggen van eventueel noodzakelijke veiligheidsvoorwaarden/-maatregelen (via aanvragen.gronden.no@infrabel.be).

7. De bouwheer dient op eigen terrein de nodige (organisatorische) acties te ondernemen met het oog op een vlotte interne verkeersdoorstroming, opdat er geen hinder op de openbare weg ontstaat.


Geadviseerde brandweervoorwaarden

De voorwaarden en opmerkingen uit het advies van de Brandweer Zone Antwerpen dienen strikt nageleefd te worden. 

 

Advies over de ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Mits voldaan wordt aan de voorgestelde vergunningsvoorwaarden, is deze aanvraag in overeenstemming met de VLAREM wetgeving. Vanuit milieutechnisch oogpunt wordt positief advies gegeven de vergunning te verlenen. 

 

Geadviseerde rubriek(en)

 

Rubriek

Omschrijving

Geadviseerd voor

23.3.1°d)

opslag van kunststoffen en van voorwerpen uit kunststoffen, met uitzondering van de opslag, vermeld in rubriek 41 en 48, met een capaciteit van als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied meer dan 800 ton in openlucht.

+1.200 ton

 

Gecoördineerde rubriek(en)

 

Rubriek

Omschrijving

Gecoördineerd

3.4.1°a)

het lozen van maximaal 2 m³/uur bedrijfsafvalwater zonder gevaarlijke stoffen in concentraties hoger dan de indelingscriteria, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II; 

2 m³/uur

6.5.1°

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen, namelijk installaties voor het vullen van brandstoftanks van motorvoertuigen met vloeibare koolwaterstoffen, bestemd voor de voeding van de erop geïnstalleerde motor(en) met maximaal twee verdeelslangen; 

1 verdeelslang

15.1.1°

al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van 3 tot en met 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn; 

16 voertuigen

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW; 

271 kW

17.3.2.1.1.1°b)

opslag van gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt hoger dan of gelijk aan 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton als de inrichting niet hoort bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt; 

1,93 ton

19.6.1°b)

opslagplaatsen in openlucht van hout of soortgelijke producten in industriegebied met een capaciteit van meer dan 200 m³ tot en met 1.600 m³; 

350 m³

23.2.2°a)

inrichtingen voor het behandelen van kunststoffen en het vervaardigen van voorwerpen uit kunststoffen, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW, als de inrichting volledig gelegen is in industriegebied;

328 kW

23.3.1°c)

opslag in industriegebied van meer dan 200 ton kunststoffen of voorwerpen uit kunststof in een lokaal; 

7.500 ton

23.3.1°d)

opslag van kunststoffen en van voorwerpen uit kunststoffen, met uitzondering van de opslag, vermeld in rubriek 41 en 48, met een capaciteit van als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied meer dan 800 ton in openlucht.

51.700 ton

 

Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden

1. De aanvrager voorziet een goede afwatering van het terrein, roosternetjes op de afwaterkolken van het terrein en installeert voldoende granulaatfilters (korrelafscheiders) die aangepast zijn aan het type granulaten die op de site behandeld worden en die aangepast zijn aan het debiet dat de afwatering moet verwerken. De roosternetjes en granulaatfilters worden regelmatig geïnspecteerd, beproefd en gereinigd zodoende dat de werking van de inperkende maatregel gewaarborgd blijft.

2. Het openscheuren van verpakkingen in functie van bulkopslag mag alleen binnen plaatsvinden, met deuren en poorten gesloten.

3. Niet langer van toepassing.

4. Er wordt binnen de 6 maanden na vergunningverlening een risicobeoordelingsplan opgemaakt zoals beschreven in de BBT-studie van VITO, in dit plan worden risico’s op spills en verliezen geïdentificeerd en worden de maatregelen beschreven die zijn geïmplementeerd om deze te voorkomen, beperken en op te ruimen. Hierbij wordt rekening gehouden met de omvang van de installatie en de schaal van de activiteiten. Dit plan wordt bezorgd aan omgevingsvergunning.haven@antwerpen.be en mi@antwerpen.be.

Fasering

 

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

20 juni 2025

Volledig en ontvankelijk

3 september 2025

Start openbaar onderzoek

12 september 2025

Einde openbaar onderzoek

11 oktober 2025

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste beslissingsdatum

17 december 2025

Verslag GOA

28 november 2025

Naam GOA

Katrine Leemans en Bieke Geypens

Onderzoek

De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:

 

Algemene voorwaarden

de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.

 

Stedenbouwkundige voorwaarden

1. De vergunning voor het containergebouw wordt verleend voor drie jaar. Na afloop dient het terrein in oorspronkelijk staat hersteld te worden.

2. Het hemelwater dat op de silo’s valt, dient afgeleid te worden naar een nieuwe groenzone met een oppervlakte van minstens 40 m² of naar een infiltratievoorziening van minimaal 19.800 liter buffervolume en 48 m² infiltratieoppervlakte.

3. Er dient voor het containergebouw ofwel een naastgelegen groenzone voorzien te worden met een oppervlakte van 19 m² waarin het hemelwater rechtstreeks kan infiltreren of een infiltratievoorziening met een infiltratieoppervlakte van 3,68 m² en een buffervolume van 1.518 m³.

4. Het gezuiverde afvalwater van het containergebouw dient gescheiden te blijven van het hemelwatersysteem, tot minstens op de perceelsgrens.

5. De aanvrager voorziet een goede afwatering van het terrein, roosternetjes op de afwaterkolken van het terrein en installeert voldoende granulaatfilters (korrelafscheiders) die aangepast zijn aan het type granulaten die op de site behandeld worden en die aangepast zijn aan het debiet dat de afwatering moet verwerken. De roosternetjes en granulaatfilters worden regelmatig geïnspecteerd, beproefd en gereinigd zodoende dat de werking van de inperkende maatregel gewaarborgd blijft.

6. Een aparte Infabel-toelating moet bekomen worden in functie van het opleggen van eventueel noodzakelijke veiligheidsvoorwaarden/-maatregelen (via aanvragen.gronden.no@infrabel.be).

7. De bouwheer dient op eigen terrein de nodige (organisatorische) acties te ondernemen met het oog op een vlotte interne verkeersdoorstroming, opdat er geen hinder op de openbare weg ontstaat.


Brandweervoorwaarden

De voorwaarden en opmerkingen uit het advies van de Brandweer Zone Antwerpen dienen strikt nageleefd te worden.

 

Bijzondere milieuvoorwaarden

1. De aanvrager voorziet een goede afwatering van het terrein, roosternetjes op de afwaterkolken van het terrein en installeert voldoende granulaatfilters (korrelafscheiders) die aangepast zijn aan het type granulaten die op de site behandeld worden en die aangepast zijn aan het debiet dat de afwatering moet verwerken. De roosternetjes en granulaatfilters worden regelmatig geïnspecteerd, beproefd en gereinigd zodoende dat de werking van de inperkende maatregel gewaarborgd blijft.

2. Het openscheuren van verpakkingen in functie van bulkopslag mag alleen binnen plaatsvinden, met deuren en poorten gesloten.

3. Er wordt binnen de 6 maanden na vergunningverlening een risicobeoordelingsplan opgemaakt zoals beschreven in de BBT-studie van VITO, in dit plan worden risico’s op spills en verliezen geïdentificeerd en worden de maatregelen beschreven die zijn geïmplementeerd om deze te voorkomen, beperken en op te ruimen. Hierbij wordt rekening gehouden met de omvang van de installatie en de schaal van de activiteiten. Dit plan wordt bezorgd aan omgevingsvergunning.haven@antwerpen.be en mi@antwerpen.be.

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.

 

De vergunning omvat thans volgende rubriek(en):

 

Rubriek

Omschrijving

Gecoördineerd

3.4.1°a)

het lozen van maximaal 2 m³/uur bedrijfsafvalwater zonder gevaarlijke stoffen in concentraties hoger dan de indelingscriteria, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II; 

2 m³/uur

6.5.1°

brandstofverdeelinstallaties voor motorvoertuigen, namelijk installaties voor het vullen van brandstoftanks van motorvoertuigen met vloeibare koolwaterstoffen, bestemd voor de voeding van de erop geïnstalleerde motor(en) met maximaal twee verdeelslangen; 

1 verdeelslang

15.1.1°

al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van 3 tot en met 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn; 

16 voertuigen

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW; 

271 kW

17.3.2.1.1.1°b)

opslag van gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt hoger dan of gelijk aan 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton als de inrichting niet hoort bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt; 

1,93 ton

19.6.1°b)

opslagplaatsen in openlucht van hout of soortgelijke producten in industriegebied met een capaciteit van meer dan 200 m³ tot en met 1.600 m³; 

350 m³

23.2.2°a)

inrichtingen voor het behandelen van kunststoffen en het vervaardigen van voorwerpen uit kunststoffen, met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW, als de inrichting volledig gelegen is in industriegebied;

328 kW

23.3.1°c)

opslag in industriegebied van meer dan 200 ton kunststoffen of voorwerpen uit kunststof in een lokaal; 

7.500 ton

23.3.1°d)

opslag van kunststoffen en van voorwerpen uit kunststoffen, met uitzondering van de opslag, vermeld in rubriek 41 en 48, met een capaciteit van als de inrichting volledig is gelegen in een industriegebied meer dan 800 ton in openlucht.

51.700 ton

Artikel 4

De omgevingsvergunning wordt verleend voor onbepaalde duur met uitzondering van het containergebouw. Voor dit gebouw geldt een termijn van 3 jaar vanaf de datum van vergunningverlening. 

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.