Terug
Gepubliceerd op 01/12/2025

2025_CBS_08575 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Gunstig advies - OMV_2025060019. Scheldelaan 447. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 28/11/2025 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Johan Klaps, schepen; Ken Casier, schepen; Karim Bachar, schepen; Stijn De Rooster, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur; Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester

Afwezig

Koen Kennis, schepen

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester
2025_CBS_08575 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Gunstig advies - OMV_2025060019. Scheldelaan 447. District Antwerpen - Goedkeuring 2025_CBS_08575 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Gunstig advies - OMV_2025060019. Scheldelaan 447. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd bij de deputatie een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. De aanvraag wordt behandeld volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

De deputatie verzoekt het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om:

- een openbaar onderzoek te houden;

- advies uit te brengen.

 

Projectnummer:

OMV_2025060019

Gegevens van de aanvrager:

zie exploitant

Gegevens van de exploitant:

NV Evonik Antwerpen (0406183144) met als contactadres Tijsmanstunnel-West Z/N te 2040 Antwerpen


Ligging van het project:

Scheldelaan 447 te 2030 Antwerpen

Kadastrale percelen:

afdeling 18 sectie F nrs. 114F, 114C, 114D, 114K, 114M, 114N, 114S, 114V, 114W, 114X, 114A2 en 114Z

waarvan:

 

-          20210408-0009

afdeling 18 sectie F nrs. 114C, 114V, 114Z, 114K, 114F, 114D, 114X, 114S, 114N, 114M, 114A2 en 114W (EVONIK/ME-1-eenheid)

Vergunningsplichten:

exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorwerp van de aanvraag:

Chemische bedrijf: verandering van een bestaande inrichting

 

Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten

 

Voorgeschiedenis

Stedenbouwkundige voorgeschiedenis

- 3/11/2017: omgevingsvergunning (OMV_2017003780) voor het vervangen van twee betonnen tanks;

- 8/06/2012: stedenbouwkundige vergunning (HVN/B/20122881) voor ME 1 – regularisatie: plaatsing van een fundament voor 6 CO2-tanks;

- 3/09/2002: stedenbouwkundige vergunning (HV/2002/B/0171) voor productie-installaties ME IV;

- 3/04/1997: stedenbouwkundige vergunning (HV/1996/DROV/AN5/96/B/1357) voor het oprichten van een energie-terugwinning en van een rookgasbehandeling op het productiegebouw ME;

- 4/12/1996: stedenbouwkundige vergunning (HV/1996/DROV/AN5/96/B/1105) voor het bouwen van ME-werkplaats met bureelruimte en opslagruimte (gebouw E566).

 

Voorgeschiedenis milieu

Op 10 november 2021 werd door de deputatie van de provincie Antwerpen een omgevingsvergunning verleend voor het verder exploiteren na verandering van een chemische cluster bestaande uit 16 inrichtingen, voor een termijn van onbepaalde duur.

 

Inhoud van de aanvraag

Het voorwerp van de aanvraag omvat een actualisatie van de ME-1-eenheid.

 

Aangevraagde rubriek(en)

 

Aangevraagde rubriek(en) EVONIK/ME-1-eenheid
 

Rubriek

Omschrijving

Gevraagd voor

7.2.

geïntegreerde chemische inrichtingen bestemd voor de fabricage van:

organische basischemicaliën; anorganische basischemicaliën; fosfaat, stikstof of kaliumhoudende meststoffen; basisproducten voor gewasbescherming en van biociden; farmaceutische basisproducten met een chemisch of biologisch procédé; explosieven;

verandering: aanpassing productieproces

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW;

+50 kW

17.1.2.1.1°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 300 liter tot en met 1.000 liter;

-912 liter

17.3.2.1.2.1°

opslagplaatsen voor overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 (andere dan gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige stoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 55°C) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 10 ton;

2,16 ton

17.3.4.3°

bijtende vloeistoffen en vaste stoffen - opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton;

+26,09 ton

17.3.5.3°

opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS06 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 5 ton;

+2,16 ton

17.3.8.2°

opslagplaatsen voor het aquatisch milieugevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS09) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 200 ton;

-0,35 ton

31.1.1°a)

stationaire motoren en gasturbines met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 300 kW tot en met 2.000 kW als de inrichting volledig in een industriegebied ligt;

+726,50 kW

39.2.1°

stoomvaten, met inbegrip van warmtewisselaars waarvan de primaire ruimte als stoomvat wordt beschouwd, met een individuele inhoud van 300 liter tot en met 5.000 liter;

-309 liter

39.2.2°

stoomvaten, met inbegrip van warmtewisselaars waarvan de primaire ruimte als stoomvat wordt beschouwd, met een individuele inhoud van meer dan 5.000 liter;

+35 liter

39.4.1°

warmtewisselaars, andere dan deze vermeld onder rubriek 39.2 en deze voor op een stoomdistributienet aangesloten woningen, met een individuele inhoud van de secundaire ruimte van 25 liter tot en met 5.000 liter;

+608 liter

39.4.2°

warmtewisselaars, andere dan deze vermeld onder rubriek 39.2 en deze voor op een stoomdistributienet aangesloten woningen, met een individuele inhoud van de secundaire ruimte van meer dan 5.000 liter;

+2.250 liter

43.4.

stookinstallaties: installaties voor het verbranden van brandstof met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 MW, met uitzondering van installaties voor het verbranden van gevaarlijke afvalstoffen of stedelijk afval.

+117,80 MW

 

 

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 24 en 42 van het Omgevingsvergunningsdecreet heeft het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar de bevoegdheid advies uit te brengen voor de vergunningsaanvragen op haar grondgebied waarvoor de deputatie, de Vlaamse regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de bevoegde overheid is, tenzij:

 

  1. de aanvraag ingediend is door het betrokken college;
  2. de aanvraag louter betrekking heeft op mobiele of verplaatsbare ingedeelde inrichtingen of activiteiten.

 

Het college heeft op 17 november 2017 (jaarnummer 2017_CBS_08858) beslist om de adviesbevoegdheid op te nemen.

Argumentatie

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Haven van Antwerpen-Brugge, subadvies milieu

13 oktober 2025

24 oktober 2025

Gunstig

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn.

De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen.

Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.

 

Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd als Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.

Zulk gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams havengebied als onderdeel van de haven van Antwerpen. Het is bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur.

Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de bestemming en voor de exploitatie van de haven en de bedrijven zijn toegelaten.

Daartoe worden ook de volgende werken, handelingen, voorzieningen, en wijzigingen gerekend:

- de aanleg en het onderhoud van infrastructuur die nodig is voor de toegankelijkheid of voor verbindingen langs de waterzijde en langs de landszijde;

- het laguneren of op een andere wijze bergen of verwerken van baggerspecie.

Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van tijdelijke ecologische infrastructuur toegelaten.

In het gebied zijn eveneens gebouwen of lokalen voor bewakingspersoneel toegelaten.

In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven- en industriële activiteiten. De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.

 

De aanvraag dient beoordeeld te worden aan de hand van de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan.

De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Voor een straal van 500 meter rond de aanvraag is het voormelde GRUP tevens van toepassing. Grotendeels geldt hier eveneens het bestemmingsvoorschrift Gebied voor Zeehaven- en watergebonden bedrijven. Het Kanaaldok B2 en Insteekdok 1 hebben de bestemming Gebied voor waterweginfrastructuur. Ten zuiden van de aanvraag hebben de Tijsmanstunnel-West en de R2 de bestemming Gebied voor verkeers- en vervoersinfrastructuur. Over deze bestemming lopen overdrukken met als aanduiding Leidingstraat, Verbinding voor fietsers en Gebied voor ongelijkvloerse verkeers- en vervoersinfrastructuur.

 

Binnen de straal van 500 meter is tevens het GRUP Liefkenshoekspoortunnel (goedgekeurd op 9 mei 2008 door de Vlaamse regering) van kracht. Volgens dit GRUP bevindt er zich een overdruk met als aanduiding Gebied voor ongelijkvloerse verkeers- en vervoersinfrastructuur ter hoogte van de Frans Tijsmanstunnel.

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

De ingedeelde inrichting of activiteit is vanuit stedenbouwkundig oogpunt hoofdzakelijk vergund. Er zijn geen vergunningsplichtige stedenbouwkundige handelingen aangevraagd. De aanvraag is verenigbaar met de ruimtelijke context van het havengebied waarbinnen deze aanvraag is gesitueerd. Er is geen bezwaar vanuit stedenbouwkundig oogpunt.

 

Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu

Evonik Antwerpen is gevestigd aan de Scheldelaan en is gespecialiseerd in de vervaardiging van producten voor een brede waaier aan toepassingen. Zo worden onder meer grondstoffen voor de productie van siliconen voor de elektro- en communicatie-industrie geproduceerd. Producten worden ook gebruikt als bindmiddel in drukinkten, verven en lakken, en als grondstoffen voor autobanden, bleekmiddelen en milieuvriendelijke herbiciden. Huidige aanvraag betreft de ME-1-eenheid voor de productie van methionine. Methionine is een aminozuur wordt gebruikt als additief in de veevoeding en in de geneeskunde.

 

Voorliggende aanvraag betreft een verandering van een bestaande vergunning. De productiecapaciteit van de inrichting wordt niet aangepast mits deze vergunning. Wel wordt rein acroleïne enkel nog aangeleverd via pijpleiding. Ook wordt een koelmachine met koelmiddel R134a uit dienst genomen en vervangen door een toestel met groter vermogen en propaan als koelmiddel.

 

Verder wordt de opslag van gevaarlijke gassen gewijzigd. Zo wordt CO2, zuurstof, stikstof en waterstof geschrapt, is er een verlaging van opslag lucht, helium en acetyleen en een toevoeging van de opslag van waterstofsulfide. Daarnaast wordt rubriek 17.3.4.3° uitgebreid met 26,088 ton voor de opslag van DMBA, azijnzuur en wijnsteenzuur. Voor de toevoeging van de opslag van DMBA dient ook rubriek 17.3.2.1.2.1° aangevraagd te worden en rubriek 17.3.5.3° uitgebreid te worden met 2,16 ton. Als laatste wordt ook de tank van natriumhypochloriet vervangen door een tank van een lager volume, zo wordt rubriek 17.3.8.2° verminderd met 0,352 ton.

 

Finaal worden er ook enkele administratieve aanpassingen doorgevoerd met betrekking tot de volumes van de stoomvaten en warmtewisselaars en het vermogen van de koelmachines en het noodstroomaggregaat. Het noodstroomaggregaat is namelijk 1,309,5 kW in plaats van het eerder vergunde 726,5 kW. Deze aanpassing wordt ook doorgevoerd in rubriek 43.4. Tot slot wordt er een luchtcompressor uit dienst genomen.

 

Advies van het college

Gunstig advies te verlenen voor de aanvraag tot omgevingsvergunning.

 

Dit advies werd opgemaakt op basis van PIV 3.

 

Geadviseerde rubriek(en)

 

Rubriek

Omschrijving

Geadviseerd voor

7.2.

geïntegreerde chemische inrichtingen bestemd voor de fabricage van:

organische basischemicaliën; anorganische basischemicaliën; fosfaat, stikstof of kaliumhoudende meststoffen; basisproducten voor gewasbescherming en van biociden; farmaceutische basisproducten met een chemisch of biologisch procédé; explosieven; 

verandering: aanpassing productieproces

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW;

+50 kW

17.1.2.1.1°

opslagplaatsen voor gevaarlijke gassen in verplaatsbare recipiënten met een gezamenlijk waterinhoudsvermogen van 300 liter tot en met 1.000 liter; 

-912 liter

17.3.2.1.2.1°

opslagplaatsen voor overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 (andere dan gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige stoffen met een vlampunt lager dan of gelijk aan 55°C) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 10 ton; 

2,16 ton

17.3.4.3°

bijtende vloeistoffen en vaste stoffen - opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton; 

+26,09 ton

17.3.5.3°

opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS06 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 5 ton;

+2,16 ton

17.3.8.2°

opslagplaatsen voor het aquatisch milieugevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS09) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 2 ton tot en met 200 ton; 

-0,35 ton

31.1.1°a)

stationaire motoren en gasturbines met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 300 kW tot en met 2.000 kW als de inrichting volledig in een industriegebied ligt; 

+726,50 kW

39.2.1°

stoomvaten, met inbegrip van warmtewisselaars waarvan de primaire ruimte als stoomvat wordt beschouwd, met een individuele inhoud van 300 liter tot en met 5.000 liter; 

-309 liter

39.2.2°

stoomvaten, met inbegrip van warmtewisselaars waarvan de primaire ruimte als stoomvat wordt beschouwd, met een individuele inhoud van meer dan 5.000 liter; 

+35 liter

39.4.1°

warmtewisselaars, andere dan deze vermeld onder rubriek 39.2 en deze voor op een stoomdistributienet aangesloten woningen, met een individuele inhoud van de secundaire ruimte van 25 liter tot en met 5.000 liter; 

+608 liter

39.4.2°

warmtewisselaars, andere dan deze vermeld onder rubriek 39.2 en deze voor op een stoomdistributienet aangesloten woningen, met een individuele inhoud van de secundaire ruimte van meer dan 5.000 liter; 

+2.250 liter

43.4.

stookinstallaties: installaties voor het verbranden van brandstof met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 MW, met uitzondering van installaties voor het verbranden van gevaarlijke afvalstoffen of stedelijk afval.

+117,80 MW

 

Fasering

Procedurestap

Datum

Ontvangst adviesvraag

9 oktober 2025

Start openbaar onderzoek

17 oktober 2025

Einde openbaar onderzoek

15 november 2025

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste adviesdatum

28 november 2025

 

Onderzoek

De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Er werden standpunten, opmerkingen en/of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.

 

Bespreking van de bezwaren

Standpunten werden ontvangen van PPS-Pipelines in het kader van het openbaar onderzoek. Men geeft aan geen bezwaar te hebben tegen het project maar verzoekt rekening te houden met de Fetrapi-voorschriften wanneer er toch stedenbouwkundige handelingen worden uitgevoerd in de nabijheid van hun leidingen.

 

Informatievergadering

Een informatievergadering was niet vereist en werd niet gehouden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een gunstig advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, te geven op de aanvraag.

 

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.