Terug
Gepubliceerd op 08/12/2025

2025_VB_00296 - Retributiereglement - Uurlonen aan te rekenen aan derden - Goedkeuring

Vast Bureau
vr 28/11/2025 - 10:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Johan Klaps, schepen; Ken Casier, schepen; Karim Bachar, schepen; Stijn De Rooster, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur; Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester

Afwezig

Koen Kennis, schepen

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester
2025_VB_00296 - Retributiereglement - Uurlonen aan te rekenen aan derden - Goedkeuring 2025_VB_00296 - Retributiereglement - Uurlonen aan te rekenen aan derden - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Het bestuur rekent soms de kost van een aantal prestaties, uitgevoerd door haar personeel voor rekening van burgers en bedrijven, door aan deze burgers of bedrijven. 

Een OCMW mag de aan te rekenen uurloonkost vrij vastleggen in een retributiereglement.

Regelgeving: bevoegdheid

Overeenkomstig artikel 77§ 3 van het Decreet over het Lokaal Bestuur stelt de Raad voor Maatschappelijk Welzijn de reglementen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vast. Die kunnen betrekking hebben op het beleid, de retributies en het inwendige bestuur van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.

Argumentatie

In de gemeenteraadzitting van 15 december 2025 zal de stad de uurlonen aan derden vaststellen.

Er wordt voorgesteld om voor het OCMW dezelfde uurlonen vast te stellen. 

Besluit

Het vast bureau legt het volgende voor aan de raad voor maatschappelijk welzijn:

Artikel 1

De Raad voor Maatschappelijk Welzijn keurt goed om, met ingang van 1 januari 2026, het aangerekende geïndexeerde uurloon steeds af te ronden naar de eerstvolgende volledige euro en de basisbedragen aan 100% van de uurlonen aan te rekenen aan derden vast te stellen als volgt:

FUNCTIONELE LOOPBAAN

Basisbedragen aan 100%

(zonder index)

Basisbedragen (aan huidige index 2,1223 en afgerond naar de eervolgende volledige euro)

A10a-A10b

55,49 €

118,00 €

A6a-A6b-A7a

52,40 €

112,00 €

A5a-A5b

48,42 €

103,00 €

A4a-A4b

40,80 €

87,00 €

A1a-A2a-A3a

34,00 €

73,00 €

B4-B5

37,59 €

80,00 €

B1-B2-B3

27,66 €

59,00 €

C4-C5

31,93 €

68,00 €

C1-C2 / IFIC 11bis

27,02 €

58,00 €

C1-C2-C3

25,84 €

55,00 €

D4

28,07 €

60,00 €

D1-D2-D3

22,21 €

48,00 €

E1-E2-E3

20,78 €

45,00 €


Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.