Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2025097110 |
Gegevens van de aanvrager: | zie exploitant |
Gegevens van de exploitant: | NV Solid Real Estate (0806171255) met als adres Marialei 11 bus 6 te 2018 Antwerpen |
Ligging van het project: | Oude Bosuilbaan 39-43 te 2100 Deurne (Antwerpen) |
Kadastrale percelen: | afdeling 27 sectie A nrs. 158F3, 158D4, 259C4, 259B4, 259F, 259G, 259V3, 259W3 en 259S3 |
waarvan: |
|
- 20240513-0048 | afdeling 27 sectie A nrs. 259V3, 259B4, 259F, 259G, 259W3, 158D4, 259C4, 158F3 en 259S3 (DC Belgium) |
Vergunningsplichten: | exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten |
Voorwerp van de aanvraag: | uitbreiden met 3 lucht-waterwarmtepompen |
Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Voorgeschiedenis
Op 7 februari 2025 verleende het college een omgevingsvergunning onder voorwaarden voor het afbreken van een bestaande winkel, de nieuwbouw van 4 gebouwen en het exploiteren van de technische installaties en een bemaling (OMV_2024041739).
Inhoud van de aanvraag
De aanvraag betreft een uitbreiding van de vergunning met referentie OMV_2024041739, voor het geïnstalleerde vermogen van de warmtepompen.
Aangevraagde rubriek(en)
Aangevraagde rubriek(en) DC Belgium
Rubriek | Omschrijving | Gevraagd voor |
16.3.2°b) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW; | +92,22 kW |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
Er werden geen externe adviezen gevraagd.
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Vergunningen Stedenbouw | 19 september 2025 | 30 oktober 2025 |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
De plaatsing van bijkomende warmtepompinstallaties dient te voldoen aan artikel 15 van de bouwcode (technische installaties). Technische installaties worden bij voorkeur inwendig in het gebouw ondergebracht. Klimaatbeheersingssystemen zoals warmtepompen moeten architecturaal geïntegreerd worden, bijvoorbeeld door deze te combineren met de liftuitloop of een schouw, en deze te omkasten met hetzelfde materiaal. Bij plaatsing op het hoogste dakvlak mag de gehele installatie niet hoger zijn dan 2,50 m ten opzichte van de kroonlijst en moet ze geplaatst worden binnen een verticale hoek van 45° ten opzichte van alle gevelvlakken vertrekkend vanaf de bovenkant van de kroonlijst.
Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu
De exploitant wenst de bestaande vergunning (OMV_2024041739), geregistreerd onder inrichtingsnummer 20240513-0048, voor de ingedeelde inrichtingen te wijzigen, specifiek met betrekking tot de klimatisatie.
In de vergunde toestand zijn twee geothermische warmtepompen voorzien voor de klimatisatie, met een vermogen van respectievelijk 88 kW en 44 kW. Ter ondersteuning van de geothermische installatie worden daarnaast 3 lucht-waterwarmtepompen geplaatst, met een totale geïnstalleerde drijfkracht van 92,22 kW. Deze aanpassing leidt tot een toename van de geïnstalleerde drijfkracht tot 224,22 kW. Het totale CO2-equivalent bedraagt minder dan 2.000 ton.
Beoordeling: in de rubriekentabel van de onderhavige aanvraag is vermeld dat één van de geothermische warmtepompen een vermogen van 34 kW heeft, in plaats van het correcte vermogen van 44 kW zoals opgenomen in de vergunning (OMV_2024041739) en de actuele toestellenlijst. Deze vermelding is verkeerdelijk opgenomen. Het totaalvermogen van 132 kW in de vergunde toestand is evenwel correct opgenomen in de rubriekentabel.
De lucht-waterwarmtepompen maken gebruik van het koelmiddel R32 met een Global Warming Potential (GWP) van 675. In het kader van duurzaamheid en het beperken van de impact bij een accidentele vrijstelling, wordt de exploitant gevraagd te onderzoeken of een koelmiddel met een GWP (Global Warming Potential) kan worden gebruikt dat niet onderhevig is aan uitfasering. Meer informatie over in de toekomst toegelaten koelmiddelen en hun eventuele uitfaseringstermijn kan teruggevonden worden op: https://www.vlaanderen.be/veka/energie-en-klimaatbeleid/energie-en-klimaatbeleid-voor-ondernemingen/f-gassen/20-februari-2024-nieuwe-f-gassenverordening-gepubliceerd.
Volgens het uitvoeringsplan worden twee lucht-waterwarmtepompen geplaatst op het hoogstgelegen dak van gebouw A (niveau +05) en één lucht-waterwarmtepomp op het hoogstgelegen dak van gebouw C (niveau +04). De installaties worden trillingsvrij opgesteld op voldoende afstand van de naastgelegen bewoning en worden onderhouden conform de bepalingen van Vlarem II.
Beoordeling: uit het inplantingsplan blijkt dat gebouw C hoofdzakelijk wordt omringd door parkeergarages en het eigen terrein, terwijl gebouw A grenst aan magazijnen en het eigen terrein. Gelet op de aanwezigheid van niet-bewoonde aanpalende gebouwen, de ruime afstand tot de dichtstbijzijnde woningen en de plaatsing van de warmtepompen op de hoogstgelegen daken, worden geen aanzienlijke geluidshinder effecten verwacht.
De exploitant wordt er evenwel op gewezen dat te allen tijde moet worden voldaan aan de milieukwaliteitsnormen voor geluid in openlucht zoals opgenomen in Vlarem II.
De overige inrichtingen en activiteiten voor zowel de aanlegfase als de exploitatiefase blijven ongewijzigd, waardoor de overige reeds vergunde rubrieken eveneens ongewijzigd blijven.
Volgens de exploitant zijn de werkzaamheden nog niet opgestart en werd de bemaling bijgevolg evenmin in werking gesteld.
Advies aan het college
Advies over de ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Vanuit milieutechnisch oogpunt wordt positief advies gegeven de gevraagde uitbreiding te vergunnen. Deze aanvraag is in overeenstemming met de Vlarem-wetgeving mits voldaan wordt aan de eerder opgelegde vergunningsvoorwaarden opgenomen in het besluit van 2025 (OMV_2024041739). De vergunning kan verleend worden voor de exploitatiefase voor onbepaalde duur.
Geadviseerde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Geadviseerd voor |
16.3.2°b) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW; (inrichting DC Belgium) | +92,22 kW |
Gecoördineerde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Gecoördineerd |
3.2.2°a) | het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan; (inrichting DC Belgium) | 1.837,00 m³/jaar |
3.4.2° | het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur; (inrichting DC Belgium) | 50,00 m³/uur |
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van bedrijfsafvalwater met een effluent van meer dan 5 m³/uur tot en met 50 m³/uur; (inrichting DC Belgium) | 50,00 m³/uur |
16.3.2°b) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW; (inrichting DC Belgium) | 224,22 kW |
53.2.2°b) | bemaling technisch noodzakelijk voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, met inbegrip van het weer in de ondergrond brengen van bemalingswater en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar, met een netto opgepompt volume per IIOA van meer dan 30.000 m³ en maximaal 180.000 m³, en een verlaging van het grondwaterpeil voor minstens voor een deel van de bemaling van meer dan vier meter onder het maaiveld; (inrichting DC Belgium) | 106.972,00 m³ |
Gecoördineerde bijzondere milieuvoorwaarden
1. De startdatum van de bemaling wordt ten minste twee weken voor de start gemeld aan stad Antwerpen. Hiervoor stuurt u een mail aan de dienst Vergunningen (milieuvergunningen@antwerpen.be) en de dienst Milieu-Interventie (mi@antwerpen.be) met vermelding van het projectnummer, de contactgegevens van de werfverantwoordelijke en de start- en einddatum.
2. Om het opgepompte debiet minimaal te houden, wordt na het bereiken van de noodzakelijke verlaging van de grondwatertafel, het opgepompte debiet maximaal teruggeschroefd, om de verlaging in stand te houden.
3. Het debiet van de bemaling wordt opgevolgd door middel van correct werkende debietmeters en bijgehouden in een logboek dat steeds op de werf aanwezig is en ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende overheid. Het debiet wordt minstens wekelijks geregistreerd wanneer de bemaling in werking is.
4. De grondwaterstand ter hoogte van de bemaling dient gemonitord te worden tijdens de bemalingsfase om na te gaan of de theoretische berekeningen overeenkomen met de werkelijke vaststellingen en er niet meer debiet dan strikt noodzakelijk wordt opgepompt. Indien deze metingen afwijken van de theoretische berekeningen dient meteen de impact hiervan te worden nagegaan.
5. In afwijking van artikel 4.2.5.1.1 §1 van Vlarem II moet er geen meetgoot voorzien worden.
6. Er wordt geloosd in de baangracht langs de Bisschoppenhoflaan.
7. Gezien de Oude Bosuilbaan overstoken moet worden voor het lozen in de baangracht, dient er een toelating inname openbaar domein verkregen te worden van de dienst Tijdelijke Werfsignalisatie voor de duur van de bemaling.
8. De lozingsnormen worden vastgesteld op:
parameter | geadviseerde lozingsnorm |
xylenen | 10 µg/liter |
arseen | 50 µg/liter |
nikkel | 300 µg/liter |
minerale olie | 500 µg/liter |
PFAS (individueel) | 100 ng/liter |
9. De kwaliteit van het bemalingswater wordt geanalyseerd voor het lozingspunt (na schoonpompen van de bemalingsinstallatie) op het standaardanalysepakket (SAP) en PFAS voor de opstart van de bemaling. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende normen.
De verdere monitoring van het opgepompte bemalingswater gebeurt aan volgende frequentie:
- bij concentraties hoger dan 80% van de norm: analyse in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse zonder zuivering maximaal 80% van de norm bedraagt;
- bij concentraties lager dan 80% van de norm: geen herhaling noodzakelijk.
Bij inzet van een waterzuivering gebeurt de analyse op het effluent van de waterzuivering ter vervanging van de monitoring van het opgepompte bemalingswater als volgt: in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling.
10. Ter hoogte van de verontreinigingen van OVAM-bodemdossiers 1977 en 12251 en ter hoogte van tussenliggende percelen is een monitoring noodzakelijk door een erkend bodemsaneringsdeskundige.
11. De analyseresultaten met betrekking tot PFAS worden bezorgd aan de PFAS-coördinator van stad Antwerpen (mi@antwerpen.be).
12. Van zodra de bemaling wordt opgestart, moeten de zettingen opgevolgd worden. Er worden zettingsbakens geplaatst bij de meeste nabije zettingsgevoelige objecten. De monitoring gebeurt per zettingsbaken minstens met volgende frequentie:
- voor het opstarten van de bemaling: 1 zettingsmeting (nulmeting);
- week 1 na opstart van de bemaling en elke eerste week nadat een dieper bemalingspeil is ingesteld: vijfmaal per week een zettingsmeting;
- vanaf week 2 na opstart van de bemaling en elke tweede week nadat een dieper bemalingspeil is ingesteld: éénmaal per week een zettingsmeting.
Indien er een absolute zetting van 15 mm of meer gemeten wordt ter hoogte van een zettingsgevoelige constructie dient de bemaling te worden bijgestuurd. Vanaf 20 mm dient deze te worden stilgelegd.
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 29 augustus 2025 |
Volledig en ontvankelijk | 19 september 2025 |
Start openbaar onderzoek | 29 september 2025 |
Einde openbaar onderzoek | 28 oktober 2025 |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste beslissingsdatum | 2 januari 2026 |
Verslag GOA | 12 december 2025 |
Naam GOA | Bieke Geypens |
De aanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek. Er werden standpunten, opmerkingen en/of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
Bespreking van de bezwaren
1. Schade aan gebouw door boringen: de bezwaarindiener wenst te vernemen of er schade kan ontstaan aan het gebouw op de Bisschoppenhoflaan ten gevolge van de boringen en of door de boringen barsten in het gebouw kunnen optreden.
Beoordeling: Het bezwaar is ongegrond.
De uitvoer van een omgevingsvergunning dient volgens de regels van de kunst te gebeuren.
Het bezwaar tegen mogelijke structurele schade aan aangrenzende eigendom betreft een uitvoeringstechnische aangelegenheid die losstaat van de omgevingstechnische beoordeling van de aanvraag door de vergunningverlenende overheid. Uiteraard betekent het verkrijgen van een vergunning geen vrijgeleide voor de aanvrager/bouwheer zich te ontzien van burgerrechtelijke afspraken voor en tijdens de uitvoer der werken.
De huidige aanvraag betreft enkel de uitbreiding met drie lucht-waterwarmtepompen. Voor het plaatsen van deze warmtepompen zijn geen boringen voorzien.
Het college sluit zich integraal aan bij:
- de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt;
- het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:
Algemene voorwaarden
De algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.
Bijzondere milieuvoorwaarden
1. De startdatum van de bemaling wordt ten minste twee weken voor de start gemeld aan stad Antwerpen. Hiervoor stuurt u een mail aan de dienst Vergunningen (milieuvergunningen@antwerpen.be) en de dienst Milieu-Interventie (mi@antwerpen.be) met vermelding van het projectnummer, de contactgegevens van de werfverantwoordelijke en de start- en einddatum.
2. Om het opgepompte debiet minimaal te houden, wordt na het bereiken van de noodzakelijke verlaging van de grondwatertafel, het opgepompte debiet maximaal teruggeschroefd, om de verlaging in stand te houden.
3. Het debiet van de bemaling wordt opgevolgd door middel van correct werkende debietmeters en bijgehouden in een logboek dat steeds op de werf aanwezig is en ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende overheid. Het debiet wordt minstens wekelijks geregistreerd wanneer de bemaling in werking is.
4. De grondwaterstand ter hoogte van de bemaling dient gemonitord te worden tijdens de bemalingsfase om na te gaan of de theoretische berekeningen overeenkomen met de werkelijke vaststellingen en er niet meer debiet dan strikt noodzakelijk wordt opgepompt. Indien deze metingen afwijken van de theoretische berekeningen dient meteen de impact hiervan te worden nagegaan.
5. In afwijking van artikel 4.2.5.1.1 §1 van Vlarem II moet er geen meetgoot voorzien worden.
6. Er wordt geloosd in de baangracht langs de Bisschoppenhoflaan.
7. Gezien de Oude Bosuilbaan overstoken moet worden voor het lozen in de baangracht, dient er een toelating inname openbaar domein verkregen te worden van de dienst Tijdelijke Werfsignalisatie voor de duur van de bemaling.
8. De lozingsnormen worden vastgesteld op:
parameter | geadviseerde lozingsnorm |
xylenen | 10 µg/liter |
arseen | 50 µg/liter |
nikkel | 300 µg/liter |
minerale olie | 500 µg/liter |
PFAS (individueel) | 100 ng/liter |
9. De kwaliteit van het bemalingswater wordt geanalyseerd voor het lozingspunt (na schoonpompen van de bemalingsinstallatie) op het standaardanalysepakket (SAP) en PFAS voor de opstart van de bemaling. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende normen.
De verdere monitoring van het opgepompte bemalingswater gebeurt aan volgende frequentie:
- bij concentraties hoger dan 80% van de norm: analyse in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse zonder zuivering maximaal 80% van de norm bedraagt;
- bij concentraties lager dan 80% van de norm: geen herhaling noodzakelijk.
Bij inzet van een waterzuivering gebeurt de analyse op het effluent van de waterzuivering ter vervanging van de monitoring van het opgepompte bemalingswater als volgt: in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling.
10. Ter hoogte van de verontreinigingen van OVAM-bodemdossiers 1977 en 12251 en ter hoogte van tussenliggende percelen is een monitoring noodzakelijk door een erkend bodemsaneringsdeskundige.
11. De analyseresultaten met betrekking tot PFAS worden bezorgd aan de PFAS-coördinator van stad Antwerpen (mi@antwerpen.be).
12. Van zodra de bemaling wordt opgestart, moeten de zettingen opgevolgd worden. Er worden zettingsbakens geplaatst bij de meeste nabije zettingsgevoelige objecten. De monitoring gebeurt per zettingsbaken minstens met volgende frequentie:
- voor het opstarten van de bemaling: 1 zettingsmeting (nulmeting);
- week 1 na opstart van de bemaling en elke eerste week nadat een dieper bemalingspeil is ingesteld: vijfmaal per week een zettingsmeting;
- vanaf week 2 na opstart van de bemaling en elke tweede week nadat een dieper bemalingspeil is ingesteld: éénmaal per week een zettingsmeting.
Indien er een absolute zetting van 15 mm of meer gemeten wordt ter hoogte van een zettingsgevoelige constructie dient de bemaling te worden bijgestuurd. Vanaf 20 mm dient deze te worden stilgelegd.
De vergunning omvat thans volgende rubriek(en):
Rubriek | Omschrijving | Gecoördineerd |
3.2.2°a) | het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan; (inrichting DC Belgium) | 1.837,00 m³/jaar |
3.4.2° | het, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, lozen van bedrijfsafvalwater dat al of niet een of meer van de gevaarlijke stoffen, vermeld in bijlage 2C, bevat in concentraties die hoger zijn dan de indelingscriteria van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, met een debiet van meer dan 2 m³/uur tot en met 100 m³/uur; (inrichting DC Belgium) | 50,00 m³/uur |
3.6.3.2° | afvalwaterzuiveringsinstallaties, met inbegrip van het lozen van het effluentwater en het ontwateren van de bijhorende slibproductie voor de behandeling van bedrijfsafvalwater met een effluent van meer dan 5 m³/uur tot en met 50 m³/uur; (inrichting DC Belgium) | 50,00 m³/uur |
16.3.2°b) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW; (inrichting DC Belgium) | 224,22 kW |
53.2.2°b) | bemaling technisch noodzakelijk voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, met inbegrip van het weer in de ondergrond brengen van bemalingswater en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar, met een netto opgepompt volume per IIOA van meer dan 30.000 m³ en maximaal 180.000 m³, en een verlaging van het grondwaterpeil voor minstens voor een deel van de bemaling van meer dan vier meter onder het maaiveld; (inrichting DC Belgium) | 106.972,00 m³ |
Het college beslist dat de omgevingsvergunning geldig is voor onbepaalde duur, uitgezonderd voor de bemalingsactiviteiten die geldig zijn voor een periode van 150 dagen vanaf de start van deze bemalingen.