Op 3 mei 2019 keurde het Vlaams parlement het ‘Decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten’ goed. Het opzet van het decreet is een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse activiteiten voor álle kinderen en gezinnen. Dit wil zeggen dat alle lokale spelers, of ze nu vanuit Onderwijs, Welzijn, Cultuur, Jeugd of Sport worden georganiseerd, zo goed mogelijk samenwerken. Het decreet legt de regie voor dit geïntegreerde aanbod in handen van het lokaal bestuur, waarvan verwacht wordt dat het met de verschillende partners, in de vorm van een lokaal samenwerkingsverband, een lokaal buitenschools beleid uitstippelt.
Op 30 juli 2021 (jaarnummer 6220) besliste het college dat de stad de regierol opneemt over de vrijetijdsactiviteiten van kinderen en jongeren binnen het kader van de uitrol van het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA). In de overgangsperiode 2021-2025 ontwikkelde de stad via pilootprojecten een beleid rond de buitenschoolse opvang en het vrijetijdsaanbod voor kinderen van 2,5 tot en met 12 jaar.
Op 28 juni 2024 (jaarnummer 5522) keurde het college het plan van aanpak voor de uitrol van het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten in Antwerpen goed.
Op 27 juni 2025 (jaarnummer 4640) besliste het college dat de stad op 1 januari 2026 start met het regulier beleid in het kader van de uitrol van het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten.
Wet van 14 november 1983 over de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
Het Kaderbesluit Basisprincipes Ondersteuningsbeleid zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 26 oktober 2020 (jaarnummer 595) en zoals integraal van toepassing verklaard voor de nieuwe gemeente door de gemeenteraad op 27 januari 2025 (jaarnummer 71).
Op 3 mei 2019 keurde de Vlaamse regering het 'Decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten' (BOA) goed. Dit decreet legt de regierol, waaronder de beslissing over de besteding van de middelen, op het lokale niveau. Op 12 september 2025 keurde de Vlaamse regering wijzigingen aan dit decreet goed.
Artikel 40§3 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt.
Vlaanderen legt de regierol voor het uittekenen van een beleid rond buitenschoolse opvang en activiteiten bij het lokaal bestuur, en verwacht dat het lokaal bestuur een ondersteuningskader ontwikkelt volgens de beginselen van goed bestuur. Het lokaal samenwerkingsverband heeft een sterk adviserende rol en moet betrokken worden bij het ontwikkelen van dat ondersteuningskader. Indien het lokaal bestuur afwijkt van het advies van het lokaal samenwerkingsverband, dan moet het lokaal bestuur dit motiveren.
Het 'reglement voor- en naschoolse opvang en vrije tijd' is gebaseerd op de pilootprojecten rond een kwaliteitsvolle en toegankelijke voor- en naschoolse opvang. De adviesgroep - een onderdeel van het lokaal samenwerkingsverband, waarin vertegenwoordigers aanwezig waren van het stedelijk onderwijs, het gemeenschapsonderwijs en het vrij onderwijs, professionele opvangorganisaties, oudervertegenwoordiging, kwaliteitscoördinatoren en een vertegenwoordiger van het Expertisecentrum Pedagogie in de praktijk Karel de Grote Hogeschool - is tussen juni en oktober 2025 samengekomen om de pilootprojecten te evalueren en de voorwaarden voor het reglement op te stellen. Het advies van deze adviesgroep is toegevoegd aan dit besluit.
Het reglement focust op de kwaliteit van de voor- en naschoolse opvang en voorziet ondersteuning voor:
Daarnaast moeten scholen ook werken aan de toegankelijkheid van de voor- en naschoolse opvang door het toepassen van een kansentarief en het wegwerken van drempels aan de hand van de negen B's van toegankelijkheid. Stad Antwerpen compenseert een deel van de inkomstenderving door de toepassing van het kansentarief.
Vanaf schooljaar 2027-2028 wordt ook ondersteuning voor een naschools activiteitenaanbod en voor voor- en naschoolse opvang voor kinderen uit het buitengewoon onderwijs opgenomen in het reglement.
De aanvrager moet, om in aanmerking te komen voor ondersteuning, een erkenning als vrijetijdsaanbieder voor kinderen en jongeren hebben in categorie 2. Als de aanvrager erkend is in categorie 1, dan heeft de aanvrager drie jaar de tijd om een erkenning in categorie 2 te verwerven.
Het reglement gaat in op 1 januari 2026.
De middelen voor de uitrol van het Decreet Buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) worden door Vlaanderen voorzien voor de BOA-doelstellingen, middelen zijn voorzien in de opmaak van het meerjarenplan 2026-2031.
De stad wijkt af van dit advies op volgende punten, o.a. omdat er geen consensus rond bereikt werd in de adviesgroep:
Hebben zich onthouden: GROEN en VLAAMS BELANG.
De gemeenteraad keurt het reglement 'Voor- en naschoolse opvang en vrije tijd' goed, met ingang van 1 januari 2026 en einddatum 31 augustus 2031.