Er werd bij de deputatie een verzoek tot bijstelling van vergunningsvoorwaarden ingediend. Het verzoek wordt behandeld volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
De deputatie verzoekt het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om:
- een openbaar onderzoek te houden;
- advies uit te brengen.
Projectnummer: | OMV_2025125864 |
Gegevens van de aanvrager: | zie exploitant |
Gegevens van de exploitant: | BV EXXONMOBIL PETROLEUM & CHEMICAL (0416375270) met als contactadres Polderdijkweg 3 te Antwerpen |
Ligging van het project: | Polderdijkweg 3 te 2030 Antwerpen. |
Kadastrale percelen: | afdeling 14 sectie A nrs. 38L, 51F, 120T, 134T4, 305P2 en 305R2 |
waarvan: |
|
- 20180720-0027 | afdeling 14 sectie A nrs. 38L, 134T4, 305R2, 51F, 305P2 en 120T (ExxonMobil Raffinaderij) |
Vergunningsplichten: | exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten |
Voorwerp van het verzoek: | Aanvraag tot bijstelling van de bijzondere lozingsnormen voor de lozing van bedrijfsafvalwater. |
Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Voorgeschiedenis
Op 23 december 2010 werd door de deputatie van de provincie Antwerpen een milieuvergunning verleend voor het verder exploiteren van een raffinaderij, voor een termijn verstrijkend op 23 december 2030. Nadien werden er nog diverse vergunningen verleend voor veranderingen.
Inhoud van de aanvraag
Het voorwerp van de aanvraag betreft een bijstelling van de bijzondere milieuvoorwaarden, met name de lozingsnormen voor diverse PFAS-parameters.
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 24 en 42 van het Omgevingsvergunningsdecreet heeft het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar de bevoegdheid advies uit te brengen voor de vergunningsaanvragen op haar grondgebied waarvoor de deputatie, de Vlaamse regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de bevoegde overheid is, tenzij:
Het college heeft op 17 november 2017 (jaarnummer 2017_CBS_08858) beslist om de adviesbevoegdheid op te nemen.
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Haven van Antwerpen-Brugge, subadvies milieu | 25 november 2025 | 19 december 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn.
De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen.
Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.
Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd als Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.
Zulk gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams havengebied als onderdeel van de haven van Antwerpen. Het is bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur.
Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de bestemming en voor de exploitatie van de haven en de bedrijven zijn toegelaten.
Daartoe worden ook de volgende werken, handelingen, voorzieningen, en wijzigingen gerekend:
- de aanleg en het onderhoud van infrastructuur die nodig is voor de toegankelijkheid of voor verbindingen langs de waterzijde en langs de landszijde;
- het laguneren of op een andere wijze bergen of verwerken van baggerspecie.
Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van tijdelijke ecologische infrastructuur toegelaten.
In het gebied zijn eveneens gebouwen of lokalen voor bewakingspersoneel toegelaten.
In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven- en industriële activiteiten. De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.
Omgevingstoets
Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu
ExxonMobil Petroleum & Chemical baat aan de Scheldelaan een raffinaderij uit onder de naam Esso Raffinaderij. Er wordt op basis van ruwe aardolie een breed gamma aan petrochemische producten, brandstoffen en basisproducten voor de chemie geproduceerd.
Voorliggende aanvraag betreft een bijstelling van een eerder opgelegde bijzondere voorwaarde. Meer specifiek betreft het de opgelegde emissiegrenswaarden voor enkele individuele PFAS-parameters. Deze lozingsnormen werden opgelegd voor een periode van 2 jaar (tot 16 mei 2026). De aanvrager wenst nu nieuwe lozingsnormen aan te vragen en dit voor een periode van 5 jaar, tot 23 december 2030.
Parameter | Huidige lozingsnorm (ng/l) | Aangevraagde lozingsnorm (ng/l) |
PFBS | 60 | 40 |
PFHxS | 100 | 100 |
PFOS / PFOS totaal | 100 | 100 |
PFBA | 75 | 75 |
PFPeA | 100 | 100 |
PFHxA | 100 | 100 |
PFHpA | 100 | 40 |
PFOA / PFOA totaal | 50 | 30 |
HFPO-DA | 100 | - |
6:2 FTS | 100 | 100 |
PFHxSA | 50 | 50 |
Hieruit kan men concluderen dat er een positieve evolutie aan de gang is, één norm moet namelijk niet meer worden opgenomen, en sommige andere normen werden reeds verlaagd in concentratie.
De aanvrager startte een brononderzoek op om de oorzaak van de PFAS in het afvalwater te onderzoeken. Door de grootte en complexiteit van het terrein werden externe experts ingeschakeld. In de eerste fase zijn alle inkomende en uitgaande waterstromen onderzocht, maar geen van de inkomende stromen bleek een duidelijke PFAS-bron. Mogelijke interne bronnen zijn atmosferische depositie, migratie uit de omgeving en historische brandbestrijdingsactiviteiten.
Analyse van de waterzuiveringsinstallatie wees uit dat het rioleringssysteem de belangrijkste PFAS-bron is. In het rioleringsnetwerk zijn drie tot vier zones met verhoogde PFAS-waarden gevonden, maar ook elders kwamen verhoogde waarden voor. Bemalingen, geloosd op eigen riolering, gaven hierdoor ook aanleiding tot verhoogde concentraties. Behandeling van alleen deze zones is niet voldoende om aan de lozingsnorm te voldoen. De exploitant concludeerde dat een extra zuiveringsstap (end-of-pipe) nodig is om de PFAS-concentratie in het afvalwater onder de norm te krijgen. De exploitant gaf wel reeds aan om in de tussentijd decentraal de bemalingen te zuiveren.
In navolging van deze studie werd in 2024 een aanbesteding uitgeschreven, waarbij de markt breed benaderd werd. Deze bedrijven gaven steeds aan dat lab en piloottesten noodzakelijk zijn om een geschikte oplossing te vinden. Er werd bijvoorbeeld reeds geëxperimenteerd met een PFAS-bindend additief. Deze testen werden opgestart in mei 2025 en de resultaten worden verwacht begin 2026. Men verwacht nu om pas tegen eind 2030 een end-of-pipe-techniek voorzien te hebben. Men stelt wel voor om in de tussentijd periodiek updates te geven over de voortgang, meetresultaten en eventuele bijkomende optimalisaties.
De kaderrichtlijn Water stelt dat het oppervlaktewater de goede toestand moet bereiken en dat er geen achteruitgang van die toestand mag zijn. Elke bijkomende lozing van PFAS zal leiden tot een druk die de draagkracht van het aquatische ecosysteem overschrijdt en de facto een achteruitgang van de toestand zal veroorzaken. Om een bijkomende druk te vermijden is het aanbevolen de PFAS-verbindingen zo ver als mogelijk te zuiveren. De huidige rapportagegrens van 20 ng/liter (of voor een aantal 50 ng/liter) per individuele component geldt hierbij als richtwaarde. De exploitant heeft al verschillende stappen gezet in de goede richting, maar heeft nog geen specifieke PFAS-verwijderingstechniek, zoals de BBT voorschrijft. Ook de Haven van Antwerpen-Brugge stelt in haar subadvies dat er sneller moet ingezet worden op het verbeteren van de kwaliteit van het dokwater. Om deze reden vraagt het college om de lozingsnormen voor de individuele PFAS-verbindingen louter te gunnen voor 2 jaar. Bijkomend heeft de Haven van Antwerpen-Brugge nog volgende specifieke bemerkingen inzake de hoogte van de gevraagde normen:
De stad Antwerpen volgt deze redenering integraal en wenst dus dat de normen bijgesteld worden zoals de Haven van Antwerpen-Brugge dit vraagt en wenst dat de duurtijd beperkt wordt tot 2 jaar.
Advies van het college
Gunstig advies te verlenen voor de aanvraag tot omgevingsvergunning onder voorwaarden.
Dit advies werd opgemaakt op basis van PIV 1.
Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden
1. De normen dienen bijgesteld te worden zoals in het advies omschreven en de duurtijd dient beperkt te worden tot 2 jaar. |
Procedurestap | Datum |
Ontvangst adviesvraag | 21 november 2025 |
Start openbaar onderzoek | 28 november 2025 |
Einde openbaar onderzoek | 27 december 2025 |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste adviesdatum | 10 januari 2026 |
Het verzoek werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Op het moment van opmaak van dit verslag is het openbaar onderzoek nog lopende. De beoordeling van eventuele bijkomende bezwaren wordt overgelaten aan de vergunningverlenende overheid.
Informatievergadering
Een informatievergadering was niet vereist en werd niet gehouden.
Het college beslist een gunstig advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, te geven op het verzoek, onder volgende voorwaarden.
Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden
1. De normen dienen bijgesteld te worden zoals in het advies omschreven en de duurtijd dient beperkt te worden tot 2 jaar. |