Terug
Gepubliceerd op 22/12/2025

2025_CBS_09374 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Gunstig advies - OMV_2023094223. Scheldelaan 470. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 19/12/2025 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Patrick Janssens, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Johan Klaps, schepen; Ken Casier, schepen; Karim Bachar, schepen; Stijn De Rooster, schepen; Nathalie van Baren, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur; Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester
2025_CBS_09374 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Gunstig advies - OMV_2023094223. Scheldelaan 470. District Antwerpen - Goedkeuring 2025_CBS_09374 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Gunstig advies - OMV_2023094223. Scheldelaan 470. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd bij de deputatie een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. De aanvraag wordt behandeld volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

De deputatie verzoekt het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om:

- een openbaar onderzoek te houden;

- advies uit te brengen.

 

Projectnummer:

OMV_2023094223

Gegevens van de aanvrager:

zie exploitant

Gegevens van de exploitant:

NV VESTA TERMINAL ANTWERP (0406493940) met als contactadres Scheldelaan 470 te 2040 Antwerpen

Ligging van het project:

Scheldelaan 470 te 2040 Antwerpen.

Kadastrale percelen:

afdeling 18 sectie A nrs. 150H, 150G, 150M, 150L, 150F en 392A

waarvan:

 

-          20170705-0003

afdeling 18 sectie A nrs. 150F, 150G, 150H, 150L, 150M en 392A (Vesta Terminal Antwerp)

Vergunningsplichten:

exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorwerp van de aanvraag:

Tankterminal: verandering door wijziging en uitbreiding.

 

Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten

 

Voorgeschiedenis

Stedenbouwkundige voorgeschiedenis

7/09/2023: omgevingsvergunning (OMV_2022114302) voor het plaatsen van laadplatformen met aanhorigheden, aanleggen van verharding en stockage van gronden.

 

Voorgeschiedenis milieu

Op 7 oktober 2021 verleende de deputatie van de provincie Antwerpen een omgevingsvergunning voor de exploitatie van een tankterminal voor een termijn van onbepaalde duur. Nadien werden nog enkele vergunningen verleend voor verandering en voor bijstelling van de milieuvoorwaarden.

 

Inhoud van de aanvraag

Het voorwerp van de aanvraag betreft een uitbreiding van de geïnstalleerde drijfkracht van een aantal groepen toestellen en van de opslag van gevaarlijke stoffen.

 

Aangevraagde rubriek(en)

 

Rubriek

Omschrijving

Gevraagd voor

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW;

+28,53 kW

17.1.2.2.3°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan 10.000 liter;

+45.000 liter

17.2.2.

VR-plichtige inrichting waar gevaarlijke producten in hoeveelheden die gelijk zijn aan of groter zijn dan de hoeveelheid, vermeld in bijlage 5, deel 1 en 2, kolom 3, bij dit besluit, aanwezig zijn, in voorkomend geval gebruikmakend van de sommatieregel, vermeld in noot 4 bij bijlage 5, deel 1 en deel 2 (hogedrempel Seveso-inrichting)

+152 ton

17.3.6.3°

opslagplaatsen voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer 100 ton;

936.186,30 ton
(verplaatsing van 4 ton)
 

17.3.7.3°

opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen die op lange termijn gezondheidsgevaarlijk zijn (gevarenpictogram GHS08) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton;

936.166,70 ton
 (verplaatsing van 4 ton)

17.3.8.3°

opslagplaatsen voor het aquatisch milieugevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS09) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 200 ton.

936.166,30 ton
 (verplaatsing van 4 ton)

  

Aangevraagde bijstelling bijzondere milieuvoorwaarden uit vergunning of meldingsakte


Bij te stellen voorwaarde:

  1. Bijzondere voorwaarde 21 uit de basisvergunning van 7/10/2021.
  2. Bijzondere voorwaarde 22 uit de basisvergunning van 7/10/2021.

Voorgesteld alternatief/aanvulling:


  1. Het beladen van binnenschepen en zeeschepen op pier 6,7 en 8 met benzeenhoudende producten zal enkel gebeuren met een dampverwerking of in een gesloten systeem. De voorwaarde kan dus geschrapt worden.
  2. Wat betreft de benzeenemissies:
    1. Vanaf heden: vermindering t.o.v. max. TOX / max. VOS scenario met 70% (= 1,11 ton);
    2. Tegen 1/1/2035: vermindering t.o.v. max. TOX / max. VOS scenario met 80% (= 0,74 ton). De berekeningen worden 3-maandelijks uitgevoerd op basis van het jaarlijks voortschrijdende gemiddelde. De emissie in max TOX / max VOS betreft: 3,7 ton benzeen/jaar.

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 24 en 42 van het Omgevingsvergunningsdecreet heeft het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar de bevoegdheid advies uit te brengen voor de vergunningsaanvragen op haar grondgebied waarvoor de deputatie, de Vlaamse regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de bevoegde overheid is, tenzij:

 

  1. de aanvraag ingediend is door het betrokken college;
  2. de aanvraag louter betrekking heeft op mobiele of verplaatsbare ingedeelde inrichtingen of activiteiten.

 

Het college heeft op 17 november 2017 (jaarnummer 2017_CBS_08858) beslist om de adviesbevoegdheid op te nemen.

Argumentatie

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Haven van Antwerpen-Brugge, subadvies milieu

5 november 2025

28 november 2025

Gunstig

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn.

De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen.

Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.

 

Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd als Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.

Zulk gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams havengebied als onderdeel van de haven van Antwerpen. Het is bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur.

Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de bestemming en voor de exploitatie van de haven en de bedrijven zijn toegelaten.

Daartoe worden ook de volgende werken, handelingen, voorzieningen, en wijzigingen gerekend:

- de aanleg en het onderhoud van infrastructuur die nodig is voor de toegankelijkheid of voor verbindingen langs de waterzijde en langs de landszijde;

- het laguneren of op een andere wijze bergen of verwerken van baggerspecie.

Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van tijdelijke ecologische infrastructuur toegelaten.

In het gebied zijn eveneens gebouwen of lokalen voor bewakingspersoneel toegelaten.

In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven- en industriële activiteiten. De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.

 

De aanvraag dient beoordeeld te worden aan de hand van de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan.

De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Voor een straal van 500 meter rond de aanvraag is het voormelde GRUP tevens van toepassing. Grotendeels geldt hier eveneens het bestemmingsvoorschrift Gebied voor Zeehaven- en watergebonden bedrijven en -voor de Insteekdokken 1 en 2 en het Kanaaldok B2- Gebied voor waterweginfrastructuur. De Scheldelaan in het westen heeft de bestemming Gebied voor verkeers- en vervoersinfrastructuur. Parallel langs de Scheldelaan lopen overdrukken met als aanduiding Leidingstraat en Hoogspanningsleiding.

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

De ingedeelde inrichting of activiteit is vanuit stedenbouwkundig oogpunt hoofdzakelijk vergund. Er zijn geen vergunningsplichtige stedenbouwkundige handelingen aangevraagd. De aanvraag omvat onder andere wel de verplaatsing van tank T7000 en de plaatsing van een propaantank. Uit de aanvraag kan echter niet worden afgeleid of hiervoor voldaan is aan de voorwaarden uit het Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is. De aanvraag is verenigbaar met de ruimtelijke context van het havengebied waarbinnen deze aanvraag is gesitueerd. Er is geen bezwaar vanuit stedenbouwkundig oogpunt.

 

Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu

 

Vesta Terminal Antwerp baat aan de Scheldelaan een tankterminal voor de op- en overslag van koolwaterstoffen uit. Ten behoeve van de opslagactiviteiten beschikt de exploitant over 45 atmosferische opslagtanks. Deze tanks zijn gegroepeerd in 8 tankparken waar de tanks binnen eenzelfde inkuiping staan opgesteld. Additieven worden op vraag van de klant in de gepaste verhouding geïnjecteerd tijdens beladingen. De vloeistoffen in bulk worden aan- en afgevoerd via lichters, zeeschepen en/of pijpleidingen. Voorliggende aanvraag betreft een uitbreiding van een bestaande inrichting.

 

Vanaf midden 2025 gaat Vesta Terminal Antwerp NV een nieuwe kade in gebruik nemen. Op deze kade zijn in totaal drie laadplaatsen gepland, waarvan er in eerste instantie één zal worden gebouwd. Voor de bouw en exploitatie van de kade werd in 2023 een omgevingsvergunning verleend. De huidige inrichting maakt het mogelijk om brandbare vloeistoffen en kerosine te verladen. De exploitant wenst nu op deze kade tevens de mogelijkheid te voorzien voor het verladen van ontvlambare vloeistoffen categorie 1 en 2. Voor deze wijziging wordt een extra dampterugvoerleiding geplaatst, gekoppeld aan de bestaande incinerator.

 

Ook wordt er een bijkomende propaantank geplaatst van 4.500 liter als steunbrandstof voor de bestaande incinerator. Het is in de toekomst namelijk de bedoeling dat zee- en binnenschepen die licht ontvlambare vloeistoffen laden op de nieuwe kade dit doen met een dampterugvoerleiding, gekoppeld aan de incinerator.

 

Voor het toedienen van kleurstof aan gasolie plant Vesta Terminal Antwerp NV de bouw van een installatie voor de injectie van dit additief. De installatie bestaat uit een dubbelwandige tank van 4 m³ (T7000) met kleurstof voor de roodkleuring van gasolie, in combinatie met een bijhorende injectiepomp. Het product wordt aangevoerd per tankwagen. In VN/22/18 was voorzien dat deze installatie geplaatst zou worden ter hoogte van pier 3, echter de exploitant voorziet nu om deze te realiseren ter hoogte van pier 5. Dit betreft milieutechnisch dus een verplaatsing van deze ingedeelde inrichting.

 

De exploitant wenst verder kerosine vanuit de opslagterminal via het CEPS-leidingnet van NAVO te vervoeren naar verbruikspunten gelegen in België, Duitsland, Frankrijk, Nederland en Luxemburg. Het vervoer van kerosine naar het CEPS-leidingnet wordt voorzien middels een ondergrondse stalen leidingverbinding. Hiervoor wordt de aangekochte ex-CEPS leiding 4ZAP2 – 4OTV3 gedeeltelijk opnieuw in dienst gesteld.

 

Ook wordt er een actualisatie doorgevoerd aan de airconditioningsinstallaties, er wordt een vermogen aangevraagd van 58,53 kW.

 

Vesta Terminal Antwerp NV is een hoge drempel Seveso-inrichting volgens de Europese “Seveso III” richtlijn ten gevolge van de overschrijding van de hoge drempels voor de aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen (P5a/P5c), milieugevaarlijke stoffen (E1/E2) en met naam genoemde stoffen (MNG22/MNG34). Voorliggende aanvraag bevat een Omgevingsveiligheidsrapport of OVR. De aanvrager voegde een OVR toe aan de aanvraag, daaruit blijkt dat de 10⁻⁵/jaar-risicocontour van het plaatsgebonden risico de terreingrenzen overschrijdt op meerdere punten, zowel in de huidige als toekomstige situatie, maar geen woongebieden of kwetsbare locaties bereikt. Binnen de overschrijdingszones bevinden zich voornamelijk terreinen van omliggende bedrijven zonder permanente menselijke aanwezigheid. De toename van het plaatsgebonden risico in de toekomst wordt aanvaardbaar geacht, vooral veroorzaakt door ingebruikname van pier 2 en de nieuwe oostelijke kade. Naburige Seveso-inrichtingen worden volgens de aanvrager via een veiligheidsinformatieplan geïnformeerd. De aanvrager wordt erop gewezen dat alle naburige inrichtingen dienen op de hoogte gesteld te worden via een veiligheidsinformatieplan, onafhankelijk of ze Seveso-inrichting zijn of niet. Het groepsrisico stijgt ook vanwege grotere potentiële effectafstanden en betrokken populatie, met name door opslag en transport van categorie 1/2 vloeistoffen. Domino-effecten van en naar buren zijn mogelijk maar worden beperkt door maatregelen van Vesta.

 

Als laatste vraagt de exploitant ook een bijstelling aan van eerder opgelegde bijzondere voorwaarden 21 en 22 uit de vergunning:

  • De nieuwe steigers (barge pier 1B en barge pier 2B) zullen enkel gebruikt worden voor binnenschepen voor de verlading van diesel/gasolie (met een vlampunt ≥ 55°C) of producten met gelijkaardige gevaarseigenschappen (met een vlampunt > 60°C). De steigers zijn voorzien van de volgende uitrustingen: één metalen laadarm per steiger, vloeistofdichte vloer met opstaande rand en afvoer naar bedrijfsriolering, eindeloopcontacten op de laadarm, noodstop aan boord van het schip die de afsluiter aan de laadarm afsluit en de pomp stopt en ADN-overvulbeveiliging die bij aanraken van de overvulbeveiliging van het schip de verlading stillegt, brandalarmknop en noodstop en isolatieflens in laadarm. De aanvrager stelt dat deze voorwaarde geschrapt kan worden wegens weinig meerwaarde aangezien deze maatregelen ook tijdens de Seveso-inspecties onderzocht worden.
  • Wat betreft de benzeenemissies:

a. Vanaf het verlenen van de vergunning: een vermindering t.o.v. max TOX / max VOS scenario met 40%

b. Tegen 1/1/2025: Vermindering t.o.v. max TOX / max VOS scenario met 70%

c. Tegen 1/1/2035: Vermindering t.o.v. max TOX / max VOS scenario met 80%

De berekeningen worden 3-maandelijks uitgevoerd op basis van het jaarlijks voortschrijdende gemiddelde. De emissie in max TOX / max VOS betreft: 3,7 ton benzeen/jaar. De aanvrager wenst dit te actualiseren, zodat scenario ‘b’ ingaat vanaf heden. Indien ‘heden’ het moment van vergunningverlening is voor huidige aanvraag, wordt er bij toestaan van deze ‘actualisatie’ de facto een uitstel van circa 1 jaar gegeven.

 

Advies van het college

Gunstig advies te verlenen voor de aanvraag tot omgevingsvergunning.


Dit advies werd opgemaakt op basis van PIV 5.

 

Geadviseerde rubriek(en)

 

Rubriek

Omschrijving

Geadviseerd voor

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW;

+28,53 kW

17.1.2.2.3°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in vaste reservoirs met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van meer dan 10.000 liter;

+45.000 liter

17.2.2.

VR-plichtige inrichting waar gevaarlijke producten in hoeveelheden die gelijk zijn aan of groter zijn dan de hoeveelheid, vermeld in bijlage 5, deel 1 en 2, kolom 3, bij dit besluit, aanwezig zijn, in voorkomend geval gebruikmakend van de sommatieregel, vermeld in noot 4 bij bijlage 5, deel 1 en deel 2 (hogedrempel Seveso-inrichting)

+152 ton

17.3.6.3°

opslagplaatsen voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer 100 ton;

936.186,30 ton
(verplaatsing van 4 ton)
 

17.3.7.3°

opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen die op lange termijn gezondheidsgevaarlijk zijn (gevarenpictogram GHS08) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton;

936.166,70 ton
 (verplaatsing van 4 ton)

17.3.8.3°

opslagplaatsen voor het aquatisch milieugevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS09) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 200 ton.

936.166,30 ton
 (verplaatsing van 4 ton)


 

Fasering

Procedurestap

Datum

Ontvangst adviesvraag

4 november 2025

Start openbaar onderzoek

13 november 2025

Einde openbaar onderzoek

12 december 2025

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste adviesdatum

24 december 2025

Onderzoek

De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.

 

Informatievergadering

Over de aanvraag werd een informatievergadering georganiseerd op 17 november 2025.

Het verslag van de informatievergadering werd bezorgd aan de vergunningverlenende overheid.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een gunstig advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, te geven op de aanvraag.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.