Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2025048451 |
Gegevens van de aanvrager: | zie exploitant |
Gegevens van de exploitant: | BV FIRMA CEULEMANS (0418382873) met als adres Ten Eekhovelei 206 te 2100 Deurne (Antwerpen) |
Ligging van het project: | Ten Eekhovelei 204-210 te 2100 Deurne (Antwerpen) |
Kadastrale percelen: | afdeling 28 sectie A nr. 55W8 |
waarvan: |
|
- 20250425-0070 | afdeling 28 sectie A nr. 55W8 (Ten Eekhovelei 204-210) |
Vergunningsplichten: | exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten |
Voorwerp van de aanvraag: | exploitatie van een rouwcentrum |
Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Voorgeschiedenis
Op 9 mei 1983 verleende het college een milieuvergunning onder voorwaarden aan p.v.b.a. Ceulemans voor de exploitatie van een rouwcentrum, uitgerust met drie rouwkamers en een drukkerij met elektromoren van circa 1,5 kW (kenmerk 25/5743). Deze vergunning was geldig tot 9 mei 2013.
Inhoud van de aanvraag
De aanvraag omvat de regularisatie voor de verdere exploitatie van een bestaand rouwcentrum.
Aangevraagde rubriek(en)
Aangevraagde rubriek(en) Ten Eekhovelei 204-210
Rubriek | Omschrijving | Gevraagd voor |
3.4.1°a) | het lozen van maximaal 2 m³/uur bedrijfsafvalwater zonder gevaarlijke stoffen in concentraties hoger dan de indelingscriteria, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II; | 0,10 m³/uur |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; | 12,60 kW |
35. | rouwkamers. | 4 overledenen |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen | 18 september 2025 | 21 oktober 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Ondernemen en Stadsmarketing / Economie en Toerisme / Investeren | 18 september 2025 | 26 september 2025 |
Stadsontwikkeling/ Mobiliteit | 18 september 2025 | 26 september 2025 |
Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Vergunningen Stedenbouw | 18 september 2025 | 2 december 2025 |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Het bestaande en vergunde rouwcentrum is functioneel verenigbaar met de omgeving. De aanvraag bevat geen vergunningsplichtige stedenbouwkundige handelingen.
Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu
Het voorwerp van de aanvraag betreft de regularisatie van een bestaand rouwcentrum op het gelijkvloers, gelegen aan de Ten Eekhovelei 204-210 te 2100 Deurne. De bovenliggende verdiepingen maken geen deel uit van deze aanvraag.
Het rouwcentrum omvat een koelcel (2,87 kW) voor maximaal 4 overledenen, drie achtergelegen rouwkamers, een verzorgingsruimte, een gelijkvloerse zaal met groetruimte, een vestiaire, toiletten, bergingen en een ontvangsthal voor bezoekers. Daarnaast beschikt het rouwcentrum over een garage op het gelijkvloers.
De buitenunit van de koelcel bevindt zich op het platte dak van het rouwcentrum en staat opgesteld op een geluiddempende sokkel.
Beoordeling: In het aanvraagdossier wordt niet aangegeven of de lokalen doeltreffend worden geventileerd. Uit het uitvoeringsplan blijkt dat er een vorm van verluchting aanwezig is. De exploitant dient, indien nog niet aanwezig, een adequaat ventilatiesysteem te voorzien. Dit systeem mag geen bron van geur- of geluidshinder voor omwonenden vormen en dient te zijn uitgerust met roosters en/of vliegengaas indien deze ontbreken.
De initiële verzorging, waaronder het wassen en/of opmaken (het opbaren), gebeurt doorgaans in een woonzorgcentrum of ziekenhuis. In uitzonderlijke gevallen, zoals bij een verdacht en/of thuisoverlijden, gebeurt een volledige wassing en verzorging in het rouwcentrum. Dit betreft een gebruikelijke lichaamsreiniging, vergelijkbaar met het dagelijks wassen van een levend persoon. Volgens de exploitant vinden er gemiddeld twee afscheidsplechtigheden per week plaats en worden er gemiddeld drie overledenen per week geborgen.
De verzorgingsruimte is uitgerust met wanden met goed afwasbare bekleding en een wastafel met stromend water. De verzorgingstafel bestaat uit hard, niet bederfelijk en gemakkelijk afwasbaar materiaal en is voorzien van een helling, zodat vloeistoffen naar een opening kunnen aflopen waar zij in een recipiënt worden opgevangen. De ruimte beschikt tevens over een waterafvoerput, vanwaar het water via een afvoerleiding met reukafsnijder wordt afgevoerd naar de lozingsinrichting. De koelcel wordt minimaal één keer per week gereinigd. Het bedrijfsafvalwater is beperkt (0,1 m3/uur) en wordt geloosd in de openbare riolering van de Ten Eekhovelei.
Daarnaast is het rouwcentrum uitgerust met een elektronische inbraak- en koelgroepbeveiliging. Aan de linkerzijde van het gebouw bevindt zich de garage. De lijkwagen of ziekenwagen kan hier volledig binnenrijden (24 m diep in het gebouw). Het in- en uitladen van de overledenen gebeurt enkel wanneer het voertuig volledig binnen staat en de voorste poort gesloten is, zodat geen inkijk door derden mogelijk is.
Beoordeling: De garage, met toegang via de Ten Eekhovelei, dient steeds volledig gesloten te zijn vóór de aanvang van het in- en uitladen van de overledene, zodat dit aan het zicht van derden wordt onttrokken en geluidshinder naar de omgeving wordt beperkt.
Door de exploitant worden in het rouwcentrum geen balsemingen uitgevoerd. Enkel het bergen en de verzorging/opmaak van de overledenen vindt er plaats. In zeer uitzonderlijke gevallen, zoals bij een repatriëring, staat een gespecialiseerde firma ter plaatse in voor een noodzakelijke balseming. Alle vrijkomende lichaamseigen vloeistoffen worden in dat geval door de betrokken firma opgevangen in recipiënten en afgevoerd.
Beoordeling: Indien in uitzonderlijke gevallen ter plaatse een balseming wordt uitgevoerd door een externe gespecialiseerde firma, dienen de sectorale voorwaarden van artikel 5.35.3. van Vlarem II strikt te worden nageleefd.
Het lokaal waarin een dergelijke uitzonderlijke balseming plaatsvindt, moet daartoe zijn uitgerust met tenminste twee lavabo’s met warm en koud stromend water, waarvan één bestemd is voor het wassen van de handen en de ander voor het reinigen van instrumenten.
Mobiliteit
Volgens de exploitant wijzigen het aantal vervoersbewegingen, het aantal parkeerplaatsen en de fietsenstalplaatsen niet. In de directe nabijheid van het rouwcentrum is openbaar vervoer aanwezig en richt het rouwcentrum zich hoofdzakelijk op personen uit de omgeving, waardoor de vervoersbewegingen beperkt blijven.
Aan het aanvraagdossier werd een berekening van de stikstof impactscore toegevoegd. Uit deze berekening blijkt dat de impactscore de drempelwaarde van 1% niet overschrijdt. De opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van SBZ-H is niet vereist.
Klimatisatie
Voor de klimatisatie van het rouwcentrum zijn 6 airco’s aanwezig, waarvan 3 voor de kantoren (elk 1,2 kW) en 3 voor de aula (elk 3 kW). Deze maken gebruik van het koelmiddel R22. De buitenunits zijn geplaatst op geluiddempende sokkels op het platte dak en zijn niet bevestigd aan gevels of scheimuren. Ze zijn zodanig geplaatst dat de uitlaat (geluid) is weggericht van de dichtstbijzijnde gevels en scheimuren.
Beoordeling: Uit het uitvoeringsplan blijkt dat de uitlaten van de buitenunits zijn georiënteerd richting het eigen dak, waardoor de geluidshinder voor de omgeving wordt beperkt.
De exploitant dient te allen tijde te voldoen aan de milieukwaliteitsnormen voor geluid in openlucht zoals opgenomen in Vlarem II.
In het kader van duurzaamheid en het beperken van de impact bij een accidentele vrijstelling, wordt de exploitant gevraagd te onderzoeken of een koelmiddel met een GWP (Global Warming Potential) kan worden gebruikt dat niet onderhevig is aan uitfasering. Meer informatie over in de toekomst toegelaten koelmiddelen en hun eventuele uitfaseringstermijn kan teruggevonden worden op https://www.vlaanderen.be/veka/energie-en-klimaatbeleid/energie-en-klimaatbeleid-voor-ondernemingen/f-gassen/20-februari-2024-nieuwe-f-gassenverordening-gepubliceerd.
De vergunningverlenende overheid is verplicht om een advies in te winnen bij het Agentschap Onroerend Erfgoed als de vergunningsaanvraag betrekking heeft op ingedeelde inrichtingen of activiteiten in of aan: een beschermde archeologische site, een beschermd monument, een beschermd cultuurhistorisch landschap of een beschermd stads- of dorpsgezicht (decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed artikel 6.4.4§3). Dat is hier niet van toepassing.
Overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Er dienen geen adviezen gevraagd te worden.
Advies aan het college
Advies over de ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Mits voldaan wordt aan de brandweervoorwaarden en de algemene en sectorale vergunningsvoorwaarden, is deze aanvraag in overeenstemming met de VLAREM-wetgeving. Vanuit milieutechnisch oogpunt wordt positief advies gegeven de vergunning te verlenen.
Geadviseerde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Geadviseerd voor |
3.4.1°a) | het lozen van maximaal 2 m³/uur bedrijfsafvalwater zonder gevaarlijke stoffen in concentraties hoger dan de indelingscriteria, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II; (inrichting Ten Eekhovelei 204-210) | 0,10 m³/uur |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting Ten Eekhovelei 204-210) | 12,60 kW |
35. | rouwkamers. (inrichting Ten Eekhovelei 204-210) | 4 overledenen |
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 3 juli 2025 |
Volledig en ontvankelijk | 18 september 2025 |
Start openbaar onderzoek | 27 september 2025 |
Einde openbaar onderzoek | 26 oktober 2025 |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste beslissingsdatum | 1 januari 2026 |
Verslag GOA | 11 december 2025 |
Naam GOA | Bieke Geypens |
De aanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:
Algemene voorwaarden
de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.
Brandweervoorwaarden
de brandweervoorwaarden uit het verslag met referentie BW/JC/2025/G.02162.DE.0001 die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.
De vergunning omvat thans volgende rubriek(en):
Rubriek | Omschrijving | Gecoördineerd |
3.4.1°a) | het lozen van maximaal 2 m³/uur bedrijfsafvalwater zonder gevaarlijke stoffen in concentraties hoger dan de indelingscriteria, vermeld in artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II; (inrichting Ten Eekhovelei 204-210) | 0,10 m³/uur |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting Ten Eekhovelei 204-210) | 12,60 kW |
35. | rouwkamers. (inrichting Ten Eekhovelei 204-210) | 4 overledenen |