Op 21 maart 2005 (jaarnummer 432) keurde de gemeenteraad de eerste gedragscode voor personeelsleden en voor mandatarissen goed. Ook de oprichting van een deontologische commissie was hierin voorzien. Op 29 mei 2007 (jaarnummer 1255) keurde de gemeenteraad het huishoudelijk reglement van de deontologische commissie goed, dat de opdracht, samenstelling en werking van de deontologische commissie regelt, later gewijzigd door de gemeenteraadsbesluiten van 20 oktober 2014 (jaarnummer 725) en 30 maart 2015 (jaarnummer 142).
Op 2 maart 2023 besliste de Vlaamse regering door middel van wijziging van het decreet lokaal bestuur, dat de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn elk een eigen deontologische commissie moeten oprichten. De samenstelling van de deontologische commissie van de gemeenteraad kan gelijkaardig zijn aan de samenstelling van de deontologische commissie van de raad voor maatschappelijk welzijn. Toch gaat het om 2 afzonderlijke commissies. Besturen die al een deontologische commissie hebben, moeten de samenstelling, werking en bevoegdheid van die commissie vastleggen in de deontologische code.
Op 24 november 2025 (jaarnummer 869) keurde de gemeenteraad de werking en samenstelling van de deontologische commissie met effectieve en plaatsvervangende leden goed. Vanuit de PVDA-fractie moet nog één plaatsvervanger aangeduid worden.
Artikel 39 Decreet Lokaal Bestuur
De PVDA-fractie stelt voor om Céline Gümüs als plaatsvervangend lid af te vaardigen.
De gemeenteraad beslist - met 42 stemmen tegen 2, er zijn 2 onthoudingen en 2 raadsleden brachten geen stem uit - om Céline Gümüs aan te duiden als plaatsvervangend lid van de deontologische commissie voor de PVDA-fractie.