Samenstelling
Aanwezig
Koen Kennis, schepen;
Patrick Janssens, schepen;
Nabilla Ait Daoud, schepen;
Lien Van de Kelder, schepen;
Johan Klaps, schepen;
Ken Casier, schepen;
Karim Bachar, schepen;
Stijn De Rooster, schepen;
Nathalie van Baren, schepen;
Sven Cauwelier, algemeen directeur;
Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester
Secretaris
Sven Cauwelier, algemeen directeur
Voorzitter
Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester
2025_CBS_09380 - Projectvergadering. Vaststelling ruimtelijk beperkte impact - BOPRO_Project Management. Bouwen loopbaancampus VDAB. Mazoutweg ZN. District Antwerpen - Goedkeuring
Motivering
Aanleiding en context
| Nummer projectvergadering | 2025264
|
| Gegevens van de aanvrager | BOPRO_Project Management |
| Ligging van het project | Mazoutweg ZN, 2000 Antwerpen
|
| Kadastrale gegevens | 11809 I 2910 G 02 11809 I 2910 L 02 11809 I 2910 N 02 11809 I 2923 K 11809 I 2923 L
|
| Vergunningsplichten | Stedenbouwkundige handelingen
|
| Voorwerp van de aanvraag | Bouwen loopbaancampus VDAB
|
Op 13 juni 2025 (jaarnummer 3876) besliste het college de organisatie van de projectvergadering goed te keuren. De projectvergadering werd gehouden op 24 oktober 2025, voorgezeten door Gerd Cryns, gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het college moet na de projectvergadering vaststellen of het project van algemeen belang een ruimtelijk beperkte impact heeft.
Juridische grond
Conform artikel 3, § 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7, § 2, en artikel 4.7.1, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en tot regeling van het vooroverleg met de Vlaamse Bouwmeester moet het college na de projectvergadering beoordelen of het project van algemeen belang een ruimtelijk beperkte impact heeft. Het college moet hierbij concreet beoordelen of de handelingen de grenzen van het ruimtelijk functioneren van het gebied en de omliggende gebieden niet overschrijden, aan de hand van de aard en omvang van het project, en het ruimtelijk bereik van de effecten van de handelingen. Deze handelingen mogen niet worden uitgevoerd in ruimtelijk kwetsbaar gebied tenzij de handelingen gelet op hun aard, ligging en oppervlakte geen significante impact hebben op het ruimtelijk kwetsbaar gebied.
Regelgeving: bevoegdheid
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
- de gemeentelijke projecten;
- andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.
Conform artikel 3, § 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7, § 2, en artikel 4.7.1, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en tot regeling van het vooroverleg met de Vlaamse Bouwmeester kan de bevoegde overheid na een projectvergadering beslissen om vast te stellen dat een project van algemeen belang een ruimtelijk beperkte impact heeft.
Argumentatie
Voorwaardelijk gunstig.
Het project is van algemeen belang, maar het is niet zeker of de beperkte impact er wel is. Er zal aan volgende voorwaarden voldaan moeten worden:
- De site moet via openbaar vervoer ontsloten worden.
- Het gebouw moet zodanig ontworpen en geconstrueerd zijn dat het, na beëindiging van de huidige functie, geschikt is voor bedrijvigheid. Dit impliceert dat de ateliers en overige ruimtes flexibel inzetbaar zijn voor bedrijfsactiviteiten.
- Indien een vergunning wordt verleend, dient deze uitsluitend betrekking te hebben op het gebruik als gemeenschapsvoorziening en niet als dienstverlening.
Besluit
Het college van burgemeester en schepenen beslist:
Artikel 2
Het college beslist om vast te stellen dat het project van algemeen belang BOPRO_Project Management, bouwen loopbaancampus VDAB, Mazoutweg ZN, District Antwerpen een ruimtelijk beperkte impact heeft indien aan volgende voorwaarden wordt voldaan:
- De site moet via openbaar vervoer ontsloten worden.
- Het gebouw moet zodanig ontworpen en geconstrueerd zijn dat het, na beëindiging van de huidige functie, geschikt is voor bedrijvigheid. Dit impliceert dat de ateliers en overige ruimtes flexibel inzetbaar zijn voor bedrijfsactiviteiten.
- Indien een vergunning wordt verleend, dient deze uitsluitend betrekking te hebben op het gebruik als gemeenschapsvoorziening en niet als dienstverlening.
Artikel 3
Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.