Terug
Gepubliceerd op 31/12/2025

2025_CBS_09563 - Omgevingsvergunning - OMV_2025023619. Lange Lobroekstraat 3-11. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 26/12/2025 - 09:00 digitaal - afsluit: Chantal Kools / BZ_besluitvorming_mailbox@antwerpen.be
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Patrick Janssens, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Johan Klaps, schepen; Ken Casier, schepen; Karim Bachar, schepen; Stijn De Rooster, schepen; Nathalie van Baren, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur; Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester
2025_CBS_09563 - Omgevingsvergunning - OMV_2025023619. Lange Lobroekstraat 3-11. District Antwerpen - Goedkeuring 2025_CBS_09563 - Omgevingsvergunning - OMV_2025023619. Lange Lobroekstraat 3-11. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer:

OMV_2025023619

Gegevens van de aanvrager:

NV Gringo met als contactadres Roodebeeksteenweg 411 te 1200 Sint-Lambrechts-Woluwe

Gegevens van de exploitant:

NV Gringo (0445765874) en de heer Jozef Pint met als contactadres Roodebeeksteenweg 411 te 1200 Sint-Lambrechts-Woluwe

Ligging van het project:

Lange Lobroekstraat 3-11 te 2060 Antwerpen

Kadastrale percelen:

afdeling 7 sectie G nrs. 349H6, 349H4, 349V5, 349W6 en 349N6

waarvan:

 

-          20250403-0035

afdeling 7 sectie G nrs. 349H6, 349N6, 349W6, 349H4 en 349V5 (Technieken)

-          20250521-0042

afdeling 7 sectie G nrs. 349H6, 349N6, 349W6, 349H4 en 349V5 (Tijdelijke bronbemaling)

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorwerp van de aanvraag:

bouwen van 21 studentenkamers en 3 zelfstandige wooneenheden; het exploiteren van een tijdelijke bemaling en een geothermische warmtepomp gekoppeld aan een BEO-veld

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

 

Relevante voorgeschiedenis

Lange Lobroekstraat 3:

-          29/05/1964: vergunning (1964977) voor een gebouw na afbraak;

Lange Lobroekstraat 5-9:

-          07/08/2002: vergunning (20011266) voor het bouwen van een meergezinswoning en het uitbreiden van een uitbenerij;

Lange Lobroekstraat 11:

-          02/12/1960: toelating (18#41641) voor een verbouwing – 04/10/1960.

 

Vergunde toestand

-          functie:

  • Lange Lobroekstraat 3: wonen (eengezinswoning);
  • Lange Lobroekstraat 5-9: industrie en bedrijvigheid (uitbenerij) en wonen (4 wooneenheden);
  • Lange Lobroekstraat 11: industrie en bedrijvigheid (vleeshal) en wonen (eengezinswoning);

-          bouwvolume:

  • panden in gesloten bebouwing met 2 bouwlagen onder plat dak;
  • kroonlijsthoogte variërend van 9,3 m tot 11 m;
  • alle percelen werden volledig dicht gebouwd ter hoogte van het maaiveld;

-          gevelafwerking variërend per gebouw.

 

Bestaande toestand

-          niet relevant gezien de aanvraag handelt over een sloop en nieuwbouw.


Nieuwe toestand

-          functie: wonen:

  • 3 zelfstandige wooneenheden;
  • 21 studentenkamers;

-          bouwvolume:

  • pand in gesloten bebouwing met 4 bouwlagen en teruggetrokken daklaag onder plat dak;
  • kroonlijsthoogte 13,3 m, maximale bouwhoogte 16,3 m;
  • buitenruimte in de vorm van tuinen, een inpandig terras en een dakterras;

-          gevelafwerking:

  • gevel in gerecupereerde beige baksteen, kleur: beige genuanceerd;
  • buitenschrijnwerk in hout, kleur: beige;
  • stalen borstwering, kleur: beige.

 

Inhoud van de aanvraag

-          slopen van de bestaande bebouwing;

-          bouwen van een nieuwbouwvolume met 24 wooneenheden (21 studentenkamers en 3 zelfstandige wooneenheden).

 

Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten

 

Voorgeschiedenis

Op 20 april 1994 nam het college akte van een melding ingediend door Vleesgroothandel Willems Jean voor de exploitatie van een vleesgroothandel (AN1994/228). Op 27 februari 2009 nam het college akte van een melding ingediend door Vleesgroothandel Willems Jean voor de exploitatie van een vleeshandel met verkooppunt (AN2009/14). 

 

Inhoud van de aanvraag

De aanvraag omvat de exploitatie van een bronbemaling en het gebruik van warmtepompen. 

 

Aangevraagde rubriek(en)

 

Aangevraagde rubriek(en) Technieken
 

Rubriek

Omschrijving

Gevraagd voor

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW;

12,00 kW

  

Aangevraagde rubriek(en) Tijdelijke bronbemaling
 

Rubriek

Omschrijving

Gevraagd voor

3.8.1°a)

het lozen van bemalingswater, afkomstig van een bemaling ingedeeld in rubriek 53.1, 1°, 53.2 of 53.5. met een geloosd debiet van maximaal 2.500 m³/dag afkomstig van een bemaling met een duur van maximaal twaalf maanden, en met concentraties aan gevaarlijke stoffen als vermeld in bijlage 2C, lager of gelijk aan 1) voor de prioritair gevaarlijke stoffen: de toetsingswaarden, vermeld in artikel 4.2.9.1, §3, 4° en 2) voor de overige gevaarlijke stoffen tien keer de toetsingswaarden, vermeld in artikel 4.2.9.1, §3, 4°;

263,00 m³/dag

53.2.1°

bemaling, technisch noodzakelijk voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, met inbegrip van het weer in de ondergrond brengen van bemalingswater en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar, met een netto opgepompt volume per IIOA van maximaal 30.000 m³;

27.475,00 m³

  

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

 

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

 

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Agentschap Onroerend Erfgoed

1 augustus 2025

1 augustus 2025

Geen advies

Aquafin

1 augustus 2025

25 september 2025

Voorwaardelijk gunstig

Aquafin

18 november 2025

9 december 2025

Voorwaardelijk gunstig

Fluvius System Operator

1 augustus 2025

6 augustus 2025

Voorwaardelijk gunstig

Fluvius System Operator

18 november 2025

Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag

 

Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen

1 augustus 2025

17 september 2025

Voorwaardelijk gunstig

Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen

18 november 2025

4 december 2025

Voorwaardelijk gunstig

Infrabel Antwerpen, Limburg, Vlaams Brabant

1 augustus 2025

26 augustus 2025

Voorwaardelijk gunstig

Infrabel Antwerpen, Limburg, Vlaams Brabant

18 november 2025

Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag

 

Proximus

1 augustus 2025

10 oktober 2025

Voorwaardelijk gunstig

Proximus

18 november 2025

19 november 2025

Voorwaardelijk gunstig

  

Interne adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies

Ondernemen en Stadsmarketing / Economie en Toerisme / Investeren

1 augustus 2025

13 augustus 2025

Ondernemen en Stadsmarketing / Economie en Toerisme / Investeren

18 november 2025

1 december 2025

Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering

1 augustus 2025

1 augustus 2025

Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering

18 november 2025

Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag

Sporting A & Sociaal Ruimtelijke Veiligheid - Trage wegen

1 augustus 2025

Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag

Sporting A & Sociaal Ruimtelijke Veiligheid - Trage wegen

18 november 2025

Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag

Stadsontwikkeling/ Klimaat en Leefmilieu/ luchtkwaliteit en geluid

1 augustus 2025

15 oktober 2025

Stadsontwikkeling/ Klimaat en Leefmilieu/ luchtkwaliteit en geluid

18 november 2025

8 december 2025

Stadsontwikkeling/ Mobiliteit

1 augustus 2025

14 augustus 2025

Stadsontwikkeling/ Mobiliteit

18 november 2025

28 november 2025

Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Water

1 augustus 2025

2 september 2025

Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Water

18 november 2025

20 november 2025

Stadsontwikkeling/ Onroerend Erfgoed/ Archeologie

1 augustus 2025

8 augustus 2025

Stadsontwikkeling/ Onroerend Erfgoed/ Monumentenzorg

1 augustus 2025

Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

 

(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)

 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening hemelwater op volgend punt:

  • artikel 8:
    Er wordt een afwijking gevraagd op de plaatsing van een infiltratievoorziening.

-          Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening toegankelijkheid op volgend(e) punt(en):

  • artikel 12:
    De kelderverdieping beschikt niet overal over een vrije doorgangshoogte van 2,3 m (afmeting na afwerking);
  • artikel 24:
    Er is onvoldoende ruimte voor en achter de deuren die uitgeven op de afvalberging om een vrije en vlakke draairuimte van 1,5 m te kunnen voorzien conform de richtlijnen van dit artikel;
  • artikel 25:
    Niet alle (toegangs)deuren beschikken over een vrije en vlakke wand- en vloerbreedte van 45 cm (50 na afwerking) naast de krukzijde van de deur. We verwijzen hierbij onder andere naar het sas aan de afvalberging.

-          Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
(De verordening publiciteit kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Gewestelijke publiciteitsverordening 2023)
De gewestelijke publiciteitsverordening is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Algemene bouwverordeningen

-          Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 maart 2024 en in werking getreden op 15 juli 2024. 
(De bouwcode kan je raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:

  • artikel 23 Inrichting van de open ruimte:
    28,4 m² van de tuinzone wordt verhard. Dit in tegenstelling tot de maximaal toegelaten 24 m²;
  • artikel 31 Verweven van bedrijvigheid:
    De functie industrie en bedrijvigheid wordt vervangen door de functie wonen. De aanvraag bevat echter geen ruimtelijk economische analyse;
  • artikel 32 POET-principe is leidend:
    Er worden geen autoparkeerplaatsen voorzien.

-          Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.

(De verordening stedenbouwkundige lasten kan je raadplegen via https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving)

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.

 

Sectorale regelgeving

-          MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

-          Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.

Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs worden vastgesteld dat de voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Bijgevolg is het beoordelingskader voor stikstofoxiden veroorzaakt door mobiliteit van toepassing. De stikstofdepositie van het project en de effecten hiervan zijn onderzocht voor de Habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) binnen een straal van 20 km rond het projectgebied. 

De berekende impactscore is lager dan of gelijk aan de minimis-drempel van 1%.

De kritische depositiewaarde ten aanzien van de SBZ-H wordt door het project niet overschreden. Bijgevolg is de opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van de SBZ-H niet vereist. 

-            Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).

Het project is gelegen in een zone met een kleine pluviale overstromingskans (T1000) onder toekomstig (2050) klimaat (score B).

Het project is niet gelegen in een signaalgebied.

Na onderzoek blijkt het project waarschijnlijk schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt. De studentenhuisvesting kan geen jaarrond hergebruik garanderen. Na nazicht blijkt dat er resterende afwaterende oppervlakte is die moet geïnfiltreerd worden. Uit het ingewonnen advies blijkt dat voorwaarden opgelegd moeten worden om het schadelijk effect te voorkomen.

Kijk de score van uw project na op: https://www.waterinfo.be/informatieplicht.

Op volgende website worden oplossingen aangereikt om gebouwen te beschermen tegen waterindringing of in het geval van onvermijdbare waterindringing de kans op schade te verkleinen: https://vmm.vlaanderen.be/publicaties/individuele-bescherming-tegen-overstromingen.

-          Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.

-          Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan je raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.

-          Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen

-          Transformatieleidraad: Transformatieleidraad Ruimte geven aan de stad van morgen. Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad dit plan goed.
De transformatieleidraad kan je raadplegen via Transformatieleidraad.

-          Strategische Ruimteplan Antwerpen (SRA): Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad het nieuwe plan goed.
Het strategisch ruimteplan Antwerpen kan je raadplegen via Strategisch Ruimteplan Antwerpen.

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

Functionele inpasbaarheid

De aanvraag betreft de sloop van 5 bestaande gebouwen en de realisatie van een nieuwbouwproject met 21 studentenkamers en drie zelfstandige wooneenheden.

 

In de laatst vergunde toestand worden twee te beschermen eengezinswoningen aangetroffen. De woningen worden gesloopt maar binnen het project worden, conform artikel 28 van de bouwcode, twee ruime 3-slaapkamerduplexen met voldoende privatieve buitenruimte in het rechterdeel van het gebouw ondergebracht.

De studentenkamers zijn ondergebracht in het linkerdeel, aansluitend bij het aanpalende studentenhuisvestingsproject op de kop van het bouwblok.

 

De duplexen zijn volledig geïntegreerd in het gebouwvolume waardoor de wooneenheden eerder aanleiding zullen geven tot woningdelen dan tot het gebruik als effectieve gezinswoningen. Woningdelen is een oplossing voor alleenstaanden en jonge starters om na hun studies in de stad te blijven wonen. Deze woonvorm kan ondersteund worden om in te spelen op nieuwe woonvormen.

 

Het project draagt bij aan de diversificatie van woningtypologieën en bijgevolg ook de levendigheid in de wijk Dam. Het vormt een ondersteunend woonprogramma voor de AP Hogeschool die recent werd opgericht op de voormalige Slachthuissite. De aanvraag is verenigbaar met het woongebied volgens gewestplan.

 

Volgens de laatst vergunde toestand was binnen de projectcontour van de aanvraag een vleesverwerkend bedrijf aanwezig op de percelen met huisnummers 5-9. De aanvraag bevat dus een functiewijziging. De aanvraag is gelegen in de wijk Dam waar in het verleden door de aanwezigheid van het slachthuis tal van vleesverwerkende bedrijven aanwezig waren. Door de sluiting van het slachthuis worden deze vleesverwerkende bedrijven stelselmatig omgevormd naar andere functies.

De functiewijziging naar wonen is verenigbaar met het woongebied waarin de aanvraag is gelegen. Op het perceel met huisnummer 11 was het gelijkvloers ook ingericht als vleeshal, maar deze inrichting dient als complementaire functie aan de bovenliggende woonfunctie beschouwd te worden.

 

Vanuit dit oogpunt dient het ongunstig advies van de stedelijke dienst Ondernemen en Stadsmarketing/Economie en Toerisme genuanceerd te worden:

“Meerdere te slopen gebouwen hebben een functie werkplaats/atelier/bedrijvigheid waardoor het dossier valt onder artikel 31/2 van de bouwcode. Dit is blijkbaar niet opgemerkt bij de voorbesprekingen. Voor de aanvraag moet er een nota ruimtelijke economie toegevoegd worden.”

De inrichting van de percelen met huisnummers 5-9 als vleesverwerkend bedrijf is achterhaald door de sluiting van het slachthuis. De projectcontour is beperkt en ondiep voor een inrichting met bedrijvigheid. De horeca- en detailhandelskern van de wijk wordt ter hoogte van het nieuwe Vetten Osplein gesitueerd.

Een invulling met een wonen is dan ook de meeste aangewezen functie op deze locatie.

 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

De aanvraag betreft de sloop van vijf bestaande gebouwen en de realisatie van een nieuwbouwproject met 21 studentenkamers en 3 zelfstandige wooneenheden. De aanvraag wordt gesitueerd op het meest ondiepe deel tussen de Lange Lobroekstraat en het spoorwegtalud.

 

Het hoofdvolume bestaat uit vier bouwlagen en sluit hiermee aan op de volumetrie van het linker aanpalende project in uitvoering. Op het dak wordt een teruggetrokken volume opgericht tegen het dakvolume van het linker aanpalende project. Ook dit volume trekt zich terug ten opzichte van de voorgevelbouwlijn maar ook ten opzichte van de rechterprojectgrens om een harmonieuze afbouw te vormen met het naburige gebouw nummer 13.

 

Ongeveer 20% van de projectcontour is onbebouwd en ingericht als buitenruimte. De verhouding verharding versus groene ruimte overschrijdt de bepalingen van artikel 23 van de bouwcode. In de voorwaarde bij de vergunning moet worden opgenomen dat maximaal 1/3 van de buitenruimte verhard mag worden.

 

Mits het respecteren van de voorwaarde zijn de schaal en het ruimtegebruik van de aanvraag verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

 

Visueel-vormelijke elementen

Het project voorziet in een schaalvergroting van de kleinschalige pandsgewijze opbouw die de Lange Lobroekstraat kenmerkt. De 5 bestaande panden worden vervangen door één volume. De schaalvergroting werd echter al aangezet door het linker aanpalende project in uitvoering en de ontwikkelingen op de voormalige slachthuissite. De geveluitwerking gebeurt met een strak grid van gelijkwaardige openingen. De materialisatie gebeurt in beige recuperatiebaksteen aangevuld met beige schrijnwerk.

De schaal en het ruimtegebruik zijn verenigbaar met de goede ruimtelijke ordening.

 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

De aanvraag werd ter advies voorgelegd aan Stadsontwikkeling/Omgeving/Water. Het advies is voorwaardelijk gunstig:

Na nazicht blijkt dat er resterende afwaterende oppervlakte is die moet geïnfiltreerd worden (2,112 m²). Deze ruimte is voorhanden in de tuinzone van het project”.

De inrichting van een bovengrondse infiltratievoorziening moet als voorwaarde aan de vergunning worden gekoppeld.

 

De aanvraag werd ter advies voorgelegd aan de stedelijke dienst Klimaat en Leefmilieu. Het advies is voorwaardelijke gunstig met volgende voorwaarden:

-          Verhoogde akoestische isolatie van de buitenschil van de woningen en studentenkamers. De streefwaarde is het realiseren van maximaal 30 dB(A) in de slaapruimtes en 35 dB(A) in de leefruimtes.

-          Omdat het pand gelegen is op een locatie waar het warmtenet vanuit Aquafin gaat passeren, dient de aanvrager dit af te stemmen met de warmteleverancier ‘Storm’ via Stef Walraet – stef.walraet@storm.be - +32 474 94 62 27 om opportuniteiten te bespreken en af te wegen met het plaatsen van een warmtepomp.

 

De aanvraag wijkt van de bepalingen van de verordening toegankelijkheid. Zo beschikt de kelderverdieping niet overal over een vrije doorgangshoogte van 2,3 m (afmeting na afwerking). De kelderverdieping beschikt wel overal over een interne vrije hoogte conform artikel 9 van de bouwcode waardoor een afwijking kan worden toegestaan. Alle andere afwijkingen van de verordening toegankelijkheid (artikels 24 en 25) zijn oplosbaar en moeten als voorwaarden aan de vergunning worden toegevoegd. Deze artikels hebben betrekking op het voorzien van een vrije en vlakke draairuimte en het voorzien van een vlakke krukzijde naast de deur. 

 

De adviezen van Fluvius, Infrabel en Aquafin worden integraal aan de vergunning gekoppeld en moeten nageleefd worden.

 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

 

De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 32 van de bouwcode van kracht sinds 15 juli 2024, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding, wijzigen van het aantal wooneenheden en wijziging tussen de gedefinieerde subfuncties in paragraaf 3. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.

 

De aanvraag betreft het bouwen van 21 studentenkamers en 3 zelfstandige woongelegenheden.

Het project ligt in centrumgebied op minder dan 800 m van een interregionale knoop. De bijhorende parkeernormen uit de bouwcode worden gehanteerd.

 

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 4 parkeerplaatsen.

 

De parkeerbehoefte wordt bepaald op de nieuwbouw van 21 studentenkamers en 3 appartementen.

-          21 studentenkamers met parkeernorm 0,05/kamer = 21 x 0,05 = 1,05;

-          3 appartementen > 90 m² met parkeernorm 1,1 à 3 x 1,1 = 3,3.

De werkelijke parkeerbehoefte is 4 (1,05 + 3,3 = 4,35).

 

De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.

 

In een aantal gevallen genereert een aanvraag een werkelijke parkeerbehoefte maar kunnen de plaatsen om volgende stedenbouwkundige redenen niet (volledig) gerealiseerd worden:

 

De projectcontour van de aanvraag is beperkt en ondiep. De grootte en de vorm van het perceel laten het bouwen van het aantal te realiseren plaatsen niet toe.

 

Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 1.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 4.

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

De berekende parkeerbehoefte van het nieuwe project kan verminderd worden met het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbaar domein. Dit op voorwaarde dat realisatie niet mogelijk is.

In de laatst vergunde toestand die gesloopt wordt zijn er 5 wooneenheden zonder garage: 5 x 0,85 = 4,25.

Het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbaar domein is 4.

 

Bijgevolg kan de parkeerbehoefte van de vergunde toestand in mindering gebracht worden voor 4 parkeerplaatsen. Het bijgestelde aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 4 – 4 = 0.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus van niet van toepassing.

 

Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu

 

Voor de realisatie van een bouwproject bestaande uit 21 studentenkamers, 3 zelfstandige wooneenheden en een gemeenschappelijke kelder en liftput, is een verlaging van de grondwatertafel vereist.  

 

Op basis van analytische berekeningen dient het grondwater verlaagd te worden tot 3,50 m-mv voor de kelder en tot 5,20 m-mv voor de liftput. Globaal zal er circa 27.475 m³ grondwater onttrokken worden aan een debiet van maximaal 10,96 m³/uur of 263 m³/dag. De duur van de werken wordt geschat op 180 dagen. De invloedstraal bedraagt maximum 268 meter. 

 

Milieutechnisch worden de volgende klasse 3 rubrieken voorzien: 

 

  •     53.2.1° een bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken met een netto opgepompt volume per IIOA van maximaal 30.000 m³; 
  •     3.8.1°a) de lozing van het eventueel gezuiverd bemalingswater met een geloosd debiet van maximaal 2.500 m³ per dag, afkomstig van een bemaling met een duur van maximaal twaalf maanden. Deze rubriek wordt preventief aangevraagd. 

 

Binnen de invloedstraal van de bemaling liggen er verschillende OVAM-dossiers en no regret-zones voor PFAS. De bemaling veroorzaakt geen versnelling ten opzichte van de natuurlijke verspreiding. De meeste verontreinigingen zijn stroomafwaarts gelegen van de bemaling. Door toedoen van de bemaling wordt er ter hoogte van de verschillende verontreinigingen een tegengradiënt veroorzaakt ten opzichte van de natuurlijke grondwaterstroming. Hierdoor zal de natuurlijke verplaatsing van de verontreinigingen afgeremd worden. De gekende verontreinigingen verlaten de percelen niet waardoor er geen naburige percelen aangetast worden. Daarnaast veroorzaakt de grondwaterbehandeling geen versnelling ten opzichte van de natuurlijke verspreiding. 

 

De maximale absolute zetting werd berekend op 7,35 millimeter. De differentiële zettingen voldoen aan de eis van maximaal 1/700. Binnen de invloedstraal is onroerend erfgoed gelegen. Er wordt geen impact verwacht door de bemaling. Langs de projectlocatie is een spoorweg gelegen. Ter hoogte van spoorwegen worden verstrengde grenzen gehanteerd inzake zettingen. De toelaatbare grens voor absolute zettingen bedraagt 14 millimeter, de toelaatbare grens voor differentiële zettingen bedraagt 1/1.000. Op basis van de uitgevoerde zettingsberekening wordt er voldaan aan de toelaatbare grenzen. 

 

Het opgepompte grondwater zal in de eerste plaats beperkt worden door het toepassen van een peil gestuurde bemaling. Zo zal er niet meer grondwater onttrokken worden dan noodzakelijk is voor het uitvoeren van de bouwwerken. Het bemalingswater zal vervolgens geloosd worden (na eventuele zuivering) op de kunstmatige afvoerweg voor hemelwater van de gescheiden riolering langs de Lange Lobroekstraat. 

 

Dit bemalingsadvies is hoofdzakelijk gebaseerd op sonderingen uit de database van DOV, aangezien de locatie nog bebouwd is. De lokale grondopbouw, grondwaterstand, hydraulische parameters, de heterogeniteit van de ondergrond en andere parameters voor de bemalingsdimensionering zijn gebaseerd op theoretische gegevens. Door het gebrek aan veldwerk moet de conclusie genuanceerd worden. Verder werden de berekeningen analytisch uitgevoerd, maar in meer complexe situaties wordt numeriek gemodelleerd, al dan niet tijdsafhankelijk. Er zijn geen bezwaren om de handelingen te akteren, wel dienen de relevante parameters waarop de dimensionering gebaseerd is, gevalideerd te worden.  

 

Tenslotte wordt er voor de verwarming van het gebouw gebruik gemaakt van een geothermische warmtepomp gekoppeld aan een BEO-veld. Hiervoor wordt klasse 3-rubriek 16.3.2.a gevraagd voor een vermogen van 12 kW. De maximale diepte van de boringen ligt niet dieper dan het dieptecriterium, waardoor de handeling niet ingedeeld is. De warmtepomp zal inpandig opgesteld worden waardoor er geen geluidshinder verwacht wordt. 

 

Het is onduidelijk welk koelmiddel gebruikt zal worden in de warmtepomp. Gelieve er rekening mee te houden dat sommige koelmiddelen aan uitfasering onderworpen zijn om in het kader van duurzaamheid en in geval van accidentele vrijstelling, de impact op het milieu te milderen. Meer informatie over in de toekomst toegelaten koelmiddelen en hun eventuele uitfaseringstermijn kan teruggevonden worden op:https://www.vlaanderen.be/veka/energie-en-klimaatbeleid/energie-en-klimaatbeleid-voor-ondernemingen/f-gassen/20-februari-2024-nieuwe-f-gassenverordening-gepubliceerd. 

 

De vergunningverlenende overheid is verplicht om een advies in te winnen bij het Agentschap Onroerend Erfgoed als de vergunningsaanvraag betrekking heeft op ingedeelde inrichtingen of activiteiten in of aan een beschermde archeologische site, een beschermd monument, een beschermd cultuurhistorisch landschap of een beschermd stads- of dorpsgezicht (decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed artikel 6.4.4 §3). Dat is hier niet het geval. 

 

Advies aan het college

 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.

2. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

3. De voorwaarden uit het bijgevoegde advies van Aquafin dienen nageleefd te worden.

4. De voorwaarden uit het bijgevoegde advies van Fluvius dienen nageleefd te worden.

5. De voorwaarden uit het bijgevoegde advies van Infrabel dienen nageleefd te worden.

6. De voorwaarden uit het bijgevoegde advies van Proximus dienen nageleefd te worden.

7. Maximaal 1/3 van de buitenruimte mag verhard worden.

8. Er moet een bovengrondse infiltratievoorziening (2,112 m²) ingericht worden in de tuin.

9. De in de beoordeling opgenomen voorwaarden van de stedelijke dienst Klimaat en Leefmilieu moeten nageleefd worden. 

10. De aanvraag moet in overeenstemming gebracht worden met artikels 24 en 25 van de gewestelijke verordening toegankelijkheid.

 

Advies over de ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Mits voldaan wordt aan de algemene, sectorale en bijzondere vergunningsvoorwaarden, is deze aanvraag in overeenstemming met de Vlarem-wetgeving. Vanuit milieutechnisch oogpunt wordt voorwaardelijk positief advies gegeven de vergunning voor de bemaling te verlenen voor een periode van 180 dagen na opstart van de bemaling. De vergunning voor de exploitatie van de warmtepompen kan voor onbepaalde duur verleend worden.  

 

Geadviseerde rubriek(en)

 

Rubriek

Omschrijving

Geadviseerd voor

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting Technieken)

12,00 kW

3.8.1°a)

het lozen van bemalingswater, afkomstig van een bemaling ingedeeld in rubriek 53.1, 1°, 53.2 of 53.5. met een geloosd debiet van maximaal 2.500 m³/dag afkomstig van een bemaling met een duur van maximaal twaalf maanden, en met concentraties aan gevaarlijke stoffen als vermeld in bijlage 2C, lager of gelijk aan 1) voor de prioritair gevaarlijke stoffen: de toetsingswaarden, vermeld in artikel 4.2.9.1, §3, 4° en 2) voor de overige gevaarlijke stoffen tien keer de toetsingswaarden, vermeld in artikel 4.2.9.1, §3, 4°; (inrichting Tijdelijke bronbemaling)

263,00 m³/dag

53.2.1°

bemaling, technisch noodzakelijk voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, met inbegrip van het weer in de ondergrond brengen van bemalingswater en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar, met een netto opgepompt volume per IIOA van maximaal 30.000 m³; (inrichting Tijdelijke bronbemaling)

27.475,00 m³

 

Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden

1. De concentraties aan gevaarlijke stoffen als vermeld in bijlage 2C van Vlarem II zijn lager of gelijk aan de toetsingswaarden voor de prioritair gevaarlijke stoffen en voor de overige gevaarlijke stoffen tien keer de toetsingswaarden, met uitzondering voor onderstaande lozingsvoorwaarden:
- PFAS ind: 100 ng/liter.

2. De startdatum van de bemaling wordt ten minste twee weken voor de start gemeld aan stad Antwerpen. Hiervoor stuurt u een mail aan de dienst Vergunningen (milieuvergunningen@antwerpen.be) en de dienst Milieu-Interventie (mi@antwerpen.be) met vermelding van het dossiernummer, de contactgegevens van de werfverantwoordelijke en de start- en einddatum.

3. Het debiet van de bemaling wordt opgevolgd door middel van vlot toegankelijke en correct werkende debietmeters en bijgehouden in een logboek dat steeds op de werf aanwezig is en ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende overheid. Het debiet wordt minstens wekelijks geregistreerd wanneer de bemaling in werking is.

4. De kwaliteit van het bemalingswater moet conform artikel 5.53.6.1.6 van Vlarem II na de aanleg en het schoonpompen van de bemalingsfilters of onttrekkingspunten bemonsterd en geanalyseerd worden op SAP en PFAS, dit voor elke bemalingseenheid afzonderlijk. De resultaten worden doorgestuurd naar milieuvergunningen@antwerpen.be en mi@antwerpen.be.

De analyses worden nadien wekelijks herhaald voor de parameters waarvoor de gemeten concentraties > 80% van de geldende lozingsnormen voor de betreffende parameters bedragen. Hierbij is een stillegging van de bemaling in afwachting van de resultaten niet meer verplicht.

5. De analyseresultaten met betrekking tot PFAS worden meegedeeld aan de PFAS-coördinator van stad Antwerpen (mi@antwerpen.be). 

6. Indien meer dan 10 m³/uur wordt opgepompt en geloosd op een riool die aangesloten is op een RWZI, dient een schriftelijke toelating van Aquafin bekomen te worden alvorens de lozing op riolering wordt opgestart.

 

Fasering

 

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

27 mei 2025

Volledig en ontvankelijk

1 augustus 2025

Start 1e openbaar onderzoek

11 augustus 2025

Einde 1e openbaar onderzoek

9 september 2025

Beslissing aanvaarding wijzigingsaanvraag

14 november 2025

Start laatste openbaar onderzoek

21 november 2025

Einde laatste openbaar onderzoek

20 december 2025

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste beslissingsdatum

13 januari 2026

Verslag GOA

22 december 2025

Naam GOA

Axel Devroe en Bieke Geypens


Wijzigingsverzoeken

De aanvrager heeft één of meerdere verzoeken ingediend om zijn oorspronkelijke dossier te wijzigen.

Minstens één van die verzoeken werd aanvaard, waardoor de aanvaarde wijzigingen mee beoordeeld worden.

De aanvaarde wijzigingen zijn zodanig dat er een nieuw openbaar onderzoek werd gehouden en eventuele adviezen opnieuw werden gevraagd.

Onderzoek

De aanvraag werd onderworpen aan 2 openbare onderzoeken. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:

 

Algemene voorwaarden

De algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.

 

Stedenbouwkundige voorwaarden

1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.

2. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

3. De voorwaarden uit het bijgevoegde advies van Aquafin dienen nageleefd te worden.

4. De voorwaarden uit het bijgevoegde advies van Fluvius dienen nageleefd te worden.

5. De voorwaarden uit het bijgevoegde advies van Infrabel dienen nageleefd te worden.

6. De voorwaarden uit het bijgevoegde advies van Proximus dienen nageleefd te worden.

7. Maximaal 1/3 van de buitenruimte mag verhard worden.

8. Er moet een bovengrondse infiltratievoorziening (2,112 m²) ingericht worden in de tuin.

9. De in de beoordeling opgenomen voorwaarden van de stedelijke dienst Klimaat en Leefmilieu moeten nageleefd worden. 

10. De aanvraag moet in overeenstemming gebracht worden met artikels 24 en 25 van de gewestelijke verordening toegankelijkheid.

 

Bijzondere milieuvoorwaarden

1. De concentraties aan gevaarlijke stoffen als vermeld in bijlage 2C van Vlarem II zijn lager of gelijk aan de toetsingswaarden voor de prioritair gevaarlijke stoffen en voor de overige gevaarlijke stoffen tien keer de toetsingswaarden, met uitzondering voor onderstaande lozingsvoorwaarden:
- PFAS ind: 100 ng/liter.

2. De startdatum van de bemaling wordt ten minste twee weken voor de start gemeld aan stad Antwerpen. Hiervoor stuurt u een mail aan de dienst Vergunningen (milieuvergunningen@antwerpen.be) en de dienst Milieu-Interventie (mi@antwerpen.be) met vermelding van het dossiernummer, de contactgegevens van de werfverantwoordelijke en de start- en einddatum.

3. Het debiet van de bemaling wordt opgevolgd door middel van vlot toegankelijke en correct werkende debietmeters en bijgehouden in een logboek dat steeds op de werf aanwezig is en ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende overheid. Het debiet wordt minstens wekelijks geregistreerd wanneer de bemaling in werking is.

4. De kwaliteit van het bemalingswater moet conform artikel 5.53.6.1.6 van Vlarem II na de aanleg en het schoonpompen van de bemalingsfilters of onttrekkingspunten bemonsterd en geanalyseerd worden op SAP en PFAS, dit voor elke bemalingseenheid afzonderlijk. De resultaten worden doorgestuurd naar milieuvergunningen@antwerpen.be en mi@antwerpen.be.

De analyses worden nadien wekelijks herhaald voor de parameters waarvoor de gemeten concentraties > 80% van de geldende lozingsnormen voor de betreffende parameters bedragen. Hierbij is een stillegging van de bemaling in afwachting van de resultaten niet meer verplicht.

5. De analyseresultaten met betrekking tot PFAS worden meegedeeld aan de PFAS-coördinator van stad Antwerpen (mi@antwerpen.be). 

6. Indien meer dan 10 m³/uur wordt opgepompt en geloosd op een riool die aangesloten is op een RWZI, dient een schriftelijke toelating van Aquafin bekomen te worden alvorens de lozing op riolering wordt opgestart.


Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.

 

De vergunning omvat thans volgende rubriek(en):

 

Rubriek

Omschrijving

Gecoördineerd

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting Technieken)

12,00 kW

3.8.1°a)

het lozen van bemalingswater, afkomstig van een bemaling ingedeeld in rubriek 53.1, 1°, 53.2 of 53.5. met een geloosd debiet van maximaal 2.500 m³/dag afkomstig van een bemaling met een duur van maximaal twaalf maanden, en met concentraties aan gevaarlijke stoffen als vermeld in bijlage 2C, lager of gelijk aan 1) voor de prioritair gevaarlijke stoffen: de toetsingswaarden, vermeld in artikel 4.2.9.1, §3, 4° en 2) voor de overige gevaarlijke stoffen tien keer de toetsingswaarden, vermeld in artikel 4.2.9.1, §3, 4°; (inrichting Tijdelijke bronbemaling)

263,00 m³/dag

53.2.1°

bemaling, technisch noodzakelijk voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, met inbegrip van het weer in de ondergrond brengen van bemalingswater en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar, met een netto opgepompt volume per IIOA van maximaal 30.000 m³; (inrichting Tijdelijke bronbemaling)

27.475,00 m³

 

Artikel 4

Het college beslist dat de omgevingsvergunning voor de bemaling geldig is voor een periode van 180 dagen na opstart van de bemaling en voor onbepaalde duur voor het exploiteren van de warmtepompen.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.