Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2025124269 |
Gegevens van de aanvrager: | zie exploitant |
Gegevens van de exploitant: | NV IMMOGRADA (0442319802) met als adres Brusselsesteenweg 197 te 9090 Merelbeke-Melle |
Ligging van het project: | Ergo-de Waellaan 32, Herentalsebaan 83-105 te 2100 Deurne (Antwerpen) |
Kadastrale percelen: | afdeling 31 sectie B nrs. 184P8, 447D, 447C, 447E, 447B en 447A |
waarvan: |
|
- 20230713-0030 | afdeling 31 sectie B nrs. 447C, 447A, 447B, 447D, 184P8 en 447E (Bemaling project Herentalsebaan 85 te Antwerpen) |
Vergunningsplichten: | exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten |
Voorwerp van de aanvraag: | wijzigen van de omgevingsvergunning met referentie OMV_2022038931: het exploiteren van een tijdelijke bemaling en een verzoek tot bijkomende afwijkende lozingsnormen |
Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Voorgeschiedenis
Op 29 november 2024 werd er een vergunning verleend voor de herontwikkeling van de site van een voormalig klooster en rusthuis naar een gemengd woonproject, een bronbemaling, de exploitatie van warmtepompen, transformatoren en een geothermische installatie (OMV_2022038931)
Inhoud van de aanvraag
De aanvraag omvat een wijziging van de vergunning met referentie OMV_2022038931 voor de exploitatie van een bemaling en bijkomende afwijkende lozingsnormen.
Aangevraagde rubriek(en)
Aangevraagde rubriek(en) Bemaling project Herentalsebaan 85 te Antwerpen
Rubriek | Omschrijving | Gevraagd voor |
3.8.1°b) | het lozen van bemalingswater, afkomstig van een bemaling ingedeeld in rubriek 53.1, 1°, 53.2 of 53.5. met een geloosd debiet van maximaal 2.500 m³/dag afkomstig van een andere bemaling dan de bemaling vermeld in 1°, a); | +264,00 m³/dag |
53.2.2°b) | bemaling technisch noodzakelijk voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, met inbegrip van het weer in de ondergrond brengen van bemalingswater en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar, met een netto opgepompt volume per IIOA van meer dan 30.000 m³ en maximaal 180.000 m³, en een verlaging van het grondwaterpeil voor minstens voor een deel van de bemaling van meer dan vier meter onder het maaiveld; | +105.250,00 m³ |
Aangevraagde bijstelling bijzondere milieuvoorwaarden in afwijking van algemene of sectorale voorwaarden
Bemaling project Herentalsebaan 85 te Antwerpen
1. |
| Bij te stellen voorwaarde: Afwijking van artikel 4.2.9.1 van Vlarem II - lozing van bemalingswater dat gevaarlijke stoffen aan concentraties boven de toetsingswaarde bevat.
Voorgesteld alternatief/aanvulling: Afwijkende lozingsnormen:
Bijkomend wordt een afwijkende lozingsnorm voor PFAS aangevraagd:
|
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) - Advies Vergunning Afvalwater en Lucht | 14 november 2025 | 27 november 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) - Advies grondwater Antwerpen | 14 november 2025 | 15 december 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Vergunningen Stedenbouw | 14 november 2025 | 19 november 2025 |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
De aanvraag is gesitueerd op de percelen gelegen aan de Herentalsebaan 83-105 en Ergo-de Waellaan 32 te Deurne. De woonontwikkeling en ondergrondse parkeergarage is hoofdzakelijk vergund. De aanvraag betreft een tijdelijke bemaling die noodzakelijk is voor de uitvoering van eerder vergunde stedenbouwkundige handelingen. Deze stedenbouwkundige handelingen werden reeds eerder getoetst aan de verenigbaarheid met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening. De bemaling zelf is slechts tijdelijk van aard en noodzakelijk voor de uitvoeringsfase van de bouw. Het project kan beschouwd worden als verenigbaar met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening.
Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu
Ter hoogte van de Herentalsebaan 85 en de Ergo Dewaellaan 32 te Deurne is een nieuw residentieel project voorzien waarvoor uitgegraven dient te worden tot 3,35 m-mv voor de algemene keldervloer. Het project is gelegen in een dichtbebouwde omgeving en de bemaling zal uitgevoerd worden met een totale bemalingsduur van 12 maanden.
Om de bouwput droog te kunnen uitgraven is er een grondwaterverlaging van circa 0,75 à 1,95 meter noodzakelijk voor de aanleg van een ondergrondse parking met liftputten en andere verdiepte zones. De bemaling kan uitgevoerd worden met behulp van een klassieke gravitaire filterbemaling waarbij de filters op 10 meter diepte worden aangezet (of -4,0 mTAW) met een filterlengte van 8 meter. De filters kunnen aangelegd worden op een tussenafstand van 4 à 5 meter.
Om stabiel technische redenen wordt in de bemaling een CSM-wand voorzien. Deze wand heeft ook een waterkerende functie en zal, afhankelijk van de uitvoerder, de volledige omtrek van de bouwput omvatten of slechts gedeeltelijk. Om rekening te houden met het worstcasescenario wordt in deze studie de bemaling met gedeeltelijke wand onderzocht. De exacte diepte van de wand is ook nog niet gekend. Er wordt uitgegaan van een minimale aanzetdiepte van 6 m-mv. De gedeeltelijke wand wordt in de bemalingsstudie opgetekend langs de oostelijke, westelijke en zuidelijke zijde van de projectsite. De CSM-wand wordt opgenomen in de voorwaarden van dit advies gezien de berekeningen uit de bemalingsstudie hierop stoelen.
In de bemalingsstudie wordt aangeraden om voor de realisatie van de liftputten tijdelijke, bijkomende filterkaders te voorzien rondom deze zones, geboord vanaf de uitgegraven bouwput. Bijkomend wordt aangeraden te werken met prefab constructies voor de liftputten om de bemaling zoveel als mogelijk in te perken.
De bemaling wordt gesimuleerd gedurende een totale periode van 365 dagen. Deze periode is opgedeeld in 4 tijdsperiodes:
Periode/fase | Bemalingsduur (dagen) | Type werk |
1 | 31 | uitgraving kelder |
2 | 71 | collectoren BEO-veld |
3 | 14 | funderingszolen |
4 | 249 | kelderverdieping |
In de eerste tijdsperiode wordt het grondwaterpeil voldoende verlaagd om de kelder uit te graven. In de tweede tijdsperiode wordt het grondwaterpeil verlaagd ten behoeve van de collectoren en BEO-lussen. In de derde periode wordt het grondwaterpeil over de gehele bouwput verlaagd ten behoeve van de diepste funderingszolen. Tot slot wordt het grondwaterniveau teruggebracht om de algemene kelderverdieping af te werken, dit gebeurt in de laatste periode of ‘fase’.
Het bemalingsdebiet tijdens het uitgraven van de algemene uitgraving bedraagt ongeveer 30 m³/uur bij opstart van de bemaling. Voor de aanleg van de collectoren wordt dieper bemaald en stijgt het debiet naar circa 39 m³/uur. Tijdens het aanleggen van de funderingszolen en liftputten stijgt het debiet tijdelijk naar een maximum van ongeveer 43 m³/uur. Na het bemalen van de funderingszolen en liftputten is er voor de afwerking van de kelderverdieping een stationair debiet van circa 10,7 m³/uur gesimuleerd. Na één jaar bemalen bedraagt het opgepompt volume ongeveer 131.200 m³.
Indien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt, dient een schriftelijke toestemming van Aquafin bekomen te worden. Dit wordt mee opgenomen in de voorwaarden.
De invloedsstraal tot waar een grondwaterverlaging van 0,05 meter optreedt, reikt het verste op het einde van de bemaling, tot maximaal ongeveer 1.200 meter ver in zuidelijke richting. De 0,2 meter verlagingscontour reikt slechts 360 meter ver. Op het einde van de bemaling, voor de werken aan de liftput en funderingszolenfase, worden ook de grootste verlagingen in de directe omgeving van de bouwput verwacht.
OVAM-dossiers
In eerste instantie werd de te verwachten verplaatsing ter hoogte van verschillende verlagingscontouren onder invloed van de bemaling bepaald. Hierbij werd gesteld dat grondwaterverplaatsingen van kleiner dan 20 meter als aanvaardbaar worden beschouwd. Uit de bemalingsstudie bleek niet duidelijk of deze grondwaterverplaatsing ook rekening houdt met de vervuilingen en bijgevolg een verplaatsing van een vervuiling van 20 meter als ook als aanvaardbaar wordt geacht. In een overleg op 9 november 2025 werd verduidelijking gevraagd aan het studiebureau. Het studiebureau stelt in een mail van 11 december 2025 dat, om de effectieve verplaatsing van vervuiling te kennen, de grondwaterverplaatsing gedeeld moet worden door de retardatiefactor. Deze is eigen voor elke stof en initieel neemt het studiebureau aan dat de retardatiefactor minstens 2 is, wat voor de meeste stoffen geldt. Bijgevolg zou bij een grondwaterverplaatsing van 20 meter, rekening houdend met een retardatiefactor 2, een verplaatsing van 10 meter van vervuiling optreden. Deze 10 meter verplaatsing van vervuiling is ongeveer de grens om te stellen dat een verplaatsing aanvaardbaar is. Zo wordt de 20 meter grondwaterverplaatsing afgetoetst als grens.
Uitgaande van het feit dat een grondwaterverplaatsing van kleiner dan 20 meter als aanvaardbaar wordt beschouwd, werd in eerste instantie bepaald wat de te verwachten verplaatsing is ter hoogte van de verschillende verlagingscontouren onder invloed van de bemaling. De grondwaterverplaatsing ter hoogte van de 0,3 meter verlagingscontour bedraagt aan de noordelijke, zuidelijke en oostelijke zijde van het project respectievelijk 16, 13 en 17 meter. Voor de westelijke zijde werd een vertraging ten opzichte van de natuurlijke grondwaterstroming berekend waardoor grondwaterverplaatsing 10 meter bedraagt. Gezien al deze grondwaterverplaatsingen minder dan 20 meter bedragen, worden enkel de OVAM-dossiers binnen de 0,3 meter verlagingscontour meer in detail bekeken.
Uit de 18 OVAM -dossiers werden enkel diegene waarbij een grondwaterverontreiniging werd gevonden, verder besproken. Deze vallen binnen de 0,3 meter verlagingscontour.
OVAM-dossier | Verontreiniging in grondwater | Maximale verplaatsing |
9061 | MTBEX BTEX | 15 meter |
10744 | DCE VC | onduidelijk, wordt opgepompt |
12467 | BTEX minerale olie MTBE | onduidelijk, wordt opgepompt |
17883 | chlooretheen chloorethaan BTEX minerale olie | onduidelijk, de bemaling vertraagt de natuurlijke verplaatsing |
17950 | PCE TCE | onduidelijk, de bemaling remt de noordwestelijke migratie af |
19695 | trichlooretheen | 12 meter |
33598 | vinylchloride dichlooretheen | onduidelijk, wordt opgepompt |
Op de projectsite zelf werd er ook een OVAM-dossier uitgevoerd (dossier 33598; EEO2021). Volgens de aangeleverde screenende nota door Cornet & Renard, dat de verontreinigingen in de directe omgeving van de site onderzoekt, bevindt het bronperceel van de verontreiniging zich op ongeveer 120 meter ten zuidoosten aan de overzijde van de Herentalsebaan. Ter hoogte van het bronterrein bestaat de verontreiniging voornamelijk uit perchlooretheen (PCE) moederproduct, terwijl verder stroomafwaarts richting de bouwput meer afbraakproduct (DCE en VC; 1-2 dichlooretheen en vinylchloride) wordt gemeten. Deze verontreiniging is in het diepere grondwater (>5 m-mv) met DCE- en VC -concentraties boven de bodemsaneringsnormen tot op de site verspreid. Er zullen hierdoor afwijkende lozingsnormen aangevraagd dienen te worden. De projectsite bevindt zich ook nabij de rand van een PFAS no-regret-zone.
De verontreiniging uit dossier 9061 wordt versleept naar noordwesten over de perceelsgrens heen. In de bemalingsstudie wordt geconcludeerd dat de verplaatsing van 15 meter aanvaardbaar is gezien de verplaatsing minder dan 20 meter bedraagt en de natuurlijke verplaatsingsrichting niet wordt gewijzigd. Uit de mail van 11 december 2025 wordt verduidelijkt; “De verplaatsing van 15 meter die hier wordt beschreven, betreft effectieve verplaatsing van de vervuiling. Hier beschrijven we ietwat verkeerdelijk dat het aanvaardbaar is omdat het minder dan 20 meter verplaatst. Zoals hierboven beschreven gaat die 20 meter grens over grondwaterverplaatsing. Maar voor dit dossier is een verplaatsing van 15 meter vervuiling (>10 meter) nog steeds aanvaardbaar omwille van de verplaatsing die plaatsvindt door de natuurlijke grondwaterstroming. De verplaatsing na 1 jaar indien er geen bemaling actief zou zijn, bedraagt meer dan 15 meter en is dus uitsluitend afkomstig van natuurlijke grondwaterstroming. Om deze reden achten we de bijkomende verplaatsing ten gevolge van de bemaling aanvaardbaar, alsook door het feit dat de bemaling de natuurlijke verplaatsingsrichting niet verandert. Dezelfde redenering geldt voor het OVAM-dossier 19695 waarbij de verplaatsing van de vervuiling 12 meter bedraagt.”
Gezien er op en om de projectsite 2 eindevaluatieonderzoeken gehouden worden en de verontreinigingen zich bovendien verslepen over perceelgrenzen heen, worden de bodemdeskundigen die verantwoordelijk zijn voor het eindevaluatieonderzoek voor OVAM-dossiers 33598 en 17950 door de aanvrager van voorliggende vergunning op de hoogte gebracht van de impact die de bemaling mogelijks heeft op de onderzoeken. Bovendien dienen de maatregelen afgesproken te worden om de verplaatsing zoveel als mogelijk te beperken. Dit wordt mee opgenomen in de bijzondere voorwaarden. Het eindevaluatieonderzoek 33598 omvat de OVAM-dossiers 9061, 12467 en 33598. Het eindevaluatieonderzoek van OVAM-dossier 17950 omvat 10744 en 17883.
De projectsite bevindt zich net buiten een PFAS no-regret-zone van het PFAS-bodemonderzoek 96729, dat uitgevoerd werd ter hoogte van Waterbaan 58 door Sweco Belgium nv. Na staalnamen werden er concentraties boven de bodemsaneringsnorm vastgesteld in twee peilbuizen (1.400 ng/l: SW1 en 3.900 ng/l: SW2) op de site.
Gezien aan de rand van de PFAS no-regret-zone de verlaging van het grondwater 0,5 meter bedraagt, ter hoogte van de bemonsterde peilbuizen 0,15 meter en de stromingsrichting aan de rand van de PFAS no-regret-zone niet verandert, wordt in de bemalingsstudie aangenomen dat de bemaling geen relevante impact zal uitoefenen op deze PFAS-zone. Wel wordt er mogelijks PFAS houdend bemalingswater opgepompt, daarom dat er een afwijking aangevraagd wordt op de lozingsnormen.
Bijstellingen
De gevraagde afwijkingen van de lozingsnormen werden beoordeeld door de VMM en worden in de voorwaarden van de vergunning opgenomen.
Volgende verhoogde lozingsnormen worden geadviseerd:
Parameter µg/liter | Gevraagd | Geadviseerd |
arseen | 50 | 50 |
minerale olie | 500 | 500 |
Cis+trans-1,2-dichlooretheen | 100 | 50 |
tetrachlooretheen | 100 | 10 |
MTBE | 100 | 100 |
xyleen | 10 | 10 |
ethylbenzeen | 10 | 10 |
individuele PFAS verbinding | 0,1 | 0,1 |
Zettingen
Volgens de berekeningen in de bemalingsstudie bestaat er geen zettingsrisico. Rondom de projectsite zijn tramsporen gelegen. De theoretische absolute zettingen ter hoogte van deze locaties dienen beperkt te zijn tot 10 mm. De aanvaarde grenswaarden van 10 en 20 mm worden nergens overschreden voor een grondwaterverlaging van minder dan 7,0 meter (of een bemaling dieper dan -4,5 mTAW). Om de bouwput in droge omstandigheden uit te graven dient het grondwater maximaal tot +1,15 mTAW verlaagd te worden tijdens het uitgraven van de liftputten. Bij een dergelijke verlaging bedragen de theoretische zettingen maximaal 0,3 mm. Er zijn dus geen onaanvaardbare zettingsrisico’s verbonden aan de bemaling. De differentiële zettingen bedragen 1/50.000 en blijven dus boven de maximale toegelaten waarde van 1/700. Er zijn dus geen onaanvaardbare (differentiële) zettingen te verwachten ter hoogte van de nabijgelegen gebouwen gedurende de bemaling.
De zettingen worden als aanvaardbaar geacht. Doch wordt er geadviseerd om gedurende de volledige periode van de bemaling regelmatig controles uit te voeren van de grondwaterstanden. Wanneer tijdens de uitvoering een grotere verlaging mocht optreden, moet de bemaling onmiddellijk bijgestuurd worden. Dit wordt mee opgenomen in de bijzondere voorwaarden.
Advies aan het college
Advies over de ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Mits voldaan wordt aan de voorgestelde vergunningsvoorwaarden, is deze aanvraag in overeenstemming met de Vlarem-wetgeving. Vanuit milieutechnisch oogpunt wordt voorwaardelijk positief advies gegeven de vergunning te verlenen voor een netto bemalingsduur van 12 maanden.
Geadviseerde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Geadviseerd voor |
3.8.1°b) | het lozen van bemalingswater, afkomstig van een bemaling ingedeeld in rubriek 53.1, 1°, 53.2 of 53.5. met een geloosd debiet van maximaal 2.500 m³/dag afkomstig van een andere bemaling dan de bemaling vermeld in 1°, a); (inrichting Bemaling project Herentalsebaan 85 te Antwerpen) | +264,00 m³/dag |
53.2.2°b) | bemaling technisch noodzakelijk voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, met inbegrip van het weer in de ondergrond brengen van bemalingswater en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar, met een netto opgepompt volume per IIOA van meer dan 30.000 m³ en maximaal 180.000 m³, en een verlaging van het grondwaterpeil voor minstens voor een deel van de bemaling van meer dan vier meter onder het maaiveld; (inrichting Bemaling project Herentalsebaan 85 te Antwerpen) | +105.250,00 m³ |
Gecoördineerde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Gecoördineerd |
3.8.1°b) | het lozen van bemalingswater, afkomstig van een bemaling ingedeeld in rubriek 53.1, 1°, 53.2 of 53.5. met een geloosd debiet van maximaal 2.500 m³/dag afkomstig van een andere bemaling dan de bemaling vermeld in 1°, a); (inrichting Bemaling project Herentalsebaan 85 te Antwerpen) | 1.032,00 m³/dag |
53.2.2°b) | bemaling technisch noodzakelijk voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, met inbegrip van het weer in de ondergrond brengen van bemalingswater en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar, met een netto opgepompt volume per IIOA van meer dan 30.000 m³ en maximaal 180.000 m³, en een verlaging van het grondwaterpeil voor minstens voor een deel van de bemaling van meer dan vier meter onder het maaiveld; (inrichting Bemaling project Herentalsebaan 85 te Antwerpen) | 131.200,00 m³ |
Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden
1. De startdatum van de bemaling wordt per fase (4 fasen) én ten minste twee weken voor de effectieve aanvang gemeld aan de stad Antwerpen. Hiervoor stuurt u een mail aan de dienst Vergunningen (milieuvergunningen@antwerpen.be) en de dienst Milieu-Interventie (mi@antwerpen.be) met vermelding van het dossiernummer, de contactgegevens van de werfverantwoordelijke en de start- en einddatum.
2. De bodemdeskundigen die verantwoordelijk zijn voor het eindevaluatieonderzoek voor OVAM-dossiers 33598 en 17950 worden door de aanvrager op de hoogte gebracht van de impact die de bemaling mogelijks heeft op de onderzoeken.
3. Voor de start van de bemaling wordt een staalname gedaan op het bemalingswater (effluent) en dit minstens op het SAP-pakket en VOCl, BTEX, MO, MTBE en de PFAS-parameters. De resultaten worden doorgestuurd naar milieuvergunningen@antwerpen.be en mi@antwerpen.be.
4. Bij het inschakelen van een nieuwe bemalingsstreng, -fase of -zone met potentieel verontreinigd bemalingswater en gelegen op een afstand van meer dan 20 meter van de reeds geanalyseerde bemaling of representatieve peilbuis, dient opnieuw en staalname en analyse te gebeuren op de parameters vernoemd in voorwaarde 3. Stilleggen van de extra bemalingsfilters of het extra onttrekkingspunt in afwachting van het analyseresultaat is niet vereist.
5. Om het opgepompte debiet minimaal te houden, wordt na het bereiken van de noodzakelijke verlaging van de grondwatertafel, het opgepompte debiet maximaal teruggeschroefd, om de verlaging in stand te houden.
6. Om het grondwaterpeil te kunnen monitoren, worden er peilbuizen geplaatst die periodiek (daags) worden opgemeten. De grondwaterstanden worden in een logboek genoteerd en ter beschikking gesteld voor de toezichthouders.
7. Het debiet van de bemaling wordt opgevolgd door middel van correct werkende en vlot toegankelijke debietmeters en bijgehouden in een logboek dat steeds op de werf aanwezig is en ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende overheid. Het debiet wordt minstens dagelijks geregistreerd wanneer de bemaling in werking is.
8. De kwaliteit van het bemalingswater wordt geanalyseerd in de bemalingsfilter/put (na schoonpompen van de installatie) of op voorhand in een representatieve peilbuis maximaal 1 jaar voor de opstart van de bemaling. De te analyseren parameters zijn minstens die van het standaardanalysepakket zoals beschreven in bijlage 3 van de standaardprocedure voor een oriënterend bodemonderzoek (OVAM, 1 maart 2023), en de kwantificeerbare PFAS-componenten opgenomen in het WAC_IV_A_025. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende normen.
De verdere monitoring gebeurt aan volgende frequentie:
- bij concentraties hoger dan 80% van de norm: analyse voor lozingspunt in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse maximaal 80% van de norm bedraagt;
- bij concentraties lager dan 80% van de norm: geen herhaling noodzakelijk.
Bij inzet van een waterzuivering gebeurt de analyse op het effluent van de waterzuivering ter vervanging van de monitoring van het opgepompte bemalingswater als volgt: in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling.
9. Lozingsnormen: in afwijking van artikel 4.2.3.1 3° van Vlarem II worden volgende verhoogde lozingsnormen worden geadviseerd:
Parameter µg/liter | Geadviseerd |
arseen | 50 |
minerale olie | 500 |
Cis+trans-1,2-dichlooretheen | 50 |
tetrachlooretheen | 10 |
MTBE | 100 |
xyleen | 10 |
ethylbenzeen | 10 |
individuele PFAS verbinding | 0,1 |
10. De bemalingspompen worden zo ver mogelijk van bewoning en, indien nodig, in een geluidsdichte kast geplaatst. De geluidshinder die door de bemalingspompen wordt geproduceerd, dient steeds te voldoen aan de milieuvoorwaarden ter beheersing van de geluidshinder opgenomen in artikel 4.5 van Vlarem II.
11. Indien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt, dient een schriftelijke toestemming van Aquafin bekomen te worden.
12. De CSM-wand wordt minstens uitgevoerd zoals in het voorgestelde bemalingsconcept uit de bemalingsstudie (AGT 4352, pagina’s 21-22).
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 20 oktober 2025 |
Volledig en ontvankelijk | 14 november 2025 |
Start openbaar onderzoek | geen |
Einde openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste beslissingsdatum | 13 januari 2026 |
Verslag GOA | 15 december 2025 |
Naam GOA | Bieke Geypens |
Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:
Algemene voorwaarden
De algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.
Bijzondere milieuvoorwaarden
1. De startdatum van de bemaling wordt per fase (4 fasen) én ten minste twee weken voor de effectieve aanvang gemeld aan de stad Antwerpen. Hiervoor stuurt u een mail aan de dienst Vergunningen (milieuvergunningen@antwerpen.be) en de dienst Milieu-Interventie (mi@antwerpen.be) met vermelding van het dossiernummer, de contactgegevens van de werfverantwoordelijke en de start- en einddatum.
2. De bodemdeskundigen die verantwoordelijk zijn voor het eindevaluatieonderzoek voor OVAM-dossiers 33598 en 17950 worden door de aanvrager op de hoogte gebracht van de impact die de bemaling mogelijks heeft op de onderzoeken.
3. Voor de start van de bemaling wordt een staalname gedaan op het bemalingswater (effluent) en dit minstens op het SAP-pakket en VOCl, BTEX, MO, MTBE en de PFAS-parameters. De resultaten worden doorgestuurd naar milieuvergunningen@antwerpen.be en mi@antwerpen.be.
4. Bij het inschakelen van een nieuwe bemalingsstreng, -fase of -zone met potentieel verontreinigd bemalingswater en gelegen op een afstand van meer dan 20 meter van de reeds geanalyseerde bemaling of representatieve peilbuis, dient opnieuw en staalname en analyse te gebeuren op de parameters vernoemd in voorwaarde 3. Stilleggen van de extra bemalingsfilters of het extra onttrekkingspunt in afwachting van het analyseresultaat is niet vereist.
5. Om het opgepompte debiet minimaal te houden, wordt na het bereiken van de noodzakelijke verlaging van de grondwatertafel, het opgepompte debiet maximaal teruggeschroefd, om de verlaging in stand te houden.
6. Om het grondwaterpeil te kunnen monitoren, worden er peilbuizen geplaatst die periodiek (daags) worden opgemeten. De grondwaterstanden worden in een logboek genoteerd en ter beschikking gesteld voor de toezichthouders.
7. Het debiet van de bemaling wordt opgevolgd door middel van correct werkende en vlot toegankelijke debietmeters en bijgehouden in een logboek dat steeds op de werf aanwezig is en ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende overheid. Het debiet wordt minstens dagelijks geregistreerd wanneer de bemaling in werking is.
8. De kwaliteit van het bemalingswater wordt geanalyseerd in de bemalingsfilter/put (na schoonpompen van de installatie) of op voorhand in een representatieve peilbuis maximaal 1 jaar voor de opstart van de bemaling. De te analyseren parameters zijn minstens die van het standaardanalysepakket zoals beschreven in bijlage 3 van de standaardprocedure voor een oriënterend bodemonderzoek (OVAM, 1 maart 2023), en de kwantificeerbare PFAS-componenten opgenomen in het WAC_IV_A_025. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende normen.
De verdere monitoring gebeurt aan volgende frequentie:
- bij concentraties hoger dan 80% van de norm: analyse voor lozingspunt in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse maximaal 80% van de norm bedraagt;
- bij concentraties lager dan 80% van de norm: geen herhaling noodzakelijk.
Bij inzet van een waterzuivering gebeurt de analyse op het effluent van de waterzuivering ter vervanging van de monitoring van het opgepompte bemalingswater als volgt: in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling.
9. Lozingsnormen: in afwijking van artikel 4.2.3.1 3° van Vlarem II worden volgende verhoogde lozingsnormen worden geadviseerd:
Parameter µg/liter | Geadviseerd |
arseen | 50 |
minerale olie | 500 |
Cis+trans-1,2-dichlooretheen | 50 |
tetrachlooretheen | 10 |
MTBE | 100 |
xyleen | 10 |
ethylbenzeen | 10 |
individuele PFAS verbinding | 0,1 |
10. De bemalingspompen worden zo ver mogelijk van bewoning en, indien nodig, in een geluidsdichte kast geplaatst. De geluidshinder die door de bemalingspompen wordt geproduceerd, dient steeds te voldoen aan de milieuvoorwaarden ter beheersing van de geluidshinder opgenomen in artikel 4.5 van Vlarem II.
11. Indien er meer dan 10 m³/uur geloosd wordt, dient een schriftelijke toestemming van Aquafin bekomen te worden.
12. De CSM-wand wordt minstens uitgevoerd zoals in het voorgestelde bemalingsconcept uit de bemalingsstudie (AGT 4352, pagina’s 21-22).
De vergunning omvat thans volgende rubriek(en):
Rubriek | Omschrijving | Gecoördineerd |
3.8.1°b) | het lozen van bemalingswater, afkomstig van een bemaling ingedeeld in rubriek 53.1, 1°, 53.2 of 53.5. met een geloosd debiet van maximaal 2.500 m³/dag afkomstig van een andere bemaling dan de bemaling vermeld in 1°, a); (inrichting Bemaling project Herentalsebaan 85 te Antwerpen) | 1.032,00 m³/dag |
53.2.2°b) | bemaling technisch noodzakelijk voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, met inbegrip van het weer in de ondergrond brengen van bemalingswater en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar, met een netto opgepompt volume per IIOA van meer dan 30.000 m³ en maximaal 180.000 m³, en een verlaging van het grondwaterpeil voor minstens voor een deel van de bemaling van meer dan vier meter onder het maaiveld; (inrichting Bemaling project Herentalsebaan 85 te Antwerpen) | 131.200,00 m³ |
Het college beslist dat de omgevingsvergunning geldig is voor een netto bemalingsduur van 12 maanden vanaf de start van de bemaling.