Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2025082234 |
Gegevens van de aanvrager: | BVBA H&M SERVICES met als contactadres Mattheus Corvensstraat 94 te 2100 Antwerpen |
Gegevens van de exploitant: | BVBA H&M SERVICES (0720651602) met als contactadres Mattheus Corvensstraat 94 te 2100 Antwerpen |
Ligging van het project: | Eendrachtstraat 18 te 2060 Antwerpen |
Kadastrale percelen: | afdeling 5 sectie E nr. 384F8 |
waarvan: |
|
- 20250701-0048 | afdeling 5 sectie E nr. 384F8 (H&M Services) |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten |
Voorwerp van de aanvraag: | wijzigen van de functie van gelijkvloerse unit van kantoor, dienstverlening en vrije beroepen naar industrie en bedrijvigheid (kleinschalige autoherstelwerkplaats), en het exploiteren van deze autoherstelwerkplaats |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 10/11/1993: vergunning (19931325) voor 20 studentenkamers met parking;
- 13/05/1966: vergunning (196680748) voor een nieuwbouw.
Vergunde toestand
- functie:
- bouwvolume:
- gevelafwerking:
Bestaande toestand
- afwijkend.
Nieuwe toestand
- functie:
- gevelafwerking:
- bouwvolume maakt geen deel uit van de aanvraag.
Inhoud van de aanvraag
- omvormen van de functie van de gelijkvloerse unit van dienstverlening naar bedrijvigheid;
- wijzigen van de gevelafwerking en -indeling;
- mogelijke wijzigingen aan het bouwvolume maken geen deel uit van de aanvraag.
Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Inhoud van de aanvraag
De aanvraag omvat de exploitatie van een autoherstelwerkplaats.
Aangevraagde rubriek(en)
Aangevraagde rubriek(en) H&M Services
Rubriek | Omschrijving | Gevraagd voor |
6.4.1° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 liter tot en met 50.000 liter uitgezonderd de gezamenlijke opslag van minder dan 5 ton gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige brandstoffen bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt; | 1.000,00 liter |
15.2. | andere werkplaatsen voor het nazicht, het herstellen en het onderhouden van motorvoertuigen (met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden) dan de werkplaatsen, vermeld in rubriek 15.3; | 2 hefbruggen |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; | 5,50 kW |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; | 200,00 liter |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen | 16 september 2025 | 16 oktober 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Ondernemen en Stadsmarketing / Economie en Toerisme / Investeren | 16 september 2025 | 22 september 2025 |
Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering | 16 september 2025 | 16 september 2025 |
Sporting A & Sociaal Ruimtelijke Veiligheid - Trage wegen | 16 september 2025 | 9 oktober 2025 |
Stadsontwikkeling/ Mobiliteit | 16 september 2025 | 19 september 2025 |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023)
De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.
- Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aangevraagde werken.
- Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
(De verordening publiciteit kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Gewestelijke publiciteitsverordening 2023)
De gewestelijke publiciteitsverordening is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
- Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 maart 2024 en in werking getreden op 15 juli 2024.
(De bouwcode kan je raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:
- Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.
(De verordening stedenbouwkundige lasten kan je raadplegen via https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.
Sectorale regelgeving
- MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
- Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs worden vastgesteld dat de voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Bijgevolg is het beoordelingskader voor stikstofoxiden veroorzaakt door mobiliteit van toepassing. De stikstofdepositie van het project en de effecten hiervan zijn onderzocht voor de Habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) binnen een straal van 20 km rond het projectgebied.
De berekende impactscore is lager dan of gelijk aan de minimis-drempel van 1%.
De kritische depositiewaarde ten aanzien van de SBZ-H wordt door het project niet overschreden. Bijgevolg is de opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van de SBZ-H niet vereist.
- Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).
Het project is gelegen in een zone met een middelgrote pluviale overstromingskans (T100) onder huidig klimaat (score D).
Het project is niet gelegen in een signaalgebied.
Na onderzoek blijkt dat het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt.
De aangevraagde werken hebben geen impact op de waterhuishouding en eventueel op te leggen voorwaarden met betrekking tot de structurele werken die nodig zijn om bescherming tegen overstromingen te bieden, zouden disproportioneel zijn. De aanvrager wordt wel geadviseerd mobiele beschermingsmiddelen te voorzien om de woning te beschermen tegen overstromingen.
Kijk de score van uw project na op: https://www.waterinfo.be/informatieplicht.
Op volgende website worden oplossingen aangereikt om gebouwen te beschermen tegen waterindringing of in het geval van onvermijdbare waterindringing de kans op schade te verkleinen: https://vmm.vlaanderen.be/publicaties/individuele-bescherming-tegen-overstromingen.
- Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.
- Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan je raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.
- Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.
Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen
- Transformatieleidraad: Transformatieleidraad Ruimte geven aan de stad van morgen. Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad dit plan goed.
De transformatieleidraad kan je raadplegen via Transformatieleidraad.
- Strategische Ruimteplan Antwerpen (SRA): Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad het nieuwe plan goed.
Het strategisch ruimteplan Antwerpen kan je raadplegen via Strategisch Ruimteplan Antwerpen.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag betreft de inrichting van een kleinschalige autoherstelplaats (bedrijvigheid) in een gelijkvloerse ruimte die eerder fungeerde als taxibedrijf (diensten).
De stedelijke dienst Sporting A & Sociaal Ruimtelijke Veiligheid levert een ongunstig advies op voorliggende aanvraag. Het advies leest als volgt:
“De aanvraag betreft een functiewijziging op het gelijkvloers, van dienstverlening naar bedrijvigheid. Uit ervaring op andere locaties blijkt dat sommige activiteiten die onder bedrijvigheid vallen goed verweven kunnen worden met wonen, maar andere helemaal niet, omdat ze veel overlast veroorzaken.
Eens een perceel de functie bedrijvigheid heeft gekregen, is er bovendien geen vergunning meer nodig om de invulling te veranderen van een ‘rustige’ activiteit naar een die wél overlast geeft.
Een gelijkaardig voorbeeld vinden we in de Windmolenstraat in Hoboken. Daar werd een magazijn in een woonbuurt, gelegen aan een smalle straat, vroeger gebruikt om wagens om te bouwen tot ceremoniewagens — zonder noemenswaardige hinder. Het magazijn werd echter verkocht en wordt nu gebruikt als opslagplaats voor een bouwmaterialenfirma. Mensen mogen er zelfs op zondag materiaal afhalen. Het laden en lossen veroorzaakt veel lawaai, en de smalle straat ondervindt aanzienlijke overlast van zeer grote vrachtwagens die er eigenlijk niet thuishoren.
Het perceel in de Eendrachtstraat bevindt zich tussen en tegenover woningen. Verder in de straat komt bovendien nog een nieuw woonproject. De straat is smal, en er is weinig ruimte om wagens (herstelde of wachtende op herstel) te parkeren. De functiewijziging naar bedrijvigheid opent de deur voor andere activiteiten die nog meer hinder kunnen veroorzaken.
Onze inschatting is dat de functie bedrijvigheid in deze smalle straat en tussen woningen aanzienlijke overlast kan meebrengen.”
Het advies wordt niet bijgetreden.
Het perceel is volgens het gewestplan gelegen in woongebied waar ook het voorzien van kleinbedrijf is toegelaten. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. Andere invullingen onder de functie bedrijvigheid zijn in de toekomst inderdaad mogelijk, de veronderstelling dat deze invulling overlast naar de buurt met zich zal meebrengen is hypothetisch en niet stedenbouwkundig van aard. Gezien het Gewestplan net een verweving toelaat en mogelijk maakt wordt het advies niet bijgetreden.
De functionele inpasbaarheid wordt onderschreven door het gunstig advies van de stedelijke dienst Economie en Toerisme.
“De aanvraag omvat de realisatie van een kleinschalige autowerkplaats met bijhorende exploitatie. Er is slechts een beperkte bandenopslag en geen carwash.
Het project past binnen de visie van de beleidsnota ruimtelijke economie inzonderheid verweving van functies.
Voor het dossier kan gunstig advies gegeven worden.”
Kleinschalige bedrijvigheid zorg voor een verweving van functie in de stedelijke omgeving. De aanvraag is verenigbaar met de bestemming woongebied volgens gewestplan. De voorgestelde functiewijziging is inpasbaar.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De autoherstelplaats wordt ingericht in de bestaande, vergunde gelijkvloerse ruimte. Er wordt echter geen open ruimte ter hoogte van het maaiveld voorzien (bouwcode, artikel 22). Het realiseren van open ruimte zou ten koste gaan van de oppervlakte aan bedrijfsruimte. De stad wil verweving van functies stimuleren. Met toepassing van artikel 3 van de bouwcode kan een afwijking worden toegestaan.
De aanvraag heeft betrekking op een gebouw dat oorspronkelijk werd vergund met drie bouwlagen waarvan er slechts twee werden uitgevoerd. De aanvraag heeft louter betrekking op de functiewijziging van het gelijkvloers en niet op de volumetrie van het gebouw.
Visueel-vormelijke elementen
Aan de voorgevel van het gelijkvloers werden beperkte wijzigingen ten opzichte van de laatst vergunde toestand uitgevoerd.
Er werd één raamopening minder voorzien dan vergund en de raamopeningen werden ingevuld met glasdals in plaats van schrijnwerk.
Deze uitwerking is in overeenstemming met de functionele invulling op het gelijkvloers.
De visueel-vormelijke inpassing is verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De kantoorruimte beschikt niet over een rechtstreekse toevoer van zicht en lucht conform de voorschriften van artikel 10 van de bouwcode. Een kantoorruimte in een kleinschalige autoherstelplaats betreft echter geen verblijfsruimte waar langdurig mensen verblijven. Er is lichttoetreding via de glasdals en er zijn interne ramen naar de werkplaats die zicht geven.
In de voorwaarde bij de vergunning moet opgelegd worden dat een mechanisch ventilatiesysteem moet voorzien worden. Mits naleving van deze voorwaarde kan met toepassing van artikel 3 van de bouwcode een afwijking worden toegestaan.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 32 van de bouwcode van kracht sinds 15 juli 2024, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding, wijzigen van het aantal wooneenheden en wijziging tussen de gedefinieerde subfuncties in paragraaf 3. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
De aanvraag betreft het wijzigen van de functie van gelijkvloerse unit van kantoor, dienstverlening en vrije beroepen naar industrie en bedrijvigheid (kleinschalige autoherstelplaats).
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 0 parkeerplaatsen.
De parkeerbehoefte wordt bepaald op de functiewijziging van het gelijkvloers naar een autoherstelplaats. Er is inpandig voldoende ruimte om de auto’s te stallen voor herstelling. Er moeten geen bijkomende parkeerplaatsen voorzien worden. De werkelijke parkeerbehoefte is 0.
|
De plannen voorzien in 2 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.
Er zijn 2 parkeerplaatsen in de herstelplaats voor auto’s.
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.
|
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.
|
Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus niet van toepassing.
|
Het advies van de stedelijke dienst Mobiliteit bevat het volgende met betrekking tot de fietsvoorzieningen: “Voor personeel moeten 3 fietsenstallingen voorzien worden. (516 m² x 0.6/100 m² = 3)”.
Het advies wordt bijgetreden en moet als voorwaarde aan de vergunning worden gekoppeld.
Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu
De onderhavige aanvraag betreft de regularisatie van de exploitatie van een bestaande autoherstelwerkplaats, gelegen aan de Eendrachtstraat 18 te 2060 Antwerpen.
De inrichting omvat een kleinschalige autoherstelwerkplaats met 2 hefbruggen en een beperkte opslag van onderdelen voor aanhorige onderdelen (met een totale oppervlakte van minder dan 400 m²). Carrosseriewerken maken geen deel uit van de activiteiten. Er worden geen geaccidenteerde auto’s of andere voertuigen gestald en er is geen carwash voorzien voor het wassen van voertuigen. Enkel het nazicht en beperkt onderhoud van voertuigen worden uitgevoerd, aangevuld met een beperkte bandenservice. De opslag van banden blijft beperkt tot minder dan 10 ton.
De volgende ingedeelde activiteiten worden uitgebaat:
De volledige werkplaats is voorzien van een vloeistofdichte vloer. De afvalolie wordt bewaard in een bovengrondse, dubbelwandige houder die boven de vloeistofdichte vloer is geplaatst. Beoordeling: Een recent keuringsattest van de afvalolietank werd niet toegevoegd aan het aanvraagdossier. De exploitant vermeldt dat deze keuring werd aangevraagd.
De gevaarlijke producten in kleine verpakkingen worden op lekbakken geplaatst. De exploitant geeft aan dat er voldoende absorberend materiaal aanwezig is om eventuele morsvloeistoffen onmiddellijk op te ruimen.
De werkzaamheden worden uitgevoerd binnen het gebouw van maandag tot en met zaterdag tussen 7.00 uur en 19.00 uur. De leveringen vinden plaats met een bestelwagen tijdens de daguren. Er wordt gebruikgemaakt van een compressor van 5,5 kW. De compressor is binnen opgesteld en wordt enkel gebruikt tijdens de werkuren (maximaal tot 19.00 uur). Nadien wordt deze uitgeschakeld, zodat het 'aanslaan' bij drukverlies niet kan zorgen voor geluid. Bovendien geeft de exploitant aan dat er met gesloten deuren en poorten wordt gewerkt en dat wordt vermeden dat voertuigen stationair blijven draaien. Het herstellen van voertuigen gebeurt in de werkplaats voorzien van natuurlijke verluchting. De werkplaats wordt niet verwarmd of gekoeld.
Beoordeling: De exploitant wordt erop gewezen dat werkzaamheden en leveringen niet zijn toegestaan tussen 19.00 uur ’s avonds en 7.00 uur ’s morgens, evenals op zon- en feestdagen om de rust van de omwonenden te garanderen. Om geluidsoverdracht naar de bewoonde vertrekken van de aangrenzende panden te vermijden, mag de compressor niet worden opgesteld tegen de gemene muren.
In de autoherstelwerkplaats kunnen uitlaatgassen van voertuigen vrijkomen. In het dossier wordt vermeld dat er gebruik wordt gemaakt van natuurlijke verluchting en dat er geen klachten gekend zijn. De verluchting mag op geen enkel moment hinder veroorzaken voor de omwonenden (geluid, geur). Indien zich geuroverlast voordoet, dient een geschikt systeem voor de afvoer van uitlaatgassen te worden voorzien. In dat geval kan het noodzakelijk zijn een schouw te plaatsen. De exploitant dient hierover vooraf navraag te doen bij de dienst Omgeving/stedenbouw.
Er zullen maximaal 2 medewerkers werkzaam zijn in de inrichting. De lozing van huishoudelijk afvalwater is beperkt en minder dan 600 m³/jaar. De exploitant geeft aan dat er geen lozing van bedrijfsafvalwater plaatsvindt en dat de werkplaats enkel droog wordt gereinigd.
Beoordeling: Uit het uitvoeringsplan blijkt dat er een lijngoot aanwezig is en dat de werkplaats zal worden uitgerust met een koolwaterstofafscheider (KWS-afscheider). Hieruit wordt afgeleid dat in de werkplaats een afvoersysteem is voorzien. Tijdens controles uitgevoerd door de dienst Milieu-Interventie van de stad Antwerpen werd eveneens vastgesteld dat er minstens één afvoerputje in de werkplaats aanwezig is. De exploitant verklaart echter dat er geen bedrijfsafvalwater zal worden geproduceerd en dat de werkplaats enkel droog zal worden gereinigd. Niettemin kunnen bij het onderhoud en herstel van voertuigen vloeistoffen (zoals olie of koelvloeistof) weglekken, vaak ongemerkt (waaronder druppels, residuen), waardoor deze via het afvoerputje in het afvoersysteem kunnen terechtkomen en uiteindelijk worden afgevoerd naar de openbare riolering. Aangezien hierdoor potentieel verontreinigd water kan ontstaan dat via de KWS-afscheider wordt voorbehandeld, wordt rubriek 3.4.1°a ambtshalve toegevoegd.
Verder wordt de exploitant erop gewezen dat de koolwaterstofafscheider moet werken en onderhouden moet worden conform afdeling 4.2.3bis. De afvalstoffen (drijflaag) dienen te worden afgevoerd naar een erkend afvalstoffenverwerker.
Ook de afvalstoffen afkomstig van onder andere de herstelde voertuigen, als het gebruikte materiaal (absorptiekorrels, bussen, enzovoort), dienen te worden gesorteerd en regelmatig afgevoerd naar een erkend afvalstoffenverwerker. Daarnaast dient een afvalstoffenregister te worden bijgehouden.
De garage ontvangt gemiddeld 15 voertuigen per dag. Het aantal leveringen bedraagt 4 per dag met bestelwagens. De exploitant verwacht door de kleinschaligheid en de ligging van de inrichting geen aanzienlijke effecten op de mobiliteit.
Beoordeling: De inrichting bevindt zich in een smalle eenrichtingsstraat binnen een dichtbebouwde omgeving met beperkte parkeerruimte. Er is geen ruimte voor twee voertuigen om elkaar te kruisen. De exploitant voorziet twee inpandige autoparkeerplaatsen op eigen terrein, zodat het verkeer op de openbare weg niet wordt gehinderd. Uit het uitvoeringsplan blijkt dat voertuigen binnen de inrichting kunnen keren. Uit het aanvraagdossier blijkt niet of er volgens afspraak wordt gewerkt.
Om mobiliteitshinder te beperken, dienen uitsluitend de inpandige parkeerplaatsen van de autoherstelwerkplaats te worden gebruikt voor herstelde voertuigen, zodat de doorstroming van het verkeer op de openbare weg niet wordt belemmerd.
Tijdens controles uitgevoerd door de dienst Milieu-Interventie van de stad Antwerpen werden er verschillende tekortkomingen vastgesteld. De exploitant dient zich te houden aan de algemene en sectorale voorwaarden van Vlarem II. Bijkomend worden bijzondere voorwaarden opgelegd.
Advies aan het college
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.
2. De kantoorruimte moet voorzien worden van mechanische ventilatie.
3. Er moeten drie fietsstalplaatsen voorzien worden voor het personeel.
Advies over de ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Mits voldaan wordt aan de voorgestelde vergunningsvoorwaarden, is deze aanvraag in overeenstemming met de VLAREM-wetgeving. Vanuit milieutechnisch oogpunt wordt voorwaardelijk positief advies gegeven de vergunning te verlenen.
Geadviseerde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Geadviseerd voor |
3.4.1°a) | het lozen van maximaal 2 m³/uur bedrijfsafvalwater zonder gevaarlijke stoffen in concentraties hoger dan de indelingscriteria, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II; (inrichting H&M Services) | 1,00 m³/uur |
6.4.1° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 liter tot en met 50.000 liter uitgezonderd de gezamenlijke opslag van minder dan 5 ton gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige brandstoffen bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt; (inrichting H&M Services) | 1.000,00 liter |
15.2. | andere werkplaatsen voor het nazicht, het herstellen en het onderhouden van motorvoertuigen (met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden) dan de werkplaatsen, vermeld in rubriek 15.3; (inrichting H&M Services) | 2 hefbruggen |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting H&M Services) | 5,50 kW |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; (inrichting H&M Services) | 200,00 liter |
Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden
1. De exploitant verbindt zich ertoe een bewijs van installatie van de koolwaterstofafscheider (KWS-afscheider) te bezorgen aan de dienst Omgeving (milieuvergunningen@antwerpen.be) met vermelding van OMV_2025082234 binnen een termijn van 6 maanden na de ontvangst van de vergunning.
2. Binnen de 6 maanden na het verlenen van de vergunning bezorgt de exploitant een keuringsattest van de afvalolietank aan de dienst Omgeving (milieuvergunningen@antwerpen.be).
3. De exploitant houdt een afvalstoffenregister bij.
4. Om geluidsoverdracht naar de bewoonde vertrekken van de aangrenzende panden te vermijden, mag de compressor niet worden opgesteld tegen de gemene muren.
5. Om hinder te beperken, worden alle activiteiten van het bedrijf steeds binnen in de werkplaats uitgevoerd, met gesloten poort en deuren, gedurende de dagperiode van 7.00 uur tot 19.00 uur.
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 9 juli 2025 |
Volledig en ontvankelijk | 16 september 2025 |
Start openbaar onderzoek | geen |
Einde openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste beslissingsdatum | 15 november 2025 |
Verslag GOA | 30 oktober 2025 |
Naam GOA | Axel Devroe en Bieke Geypens |
Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:
Algemene voorwaarden
De algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.
Stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.
2. De kantoorruimte moet voorzien worden van mechanische ventilatie.
3. Er moeten drie fietsstalplaatsen voorzien worden voor het personeel.
Bijzondere milieuvoorwaarden
1. De exploitant verbindt zich ertoe een bewijs van installatie van de koolwaterstofafscheider (KWS-afscheider) te bezorgen aan de dienst Omgeving (milieuvergunningen@antwerpen.be) met vermelding van OMV_2025082234 binnen een termijn van 6 maanden na de ontvangst van de vergunning.
2. Binnen de 6 maanden na het verlenen van de vergunning bezorgt de exploitant een keuringsattest van de afvalolietank aan de dienst Omgeving (milieuvergunningen@antwerpen.be).
3. De exploitant houdt een afvalstoffenregister bij.
4. Om geluidsoverdracht naar de bewoonde vertrekken van de aangrenzende panden te vermijden, mag de compressor niet worden opgesteld tegen de gemene muren.
5. Om hinder te beperken, worden alle activiteiten van het bedrijf steeds binnen in de werkplaats uitgevoerd, met gesloten poort en deuren, gedurende de dagperiode van 7.00 uur tot 19.00 uur.
Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.
De vergunning omvat thans volgende rubriek(en):
Rubriek | Omschrijving | Gecoördineerd |
3.4.1°a) | het lozen van maximaal 2 m³/uur bedrijfsafvalwater zonder gevaarlijke stoffen in concentraties hoger dan de indelingscriteria, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II; (inrichting H&M Services) | 1,00 m³/uur |
6.4.1° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van 200 liter tot en met 50.000 liter uitgezonderd de gezamenlijke opslag van minder dan 5 ton gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige brandstoffen bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt; (inrichting H&M Services) | 1.000,00 liter |
15.2. | andere werkplaatsen voor het nazicht, het herstellen en het onderhouden van motorvoertuigen (met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden) dan de werkplaatsen, vermeld in rubriek 15.3; (inrichting H&M Services) | 2 hefbruggen |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting H&M Services) | 5,50 kW |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; (inrichting H&M Services) | 200,00 liter |