Er werd bij de deputatie een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. De aanvraag wordt behandeld volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
De deputatie verzoekt het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om:
- een openbaar onderzoek te houden;
- advies uit te brengen.
Projectnummer: | OMV_2025073276 |
Gegevens van de aanvrager: | NV A.V.R. met als adres Noorderlaan 177 te 2030 Antwerpen |
Gegevens van de exploitant: | NV A.V.R. (0459012314) met als adres Noorderlaan 177 te 2030 Antwerpen |
Ligging van het project: | Noorderlaan 177 te 2030 Antwerpen |
Kadastrale percelen: | afdeling 15 sectie A nr. 223T2 |
waarvan: |
|
- 20250519-0036 | afdeling 15 sectie A nr. 223T2 (Melding AVR) |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten |
Voorwerp van de aanvraag: | Verbouwen van een loods met omgevingsaanleg en een publiciteitsinrichting; Uitbreiding van de opslag en herverpakking van gevaarlijke stoffen |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 4/10/1974: stedenbouwkundige vergunning (18/56476/B/ - 1974255) voor het bouwen van een magazijn.
Vergunde toestand
* functie:
> industrie en bedrijvigheid;
> industrieel magazijn.
* bouwvolume:
> grondoppervlakte bedraagt circa 3.690 m², hoogte bedraagt circa 8 meter.
* gevelafwerking:
> voor- en zijgevels:
- metalen profielen, glastegels, aluminium ramen, gevelsteen en plint in glad beton;
> achtergevel:
- geprefabriceerde gevelplaten en glastegels.
* inrichting:
> op een terrein gelegen parallel aan de Noorderlaan bevindt zich een gebouw bestaande uit een magazijngedeelte en een gedeelte met kantoren, kleedkamers, … ;
> tussen het gebouw en de Noorderlaan is een parking voor personenwagens aangelegd.
Bestaande toestand
* functie:
> idem aan vergunde toestand.
* bouwvolume:
> idem aan vergunde toestand.
* gevelafwerking:
> de raampartijen in de vergunde toestand zijn in de bestaande toestand dichtgemaakt met golfplaten.
* inrichting:
> de parking die in de vergunde toestand over de gehele breedte van de voorgevel werd aangelegd, is beperkt uitgevoerd in de bestaande toestand.
Nieuwe toestand
* functie:
> idem aan de vergunde toestand;
> het magazijn wordt verbouwd in functie van een verpakkings- en distributiecentrum voor chemische stoffen en opslagplaats.
* bouwvolume:
> idem aan vergunde toestand.
* gevelafwerking:
> het magazijn gedeelte is bekleed met zwart geschilderde golfplaten;
> het kantoorgedeelte in het midden is bekleed met witte baksteen;
> op de voorgevel wordt het logo van het bedrijf geplaatst.
* inrichting:
> langs de noordoost-, oost- en zuidzijde van het magazijn wordt de verharding heraangelegd in waterdoorlatende stelconplaten;
> haaks op de oostgevel worden 6 parkeerplaatsen aangelegd;
> parallel langs de oostgevel maar meer naar het zuiden wordt een zone voor iso-containers voorzien;
> langs de westgevel worden 5 opslagtanks voor bluswater geplaatst en een opslagzone voor lege containers aangelegd.
Inhoud van de aanvraag
- verbouwen magazijn;
- heraanleggen verhardingen;
- aanleggen loszone voor ISO-containers;
- plaatsen tanks voor bluswater;
- aanleggen zone voor opslag IBC’s;
- schilderen voorgevel;
- plaatsen zaakgebonden publiciteit.
Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Voorgeschiedenis
Op 20 mei 2025 heeft het college akte genomen van de exploitatie van een opslagplaats voor gevaarlijke stoffen, met een termijn van onbepaalde duur.
Inhoud van de aanvraag
Het voorwerp van de aanvraag betreft een uitbreiding van de opslag en herverpakking van gevaarlijke stoffen zodat de inrichting een lagedrempel Seveso-inrichting wordt.
Aangevraagde rubrieken
Rubriek | Omschrijving | Gevraagd voor |
7.1.2° | inrichtingen of activiteiten die niet elders ingedeeld zijn voor de productie of behandeling van organische of anorganische chemicaliën met een jaarcapaciteit van meer dan 1.000 ton tot en met 10.000 ton; | 2.500 ton/jaar |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; | +5 kW |
17.1.2.1.2° | opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan 1.000 liter tot en met 10.000 liter; | 2.400 liter |
17.2.1. | VR-plichtige inrichting waar gevaarlijke producten in hoeveelheden die gelijk zijn aan of groter zijn dan de hoeveelheid, vermeld in bijlage 5, deel 1 en 2, kolom 2, bij dit besluit, aanwezig zijn, in voorkomend geval gebruikmakend van de sommatieregel, vermeld in noot 4 bij bijlage 5, deel 1 en deel 2 (lagedrempel Seveso-inrichting); | 841,40 ton |
17.3.2.1.1.1°b) | opslag van gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt hoger dan of gelijk aan 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton als de inrichting niet hoort bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt; | -7,50 ton |
17.3.2.2.3°b) | opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied voor de opslag in bovengrondse houders of een combinatie van bovengrondse en ondergrondse houders; | +283 ton |
17.3.4.2°a) | opslagplaatsen voor bijtende vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS05) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 100 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied; | +53 ton |
17.3.5.3° | opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS06 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 5 ton; | +150,50 ton |
17.3.6.3° | opslagplaatsen voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer 100 ton; | +413 ton |
17.3.7.3° | opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen die op lange termijn gezondheidsgevaarlijk zijn (gevarenpictogram GHS08) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton; | +470 ton |
17.3.8.3° | opslagplaatsen voor het aquatisch milieugevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS09) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 200 ton; | +246,50 ton |
43.1.1°a) | stookinstallaties van 300 kW tot en met 2.000 kW wanneer de inrichting volledig gelegen is in een industriegebied en gestookt wordt met vloeibare brandstoffen, aardgas of vloeibaar gemaakt gas. | +520 kW |
Aangevraagde bijstelling bijzondere milieuvoorwaarden in afwijking van algemene of sectorale voorwaarden
1. |
| Bij te stellen voorwaarde: Artikel 5.15.0.6: Onverminderd de bepalingen van hoofdstuk 4.5. zijn rustverstorende werkzaamheden verboden op werkdagen tussen 19 uur en 7 uur alsmede op zon- en feestdagen, tenzij anders vermeld in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit.
Voorgesteld alternatief/aanvulling: In afwijking van artikel 5.15.0.6 §1 van VLAREM II mag de exploitant op de inrichting gelegen aan de Noorderlaan 177 te Antwerpen, ook werken tussen 19-7 uur, gedurende 7 dagen op 7.
|
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 24 en 42 van het Omgevingsvergunningsdecreet heeft het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar de bevoegdheid advies uit te brengen voor de vergunningsaanvragen op haar grondgebied waarvoor de deputatie, de Vlaamse regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de bevoegde overheid is, tenzij:
Het college heeft op 17 november 2017 (jaarnummer 2017_CBS_08858) beslist om de adviesbevoegdheid op te nemen.
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Fluxys | 7 oktober 2025 | 24 oktober 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Haven van Antwerpen-Brugge, subadvies milieu | 3 oktober 2025 | 20 oktober 2025 | Gunstig |
Rotterdam Antwerpen Pijpleiding (België) | 7 oktober 2025 | 7 oktober 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
ExxonMobil Petroleum & Chemical BV | 7 oktober 2025 | Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag |
|
Water-link | 7 oktober 2025 | Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag |
|
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn.
De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen.
Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit planvoorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.
Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd als Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.
Zulk gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams havengebied als onderdeel van de haven van Antwerpen. Het is bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur.
Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de bestemming en voor de exploitatie van de haven en de bedrijven zijn toegelaten.
Daartoe worden ook de volgende werken, handelingen, voorzieningen, en wijzigingen gerekend:
- de aanleg en het onderhoud van infrastructuur die nodig is voor de toegankelijkheid of voor verbindingen langs de waterzijde en langs de landszijde;
- het laguneren of op een andere wijze bergen of verwerken van baggerspecie.
Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van tijdelijke ecologische infrastructuur toegelaten.
In het gebied zijn eveneens gebouwen of lokalen voor bewakingspersoneel toegelaten.
In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven- en industriële activiteiten. De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.
De aanvraag dient beoordeeld te worden aan de hand van de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan.
De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Voor een straal van 500 meter rond de aanvraag is het voormelde GRUP tevens van toepassing. Hier gelden volgende bestemmingsvoorschriften:
* Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven;
* Gebied voor verkeers- en vervoersinfrastructuur voor de Noorderlaan;
* overdruk Leidingstraat parallel aan de Noorderlaan;
* Gebied voor spoorweginfrastructuur;
* overdruk Hoogspanningsleiding parallel aan het Gebied voor spoorweginfrastructuur.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De verordening hemelwater is niet van toepassing op de dakoppervlakte daar er geen werken aan het gebouw worden uitgevoerd waarop de verordening van toepassing is.
De verordening hemelwater is wel van toepassing op sommige delen van de heraangelegde verharding. De bestaande verharding wordt verwijderd en vervangen door verschillende types van verhardingen, voornamelijk in waterdoorlatende verhardingen waar het hemelwater op natuurlijke wijze doorheen kan infiltreren. Ter hoogte van de drie toegangspoorten worden de hellingen uitgevoerd in beton. De nieuwe loskuil voor ISO-containers wordt aangelegd in vloeistofdichte beton om potentiële verontreiniging door een lek te kunnen uitsluiten. Het hemelwater dat op deze niet-waterdoorlatende verhardingen valt, wordt, na controle op mogelijke verontreinigingen, afgeleid naar een ondergrondse infiltratievoorziening, gelegen onder de parkeerplaatsen voor personenwagens. De aanvrager motiveert dat een ondergrondse aanleg van de infiltratievoorziening onvermijdbaar is door de beperkte vrije oppervlakte van het terrein en de nabijheid van spoorinfrastructuur en pijpleidingen. Deze afwijking kan gunstig worden geadviseerd.
Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
De verordening publiciteit is van toepassing op de aanvraag. De aanvraag omvat zaakgebonden publiciteit die evenwijdig met de gevel van een vergund gebouw geplaatst en inwendig verlicht wordt.
De plaatsing en afmetingen van de aangevraagde publiciteit zijn in overeenstemming met de bepalingen van de verordening publiciteit.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
Een bestaand gebouw zal verbouwd worden om te kunnen dienen als opslagplaats, verpakkings- en distributiecentrum voor chemische stoffen. De verbouwingen hebben geen impact op de footprint of het volume van het gebouw maar betreffen voornamelijk interne werken voor de optimalisatie van brandcompartimentering.
De aanvraag omvat verder:
- heraanleg van de verharding;
- voorzien van een loszone voor ISO-containers;
- voorzien van een zone voor opslag van lege IBC’s;
- plaatsen van opslagtanks voor bluswater;
- plaatsen van zaakgebonden publiciteit.
Het terrein zal rondom afgesloten worden met een hekwerk. De hoogte bedraagt 2,50 meter. Open afsluitingen en toegangspoorten tot een hoogte van 3 meter in een afgebakend zeehavengebied zijn vrijgesteld van vergunningsplicht.
De aangevraagde handelingen dragen bij tot de verdere exploitatie van het bedrijf waardoor de aanvraag functioneel inpasbaar is.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De aangevraagde handelingen zijn beperkt qua omvang en bevinden zich binnen de grenzen van een bestaand ontwikkeld industrieterrein waardoor geen extra ruimte wordt ingenomen. De aanvraag is in overeenstemming en verenigbaar met de ruimtelijke context van het havengebied waarbinnen deze aanvraag is gesitueerd.
Visueel-vormelijke elementen
De buitenbekleding van het magazijngedeelte die bestaat uit golfplaten zal geschilderd worden in een zwarte kleur. De gevelbekleding van het kantoorgedeelte blijft bestaan uit witte bakstenen. Aan de noordoostgevel wordt zaakgebonden publiciteit geplaatst. De gebruikte materialen en gevelkleuren zijn neutraal en aanvaardbaar binnen deze industriële omgeving.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De vergunningverlenende overheid heeft het advies ingewonnen van de Brandweer zone Antwerpen. Op moment van opmaak van dit verslag was dit advies nog niet uitgebracht. Ook het college hecht belang aan dit advies.
Wegens de situering van de aanvraag in de directe nabijheid van pijpleidingen werd door het college het subadvies ingewonnen van de beheerders van deze leidingen.
- Fluxys nv en Rotterdam Antwerpen Pijpleiding (RAPL) brachten een voorwaardelijk gunstig advies uit. Zij verwijzen in hun advies en de daarbij horende bijlagen elk naar de algemene veiligheidsvoorschriften en veiligheidsmaatregelen bij werken in de nabijheid van de pijpleiding(en), met onder meer de specifieke verplichtingen binnen de beschermde en voorbehouden zone rondom de leidingen. De voorwaarden uit deze adviezen, gericht op het vrijwaren van de integriteit van omgevende infrastructuren, met het oog op de beperking van de hinder van de geplande werkzaamheden en met het oog op de veiligheid, kunnen integraal aan deze vergunning worden gehecht.
- ExxonMobil heeft geen tijdig advies uitgebracht.
Wegens de nabijheid van een waterleiding werd advies gevraagd aan Water-link. Zij hebben echter geen tijdig advies uitgebracht.
De aanvrager is wettelijk verplicht om voor de start van de werken een KLIP-aanvraag uit te voeren.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
De aanvraag voorziet in de aanleg van 6 parkeerplaatsen voor personenwagens en 2 wachtzones voor vrachtwagens. Er wordt vanuit gegaan dat de bouwheer een correcte inschatting heeft gemaakt van het benodigde aantal stal- en parkeerplaatsen. De bouwheer dient op eigen terrein de nodige (organisatorische) acties te blijven ondernemen met het oog op een vlotte interne verkeersdoorstroming, opdat er geen hinder op de openbare weg ontstaat. Parkeren dient steeds op eigen terrein te gebeuren.
Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu
A.V.R. is gespecialiseerd in de opslag van producten die gebruikt worden als chemische additieven voor olieproducten met als doel de prestaties, veiligheid en inzetbaarheid daarvan te verbeteren. Op de site aan de Noorderlaan 177 vindt de opslag plaats van deze additieven en voorbereidende activiteiten (voorverwarmen, mengen en herverpakken). Het injecteren van de additieven vindt plaats op de locatie van de klant.
Met voorliggende aanvraag wordt enerzijds de uitbreiding van de opslag van gevaarlijke stoffen aangevraagd, anderzijds het mengen van producten zonder chemische reactie en ompakwerkzaamheden van ISO-tankcontainers naar IBC’s of vaten en omgekeerd.
De inrichting bestaat uit één gebouw dat is opgedeeld in verschillende compartimenten. Hierbij worden twee magazijnen onderscheiden (compartimenten 3 en 4), een warme ruimte voor opslag (compartiment 1), een verwerkingszone voor het mengen en herverpakken (compartiment 2) en een kantoorruimte (compartiment 5).
In de inrichting zullen volgende Seveso-stoffen worden opgeslagen:
Het bedrijf zal na de uitbreiding een lagedrempel Seveso-inrichting worden. De toegevoegde veiligheidsstudie concludeert dat – op basis van de berekende risico’s – de externe (mens)risico’s gerelateerd aan de activiteiten aanvaardbaar worden geacht. Met betrekking tot de risico’s voor het milieu vermeldt de studie dat er verschillende maatregelen worden genomen om de verspreiding van milieugevaarlijke stoffen naar de omgeving te milderen. Voorafgaand aan de exploitatie van de site als lagedrempel Seveso-inrichting dient er een preventiebeleid, een veiligheidsbeheerssysteem en algemeen intern noodplan uitgewerkt en geïmplementeerd worden. De exploitant verbindt zich ertoe deze documenten tijdig op te maken en te bezorgen voor de vergunning wordt afgeleverd. Tevens verklaart de exploitant dat de veiligheidsafstanden voor de opslag van gevaarlijke producten uit VLAREM II steeds gerespecteerd zullen worden. Al staan deze niet afzonderlijk op het plan ingetekend en valt dit dus niet te controleren.
Er ontstaat geen bedrijfsafvalwater op de site, de laad- en loskade wordt voorzien van een vloeistofdichte ondergrond met een opvangput en afsluiter die zich steeds in gesloten toestand bevindt als er geladen of gelost wordt. In het geval van calamiteit worden eventuele lekverliezen opgevangen in de opvangput die geledigd zal worden door een externe verwerker. De magazijnen worden geconstrueerd als vloeistofdichte inkuiping dewelke dient voor het opvangen van de vloeistoffen bij morsen of lekkages. Deze inkuiping staat nergens in contact met oppervlaktewater of riolering.
Wat betreft het huishoudelijk afvalwater wordt gezegd dat dit zal worden opgevangen in een septische put en één maal per jaar zal worden geledigd. Indien de septische put een overloop heeft naar de riolering, is dit niet conform de bepalingen van VLAREM II. De site is namelijk gelegen in individueel te optimaliseren buitengebied waardoor het huishoudelijk afvalwater – conform subafdeling 6.2.2.4 van het VLAREM II – gezuiverd dient te worden alvorens te lozen. Een andere optie is opvang en afvoer van dit afvalwater maar dan mag er geen overloop zijn van ongezuiverd afvalwater naar het oppervlaktewater.
Met voorliggende aanvraag wenst men verder een aantal ondersteunende inrichtingen of activiteiten te vergunnen:
Bij de omschrijving van de aanwezige niet-ingedeelde activiteiten wordt een opslag vermeld van kunststoffen in de magazijnen die in emmers geleverd of afgevuld worden op de exploitatie. Opgemerkt wordt dat deze activiteit moet gebeuren conform hoofdstuk 4.11 van het VLAREM II in geval van kunststofgranulaten. Indien het kunststofpoeders betreft, gaat het om een stuifgevoelige stof categorie SC1 en moet voldaan worden aan de bepalingen van afdeling 4.4.7 van het VLAREM II.
De aanvrager vraagt ook nog een bijstelling aan van de milieuvoorwaarden in afwijking van artikel 5.15.0.6 van het VLAREM: “Onverminderd de bepalingen van hoofdstuk 4.5. zijn rustverstorende werkzaamheden verboden op werkdagen tussen 19 uur en 7 uur alsmede op zon- en feestdagen, tenzij anders vermeld in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit.” Deze vraag tot bijstelling kan zonder voorwerp verklaard worden. Omwille van de specifieke liggen binnen het havengebied en het industriële karakter van de omgeving worden de aangevraagde activiteiten niet als rustverstorend beschouwd. De gevraagde activiteiten kunnen aldus plaatsvinden zonder meer.
Advies van het college
Gunstig advies te verlenen voor de aanvraag tot omgevingsvergunning onder voorwaarden en voor zover het advies van de Brandweer zone Antwerpen gunstig is of voorwaardelijk gunstig met uitvoerbare voorwaarden.
Dit advies werd opgemaakt op basis van PIV 4.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bouwheer dient op eigen terrein de nodige (organisatorische) acties te blijven ondernemen met het oog op een vlotte interne verkeersdoorstroming, opdat er geen hinder op de openbare weg ontstaat.
2. Parkeren dient steeds op eigen terrein te gebeuren
3. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van Fluxys nv.
4. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van Rotterdam Antwerpen Pijpleiding.
Geadviseerde rubrieken
Rubriek | Omschrijving | Geadviseerd voor |
7.1.2° | inrichtingen of activiteiten die niet elders ingedeeld zijn voor de productie of behandeling van organische of anorganische chemicaliën met een jaarcapaciteit van meer dan 1.000 ton tot en met 10.000 ton; | 2.500 ton/jaar |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; | +5 kW |
17.1.2.1.2° | opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan 1.000 liter tot en met 10.000 liter; | 2.400 liter |
17.2.1. | VR-plichtige inrichting waar gevaarlijke producten in hoeveelheden die gelijk zijn aan of groter zijn dan de hoeveelheid, vermeld in bijlage 5, deel 1 en 2, kolom 2, bij dit besluit, aanwezig zijn, in voorkomend geval gebruikmakend van de sommatieregel, vermeld in noot 4 bij bijlage 5, deel 1 en deel 2 (lagedrempel Seveso-inrichting); | 841,40 ton |
17.3.2.1.1.1°b) | opslag van gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt hoger dan of gelijk aan 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton als de inrichting niet hoort bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt; | -7,50 ton |
17.3.2.2.3°b) | opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied voor de opslag in bovengrondse houders of een combinatie van bovengrondse en ondergrondse houders; | +283 ton |
17.3.4.2°a) | opslagplaatsen voor bijtende vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS05) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 20 ton tot en met 100 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied; | +53 ton |
17.3.5.3° | opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS06 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 5 ton; | +150,50 ton |
17.3.6.3° | opslagplaatsen voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer 100 ton; | +413 ton |
17.3.7.3° | opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen die op lange termijn gezondheidsgevaarlijk zijn (gevarenpictogram GHS08) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton; | +470 ton |
17.3.8.3° | opslagplaatsen voor het aquatisch milieugevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS09) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 200 ton; | +246,50 ton |
43.1.1°a) | stookinstallaties van 300 kW tot en met 2.000 kW wanneer de inrichting volledig gelegen is in een industriegebied en gestookt wordt met vloeibare brandstoffen, aardgas of vloeibaar gemaakt gas. | +520 kW |
Procedurestap | Datum |
Ontvangst adviesvraag | 2 oktober 2025 |
Start openbaar onderzoek | 11 oktober 2025 |
Einde openbaar onderzoek | 9 november 2025 |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste adviesdatum | 21 november 2025 |
De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
Informatievergadering
Een informatievergadering was niet vereist en werd niet gehouden.
Het college beslist een gunstig advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, te geven op de aanvraag, onder voorwaarden en voor zover het advies van de Brandweer zone Antwerpen gunstig is of voorwaardelijk gunstig met uitvoerbare voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bouwheer dient op eigen terrein de nodige (organisatorische) acties te blijven ondernemen met het oog op een vlotte interne verkeersdoorstroming, opdat er geen hinder op de openbare weg ontstaat.
2. Parkeren dient steeds op eigen terrein te gebeuren
3. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van Fluxys nv.
4. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van Rotterdam Antwerpen Pijpleiding.