Terug
Gepubliceerd op 12/11/2025

2025_CBS_08003 - Omgevingsvergunning - OMV_2025070274. Noorderlaan 181. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 07/11/2025 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Patrick Janssens, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Ken Casier, schepen; Karim Bachar, schepen; Stijn De Rooster, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur; Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester

Afwezig

Johan Klaps, schepen

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester
2025_CBS_08003 - Omgevingsvergunning - OMV_2025070274. Noorderlaan 181. District Antwerpen - Goedkeuring 2025_CBS_08003 - Omgevingsvergunning - OMV_2025070274. Noorderlaan 181. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer:

OMV_2025070274

Gegevens van de aanvrager:

NV Everllence Belgium met als adres Noorderlaan 181 te 2030 Antwerpen

Ligging van het project:

Noorderlaan 181 te 2030 Antwerpen

Kadastrale percelen:

afdeling 15 sectie C nr. 223M4

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

Het aanleggen van verharding voor opslag en reliëfwijziging

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

 

Relevante voorgeschiedenis

-    29/09/1994: vergunning (19941533) voor uitbreiding loods;

-    19/03/1990: vergunning (1990820) voor een kantoorgebouw en loods.

 

Vergunde toestand

-     functie: industrie en bedrijvigheid;

-     inrichting:

  • een terrein gelegen langs de Noorderlaan waarop twee industriële gebouwen staan: één gebouw met een magazijn en werkplaats en één gebouw met kantoren en een werkplaats;
  • tussen de twee gebouwen, ten noorden van het kantoorgebouw en ten oosten van het magazijn, is het terrein volledig verhard in klinkers waarop in totaal 30 parkeerplaatsen aanwezig zijn;
  • ten oosten van het kantoorgebouw is een groenzone aanwezig;
  • ten zuiden van het magazijn ligt een braakliggende zone.


Bestaande toestand
Idem aan vergunde toestand.

 

Nieuwe toestand

-   functie: industrie en bedrijvigheid;

-   inrichting:

  • de braakliggende zone ten zuiden van het magazijn wordt gedeeltelijk verhard. Deze verharding heeft een totale oppervlakte van 1.153 m², waarvan 337 m² waterdoorlatend;
  • de niet-waterdoorlatende verharding wordt aangelegd in betonklinkers, de waterdoorlatende verharding in waterpasserende klinkers;
  • de nieuwe verharding zal worden gebruikt voor de opslag van goederen en het parkeren van 9 personenwagens;
  • om de verharding te laten aansluiten op de vloerpas van het magazijn, wordt het terrein deels opgehoogd, hellend naar de zijgevel van het magazijn;
  • voor de aanleg van een bovengrondse infiltratievoorziening (wadi) wordt het reliëf van het terrein in het zuiden gewijzigd. De infiltratievoorziening beslaat een oppervlakte van 392 m² en heeft een maximale diepte van 30 centimeter;
  • het terrein wordt fysiek afgesloten van het openbaar domein door het plaatsen van een draadafsluiting, met een hoogte van 2,1 meter. Er wordt een in- en uitrit voorzien ter hoogte van de parking bij de werkplaats met kantoren, een inrit met schuifpoort ter hoogte van de zone tussen de twee gebouwen en een uitrit met schuifpoort ter hoogte van de nieuwe verharde zone.


Inhoud van de aanvraag 

-     aanleggen van een verharding;

-     het gewoonlijk gebruik van de grond voor opslag en parkeren van voertuigen;

-     een reliëfwijziging voor de aanleg van een wadi.

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

 

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

 

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Agentschap Wegen en Verkeer - District Antwerpen

15 september 2025


13 oktober 2025


Voorwaardelijk gunstig

Provincie Antwerpen - Dienst Integraal Waterbeleid

15 september 2025


26 september 2025


Ongunstig

Fluxys

15 september 2025

3 oktober 2025

Ongunstig

Haven van Antwerpen-Brugge, Permits&Advice

15 september 2025

15 oktober 2025

Voorwaardelijk gunstig

Infrabel Antwerpen, Limburg, Vlaams Brabant

15 september 2025

26 september 2025

Voorwaardelijk gunstig

Rotterdam Antwerpen Pijpleiding (België)

15 september 2025

16 september 2025

Voorwaardelijk gunstig

ExxonMobil Petroleum & Chemical BV

15 september 2025


Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag
Water-link

15 september 2025


Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag


  

Interne adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies

Stadsontwikkeling/ Mobiliteit

1 oktober 2025

15 oktober 2025

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn.

De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen.

Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.

 

Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd als Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.

Zulk gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams havengebied als onderdeel van de haven van Antwerpen. Het is bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur.

Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de bestemming en voor de exploitatie van de haven en de bedrijven zijn toegelaten.

Daartoe worden ook de volgende werken, handelingen, voorzieningen, en wijzigingen gerekend:

- de aanleg en het onderhoud van infrastructuur die nodig is voor de toegankelijkheid of voor verbindingen langs de waterzijde en langs de landszijde;

- het laguneren of op een andere wijze bergen of verwerken van baggerspecie.

Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van tijdelijke ecologische infrastructuur toegelaten.

In het gebied zijn eveneens gebouwen of lokalen voor bewakingspersoneel toegelaten.

In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven- en industriële activiteiten. De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.


In het zuidoosten loopt over de site een overdruk met aanduiding Leidingstraat. In het gebied, aangeduid met deze overdruk, zijn alle handelingen toegelaten voor de aanleg, de exploitatie en wijzigingen van transportleidingen en hun aanhorigheden. Nieuwe leidingen worden gerealiseerd in functie van het optimaal ruimtegebruik van de leidingstraat. De aanvragen voor vergunningen voor een transportleiding en aanhorigheden worden beoordeeld rekening houdend met de in grondkleur aangegeven bestemming.
De in grondkleur aangegeven bestemming is van toepassing voor zover de aanleg, de exploitatie en wijzigingen van de leidingen en hun aanhorigheden niet in het gedrang worden gebracht

De aanvraag dient beoordeeld te worden aan de hand van de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan.

De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

De verordening hemelwater is van toepassing op de aanvraag. Het plaatsen van een hemelwaterput is niet verplicht aangezien er enkel verhardingen aangelegd worden. Waar mogelijk wordt een waterdoorlatende verharding (337 m²) aangelegd. Deze oppervlakte dient niet meegerekend te worden voor de dimensionering van de infiltratievoorziening. Er wordt een bovengrondse infiltratievoorziening (wadi) aangelegd met een buffervolume van 117.401 liter en een infiltratieoppervlakte van 203 m². De wadi heeft een maximale diepte in het overstromingsgevoelig gebied van 30 centimeter en buiten deze zone van 50 centimeter. Hiermee wordt voldaan aan de hemelwaterverordening.

 

Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.


Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
De verordening publiciteit is niet van toepassing op de aanvraag.

 

Sectorale regelgeving

MER-screening: het komt toe aan de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag om te beslissen of er een project-MER moet worden opgesteld.
Bij de beslissing over de volledig- en ontvankelijkheid is beslist dat de aanvraag geen betrekking heeft op een project als vermeld in bijlage I, II of III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten, onderworpen aan milieueffectrapportage (milieueffectrapport). Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

 

Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het Stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het Stikstofdecreet.


Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).

Voor voorliggend project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A). Het project is deels gelegen in een zone met een kleine pluviale overstromingskans (T1000) onder toekomstig (2050) klimaat (score B), een kleine pluviale overstromingskans (T1000) onder huidig klimaat (score C) en een middelgrote pluviale overstromingskans (T100) onder huidig klimaat (score D). Het project is niet gelegen in een signaalgebied.

Het project is gelegen in een zone waarvoor de Provincie – Dienst Integraal Waterbeleid (DIW) aangewezen is als adviesinstantie. Zij brachten een ongunstig advies uit aangezien er niet zou zijn voldaan aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater en het provinciaal beleidskader. Het perceel is namelijk gelegen in een overstromingscontour en door toename in verharding vermindert de infiltratiecapaciteit, waardoor de overstromingscontour gecompenseerd dient te worden via een afgraving. Daarnaast is volgens DIW de infiltratiecapaciteit van de bodem zeer slecht, waardoor infiltratievoorzieningen gelimiteerd zijn tot een diepte  van 30 centimeter. De infiltratievoorziening moet herzien worden tot deze diepte of enkel de taluds tot deze diepte mogen ‘berekend’ worden. DIW geeft in hun advies als suggestie om de niet-doorlatende verharding te verminderen. Volgens de uitbreidingsregels leidt zelfs een beperkte afname hiervan al tot een aanzienlijke reductie in het benodigde infiltratievoorzieningsvolume en -oppervlak.

De aanvrager heeft naar aanleiding van dit ongunstig advies aanpassingen uitgevoerd aan de plannen via een wijzigingsverzoek. Volgende wijzigingen zijn doorgevoerd:

  • de oppervlakte van de waterdoorlatende verharding is vergroot (van 135 m² naar 337 m²) en de oppervlakte van de niet-waterdoorlatende verharding is verkleind (van 1.075 m² naar 816 m²);
  • de diepte van de wadi is herzien. Deze zal een maximale diepte van 30 centimeter onder het maaiveld hebben ter hoogte van de overstromingsgevoelige zone en het deel in de niet-overstromingsgevoelige zone een diepte van 50 centimeter;
  • het overstortniveau is verhoogd en de compensatiezone is vergroot;
  • een ander type boordsteen wordt gebruikt zodat er meer water naar de naastgelegen groenzone met wadi vloeit.

Na onderzoek blijkt dat het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt.


Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst wordenaan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.

 

Archeologienota: overeenkomstig artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 moet aan bepaalde aanvragen een archeologienota worden toegevoegd waarvan akte werd genomen

Het voorliggende project heeft een oppervlakte kleiner dan 5.000 m² waardoor een archeologienota waarvan akte is genomen niet van toepassing is.

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

Functionele inpasbaarheid

Voorliggende aanvraag betreft het aanleggen van een nieuwe verharding voor de opslag van goederen (twee containers voor hout- en metaalafval en een container voor onderdelen voor scheepsmotoren), het parkeren van 9 personenvoertuigen en het laden- en lossen van vrachtwagens.

De verharding staat in functie van de opslag van materialen, parkeerplaatsen, laden en lossen en circulatieruimte, waardoor deze de verdere exploitatie van het bestaand industrieel bedrijf mogelijk maakt. De aanvraag past zich functioneel in binnen het industrieveld.

 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

De aanvraag betreft een toename aan verharding waardoor de ruimtelijke impact beperkt is. De aanvraag is in overeenstemming en verenigbaar met de ruimtelijke context van het havengebied waarbinnen deze aanvraag is gesitueerd.

 

Visueel-vormelijke elementen

De verharding wordt grotendeels aangelegd in betonklinkers (816 m²), de waterdoorlatende verharding (337 m²) wordt aangelegd in waterpasserende klinkers. Deze materialen zijn aanvaardbaar en gebruikelijk binnen deze industriële context.

Bodemreliëf

Ter hoogte van de braakliggende zone wordt het reliëf van de bodem aanmerkelijk gewijzigd omwille van:

  • het aanleggen van een wadi met een maximale diepte van 50 centimeter;
  • het ophogen van het terrein dat verhard wordt. Het terrein ligt ongeveer 40 centimeter lager dan de vloerpas van het magazijn. Om de verharding te laten aansluiten op de vloerpas, dient het terrein deels opgehoogd te worden, hellend naar de zijgevel van het magazijn.

De reliëfwijzigingen zijn functioneel en beperkt in omvang.


Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

De Haven van Antwerpen-Brugge werd om advies gevraagd, als gebiedsbeheerder. Dit advies is voorwaardelijk gunstig, met volgende voorwaarde:

  • Het infiltratiebekken ligt momenteel deels binnen de zone non-aedificandi. Reliëfwijzigingen binnen de zone non-aedificandi zijn in principe niet toegestaan. Gezien de beperkte impact van de wadi op de zone non-aedificandi wil het Havenbedrijf hierop een afwijking toestaan wanneer de wadi aan de zuidzijde wordt ingekort zodat deze niet meer in de strategische leidingzone ligt, zijnde de zone met een breedte van 7 meter, gemeten van de zuidelijke concessiegrens. Met het wijzigingsverzoek heeft de aanvrager de afmetingen en positie van de wadi gewijzigd. De wadi bevindt zich nu op een afstand van 6 meter van de zuidelijkoostelijke concessiegrens. Deze dient dus nog verkleind te worden. Dit wordt opgelegd als voorwaarde.


Daar de werken zich in de nabijheid van treinsporen bevinden, werd het advies ingewonnen van Infrabel. Zij geven een gunstig advies op voorwaarde dat aan volgende voorwaarden voldaan wordt:

  • voor de uitvoering is een werktoelating aan te vragen bij Infrabel, in functie van het afstemmen van de veiligheidsvoorwaarden. De aanvraag dient te worden ingediend via mail: aanvragen.gronden.no@infrabel.be;
  • er mag geen werk opgericht worden op een afstand kleiner dan 5 meter van het spoor;
  • de wadi bevindt zich volgens plan tot op net iets meer dan 4 meter van het spoor. Deze dient bijgevolg een kleine meter opgeschoven te worden. Met het wijzigingsverzoek is de inplanting van de wadi gewijzigd waardoor deze op minimum 5 meter van het spoor bevindt;
  • onderhoud van afsluitingen is volledig ten lasten van de aanvrager;
  • Infrabel staat in geen geval in voor wegnemen van begroeiing aan de zijde van het spoor.

Deze voorwaarden worden beschouwd als uitvoeringsmodaliteiten en kunnen integraal aan de vergunning worden gehecht.


Wegens de situering van de aanvraag aan een gewestweg werd tevens het advies ingewonnen van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV). Dit advies is als voorwaardelijk gunstig opgeladen in het Omgevingsloket, maar het is een gunstig advies zonder voorwaarden. Er wordt voor de uitvoering van de vergunning enkel verwezen naar de algemene aandachtspunten voor gewestwegen. Om die reden kunnen geen voorwaarden uit die advies overgenomen worden.

 

Wegens de situering van de aanvraag in de directe nabijheid van pijpleidingen werd tevens het advies ingewonnen van de beheerders van deze leidingen.

  • er werd geen tijdig advies van ExxonMobil ontvangen waardoor dit als gunstig beschouwd wordt. De aanvrager is wettelijk verplicht om voor de start van de werken een KLIP-aanvraag in te dienen;
  • Rotterdam – Antwerpen Pijpleiding (RAPL) heeft een gunstig advies uitgebracht, met in bijlage de ligging van de leiding. Zij vragen wel om voor de start van de werken RAPL te informeren zodat een toezichthouder advies kan geven en het werk kan beoordelen;
  • Fluxys heeft een ongunstig advies uitgebracht omwille van:
    • wadi's zijn verboden binnen de voorbehouden zone van de Fluxys leiding. Gelieve de inplanting van de wadi hierop aan te passen. Met het wijzigingsverzoek is de inplanting van de wadi gewijzigd zodat deze in de nieuwe toestand op circa 6 meter van de leiding van Fluxys ligt en dus buiten de voorbehouden zone;
    • gelieve de Fluxys installaties correct op de plannen in te tekenen, inclusief de tussenafstand tot de wadi. Met het wijzigingsverzoek is op de plannen de leiding van Fluxys ingetekend, inclusief de tussenafstand tot de wadi;
    • gelieve de kruising van de nieuwe nutsvoorziening met de Fluxys leiding aan te duiden op het plan. De kruising van de hemelwaterafvoer naar het openbaar rioleringsstelsel en de Fluxys hogedrukleiding is ingetekend op de plannen. De afstand tussen de bovenkant van de hogedrukleiding en de onderkant van de hemelwaterafvoer bedraagt minstens 40 centimeter;
    • te allen tijde dienen zowel de specifieke voorwaarden als de veiligheidsmaatregelen op onderstaande pagina's te worden nageleefd in het kader van uw aanvraag. Deze voorwaarden, gericht op het vrijwaren van de integriteit van omgevende infrastructuren, met het oog op de beperking van de hinder van de geplande werkzaamheden en met het oog op de veiligheid, kunnen integraal aan deze vergunning worden gehecht.

Wegens de nabijheid van een waterleiding werd advies gevraagd aan Water-link. Zij hebben echter geen tijdig advies uitgebracht. De aanvrager is wettelijk verplicht om voor de start van de werken een KLIP-aanvraag in te dienen.


Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Er werd advies gevraagd aan de mobiliteitsdienst van de stad Antwerpen.

 

Ontsluiting/bereikbaarheid

Voor voetgangers dienen er looplijnen en zebrapadmarkeringen voorzien te worden om aan te geven waar de voetgangers moeten wandelen en om bestuurders te duiden op hun mogelijke aanwezigheid op de site. Dit wordt meegegeven als aanbeveling. Het is aan de exploitant zelf om te zorgen voor een veilige, interne organisatie van de verschillende verkeersstromen op de eigen site.

De parkeerplaatsen voor het magazijn geven rechtstreeks uit op het openbaar domein. Door de verwijdering van deze parkeerplaatsen verdwijnt een brede conflictzone bij het verlaten van de site. Om te verhinderen dat de zone tussen voorgevel magazijn en Noorderlaan toch nog gebruikt wordt als parkeerplaats of laad- en loszone wordt opgelegd om hier een niet-overrijdbare fysieke afscheiding te voorzien tussen privaat en openbaar domein.

Het in- en uitrijden vanuit het privaat terrein dient geconcentreerd en veilig te gebeuren naar het openbaar domein. Er wordt opgelegd om over de hele breedte van het perceel een niet-overrijdbare fysieke afscheiding te voorzien tussen openbaar en privaat terrein en om enkel de noodzakelijke toegangen tot het perceel open te houden. Concreet houdt dit in dat er voor dit perceel vier inritten (met een breedte noodzakelijk om het terrein op- en af te kunnen rijden) worden toegestaan:

  • ter hoogte van de schuifpoort naar de nieuwe verharding (zoals voorzien op het nieuwe inplantingsplan);
  • ter hoogte van de poort naar het magazijn;
  • ter hoogte van de poorten die toegang geven tot de zone tussen magazijn en bureel;
  • de bestaande inrit naar de parkeerplaatsen op de grens met perceel Noorderlaan 183 (zoals voorzien in de bestaande toestand).

Met het wijzigingsverzoek heeft de aanvrager een afsluiting voorzien over de volledige breedte van het terrein en het openbaar domein, met drie in- en uitritten. Deze voorwaarden dienen dus niet opgenomen te worden.

Eén van de nieuwe parkeervakken (nummer 30) ligt buiten de afsluiting. Deze dient binnen de afsluiting geplaatst te worden, zodat alle parkeervakken via de geconcentreerde in-en uitrit bereikt kunnen worden. Dit werd eveneens gewijzigd door het indienen van het wijzigingsverzoek. Alle parkeerplaatsen worden op het terrein, binnen de afsluiting, geplaatst.

 

Parkeerbehoefte 

Op de nieuwe verharding worden 9 parkeerplaatsen voor personenwagens voorzien. Dit betreft een verplaatsing van de bestaande parkeerplaatsen ten oosten van het magazijn, waardoor het totaal aantal parkeerplaatsen (30) niet gewijzigd wordt. Er wordt geen bijkomende parkeerbehoefte gegenereerd.

 

Fietsvoorzieningen

Aangezien er geen sprake is van een uitbreiding of functiewijziging moeten er geen nieuwe fietsvoorzieningen voorzien worden.

 

Laden en lossen

Het laden- en lossen van vrachtwagens zal worden verplaatst naar de nieuwe verharding. In bestaande toestand gebeurt dit op de strook tussen de voorgevel van het  magazijn en de Noorderlaan. De laad- en losactiviteit wordt verplaatst maar neemt qua intensiteit niet toe. Het betreft het éénmaal per week afhalen van hout- en oud ijzer en het maandelijks leveren van materialen. De aanvraag genereert geen significante toename van het aantal verkeersbewegingen.

Het is voorzien dat vrachtwagens vooruit in en achteruit uitrijden. Bij het achterwaarts manoeuvreren liggen de draaicirkels zeer dicht tegen de afsluiting en komen ze na hun manoeuvre vlak naast de rijbaan uit. Er wordt opgelegd dat vrachtwagens moeten keren op eigen terrein zodat ze voorwaarts in én voorwaarts uit kunnen rijden. Dit laat toe om de breedte van de poort smaller te voorzien dan de 13 meter die nu is aangegeven op het inplantingsplan. Met het wijzigingsverzoek heeft de aanvrager de vrachtwagenbewegingen op de site gewijzigd. Het op- en afrijden gebeurt nu op twee verschillende plaatsen, en steeds voorwaarts. Deze voorwaarde dient dus niet opgenomen te worden.

 

Advies aan het college

 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. De voorwaarden uit het advies van Infrabel dienen strikt nageleefd te worden.

2. De specifieke voorwaarden en veiligheidsmaatregelen uit het advies van Fluxys dienen strikt nageleefd te worden.

3. De wadi dient 1 meter ingekort te worden aan de zuidoostzijde.

Fasering

 

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

4 juli 2025

Volledig en ontvankelijk

15 september 2025

Start openbaar onderzoek

geen

Einde openbaar onderzoek

geen

Beslissing aanvaarding wijzigingsaanvraag

22 oktober 2025

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste beslissingsdatum

14 november 2025

Verslag GOA

29 oktober 2025

Naam GOA

Katrine Leemans


Wijzigingsverzoeken

De aanvrager heeft een verzoek ingediend om zijn oorspronkelijke dossier te wijzigen naar aanleiding van de opmerkingen en voorwaarden in de uitgebrachte adviezen. Dit verzoek werd aanvaard, waardoor de aanvaarde wijzigingen mee beoordeeld worden.

Onderzoek

Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:

 

Algemene voorwaarden

de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.

 

Stedenbouwkundige voorwaarden

1. De voorwaarden uit het advies van Infrabel dienen strikt nageleefd te worden.
2. De specifieke voorwaarden en veiligheidsmaatregelen uit het advies van Fluxys dienen strikt nageleefd te worden.
3. De wadi dient 1 meter ingekort te worden aan de zuidoostzijde.

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.