Terug
Gepubliceerd op 01/12/2025

2025_CBS_08621 - Omgevingsvergunning - OMV_2025048099. Laar (ZN). District Ekeren - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 28/11/2025 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Johan Klaps, schepen; Ken Casier, schepen; Karim Bachar, schepen; Stijn De Rooster, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur; Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester

Afwezig

Koen Kennis, schepen

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester
2025_CBS_08621 - Omgevingsvergunning - OMV_2025048099. Laar (ZN). District Ekeren - Goedkeuring 2025_CBS_08621 - Omgevingsvergunning - OMV_2025048099. Laar (ZN). District Ekeren - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer:

OMV_2025048099

Gegevens van de aanvrager:

de heer Kemal Soydemir met als adres Laaglandlaan 468 te 2170 Antwerpen

Ligging van het project:

Laar (ZN) te 2180 Ekeren (Antwerpen)

Kadastrale percelen:

afdeling 34 sectie E nr. 117B2

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

Bouwen van een nieuwe eengezinswoning met bijhorend poolhouse

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

 

Relevante voorgeschiedenis

-          14/06/2024: weigering (20234347) voor het bouwen van een eengezinswoning met poolhouse, omwille van strijdigheid met de voorschriften van de van kracht zijnde verkaveling;

-          10/06/2022: vergunning (20222) voor het verkavelen van een perceel in een lot voor woningbouw en een bebouwd restperceel en het vellen van een boom;

-          14/2/1983: vergunning (1983289) voor het bouwen van een eengezinswoning, op Notelaarlaan 5;

-          6/10/1980: vergunning (198037) voor het verkavelen van een perceel in drie loten, voor woningbouw, waarvan loten 2 en 3 intussen vervallen zijn (= de loten uit de nieuwe verkaveling uit 2022).

 

Vergunde/ bestaande toestand

-          onbebouwd perceel met een oppervlakte van 853 m²;

-          16 bomen aanwezig;

-          draadafsluiting met een hoogte van 180 cm ter hoogte van de rechterbuur;

-          afsluiting met de linkerbuur en het openbare domein door middel van een haag.

 

Nieuwe toestand

-          functie:

  • nieuw op te trekken eengezinswoning;

-          bouwvolume:

  • hoofdbouw van 3 bouwlagen, waarvan de bovenste zich in het schilddak bevindt;
  • hoofdbouw tot een bouwdiepte van 14 m, kroonlijsthoogte van 6,20 m en een nokhoogte van 10,34 m, met tot 17 m doorgetrokken terrasmuren (tot net onder de kroonlijst);
  • gelijkvloerse aanbouw tot een bouwdiepte van 17 m;
  • vrijstaand bijgebouw (77 m2 – bestemming: poolhouse met zwembad) met een bouwhoogte van 2,80 m, tegen de achterste perceelsgrens;

-          gevelafwerking:

  • beige-grijze gevelsteen;
  • buitenschrijnwerk uit zwart aluminium;
  • dak afgewerkt met platte zwarte dakpannen en voorzien van dakvlakvensters;
  • bakgoot uit zwartkleurig aluminium;
  • balustrades uit glas;
  • teruggesprongen gevelvlakken in beigekleurige pleister;
  • poort naar inpandige garage met een breedte van 4,64 m;

-          inrichting:

  • 13 bomen behouden, 3 te rooien;
  • verharding van 31 m² in de voortuin (combinatie van oprit en toegangspad);
  • verharding van 29,86 m² in de achtertuin (combinatie van looppad en terras aan poolhouse);
  • bovengrondse infiltratievoorziening links in de voortuin;
  • levende haag tussen voortuin en openbaar domein.

 

Inhoud van de aanvraag

-          bouwen van een eengezinswoning met vrijstaand bijgebouw;

-          vellen van 3 bomen.

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

 

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

 

Adviezen

 

Externe adviezen

Er werden geen externe adviezen gevraagd.

 

Interne adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies

Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering

27 juni 2025

1 juli 2025

Stadsbeheer/ Groen en Begraafplaatsen

27 juni 2025

1 juli 2025

 

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

 

(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)

 

De aanvraag ligt in de verkaveling 20222, goedgekeurd op 10 juni 2022, meer bepaald in lot(en) 1.

 

De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden (20222) op volgend(e) punt(en):

-          artikel 1.4 – Groenaanleg: het te behouden groen moet voldoende beschermd worden tijdens de werken;

-          artikel 1.5 – Vellen en verzorging van bomen: voor de realisatie van het bijgebouw worden drie bomen gerooid;

-          artikel 4.1 – Voortuinstrook: om een infiltratievoorziening te realiseren wordt een reliëfwijziging gepland, anders dan deze voor het aanwerken en opvangen van niveauverschillen rondom het gebouw;

-          artikel 4.5 – Afsluitingen op de perceelsgrenzen: op het perceel is ter hoogte van de rechterbuur een niet-vergunde en niet-vrijgestelde draadafsluiting aanwezig. (hoogte: 1,80 m, volgens het terreinprofiel) Deze afsluiting met de rechterbuur is niet voorzien van klimop of andere beplanting. Deze afsluiting met de rechterbuur is in de voortuin hoger dan 1 m.

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening hemelwater op volgend(e) punt(en):

  • artikel 7: de hemelwaterput moet een minimaal volume hebben van 23.340 l terwijl op de plannen slechts 20.000 l is voorzien.

 

-          Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.

 

-         Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
(De verordening publiciteit kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Gewestelijke publiciteitsverordening 2023)
De gewestelijke publiciteitsverordening is niet van toepassing op de aanvraag.

Algemene bouwverordeningen

-          Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan je raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 maart 2024 en in werking getreden op 15 juli 2024.
(De bouwcode kan je raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend(e) punt(en):

  • artikel 18 – Stabiliteit en scheidingsmuren: de scheidingsmuur ter hoogte van het bijgebouw en de achterste perceelsgrens heeft geen opstand van minstens 0,30 m ten opzichte van het hoogst aangrenzende dakvlak;
  • artikel 20 – Daken: de dakoppervlakte van de gelijkvloerse aanbouw is kleiner dan 60 m² en erop wordt een dakterras aangelegd dat groter is dan 20 m². Minstens 21 m² van deze dakoppervlakte dient als groendak ingericht te worden;
  • artikel 23 – Inrichting van de open ruimte: de onverharde ruimte moet kwalitatief aangeplant worden met klimaatbestendige, niet-invasieve planten. Bijkomend is de voortuin niet afgesloten met een levendige afsluiting, een muurtje of een hek met een maximale hoogte van 1 m;
  • artikel 24 – Behoud en groenbescherming: de aanwezige waardevolle groene elementen worden niet maximaal behouden;
  • artikel 33 – Fietsparkeren maximaal op eigen terrein: de fietsparkeerplaatsen zijn niet op een comfortabele manier te gebruiken gezien niet achter alle fietsen een achteruitrijruimte van 1,70 m is voorzien.

 

-          Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.

(De verordening stedenbouwkundige lasten kan je raadplegen via https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving)

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.
 

Sectorale regelgeving

-          MER-screening:

Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

 

-          Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.

De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het stikstofdecreet.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs geoordeeld worden dat voorliggende aanvraag een verkeersgenererend project is. Het beoordelingskader uit het decreet is dus van toepassing. De berekende impactscore is kleiner dan 1%. De opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van SBZ-H is niet vereist.

 

-          Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Voor het project is geen pluviale of fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A). Het project is niet gelegen in een signaalgebied. Aangezien het project niet ligt in een gebied met overstromingskans en gelet op de te behouden onverharde ruimte zal het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaken.

(Kijk de score van uw project na op https://www.waterinfo.be/informatieplicht)

 

-          Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.

De aanvraag voldoet aan de bepalingen van de rioleringstoets.

 

-          Vlaamse codex Wonen 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan je raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex Wonen van 2021)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.

 

-          Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen

-          Transformatieleidraad: Transformatieleidraad Ruimte geven aan de stad van morgen. Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad dit plan goed.
De transformatieleidraad kan je raadplegen via Transformatieleidraad.

 

-          Strategische Ruimteplan Antwerpen (SRA): Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad het nieuwe plan goed.
Meer info kan je raadplegen via Strategisch Ruimteplan Antwerpen.

 

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

Functionele inpasbaarheid

De aanvraag voorziet het optrekken van een nieuwe eengezinswoning en gelet op de verenigbaarheid van laatstgenoemde functie met de specifieke bestemmingsvoorschriften van de van kracht zijnde verkaveling, is er in deze dan ook effectief sprake van een correcte functionele inpasbaarheid.

 

Schaal - ruimtegebruik – bouwdichtheid en bodemreliëf

De voorgestelde volumetrie past zich, zowel voor hoofd- als bijgebouw, geheel in binnen de daarvoor geldende contouren die in de goedgekeurde en van kracht zijnde verkaveling werden opgetekend, zowel qua inplanting, als qua bouwdiepte, -hoogte en dakvorm.

 

Er wordt wel opgemerkt dat het dakterras op de eerste verdieping over de volledige dakoppervlakte van de gelijkvloerse aanbouw wordt voorzien. Dit is strijdig met artikel 20 van de bouwcode. Aangezien de aanvraag een eengezinswoning betreft met op de gelijkvloerse verdieping een ruime tuinzone met terras, dewelke voldoende buitenruimte biedt, is er geen gegronde reden om een afwijking toe te staan. Als voorwaarde bij vergunning wordt opgelegd dat de aanvraag moet voldoen aan dit artikel.

 

Daarnaast worden voor het bouwen van het bijgebouw 3 bomen gerooid, wat strijdig is met artikel 24 van de bouwcode en de verkavelingsvoorschriften. Aangezien het bijgebouw zich in de ‘zone voor bijgebouwen’ bevindt zoals ingetekend op het verkavelingsplan, kan het rooien van de bomen gunstig geadviseerd worden. De tuin is voldoende ruim om deze 3 bomen te compenseren en deze verder in te richten met kwalitatieve, klimaatbestendige en niet-invasieve planten volgens de inrichtingsvoorschriften van artikel 23 van de bouwcode en volgens de verkavelingsvoorschriften, waardoor het verlies van het huidig groenvolume kan gecompenseerd worden. Daarnaast moeten de bestaande bomen beschermd worden tijdens het uitvoeren van de werken. Dit wordt opgelegd als voorwaarde bij vergunning.

 

Aangaande de afwijking op het gebied van reliëfwijzigingen volgens artikel 4.1. van de verkavelingsvergunning voor het voorzien van het infiltratiebekken in de voortuinstrook, kan er gefundeerd geoordeeld worden dat de onregelmatigheid enerzijds gering is (slechts tot 45 cm diepte), anderzijds dat zij ten goede komt aan de waterhuishouding van de omgeving, zonder evenwel storende impact te creëren. Er wordt dan ook geadviseerd een afwijking toe te staan.

 

Het advies inzake schaal en ruimtegebruik is, mits voldaan aan de voorwaarden, gunstig.

 

Visueel-vormelijke elementen

De gehanteerde materialen, beige-grijze gevelsteen, zwarte dakpannen en zwart aluminium schrijnwerk, zijn zowel in harmonie met wat in de onmiddellijke omgeving aanwezig is als in overeenstemming met de voorschriften dienaangaande uit de geldende verkaveling.

 

Het advies voor dit deelaspect van de aanvraag is bijgevolg eenduidig gunstig.

 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

De scheimuur van het vrijstaand bijgebouw werd op de achterste perceelsgrens niet uitgevoerd met een opstand van 30 cm ten opzichte van het hoogst aangrenzende dakvlak. Dit is strijdig met artikel 18 van de Bouwcode. Van dit voorschrift kan met het oog op het voorkomen van brandoverslag enkel afgeweken worden indien er tussen de scheidingswand en de vegetatie een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimumklasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed aangelegd wordt. Dit wordt opgelegd als voorwaarde bij vergunning.

 

De aanvraag voorziet in 6 fietsstalplaatsen in de inpandige garage. Deze fietsstalplaatsen zijn echter onvoldoende toegankelijk aangezien er geen achteruitrijruimte is van 1,7 m. Volgens artikel 33 van de bouwcode moeten er voor deze woning 5 fietsstalplaatsen voorzien worden, 1 voor elke slaapkamer en 1 extra. Er wordt geoordeeld dat de garage voldoende ruim is om mits een herindeling de nodige fietsen en de auto te kunnen stallen, of er in het bijgebouw de nodige ruimte is om deze fietsstalplaatsen in te richten volgens de inrichtingsprincipes van dit artikel. Het toegankelijk inrichten van 5 fietsstalplaatsen wordt opgelegd als voorwaarde bij vergunning.

 

Volgens de gewestelijke hemelwaterverordening moet voor deze woning een hemelwaterput voorzien worden met een volume van 23.340 liter. De aanvraag voorziet echter een hemelwaterput met een volume van 20.000 liter. Deze afwijking wordt niet door de aanvrager gemotiveerd. Het perceel is voldoende groot om een voldoende grote hemelwaterput aan te leggen waardoor dit eveneens wordt opgelegd als voorwaarde.

 

Mits het naleven van de gestelde voorwaarden voldoet de woning aan de actuele eisen wat betreft hinderaspecten, gezondheid en gebruiksgenot.

 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

 

De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 32 van de bouwcode van kracht sinds 15 juli 2024, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding, wijzigen van het aantal wooneenheden en wijziging tussen de gedefinieerde subfuncties in paragraaf 3. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.

 

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 1 parkeerplaatsen.

 

Voor projecten tot en met 5 wooneenheden bedraagt de behoefte 1 stalplaats per wooneenheid. Gelet op het feit dat er in deze slechts sprake is van het optrekken van 1 eengezinswoning, is de werkelijk berekende behoefte hier dan ook 1.

 

De plannen voorzien in 1 nuttige autostal- en autoparkeerplaats.

 

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1.

 

Dit aantal is toereikend.

 

Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 1 – 1 = 0.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1 – 1 = 0.

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 0 plaatsen.

 

 

Advies aan het college

 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. De tuin moet voldoen aan de inrichtingsbepalingen van zowel artikel 4 van de van kracht zijnde verkaveling als van artikel 23 van de Antwerpse bouwcode.

2. Het plat dak van de gelijkvloerse aanbouw moet aangelegd worden in overeenstemming met artikel 20 van de Antwerpse bouwcode.

3. Het gedeelte van het dak van het bijgebouw achteraan, gelegen naast de scheidingsmuren die geen opstand hebben van minimaal 0,30 meter ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak, is te voorzien van een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed voorzien tussen het groendak en de scheidingswand.

4. Er dienen tijdens de bouwwerken maatregelen te worden genomen ter bescherming van het bestaande en te behouden groenbestand, dit in overeenstemming met de bepalingen van zowel artikel 1.4 van de van kracht zijnde verkaveling als van artikel 24 van de Antwerpse bouwcode.

5. Er moeten 3 inheemse bomen worden aangeplant met een minimale stamomtrek van 16/18 cm (op 1 m hoogte).

6. De regenwaterput dient over een inhoud van minimaal 23.340 liter te beschikken.

7. Er dienen 5 fietsstalplaatsen ingericht te worden volgens de bepalingen van artikel 33 van de Antwerpse bouwcode.

8. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Fasering

 

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

14 april 2025

Volledig en ontvankelijk

27 juni 2025

Start 1e openbaar onderzoek

8 juli 2025

Einde 1e openbaar onderzoek

6 augustus 2025

Beslissing toepassing administratieve lus

13 augustus 2025

Start laatste openbaar onderzoek

22 augustus 2025

Einde laatste openbaar onderzoek

20 september 2025

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste beslissingsdatum

9 december 2025

Verslag GOA

18 november 2025

Naam GOA

Gerd Cryns

 

Administratieve lus

 Op de aanvraag werd een administratieve lus toegepast, omwille van de volgende reden(en):Volgens de beschikbare informatie werd de vereiste ophanging van de aangeleverde affiche niet uitgevoerd noch werd hiervan (correct en tijdig) melding gemaakt via het omgevingsloket.

 

Er is bijgevolg eenduidig sprake van een procedurefout waardoor een administratieve lus vereist is en de nodige stappen opnieuw dienen te worden doorgevoerd.

Onderzoek

De aanvraag werd onderworpen aan 2 openbare onderzoeken. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:

 

Algemene voorwaarden

de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.

 

Stedenbouwkundige voorwaarden

1. De tuin moet voldoen aan de inrichtingsbepalingen van zowel artikel 4 van de van kracht zijnde verkaveling als van artikel 23 van de Antwerpse bouwcode.

2. Het plat dak van de gelijkvloerse aanbouw moet aangelegd worden in overeenstemming met artikel 20 van de Antwerpse bouwcode.

3. Het gedeelte van het dak van het bijgebouw achteraan, gelegen naast de scheidingsmuren die geen opstand hebben van minimaal 0,30 meter ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak, is te voorzien van een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed voorzien tussen het groendak en de scheidingswand.

4. Er dienen tijdens de bouwwerken maatregelen te worden genomen ter bescherming van het bestaande en te behouden groenbestand, dit in overeenstemming met de bepalingen van zowel artikel 1.4 van de van kracht zijnde verkaveling als van artikel 24 van de Antwerpse bouwcode.

5. Er moeten 3 inheemse bomen worden aangeplant met een minimale stamomtrek van 16/18 cm (op 1 m hoogte).

6. De regenwaterput dient over een inhoud van minimaal 23.340 liter te beschikken.

7. Er dienen 5 fietsstalplaatsen ingericht te worden volgens de bepalingen van artikel 33 van de Antwerpse bouwcode.

8. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.