Op 27 november 2015 werd het decreet betreffende de lage-emissiezones (LEZ-decreet) goedgekeurd. Het LEZ-decreet werd laatst gewijzigd op 17 mei 2024.
Op 26 februari 2016 keurde de Vlaamse regering het besluit betreffende lage-emissiezones (LEZ-besluit) goed. Het LEZ-besluit bevat onder meer de Vlaamse toegangsvoorwaarden voor voertuigen om een LEZ te betreden. Het LEZ-besluit werd door de Vlaamse regering laatst gewijzigd op 26 april 2024.
Op 27 juni 2016 (jaarnummer 398) keurde de gemeenteraad het reglement lage-emissiezone Antwerpen (LEZ-reglement) goed. Dit besluit werd door de gemeenteraad laatst gewijzigd op 18 december 2023 (jaarnummer 845).
Op 1 februari 2017 ging de lage-emissiezone (LEZ) van start in het gebied tussen Ring en Schelde en op Linkeroever.
In voorliggend retributiereglement worden de tarieven voor de LEZ-toelating, LEZ-dagpas en de laattijdige registratie, zoals voorzien in het LEZ-reglement, vastgesteld.
Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Decreet betreffende lage-emissiezones van 27 november 2015, zoals bijgewerkt tot op heden.
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende lage-emissiezones van 26 februari 2016, zoals bijgewerkt tot op heden.
De gecoördineerde grondwet verleent bij artikels 41, 162/2e, 170/paragraaf 4 en 173 aan de gemeenten fiscale autonomie.
Artikel 285 en volgende van het Decreet over het lokaal bestuur bepalen de wijze van bekendmaking van de reglementen.
Artikel 40, §3 van het Decreet over het Lokaal Bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor de gemeentelijke belastingen en retributies.
Artikel 41, lid 2, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is voor het vaststellen van de gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen. Deze bevoegdheid kan niet aan het college van burgemeester en schepenen toevertrouwd worden.
I. Toepassingsgebied
In toepassing van de Vlaamse regelgeving over lage-emissiezones kunnen voertuigen die niet voldoen aan de Vlaamse toegangsvoorwaarden (en dus niet automatisch toegelaten zijn) mits het aanvragen en betalen van een tijdelijke toelating alsnog tijdelijk toegang verkrijgen tot de lage-emissiezone. Op die manier wordt de Vlaamse regelgeving ten aanzien van het niet-toegelaten voertuig in zekere mate gemilderd. De voertuiggebruiker heeft zelf de keuze om van deze mogelijkheid gebruik te maken, dan wel een ander verplaatsingsmiddel te gebruiken of de lage-emissiezone niet te betreden. Als de voertuiggebruiker van de mogelijkheid voor een tijdelijke toelating gebruik maakt, heeft dit voor hem een betekenisvol voordeel.
De retributieplichtige ontvangt als geleverde dienst vanwege de stad het verlenen van de toegang tot en het gebruik van de lage-emissiezone, inclusief het daadwerkelijk faciliteren van die toegang en het waarborgen van een efficiënte en veilige ontsluiting van de lage-emissiezone waarin milieuhinder wordt beperkt en een verbeterde luchtkwaliteit wordt beoogd. Voor een gelijkaardige retributie kan verwezen worden naar de retributie in het kader van havengelden en het arrest hierover van het Grondwettelijk Hof van 19 november 2015, nummer 162/2015.
Voor het verlenen en faciliteren van de toegang tot en het efficiënt en veilig ontsluiten van de lage-emissiezone levert de stad werkzaamheden door onder meer te voorzien in de afbakening van de zone met behulp van verkeersborden, in het aankopen, plaatsen en onderhouden van camera's voor het toezicht, in de ontwikkeling en terbeschikkingstelling van registratiemogelijkheden voor degene die een tijdelijke toelating of LEZ-dagpas wil verkrijgen, in het inzetten van extra personeel voor het beoordelen van aanvragen tot toelating, het toekennen ervan, het innen van de verschuldigde retributie en het toezien op de correcte naleving van de verleende toelating, in het ontsluiten van de lage-emissiezone voor voertuigen die omwille van hun prioriteit of noodzaak voor veiligheid en algemeen belang ten allen tijde toegang dienen te hebben, dit alles op een zo efficiënte en klantvriendelijke manier als mogelijk. Met de toegang tot de lage-emissiezone verwerft de retributieplichtige als dienst vanwege de stad eveneens het recht om met een vervuilend voertuig de lage-emissiezone te betreden (milieukost) en een economisch voordeel doordat hij, na een opportuniteitsoordeel, het voertuig niet onmiddellijk moet vervangen of technisch moet aanpassen om de lage-emissiezone te kunnen betreden. Bepaalde voertuigen zijn minder milieuvriendelijk dan andere. In dit kader wordt dan, rekening houdend met de voertuigcategorie en euronorm van het voertuig, ook een gradatie toegepast in de tarieven. Deze elementen zijn de parameters voor de bepaling van de retributietarieven. De retributie vormt daarom de vergoeding van de hiervoor omschreven dienst die de stad presteert ten voordele van de individuele gebruiker van de lage-emissiezone.
De vaststelling dat delen van de lage-emissiezone tot het openbaar domein behoren, staat een dergelijke vergoeding niet in de weg. Het openbaar domein staat open voor het gebruik door eenieder die de bestemming ervan in acht neemt en zich gedraagt naar de bepalingen die het gemeenschappelijk gebruik ervan regelen. In zoverre de ontsluiting van het openbaar domein, zoals hiervoor toegelicht, een dienst uitmaakt, kan het aan een retributie ten behoeve van de dienstverlenende instantie worden onderworpen.
De mogelijkheid voor de stad Antwerpen om aan niet-toegelaten voertuigen een toelating te verlenen mits betaling van een retributie is onder meer vervat in artikel 6, eerste lid, van het LEZ-decreet. In toepassing van artikel 11, 1° van het LEZ-decreet kan de stad de tenuitvoerlegging, met inbegrip van de oplegging en de inning, van de betaling van deze retributie toevertrouwen aan een autonoom gemeentebedrijf. In het stedelijke LEZ-reglement is bepaald dat deze taken worden toevertrouwd aan de LEZ-beheerder (AG Mobiliteit en Parkeren Antwerpen).
Bovenstaande elementen verantwoorden de keuze voor een retributiestelsel om de tijdelijke toelating tegen betaling voor de lage-emissiezone te regelen. Het voorliggende retributiereglement met betrekking tot de lage-emissiezone treedt in werking op 1 januari 2026. Het geldt tot en met 31 december 2027 gezien de kalender inzake individuele toelatingen die momenteel in het gemeentelijke LEZ-reglement voorzien is.
II. Tariefklassen
In geval van een retributie, die een louter vergoedend karakter heeft, kan de decreetgever redelijkerwijze, gelet op de specifieke en doorgaans technische aard van de betrokken aangelegenheid, de dienstverlenende instantie opdragen om de categorieën van retributieplichtigen nader te preciseren alsook, rekening houdend met de doelstelling van de betrokken retributie en met naleving van het grondwettelijk beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie en de toepasselijke internationaalrechtelijke bepalingen, welomschreven categorieën van gebruikers van de retributie vrij te stellen (zie Grondwettelijk Hof, 19 november 2015, nummer. 162/2015, overweging B.6.2).
Op grond van artikel 3 van het LEZ-besluit wordt door de Vlaamse Regering een differentiatie van de toegangsvoorwaarden opgelegd in functie van de emissie van de voertuigen, waarbij voertuigen met hogere emissies aan strengere voorwaarden worden onderworpen. Op grond van ditzelfde artikel kunnen ook uitzonderingen worden voorzien.
Een verschillend tarief is, gelet op de finaliteit van de retributie, aangewezen aangezien de toegang tot en het gebruik van de lage-emissiezone niet voor elk voertuig gelijk zijn. Daarom is het redelijk verantwoord om, op grond van maatstaven die rekening houden met de omvang en de tonnage van de voertuigen, een differentiatie in de tarieven vast te stellen ter vergoeding van de verstrekte dienst.
Bij het bepalen van het retributiestelsel is rekening gehouden met de volgende uitgangspunten:
De voertuigcategorieën waarvoor een LEZ-toelating mogelijk is, is opgedeeld in drie tariefklassen:
De omschrijving van de voertuigcategorieën is overgenomen uit het Koninklijk Besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
III. Tarieven LEZ-toelating
Voor de periode 2026-2027 voorziet het LEZ-reglement in een tijdelijke toelating tegen betaling voor bepaalde voertuigen. Samengevat zijn dit de bijzondere voertuigen van de categorie M of N met dieselmotor euro 4 of IV en de voertuigen voor ceremonieel vervoer van de categorie M of N ouder dan 40 jaar. Aangezien dieselvoertuigen euro 5 of V door de recente wijziging van het LEZ-besluit toegelaten voertuigen blijven, wordt geen tijdelijke toelating voor deze voertuigen voorzien. Voor de voertuigcategorieën waarvoor wel een tijdelijke toelating wordt voorzien, wordt in artikel 4 van het retributiereglement per tariefklasse een tarief vastgesteld. Deze tarieven werden geactualiseerd.
De algemene formule voor het bepalen van de retributie is:
Retributie = Administratiekost + ((Milieukost + Economisch voordeel) * Kilometerforfait * Periode)
De samenstellende elementen van de tarieven zijn als volgt:
Onder bepaalde voorwaarden kan een aangeschafte LEZ-toelating worden terugbetaald. Deze voorwaarden zijn beschreven in artikel 7 van het retributiereglement.
IV. Tarief LEZ-dagpas
Het LEZ-reglement voorziet in de mogelijkheid om maximaal 12 keer per jaar een LEZ-dagpas aan te kopen. Bij de toekenning van een LEZ-dagpas is overeenkomstig het LEZ-besluit geen verdere differentiatie in functie van emissies vereist. Het tarief voor de LEZ-dagpas wordt vastgesteld in artikel 5 van het retributiereglement en werd geactualiseerd.
De samenstellende delen van het tarief zijn ook hier de administratiekost, de milieukost en het economisch voordeel, zoals hiervoor vermeld. Omdat er geen bewijsstukken worden opgevraagd, kan niet nagegaan worden voor welk voertuig de LEZ-dagpas aangevraagd wordt. In de tariefzetting is daarom uitgegaan van de milieukost van en het economisch voordeel voor oude (van voor de euronorm), zware (voertuigcategorie M3 / N2 / N3) voertuigen.
Onder bepaalde voorwaarden kan een aangeschafte LEZ-dagpas worden terugbetaald. Deze voorwaarden zijn beschreven in artikel 8 van het retributiereglement.
V. Tarief laattijdige registratie
Sinds 1 januari 2020 bepaalt het LEZ-reglement dat voertuigen die voldoen aan de Vlaamse toegangsvoorwaarden maar registratieplichtig zijn, zich na een administratieve geldboete alsnog (aldus laattijdig) kunnen registreren binnen de bezwaartermijn, mits voorlegging van bewijsstukken en betaling van een retributie. Het bedrag van deze retributie wordt vastgesteld in artikel 6 van het retributiereglement en is ongewijzigd gebleven.
Het vastgestelde retributietarief weerspiegelt de bijkomende kosten die werden gemaakt omwille van het feit dat het betrokken voertuig niet tijdig werd geregistreerd zoals voorzien in het LEZ-besluit, met name onder meer de kosten voor infrastructuur voor detectie, hard- en software en personeel om de niet-registratie vast te stellen; voor het achterhalen van de identiteit van de overtreder, al dan niet met medewerking van andere instanties; voor het aanschrijven van de overtreder met de vaststelling, de administratieve geldboete, de informatie over het voorkomen van volgende boetes en de instructies voor het indienen van een geldig bezwaar; voor de financiële opvolging van het al dan niet betalen van de retributie voor de laattijdige registratie; voor de behandeling van het ingediende bezwaar en voor het informeren van de overtreder over het gevolg dat aan zijn bezwaar is gegeven.
VI. Retributieplichtige en betalingsmodaliteiten
De retributies zijn verschuldigd door de titularis van de nummerplaat, de bestuurder van het betrokken voertuig of in voorkomend geval de aanvrager van de toegang tot de lage-emissiezone. Zij zijn hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde retributie.
De retributie moet binnen de in het LEZ-reglement vastgestelde termijnen worden betaald via de aangeboden betaalmogelijkheden.
In de beheersovereenkomst tussen stad Antwerpen en AG Mobiliteit en Parkeren Antwerpen is voorzien dat het AG in eigen naam en voor eigen rekening instaat voor de organisatie en het beheer van de diensten die ook in voorliggend retributiereglement worden beoogd. Bijgevolg heeft de vaststelling van het nieuwe retributiereglement geen directe financiële gevolgen voor het meerjarenplan van de stad. AG Mobiliteit en Parkeren Antwerpen zal de retributies die betrekking hebben op de lage-emissiezone aldus in eigen naam en voor eigen rekening innen.
De gemeenteraad keurt bij monde van de fractievoorzitters volgend besluit goed.
Stemden ja: N-VA en Vooruit.
Stemden nee: PVDA, VLAAMS BELANG en cd&v.
Hebben zich onthouden: GROEN.
De gemeenteraad keurt het retributiereglement met betrekking tot de lage-emissiezone Antwerpen met een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027 goed.