Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2025090588 |
Gegevens van de aanvrager: | BV IMMO ROOTHOOFD met als adres Herentalsebaan 556 te 2100 Deurne (Antwerpen) |
Ligging van het project: | Dassastraat 20 te 2100 Deurne (Antwerpen) |
Kadastrale percelen: | afdeling 31 sectie B nr. 349N12 |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen |
Voorwerp van de aanvraag: | verbouwen en omvormen van een meergezinswoning met 2 woongelegenheden naar een meergezinswoning met 3 woongelegenheden |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 20/2/1963: vergunning (627#21651) voor het bouwen van een woning.
Vergunde toestand
- functie: meergezinswoning met 2 woongelegenheden:
- bouwvolume:
- gevelafwerking:
- inrichting: tuin.
Bestaande toestand
- functie en bouwvolume overeenkomstig vergunde toestand, uitgezonderd:
- gevelafwerking: gewijzigd buitenschrijnwerk.
Nieuwe toestand
- functie: meergezinswoning met 3 woongelegenheden;
- bouwvolume:
- gevelafwerking:
- inrichting: tuin van 26 m², waarvan 18 m² verhard.
Inhoud van de aanvraag
- vermeerderen van het aantal woongelegenheden van 2 naar 3;
- uitbreiden van het bouwvolume;
- wijzigen van de voorgevel;
- wijzigen van de scheimuren;
- doorvoeren van interne constructieve werken;
- aanleggen van verhardingen;
- supprimeren van de inpandige autostalplaats.
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen | 2 oktober 2025 | 21 oktober 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering | 2 oktober 2025 | 3 oktober 2025 |
Stadsontwikkeling/ Mobiliteit | 2 oktober 2025 | 7 oktober 2025 |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zones: Woongebied en Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023)
De aanvraag is in overeenstemming met de verordening hemelwater.
- Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
- Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
(De verordening publiciteit kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Gewestelijke publiciteitsverordening 2023)
De gewestelijke publiciteitsverordening is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
- Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van de verordening voetgangersverkeer.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 maart 2024 en in werking getreden op 15 juli 2024.
(De bouwcode kan je raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:
Bij de creatie van bouwvolumes wordt rekening gehouden met het gebruik van het gebouw en met bezonning, uitzichten en privacy van overige gebouwen in de omgeving. De oppervlakte van de extra daklaag en de impact ervan op de links aanpalende is strijdig met dit artikel.
§2. De afwerking van de gevel moet het straatbeeld en de architecturale kwaliteit van het gevelbeeld respecteren of opwaarderen. De gevelpleister en de houten gevelbekleding van de optopping respecteren het straatbeeld niet.
§3. Het aanbrengen van een nieuwe pleisterlaag met een andere kleur en/of oppervlaktetextuur dan oorspronkelijk vergund en het vervangen van bestaand schrijnwerk door schrijnwerk in een ander materiaal, in een andere kleur of met een andere raamverdeling is verboden.
De voorgevel afgewerkt in lichte crepi en het zwarte buitenschrijnwerk in gewijzigde raamopeningen is strijdig met dit artikel.
De gelijkvloerse gemeenschappelijke leefruimte heeft slechts een hoogte van 2,45 meter.
Bij volume-uitbreiding en wijziging van het aantal woongelegenheden moeten de gewijzigde woongelegenheden over een kwalitatieve buitenruimte beschikken van minimaal 4 m² vermeerderd met 2 m² per slaapkamer. De verbouwde tweeslaapkamerappartementen hebben een buitenruimte van 5 m².
Het gedeelte van de scheidingsmu(u)r(en) in geval van plat dak, heeft een opstand van minimaal 0,30 meter ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak. Deze opstand mag niet met brandbaar materiaal bekleed worden.
Het is verplicht om nieuwe daken aan te leggen als een groendak indien deze daken een helling hebben van minder dan 15° en een oppervlakte hebben van ten minste 20 m². Aan dakopstanden, rond lichtkoepels, afvoerbuizen enzovoort moet eveneens een niet-brandbare strook van 30 cm aangebracht worden om branduitbreiding te beperken. De optopping wordt niet als groendak voorzien.
Bij wijziging van het aantal woongelegenheden moet elke nieuwe of gewijzigde woning voldoen aan volgende minimale oppervlaktenormen: zelfstandige woongelegenheid met 2 slaapkamers is 70 m². Het tweeslaapkamerappartement op de tweede verdieping voldoet hier met 65 m² niet aan.
§1. Bij verbouwing, volume-uitbreiding en wijziging van het aantal woongelegenheden moeten de parkeernormen uit dit artikel nageleefd worden. Er worden geen autostalplaatsen voorzien op het eigen terrein.
§5. Bestaande parkeerplaatsen moeten zoveel mogelijk behouden blijven. De bestaande garage wordt gesupprimeerd.
Niet alle fietsstalplaatsen zijn comfortabel in gebruik.
- Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.
(De verordening stedenbouwkundige lasten kan je raadplegen via https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.
Sectorale regelgeving
- MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
- Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs worden vastgesteld dat de voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Bijgevolg is het beoordelingskader voor stikstofoxiden veroorzaakt door mobiliteit van toepassing. De stikstofdepositie van het project en de effecten hiervan zijn onderzocht voor de Habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) binnen een straal van 20 km rond het projectgebied. De berekende impactscore is lager dan of gelijk aan de minimis-drempel van 1%. De kritische depositiewaarde ten aanzien van de SBZ-H wordt door het project niet overschreden. Bijgevolg is de opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van de SBZ-H niet vereist.
- Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Het voorliggende project is gelegen in een zone waarvoor de Provincie aangewezen is als adviesinstantie.
Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).
Het project is gelegen in een zone met een kleine pluviale overstromingskans (T1000) onder toekomstig (2050) klimaat (score B).
Het project is niet gelegen in een signaalgebied.
Na onderzoek blijkt dat het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt.
(Kijk de score van uw project na op (https://www.waterinfo.be/informatieplicht)
Op volgende website worden oplossingen aangereikt om gebouwen te beschermen tegen waterindringing of in het geval van onvermijdbare waterindringing de kans op schade te verkleinen: https://vmm.vlaanderen.be/publicaties/individuele-bescherming-tegen-overstromingen)
- Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.
- Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan je raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.
- Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.
Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen
- Transformatieleidraad: Transformatieleidraad Ruimte geven aan de stad van morgen. Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad dit plan goed.
(De transformatieleidraad kan je raadplegen via Transformatieleidraad)
- Strategische Ruimteplan Antwerpen (SRA): Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad het nieuwe plan goed.
(Het strategisch ruimteplan Antwerpen kan je raadplegen via Strategisch Ruimteplan Antwerpen)
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag is gesitueerd in de Dassastraat, gelegen in een woonwijk gekenmerkt door eengezinswoningen en meergezinswoningen. In deze aanvraag wordt aan de bestaande meergezinswoning een optopping en een woongelegenheid toegevoegd.
De functie van meergezinswoning blijft bestaan, maar de draagkracht wordt overschreden.
Schaal – ruimtegebruik – bouwdichtheid
In de laatst vergunde toestand bevatte de woning op het gelijkvloers vooraan een garage en centraal en achteraan (berg)ruimten die samen met de eerste verdieping een duplexappartement vormden. Op de tweede verdieping is een tweede appartement vergund.
De autostalplaats in de garage wordt gesupprimeerd, verkleind en als fietsenberging omgevormd met behoud van de garagepoort. De fietsenberging is hierdoor niet vlot en comfortabel bereikbaar.
Daarbij wordt het volledige gelijkvloers heringedeeld met aan de tuinzijde verblijfsruimten binnen de bestaande vrije hoogte van 2,45 meter die daardoor niet voldoen aan artikel 9 van de bouwcode.
De appartementen op de eerste en tweede verdieping worden intern heringericht en voorzien van een uitkragend terras aan de achtergevel op een afstand van 0,65 meter van beide perceelsgrenzen. Deze terrassen zijn met een oppervlakte van 5 m² te klein voor de tweeslaapkamerappartementen volgens artikel 12 van de bouwcode. Bovendien zorgt de korte afstand van de terrassen tot de perceelsgrenzen aan beide zijden voor inkijk naar de aanpalenden. Dit kan vanuit een goed nabuurschap niet toegestaan worden.
Op het bestaande volume wordt een bouwlaag opgetrokken voor een bijkomende woongelegenheid. De oppervlakte van het nieuwe appartement bedraagt 65 m², wat te klein is volgens artikel 26 van de bouwcode.
De gebouwen in de straat bestaan uit drie à vier bouwlagen. Ruimtelijk gezien kan een bouwhoogte met vier bouwlagen, idem aan die van de overzijde en de rechterzijde van de aanvraag, zich inpassen in de omgeving.
Echter, de optopping heeft een bouwdiepte van 13 meter over de volledige perceelsbreedte en een terras van 5 m² op 0,65 meter van de linker en rechter perceelsgrens. Deze nieuwe vierde bouwlaag sluit niet aan op de links aanpalende met drie bouwlagen met een bouwdiepte van slechts 7,76 meter op de tweede verdieping. Dit resulteert bovendien in het aanzienlijk aanpassen van de scheidingsmuur op de linker perceelsgrens. Gelet op de oriëntatie van dit pand, zal het optrekken van een extra verdieping over een grotere bouwdiepte, inclusief het aanpassen van de scheidingsmuur, de (zon)lichtinval van de links aanpalende op onaanvaardbare wijze beïnvloeden.
De aanvraag is om deze redenen ruimtelijk niet inpasbaar op in de omgeving. Het bouwvolume dient op het eigen perceel een overgang te maken tussen de aanwezige bouwdieptes links en rechts en met minimale aanpassingen aan de bestaande scheidingsmuren.
Visueel-vormelijke elementen
Door de optopping wijzigt ook de voorgevel ingrijpend, dit zowel qua materialen als in het aanpassen van gevelopeningen voor de achterliggende slaapkamers. De gevelafwerking is in strijd met artikel 8 van de bouwcode.
De voorgevel bestaat uit roodbruine gevelsteen met verschillende afwerkingen tussen de gevelopeningen. Na het isoleren van de gevel wordt deze afgewerkt met bepleistering in wit/lichtgrijs en nieuw schrijnwerk in zwart pvc/aluminium. De gevelwerken zijn ten opzichte van de laatst vergunde toestand een achteruitgaan voor de beeldkwaliteit in de straat en de uitstraling van de gevel door het verlies aan detaillering en een verarming van het materiaal.
Boven de bestaande kroonlijst wordt de nieuwe bouwlaag opgevat als een dakverdieping, aan de straatzijde afgewerkt met een houten beplanking. Dit materiaal komt in de straat niet voor en wordt evenmin aanzien als een afwerking die zich in past in een stedelijke context. Het is, net zoals bij de aanpalende panden met vier bouwlagen, aangewezen de extra verdieping als een verderzetting van de bestaande gevel op te vatten, met een soortgelijke afwerking als de onderliggende vernieuwde gevel.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
Omdat de nieuwe verblijfsruimtes achteraan op het gelijkvloers onvoldoende vrije hoogte hebben, is het logischer om op deze plek gemeenschappelijke (fietsen)bergingen in te richten.
Uit de snede blijkt niet dat het dak als groendak voorzien wordt zoals vereist in artikel 20 van de bouwcode, noch is het duidelijk of de aanvraag kan voldoen aan artikel 18 §3 van de bouwcode waarin een opstand van 30 cm ten opzichte van het hoogst aanpalende dak vooropgesteld wordt.
Mobiliteitsimpact
Toetsing parkeerbehoefte
Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 30 van de bouwcode, herzien op 1 maart 2018, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding en wijzigen van het aantal wooneenheden. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 2 parkeerplaatsen.
De aanvraag betreft het verbouwen en omvormen van een meergezinswoning met 2 woongelegenheden naar een meergezinswoning met 3 woongelegenheden. Bij projecten tot en met 5 wooneenheden is de parkeernorm 1 per woongelegenheid. Er verdwijnt door de verbouwing 1 parkeerplaats. Deze wordt bijgeteld bij de parkeerbehoefte.
De werkelijke parkeerbehoefte is 1 + 1 = 2.
|
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.
De bestaande garage verdwijnt.
|
Het aantal gerealiseerde autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.
Het plan voorziet niet in het aantal te realiseren plaatsen. Er dient gezocht naar een oplossing op eigen terrein.
|
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 2.
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 2 – 0 = 2. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal gerealiseerde autostal- en autoparkeerplaatsen.
|
Volgens artikel 32 §5 dienen bestaande garages zoveel mogelijk behouden te blijven. Het advies van de stedelijke dienst Mobiliteit bevestigt dit. In de aanvraag verdwijnt de vergunde garage om er fietsen te stallen. Zeker in het geval van het creëren van een bijkomende woongelegenheid, zou én de bestaande autostalplaats behouden moeten blijven én in plaats van de garage te verkleinen, zou ze net voldoende diep en breed moeten zijn om er ook comfortabel voldoende fietsen te kunnen stallen.
Fietsvoorzieningen
Er is een fietsparkeerbehoefte van 3 x (2+1) = 9 fietsstalplaatsen. Er wordt een fietsenberging voor 6 fietsen achter de garagepoort aan de straatzijde ingericht. Er worden ook 3 fietsstalplaatsen voorzien in de tuin, maar die voldoen niet aan de kwaliteitseisen uit artikel 33 van de bouwcode. De fietsen moeten overdekt zijn en kunnen alleen daar als nuttig beschouwd worden als er via de tuin naar buiten gegaan kan worden en dus niet met de fiets door een aantal verblijfsruimtes moet gegaan worden.
Advies aan het college
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te weigeren, omwille van onverenigbaarheden met stedenbouwkundige voorschriften en met een goede ruimtelijke ordening.
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 6 augustus 2025 |
Volledig en ontvankelijk | 2 oktober 2025 |
Start openbaar onderzoek | geen |
Einde openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste beslissingsdatum | 1 december 2025 |
Verslag GOA | 12 november 2025 |
Naam GOA | Katrine Leemans |
De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd. Er werden standpunten, opmerkingen en/of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
Het college sluit zich integraal aan bij:
- de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt;
- het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning te weigeren.
De plannen waarvan het overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, maken integraal deel uit van dit besluit.