Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2025064795 |
Gegevens van de aanvrager: | BV CEUPPENS-RETRABOUW BVBA met als adres Kanaalstraat 1B bus 6 te 2240 Zandhoven |
Gegevens van de exploitant: | de heer Tom Ceuppens met als contactadres Herentalsebaan 117 te 2240 Zandhoven |
Ligging van het project: | Alfons Jeurissenstraat 17-21 te 2180 Ekeren (Antwerpen) |
Kadastrale percelen: | afdeling 35 sectie F nrs. 843A, 843B, 843C en 843D |
waarvan: |
|
- 20240924-0022 | afdeling 35 sectie F nrs. 843A, 843B, 843C en 843D (RETRA) |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten |
Voorwerp van de aanvraag: | afbreken van een eengezinswoning met handelszaak, bouwen van een meergezinswoning met 12 appartementen, exploitatie van een bronbemaling en warmtepompen |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 27/12/1977: vergunning (19775008) voor een voorgevelverandering;
- 12/06/1968: vergunning (19685105) voor de uitbreiding van een garage;
- 01/02/1967: vergunning (19675028) voor een voorgevelverandering;
- 02/03/1966: vergunning (19665119) voor verbouwingswerken;
- 03/10/1960: toelating (Felixarchief: inventarisnummer 803#27) voor het bouwen van een groentenmagazijn.
Vergunde en bestaande toestand
- de aanvraag handelt over volledige sloop en nieuwbouw;
- algemeen:
Nieuwe toestand
- functie:
- bouwvolume:
- gevelafwerking:
- inrichting:
Inhoud van de aanvraag
- slopen van de bestaande bebouwing;
- bouwen van een meergezinswoning met 12 woonentiteiten.
Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Voorgeschiedenis
Op 1 oktober 2010 werd door het college een melding geakteerd voor de exploitatie van een handel in auto’s en de reparatie van motorvoertuigen (MV2010/297).
Inhoud van de aanvraag
In het kader van de aanleg van een nieuwbouw met een ondergrondse bouwlaag, wordt er een bemaling aangevraagd.
Aangevraagde rubriek(en)
Aangevraagde rubriek(en) RETRA
Rubriek | Omschrijving | Gevraagd voor |
3.8.1°b) | het lozen van bemalingswater, afkomstig van een bemaling ingedeeld in rubriek 53.1, 1°, 53.2 of 53.5. met een geloosd debiet van maximaal 2.500 m³/dag afkomstig van een andere bemaling dan de bemaling vermeld in 1°, a); | 708 m³/dag |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; | 60 kW |
53.2.2°b) | bemaling technisch noodzakelijk voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, met inbegrip van het weer in de ondergrond brengen van bemalingswater en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar, met een netto opgepompt volume per IIOA van meer dan 30.000 m³ en maximaal 180.000 m³, en een verlaging van het grondwaterpeil voor minstens voor een deel van de bemaling van meer dan vier meter onder het maaiveld. | 50.870 m³ |
Aangevraagde bijstelling bijzondere milieuvoorwaarden in afwijking van algemene of sectorale voorwaarden
RETRA
1. | Bij te stellen voorwaarde: Voor de lozing van het bemalingswater: - artikel 4.2.9.1. Voor het niet plaatsen van een meetgoot: - artikel 4.2.5.1.1.§1.
Voorgesteld alternatief/aanvulling: Volgende afwijkingen worden aangevraagd: - minerale olie: 500 µg/liter; - afzonderlijke PFAS-componenten: 100 ng/liter; - niet plaatsen van een meetgoot volgens artikel 4.2.5.1.1. §1. |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Aquafin | 22 juli 2025 | 25 september 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Fluvius System Operator | 22 juli 2025 | 18 augustus 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen | 22 juli 2025 | 29 juli 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) | 22 juli 2025 | 31 juli 2025 | Geen advies |
Proximus | 22 juli 2025 | 24 juli 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) - Advies grondwater Antwerpen | 22 juli 2025 | 17 september 2025 | Geen advies |
Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) - Advies Vergunning Afvalwater en Lucht | 22 juli 2025 | 27 augustus 2025 | Geen advies |
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Ondernemen en Stadsmarketing / Economie en Toerisme / Investeren | 22 juli 2025 | 8 augustus 2025 |
Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering | 22 juli 2025 | 22 juli 2025 |
Sporting A & Sociaal Ruimtelijke Veiligheid - Trage wegen | 22 juli 2025 | Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag |
Stadsontwikkeling/ Mobiliteit | 22 juli 2025 | 12 augustus 2025 |
Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Ruimtelijke Planning/ SL | 22 juli 2025 | 28 november 2025 |
Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Vermoeden van vergunning | 22 juli 2025 | 8 augustus 2025 |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023)
De aanvraag is in overeenstemming met de verordening hemelwater.
- Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van de verordening toegankelijkheid.
- Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
(De verordening publiciteit kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Gewestelijke publiciteitsverordening 2023)
De gewestelijke publiciteitsverordening is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
- Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 maart 2024 en in werking getreden op 15 juli 2024.
(De bouwcode kan je raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:
- Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.
(De verordening stedenbouwkundige lasten kan je raadplegen via https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.
Sectorale regelgeving
- MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
- Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs worden vastgesteld dat de voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Bijgevolg is het beoordelingskader voor stikstofoxiden veroorzaakt door mobiliteit van toepassing. De stikstofdepositie van het project en de effecten hiervan zijn onderzocht voor de Habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) binnen een straal van 20 km rond het projectgebied.
De berekende impactscore is lager dan of gelijk aan de minimis-drempel van 1%.
- Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).
Voor het project is geen pluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).
Het project is niet gelegen in een signaalgebied.
Gelet op de te ontharden oppervlakte en het feit dat de aanvraag niet ligt in een gebied met overstromingskans zal het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaken.
Kijk de score van uw project na op https://www.waterinfo.be/informatieplicht.
Op volgende website worden oplossingen aangereikt om gebouwen te beschermen tegen waterindringing of in het geval van onvermijdbare waterindringing de kans op schade te verkleinen:
https://vmm.vlaanderen.be/publicaties/individuele-bescherming-tegen-overstromingen.
- Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.
- Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan je raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.
- Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.
Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen
- Transformatieleidraad: Transformatieleidraad Ruimte geven aan de stad van morgen. Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad dit plan goed.
De transformatieleidraad kan je raadplegen via Transformatieleidraad.
- Strategische Ruimteplan Antwerpen (SRA): Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad het nieuwe plan goed.
Het strategisch ruimteplan Antwerpen kan je raadplegen via Strategisch Ruimteplan Antwerpen.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag voorziet de bouw van een nieuwe meergezinswoning. Hiervoor moet de bestaande bebouwing worden afgebroken, waardoor de huidige bedrijfsfunctie en handelswoning verdwijnt.
Voor het verdwijnen van de handelswoning is in de nieuwe meergezinswoning minimaal 1 wooneenheid voorzien met een vloeroppervlakte groter dan 130 m² en een buitenruimte van minimaal 15 m² waardoor voldaan is aan artikel 28 van de Antwerpse bouwcode. Voor deze functiewijziging van het bedrijfsgebouw werd een onvoldoende ruimtelijk-economische analyse opgemaakt waardoor er een strijdigheid is met paragraaf 3 van artikel 31 van de Antwerpse bouwcode. De ruimtelijk-economische analyse die voor deze functiewijziging werd opgemaakt voldoet niet, waardoor er een strijdigheid is met paragraaf 3 van artikel 31 van de Antwerpse bouwcode. De stedelijke dienst Economie en Toerisme/Investeren adviseert omwille hiervan, en omwille van het voorzien van een monofunctionele woonontwikkeling, ongunstig. De aanvrager motiveert dat een garagewerkplaats op lange termijn niet geschikt is in het woongebied omwille van de hinder (geluid, geur, mobiliteit, etc.) dat dit meebrengt voor de omliggende woningen en stelt dat op termijn geen milieuvergunning zal worden verkregen. Uiteraard kan er geen voorafname gebeuren op het in de toekomst al dan niet bekomen van een milieuvergunning, maar de ruimtelijke motivatie van de aanvrager wordt vanuit stedenbouwkundig oogpunt gevolgd. Het terrein ligt in een smalle woonstraat, er is hier geen commerciële cluster, de huidige bedrijvigheid is eerder uitzonderlijk en de locatie ligt buiten het kernwinkelgebied. De nieuwe woonfunctie laat een bouwvolume toe dat aansluit op het profiel van de omliggende woningen en maakt een ontpitting van het bouwblok mogelijk. Vanuit deze ruimtelijke analyse kan gesteld worden dat het behoud van de bedrijvigheid niet gewenst is en de omvorming naar enkel wonen gunstig is voor de ruimtelijke samenhang van de omgeving. Deze motivatie wordt vanuit stedenbouwkundig oogpunt gevolgd, het terrein ligt in een woonstraat. Er is hier geen commerciële cluster. De huidige bedrijvigheid is eerder uitzonderlijk en de locatie ligt buiten het kernwinkelgebied. Er kan bijgevolg gesteld worden dat het omvormen van de bedrijvigheid naar enkel wonen gunstig is voor de ruimtelijke samenhang van de omgeving.
De meergezinswoning voldoet daarnaast niet helemaal aan de woningmix zoals bepaald in artikel 27 van de bouwcode. Er moet gemiddeld 1,8 slaapkamers zijn per wooneenheid. De aanvraag voorziet 1,67 slaapkamers. Dit is een kleine afwijking van iets meer dan 5%. Gelet op de beperkte afwijking en het feit dat er een goede variatie is in wooneenheden: 5 één-slaapkamerunits, 6 twee-slaapkamerunits en 1 drie-slaapkamerappartement kan een afwijking worden toegestaan. Er is voldaan aan het uitgangspunt van het artikel.
Er kan bijgevolg geconcludeerd worden dat op basis van bovenstaande motivatie en gezien de ligging in een ontwikkeld woongebied de functionele inpasbaarheid gunstig te beoordelen is.
Schaal - ruimtegebruik – bouwdichtheid
De meergezinswoning wordt opgebouwd uit een gelijkvloers dat 17 m diep is, een eerste verdieping van 13 m en de tweede en derde verdieping van 10 m. Daarboven komt een hellend dak. In de tuin wordt een bijgebouw voor een fietsenstalling voorzien.
De voorgestelde bouwvolumes sluiten aan bij het bestaande semi-stedelijke weefsel en bij de omliggende gebouwen. Het bijgebouw in de tuinzone heeft geen negatieve impact. Het belemmert het zicht of het gebruik van de tuin niet.
Het advies voor schaal en ruimtegebruik is daarom gunstig.
Visueel-vormelijke elementen
De gebruikte materialen, rode gevelsteen, zwart aluminium schrijnwerk, grijze leien en zink, passen in de omgeving. Ze komen meermaals in de buurt voor.
De toegangspoort is 3,21 m breed, iets breder dan de toegestane 3 m. Dit is een kleine overschrijding en valt nauwelijks op in de voorgevel van 28 m breed.
De visuele inpassing is correct. Het advies voor dit onderdeel is gunstig.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De aanvraag voldoet niet aan artikel 15 over technische installaties. Als uitzondering is in de bouwcode opgenomen dat buitenunits van verwarming- en koelinstallaties op het dak kunnen worden geplaatst. In dit geval zijn twee units gepland op een dakkapel aan de voorzijde. Deze units zijn zichtbaar vanuit de publieke ruimte, ook van verderaf en zijdelings. Daarom kan hiervoor geen uitzondering worden toegestaan en zal als voorwaarde worden opgelegd om de buitenunits aan de achterzijde van het gebouw te voorzien.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
Autostalplaatsen:
De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van {artikel 32 van de bouwcode van kracht sinds 15 juli 2024, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding, wijzigen van het aantal wooneenheden en wijziging tussen de gedefinieerde subfuncties in paragraaf 3. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 13 parkeerplaatsen.
De aanvraag betreft het afbreken van een eengezinswoning met naastliggende handelszaak en het nieuw bouwen van een meergezinswoning met 12 appartementen.
De parkeerbehoefte wordt bepaald op de nieuwbouw van 12 appartementen.
- 8 appartementen tussen 60 m² en 90 m² met parkeernorm 1,05 à 8 x 1,05 = 8,4; - 4 appartementen > 90 m² met parkeernorm 1,25 à 4 x 1,25 = 5.
De werkelijke parkeerbehoefte is 13 (8,4 + 5 = 13,4).
|
De plannen voorzien in 15 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 15.
Dit aantal is toereikend.
|
Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 13 – 15 = -2 = 0.
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 13 – 15 = -2 = 0. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.
|
Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 0 plaatsen.
|
Fietsvoorzieningen:
Voor de 12 appartementen moeten 32 fietsstalplaatsen voorzien worden.
- 5 appartementen met 1 slaapkamer: 5 x 2 = 10;
- 6 appartementen met 2 slaapkamers: 6 x 3 = 18;
- 1 appartement met 3 slaapkamers: 1 x 4 = 4.
Er wordt een fietsenstalling voorzien voor 32 fietsen, waarvan 3 geschikt zijn voor buitenmaatse fietsen. De inrichting volgt de principes uit de bouwcode. Uit de ingetekende grondplannen en het inplantingsplan is echter niet duidelijk of alle fietsen daadwerkelijk overdekt kunnen worden gestald. Daarom wordt als expliciete voorwaarde opgenomen dat de fietsenstalling volledig overdekt moet zijn.
Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu
De bemaling wordt uitgevoerd in het kader van een nieuwbouw. Het gehanteerde bemalingsconcept voor de kelderverdieping en de liftput betreft een open bemaling. De bouwput heeft een lengte van 30 m, een breedte van 28 m en een diepte van 3,5 m. De liftput heeft een afmeting van 2 meter op 2 meter en een diepte van 4,7 meter. Met een veiligheidsmarge van 0,5 meter wordt de te bemalen diepte respectievelijk 4 m onder maaiveld en 5,2 m onder het maaiveld voor de kelder en de liftput. De liftput bestaat uit een prefab-constructie.
Gezien de prefab-constructie van de liftput wordt de bijkomende, diepere bemaling zoveel mogelijk ingeperkt.
Voor de kelder wordt er een totaal onttrokken jaardebiet van 50.211 m³ berekend. Voor de liftput wordt er 659 m³ in totaal onttrokken. De bemalingsduur bedraagt 120 dagen voor de bouwput en 5 dagen voor de liftput. Het totaal te onttrekken jaardebiet voor het geheel komt op 50.870 m³.
De invloedstraal van de bemaling bedraagt maximaal 434 meter. Het maximale debiet bedraagt 29,48 m³ per uur bij de opstart van de bemaling aan de kelder. Nadien verlaagt het debiet naar een stationair debiet van 16,91 m³ per uur. De debieten van de liftput bedragen 5,50 m³ per uur bij aanvang en 3,93 m³ per uur gedurende de rest van de bemaling. Het aangevraagde lozingsdebiet bedraagt 29,48 m³ per uur.
De aanvrager wenst het bemalingswater te lozen op de kunstmatige afvoerweg voor hemelwater die uitmondt in de Donkse Beek.
OVAM-dossiers
De OVAM-dossiers die binnen de invloedstraal van de bemaling vallen, werden onderzocht in de bemalingsstudie. Er wordt geconcludeerd dat de bemaling geen versnelling van de verontreinigingen veroorzaakt ten opzichte van de natuurlijke verspreiding. Daarnaast zouden de verontreinigingen binnen de grenzen van de percelen waar de bodemonderzoeken uitgevoerd werden, zich verplaatsen. Wel is minimaal een monitoring van het debiet en de grondwaterstanden nodig tijdens de bemaling ter controle van het ontwerp.
Wat betreft OVAM-dossier 75666 waar benzeen, xyleen en minerale olie gevonden werd, is er een bodemsaneringsproject opgesteld. In het bodemsaneringsproject werd gemeld dat de ondergrondse tanks verwijderd dienen te worden, de aanwezige verontreiniging zal ontgraven worden en er een grondwateronttrekking zal plaatsvinden om de verontreiniging weg te nemen. Gezien er nog geen eindevaluatieonderzoek is gepubliceerd en de maximale verplaatsing van de verontreiniging, volgens de berekeningen in de bemalingsstudie, 9,50 meter bedraagt, dient de bodemdeskundige van OVAM-dossier 75666 op de hoogte gebracht te worden van huidige aanvraag. Dit wordt mee opgenomen in de bijzondere voorwaarden.
Voor PFAS zijn er geen analyses gebeurd. Gezien de projectlocatie zich in een no regret-zone voor PFAS bevindt, wordt er preventief een afwijking gevraagd van 100 ng/liter. Ook wenst de aanvrager een afwijking aan te vragen voor de lozingsnorm op minerale olie gezien er op de projectlocatie een lichte overschrijding van de richtwaarde voor minerale olie ter hoogte van peilbuis 1 werd vastgesteld.
Er dient een analyse te gebeuren van het bemalingswater voor de PFAS-componenten en minerale olie en dit voor opstart van de bemaling. Om geen stilstand van de werf te creëren heeft de aanvrager in afwachting van de analyseresultaten om te bepalen of de lozing als dan niet is ingedeeld, in voorliggende aanvraag rubriek 3.8.1°b) aangevraagd. Gelet op de aangevraagde afwijking van 100 ng/liter voor PFAS, de lozing maximaal 1.000 m³/dag bedraagt en maximaal 6 maanden duurt, is de lozingsrubriek 3.8. niet van toepassing.
Bijstellingen
De gevraagde afwijkingen van de lozingsnormen werden beoordeeld door de dienst omgevingsvergunningen en worden in de voorwaarden van de vergunning opgenomen.
Volgende verhoogde lozingsnormen worden geadviseerd:
Parameter µg/liter | Gevraagd | Geadviseerd |
Minerale olie | 500 | 500 |
PFAS (individueel) | 0,1 | 0,1 |
Naast de afwijking op de lozingsnormen, vraagt de exploitant een afwijking op bijlage 4.2.5.1. met betrekking tot de controle-inrichting voor de lozing van het bemalingswater.
Deze afwijking is opgenomen in de algemene milieuvoorwaarden 4.2.9.1, §2 en is sinds 8 april 2025 zonder voorwerp.
Zettingen
Volgens de berekeningen in de bemalingsstudie bestaat er geen zettingsrisico. De maximaal te verwachten absolute zetting bedraagt 1,90 mm. Er wordt aan de toelaatbare grens van 20 mm voldaan voor alle sonderingen. De differentiële zettingen blijven beperkt tot aanvaardbare waarden en voldoen aan de gestelde eis van maximaal 1/700.
De zettingen worden aanvaardbaar geacht. Doch wordt er geadviseerd om gedurende de volledige periode van de bemaling regelmatig controles uit te voeren van de grondwaterstanden. Wanneer tijdens de uitvoering een grotere verlaging mocht optreden, moet de bemaling onmiddellijk bijgestuurd worden. Dit wordt mee opgenomen in de bijzondere voorwaarden.
Advies aan het college
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn na te leven op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie.
2. De voorwaarden uit de bijgevoegde adviezen van Fluvius System Operator, Proximus en Aquafin zijn na te leven op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie.
3. Het stallen van het vereiste aantal fietsen dient geheel overdekt plaats te vinden, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 33 van de Antwerpse bouwcode.
4. Alle buitenunits van de technische verwarmingsinstallaties dienen te worden geplaatst op platte daken aan de achterzijde van het gebouw en dit in overeenstemming met de plaatsings- en afstandsprincipes van artikel 15 van de Antwerpse bouwcode.
5. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Advies over de ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Mits voldaan wordt aan de voorgestelde vergunningsvoorwaarden, is deze aanvraag in overeenstemming met de VLAREM-wetgeving. Vanuit milieutechnisch oogpunt wordt voorwaardelijk positief advies gegeven de vergunning te verlenen.
Geadviseerde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Geadviseerd voor |
3.8.1°b) | het lozen van bemalingswater, afkomstig van een bemaling ingedeeld in rubriek 53.1, 1°, 53.2 of 53.5. met een geloosd debiet van maximaal 2.500 m³/dag afkomstig van een andere bemaling dan de bemaling vermeld in 1°, a); (inrichting RETRA) | zonder voorwerp |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting RETRA) | 60 kW |
53.2.2°b) | bemaling technisch noodzakelijk voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, met inbegrip van het weer in de ondergrond brengen van bemalingswater en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar, met een netto opgepompt volume per IIOA van meer dan 30.000 m³ en maximaal 180.000 m³, en een verlaging van het grondwaterpeil voor minstens voor een deel van de bemaling van meer dan vier meter onder het maaiveld. (inrichting RETRA) | 50.870 m³ |
Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden
1. De startdatum van de bemaling wordt ten minste twee weken voor de effectieve aanvang gemeld aan stad Antwerpen. Hiervoor stuurt u een mail aan de dienst Vergunningen (milieuvergunningen@antwerpen.be) en de dienst Milieu-Interventie (mi@antwerpen.be) met vermelding van het dossiernummer, de contactgegevens van de werfverantwoordelijke en de start- en einddatum.
2. De bodemdeskundige van OVAM-dossier 75666 wordt op de hoogte gebracht van de huidige aanvraag en de berekeningen uit de bemalingsstudie die betrekking hebben op het OVAM-dossier 75666. Om het opgepompte debiet minimaal te houden, wordt na het bereiken van de noodzakelijke verlaging van de grondwatertafel, het opgepompte debiet maximaal teruggeschroefd, om de verlaging in stand te houden.
3. Om het grondwaterpeil te kunnen monitoren, worden er peilbuizen geplaatst die periodiek (daags) worden opgemeten. De grondwaterstanden worden in een logboek genoteerd en ter beschikking gesteld voor de toezichthouders.
4. Om het opgepompte debiet minimaal te houden, wordt na het bereiken van de noodzakelijke verlaging van de grondwatertafel, het opgepompte debiet maximaal teruggeschroefd, om de verlaging in stand te houden.
5. Het debiet van de bemaling wordt opgevolgd door middel van correct werkende en vlot toegankelijke debietmeters en bijgehouden in een logboek dat steeds op de werf aanwezig is en ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende overheid. Het debiet wordt minstens dagelijks geregistreerd wanneer de bemaling in werking is.
6. De kwaliteit van het bemalingswater wordt geanalyseerd in de bemalingsfilter/put (na schoonpompen van de installatie) of op voorhand in een representatieve peilbuis maximaal 1 jaar voor de opstart van de bemaling. De te analyseren parameters zijn minstens die van het standaardanalysepakket zoals beschreven in bijlage 3 van de standaardprocedure voor een oriënterend bodemonderzoek (OVAM, 1 maart 2023), en de kwantificeerbare PFAS-componenten opgenomen in het WAC_IV_A_025. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende normen.
De verdere monitoring gebeurt aan volgende frequentie:
- bij concentraties hoger dan 80% van de norm: analyse voor lozingspunt in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse maximaal 80% van de norm bedraagt.
- bij concentraties lager dan 80% van de norm: geen herhaling noodzakelijk. Bij inzet van een waterzuivering gebeurt de analyse op het effluent van de waterzuivering ter vervanging van de monitoring van het opgepompte bemalingswater als volgt: in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling.
7. Lozingsnormen: in afwijking van artikel 4.2.3.1 3° worden volgende verhoogde lozingsnormen worden geadviseerd:
Parameter µg/liter | Gevraagd | Geadviseerd |
Minerale olie | 500 | 500 |
PFAS | 0,1 | 0,1 |
8. De bemalingspompen worden zo ver mogelijk van bewoning en, indien nodig, in een geluidsdichte kast geplaatst. De geluidshinder die door de bemalingspompen wordt geproduceerd, dient steeds te voldoen aan de milieuvoorwaarden ter beheersing van de geluidshinder opgenomen in artikel 4.5. van Vlarem II.
9. De analyseresultaten met betrekking tot PFAS worden bezorgd aan de PFAS-coördinator van stad Antwerpen (mi@antwerpen.be).
10. Indien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt, dient voorafgaandelijk aan de lozing een schriftelijke toestemming van Aquafin bekomen te worden.
11. De netto bemalingsduur wordt beperkt tot 125 dagen na aanvang van de bemaling.
Stedenbouwkundige lasten
Artikel 75 van het Omgevingsvergunningsdecreet bepaalt dat de bevoegde overheid lasten aan omgevingsvergunningen kan verbinden.
Op 29 april 2024 (jaarnummer 244) werd de stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ definitief vastgesteld door de gemeenteraad.
Voorliggende omgevingsvergunningsaanvraag valt onder het toepassingsgebied van artikel 2§1.2 van deze verordening.
De lasten zoals bepaald in artikel 2§1.2 van de verordening worden enkel opgelegd voor zover de woonprojecten niet voorzien in een vereiste groene ruimte op eigen terrein van minimaal 500 m², met een minimumaandeel van 10 m² per zelfstandige woongelegenheid of 4 m² per kamer.
Het project voorziet niet in groene ruimte op eigen terrein die voldoet aan de definitie zoals opgenomen in de verordening.
Da argumentatie zoals opgenomen in de aangeleverde motivatienota tot het verlenen van een (gedeeltelijke) afwijking wordt niet weerhouden voor het toekennen van een afwijking. De lasten conform artikel 2§1.2 zijn het gevolg van het verdichtingsverhaal en de bijhorende vereiste groene ruimte voor de eigen bewoners. Het lag in de mogelijkheid om deze te voorzien zonder noemenswaardige afbreuk te doen aan de uitbreiding van een (groene) speelplaats voor de naastgelegen school.
Rekening houdend met 1 woning in de laatst vergunde toestand bedragen op basis van artikel 4§4 van de verordening deze stedenbouwkundige lasten 22.000,00 euro.
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 30 juni 2025 |
Volledig en ontvankelijk | 22 juli 2025 |
Start 1e openbaar onderzoek | 1 augustus 2025 |
Einde 1e openbaar onderzoek | 30 augustus 2025 |
Beslissing toepassing administratieve lus | 26 september 2025 |
Start laatste openbaar onderzoek | 4 oktober 2025 |
Einde laatste openbaar onderzoek | 2 november 2025 |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste beslissingsdatum | 3 januari 2026 |
Verslag GOA | 17 december 2025 |
Naam GOA | Gerd Cryns en Bieke Geypens |
Administratieve lus
Op de aanvraag werd een administratieve lus toegepast, omwille van de volgende reden(en):
De melding van het uithangen van de in het kader van het vereiste openbaar onderzoek vereiste affiches dient eenduidig plaats te vinden ten laatste de allerlaatste kalenderdag voorafgaand aan de startdatum van vermeld onderzoek, wat hier neerkomt op 31 juli 2025 of eerder.
Uit de beschikbare informatie blijkt dat de uithanging minstens 5 dagen te laat gebeurde.
Bijkomend werden omwille van de ruime schaal (in de breedte) van het project 2 affiches aangeleverd (om aan beide uiteindes te worden voorzien) maar werd slechts 1 aanplakbiljet aangebracht.
Er is bijgevolg eenduidig sprake van procedurefouten waardoor een administratieve lus (en de daarbij horende nieuwe stappen) vereist is.
De aanvraag werd onderworpen aan 2 openbare onderzoeken. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
De invordering van de financiële stedenbouwkundige last verloopt via een verkoopfactuur.
Deze wordt verstuurd bij de start van de vergunde werken of uiterlijk 18 maanden na de goedkeuring van de omgevingsvergunning, in dit dossier bijgevolg uiterlijk in de budgetperiode 2027.
De ontvangst wordt bij de volgende aanpassing van het meerjarenplan ingeschreven onder de doelstelling 3LMS01_Ruimtelijke Ordening, beleidsactie 3LMS010502_SOK.
Deze middelen worden conform de verordening stedenbouwkundige lasten aangewend voor de cofinanciering van een stadsgroenfonds.
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:
Algemene voorwaarden
de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.
Stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn na te leven op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie.
2. De voorwaarden uit de bijgevoegde adviezen van Fluvius System Operator, Proximus en Aquafin zijn na te leven op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie.
3. Het stallen van het vereiste aantal fietsen dient geheel overdekt plaats te vinden, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 33 van de Antwerpse bouwcode.
4. Alle buitenunits van de technische verwarmingsinstallaties dienen te worden geplaatst op platte daken aan de achterzijde van het gebouw en dit in overeenstemming met de plaatsings- en afstandsprincipes van artikel 15 van de Antwerpse bouwcode.
5. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Bijzondere milieuvoorwaarden
1. De startdatum van de bemaling wordt ten minste twee weken voor de effectieve aanvang gemeld aan stad Antwerpen. Hiervoor stuurt u een mail aan de dienst Vergunningen (milieuvergunningen@antwerpen.be) en de dienst Milieu-Interventie (mi@antwerpen.be) met vermelding van het dossiernummer, de contactgegevens van de werfverantwoordelijke en de start- en einddatum.
2. De bodemdeskundige van OVAM-dossier 75666 wordt op de hoogte gebracht van de huidige aanvraag en de berekeningen uit de bemalingsstudie die betrekking hebben op het OVAM-dossier 75666. Om het opgepompte debiet minimaal te houden, wordt na het bereiken van de noodzakelijke verlaging van de grondwatertafel, het opgepompte debiet maximaal teruggeschroefd, om de verlaging in stand te houden.
3. Om het grondwaterpeil te kunnen monitoren, worden er peilbuizen geplaatst die periodiek (daags) worden opgemeten. De grondwaterstanden worden in een logboek genoteerd en ter beschikking gesteld voor de toezichthouders.
4. Om het opgepompte debiet minimaal te houden, wordt na het bereiken van de noodzakelijke verlaging van de grondwatertafel, het opgepompte debiet maximaal teruggeschroefd, om de verlaging in stand te houden.
5. Het debiet van de bemaling wordt opgevolgd door middel van correct werkende en vlot toegankelijke debietmeters en bijgehouden in een logboek dat steeds op de werf aanwezig is en ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende overheid. Het debiet wordt minstens dagelijks geregistreerd wanneer de bemaling in werking is.
6. De kwaliteit van het bemalingswater wordt geanalyseerd in de bemalingsfilter/put (na schoonpompen van de installatie) of op voorhand in een representatieve peilbuis maximaal 1 jaar voor de opstart van de bemaling. De te analyseren parameters zijn minstens die van het standaardanalysepakket zoals beschreven in bijlage 3 van de standaardprocedure voor een oriënterend bodemonderzoek (OVAM, 1 maart 2023), en de kwantificeerbare PFAS-componenten opgenomen in het WAC_IV_A_025. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende normen.
De verdere monitoring gebeurt aan volgende frequentie:
- bij concentraties hoger dan 80% van de norm: analyse voor lozingspunt in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse maximaal 80% van de norm bedraagt.
- bij concentraties lager dan 80% van de norm: geen herhaling noodzakelijk. Bij inzet van een waterzuivering gebeurt de analyse op het effluent van de waterzuivering ter vervanging van de monitoring van het opgepompte bemalingswater als volgt: in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling.
7. Lozingsnormen: in afwijking van artikel 4.2.3.1 3° worden volgende verhoogde lozingsnormen worden geadviseerd:
Parameter µg/liter | Gevraagd | Geadviseerd |
Minerale olie | 500 | 500 |
PFAS | 0,1 | 0,1 |
8. De bemalingspompen worden zo ver mogelijk van bewoning en, indien nodig, in een geluidsdichte kast geplaatst. De geluidshinder die door de bemalingspompen wordt geproduceerd, dient steeds te voldoen aan de milieuvoorwaarden ter beheersing van de geluidshinder opgenomen in artikel 4.5. van Vlarem II.
9. De analyseresultaten met betrekking tot PFAS worden bezorgd aan de PFAS-coördinator van stad Antwerpen (mi@antwerpen.be).
10. Indien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt, dient voorafgaandelijk aan de lozing een schriftelijke toestemming van Aquafin bekomen te worden.
11. De netto bemalingsduur wordt beperkt tot 125 dagen na aanvang van de bemaling.
Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.
De vergunning omvat thans volgende rubriek(en):
Rubriek | Omschrijving | Gecoördineerd |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting RETRA) | 60 kW |
53.2.2°b) | bemaling technisch noodzakelijk voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, met inbegrip van het weer in de ondergrond brengen van bemalingswater en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar, met een netto opgepompt volume per IIOA van meer dan 30.000 m³ en maximaal 180.000 m³, en een verlaging van het grondwaterpeil voor minstens voor een deel van de bemaling van meer dan vier meter onder het maaiveld. (inrichting RETRA) | 50.870 m³ |
Het college beslist volgende stedenbouwkundige last aan de omgevingsvergunning te verbinden: een financiële stedenbouwkundige last van 22.000,00 euro.
Omschrijving | Bedrag | Boekingsadres | Bestelbon |
Financiële stedenbouwkundige last omgevingsvergunning | 22.000,00 € | Budgetplaats: 5151500000 | Nvt, via facturatieorder |