Terug
Gepubliceerd op 01/12/2025

2025_CBS_08576 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Voorwaardelijk gunstig advies - OMV_2023150581. Kapelsesteenweg zonder nummer (zn). District Ekeren - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 28/11/2025 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Johan Klaps, schepen; Ken Casier, schepen; Karim Bachar, schepen; Stijn De Rooster, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur; Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester

Afwezig

Koen Kennis, schepen

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester
2025_CBS_08576 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Voorwaardelijk gunstig advies - OMV_2023150581. Kapelsesteenweg zonder nummer (zn). District Ekeren - Goedkeuring 2025_CBS_08576 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Voorwaardelijk gunstig advies - OMV_2023150581. Kapelsesteenweg zonder nummer (zn). District Ekeren - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd bij de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. De aanvraag wordt behandeld volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

De gewestelijke omgevingsvergunningscommissie verzoekt het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om:

- een openbaar onderzoek te houden;

- advies uit te brengen.

 

Projectnummer:

OMV_2023150581

Gegevens van de aanvrager:

Agentschap Wegen en Verkeer met als contactadres Lange Kievitstraat 111-113 bus 41 te 2018 Antwerpen

Gegevens van de exploitant:

Agentschap Wegen en Verkeer met als contactadres Lange Kievitstraat 111-113 bus 41 te 2018 Antwerpen

Ligging van het project:

Kapelsesteenweg en Donksesteenweg zonder nummer (zn) te 2180 Ekeren (Antwerpen), 2950 Kapellen en 2930 Brasschaat

Kadastrale percelen:

Kapellen sectie E nrs. 95Z2, Brasschaat sectie F nrs. 1N4, 1D4, 1H4, 1K4, 1E4, 1Y3, 1Z4, 1P4, 3D13, 3C16, 3D16, 3E13, 3F13, 3F16, 3L13, 4A6, 4B7, 4M7, 4N7, 4P5, 4P7, 4R6, 4T7, 4S7, 4C6, 4W6, 68W11, Antwerpen afdeling 33 sectie H nrs. 632R8, 632Y7, 632R7, 632B9, afdeling 34 sectie E nrs. 4H2, 4F2, 4D2, 4G2, 33H15, 356A, 366E, 366H, 366K, afdeling 35 sectie F nrs. 2F11, 2C11, 2Y9, 2R11 en 2H12

waarvan:

 

-          20241222-0008

Kapellen sectie E nrs. 95Z2, Brasschaat sectie F nrs. 1N4, 1D4, 1H4, 1K4, 1E4, 1Y3, 1Z4, 1P4, 3D13, 3C16, 3D16, 3E13, 3F13, 3F16, 3L13, 4A6, 4B7, 4M7, 4N7, 4P5, 4P7, 4R6, 4T7, 4S7, 4C6, 4W6, 68W11, Antwerpen afdeling 33 sectie H nrs. 632R8, 632Y7, 632R7, 632B9, afdeling 34 sectie E nrs. 4H2, 4F2, 4D2, 4G2, 33H15, 356A, 366E, 366H, 366K, afdeling 35 sectie F nrs. 2F11, 2C11, 2Y9, 2R11 en 2H12

(Bemaling_N11)

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorwerp van de aanvraag:

Gedeeltelijk heraanleggen van de gewestweg N11 in Kapellen, Brasschaat en Ekeren: heraanleggen van verharding, aanleggen van gescheiden riolering, verbreden van fietspaden, aanleggen bijkomende parkeerplaatsen, rooien en heraanplanten van bomen, aanleggen bufferbekken, exploiteren van een bemaling

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

 

Relevante voorgeschiedenis

-          19/02/2018: vergunning (20171055) voor het opvullen van de bestaande gemengde riolering, het aanleggen van nieuwe gravitaire DWA- en RWA-leidingen, het herprofileren van de bestaande grachten en het vernieuwen van de volledige bovenbouw (Bist);

-          29/03/2019: vastgesteld bouwkundig erfgoed ‘Pastorie Heilig-Hart-van-Jezusparochie’

(Prinshoeveweg 21/Jozef Ickxstraat 10): https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/97861;

-          29/03/2019: vastgesteld bouwkundig erfgoed ‘Landhuis Hooghuis’ (Kapelsesteenweg 353): https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/101060;

-          29/03/2019: vastgesteld bouwkundig erfgoed ‘Villa Gerard’ (Kapelsesteenweg 355): https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/101061;

-          29/03/2019: vastgesteld bouwkundig erfgoed ‘Dorpswoning in art-decostijl’ (Kapelsesteenweg 369): https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/101062;

-          29/03/2019: vastgesteld bouwkundig erfgoed ‘Villa Charlotte’ (Kapelsesteenweg 531): https://id.erfgoed.net/aanduidingsobjecten/101066;

-          03/11/2017: vergunning (20171285) voor het aanleggen van een gescheiden rioleringsstelsel en het heraanleggen van de straat (Marcel de Backerstraat);

-          07/01/2011: vergunning (201019) voor het verkavelen van 16 loten voor woningbouw met nieuwe wegenis (Moeder SAROV-straat);

-          18/11/1975: vergunning (197526) voor het verkavelen van gronden.

  

Bestaande toestand

-          inrichting:

  • bestaande wegenisverharding van Kapelsesteenweg (N11), tussen Kapelsesteenweg 177 (Ekeren/Antwerpen, aan zuidelijk uiteinde) en 329 (Kapellen/Brasschaat, aan noordelijk uiteinde) (ter sloop), met deels groenvoorzieningen;
  • langsheen dit gedeelte (circa 2,80 km) kruisen 3 waterlopen de wegenis (met in totaal 5 erfdienstbaarheidszones van 5 m breed, ter hoogte van vermelde waterlopen);
    • de Kaartsebeek;
    • de Donksebeek;
    • de Oudelandse Beek.
  • verharding ter hoogte van het kruispunt Kapelsesteenweg (N11) en Donksesteenweg en van deel Donksesteenweg en Sint-Huibrechtlei (eveneens te verwijderen).


Nieuwe toestand

-          inrichting:

  • heraangelegde Kapelsesteenweg (N11), in de zone tussen vermelde nummers, met:
    • nieuwe wegverharding (2 rijvakken);
    • langs beide zijden een 2 m breed fietspad en een voetpad;
    • nieuwe parkeervakken en verplaatste bushaltes;
    • nieuwe wegverharding ter hoogte van het kruispunt van Kapelsesteenweg (N11) en Donksesteenweg en van een deel van de Donksesteenweg en de Sint-Huibrechtlei;
    • nieuwe riolering en deels sanering van bestaande riolering;
  • gerooide bomen (telkens 1 exemplaar) ter hoogte van Kapelsesteenweg 359, Kapelsesteenweg 531, ter hoogte van Kapelsesteenweg 571 en in zijstraat Bist.

 

Inhoud van de aanvraag 

-          aanleggen en heraanleggen van verhardingen (wegenis) en bijhorende inrichtingen;

-          saneren van bestaande en aanleggen van nieuwe riolering;

-          vellen van bomen (zijde Antwerpen – Ekeren).

 

Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten

 

Inhoud van de aanvraag

Het voorwerp van de aanvraag betreft een bemaling die noodzakelijk is voor rioleringswerken.

 

Aangevraagde rubriek(en)

 

Aangevraagde rubriek(en) Bemaling_N11
 

Rubriek

Omschrijving

Gevraagd voor

53.2.2°b)2°

bemaling die technisch noodzakelijk is voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, beide met inbegrip van terug in de ondergrond brengen van bemalingswater in dezelfde watervoerende laag en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar. Dit voor bemalingen niet gelegen in beschermde duingebieden, in een groengebied, een natuurontwikkelingsgebied, een parkgebied of een bosgebied met een debiet van meer dan 30.000 m³ per jaar en de verlaging van het grondwaterpeil bedraagt meer dan vier meter onder het maaiveld;

326.280,00 m³/jaar

 

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 24 en 42 van het Omgevingsvergunningsdecreet heeft het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar de bevoegdheid advies uit te brengen voor de vergunningsaanvragen op haar grondgebied waarvoor de deputatie, de Vlaamse regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de bevoegde overheid is, tenzij:

 

  1. de aanvraag ingediend is door het betrokken college;
  2. de aanvraag louter betrekking heeft op mobiele of verplaatsbare ingedeelde inrichtingen of activiteiten.

 

Het college heeft op 17 november 2017 (jaarnummer 2017_CBS_08858) beslist om de adviesbevoegdheid op te nemen.

Argumentatie

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Aquafin

30 oktober 2025

31 oktober 2025

Geen advies

Fluvius System Operator

30 oktober 2025

3 november 2025

Geen advies

Politiezone Antwerpen/ Centrale Preventie

30 oktober 2025

Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag 

 

Politiezone Antwerpen/ Verkeerspolitie

30 oktober 2025

17 november 2025

Voorwaardelijk gunstig

Proximus

30 oktober 2025

30 oktober 2025

Geen bezwaar

  

Interne adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies

Autonoom gemeentebedrijf voor vastgoed en stadsprojecten in Antwerpen (VESPA)

30 oktober 2025

Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag

Sporting A & Sociaal Ruimtelijke Veiligheid - Trage wegen

30 oktober 2025

Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag

Stadsbeheer/ Groen en Begraafplaatsen

30 oktober 2025

19 november 2025

Stadsontwikkeling/ Beheer en Operaties

30 oktober 2025

Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag

Stadsontwikkeling/ Mobiliteit

30 oktober 2025

Geen advies

Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Water

30 oktober 2025

14 november 2025

Stadsontwikkeling/ Onroerend Erfgoed/ Archeologie

30 oktober 2025

Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag

Stadsontwikkeling/ Onroerend Erfgoed/ Monumentenzorg

30 oktober 2025

Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag

Stadsontwikkeling/ Publieke Ruimte

30 oktober 2025

Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.

 

Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan RUP Mariaburg, goedgekeurd op 26 februari 2018. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zones: Artikel 1: Zone voor Wonen (Wo1), Artikel 2: Zone voor Wonen - woonpark (Wo2), Artikel 6: Overdruk indicatief - water, Artikel 7: Overdruk - detailhandel, Artikel 9: Overdruk - waardevol erfgoed, lijn indicatief - ontsluiting gemotoriseerd verkeer, RUP contour - Algemene voorschriften, Artikel 4: Zone voor Groen - groen en waterbuffering (Gr) en Artikel 3: Zone voor Detailhandel (De).

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woonpark. De woonparken zijn gebieden waarin de gemiddelde woningdichtheid gering is en de groene ruimten een verhoudingsgewijs grote oppervlakte beslaan.

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een gebied voor ambachtelijke bedrijven of gebieden voor kleine en middelgrote ondernemingen. Deze gebieden zijn mede bestemd voor kleine opslagplaatsen van goederen, gebruikte voertuigen en schroot, met uitzondering van afvalproducten van schadelijke aard, (Artikel 8 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

 

(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP's) kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s'. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)

 

De aanvraag ligt in de verkaveling 197526, goedgekeurd op 18 november 1975, meer bepaald in de volgende loten: 3

 

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.

 

De aanvraag wijkt af van de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan Mariaburg op volgend(e) punt(en):

-          artikel 1: zone voor wonen (Wo1):

§1.2 inrichting – 3 tuin:

Voortuinen van percelen met een woonfunctie zijn vrij van verhardingen en constructies met uitzondering van tuinafsluitingen en brievenbussen. Enkel de strikt noodzakelijke toegangen mogen verhard worden.

De ingenomen percelen worden volledig verhard, waardoor niet wordt voldaan aan de bepalingen van dit artikel;

-          artikel 2: zone voor Wonen - woonpark (Wo2):

§2.2 inrichting – 3 tuin:

Voortuinen van percelen met een woonfunctie zijn vrij van verhardingen en constructies met uitzondering van tuinafsluitingen en brievenbussen. Enkel de strikt noodzakelijke toegangen mogen verhard worden.

De ingenomen percelen worden volledig verhard, waardoor niet wordt voldaan aan de bepalingen van dit artikel;

-          artikel 9: overdruk - waardevol erfgoed:

§9.1 Bestemming: de bestemming is gericht op het behoud en/ of herstel van het gebouw of gedeelte van het gebouw met een hoge erfgoedwaarde. Er wordt uitgegaan van het maximaal behoud van de waardevolle delen, zowel naar exterieur, interieur alsook de bijhorende buitenruimte. Enkel werken die het behoud en/of herstel van de erfgoedwaarden beogen zijn toegelaten.

De (voor)tuinen van volgend vastgesteld bouwkundig erfgoed wordt verkleind:

  • Pastorie Heilig-Hart-van-Jezusparochie’ (Prinshoeveweg 21/Jozef Ickxstraat 10);
  • Landhuis Hooghuis’ (Kapelsesteenweg 353). Hierbij is onduidelijk of de smeedijzeren poort behouden kan blijven;
  • Villa Gerard’ (Kapelsesteenweg 355);
  • Dorpswoning in art-decostijl’ (Kapelsesteenweg 369);
  • Villa Charlotte’ (Kapelsesteenweg 531).

De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verkavelingsvergunning (197526 lot 3) op volgend(e) punt(en):

-          artikel 4 percelen bestemd voor vrijstaande bebouwing in een gemengde woonzone:

§ 4.03 Bouwvrije voortuinstrook:

1° Bebouwing: behoudens de afsluitmuurtjes voorzien in artikel 1.05, 4°: alle constructies verboden, met inbegrip van hellende op- en afritten;

2° Welstand: behoudens de toegangen tot de gebouwen dient de strook als tuin te worden aangelegd en als dusdanig gehandhaafd.

Een gedeelte van de voortuin wordt ingenomen. Het grootste gedeelte wordt als onverharde openbare ruimte ingericht en bijgevolg niet meer als tuin. Een gedeelte wordt verhard, waarop 3 fietsbeugels voorzien zijn.

 

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 maart 2024 en in werking getreden op 15 juli 2024.
(De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend(e) punt(en):

  • artikel 24 Behoud en groenbescherming:

§1. Aanwezige bomen en waardevolle natuurlijke en landschappelijke elementen moeten maximaal behouden blijven.

-          Er is een beperkt verlies aan groenvolume.

 

-          Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.

(De verordening stedenbouwkundige lasten kan u raadplegen via HYPERLINK “https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving”)

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.

 

Sectorale regelgeving

-          Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan u raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex wonen van 2021”)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.

 

Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen

-          Transformatieleidraad: Transformatieleidraad Ruimte geven aan de stad van morgen. Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad dit plan goed.
De transformatieleidraad kan je raadplegen via Transformatieleidraad.

 

-          Strategische Ruimteplan Antwerpen (SRA): Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad het nieuwe plan goed.
Het strategisch ruimteplan Antwerpen kan je raadplegen via Strategisch Ruimteplan Antwerpen.

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

Functionele inpasbaarheid

De aanvraag voorziet de heraanleg van het bestaande openbaar domein en gelet op de ligging van laatstgenoemde in enerzijds een meer dan voldoende ontwikkeld woongebied, anderzijds in verschillende woonzones van het van kracht zijnde ordeningsplan (waarbij de bestemming openbare weg in overeenstemming is met de geldende bestemmingsvoorschriften), is er in deze dan ook effectief sprake van een correcte functionele inpasbaarheid.

 

Schaal-ruimtegebruik-bouwdichtheid

De aanvraag wijkt af inzake de geldende voorschriften (uit zowel van kracht zijnde verkavelingen én ordeningsplan, als uit de Antwerpse bouwcode) die betrekking hebben op de verhardingsgraad van voortuinstroken. Dit aangezien op verschillende plaatsen langsheen vermeld traject (van nagenoeg 3 km) voorzien is dat delen van sommige voortuinen (aan Ekerse zijde) in hun geheel worden verhard. Het verharden van de voortuin vindt plaats in het kader van de geplande heraanleg van de Kapelsesteenweg (N11) waarvoor een notariële herverdeling van de betreffende percelen werd uitgevoerd, dewelke het gevolg is geweest van het toepassen van de uitvoerbaarheid van de onteigeningsmogelijkheden van de van kracht zijnde gewestelijke rooilijn. Hiervoor werd telkens een akkoord gevonden, waardoor de stroken in kwestie een volwaardig onderdeel uitmaken van het openbaar domein en geen voortuin meer betreffen. Er wordt dan ook geadviseerd betreffende afwijkingen als dusdanig te bekrachtigen.

 

Daarnaast wijkt de aanvraag af op artikel 24 van de bouwcode aangezien er op sommige locaties beperkt groen verdwijnt. Aangezien er over het gehele traject van de projectzone nieuwe bomen aangeplant worden door middel van onder andere streekeigen groen en de finale bomenbalans resulteert in een ex aequo aan groenvoorzieningen kan een afwijking op dit artikel worden toegestaan. Er wordt geen afbreuk gedaan aan het groene karakter van de weg. 

 

Visueel-vormelijke elementen

De te hanteren materialisatie, asfalt, klinker- en kasseiverharding en straattegels (alle in een grijze kleur, weliswaar in verschillende tint, met ook een bruine kleur voor de fietspaden) en in beperkte mate grasbetontegels, is zonder meer aanvaardbaar voor de afwerking van dit type van openbaar domein en is in overeenstemming met de daarvoor doorgaans gehanteerde richtlijnen die stad Antwerpen hiervoor hanteert.

Het advies voor dit deelaspect van de aanvraag is bijgevolg eenduidig gunstig.

 

Cultuurhistorische aspecten

In de nieuwe toestand worden voortuinen van enkele woningen met erfgoedwaarde ingenomen. Zoals in bovenstaande reeds toegelicht maakte dit reeds deel uit van een notariële herverdeling in het kader van het de onteigeningsmogelijkheid van de van kracht zijnde gewestelijke rooilijn. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt wordt geoordeeld dat de inname van de voortuinen geen afbreuk doet aan de erfgoedwaarde van de panden aangezien dit louter over een klein deel van de voortuin gaat, grenzend aan het openbaar domein.

 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

Voor voorliggende aanvraag werd advies gevraagd aan de Antwerpse Verkeerspolitie. Het ontvangen advies leest als volgt:

“De Verkeerspolitie heeft vanuit verkeersveiligheidsoogpunt onderstaande opmerking op de aanvraag voor het deels heraanleggen van de gewestweg N11, hoofdzakelijk tussen Brasschaat en Ekeren (Antwerpen) en een zeer beperkt deel in Kapellen: het opbreken en heraanleggen van de verharding, het aanleggen van een gescheiden rioleringsstelsel, het verbreden van de huidige fietspaden, het selectief realiseren van grondinnames en bijkomende verharding, vooral om extra parkeerplaatsen te voorzien; het rooien en heraanplanten van bomen; in functie van waterbeheer: het aanleggen van een bufferbekken op een groenzone tussen de N11 en de ventweg (parallelweg) aan wijk “De Donk”; het exploiteren van een bemaling in 4 fases die technisch noodzakelijk is voor het droog uitvoeren van bouwkundige werken over één traject van circa 2.800 meter.

 

Dit dossier werd besproken op het Coördinatieoverleg Openbaar Domein. Er dient rekening te worden gehouden met de aldaar geformuleerde opmerkingen en voorwaarden.”

 

Dit advies wordt bijgetreden.

 

Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu

 

Het totale tracé meet ongeveer 2,8 km en is onderverdeeld in fasen, deelfasen en strengen: op een eerste niveau werd het tracé verdeeld in vier fasen, van zuid naar noord.
Elke fase is verder onderverdeeld in een aantal deelfasen, dit om te verzekeren dat het doorgaand verkeer in één rijrichting van de Kapelsesteenweg mogelijk blijft tijdens de uitvoering van de werken.
 

Op het einde van elke deelfase is een periode zonder bemaling voorzien, waarin de bovenbouw wordt aangelegd. Na afwerking van het wegdek wordt die rijrichting opnieuw opengesteld, wordt de andere rijrichting afgesloten en wordt de volgende deelfase opgestart. In een deelfase wordt zowel een RWA als een DWA-collector aangelegd in dezelfde sleuf. Langere deelfasen worden nog verder onderverdeeld in strengen van ongeveer 100 m lengte; soms korter indien er dieper wordt uitgegraven en er dus meer water moet worden gepompt ter hoogte van die streng.

Volgende werkwijze wordt opgenomen in het bemalingsadvies;
• De bemaling ter hoogte van een eerste streng wordt opgestart om het grondwaterpeil op de gewenste bemalingsdiepte te krijgen.

• Na 10 kalenderdagen wordt ervan uitgegaan dat het peil zich op het gewenste niveau bevindt en kunnen de werkzaamheden in die streng starten. Tegelijkertijd wordt de bemaling opgezet bij de volgende streng, zodat hier het grondwaterpeil tot de gewenste diepte verlaagd kan worden;

• Na 20 kalenderdagen zijn de werkzaamheden bij de eerste streng afgerond en kunnen de werken verplaatst worden naar de tweede streng. Ondertussen wordt de bemaling ter hoogte van de derde streng ingeschakeld om het grondwater hier te verlagen, enzovoort.

Er wordt bijgevolg altijd op twee strengen bemaald. Elke 10 dagen wordt er 100 m opgeschoven. Strengen binnen eenzelfde subfase worden van noord naar zuid uitgevoerd.

Fase 1
Fase 1 is het meest zuidelijke deel van het tracé en heeft een lengte van ongeveer 800 m. Er wordt gestart met de aanleg van een dwarskoker aan de noordzijde van deze fase en er wordt dan naar het zuiden toegewerkt. De diepst uit te graven punten zijn ter hoogte van de Donksesteenweg en ter hoogte van de Beekstraat gelegen. In fase 1 wordt het diepst uitgegraven ter hoogte van het kruispunt met de Donksesteenweg (deelfase 1.2, uitgraving tot +2,58 m TAW) en ter hoogte van het kruispunt met de Reintjesbeek (deelfase 1.4, uitgravingspeil +2,16 m TAW).

 

Fase 2
Fase 2 heeft een lengte van ongeveer 400 meter en is onderverdeeld in 2 subfasen. Eerst wordt de oostelijke zijde van de Kapelsesteenweg uitgevoerd, vervolgens de westelijke zijde. De sleuf wordt dieper naar het noorden toe. In fase 2 neemt het uitgravingspeil af naar het noorden toe. Het diepste punt bevindt zich ter hoogte van de kruising met de Bisschoppenhoflei (deelfase 2.1, +2,64 m TAW).


Fase 3
Fase 3 heeft een lengte van ongeveer 850 m en is onderverdeeld in twee subfasen. De eerste subfase betreft de westelijke kant van de Kapelsesteenweg, de tweede subfase de oostelijke kant. De sleuf wordt dieper naar het zuiden toe. In fase 3 neemt het uitgravingspeil af naar het zuiden toe, met het diepste punt aan de grens met fase 2 (deelfase 3.2, circa +2,70 m TAW).

Fase 4
Fase 4 heeft een lengte van ongeveer 750 m en wordt onderverdeeld in drie subfasen. De uitgraving wordt dieper naar het noorden toe. Strengen binnen eenzelfde subfase worden van zuid naar noord uitgevoerd. In fase 4 neemt het uitgravingspeil af naar het noorden toe, richting de Kaartsebeek. Het diepste punt bevindt zich in het uiterste noorden, aan het kruispunt met de Maria-Theresialei. Hier bedraagt het uitgravingspeil +2,41 m TAW (deelfase 4.3)

Tussen de opstart van Fase 1 en het beëindigen van Fase 4 bedraagt de totale termijn 1.380 kalenderdagen; ongeveer 3 jaar en 9 maanden. De maximale hoeveelheid grondwater/bemalingswater die over een termijn van 365 opeenvolgende dagen wordt opgepompt, bedraagt 326.280 m³. Dit doet zich voor in het jaar waar wordt bemaald ter hoogte van Fase 2 (deelfase 2) en later geheel Fase 3. Het maximaal bemalingsdebiet bedraagt 100 m³/uur. Het aangevraagde dagdebiet per fase bedraagt 2.400 m³. Deze debieten zouden naargelang de voortgang van de bemaling reduceren tot stationaire debieten van 70-80 m³/uur of ongeveer 1.680 à 1.920 m³ per dag.

Fase

Duur (dagen)

Opgepompt volume (m³)

Fase 1

515

329.300

Fase 2

215

154.250

Fase 3

315

253.700

Fase 4

335

262.350


De maximaal gemodelleerde invloedstraal per bemalingsstreng treedt op het einde van de stationaire fase kortstondig op en schuift op met de voortgang van de werken. Door de noodzakelijke diepere bemaling van de pompstations, reikt de invloedsstraal tot maximaal 1,2 km (4de fase).

 

OVAM-dossiers
Er liggen 61 OVAM-dossiers (deels) binnen de invloedstraal van de bemaling. Onderstaande OVAM-dossiers worden door de bemaling beïnvloed.

OVAM-dossier

Gevonden verontreiniging

8825

BTEX

11108

VOCl

17742

VOCl

25315

tetrachlooretheen

99123

minerale olie


De invloed van de bemaling op de verschillende verontreinigingen werd verder onderzocht in de bemalingsstudie en wordt als aanvaardbaar geacht.

Zettingen
De theoretische absolute zettingen in functie van de verlaging werden berekend op basis van twee sonderingen uitgevoerd langsheen het tracé. De absolute zettingen blijven onder de grenswaarde van 20 mm waardoor de verwachte hinder minimaal wordt geacht. Doch, gelet op de berekende parameters en diens afhankelijkheid van de gebruikte grondparameters wordt aangeraden de grondwaterverlaging en de zettingen nauwkeurig te monitoren bij uitvoering. Voor de differentiële zettingen wordt in de bemalingsstudie geen uiteenzetting gemaakt van de resultaten. Als algemene richtwaarde voor de maximaal toegestane differentiële zetting tussen twee punten gelegen op een tussenafstand van 5 m wordt gesteld dat de hellingshoek van de zettingscurve kleiner moet zijn dan 1/700. Gezien de afstand van het tracé en de dichtbebouwde omgeving is een hoeveelheid van 2 sonderingen waarop de berekening van de absolute zettingen stoelt enigszins schraal. Daarom wordt er bijkomend ook aangeraden meer berekeningen uit te voeren voor een betere analyse van de zettingsgevoeligheid van het tracé.

 

Lozing
In de bemalingsstudie wordt benadrukt dat er meer duidelijkheid moet verkregen worden rond de kwaliteit van het te lozen water vóór het indienen van de vergunningsaanvraag. Deze is tot op heden niet gekend. In de aanvraag werd geen rubriek 3.4 aangevraagd met een eventuele afwijking van de lozingsnormen noch een rubriek 3.6 waarbij een waterzuivering ingezet kan worden ter zuivering van het bemalingswater. In de bemalingsstudie staat dat indien blijkt dat er een waterzuiveringsinstallatie nodig is, dit nodig zal zijn voor een debiet van 50 m³ per uur, onderhevig aan een klasse 1 vergunningsaanvraag. In de MER-ontheffing wordt bovendien herhaald onder ‘leemten in de kennis’ dat er geen staalnames gedaan werden ter hoogte van het projectgebied waardoor de grondwaterkwaliteit niet bekend is.

De exploitant wenst het bemalingswater voor fases 1 en 2 te lozen in de Donksebeek of de Fortuinbeek. Voor fase 3 wordt het bemalingswater geloosd in de Donksebeek of in de nieuwe RWA-leiding uit fase 2. Voor fase 4 wenst de exploitant het bemalingswater te lozen in de Kaartse Beek.

 

Gezien de grootte van het project, de hoeveelheid bemalingswater en het gebrek aan kennis over de waterkwaliteit van het bemalingswater, dient er een betere inschatting te gebeuren met betrekking tot de grondwaterkwaliteit, de lozingsparameters en of de waterlopen het debiet aankunnen. Vanwege het ontbreken van deze kennis, kan ook niet afgetoetst worden of het bemalingswater geloosd kan worden in de genoemde waterlopen en of de juiste rubrieken zijn aangevraagd. Omwille van bovenstaande redenen dient in de voorwaarden opgelegd te worden dat een bijkomende vergunning dient aangevraagd te worden voor de rubrieken 3.4 en 3.6. Bovendien moet er voorafgaand het lozen in de waterlopen toestemming bekomen worden van de beheerders van deze waterlopen. 

 

Beschoeiing

Aan de noordkant van Fase 4, vlak bij de brug over de Kaartse Beek, is een diepe uitgraving voorzien vlak bij de bestaande waterloop. Hier werd besloten binnen waterkerende wanden te werken die in het Kleiig Zand van Kruisschans zijn aangezet. Deze wanden zijn overgenomen in het grondwatermodel. Er wordt uitgegaan van waterkerende wanden met een weerstand van 500 dagen. Mogelijks zijn er andere risicovolle plaatsen langsheen het tracé waar waterkerende wanden noodzakelijk blijken om stabieltechnische redenen bijvoorbeeld aan de oostelijke zijde van Fase 2, waar de Fortuinbeek langs de straat loopt. Deze wanden werden niet mee opgenomen in het grondwatermodel gezien het nog niet gekend is tot op welke diepte en op welke exacte locatie de wanden juist geplaatst zullen worden. 

 

Speciale beschermingszones en VEN- en IVON-gebieden

De dichtstbijzijnde Speciale Beschermingszone is Habitatrichtlijngebied “Bos- en heidegebieden ten oosten van Antwerpen” op een afstand van ongeveer 900 m ten zuidoosten van het tracé. Het dichtstbijzijnde VEN-gebied “De Oude Landen en Bospolder” is op meer dan 1,5 km van de site gelegen.
In de bemalingsstudie wordt nog gemeld dat er gekeken moet worden of de invloed van de bemaling reikt tot deze gebieden. Indien dit het geval zou zijn, moet worden verzekerd dat de bemaling geen onaanvaardbare invloed zal veroorzaken op het beschermde gebied. In de MER-ontheffing wordt gezegd dat het SBZ-gebied “Bos en heide-gebieden ten Oosten van Antwerpen” niet gelegen is binnen de invloedszone van de tijdelijke bemaling. Het VEN-gebied “De Oude Landen en Bospolder” ligt eveneens niet binnen de invloedszone van de tijdelijke bemaling. In de bemalingsstudie werd de maximale grondwaterverlaging (in meter) van het tracé uitgezet ten opzichte van de VEN- en Habitatrichtlijngebieden in de omgeving. De gebieden vallen buiten de invloedsfeer van de bemaling. Hierdoor kan gesteld worden dat de grondwaterverlaging geen onaanvaardbare invloed veroorzaken op deze gebieden.
Uit het stroomschema van de VMM voor rubriek 53.2 staat dat er mogelijks een overlap kan zijn met rubriek 53.8 of 53.11. Wanneer dit stroomschema verder wordt gevolgd waarbij; het bemalingswater niet wordt gebruikt, het netto onttrokken debiet niet meer bedraagt dan 2.500 m³/dag, het totaal onttrokken debiet meer bedraagt dan 1.000 m³ per dag en gelegen is in of nabij een kustduin of speciale beschermingszone dan is rubriek 53.11.2° van toepassing.
Mogelijks dient deze rubriek toegevoegd te worden aan de aanvraag gezien het project wel nabij een speciale beschermingszone ligt.

Beschermde gebieden
Het enige groen-, natuurontwikkelings-, park- of bosgebied in de onmiddellijke omgeving van het gepland tracé is parkgebied “Hof De Bist” op ongeveer een 250 m ten westen van Fase 3 gelegen. Op de verdrogingskaart staat het grootste deel van het parkgebied als “niet kwetsbaar voor verdroging” aangegeven. De invloed van de bemaling op deze zones wordt bijgevolg als aanvaardbaar geacht. Een klein deel van het park is echter ingekleurd als “zeer kwetsbaar” voor verdroging. Volgens de biologische waarderingskaart gaat het over nitrofiel, alluviaal elzenbos. De maximale verlaging ter hoogte van dit gebied bedraagt 30 cm. Er wordt in de bemalingsstudie geadviseerd best met de terreinbeheerder af te spreken om te kijken of deze verlaging een probleem vormt en of er beschermende maatregelen genomen moeten worden. De beschermende maatregelen worden verder niet benoemd. In de MER-ontheffing wordt besloten dat het negatief effect ter hoogte van de zeer kwetsbare zone voor verdroging beperkt is gezien het zich slechts tijdelijk zal voordoen. Echter valt een bemaling van 3 jaar en 9 maand niet meer onder een tijdelijk karakter en zijn de maatregelen met betrekking tot voorkoming van de verdroging niet voldoende uitgewerkt. Dit werd mee opgenomen in de voorwaarden van het advies.

 

Erfgoed

Er zijn verschillende beschermde monumenten in de omgeving van het tracé gelegen. Daarnaast zijn veel gebouwen langs de Kapelsesteenweg als bouwkundig erfgoed gekarteerd Er dient te worden nagekeken of de bemaling geen onaanvaardbare zettingsrisico’s met zich meebrengt die schade kunnen veroorzaken aan deze gebouwen. Daarnaast is “Domein De Bist” als beschermd parkgebied gekarteerd.
In de bemalingsstudie wordt gesproken over beschoeiingen ter hoogte van brug nabij de Kaartse Beek (fase 4). Verder wordt gezegd dat er mogelijks nog waterkerende wanden noodzakelijk kunnen blijken omwille van stabiel technische redenen maar dit wordt niet verder uitgewerkt. Er wordt aangeraden dit verder te onderzoeken met het oog op zettingsgevoelige gebieden en erfgoed.

 

Conclusie

Indien een vergunning verleend zou worden, dienen volgende zaken nog uitgeklaard of bijkomend aangevraagd te worden voor de ingedeelde inrichtingen of activiteiten (IIOA):

  1. verduidelijking van de kwaliteit van het te lozen bemalingswater;
  2. het aanvragen en bekomen van een omgevingsvergunning voor de bijkomende zuivering en eventuele afwijkende lozingsnormen in het kader van de kwaliteit van het te lozen water;
  3. meer zettingsberekeningen uitvoeren om de zettingsrisico’s beter in kaart te brengen;
  4. locaties waar extra beschoeiingen geplaatst zullen worden in het kader van zettingsgevoelige gebieden en beschermd erfgoed uitwerken;
  5. beschermende maatregelen uitwerken voor het parkgebied in Hof De Bist dat kwetsbaar is voor verdroging.


Indien een vergunning verleend zou worden, dienen volgende zaken nog uitgeklaard te worden voor de stedenbouwkundige handelingen (SH):

1. De voorwaarden en richtlijnen uit de bijgevoegde adviezen van zowel Aquafin en Fluvius, als Proximus, zijn na te leven op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie.

 

Advies van het college

Gunstig advies te verlenen voor de aanvraag tot omgevingsvergunning onder voorwaarden.

 

Dit werd opgemaakt op basis van PIV7 (projectinhoudversie).

Fasering

Procedurestap

Datum

Ontvangst adviesvraag

10 oktober 2025

Start 1e openbaar onderzoek

18 oktober 2025

Einde 1e openbaar onderzoek

24 oktober 2025

Start laatste openbaar onderzoek

31 oktober 2025

Einde laatste openbaar onderzoek

29 november 2025

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste adviesdatum

29 november 2025

 

Onderzoek

De aanvraag werd onderworpen aan 2 openbare onderzoeken. Er werden standpunten, opmerkingen en/of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.

 

Het openbaar onderzoek was korter dan de normale 30 dagen omdat het vroegtijdig is stopgezet.

 

Bespreking van de bezwaren

 

Bezwaren uit vorige openbare onderzoeken over de aanvraag die nog relevant zijn, worden hier ook besproken.

 

De reeds ontvangen bezwaarschriften (tot en met 25 november 2025) kunnen als volgt worden samengevat en beoordeeld:

 

  1. Verkeersproblemen: door het niet meer voorzien van afgescheiden bushaltes maar een locatie op de openbare rijweg als stopplaats voor de bussen in kwestie, zal ontoelaatbare verkeershinder ontstaan wanneer de bussen zullen stilhouden aan een halte.

Beoordeling:

Vermelde (bijkomende) hinder is, los van het feit dat de weg in kwestie effectief bekend staat voor zijn drukke verkeersdoorstroming, echter louter hypothetisch, dit onder andere omwille van het feit dat het openbaar vervoer slechts een fractie uitmaakt van de vermelde stroom en dat de stoppen waarvan sprake (die niet bij elke gelegenheid plaatsvinden trouwens) slechts sporadisch te noemen zijn en dus in het minst gunstige scenario niet meer dan incidenteel zal voorkomen. Betreffende situatie werd door alle betrokken partijen geëvalueerd en voldoende gunstig bevonden. In de MER-ontheffing wordt gemotiveerd dat er geen aanzienlijke negatieve effecten zijn met betrekking tot de discipline mobiliteit.

Het bezwaar is ongegrond.

 

  1. Onvoldoende fietsfacilitering: door de voorziene opstelling ter hoogte van de kruispunten van Kapelsesteenweg met enerzijds Molenlei, anderzijds Schriek, zullen fietsers 2 maal moeten wachten om een kruispunt veilig over te kunnen steken, ook aangezien geen afslag naar rechts zonder verkeerslicht werd voorzien.

Beoordeling:

De eerste betrachting is in deze voornamelijk het veilig afhandelen van de verkeerssituatie, ook wat de fietsers betreft, en het voorgelegde ontwerp voldoet voldoende aan betreffende randvoorwaarden. Op plaatsen waar de ruimte beschikbaar is, werd het rechts afslagen voorzien zonder verkeerslichten doch spijtig genoeg is dergelijke niet overal voorhanden, gelet op de wijzigende straatbreedte (ook van gevel tot gevel); de aangepaste aanleg zorgt echter voor een correcte verkeerstechnische en veilige invulling.

Het bezwaar is ongegrond.

 

  1. Parkeerdruk: door zich te baseren op tellingen die dateren van 4 à 5 jaar geleden inzake parkeervoorzieningen en -behoeftes kan geen correcte inschatting gemaakt worden voor een degelijke heraanleg. Het verdwijnende aantal parkeerplaatsen zal dan ook voor een onaanvaardbare overlast zorgen. Bovendien zullen veel bewoners van appartementsgebouwen en gebruikers/leveranciers van de handelszaken zich op het openbare domein domein moeten parkeren voor het laden en lossen wat voor nog meer verkeershinder zal zorgen. Het verminderen van het aantal bestaande parkeerplaatsen is onvoldoende gemotiveerd en druist in tegen de voorschriften.

Beoordeling:

De heraanleg is gebaseerd op duidelijke en rationeel beschikbare gegevens – er kan niet uitgegaan worden van toekomstig geprojecteerde wijzigingen, dewelke op dit moment louter als hypothetisch en theoretisch dienen te worden beschouwd. De globale verkeerssituatie is bekeken in een groter kader en niet zozeer enkel voor de heraanleg van dit deel van de straat. In de MER-ontheffing wordt duidelijk het gevoerde onderzoek naar de mobiliteitseffecten, inclusief de parkeerbehoefte, toegelicht en geconcludeerd dat er geen negatieve aanzienlijke effecten te verwachten zijn. Het ontwerp beoogt daarnaast een opwaardering van de fietsinfrastructuur en het openbaar vervoer met het oog op een uniforme wegindeling om de veiligheid en de doorstroming te verbeteren, in functie van de modal shift. Daarnaast wordt verwezen naar volgende nota op de website van AWV: https://wegenenverkeer.be/sites/default/files/uploads/documenten/N11_Kapelsesteenweg_Nota%20-%20opmerkingen%20handelaars%20-%20infomoment%2020250904.pdf.

Het bezwaar is ongegrond.

  1. Foutieve uitvoering openbaar onderzoek: niet alle aanpalenden werden in het kader van het openbare onderzoek correct en ten persoonlijke titel aangeschreven, zoals vormelijk voorgeschreven.

Beoordeling:

De foutieve uitvoering van het eerste openbare onderzoek werd vroegtijdig geconstateerd, waarna een tweede openbaar onderzoek werd georganiseerd, deze keer met een correcte aanschrijving van alle betrokkenen (zoals ook door de bezwaarindiener in kwestie aangegeven), waardoor er ontegenzeglijk sprake is van een correcte procedurele uitvoering ervan.

Het bezwaar is ongegrond.

 

  1. Vandalisme: fietsenstallingen zorgen uit ervaring enkel voor overlast en vandalisme, dit aangezien hier sprake is van gebroken glas, afval, lawaai en andere overlast. Dergelijke fietsenstallingen dienen voorzien te worden op plaatsen waar ze nodig zijn, zoals ter hoogte van omvangrijke winkel- of mobiliteitsclusters (en niet ergens halverwege, ter hoogte van privéwoningen).

Beoordeling:

De plaatsing van vermelde fietsenstallingen, zijnde de zogenaamde open “nietjes”, is gebaseerd op een degelijke verdeling over de volledige lengte van de projectzone, waarbij wordt uitgegaan dat niet enkel mobiliteitshubs of commerciële clusters dergelijke vereisen maar dat ook een ruim aantal woongebouwen over onvoldoende degelijk ingerichte fietsstalplaatsen kunnen beschikken. Bijkomend is de overlast waarnaar wordt verwezen louter hypothetisch te noemen en zonder meer niet bewezen in het bezwaarschrift in kwestie.

Het bezwaar is ongegrond.

 

  1. Behoud en heraanplanting van groen: het verdwijnen van groen en bomen is eenvoudigweg onaanvaardbaar, dit aangezien betreffende de leefkwaliteit mee bewaakt. Een degelijke heraanplant, dit met een gestructureerd toekomstig onderhoud, is dan ook aangewezen.

Beoordeling:

Er werd over het gehele traject van de projectzone voorzien deels nieuwe bomen aan te planten (aan de oostzijde worden ze bovendien grotendeels behouden) en dit door middel van onder andere streekeigen groen; dit resulteerde in een ex aequo aan groenvoorzieningen. De ruime groenzone waarvan sprake wordt bovendien niet opgeheven maar als volwaardige groenzone heraangelegd, dit met de nodige aandacht voor hemelwater- en verblijfsvoorzieningen, waardoor geen afbreuk wordt gedaan aan het groene karakter van deze strook. Het algemene onderhoud van betreffende valt niet onder de bepalingen van het ruimtelijk afwegingskader.

Het bezwaar is ongegrond.

 

  1. Verdwijnen van bestaande publiciteitsinrichtingen: De bezwaarindiener stelt dat publiciteitsinrichtingen door het uitbreiden van de weg te dicht tegen het openbaar domein zouden staan waardoor deze onbruikbaar worden.

Beoordeling: Langsheen de Kapelsesteenweg (N11) was reeds een gewestelijke rooilijn van toepassing. In geval van een vergunningsaanvraag voor een publiciteitsinrichting in de voortuin werd het advies van het Agentschap wegen en verkeer gevraagd en werd rekening gehouden met deze gewestelijke rooilijn. Door middel van een notariële herverdeling werden de onteigeningsmogelijkheden volgens de gewestelijke rooilijn uitgevoerd. Er is dus in deze geen sprake van een gewijzigde afstand van inrichtingen ten opzichte van de gewestelijke rooilijn waardoor eventuele vergunde publiciteitsinrichtingen behouden kunnen blijven.

Het bezwaar is ongegrond.

 

  1. Invloed van de bemaling op beschermde gebieden en erfgoed: De bezwaarindiener merkt op dat de projectlocatie zich op beperkte afstand bevindt van verschillende waardevolle en beschermde gebieden en dat de invloed in de bemalingsstudie niet volledig is uitgesloten. Een stuk van het Domein De Bist is namelijk zeer kwetsbaar voor verdroging. De bezwaarindiener maakt zich bovendien zorgen over de grondwaterverlaging, de trillingen en de zettingsrisico’s die deze met zich meebrengen.

Beoordeling:
Er wordt in de bemalingsstudie geadviseerd om wat betreft het Domein Hof De Bist met de terreinbeheerder af te spreken om te kijken of deze verlaging een probleem vormt en of er beschermende maatregelen genomen moeten worden.  In de MER-ontheffing wordt besloten dat het negatief effect ter hoogte van de zeer kwetsbare zone voor verdroging beperkt is gezien het zich slechts tijdelijk zal voordoen. Echter valt een bemaling van 3 jaar en 9 maand niet meer onder een ‘tijdelijk karakter’ en zijn de maatregelen met betrekking tot voorkoming van de verdroging bovendien niet voldoende uitgewerkt. Het bezwaar is gegrond. Wat betreft de verschillende beschermde monumenten in de omgeving klopt het dat er in de bemalingsstudie verder onderzoek nodig is rond de zettingsgevoelige gebieden nabij erfgoed. Dit werd mee opgenomen in het advies. Het bezwaar is gegrond.

 

  1. Onterechte MER-ontheffing: De bezwaarindiener betwist de geldigheid en rechtsgeldige motivering van de verleende ontheffing van de MER-plicht. Volgens artikel 4.3.2, §2, tweede lid 1° DABM is het slechts mogelijk een ontheffing aan te vragen wanneer uit een gemotiveerd verzoek blijkt dat het project geen aanzienlijke gevolgen kan hebben voor het milieu en een project-MER redelijkerwijze geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten. Verder stelt de bezwaarindiener dat de risico’s rond de discipline mens en ruimte niet zijn uitgewerkt en de risico’s rond het gebied in het Domein De Bist niet zijn uitgesloten gezien erin aangeraden wordt met de terreinbeheerder te overleggen of er beschermende maatregelen nodig zijn. Ook wordt gesteld dat de effecten rond mobiliteit onvoldoende zijn onderzocht.

Beoordeling:
De evaluatie van een verzoek tot MER-ontheffing valt onder de bevoegdheid het Team Omgevingseffecten van het Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid en wordt hier daarom niet verder besproken. Het ontheffingsverzoek werd op 7 januari 2025 goedgekeurd voor een periode van 4 jaar (PR2920).


10. Bezorgdheid over de mobiliteit en vraag tot uitstel van werken: De bezwaarindiener geeft aan dat Antwerpen-Noord met een verkeersprobleem kampt gezien de huidige fase die de Oosterweelwerken zijn ingegaan. De bezwaarindiener geeft mee dat er 2 rijstroken op de ring richting Gent onleefbaar zijn, de Kapelsesteenweg als alternatieve route gebruikt wordt als de A12 richting Antwerpen dichtslibt en dat er rekening dient gehouden te worden met eventuele andere werken/werven in de buurt. In Ekeren zou er altijd een doorgangsweg onderbroken worden (Schriek, Laar, Veltwijcklaan,…). De bezwaarindiener vraagt om rekening te houden met de verkeerssituatie rond de belangrijke verkeersaders in het Noorden van de provincie en deze op te nemen in de planning van de werken.

Beoordeling: De geplande werf is tijdelijk van aard en maakt deel uit van een noodzakelijke investering in de verkeersveiligheid en infrastructuurkwaliteit. In de MER-ontheffing zijn de tijdelijke verkeerssituatie en de impact op de omgeving onderzocht. Daarbij worden twee alternatieve vrachtroutes omschreven. De te gebruiken vrachtroute wordt bepaald op basis van verdere afspraken en de actuele verkeersdruk op het moment van de uitvoering van de werken. Op basis van de beoordeling is gemotiveerd vastgesteld dat er geen negatieve effecten op de verkeersleefbaarheid of verkeersveiligheid te verwachten zijn die verder gaan dan normale en aanvaardbare werfhinder. Het ontheffingsverzoek werd op 7 januari 2025 goedgekeurd door het Team Omgevingseffecten van het Departement Omgeving van de Vlaamse Overheid voor een periode van 4 jaar (PR2920).

 

Informatievergadering

Een informatievergadering was niet vereist en werd niet gehouden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een gunstig advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, te geven op de aanvraag onder volgende voorwaarden.


Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden 

  1. De voorwaarden en richtlijnen uit de bijgevoegde adviezen van zowel Aquafin en Fluvius, als Proximus, zijn na te leven op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie.

Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden

  1. verduidelijking van de kwaliteit van het te lozen bemalingswater;
  2. het aanvragen en bekomen van een omgevingsvergunning voor de bijkomende zuivering en eventuele afwijkende lozingsnormen in het kader van de kwaliteit van het te lozen water;
  3. meer zettingsberekeningen uitvoeren om de zettingsrisico’s beter in kaart te brengen;
  4. locaties waar extra beschoeiingen geplaatst zullen worden in het kader van zettingsgevoelige gebieden en beschermd erfgoed uitwerken;
  5. beschermende maatregelen uitwerken voor het parkgebied in Hof De Bist dat kwetsbaar is voor verdroging.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.