Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2025018106 |
Gegevens van de aanvrager: | BV TOM CL met als adres Kortvoortbaan 30 te 2970 Schilde en de heer Tom Claessens met als contactadres Kielsbroek 23 te 2020 Antwerpen |
Ligging van het project: | Kielsbroek 23 te 2020 Antwerpen |
Kadastrale percelen: | afdeling 9 sectie I nr. 2652F2 |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen |
Voorwerp van de aanvraag: | uitbreiden van een bedrijfsgebouw |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 13/4/2018: voorwaardelijke vergunning college (20173081) voor het uitbreiden van een bestaand bedrijfsgebouw.
Vergunde toestand
- functie:
- bouwvolume:
- gevelafwerking:
- inrichting:
Bestaande toestand
wijzigingen ten opzichte van vergunde toestand:
- gevelafwerking:
- inrichting:
Nieuwe toestand
wijzigingen ten opzichte van bestaande toestand:
- bouwvolume:
- gevelafwerking:
Inhoud van de aanvraag
- uitbreiden van een bedrijfsgebouw;
- wijzigen van de gevels en aanbrengen van zaakgebonden publiciteit;
- doorvoeren van interne constructieve werken;
- aanleggen van verharding.
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen | 17 juni 2025 | 2 juli 2025 | Ongunstig |
Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen | 29 september 2025 | 24 oktober 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Autonoom gemeentebedrijf voor vastgoed en stadsprojecten in Antwerpen (VESPA) | 17 juni 2025 | 8 juli 2025 |
Ondernemen en Stadsmarketing / Economie en Toerisme / Investeren | 17 juni 2025 | 25 juni 2025 |
Stadsontwikkeling/ Mobiliteit | 17 juni 2025 | 1 juli 2025 |
Stadsontwikkeling/ Mobiliteit/ Oosterweelverbinding | 16 september 2025 | 13 november 2025 |
Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Vergunningen Milieu | 17 juni 2025 | 25 juni 2025 |
Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Water | 17 juni 2025 | 27 juli 2025 |
Stadsontwikkeling/ Publieke Ruimte | 24 juni 2025 | 23 september 2025 |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een gebied voor gemeenschapsuitrusting en openbare nutsvoorziening. Onder gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen dient te worden begrepen voorzieningen die gericht zijn op de bevordering van het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld. De idee van dienstverlening (verzorgende sector) aan de gemeenschap is derhalve rechtstreeks aanwezig. Artikel 4.4.8.van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening schrijft voor dat in gebieden die op de gewestplannen zijn aangewezen als gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen, handelingen van algemeen belang en de daarmee verbonden activiteiten te allen tijde kunnen worden toegelaten, ongeacht het publiek of privaatrechtelijk statuut van de aanvrager of het al dan niet aanwezig zijn van enig winstoogmerk. Als gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen kunnen eveneens worden beschouwd een school, een voor het publiek toegankelijke toegangsweg tot een vergund gebouwencomplex in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen en neveninrichtingen naast een autosnelweg. Alhoewel in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen in principe geen gebouwen met een woonfunctie zijn toegelaten, heeft de Raad van State bovendien niettemin geoordeeld dat service-flats voor bejaarden kunnen worden vergund in dergelijk gebied. Ook een nomadenkamp werd door de Raad van State beschouwd als een gemeenschapsvoorziening en openbare nutsvoorziening, (Artikel 17 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het bijzonder plan van aanleg BPA Specifiek en duurzaam bedrijventerrein Groothandelsmarkt, goedgekeurd bij ministerieel besluit van 29 augustus 2003. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: ZONE A VOOR VOEDINGSGEBONDEN BEDRIJVIGHEID.
(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Bijzondere plannen van aanleg (BPA's) kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s'. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van het bijzonder plan van aanleg op volgend(e) punt(en):
- artikel 5.2.2: dimensionering en welstand
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening hemelwater op volgend(e) punt(en):
- Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van de verordening toegankelijkheid.
- Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
(De verordening publiciteit kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Gewestelijke publiciteitsverordening 2023)
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van de gewestelijke publiciteitsverordening.
Algemene bouwverordeningen
- Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 maart 2024 en in werking getreden op 15 juli 2024.
(De bouwcode kan je raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend punt:
- Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.
(De verordening stedenbouwkundige lasten kan je raadplegen via https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.
Sectorale regelgeving
- MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
- Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs geoordeeld worden dat voorliggende aanvraag een project is voor de exploitatie van een IIOA met één of meer stationaire bronnen van stikstofoxiden. De berekende impactscore is kleiner dan of gelijk aan 1%. De opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van SBZ-H is niet vereist.
- Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Het project is gelegen in een zone met een kleine pluviale overstromingskans (T1000) onder huidig klimaat (score C).
Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).
Ter hoogte van de uitbreiding van het bedrijfsgebouw is er geen overstromingscontour gemodelleerd.
Het project is niet gelegen in een signaalgebied.
Zoals gesteld in het advies van de stedelijke dienst water zal door de bijkomende bebouwing en het niet voorzien van een infiltratievoorziening het project waarschijnlijk schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaken. De afwaterende oppervlakte is minder dan 1000 m². In dat geval kan er geen vertraagde afvoer worden gerealiseerd. Er is dus geen sprake van buffering. Dat de bodem infiltreren niet toelaat is onvoldoende gemotiveerd.
Er moet bijgevolg een infiltratievoorziening geplaatst worden voor de afwaterende oppervlakte van de uitbreiding van het gebouw om de impact op het watersysteem te beperken.
Kijk de score van uw project na op (https://www.waterinfo.be/informatieplicht)
Op volgende website worden oplossingen aangereikt om gebouwen te beschermen tegen waterindringing of in het geval van onvermijdbare waterindringing de kans op schade te verkleinen. https://vmm.vlaanderen.be/publicaties/individuele-bescherming-tegen-overstromingen.
- Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.
- Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan je raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.
- Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.
Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen
- Transformatieleidraad: Transformatieleidraad Ruimte geven aan de stad van morgen. Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad dit plan goed.
De transformatieleidraad kan je raadplegen via Transformatieleidraad.
- Strategische Ruimteplan Antwerpen (SRA): Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad het nieuwe plan goed.
Meer info kan je raadplegen via Strategisch Ruimteplan Antwerpen.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
Aangezien de aanvraag betrekking heeft op wijzigingen aan een bedrijfsgebouw werd advies gevraagd aan de stedelijke dienst Ondernemen en Stadsmarketing. Het advies is gunstig:
“De aanvraag omvat enerzijds een beperkte uitbreiding van een bestaande inrichting voor verse voeding en daarnaast een aantal regularisaties dewelke anders uitgevoerd werden dan initieel in de vergunning voorzien was.
De site is gelegen op de bedrijvenzone groothandelsmarkt zoals voorzien in de beleidsnota ruimtelijke economie. Voor dit gebied is het BPA Specifiek en duurzaam bedrijventerrein Groothandelsmarkt - Antwerpen van toepassing.
De uitbreiding en de regularisatie passen binnen de visie van beide goedgekeurde documenten.”
Vanuit stedenbouwkundig oogpunt wordt hierbij aangesloten. Het gevraagde is functioneel inpasbaar.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
Schaal en ruimtegebruik zijn gunstig. De aanvraag beoogt een beperkte uitbreiding van een bestaand voedingsbedrijf op de site van het Kielsbroek. De ruimte zal gebruikt worden voor de stockage van bakken. Langs weerszijde van het nieuw volume wordt er een toegangspoort voorzien. De uitbreiding van het gebouw sluit aan op het bouwvolume van de buren, past binnen het bouwvak zoals bepaald in het BPA en is in overeenstemming met de schaal van het bedrijventerrein. De geplande uitbreiding is echter niet voorzien van een groendak of lichtkleurige dakbedekking. Daarnaast werd in de voorwaarden bij de vorige vergunning uit 2018 (met nummer 20173081) eveneens opgelegd dat de platte daken moeten aangelegd worden als groendak, dit werd niet uitgevoerd. Bijgevolg wordt als voorwaarde bij vergunning opgelegd dat alle platte daken moeten aangelegd worden volgens artikel 20 van de bouwcode.
Naast de uitbreiding wordt aan de zuidzijde een groenzone ingericht als bijkomende parkeerzone, dit wordt ter regularisatie aangevraagd. De parkeerzone werd uitgevoerd in waterdoorlatende klinkers. De strook tussen de gebouwen en de wegenis mag volgens het BPA enkel verhard worden wanneer deze uitgevoerd wordt in KWS-asfalt. Dit type asfalt integreert speciale eigenschappen om het geluidsniveau dat voertuigen op het wegdek veroorzaken te verminderen. Hiervoor wordt een afwijking als volgt gevraagd:
“De klinkers werden in waterdoorlatende klinkers uitgevoerd om beter aan te sluiten aan de bestaande parkeerplaatsen aan de zuidzijde.”
Aangezien het perceel hierdoor bijna volledig verhard is wijkt de aanvraag ook af op artikel 23 van de bouwcode. Aangezien dit een bedrijventerrein is met toegangspoorten en laad – en loszones is er niet veel ruimte voor vergroening. Gezien de motivatie van de aanvrager tot afwijking op het BPA, de relatief beperkte zone die bijkomend verhard wordt en het gunstig effect op infiltratie van het regenwater bij een waterdoorlatende verharding ten opzichte van KWS-asfalt kan een afwijking op het BPA en de bouwcode worden toegestaan. Wel zal als voorwaarde worden opgenomen dat de verharding in grasdals moet aangelegd worden zodat gedeeltelijk tegemoetkomt aan artikel 23 van de bouwcode waarin bepaald wordt dat autoparkeerplaatsen in de voortuin kwalitatieve waterdoorlatende of waterpasserende verharding en fundering moet zijn en voor minimum voor 50% groendoorgroeibaar is.
Visueel-vormelijke elementen
Het nieuw volume wordt uitgevoerd in betonplaten en grijze sandwichpanelen met een groen aluminium poort. De betonplaten en grijze sandwichpanelen sluiten aan bij het bestaande bedrijfsgebouw. De voorgestelde kleur voor de poort wijkt af van de voorgeschreven kleuren door het BPA. Hoewel het BPA een scala van RAL-kleuren voorschrijft dat begrensd wordt door de RAL-waarden 7000 en 7039 is de groen aluminium poort (RAL 6009) verenigbaar met de bestaande materiaalkleuren van het gebouw en de site. Er kan hiervoor een afwijking worden verleend.
Voor het aanbrengen van de voorgestelde reclame op het gebouw kan er eveneens een afwijking worden verleend op artikel 5.2.2 van het BPA. Er wordt geoordeeld dat deze subtiel en in verhouding is met het gebouw.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening hemelwater. Er wordt een afwijking van de verplichting tot het plaatsen van een infiltratievoorziening gevraagd als volgt:
“Namens de firma Tom CL verzoeken wij een afwijking op de infiltratievoorziening volgens de gewestelijke stedenbouwkundige verordening. Na onderzoek en analyse van de projectperceel en de omliggende site vormden wij volgende conclusie:
Uit vorige vergunningen bleek dat infiltratie op dit terrein niet mogelijk is wegens de bodemsamenstelling, mogelijk overstromingsgevoeligheid en de hoge verhardingsgraad op dit perceel. Zoals in vorige aanvragen wordt nu terug gekozen voor een regenwaterput als buffering van het hemelwater, voorzien van een vertraagde afvoer om te lozen op de bestaande leidingen. Volgens luchtfoto’s blijkt dat geen van de naastliggende percelen beschikt over een open infiltratiesysteem. Omwille van bovenstaande overweging verzoeken wij een afwijking van de verplichting tot het plaatsen van een infiltratievoorziening op deze locatie. In overeenstemming met de verordening stellen we voor om een buffersysteem te voorzien op eigen perceel (zoals ook voorzien en vergund is in vorige aanvragen). De waterhuishouding op het perceel wordt zo op een gecontroleerde manier beheert. Wat in ons aanziens beter past bij de omstandigheden van de project site en het bedrijventerrein en tot slot ook minder risico’s met zich meebrengt.”
Vanuit stedenbouwkundig oogpunt wordt er niet aangesloten bij bovenstaande motivatie tot afwijking. Na onderzoek blijkt dat het project waarschijnlijk schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt. De afwaterende oppervlakte is minder dan 1000 m². In dat geval kan er geen vertraagde afvoer worden gerealiseerd. Er is dus geen sprake van buffering. Dat de bodem infiltreren niet toelaat is onvoldoende gemotiveerd. Bijgevolg dient er een infiltratievoorziening te worden geplaatst voor de afwaterende oppervlakte van de uitbreiding van het gebouw. Dit wordt als voorwaarde opgenomen bij de vergunning.
Naast de uitbreiding van het volume en de verharding voorziet de aanvraag enkele regularisaties ten opzichte van de vergunde toestand en een gewijzigde indeling. Door deze wijzigingen zijn er verschillende bureaus op de eerste verdieping die geen rechtstreekse toegang hebben tot licht en lucht zoals bepaald in artikel 10 van de bouwcode. Specifiek gaat het over de bureau HR en over de bureaus met een vloeroppervlakte van 12,8m², 13,71m² en 15,13m². Aangezien dit bepalend is voor de leefkwaliteit van deze ruimtes kan een afwijking niet worden toegestaan. Bijgevolg wordt het gebruik van deze ruimtes als verblijfruimtes uitgesloten van vergunning.
AG VESPA geeft gunstig advies voor de aanvraag van BV TOM CL met betrekking tot de aanvraag voor het uitbreiden van een bedrijfsgebouw. Dit advies vormt geen voorafname in het kader van de contractuele bepalingen en geldt dus onder uitdrukkelijk voorbehoud van de burgerlijke en contractuele rechten in hoofde van AG Vespa.
De stedelijke dienst Milieu geeft een gunstig advies, dat vanuit stedenbouwkundig oogpunt wordt gevolgt. Het ontvangen advies luidt als volgt:
“De aanvraag heeft betrekking
een groothandel in fruit en groenten. Op 21 februari 2020 werd er akte genomen van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten (kenmerk OMV_2020002423).
Het project omvat de uitbreiding van het bestaande bedrijfsgebouw. De bijkomende ruimte zal worden gebruikt voor de opslag van lege bakken en paletten. De ruimte wordt niet verwarmd, noch gekoeld.
Volgens de aanvrager is er geen milieuluik vereist bij deze aanvraag gezien de uitbreiding van het bedrijfsgebouw geen nieuwe ingedeelde activiteiten omvat. De opslag van kunststof bakken is maximaal 2 ton en dus beneden de indelingsdrempel van 10 ton. De opslag van houten bakken en paletten bedraagt maximaal 2,5 ton of 10 m³ en dus eveneens beneden de indelingsgrens van 40 m³.
In de beschrijvende nota wordt echter gesteld dat de 4 vergunde frigo’s werden omgebouwd naar 2 frigo’s en dat de vergunde zone voor een snijkeuken en frigo nooit werd uitgevoerd. Dit impliceert een wijziging van het totaal vergund vermogen van de koelinstallaties. Er kan aangenomen worden dat dit slechts een beperkte wijziging inhoudt.
Geluids- en trillingshinder afkomstig van bouwactiviteiten dienen beperkt te worden conform de BBT-studie geluids- en trillingshinder van bouw- en sloopactiviteiten.
Op basis van de informatie in het aanvraagdossier wordt geen indicatie teruggevonden dat er ingedeelde inrichtingen of activiteiten (IIOA’s) van toepassing zouden kunnen zijn. Vanuit milieutechnisch oogpunt is er dan ook geen bezwaar de vergunning te verlenen.”
Het advies van de stedelijke dienst Publieke ruimte is voorwaardelijk gunstig. Zij geven bijkomend mee dat in het kader van de wegeniswerken te Kielsbroek de uitvoering van voorliggende aanvraag afgestemd bij voorkeur worden afgestemd met de dienst SW/PR om conflicten tussen beide werven te vermijden.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
Voor deze aanvraag werd advies gevraagd aan de stedelijke dienst mobiliteit dat in onderstaande wordt besproken. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt wordt aangesloten bij het advies en de voorwaarden worden overgenomen.
De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 32 van de bouwcode van kracht sinds 15 juli 2024, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding, wijzigen van het aantal wooneenheden en wijziging tussen de gedefinieerde subfuncties in paragraaf 3. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 0 parkeerplaatsen.
De aanvraag betreft het uitbreiden van een bedrijfsgebouw Het project ligt in centrumschil op meer dan 800m van een interregionale knoop/ regionale knoop/ P&R. De bijhorende parkeernormen uit de bouwcode worden gehanteerd. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding en of functiewijziging. Het bedrijfsgebouw wordt uitgebreid met een oppervlakte van +/- 110m². De ruimte wordt gebuikt voor het stockeren van bakken. Deze uitbreiding heeft geen impact op het mobiliteitsprofiel van de site.
De werkelijke parkeerbehoefte is 0. |
De plannen voorzien in 13 en 9 nuttige plaatsen voor bestelwagens.
In de laatst vergunde toestand waren er aan de noordzijde 12 parkeerplaatsen vergund. Door een andere inrichting zijn dat 13 parkeerplaatsen geworden. Aan de zuidzijde werden er bijkomend 9 parkeerplaatsen voorzien zodat bestelwagens die niet meer moeten uitrijden kunnen parkeren in de laadkades om zo geen hinder te veroorzaken door op het openbaar domein te parkeren.
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 13.
Dit aantal is toereikend.
|
Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 0 – 0 = 0.
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0 – 13 = 0. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.
|
Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 0 plaatsen.
|
Ontsluiting/bereikbaarheid:
Na de uitgevoerde wijzigingen blijft de site bereikbaar langs 2 zijden, wat positief is.
Fietsvoorzieningen:
Er worden ten opzichte van de laatst vergunde toestand 10 fietsstalplaatsen voorzien voor her personeel. Deze zijn overdekt maar zouden ook afsluitbaar moeten zijn. Verder moet ook 10% van de fietsstalplaatsen bruikbaar zijn voor buitenmaatse fietsen (cargofiets, bakfiets…). Dit zal worden opgelegd als voorwaarde bij vergunning.
Laden en lossen:
Het laden en lossen kan gebeuren op eigen terrein, er zijn voldoende laadkades beschikbaar.
Advies aan het college
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.
2. Alle platte daken moeten aangelegd worden volgens artikel 20 van de Antwerpse bouwcode.
3. Er moet een bovengrondse infiltratievoorziening geplaatst worden met een infiltrerende oppervlakte van minimaal 26,45m² en een inhoud van minimaal 10.911,78 liter waarop de dakoppervlakte van de uitbreiding wordt aangesloten.
4. De nieuwe parkeerplaatsen aan de zuidzijde van het terrein dienen te worden aangelegd in een kwalitatieve waterdoorlatende of waterpasserende verharding en fundering en is minimum voor 50% groendoorgroeibaar.
5. De fietsenstalplaats voor personeel dient afsluitbaar te zijn.
6. 10% van de fietsstalplaatsen moet bruikbaar zijn voor buitenmaatse fietsen (cargofiets, bakfiets, …).
7. De bureauruimtes op de eerste verdieping die niet voldoen aan de bepalingen van artikel 10 van de Antwerpse bouwcode worden met betrekking tot het gebruik als verblijfsruimte uitgesloten van vergunning.
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 4 april 2025 |
Volledig en ontvankelijk | 17 juni 2025 |
Start 1e openbaar onderzoek | 26 juni 2025 |
Einde 1e openbaar onderzoek | 25 juli 2025 |
Beslissing toepassing administratieve lus | 20 augustus 2025 |
Start laatste openbaar onderzoek | 29 augustus 2025 |
Einde laatste openbaar onderzoek | 27 september 2025 |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste beslissingsdatum | 29 november 2025 |
Verslag GOA | 13 november 2025 |
Naam GOA | Gerd Cryns |
Administratieve lus
Op de aanvraag werd een administratieve lus toegepast, omwille van de volgende reden(en):
De melding van de affichage van de aangeleverde aanplakbiljetten (en de affichage zelf) vond weliswaar tijdig plaats en aan beide aangrenzende straten/delen van het openbare domein maar in beide gevallen aan de gevels van het gebouw.
Betreffende dient echter eenduidig plaats te vinden ter hoogte van het openbare domein en in dit geval dus (aangezien er aan beide zijden sprake is van wat essentieel een voortuin is) ter hoogte van beide rooilijnen (de grens tussen privé-eigendom en openbare wegenis). De affiches in kwestie werden in deze aangebracht op zo’n 19,50 en 22,50 m achter vermelde lijn.
Er is bijgevolg ontegenzeglijk sprake van een procedurefout waardoor een administratieve lus vereist is (en dit met het hernemen van bepaalde stappen in de procedure).
De stappen in de procedure die verkeerd gelopen zijn werden opnieuw uitgevoerd om te voorkomen dat de eindbeslissing over de aanvraag vernietigd wordt omwille van de vastgestelde procedurefout(en).
De aanvraag werd onderworpen aan 2 openbare onderzoeken. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:
Algemene voorwaarden
de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.
Stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.
2. Alle platte daken moeten aangelegd worden volgens artikel 20 van de Antwerpse bouwcode.
3. Er moet een bovengrondse infiltratievoorziening geplaatst worden met een infiltrerende oppervlakte van minimaal 26,45m² en een inhoud van minimaal 10.911,78 liter waarop de dakoppervlakte van de uitbreiding wordt aangesloten.
4. De nieuwe parkeerplaatsen aan de zuidzijde van het terrein dienen te worden aangelegd in een kwalitatieve waterdoorlatende of waterpasserende verharding en fundering en is minimum voor 50% groendoorgroeibaar.
5. De fietsenstalplaats voor personeel dient afsluitbaar te zijn.
6. 10% van de fietsstalplaatsen moet bruikbaar zijn voor buitenmaatse fietsen (cargofiets, bakfiets, …).
7. De bureauruimtes op de eerste verdieping die niet voldoen aan de bepalingen van artikel 10 van de Antwerpse bouwcode worden met betrekking tot het gebruik als verblijfsruimte uitgesloten van vergunning.
Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.