Terug
Gepubliceerd op 12/01/2026

2026_CBS_00016 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Voorwaardelijk gunstig advies - OMV_2025125864. Polderdijkweg 3. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 09/01/2026 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Patrick Janssens, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Johan Klaps, schepen; Ken Casier, schepen; Karim Bachar, schepen; Stijn De Rooster, schepen; Nathalie van Baren, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur

Afwezig

Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur
2026_CBS_00016 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Voorwaardelijk gunstig advies - OMV_2025125864. Polderdijkweg 3. District Antwerpen - Goedkeuring 2026_CBS_00016 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Voorwaardelijk gunstig advies - OMV_2025125864. Polderdijkweg 3. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd bij de deputatie een verzoek tot bijstelling van vergunningsvoorwaarden ingediend. Het verzoek wordt behandeld volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

De deputatie verzoekt het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om:

- een openbaar onderzoek te houden;

- advies uit te brengen.

 

Projectnummer:

OMV_2025125864

Gegevens van de aanvrager:

zie exploitant

Gegevens van de exploitant:

BV EXXONMOBIL PETROLEUM & CHEMICAL (0416375270) met als contactadres Polderdijkweg 3 te  Antwerpen

Ligging van het project:

Polderdijkweg 3 te 2030 Antwerpen.

Kadastrale percelen:

afdeling 14 sectie A nrs. 38L, 51F, 120T, 134T4, 305P2 en 305R2

waarvan:

 

-          20180720-0027

afdeling 14 sectie A nrs. 38L, 134T4, 305R2, 51F, 305P2 en 120T (ExxonMobil Raffinaderij)

Vergunningsplichten:

exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorwerp van het verzoek:

Aanvraag tot bijstelling van de bijzondere lozingsnormen voor de lozing van bedrijfsafvalwater.

 

Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten

 

Voorgeschiedenis

Op 23 december 2010 werd door de deputatie van de provincie Antwerpen een milieuvergunning verleend voor het verder exploiteren van een raffinaderij, voor een termijn verstrijkend op 23 december 2030. Nadien werden er nog diverse vergunningen verleend voor veranderingen.

 

Inhoud van de aanvraag

Het voorwerp van de aanvraag betreft een bijstelling van de bijzondere milieuvoorwaarden, met name de lozingsnormen voor diverse PFAS-parameters.

 

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 24 en 42 van het Omgevingsvergunningsdecreet heeft het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar de bevoegdheid advies uit te brengen voor de vergunningsaanvragen op haar grondgebied waarvoor de deputatie, de Vlaamse regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de bevoegde overheid is, tenzij:

 

  1. de aanvraag ingediend is door het betrokken college;
  2. de aanvraag louter betrekking heeft op mobiele of verplaatsbare ingedeelde inrichtingen of activiteiten.

 

Het college heeft op 17 november 2017 (jaarnummer 2017_CBS_08858) beslist om de adviesbevoegdheid op te nemen.

Argumentatie

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Haven van Antwerpen-Brugge, subadvies milieu

25 november 2025

19 december 2025

Voorwaardelijk gunstig

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn.

 

De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen.

Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.

 

Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd als Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.

 

Zulk gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams havengebied als onderdeel van de haven van Antwerpen. Het is bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur.

 

Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de bestemming en voor de exploitatie van de haven en de bedrijven zijn toegelaten.

Daartoe worden ook de volgende werken, handelingen, voorzieningen, en wijzigingen gerekend:

- de aanleg en het onderhoud van infrastructuur die nodig is voor de toegankelijkheid of voor verbindingen langs de waterzijde en langs de landszijde;

- het laguneren of op een andere wijze bergen of verwerken van baggerspecie.

 

Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van tijdelijke ecologische infrastructuur toegelaten.

In het gebied zijn eveneens gebouwen of lokalen voor bewakingspersoneel toegelaten.

In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven- en industriële activiteiten. De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu

 

ExxonMobil Petroleum & Chemical baat aan de Scheldelaan een raffinaderij uit onder de naam Esso Raffinaderij. Er wordt op basis van ruwe aardolie een breed gamma aan petrochemische producten, brandstoffen en basisproducten voor de chemie geproduceerd.

 

Voorliggende aanvraag betreft een bijstelling van een eerder opgelegde bijzondere voorwaarde. Meer specifiek betreft het de opgelegde emissiegrenswaarden voor enkele individuele PFAS-parameters. Deze lozingsnormen werden opgelegd voor een periode van 2 jaar (tot 16 mei 2026). De aanvrager wenst nu nieuwe lozingsnormen aan te vragen en dit voor een periode van 5 jaar, tot 23 december 2030.

 

Parameter

Huidige lozingsnorm (ng/l)

Aangevraagde lozingsnorm (ng/l)

PFBS

60

40

PFHxS

100

100

PFOS / PFOS totaal

100

100

PFBA

75

75

PFPeA

100

100

PFHxA

100

100

PFHpA

100

40

PFOA / PFOA totaal

50

30

HFPO-DA

100

-

6:2 FTS

100

100

PFHxSA

50

50

Hieruit kan men concluderen dat er een positieve evolutie aan de gang is, één norm moet namelijk niet meer worden opgenomen, en sommige andere normen werden reeds verlaagd in concentratie.

 

De aanvrager startte een brononderzoek op om de oorzaak van de PFAS in het afvalwater te onderzoeken. Door de grootte en complexiteit van het terrein werden externe experts ingeschakeld. In de eerste fase zijn alle inkomende en uitgaande waterstromen onderzocht, maar geen van de inkomende stromen bleek een duidelijke PFAS-bron. Mogelijke interne bronnen zijn atmosferische depositie, migratie uit de omgeving en historische brandbestrijdingsactiviteiten.

 

Analyse van de waterzuiveringsinstallatie wees uit dat het rioleringssysteem de belangrijkste PFAS-bron is. In het rioleringsnetwerk zijn drie tot vier zones met verhoogde PFAS-waarden gevonden, maar ook elders kwamen verhoogde waarden voor. Bemalingen, geloosd op eigen riolering, gaven hierdoor ook aanleiding tot verhoogde concentraties. Behandeling van alleen deze zones is niet voldoende om aan de lozingsnorm te voldoen. De exploitant concludeerde dat een extra zuiveringsstap (end-of-pipe) nodig is om de PFAS-concentratie in het afvalwater onder de norm te krijgen. De exploitant gaf wel reeds aan om in de tussentijd decentraal de bemalingen te zuiveren.

 

In navolging van deze studie werd in 2024 een aanbesteding uitgeschreven, waarbij de markt breed benaderd werd. Deze bedrijven gaven steeds aan dat lab en piloottesten noodzakelijk zijn om een geschikte oplossing te vinden. Er werd bijvoorbeeld reeds geëxperimenteerd met een PFAS-bindend additief. Deze testen werden opgestart in mei 2025 en de resultaten worden verwacht begin 2026. Men verwacht nu om pas tegen eind 2030 een end-of-pipe-techniek voorzien te hebben. Men stelt wel voor om in de tussentijd periodiek updates te geven over de voortgang, meetresultaten en eventuele bijkomende optimalisaties.

 

De kaderrichtlijn Water stelt dat het oppervlaktewater de goede toestand moet bereiken en dat er geen achteruitgang van die toestand mag zijn. Elke bijkomende lozing van PFAS zal leiden tot een druk die de draagkracht van het aquatische ecosysteem overschrijdt en de facto een achteruitgang van de toestand zal veroorzaken. Om een bijkomende druk te vermijden is het aanbevolen de PFAS-verbindingen zo ver als mogelijk te zuiveren. De huidige rapportagegrens van 20 ng/liter (of voor een aantal 50 ng/liter) per individuele component geldt hierbij als richtwaarde. De exploitant heeft al verschillende stappen gezet in de goede richting, maar heeft nog geen specifieke PFAS-verwijderingstechniek, zoals de BBT voorschrijft. Ook de Haven van Antwerpen-Brugge stelt in haar subadvies dat er sneller moet ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van het dokwater. Om deze reden vraagt het college om de lozingsnormen voor de individuele PFAS-verbindingen louter te gunnen voor 2 jaar. Bijkomend heeft de Haven van Antwerpen-Brugge nog volgende specifieke bemerkingen inzake de hoogte van de gevraagde normen:

  • Het Havenbedrijf adviseert gunstig voor wat betreft de voorgestelde lozingsnorm voor PFBA (i.e. 75 ng/liter).
  • Het Havenbedrijf adviseert ongunstig voor de overige aangevraagde PFAS-parameters: PFBS, PFHxS, PFOS totaal, PFPeA, PFHxA, PFHpA, PFOA, 6:2 FTS, PFHxSA). Voor deze parameters moet worden gestreefd naar de rapportagegrens conform VLAREM II (i.e. 20 ng/liter en 50 ng/liter). De discrepantie tussen de P50-analyseresultaten van het effluent die de aanvrager in het dossier opnam en de aangevraagde lozingsnorm is nu te groot. Voorts tonen de P50-analyseresultaten aan dat het halen van de rapportagegrens haalbaar is.
  • Verder stellen zo ook da de schrapping van de PFAS-parameters HFPO-DA verder moet worden toegelicht gelet op de gevonden concentraties in het effluentwater 112 ng/liter (P50) en 153 ng/liter (P80).

De stad Antwerpen volgt deze redenering integraal en wenst dus dat de normen bijgesteld worden zoals de Haven van Antwerpen-Brugge dit vraagt en wenst dat de duurtijd beperkt wordt tot 2 jaar.

 

Advies van het college

Gunstig advies te verlenen voor de aanvraag tot omgevingsvergunning onder voorwaarden.

 

Dit advies werd opgemaakt op basis van PIV 1.

 

Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden

1. De normen dienen bijgesteld te worden zoals in het advies omschreven en de duurtijd dient beperkt te worden tot 2 jaar.

 

Fasering

Procedurestap

Datum

Ontvangst adviesvraag

21 november 2025

Start openbaar onderzoek

28 november 2025

Einde openbaar onderzoek

27 december 2025

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste adviesdatum

10 januari 2026

 

Onderzoek

Het verzoek werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Op het moment van opmaak van dit verslag is het openbaar onderzoek nog lopende. De beoordeling van eventuele bijkomende bezwaren wordt overgelaten aan de vergunningverlenende overheid.  

 

Informatievergadering

Een informatievergadering was niet vereist en werd niet gehouden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een gunstig advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, te geven op het verzoek, onder volgende voorwaarden.

 

Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden

1. De normen dienen bijgesteld te worden zoals in het advies omschreven en de duurtijd dient beperkt te worden tot 2 jaar.

 

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.