Terug
Gepubliceerd op 22/12/2025

2025_CBS_09336 - Omgevingsvergunning - OMV_2025070391. Generaal Armstrongweg 1. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 19/12/2025 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Patrick Janssens, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Johan Klaps, schepen; Ken Casier, schepen; Karim Bachar, schepen; Stijn De Rooster, schepen; Nathalie van Baren, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur; Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester
2025_CBS_09336 - Omgevingsvergunning - OMV_2025070391. Generaal Armstrongweg 1. District Antwerpen - Goedkeuring 2025_CBS_09336 - Omgevingsvergunning - OMV_2025070391. Generaal Armstrongweg 1. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer:

OMV_2025070391

Gegevens van de aanvrager:

AUTOGEMB AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF VOOR VASTGOEDBEHEER EN STADSPROJECTEN - VESPA met als adres Paradeplein 25 te 2018 Antwerpen

Gegevens van de exploitant:

Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen met als contactadres Noorderlaan 69 te 2030 Antwerpen en stad Antwerpen (0207500123) met als contactadres Grote Markt 1 te 2018 Antwerpen

Ligging van het project:

Generaal Armstrongweg 1 te 2020 Antwerpen

Kadastrale percelen:

afdeling 9 sectie I nr. 2479L2

waarvan:

 

-          20250605-0115

afdeling 9 sectie I nr. 2479L2 (Brandweer post Zuid - Digipolis II)

-          20210312-0016

afdeling 9 sectie I nr. 2479L2 (AG Digipolis Antwerpen)

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorwerp van de aanvraag:

renoveren en herbestemmen van de Digipolis II-site naar een brandweerkazerne Post Zuid en een opvang voor dak- en thuislozen; het exploiteren van deze kazerne en daklozenopvang op deze site

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

 

Relevante voorgeschiedenis

-          18/09/2002: vergunning college (86#8724468) voor het bouwen van een open buiten noodtrap;

-          09/09/1999: vergunning college (86#990108) voor het uitbreiden van het bestaande gebouw Telepolis.

 

Vergunde/bestaande toestand

-          functie:

  • kantoorgebouw met ondergrondse parking;

-          bouwvolume:

  • sokkel van 2 bouwlagen (met een rechthoekige footprint), met daarop een ronde toren van 6 verdiepingen en een langwerpig gedeelte van 5 verdiepingen;
  • technische installaties op de platte daken;

-          gevelafwerking:

  • vliesgevel, aluminium panelen en getinte glaspanelen;

-          inrichting:

  • verbindingsgang tussen Digipolis I en Digipolis II;
  • groenzones rond gebouw met bomen.


Nieuwe toestand

-          functie:

  • gebouw voor gemeenschapsvoorziening met 2 gescheiden delen: brandweerkazerne en daklozenopvang;

-          bouwvolume:

  • sokkel van 1 tot 2 bouwlagen, met daarop een ronde toren van 6 verdiepingen en een langwerpig gedeelte van 5 verdiepingen;
  • op de linkerzijde een voertuigenhal van circa 31 meter breed, 15 meter diep en 7 meter hoog;
  • technische installaties op de platte daken;

-          gevelafwerking:

  • sokkel, tuinmuur naar binnentuin en voertuighal in wit beton;
  • gevelplaten in aluminium (toren en langwerpig gedeelte);
  • schrijnwerk in geanodiseerd aluminium;

-          inrichting:

  • tuinzone met groene binnentuin, tuinmuur, luifel, wadi’s en laadzone (opvang);
  • gerooide bomen voor aanleg voertuighal en oefenterrein (brandweer).

 

Inhoud van de aanvraag

-          doorvoeren van een functiewijziging;

-          uitvoeren van interne constructieve werken;

-          uitbreiden van het bouwvolume;

-          uitvoeren van sloopwerken;

-          wijzigen van de voorgevel;

-          vellen van bomen;

-          aanleggen van verharding;

-          bouwen van constructies.

 

Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten

 

Voorgeschiedenis

Op 1 oktober 2021 verleende het college een omgevingsvergunning aan AG Digipolis (inrichtingsnummer 20210312-0016) en AG Vespa (inrichtingsnummer 20210312-0022) voor de exploitatie van een kantoorgebouwencomplex (OMV_2021045188).

 

Op 30 juli 2025 werd de omgevingsvergunning voor het kantoorgebouw Digipolis II (inrichtingsnummer 20210312-0016) overgenomen door stad Antwerpen. Het kantoorgebouw Digipolis 1 (inrichtingsnummer 20210312-0022) werd niet overgedragen (OMV_2025091490).

 

Inhoud van de aanvraag

De aanvraag omvat de exploitatie van een brandweerkazerne en een daklozenopvang.

 

Aangevraagde rubriek(en)

  

Aangevraagde rubriek(en) Brandweer post Zuid - Digipolis II
 

Rubriek

Omschrijving

Gevraagd voor

3.2.2°a)

het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan;

1.000,00 m³/jaar

3.4.2°

het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur;

14,43 m³/uur

15.1.1°

al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van 3 tot en met 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn;

6 voertuigen

15.2.

andere werkplaatsen voor het nazicht, het herstellen en het onderhouden van motorvoertuigen (met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden) dan de werkplaatsen, vermeld in rubriek 15.3;

1 werkplaats

15.4.2°a)

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van minder dan 10 motorvoertuigen en hun aanhangwagens per dag, volledig of gedeeltelijk gelegen in een ander gebied dan industriegebied;

8 motorvoertuigen en hun aanhangwagens/dag

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW;

5,00 kW

17.3.2.1.1.1°b)

opslag van gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt hoger dan of gelijk aan 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton als de inrichting niet hoort bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt;

0,86 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter;

2.000,00 liter

29.5.2.1°b)

smederijen en inrichtingen voor het mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting (deels) gelegen is in een ander gebied dan industriegebied;

7,50 kW

 

Aangevraagde rubriek(en) AG Digipolis Antwerpen
 

Rubriek

Omschrijving

Gevraagd voor

3.2.2°a)

het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan;

+1.500,00 m³/jaar

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW;

+5,40 kW

 

Aangevraagde bijstelling bijzondere milieuvoorwaarden in afwijking van algemene of sectorale voorwaarden

Brandweer post Zuid - Digipolis II

1.

 

Bij te stellen voorwaarde:

Artikel 4.2.5.1.1 §1
Tenzij anders vermeld in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit dient deze controle-inrichting vanaf de hierna vermelde debieten bovendien te beantwoorden aan de volgende eisen: voor debieten > 2 m³/uur of > 20 m³/dag: de plaatsing van een meetgoot (bij voorkeur) volgens de in bijlage 4.2.5.1 bij dit besluit gevoegde omschrijving en gestelde eisen of een andere evenwaardige meetmogelijkheid.

 

Voorgesteld alternatief/aanvulling:

Artikel 4.2.5.1.1 §1

De exploitant zal een elektromagnetische debietmeter plaatsen na de KWS-afscheider en vóór de lozing in de openbare riolering.

 

 

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

 

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

 

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Agentschap Wegen en Verkeer - District Antwerpen

16 september 2025

7 oktober 2025

Voorwaardelijk gunstig

Aquafin

16 september 2025

29 oktober 2025

Ongunstig

Aquafin

7 november 2025

13 november 2025

Voorwaardelijk gunstig

Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken - ASTRID

16 september 2025

7 oktober 2025

Voorwaardelijk gunstig

Fluvius System Operator

16 september 2025

17 september 2025

Geen advies

Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen

16 september 2025

7 november 2025

Voorwaardelijk gunstig

Politiezone Antwerpen/ Centrale Preventie

16 september 2025

Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag

 

Politiezone Antwerpen/ Verkeerspolitie

16 september 2025

23 september 2025

Voorwaardelijk gunstig

Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) - Advies Vergunning Afvalwater en Lucht

16 september 2025

13 oktober 2025

Voorwaardelijk gunstig

Departement Omgeving - Dienst VR

16 september 2025

8 oktober 2025

Geen bezwaar

De Lijn Entiteit Antwerpen

16 september 2025

23 september 2025

Gunstig

Water-link

16 september 2025

Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag

 

  

Interne adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies

Autonoom gemeentebedrijf voor vastgoed en stadsprojecten in Antwerpen (VESPA)

16 september 2025

18 september 2025

Maatschappelijke Veiligheid/ Bestuurlijke Handhaving

16 september 2025

16 september 2025

Ondernemen en Stadsmarketing / Economie en Toerisme / Investeren

16 september 2025

29 september 2025

Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering

16 september 2025

16 september 2025

Stadsbeheer/ Groen en Begraafplaatsen

16 september 2025

19 september 2025

Stadsontwikkeling/ Mobiliteit

16 september 2025

2 oktober 2025

Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Water

16 september 2025

4 november 2025

  

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een gebied voor gemeenschapsuitrusting en openbare nutsvoorziening. Onder gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen dient te worden begrepen voorzieningen die gericht zijn op de bevordering van het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld. De idee van dienstverlening (verzorgende sector) aan de gemeenschap is derhalve rechtstreeks aanwezig. Artikel 4.4.8.van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening schrijft voor dat in gebieden die op de gewestplannen zijn aangewezen als gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen, handelingen van algemeen belang en de daarmee verbonden activiteiten te allen tijde kunnen worden toegelaten, ongeacht het publiek of privaatrechtelijk statuut van de aanvrager of het al dan niet aanwezig zijn van enig winstoogmerk. Als gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen kunnen eveneens worden beschouwd een school, een voor het publiek toegankelijke toegangsweg tot een vergund gebouwencomplex in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen en neveninrichtingen naast een autosnelweg. Alhoewel in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen in principe geen gebouwen met een woonfunctie zijn toegelaten, heeft de Raad van State bovendien niettemin geoordeeld dat service-flats voor bejaarden kunnen worden vergund in dergelijk gebied. Ook een nomadenkamp werd door de Raad van State beschouwd als een gemeenschapsvoorziening en openbare nutsvoorziening, (Artikel 17 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

 

(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)

 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening hemelwater op volgend(e) punt(en):

  • de infiltratievoorziening wordt dieper dan 50 cm voorzien namelijk tot 96 cm en de infiltratievolumes en -oppervlaktes zijn onvoldoende;
  • de luifel wordt aangesloten op een bestaande hemelwaterput van 10.000 liter. Er is hergebruik gepland voor irrigatie van de groenzone. Deze hemelwaterput wordt niet aangesloten op een infiltratievoorziening maar rechtstreeks op de riolering.

 

-          Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening toegankelijkheid op volgend(e) punt(en):

  • artikel 24 draaicirkel:

de daklozenopvang valt onder het toepassingsgebied van welzijn waarbij alle deuren van alle kamers moeten voldoen aan de artikels 22 tot en met 24 en in alle gemeenschappelijke sanitaire blokken. Bij verschillende kamers wordt geen vrije en vlakke draairuimte voorzien voor of achter de toegangsdeur;

  • artikel 25 Vrije en vlakke wand- en vloerbreedte naast deur:

bij een manueel te bedienen deur moet naast de krukzijde van de deur voor een vrije en vlakke wand- en vloerbreedte worden gezorgd van minstens 50 cm. Op de tweede verdieping zijn 4 kamers aanwezig waarbij dergelijke breedte niet aanwezig is. Op de verdiepingen +3 tot en met +6 is dergelijke breedte niet aanwezig bij de ruimte ‘opschaling 4p’;

 

-          Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
(De verordening publiciteit kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Gewestelijke publiciteitsverordening 2023)
De gewestelijke publiciteitsverordening is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Algemene bouwverordeningen

-          Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 maart 2024 en in werking getreden op 15 juli 2024. 
(De bouwcode kan je raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:

het schrijnwerk wordt vervangen in een ander materiaal of met een andere verdeling;

niet alle verblijfsruimtes (kantoorruimte flex 2 pl op +1 en het afwasgedeelte van de keuken op +1) zijn voorzien van minimaal één opening in een gevel- of dakdeel zodat de ruimte op natuurlijke wijze geventileerd kan worden;

  • artikel 19 Afvalverzameling:

de afvalbergingen worden niet voorzien worden van voldoende verluchting;

er wordt meer dan 1/3 tuinoppervlakte voorzien van verharding in een tuin met een oppervlakte groter dan 60 m²; er wordt een constructie (tuinmuur met doorloopopeningen en luifel) in de voortuin voorzien die hier niet is toegelaten; de verhardingen in de voortuin worden niet maximaal gecombineerd en zijn breder dan toegelaten volgens dit artikel;

de voortuin is niet afgesloten met een levendige afsluiting, een muurtje of een hek (hoogte van maximaal 1 m);

de aanwezige waardevolle groene elementen (diverse hoogstammige bomen) worden niet maximaal behouden;

het is onduidelijk of voldoende voorzorgsmaatregelen genomen worden om de aanwezige bomen te beschermen;

de fietsparkeerplaatsen zijn niet op een comfortabele manier te gebruiken gezien de onderlinge afstand tussen de fietsen kleiner is dan 60 cm.

 

-          Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.

(De verordening stedenbouwkundige lasten kan je raadplegen via https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving)

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.

 

Sectorale regelgeving

-          MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

 

-          Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.

Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs worden vastgesteld dat de voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Bijgevolg is het beoordelingskader voor stikstofoxiden veroorzaakt door mobiliteit van toepassing. De stikstofdepositie van het project en de effecten hiervan zijn onderzocht voor de Habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) binnen een straal van 20 km rond het projectgebied. De berekende impactscore is lager dan of gelijk aan de minimis-drempel van 1%. De kritische depositiewaarde ten aanzien van de SBZ-H wordt door het project niet overschreden. Bijgevolg is de opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van de SBZ-H niet vereist. 

 

-            Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).

Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A). Voor het project is geen pluviale overstromingskans gemodelleerd (score A). Het project is niet gelegen in een signaalgebied. Mits voldaan aan de voorwaarden met betrekking tot de infiltratievoorzieningen zal het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaken.

Kijk de score van uw project na op: https://www.waterinfo.be/informatieplicht.

Op volgende website worden oplossingen aangereikt om gebouwen te beschermen tegen waterindringing of in het geval van onvermijdbare waterindringing de kans op schade te verkleinen: https://vmm.vlaanderen.be/publicaties/individuele-bescherming-tegen-overstromingen.

 

-          Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.

 

-          Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan je raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.

 

-          Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is van toepassing op de aanvraag. De aanvraag is hiermee in overeenstemming.

 

Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen

-          Transformatieleidraad: Transformatieleidraad Ruimte geven aan de stad van morgen. Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad dit plan goed.
De transformatieleidraad kan je raadplegen via Transformatieleidraad.

 

-          Strategische Ruimteplan Antwerpen (SRA): Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad het nieuwe plan goed.
Het strategisch ruimteplan Antwerpen kan je raadplegen via Strategisch Ruimteplan Antwerpen.

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

Functionele inpasbaarheid

De aanvraag betreft de renovatie en herbestemming van de Digipolis II-site. Het project voorziet een brandweerkazerne (Post Zuid) en een opvang voor dak- en thuislozen.

 

In voorliggende aanvraag wordt het kantoorgebouw dus ingevuld met gemeenschapsvoorzieningen. Volgens het gewestplan is de site bestemd voor gemeenschapsvoorzieningen. De geplande herbestemming tot brandweerkazerne en opvangcentrum voor daklozen past binnen deze bestemming en sluit aan bij het maatschappelijk karakter van de omgeving.

 

Tijdens de procedure werd advies gevraagd aan de stedelijke dienst Investeren. Hun advies is eveneens gunstig. Enerzijds past het project binnen de visie van de beleidsnota ruimtelijke economie omtrent verweving van functies. De brandweerpost staat immers ook ten dienste van de economische activiteiten.

 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

Ter hoogte van de Emiel Vloorsstraat komen bouwvolumes met 10 bouwlagen frequent voor. De voorliggende aanvraag heeft een bouwhoogte van maximaal 33,87 m. Dit volume wordt grotendeels behouden, hier en daar worden kleine afbraakwerken voorzien in functie van de nieuwe interne indeling. Ter hoogte van de linker zijgevel worden twee nieuwe bouwvolumes gerealiseerd. Het betreft enerzijds een volume met 1 bouwlaag (bouwhoogte van 7,69 m) en anderzijds een twee bouwlagen hoog volume (maximale bouwhoogte van 8,97 m). Er wordt geoordeeld dat de nieuwe volumes aanvaardbaar zijn gezien de beperkte omvang ervan ten opzichte van de kenmerkende bouwvolumes in de omgeving.

 

Met betrekking tot de inrichting van de tuin wijkt de voorliggende aanvraag af van artikel 23 omtrent de inrichting van de open ruimte. Dit gezien er meer dan 1/3 van de zij- en achtertuin voorzien wordt van verharding. Er wordt geoordeeld dat een grotere hoeveelheid verharding aanvaardbaar is gezien het perceel gebruikt wordt door de brandweer. Enerzijds kan de toegankelijkheid voor brandweerwagens enkel door de aanwezigheid van een grotere hoeveelheid verharding gegarandeerd worden. Anderzijds is dergelijke hoeveelheid verharding ook noodzakelijk om brandoefeningen te kunnen uitvoeren. Er wordt ook opgemerkt dat de verharding in de voortuin niet maximaal gecombineerd wordt en de toegangspaden breder zijn dan toegelaten. Verder worden verschillende constructies opgetrokken in de voortuin waaronder een luifel en tuinmuur van 3,2 m met doorloopopeningen. Aangezien de voortuin de enige buitenruimte is van de daklozenopvang en hierdoor is ingericht als buitenruimte om te verblijven kan hiervan een afwijking worden toegestaan. Deze verhoogt de verblijfskwaliteit van de opvang. Door de voorgestelde inrichting om paden op een organische manier tussen de plantvakken, die ingevuld worden met groen en water (wadi’s), te laten lopen, wordt het natuurlijke karakter van de voortuin niet aangetast.

 

Visueel-vormelijke elementen en cultuurhistorische aspecten

In de voorliggende aanvraag worden de nieuwe sokkel, tuinmuur naar binnentuin en voertuigenhal uitgevoerd in witte betonstenen. Verder wordt het pand voorzien van gerecupereerde aluminium panelen, aluminium golfplaten en borstweringen in blauw gelakt staal.

 

De aanvraag is strijdig met artikel 8 van de bouwcode. Het bestaande schrijnwerk wordt vervangen door schrijnwerk uit een ander materiaal en met een andere verdeling. Het nieuwe buitenschrijnwerk wordt echter consequent toegepast waardoor het geen negatief effect heeft op de architectuur van het pand. Daarnaast past de nieuwe vormgeving van de ramen beter bij de nieuwe functie (opvang van dak- en thuislozen). Gezien het bestaande buitenschrijnwerk eerder kenmerkend is voor kantoorgebouwen wordt het gewijzigde schrijnwerk gunstig beoordeeld.

 

Het aangevraagde is aanvaardbaar op vlak van vormelijke en visuele elementen.

 

Bodemreliëf

In de open ruimte rondom het gebouw worden verschillende wadi’s aangelegd zodat het opgevangen hemelwater op een natuurlijke manier kan infiltreren in de bodem. Deze wijzigingen van het reliëf zijn aanvaardbaar. Enerzijds gezien het infiltreren van regenwater op het eigen terrein gunstig is, anderzijds gezien het gewijzigde reliëf het natuurlijke karakter van de groene ruimten versterkt. De afmetingen van de wadi’s moeten wel voldoen aan de afmetingen zoals opgenomen in de voorwaarden conform het advies van Aquafin en de stedelijke dienst Water zoals in onderstaand beoordelingselement toegelicht.

 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

Er wordt opgemerkt dat de aanvraag afwijkt van de voorschriften uit verschillende verordeningen.

 

Zo wijkt de aanvraag af van de verordening toegankelijkheid:

-          gezien het gedeelte van het pand waarin de opvang van daklozen is voorzien onder het toepassingsgebied van welzijnsinstellingen valt moeten alle kamers voldoen aan artikels 22 tot en met 25. Er wordt opgemerkt dat er bij een klein deel van de kamers geen vrije en vlakke draairuimte is voorzien voor of achter de toegangsdeur (artikel 24). Anderzijds komt het sporadisch voor dat er geen voldoende brede vrije en vlakke wand en vloerbreedte naast de kamerdeuren aanwezig is. Zo zijn er op de tweede verdieping vier kamers voorzien waarbij dergelijke breedte niet aanwezig is. Op de verdiepingen 3 tot en met 6 is deze breedte niet aanwezig ter hoogte van de toegangsdeur tot de ruimte ‘opschaling 4 p’ waardoor de aanvraag strijdig is met artikel 25.
Een afwijking voor voorliggende aanvraag is verdedigbaar gezien het slechts een erg beperkt aantal deuren niet voldoen aan de voorschriften. De meeste kamers voldoen wel aan de verordening toegankelijkheid en er zijn zelfs enkele kamers voorzien met eigen aangepast sanitair.

 

De aanvraag wijkt op verschillende punten af van de Antwerpse Bouwcode:

-          zo hebben niet alle verblijfsruimtes minstens één opening in een gevel- of dakdeel zodat de ruimte op natuurlijke wijze geventileerd kan worden (artikel 10). Gezien de mogelijkheid tot natuurlijk ventileren van ruimten belangrijk is voor het gebruiksgenot worden hieromtrent voorwaarden opgelegd. Enerzijds dient de wand tussen het afwasgedeelte van de keuken (+1, opvang) en de aangrenzende keuken verwijderd te worden. Op die manier vormen de keuken en het afwasgedeelte één grote ruimte die geventileerd kan worden via de gevel. Anderzijds dient de wand tussen de kantoorruimte met 2 flexplaatsen en de vergaderruimte voor 6 personen (+1, brandweer) verwijderd te worden. Dit om het natuurlijk ventileren van de kantoorruimte via de voorgevel mogelijk te maken;

-          verder worden de afvalbergingen niet voorzien van voldoende verluchting conform artikel 19 van de bouwcode. Dit wordt opgenomen als voorwaarde voor vergunning;

-          artikel 24 stelt dat de aanwezige waardevolle groene elementen maximaal behouden moeten worden. Gezien de aanvrager verschillende hoogstammige bomen wenst te vellen werd tijdens de procedure een advies gevraagd aan de stedelijke Groendienst. De dienst geeft een gunstig advies onder de voorwaarden dat de bestaande bomen beschermd worden en nieuwe bomen een aangepaste/optimale groeiplaats krijgen. De bomenbalans moet minstens neutraal blijven, wat op het inplantingsplan lange termijn niet het geval is. Het heraanplanten van de te rooien bomen en het beschermen van de bestaande bomen wordt daarom als voorwaarde bij vergunning opgenomen.

 

De stedelijke dienst Water en Aquafin brachten ongunstig advies uit op de aanvraag omwille van tegenstrijdigheden met de gewestelijke hemelwaterverordening. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt worden de adviezen gedeeltelijk gevolgd:

-          in de adviezen wordt vermeld dat de inhoud van de septische putten niet vermeld zou zijn. Dit is wel vermeld. Voor de brandweer wordt een septische put voorzien met een volume van minimaal 49.957 liter en voor de daklozenopvang een volume van minimaal 10.050 liter, wat conform de adviezen is;

-          daarnaast wordt vermeld dat het hemelwater enkel gebruikt zou worden voor de toiletten. Volgens het bijgevoegde hemelwaterformulier wordt het hemelwater eveneens hergebruikt voor poetswater, wasmachine, gebruik buiten, wassen brandweerwagens, oefeningen brandweer. Het hergebruik van hemelwater is dus maximaal voorzien waardoor hieromtrent geen bijkomende voorwaarden moeten worden opgelegd;

-          de ontvangen adviezen worden gevolgd met betrekking tot de voorziene infiltratievoorzieningen. De wadi’s worden in huidige aanvraag voorzien tot een diepte van 96 cm, aangezien er onvoldoende infiltratieproeven werden uitgevoerd is onvoldoende aangetoond dat wadi’s met dergelijke diepte het vereiste volume kunnen garanderen rekening houdend met de grondwaterstand. Daarom wordt als voorwaarde bij vergunning opgelegd dat de wadi’s beperkt moeten worden tot een diepte van 50 cm, de wadi’s voor de brandweerkazerne moeten in totaal een volume hebben van 36.238 liter zijn en een infiltratieoppervlakte van 87,8 m² en voor de daklozenopvang moet dit 38.237 liter en 88,4 m² zijn;

-          tot slot worden de adviezen gevolgd met betrekking tot de verplichting om de hemelwaterputten aan te sluiten op de infiltratievoorzieningen en niet rechtsreeks op de riolering. Dit heeft betrekking op de bestaande regenwaterput van 10.000 liter waarop de luifel is aangesloten. Er is geen gegronde reden om een afwijking toe te staan, de bestaande hemelwaterput bevindt zich nabij de nieuw aan te leggen wadi’s;

-          er moet rekening gehouden worden met de algemene voorwaarden opgenomen in het advies van Aquafin.

 

De Verkeerspolitie geeft een voorwaardelijk gunstig advies onder volgende voorwaarden: voorzie aan de inrit van de brandweerkazerne fietslichten die bij alarm het fietsverkeer stoppen, onderbreek de parkeerstrook volledig ter hoogte van de voertuigenhal en overweeg extra markeringen om duidelijk te maken dat deze zone steeds vrij moet blijven en onderzoek daarnaast of de kruispuntlichtenregeling kan worden gekoppeld aan het alarmsysteem van de kazerne. Aangezien deze voorwaarden betrekking hebben op de inrichting van de openbare ruimte dewelke geen deel uitmaakt van deze aanvraag kunnen de voorwaarden niet worden opgenomen.

 

Gezien het perceel grenst aan een gewestweg werd ook advies gevraagd aan het Agentschap Wegen en Verkeer. Hun advies werd als voorwaardelijk gunstig opgeladen in het omgevingsloket, maar het is een gunstig advies zonder voorwaarden. Om die reden kunnen geen voorwaarden uit dit advies overgenomen worden.

 

Het Departement Omgeving van de Vlaamse Regering geeft een gunstig advies. De aanvraag situeert zich op minder dan 2 km van een bestaande Seveso-inrichting, maar bevindt zich buiten de relevante consultatiezone waarbinnen een impact mogelijk is op het risicobeeld van de Seveso-inrichting. Het Team Omgevingseffecten heeft daarom geen bezwaar tegen deze aanvraag.

 

Ook het advies van de Vlaamse Vervoersmaatschappij – De Lijn is gunstig.

 

Het advies van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken – ASTRID is voorwaardelijk gunstig en wordt als bijlage toegevoegd aan de omgevingsvergunning. Ook het voorwaardelijk gunstig advies van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) wordt als bijlage toegevoegd aan de omgevingsvergunning.

 

Er kan geconcludeerd worden dat het aangevraagde mits het naleven van de gestelde voorwaarden voldoet aan de actuele eisen wat betreft hinderaspecten, gezondheid en gebruiksgenot.

 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

 

Autostalplaatsen:

De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 32 van de bouwcode van kracht sinds 15 juli 2024, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding, wijzigen van het aantal wooneenheden en wijziging tussen de gedefinieerde subfuncties in paragraaf 3. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.

 

Het Post Zuid-project kadert binnen het toekomstige masterplan Ringpark Zuid, waarvan de uitvoering volgt na de realisatie van Post Zuid. Het masterplan introduceert een nieuwe ruimtelijke visie voor het volledige binnengebied van de campus. Het terrein wordt grotendeels autoluw en richt zich op zachte mobiliteit, met voorrang voor voetgangers en fietsers. Gemotoriseerd verkeer krijgt enkel via selectieve toegangswegen toegang.

 

Vanwege het verschil in timing tussen de realisatie van het Post Zuid-project en het masterplan, wordt voor de buitenaanleg zowel een kortetermijn- als langetermijnsituatie uitgewerkt. Op korte termijn is het gebouw volledig georiënteerd naar de Emiel Vloorsstraat. Zowel de toegang voor klanten van de daklozenopvang als de in- en uitritten voor de brandweerwagens en leveringen verlopen aan deze kant van het gebouw.

 

Op lange termijn wordt het mogelijk om aan te sluiten op de nieuwe wegenis die ten noorden van de site zal worden aangelegd. Wachtbuizen voor een toegangspoort aan deze zijde worden al op korte termijn voorzien. Volgens het masterplan wordt de Emiel Vloorsstraat uiteindelijk autoluw, met de toevoeging van een brede grachtstructuur langs de hele straat. Ter hoogte van de voertuigenhal van de brandweerkazerne wordt de gracht overbrugd en ook een passerelle aan de inkomsttuin van daklozenopvang zorgt er op lange termijn voor dat de toegang voor de klanten gewaarborgd blijft. De noordelijke zijde van de site wordt dan een tweede voorkant, waar de toegangen voor de brandweer, de medewerkers van de daklozenopvang en de leveringen zullen plaatsvinden. Deze gevel wordt op termijn ook de toegang van de verschillende preventiediensten.  

 

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 30 parkeerplaatsen.

 

De aanvraag betreft het renoveren en herbestemmen van de Digipolis II-site naar een brandweerkazerne en een opvang voor dak- en thuislozen. Het project ligt in centrumschil op minder dan 800 m van een interregionale knoop. De bijhorende parkeernormen uit de bouwcode worden gehanteerd. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding en of functiewijziging.

 

In de brandweerkazerne zullen er dagelijks 40 personeelsleden aan het werk zijn die in shiften afwisselen. Per shift werken er 20 mensen in de kazerne. Voor een optimale werking vragen zij 12 parkeerplaatsen zodat ongeveer de helft van het personeel met de wagen kan komen waarbij er ook steeds een kleine overlap is tussen 2 shiften.

 

In de daklozenopvang zullen er 200 bedden voorzien worden voor daklozen, zij verplaatsen zich te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer. Er werken dagelijks 56 personeelsleden, verdeeld over meerdere shiften, met ongeveer 20 personeelsleden per moment aanwezig op de site. Er zijn 18 parkeerplaatsen nodig rekening houdend met nachtshiften en de mindere bereikbaarheid van de site met het openbaar vervoer in de nacht.

 

De werkelijke parkeerbehoefte is in dit geval 30 (12 + 18).

 

Er worden 30 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen voorzien. In het campuspark van Ringpark Zuid zal er op lange termijn een centraal parkeergebouw komen voor alle functies.

 

Op korte termijn zal een tijdelijke parking worden voorzien centraal op de campussite om de parkeerbehoefte van de omliggende gebouwen (waaronder ook de brandweerkazerne en daklozenwerking) en openbaar domein op te vangen. Deze parking maakt geen deel uit van de aanvraag. Er zullen daarom geen parkeerplaatsen voor private voertuigen moeten worden voorzien op de Digipolis II-site zelf. Op deze tijdelijke parking zullen 30 plaatsen voorzien worden voor brandweer en daklozenopvang. Naast de brandweerkazerne wordt een voertuigenhal voorzien voor 6 brandweerwagens.

 

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 30.

 

Dit aantal is toereikend.

 

Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 0

 

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen. Er zijn geen ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus niet van toepassing.

 

 

Fietsvoorzieningen:

Voor de brandweerkazerne worden er 21 fietsstalplaatsen voorzien en ook voor de daklozenopvang worden er 21 fietsstalplaatsen voorzien. Dit is ruim voldoende voor de 40 personeelsleden die er maximaal op beide sites aanwezig zijn. De fietsstalplaatsen staan in de kelder en zijn te bereiken met een fietshelling. De dienst Mobiliteit stelt wel vast dat de aanvraag strijdig is met artikel 33 omdat de fietsenstallingen niet op een comfortabele manier te gebruiken zijn gezien de onderlinge afstand tussen de fietsen kleiner is dan 60 cm en er geen 10% van de fietsstalplaatsen ingericht zijn voor buitenmaatse fietsen (cargofiets, bakfiets, enzovoort). Bovenstaande zaken worden opgenomen als voorwaarde. Beide fietsenstallingen zijn voldoende groot om hieraan te kunnen voldoen.

 

Laden en lossen:

Leveringen voor de daklozenopvang worden georganiseerd achteraan het gebouw.

 

Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu

 

In het kader van het masterplan Ringpark Zuid wordt het bestaande gebouw Digipolis II, gelegen aan de Emiel Vloorsstraat te 2020 Antwerpen, gerenoveerd en herbestemd tot een brandweerkazerne (Post Zuid) en een opvangvoorziening voor daklozen.

De aanvraag betreft de exploitatie van zowel de brandweerkazerne als de daklozenopvang.

 

De bestaande torens en een gedeelte van de eerste twee verdiepingen (oostelijke vleugel) worden ingericht als daklozenopvang.

Het overige deel van deze eerste twee verdiepingen, evenals de kelderverdieping en een nieuw aanpalend gebouw (de voertuigenhal), worden ingericht voor de nieuwe brandweereenheid. De kazerne neemt voornamelijk de linkervleugel van het gelijkvloers en de eerste verdieping in, evenals een deel van de ondergrondse parkeergarage.

 

De bestaande omgevingsvergunning (OMV_2021045188) voor de exploitatie van het gebouw Digipolis II, geregistreerd onder inrichtingsnummer 20210312-0016, werd inmiddels overgenomen door stad Antwerpen. De exploitatie van de daklozenopvang wordt verdergezet onder dit bestaande inrichtingsnummer. Voor de exploitatie van de brandweerkazerne Post Zuid wordt een nieuw inrichtingsnummer toegekend, namelijk 20250605-0115.

 

Brandweerkazerne Post Zuid

 

Voor de exploitatie van de brandweerkazerne worden de volgende ingedeelde activiteiten aangevraagd:

  • het lozen van huishoudelijk afvalwater met een debiet van 1.000 m³/jaar (rubriek 3.2.2°a);
  • het lozen van bedrijfsafvalwater afkomstig van de oefenpiste van de brandweer en van het wassen van voertuigen, met een debiet van 14,43 m³/uur (rubriek 3.4.2°);
  • het stallen van maximaal 6 voertuigen (rubriek 15.1.1°);
  • een werkplaats met een smeerput (rubriek 15.2.);
  • het wassen van maximaal 8 voertuigen per dag (rubriek 15.4.2°a);
  • een compressor met een vermogen van 5 kW (rubriek 16.3.2°a);
  • een dieseltank (0,86 ton) behorende bij de noodgenerator (rubriek 17.3.2.1.1.1°b);
  • de opslag van 2.000 liter gevaarlijke producten in kleine verpakkingen (rubriek 17.4.);
  • enkele metaalbewerkingstoestellen met een totaal vermogen van 7,5 kW (rubriek 29.5.2.1°b).

 

Gevaarlijke producten (zoals verf- en lijmresten, ontvetters, oliën en gebruikte absorptiekorrels) worden opgeslagen in een lokaal (duivelskot) op het gelijkvloers, voorzien van opvangbakken en ventilatie. De chemicaliën (zoals oliën, smeermiddelen en brandstoffen) worden bewaard in gesloten, lekvrije recipiënten met etikettering volgens het GHS-systeem. Indien nodig worden er ook lekbakken voorzien.

Beoordeling: er dient steeds voldoende absorptiemateriaal aanwezig te zijn om accidenteel gemorste gevaarlijke vloeistoffen op te ruimen.

 

In geval van stroomuitval zorgt een dieselgedreven noodstroomaggregaat van 275 kVA ervoor dat de essentiële diensten en infrastructuur operationeel blijven. De diesel wordt opgeslagen in een bovengrondse dubbelwandige tank (0,86 ton) die samen met het aggregaat in de kelder wordt geplaatst. De dieseltank wordt periodiek gekeurd conform de bepalingen van Vlarem II.

 

In de werkplaats op het gelijkvloers bevinden zich enkele toestellen voor sporadische kleine herstellingen. Voor onderhoud zijn er enkele metaalbewerkingstoestellen aanwezig, waaronder een kolomboormachine (1,5 kW), een metaalcirkelzaag (1,5 kW), een bandenschuurmachine (3,5 kW) en een slijpmolen (1 kW), met een totaal vermogen van 7,5 kW. Door voldoende ventilatie en afzuiging veroorzaken deze toestellen geen merkbare stof- of geluidshinder buiten de werkplaats en wordt er geen effect op de luchtkwaliteit verwacht.

 

Daarnaast is er een compressor van 5 kW, die wordt geplaatst in een technische ruimte in de kelder. De persluchtcompressor wordt aangesloten op het bestaande persluchtnetwerk. Deze dient voor het op druk houden van remmen en het oppompen van banden.

 

Het huishoudelijk afvalwater is afkomstig van sanitaire installaties en de keuken. Voor de toiletten en douches worden waterbesparende voorzieningen voorzien, en de toiletten worden tevens aangesloten op hemelwater. In het aanvraagdossier wordt vermeld dat zowel de keukenafvoeren van de brandweer als die van de daklozenopvang elk aangesloten worden op een eigen vetafscheider. De rioleringssystemen van de brandweer en de daklozenopvang worden volledig van elkaar gescheiden, met een dubbele aansluiting op de bestaande riolering zoals toegestaan door Aquafin. Het huishoudelijk afvalwater wordt eerst geloosd via een septische put en vervolgens geloosd via lozingspunt 1 en 2 op de openbare riolering in de Emiel Vloorsstraat te Antwerpen.

 

De brandweerkazerne beschikt over een voertuigenhal met werkplaats (met smeerput) voor het nazicht, het herstellen en het onderhouden van motorvoertuigen. Volgens het uitvoeringsplan worden in deze hal ook de brandweerwagens gestald, met een maximale capaciteit van 6 voertuigen.

 

Achter de doorrijkazerne bevindt zich een oefenpiste waar manoeuvres en diverse brandweertrainingen plaatsvinden en waar acht voertuigen kunnen parkeren.

Op de oefenpiste worden de volgende activiteiten uitgevoerd:

  • oefeningen van de brandweer;
  • kuisen van de brandweerwagens;
  • reparaties van brandweerwagens;
  • klaarmaken van brandweerwagens.

 

Op de oefenpiste wordt enkel oefenschuim gebruikt, dat geen significante verontreiniging veroorzaakt. De blusoefeningen worden uitgevoerd volgens strikte richtlijnen, waarbij het gebruik van chemische blusmiddelen wordt beperkt.

Beoordeling: het veiligheidsinformatieblad van het oefenschuim werd aan het dossier toegevoegd. Op basis van de informatie in het blad blijkt dat het oefenschuim vrijwel biologisch afbreekbaar is.

 

Op de wasplaats, gelegen op de oefenpiste, worden gemiddeld maximaal 6 voertuigen per dag gewassen, afhankelijk van de interventies. Per wasbeurt wordt maximaal 150 liter water gebruikt.

Beoordeling: het dakwater van het hoofdgebouw wordt opgevangen in hemelwaterputten met een totale capaciteit van 30.000 liter (2x 15.000 liter). Dit opgevangen water wordt maximaal hergebruikt voor verschillende doeleinden, waaronder poetswater, de wasmachine, gebruik buiten, het wassen van brandweerwagens en oefeningen van de brandweer. Door het opvangen en hergebruiken van hemelwater wordt het verbruik van leidingwater aanzienlijk verminderd, wat bijdraagt aan duurzaam waterbeheer.

 

De oefenpiste heeft een hellende vloeistofdichte verharding en het daarop afstromende hemelwater wordt als potentieel verontreinigd beschouwd. Het bedrijfsafvalwater bestaat enerzijds uit water afkomstig van het wassen van de voertuigen en anderzijds uit potentieel verontreinigd hemelwater van de oefenpiste.

Beoordeling: volgens het uitvoeringsplan wordt het afvalwater afkomstig van de oefenpiste (inclusief wasplaats), de voertuigenhal (werkplaats en stalling van voertuigen) en de reiniging van brandweerlaarzen opgevangen via een afwateringsgoot en gefilterd met een koolwaterstoffenfilter (KWS-filter). Het gefilterde water wordt vervolgens afgevoerd via het DWA-systeem (lozingspunt 1) met een vertraagde bufferafvoer (40.000 liter). Hierdoor worden verontreinigingen verwijderd alvorens het water wordt geloosd in de openbare riolering.

Volgens de exploitant worden er geen gevaarlijke stoffen in hoge concentraties geloosd. Het gaat om vervuild reinigingswater dat gecontroleerd wordt opgevangen, gefilterd en afgevoerd conform Vlarem II. De KWS-afscheider wordt uitgerust met een alarmsysteem en zal voldoen aan de bepalingen zoals vermeld in bijlage 5.17.7 van Vlarem II.

 

Advies VMM

Er werd advies gevraagd aan de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), dienst Afvalwater en Lucht.

 

De VMM geeft aan dat waswater afkomstig van interventies met PFAS-houdend blusschuim niet in de openbare riolering mag worden geloosd, gelet op de persistentie van blusschuimhoudend waswater (afkomstig van PFAS-houdend blusschuim). Dit waswater dient te worden opgevangen en afgevoerd voor externe verwerking.

 

PFAS-houdend waswater afkomstig van het inwendig reinigen van brandweerwagens, brandblusslangen, blusschuimaanmaakinstallaties en alle recipiënten en interventiemateriaal dat blusschuimhoudend water bevat, dient te worden opgevangen en afgevoerd voor externe verwerking. Hiervoor dient voldoende opvangcapaciteit aanwezig te zijn, zonder overloop naar de riolering. De afgiftebewijzen worden bijgehouden in een register dat te allen tijde ter inzage ligt voor de controlerende overheid.

 

Enkel bedrijfsafvalwaterstromen met een goede biologische verwerkbaarheid kunnen daartegen wel verwerkt worden op de RWZI (rioolwaterzuiveringsinstallatie). Enkel water van het uitwendig wassen van brandweerwagens en van oefenactiviteiten met niet-PFAS-houdend blusschuim mag via de riolering worden afgevoerd.

 

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), dienst Afvalwater en Lucht, adviseert gunstig voor de lozing van huishoudelijk afvalwater met een maximaal debiet van 1.000 m³/jaar (rubriek 3.2.2.a.) in de openbare riolering mits voldaan wordt aan de algemene voorwaarden voor lozing van HA in het centrale gebied en de lozing van bedrijfsafvalwater met een maximaal debiet van 14,43 m³/uur (rubriek 3.4.2.) in de openbare riolering mits voldaan wordt aan de algemene voorwaarden voor lozing van bedrijfsafvalwater in de openbare riolering en legt hiervoor bijzondere voorwaarden op. 

Gelet dat voor alle gevaarlijke stoffen als uitgangspunt geldt dat sanering aan de bron plaatsvindt, dat progressieve vermindering en het halen van de milieukwaliteitsnormen worden gehaald, worden de voorwaarden uit het advies van de VMM-dienst Afvalwater en Lucht opgenomen als bijzondere voorwaarden. Deze voorwaarden dienen strikt te worden nageleefd.

 

Bijstelling van de voorwaarden:

De exploitant vraagt bijstelling van de voorwaarden van artikel 4.2.5.1.1. §1 van Vlarem II voor het plaatsen van een meetgoot, vanwege beperkte beschikbare ruimte. Als alternatief wordt een controle-inrichting (elektromagnetische debietmeter) voorzien na de KWS-afscheider en vóór de lozing in de openbare riolering. In de controleputten kan het bedrijfsafvalwater worden gecontroleerd.

De VMM adviseert dat in afwijking van artikel 4.2.5.1.1. §1 van Vlarem II de exploitant geen meetgoot dient te plaatsen, gezien de hoge debieten slechts in mindere mate voorkomen. Een controle-inrichting bestaande uit een controleput wordt voldoende geacht.

 

Geur

De enige emissies hebben betrekking op geurverspreiding. Om dit te beperken zijn het duivelskot, de afvalberging en de berging voor vuile kledij niet aangesloten op de algemene luchtgroep. Deze ruimtes worden afzonderlijk geventileerd door buitenlucht aan te zuigen en via een eigen extractor af te voeren.

Gelet op de genomen maatregel wordt geen potentiële hinder op vlak van geur verwacht.

 

Geluid

De brandweerkazerne wordt gerealiseerd naast de scholengemeenschap van Leerexpert 4. Om een zo prikkelarme mogelijke omgeving te creëren, voorziet het masterplan in de installatie van een geluidswand op het perceel van de school. De huidige geluidsberm zal worden afgebroken omwille van de aanleg van de wegenis en nieuwe ontsluitingsstructuur. Deze geluidswand beschermt de school tegen mogelijke geluidshinder afkomstig van de dagelijkse activiteiten van de brandweerkazerne.

Beoordeling: de exploitant wordt erop gewezen dat te allen tijde moet worden voldaan aan de milieukwaliteitsnormen voor geluid in openlucht zoals opgenomen in Vlarem II.

 

Afval

De stadsdiensten staan in voor de ophaling van de standaardafvalfracties (zoals papier, PMD, GFT en restafval). Het KGA (Klein Gevaarlijk Afval) wordt periodiek afgehaald door een erkende afvalinzamelaar. De afvoer wordt geregistreerd via afvaltransportdocumenten.

 

Warmtenet

Voor de levering van de warmte wordt er aangesloten op het warmtenet van Fluvius. Elk gebouwdeel krijgt een eigen warmtewisselaar en afzonderlijke meters, waardoor beide gebouwen technisch volledig gescheiden zijn. Het warmtenet maakt gebruik van de restwarmte afkomstig van de waterzuiveringsinstallatie van Aquafin Antwerpen-Zuid, waar warmte wordt gegenereerd door biologische en chemische processen tijdens de afvalwaterzuivering. Deze warmte wordt via geïsoleerde leidingen naar de afnemers getransporteerd. Door de ligging van de projectsite tegenover de waterzuiveringsinstallatie zal Fluvius een warmtenet aanleggen waarop ook Digipolis II wordt aangesloten.

 

Bemaling

Tijdens de werffase zijn geen grote ontgravingen nodig tot onder het grondwaterpeil waardoor er geen bemaling noodzakelijk is.

 

De volgende installaties zijn niet ingedeeld:

-          een hoogspanningscabine met een vermogen van 630 kVA;

-          de noodgenerator met een vermogen 275 kVA.

 

Daklozenopvang

 

Voor de exploitatie van de daklozenopvang worden de volgende ingedeelde activiteiten aangevraagd:

  • het lozen van huishoudelijk afvalwater met een debiet van 4.000 m³/jaar (rubriek 3.2.2°a);
  • koelinstallaties met een totaal elektrisch vermogen van 195,4 kW (rubriek 16.3.2°a);
  • opslag van 500 liter gevaarlijke producten in kleine verpakkingen (rubriek 17.4.).

 

De daklozenopvang wordt ingericht voor 200 daklozen. Het huishoudelijk afvalwater is afkomstig van de sanitaire voorzieningen en de keuken. Voor de toiletten en douches worden waterbesparende voorzieningen voorzien, en de toiletten worden tevens aangesloten op hemelwater. De keukenafvoer wordt aangesloten op een vetafscheider. De rioleringssystemen van de brandweer en de daklozenopvang worden volledig van elkaar gescheiden. Het huishoudelijk afvalwater wordt voorbehandeld via een septische put en vervolgens geloosd via lozingspunt 2 op de openbare riolering in de Emiel Vloorsstraat.

Beoordeling: het dakwater van het hoofdgebouw wordt opgevangen in een hemelwaterput van 80.000 liter. Dit opgevangen water wordt maximaal hergebruikt voor verschillende doeleinden.

 

De poets- en onderhoudsproducten in de daklozenopvang worden opgeslagen in daarvoor voorziene ruimtes (gelijkvloerse verdieping) met vloeistofdichte vloer die alleen toegankelijk zijn voor personeel.

Beoordeling: de vloeibare gevaarlijke stoffen dienen boven lekbakken te worden opgeslagen om bodem- en grondwaterverontreiniging te voorkomen.

 

In de vergunde toestand zijn twee chillers voorzien voor de koeling van het gebouw, met een totaal vermogen van 190 kW. De exploitant wenst het exacte elektrisch vermogen van de chillers te regulariseren. Het betreft twee chillers met elk een elektrisch vermogen van 97,7 kW. Deze aanpassing leidt tot een toename van de geïnstalleerde drijfkracht tot 195,4 kW.

 

De twee chillers met een geluidsdrukniveau van 75,5 dB(A) staan opgesteld op het dak (niveau +7) en worden jaarlijks onderhouden. Ze ondergaan tevens lektesten, zodat lekverliezen naar de omgeving toe maximaal worden vermeden of beperkt.

De chillers zijn al geruime tijd in gebruik en veroorzaken geen wijziging in de bestaande geluidsituatie. Het geproduceerd geluid wordt niet als hinderlijk of storend beschouwd voor de omgeving, waaronder de daklozenopvang en de brandweerkazerne. Volgens de exploitant is het geluidsniveau aanvaardbaar voor het beoogde gebruik.

 

Beoordeling: De chillers maken gebruik van het koelmiddel R32, dat een Global Warming Potential (GWP) van 675 heeft. In het kader van duurzaamheid en het beperken van de impact bij een accidentele vrijstelling, wordt de exploitant gevraagd te onderzoeken of een koelmiddel met een GWP (Global Warming Potential) kan worden gebruikt dat niet onderhevig is aan uitfasering. Meer informatie over in de toekomst toegelaten koelmiddelen en hun eventuele uitfaseringstermijn kan teruggevonden worden op https://www.vlaanderen.be/veka/energie-en-klimaatbeleid/energie-en-klimaatbeleid-voor-ondernemingen/f-gassen/20-februari-2024-nieuwe-f-gassenverordening-gepubliceerd.

 

Verder is er ook een hoogspanningscabine met een vermogen van minder dan 1.000 kVA, deze is bijgevolg niet indelingsplichtig. 

 

Advies aan het college

 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.

2. Alle te behouden bomen op het perceel moeten vóór de aanvang van de werkzaamheden worden afgeschermd met een hekwerk, waarbij binnen hun kroonprojectie geen werkzaamheden, opslag, parkeren, lozing van spoelwater of plaatsing van werftoiletten is toegestaan, het maaiveld rond de wortelzone niet mag worden afgegraven of opgehoogd, schade door transportbewegingen en graafwerkzaamheden moet worden vermeden, bodemverdichting te allen tijde moet worden voorkomen en onverharde bodem altijd beschermd moet worden met rijplaten.

3. Er moeten 7 inheemse bomen van eerste grootte A aangeplant worden. De plantmaat moet minstens 14/16 cm zijn. De heraanplanting moet geplant zijn voor het volgende groeiseizoen.

4. De afstand tussen 2 fietsstalplaatsen moet 60 cm bedragen conform artikel 33 van de bouwcode.

5. 10% van de fietsstalplaatsen moeten bruikbaar zijn voor buitenmaatse fietsen (cargofiets, bakfiets, enzovoort).

6. De voorwaarden opgenomen in het advies van de ASTRID veiligheidscommissie zijn strikt na te leven.

7. De voorwaarden opgenomen in het advies van Aquafin (verleend op 7 november 2025) zijn strikt na te leven.

8. De wadi’s moeten beperkt worden tot een diepte van 50 cm, de wadi’s voor de brandweerkazerne moeten in totaal een volume hebben van 36.238 liter zijn en een infiltratieoppervlakte van 87,8 m² en voor de daklozenopvang moet dit 38.237 liter en 88,4 m² zijn.

9. De hemelwaterput waarop de luifel is aangesloten moet overlopen naar de wadi van de daklozenopvang alvorens af te wateren naar de riolering.

10. De wand tussen het afwasgedeelte van de keuken (+1, opvang) en de aangrenzende keuken dient gesupprimeerd te worden.

11. De wand tussen de kantoorruimte met 2 flexplaatsen en de vergaderruimte voor 6 personen (+1, brandweerkazerne) dient gesupprimeerd te worden.

12. De afvalbergingen dienen voorzien te worden van voldoende verluchting conform artikel 19 van de bouwcode.

 

Advies over de ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Mits voldaan wordt aan de algemene, bijzondere en sectorale vergunningsvoorwaarden, is deze aanvraag in overeenstemming met de Vlarem-wetgeving. Vanuit milieutechnisch oogpunt wordt voorwaardelijk positief advies gegeven de vergunning te verlenen.

 

Geadviseerde rubriek(en)

 

Rubriek

Omschrijving

Geadviseerd voor

3.2.2°a)

het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan; (inrichting AG Digipolis Antwerpen)

+1.500,00 m³/jaar

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting AG Digipolis Antwerpen)

+5,40 kW

3.2.2°a)

het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

1.000,00 m³/jaar

3.4.2°

het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

14,43 m³/uur

15.1.1°

al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van 3 tot en met 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

6 voertuigen

15.2.

andere werkplaatsen voor het nazicht, het herstellen en het onderhouden van motorvoertuigen (met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden) dan de werkplaatsen, vermeld in rubriek 15.3; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

1 werkplaats

15.4.2°a)

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van minder dan 10 motorvoertuigen en hun aanhangwagens per dag, volledig of gedeeltelijk gelegen in een ander gebied dan industriegebied; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

8 motorvoertuigen en hun aanhangwagens/dag

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

5,00 kW

17.3.2.1.1.1°b)

opslag van gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt hoger dan of gelijk aan 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton als de inrichting niet hoort bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

0,86 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

2.000,00 liter

29.5.2.1°b)

smederijen en inrichtingen voor het mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting (deels) gelegen is in een ander gebied dan industriegebied; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

7,50 kW

 

Gecoördineerde rubriek(en)

 

Rubriek

Omschrijving

Gecoördineerd

3.2.2°a)

het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan; (inrichting AG Digipolis Antwerpen)

4.000,00 m³/jaar

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting AG Digipolis Antwerpen)

195,40 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; (inrichting AG Digipolis Antwerpen)

500,00 liter

3.2.2°a)

het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

1.000,00 m³/jaar

3.4.2°

het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

14,43 m³/uur

15.1.1°

al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van 3 tot en met 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

6 voertuigen

15.2.

andere werkplaatsen voor het nazicht, het herstellen en het onderhouden van motorvoertuigen (met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden) dan de werkplaatsen, vermeld in rubriek 15.3; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

1 werkplaats

15.4.2°a)

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van minder dan 10 motorvoertuigen en hun aanhangwagens per dag, volledig of gedeeltelijk gelegen in een ander gebied dan industriegebied; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

8 motorvoertuigen en hun aanhangwagens/dag

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

5,00 kW

17.3.2.1.1.1°b)

opslag van gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt hoger dan of gelijk aan 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton als de inrichting niet hoort bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

0,86 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

2.000,00 liter

29.5.2.1°b)

smederijen en inrichtingen voor het mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting (deels) gelegen is in een ander gebied dan industriegebied; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

7,50 kW

 

Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden

1. In afwijking van artikel 4.2.5.1.1. §1 van Vlarem II dient de exploitant geen meetgoot te plaatsen. (inrichting Brandweer post Zuid)
2. De exploitant verbindt zich ertoe een bewijs van installatie van de KWS-afscheider te bezorgen aan de dienst Omgeving (milieuvergunningen@antwerpen.be) voorafgaand aan de exploitatie van de brandweerkazerne. (inrichting Brandweer post Zuid)
3. Te allen tijde is voldoende absorptiemateriaal beschikbaar om gemorste gevaarlijke vloeistoffen onmiddellijk op te ruimen. (inrichting Brandweer post Zuid)
4. Enkel het waswater van het uitwendig wassen van de brandweerwagens, alsook het afvalwater van oefenactiviteiten met niet-PFAS-houdend blusschuim mag geloosd worden in de riolering. (inrichting Brandweer post Zuid)
5. De lozing van afvalwater afkomstig van de oefenpiste, de voertuigenhal en de reiniging van brandweerlaarzen gebeurt via een KWS-afscheider. (inrichting Brandweer post Zuid)
6. PFAS-houdend afvalwater mag niet worden geloosd op de site maar dient op reglementaire manier afgevoerd of voorkomen te worden. (inrichting Brandweer post Zuid)
7. Het wassen van de voertuigen gebeurt maximaal met hemelwater. (inrichting Brandweer post Zuid)
8. De gebruikte detergenten moeten voldoen aan de Europese Verordening (648/2004) betreffende detergenten. (inrichting Brandweer post Zuid)

Fasering

 

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

10 juli 2025

Volledig en ontvankelijk

16 september 2025

Start openbaar onderzoek

26 september 2025

Einde openbaar onderzoek

25 oktober 2025

Beslissing aanvaarding wijzigingsaanvraag

6 november 2025 

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste beslissingsdatum

30 december 2025

Verslag GOA

5 december 2025

Naam GOA

Gerd Cryns en Bieke Geypens


Wijzigingsverzoeken

De aanvrager heeft één of meerdere verzoeken ingediend om zijn oorspronkelijke dossier te wijzigen.

Minstens één van die verzoeken werd aanvaard, waardoor de aanvaarde wijzigingen mee beoordeeld worden.

 

Onderzoek

De aanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:

 

Algemene voorwaarden

De algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.

 

Stedenbouwkundige voorwaarden

1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.

2. Alle te behouden bomen op het perceel moeten vóór de aanvang van de werkzaamheden worden afgeschermd met een hekwerk, waarbij binnen hun kroonprojectie geen werkzaamheden, opslag, parkeren, lozing van spoelwater of plaatsing van werftoiletten is toegestaan, het maaiveld rond de wortelzone niet mag worden afgegraven of opgehoogd, schade door transportbewegingen en graafwerkzaamheden moet worden vermeden, bodemverdichting te allen tijde moet worden voorkomen en onverharde bodem altijd beschermd moet worden met rijplaten.

3. Er moeten 7 inheemse bomen van eerste grootte A aangeplant worden. De plantmaat moet minstens 14/16 cm zijn. De heraanplanting moet geplant zijn voor het volgende groeiseizoen.

4. De afstand tussen 2 fietsstalplaatsen moet 60 cm bedragen conform artikel 33 van de bouwcode.

5. 10% van de fietsstalplaatsen moeten bruikbaar zijn voor buitenmaatse fietsen (cargofiets, bakfiets, enzovoort).

6. De voorwaarden opgenomen in het advies van de ASTRID veiligheidscommissie zijn strikt na te leven.

7. De voorwaarden opgenomen in het advies van Aquafin (verleend op 7 november 2025) zijn strikt na te leven.

8. De wadi’s moeten beperkt worden tot een diepte van 50 cm, de wadi’s voor de brandweerkazerne moeten in totaal een volume hebben van 36.238 liter zijn en een infiltratieoppervlakte van 87,8m² en voor de daklozenopvang moet dit 38.237 liter en 88,4m² zijn.

9. De hemelwaterput waarop de luifel is aangesloten moet overlopen naar de wadi van de daklozenopvang alvorens af te wateren naar de riolering.

10. De wand tussen het afwasgedeelte van de keuken (+1, opvang) en de aangrenzende keuken dient gesupprimeerd te worden.

11. De wand tussen de kantoorruimte met 2 flexplaatsen en de vergaderruimte voor 6 personen (+1, brandweerkazerne) dient gesupprimeerd te worden.

12. De afvalbergingen dienen voorzien te worden van voldoende verluchting conform artikel 19 van de bouwcode.

 

Bijzondere milieuvoorwaarden
1. In afwijking van artikel 4.2.5.1.1. §1 van Vlarem II dient de exploitant geen meetgoot te plaatsen. (inrichting Brandweer post Zuid)
2. De exploitant verbindt zich ertoe een bewijs van installatie van de KWS-afscheider te bezorgen aan de dienst Omgeving (milieuvergunningen@antwerpen.be) voorafgaand aan de exploitatie van de brandweerkazerne. (inrichting Brandweer post Zuid)
3. Te allen tijde is voldoende absorptiemateriaal beschikbaar om gemorste gevaarlijke vloeistoffen onmiddellijk op te ruimen. (inrichting Brandweer post Zuid)
4. Enkel het waswater van het uitwendig wassen van de brandweerwagens, alsook het afvalwater van oefenactiviteiten met niet-PFAS-houdend blusschuim mag geloosd worden in de riolering. (inrichting Brandweer post Zuid)
5. De lozing van afvalwater afkomstig van de oefenpiste, de voertuigenhal en de reiniging van brandweerlaarzen gebeurt via een KWS-afscheider. (inrichting Brandweer post Zuid)
6. PFAS-houdend afvalwater mag niet worden geloosd op de site maar dient op reglementaire manier afgevoerd of voorkomen te worden. (inrichting Brandweer post Zuid)
7. Het wassen van de voertuigen gebeurt maximaal met hemelwater. (inrichting Brandweer post Zuid)
8. De gebruikte detergenten moeten voldoen aan de Europese Verordening (648/2004) betreffende detergenten. (inrichting Brandweer post Zuid)

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.

 

De vergunning omvat thans volgende rubriek(en):

 

Rubriek

Omschrijving

Gecoördineerd

3.2.2°a)

het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan; (inrichting AG Digipolis Antwerpen)

4.000,00 m³/jaar

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting AG Digipolis Antwerpen)

195,40 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; (inrichting AG Digipolis Antwerpen)

500,00 liter

3.2.2°a)

het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

1.000,00 m³/jaar

3.4.2°

het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

14,43 m³/uur

15.1.1°

al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van 3 tot en met 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

6 voertuigen

15.2.

andere werkplaatsen voor het nazicht, het herstellen en het onderhouden van motorvoertuigen (met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden) dan de werkplaatsen, vermeld in rubriek 15.3; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

1 werkplaats

15.4.2°a)

niet-huishoudelijke inrichtingen voor het wassen van minder dan 10 motorvoertuigen en hun aanhangwagens per dag, volledig of gedeeltelijk gelegen in een ander gebied dan industriegebied; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

8 motorvoertuigen en hun aanhangwagens/dag

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

5,00 kW

17.3.2.1.1.1°b)

opslag van gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt hoger dan of gelijk aan 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton als de inrichting niet hoort bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

0,86 ton

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

2.000,00 liter

29.5.2.1°b)

smederijen en inrichtingen voor het mechanisch behandelen van metalen en het vervaardigen van voorwerpen uit metaal met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting (deels) gelegen is in een ander gebied dan industriegebied; (inrichting Brandweer post Zuid - Digipolis II)

7,50 kW

 

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.