Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2025097222 |
Gegevens van de aanvrager: | de heer Sinan Hadzija met als contactadres Aalmoezenierstraat 44 bus 1 te 2000 Antwerpen |
Ligging van het project: | Elststraat 37-39 te 2660 Antwerpen |
Kadastrale percelen: | afdeling 38 sectie B nr. 388A2 |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen |
Voorwerp van de aanvraag: | verbouwen van een meergezinswoning |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 22/10/2024: statusrapport vermoeden van vergunning;
- 07/05/1990: vergunning (1006#2743) voor het wijzigen van de voorgevel.
Vergunde/bestaande toestand
- functie:
- bouwvolume:
- gevelafwerking:
Nieuwe toestand
- functie:
- 2 tweeslaapkamerappartementen met een netto vloeroppervlakte van 95,5 en 70 m²;
- 1 drieslaapkamerappartement met een netto vloeroppervlakte van 87 m²;
- bouwvolume:
- gevelafwerking:
- inrichting:
Inhoud van de aanvraag
- slopen van het dak, deel van de aanbouw en het tuinhuis;
- uitbreiden van het volume;
- wijzigen en isoleren van de voorgevel;
- wijzigen van de scheimuren;
- doorvoeren van interne constructieve werken;
- aanleggen van verharding.
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
Er werden geen externe adviezen gevraagd.
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering | 1 oktober 2025 | 1 oktober 2025 |
Stadsontwikkeling/ Mobiliteit | 1 oktober 2025 | 2 oktober 2025 |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023)
De aanvraag is in overeenstemming met de verordening hemelwater.
- Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
- Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
(De verordening publiciteit kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Gewestelijke publiciteitsverordening 2023)
De gewestelijke publiciteitsverordening is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
- Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 maart 2024 en in werking getreden op 15 juli 2024.
(De bouwcode kan je raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend(e) punt(en):
het gedeelte van de scheidingsmu(u)r(en) in geval van plat dak, heeft een opstand van minimaal 0,30 m ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak. Deze opstand mag niet met brandbaar materiaal bekleed worden. Het nieuwe plat dak heeft niet overal een opstand van 0,3 m;
de aanvraag voorziet fietsstalplaatsen in de kelder, enkel bereikbaar via een trap. De trap is onvoldoende toegankelijk aangezien er geen fietsgoot is en deze enkel toegankelijk is via een kelderluik.
- Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.
(De verordening stedenbouwkundige lasten kan je raadplegen via https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.
Sectorale regelgeving
- MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
- Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
Het stikstofdecreet is niet van toepassing op de aanvraag.
- Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).
Voor het project is geen pluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).
Het project is niet gelegen in een signaalgebied.
Er is in de nieuwe toestand minder verharde oppervlakte ten opzichte van de vergund geachte toestand waardoor het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt.
Kijk de score van uw project na op https://www.waterinfo.be/informatieplicht.
Op volgende website worden oplossingen aangereikt om gebouwen te beschermen tegen waterindringing of in het geval van onvermijdbare waterindringing de kans op schade te verkleinen. https://vmm.vlaanderen.be/publicaties/individuele-bescherming-tegen-overstromingen.
- Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.
- Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan je raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.
- Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is van toepassing op de aanvraag. De aanvraag is hiermee in overeenstemming.
Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen
- Transformatieleidraad: Transformatieleidraad Ruimte geven aan de stad van morgen. Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad dit plan goed.
De transformatieleidraad kan je raadplegen via Transformatieleidraad.
- Strategische Ruimteplan Antwerpen (SRA): Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad het nieuwe plan goed.
Het strategisch ruimteplan Antwerpen kan je raadplegen via Strategisch Ruimteplan Antwerpen.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De bestemming van de meergezinswoning blijft behouden waardoor de functionele inpasbaarheid gegarandeerd blijft.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De aanvraag voorziet het uitbreiden van de bouwvolumes op de verdiepingen en het aanpassen van de interne indeling op de drie bouwlagen.
Er werd voor dit pand een statusrapport verleend waarbij gesteld werd dat het bestaande bouwvolume en het aantal woonentiteiten als geacht vergund kunnen worden beschouwd. De interne indeling werd onvoldoende bewezen geacht. Dit laatste aspect zal bijgevolg ook beoordeeld moeten worden bij deze omgevingsvergunningsaanvraag.
De wijziging aan het gelijkvloers beperken zich tot het aanpassen van de interne indeling. De toegankelijkheid van de fietsberging wordt verder in het verslag besproken. Uitgezonderd van dit aspect kan dit indeling van het gelijkvloers gunstig worden beoordeeld.
Op de eerste verdieping wordt een uitbreiding gevraagd ter hoogte van de rechter perceelsgrens, gelijk aan het bouwvolume van het gelijkvloers. De uitbreiding wordt voorzien tot de achter-perceelsgrens tot op een bouwdiepte van 20,69 meter. Het rechter aanpalend perceel heeft ook een gelijkaardige bouwdiepte op de eerste verdieping, echter kan voor dit bouwvolume geen vergunning worden teruggevonden. Er kan dus niet gerefereerd worden naar bestaande gebouwen die eveneens niet in harmonie of storend zijn met de omgeving. De gewenste uitbreiding bevindt zich bijkomend een 1,25 meter hoger dan de aanpalende. Deze voorgestelde bouwdiepte kan niet verantwoord worden in deze omgeving en genereert ongunstige impact naar de omliggende omgeving, zowel op vlak van bezonning als door de zichten die hierdoor worden gecreëerd. Een bouwdiepte van 13 meter kan voor de verdieping wel gunstig worden geadviseerd.
Op de tweede verdieping wordt een uitbreiding voorzien tot aan de rechterperceelsgrens, met een bouwdiepte van 13 meter. Deze diepte gaat aanzienlijk verder dan de kenmerkende bouwdiepte in de directe omgeving. In de nabijheid van de oksel van het bouwblok zijn de percelen bovendien eerder ondiep, waardoor een dergelijke schaalvergroting aan de achterzijde ruimtelijk niet te verantwoorden is.
Dit beoordelingselement wordt dan ook ongunstig beoordeeld. Aan het college wordt dan ook voorgesteld om de aanvraag te weigeren.
Visueel-vormelijke elementen
De aanvraag voorziet het wijzigen van het gevelmateriaal en de indeling van de voorgevel.
De geldende voorschriften van de bouwcode stellen dat de afwerking van gevels het straatbeeld en de architecturale kwaliteit van het gevelbeeld moeten respecteren of opwaarderen. De voorgestelde geveluitvoering voldoet hier niet aan. De omliggende omgeving wordt gekenmerkt door een typerende bakstenen architectuur. De bepleisterde voorgevel op de verdiepingen is hierdoor atypisch is in deze context.
Daarnaast worden de verhoudingen van de voorgevel gewijzigd ten opzichte van de bestaande toestand. Momenteel bestaat de voorgevel uit een bakstenen architectuur over de eerste twee bouwlagen, met daarboven een mansardedak. De gelijkvloerse gevelplint is daarbij proportioneel het hoogste bouwdeel, wat een directe vertaling is van de achterliggende binnenhoogte. In het nieuwe ontwerp wordt de bestaande gevelverhouding doorbroken. De gelijkvloerse gevelplint krijgt een visuele hoogte van slechts 2,37 meter, terwijl de bovenliggende twee bouwlagen samen 7,45 meter hoog zijn. Hierdoor ontstaat een onevenwichtige gevelverhouding waarbij de plint visueel ondergeschikt wordt aan het bovenliggend volume, ondanks dat de interne binnenhoogte ongewijzigd blijven.
Het gekozen materiaalgebruik en verhoudingen in de gevel respecteren niet het pand en zijn omgeving. Dit beoordelingselement wordt dan ook ongunstig beoordeeld.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
Volgens de plannen wordt de verhoogde scheidingsmuur op de rechter perceelsgrens niet uitgevoerd met een opstand van 30cm ten opzichte van het hoogst aangrenzende dakvlak. Dit is strijdig met artikel 18 van de bouwcode. Met het oog op het voorkomen van brandoverslag kan van dit artikel enkel afgeweken worden als de brandwerendheid van het dak voldoende is. Aangezien het dak voorzien is van een groendak kan afgeweken worden van een minimale opstand van 30cm wanneer er tussen de scheidingswand en de vegetatie een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimumklasse A2FL-s2) van minstens 30cm breed aanwezig is.
Met betrekking tot de voorziene fietsenberging werd advies gevraagd aan de stedelijke dienst mobiliteit. Het ontvangen advies leest als volgt:
“Er is geen uitbreiding van het aantal wooneenheden. In één van de appartementen is er wel een bijkomende slaapkamer waarvoor een fietsparkeerbehoefte van één voor opgelegd kan worden. In het totale gebouw is er dan een behoefte van 2 x (2+1) + 1 x (3+1) = 10 fietsparkeerplaatsen.
Er worden 2 plaatsen in het gelijkvloers appartement in de gang voorzien. Er worden 8 plaatsen voorzien in de kelder. Hierbij moet er een kelderluik opengedaan worden. Voorwaarde moet zijn dat dit voor dagdagelijks gebruik een eenvoudige handeling is. De trap naar de kelder is niet voorzien van een goot. De goot (buitenkant) moet voorzien worden op minstens 25 cm van de muur om niet met het stuur de muur te raken. Onderaan de trap moet een vlakke ruimte van minimum 1.7m zijn.”
Het advies van de stedelijke dienst mobiliteit wordt vanuit stedenbouwkundig oogpunt bijgetreden. De voorgestelde indeling voorziet in onvoldoende kwaliteit om daadwerkelijk gebruikt te kunnen worden. Bij een gunstig advies zou dit als voorwaarden worden opgelegd.
Extreme piekwaarden van lood in fijn stof werden begin 2024 gemeten in district Hoboken. Deze zijn met grote waarschijnlijkheid terug te brengen tot grondwerken in de directe omgeving waarbij metaalslakken betrokken waren die historisch gezien zorgden voor versteviging van de ondergrond van terreinen. Voornamelijk in district Hoboken werden deze metaalslakken gebruikt zonder dat echter geweten is waar de exacte locaties van deze metaalslakken zich bevinden. Om opwaaiend stof te voorkomen bij werken op werfzones, dringen er zich bijkomende maatregelen op met het oog op het monitoren en beheersen van stofverspreiding bij werkzaamheden. De aanvrager wordt hierbij gewezen op de politieverordening van 13 mei 2024 betreffende het invoeren van maatregelen ter beperking en monitoring van stofontwikkeling in Hoboken bij werkzaamheden op privaat en openbaar domein.
Advies aan het college
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te weigeren, omwille van onverenigbaarheden met stedenbouwkundige voorschriften en een goede ruimtelijke ordening.
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 3 september 2025 |
Volledig en ontvankelijk | 1 oktober 2025 |
Start openbaar onderzoek | geen |
Einde openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste beslissingsdatum | 30 november 2025 |
Verslag GOA | 12 november 2025 |
Naam GOA | Gerd Cryns |
De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd. Er werden standpunten, opmerkingen en/of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
Bespreking van de bezwaren
1. Afwijkend bouwvolume: Het bezwaar dat de uitbreiding van zowel het eerste als 2de verdieping afwijkend zijn voor de omgeving.
Beoordeling: Het bezwaar wordt gevolgd. Het is inderdaad correct dat het project afwijkt van het gangbaar gabarit van de omgeving. De aanvraag voorziet een uitbreiding van het bouwvolume, waarbij het bouwvolume op de eerste verdieping loopt tot op een bouwdiepte van 20,69 meter. Het rechter aanpalend perceel heeft ook een gelijkaardige bouwdiepte op de eerste verdieping. Voor dit bouwvolume kan geen vergunning worden teruggevonden. Er kan niet gerefereerd worden naar bestaande gebouwen die niet in harmonie of storend zijn met de omgeving. Daarnaast wordt het tweede verdieping uitgebreid tot een bouwdiepte van 13 meter aan de rechter perceelsgrens. Ook deze bouwdiepte komt op de tweede verdieping niet voor in deze context. Er is ook geen gegronde aanleiding om een dergelijke schaalsprong toe te laten in deze omgeving. Het bezwaar is gegrond.
2. Schenden van de privacy: Vanuit het bouwvolume op de eerste verdieping worden er achteraan inkijken zijdelingse inkijken in de zij en achtertuinzones van de aanpalende percelen.
Beoordeling: Het bezwaar wordt gevolgd. De uitbreiding op de eerste verdieping reikt tot aan de achterste perceelsgrens. In de zijgevel van dit entresolvolume wordt achteraan een raam voorzien. Deze raampartij bevindt zich in de onmiddellijke nabijheid van zowel de achter- als zijperceelsgrens, waardoor onvoldoende rekening wordt gehouden met de visuele inkijk naar de omliggende percelen. Gelet op de positionering en oriëntatie van dit raam kan worden gesteld dat de privacy van de aanpalende eigendommen daadwerkelijk in het gedrang komt.
Het bezwaar is gegrond.
3. Verlies aan licht: het bezwaar tegen verlies aan zonlicht in de aangelegen tuinen door de uitbreiding van het bouwvolume tot op de achterperceelsgrens.
Beoordeling: Het is correct dat het gebouw geplaats wordt tot tegen de achterperceelsgrens en dat deze een hoogte heeft van 6,79 meter. Gelet op de oriëntatie van de tuinzone zal deze daadwerkelijk zon innemen van de achterliggende tuinzone. Toch wordt er ook vastgesteld dat op deze perceelsgrens een bijgebouw geplaatst werd, met een breedte van 7 meter. Het verlies aan bezonning langs deze zijde zal hierdoor beperkt blijven.
Het bezwaar is ongegrond.
4. Daling rendement zonnepanelen: het bezwaar dat door de realisatie van het project rechtstreeks zonlicht wordt weggenomen op de zonnepanelen van de bezwaarindiener, waardoor de opbrengst van deze panelen drastisch zakt;
Beoordeling: Het is mogelijk dat geplande uitbreiding hoger is, dan de locatie waar de bezwaarindiener zonnepanelen heeft. Het is hierdoor niet uitgesloten dat rechtstreeks zonlicht weggenomen wordt van de zonnepanelen gedurende een moment van de dag. Aan de hand van het bezwaar en foto’s kan niet worden vastgesteld waar de zonnepanelen juist geplaatst werden. Ook is er geen sluitend verband tussen de wegname van zonlicht en de financiële gevolgen aangetoond.
Het bezwaar is ongegrond.
5. Rechten op gemene muren: Het bezwaar dat de oude gemene muur extra belast zal worden door het bouwen van een extra verdieping.
Beoordeling: Het bezwaar tegen mogelijke verzakking van het aangrenzend eigendom betreft een uitvoeringstechnische aangelegenheid die losstaat van de stedenbouwkundige beoordeling van de aanvraag door de vergunningverlenende overheid. Uiteraard betekent het verkrijgen van een vergunning geen vrijgeleide voor de aanvrager/bouwheer zich te ontzien van burgerrechtelijke afspraken vóór en tijdens de uitvoer der werken.
Het bezwaar is ongegrond.
6. conflict tussen de uitbouw en de bestaande schouw: De bestaande schouw in het bijgebouw is in functie van een haardkachel. Deze is volgens het bezwaar reeds aanwezig van in de jaren 70. De uitlaat van deze gassen kunnen in conflict komen met de verblijfskwaliteit van de te realiseren slaapkamer.
Beoordeling: Er wordt in het bezwaar een oudere foto aangeleverd waar het bijgebouw van de buren opstaat met schouw. Er is weliswaar geen concreet bewijslast waaruit kan worden afgeleid worden van wanneer deze foto dateert. Er kan geen vergunde toestand worden teruggevonden van dit bijgebouw. Gelet op de onduidelijkheid hierover kan er dan ook geen rekening gehouden met de bestaande toestand.
Het bezwaar is ongegrond.
Het college sluit zich integraal aan bij:
- de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt;
- het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning te weigeren.
De plannen waarvan het overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, maken integraal deel uit van dit besluit.