Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2025083593 |
Gegevens van de aanvrager: | BV Hessenplein met als adres Stoofstraat 12 te 1000 Brussel |
Gegevens van de exploitant: | BV Hessenplein (0769346095) met als adres Stoofstraat 12 te 1000 Brussel |
Ligging van het project: | Stijfselrui 19-25 te 2000 Antwerpen |
Kadastrale percelen: | afdeling 2 sectie B nrs. 224F, 225D en 226D |
waarvan: |
|
- 20250711-0021 | afdeling 2 sectie B nrs. 225D, 226D en 224F (Warmtepompen) |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten |
Voorwerp van de aanvraag: | verbouwen van een bedrijfsgebouw en exploiteren van warmtepompen |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 26/11/1998: vergunning (86#8722594) voor het verbouwen van een opslagruimte;
- 27/02/1997: vergunning (86#8721795) voor het verbouwen van een opslagruimte;
- 02/04/1958: toelating (18#37629) voor een afdak plaatsen;
- 16/11/1956: toelating (18#36099) voor een opslagplaats;
- 16/10/1953: toelating (18#31628) voor een woning heropbouwen;
- 26/10/1951: toelating (18#28743) voor een magazijn heropbouwen;
- 03/08/1951: toelating (18#28244) voor een verdieping bijbouwen.
Vergunde toestand
- functie bedrijvigheid:
- bouwvolume:
- gevelafwerking:
Bestaande toestand
- wijkt af op de vergunde toestand.
Nieuwe toestand
- functie bedrijvigheid:
- bouwvolume:
- gevelafwerking:
- interne structurele wijzigingen.
Inhoud van de aanvraag
- slopen van de dichtgebouwde koer en een deel van het gebouw aan de rechterperceelgrens;
- wijzigen van de gevels;
- doorvoeren van interne constructieve werken.
Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Inhoud van de aanvraag
Milieutechnisch omvat de aanvraag de exploitatie van warmtepompen.
Aangevraagde rubriek(en)
Aangevraagde rubriek(en) Warmtepompen
Rubriek | Omschrijving | Gevraagd voor |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; | 79,52 kW |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
De Vlaamse Waterweg - Afdeling Regio Oost | 3 oktober 2025 | 7 november 2025 | Geen advies |
De Vlaamse Waterweg - Afdeling Regio Centraal | 3 oktober 2025 | Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag |
|
Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen | 3 oktober 2025 | 19 november 2025 | Ongunstig |
Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen | 8 december 2025 | 16 december 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Ondernemen en Stadsmarketing / Economie en Toerisme / Investeren | 3 oktober 2025 | 17 oktober 2025 |
Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering | 3 oktober 2025 | 3 oktober 2025 |
Stadsontwikkeling/ Mobiliteit | 3 oktober 2025 | 13 oktober 2025 |
Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Water | 3 oktober 2025 | 29 oktober 2025 |
Stadsontwikkeling/ Onroerend Erfgoed/ Monumentenzorg | 3 oktober 2025 | 15 december 2025 |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan RUP Binnenstad, goedgekeurd op 26 april 2012. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zones: Algemene voorschriften, Artikel 6: Zone voor Centrumfuncties - Stedelijke functies (Ce6), Artikel 8: Zone voor Publiek Domein - (Pu) en Culturele, historische en/of esthetische waarde.
(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP's) kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s'.)
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan Binnenstad op volgend(e) punt(en):
- 2.1.1 Culturele, historische en\of esthetische waarde
Het hele plangebied is een gebied met culturele, historische en/of esthetische waarde. In dit gebied wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan de wenselijkheid van het behoud. Dit geldt zowel voor het exterieur en het interieur van gebouwen, als voor de bijhorende buitenruimten.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023)
De aanvraag is in overeenstemming met de verordening hemelwater.
- Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
- Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
(De verordening publiciteit kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Gewestelijke publiciteitsverordening 2023)
De gewestelijke publiciteitsverordening is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
- Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 maart 2024 en in werking getreden op 15 juli 2024.
(De bouwcode kan je raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend(e) punt(en):
Het vervangen van bestaand schrijnwerk door schrijnwerk in een ander materiaal, in een andere kleur of met een andere raamverdeling is verboden;
Het is niet duidelijk of de gedeeltes van de scheidingsmu(u)r(en) aan de nieuwe platte daken een opstand van minimaal 0,30 meter ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak hebben;
De verharding van de binnenplaats beslaat 73 m² van de 180 m², waar dit maximum 60 m² mag bedragen;
- Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.
(De verordening stedenbouwkundige lasten kan je raadplegen via https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.
Sectorale regelgeving
- MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
- Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs worden vastgesteld dat de voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Bijgevolg is het beoordelingskader voor stikstofoxiden veroorzaakt door mobiliteit van toepassing. De stikstofdepositie van het project en de effecten hiervan zijn onderzocht voor de Habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) binnen een straal van 20 km rond het projectgebied.
De berekende impactscore is lager dan of gelijk aan de minimis-drempel van 1%.
De kritische depositiewaarde ten aanzien van de SBZ-H wordt door het project niet overschreden. Bijgevolg is de opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van de SBZ-H niet vereist.
- Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Het voorliggende project is geheel gelegen in een zone waarvoor De Vlaamse Waterweg aangewezen is als adviesinstantie.
Het project is gelegen in een zone met een kleine fluviale overstromingskans (T1000) onder huidig klimaat (score C).
Het project is gelegen in een zone met een kleine pluviale overstromingskans (T1000) onder toekomstig (2050) klimaat (score B).
Het project is niet gelegen in een signaalgebied.
Na onderzoek blijkt het project waarschijnlijk schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt. De aanvrager stelt dat in deze fase B de hemelwaterverordening niet van toepassing is. Er worden dan ook geen bronmaatregelen genomen. Uit onderzoek blijkt dat de verordening wel van toepassing is en dat ingezet moet worden op hergebruik en infiltratie. Uit het ingewonnen advies blijkt dat voorwaarden opgelegd moeten worden om het schadelijk effect te voorkomen.
- Kijk de score van uw project na op https://www.waterinfo.be/informatieplicht.
Op volgende website worden oplossingen aangereikt om gebouwen te beschermen tegen waterindringing of in het geval van onvermijdbare waterindringing de kans op schade te verkleinen https://vmm.vlaanderen.be/publicaties/individuele-bescherming-tegen-overstromingen.
- Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.
- Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan je raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.
- Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.
Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen
- Transformatieleidraad: Transformatieleidraad Ruimte geven aan de stad van morgen. Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad dit plan goed.
De transformatieleidraad kan je raadplegen via Transformatieleidraad.
- Strategische Ruimteplan Antwerpen (SRA): Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad het nieuwe plan goed.
Het strategisch ruimteplan Antwerpen kan je raadplegen via Strategisch Ruimteplan Antwerpen.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag omvat de verbouwing van een bestaand binnenstedelijk magazijnencomplex en aanhorigheden.
Het project zal de bestaande functies behouden en aanvullen met kantoren en diensten.
De aanvraag past binnen de visie van de beleidsnota ruimtelijke economie inzonderheid verweving van functies.
Voorliggende aanvraag werd door de stedelijke dienst Economie en Toerisme gunstig geadviseerd.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De werken beperken zich binnen het bestaande en vergunde volume en beogen geen aanpassing van het aantal woongelegenheden waardoor zowel schaal als ruimtegebruik gerespecteerd blijven. De voormalige functies – bedrijvigheid, kantoor en wonen – blijven behouden binnen het project.
Cultuurhistorische Visueel-vormelijke aspecten
Aan de stedelijke dienst Monumentenzorg werd advies gevraagd omdat de aanvraag gelegen is in CHE-gebied en is opgenomen in de vastgestelde inventaris van het bouwkundig erfgoed. De wijziging van de bestaande toestand van elk gebouw en/of constructie in dergelijk gebied dient immers onderworpen te worden aan de wenselijkheid van behoud. Het behoud van de elementen met historische, stedenbouwkundige, architecturale, bouwhistorische en/of esthetische waarde primeert boven de andere voorschriften.
Zij gaven een voorwaardelijk gunstig advies dat zich als volgt laat lezen:
“Vanuit erfgoedoogpunt wordt het erg geapprecieerd dat de volumes van de gebouwen met CHE-statuut zoveel mogelijk behouden blijven. Er is dan ook geen principieel bezwaar tegen de gewenste functies en de ingrepen die hiermee gepaard gaan. Deze doen geen fundamentele afbreuk aan de erfgoedwaarde van het geheel.
Deze site, een combinatie van pakhuizen en kantoor, is een getuige van de maritieme bedrijvigheid uit de jaren 1950, in een wijk die het scharnierpunt vormde tussen stad en haven op een ogenblik dat de haven zich steeds verder noordwaarts ontwikkelde. Deze kernwaarden blijven bewaard.
Het zou een meerwaarde zijn indien de voormalige functie van pakhuis doorleeft in de toekomstige invulling. Beide zijn immers compatibel.
We denken hierbij aan het leesbaar houden van het systeem om de zakken op te hangen in het schaaldak, het bewaren en/of hernemen van de nummers op het plafond van de magazijnen. De smeedijzeren draaitrap in de oksel van gebouw B en C te herplaatsen. Te onderzoeken of de betonnen trap in gebouw A niet bewaard kan blijven.
Om het beeldbepalend karakter van de site te versterken, vragen we een valorisatie van de buitenschil. Schrijnwerk vormt hierbij een erfgoedkenmerk bij uitstek aangezien het een grote impact heeft op de beeld- en belevingswaarde van de voorgevel. Het zou een meerwaarde zijn indien het lichtgrijs aluminium schrijnwerk van blok A (1956) vervangen zou worden door een steellook. Het zorgt voor detaillering en sluit beter aan bij het karakter van het pakhuis dat in oorsprong voorzien was van stalen schrijnwerk.”
Vanuit stedenbouwkundig oogpunt wordt dit advies bijgetreden. Volgende voorwaarden uit het advies worden bij de vergunning opgenomen:
- steellook schrijnwerk te voorzien ter hoogte van het gebouw A (hoek Stijfselstraat en Stijfselrui). Detailtekeningen terug te koppelen met de stedelijke dienst Monumentenzorg;
- de smeedijzeren draaitrap tussen gebouw B en C te herplaatsen;
- te onderzoeken (in samenspraak met de stedelijke dienst Monumentenzorg) hoe de zakkenopslag onder het schaaldak kan gevisualiseerd worden in het ontwerp;
- de nummers op de betonnen structuur van de pakhuizen te bewaren.
Visueel-vormelijke aspecten
Voorliggende aanvraag voorziet in het wijzigen van de voorgevel van blok C, langsheen de Stijfselrui.
De poort- en raamopeningen worden gewijzigd en voorzien van grijs aluminium schrijnwerk. De gevel wordt geïsoleerd en afgewerkt met een lichtgrijze pleister. Volgens de legende worden de dorpels uitgevoerd in een grijze kleur. Het is echter onduidelijk in welke materiaal deze dorpels zullen worden voorzien.
Om vervlakking van het straatbeeld tegen te gaan, dient er vanuit de zorg voor de architecturale kwaliteit aandacht besteed te worden aan een aantal ontwerpdetails bij het opnieuw bepleisteren van de gevel.
Daarom is het belangrijk dat de dorpels worden uitgevoerd in arduin. Hierbij is het belangrijk dat de dorpels steeds 5 cm uit het vernieuwde gevelvlak moeten uitspringen. Ook onderaan de gevel moet een plint worden voorzien in arduin. De hoogte ervan kan best afgestemd worden op deze van het aanpalende pand.
Rekening houdend met het rooilijndecreet enerzijds en de beoogde verduurzaming anderzijds, wordt opgelegd om het gevelpakket (isolatie en bepleistering) maximaal te voorzien, met een totale dikte van 14 cm ten opzichte van de gevellijn.
Verder dient de arrière-corps behouden te blijven en moet er gebruik worden gemaakt van hoekprofielen voor het pleisterwerk die in de gevel niet zichtbaar zijn.
Mits tegemoetgekomen wordt aan bovenstaande voorwaarden wordt de gevelwijziging niet als storend ervaren in de omgeving en kan deze gunstig beoordeeld worden.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
Het is niet duidelijk of de gedeeltes van de scheidingsmu(u)r(en) aan de nieuwe platte daken een opstand van minimaal 0,30 m ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak hebben (bouwcode, art. 18). Om brandoverslag te vermijden wordt dit als voorwaarde bij de vergunning opgenomen.
De verharding van de binnenplaats beslaat 73 m² van de 180 m², waar dit maximaal 60 m² mag bedragen (bouwcode, art. 23). Hier kan geen afwijking op worden toegestaan. In voorwaarde wordt hierom opgelegd de verharding te beperken tot maximaal 60 m².
Hoewel de aanvrager aangeeft dat er in fase B geen handelingen zijn waarop de verordening hemelwater van toepassing is, dient opgemerkt dat de interne verbouwingen (toevoeging van toiletten op elke verdieping) en ondergrondse aanpassingen aan het rioleringsstelsel (septische put + scheiden van stelsel) wel aanleiding geven tot de toepassing van de verordening.
Er wordt 194 m² ontpit ter hoogte van de patio. De diepte van de bodemingreep bedraagt 30 cm, hiervan is circa 100 m² onderkelderd. Volgens de nieuwe gewestelijke stedenbouwkundige verordening (GSV) dient er een hemelwaterput van minimaal 116.600 liter te worden aangelegd.
Het opgevangen hemelwater dient te worden hergebruikt voor elk toilet, elk aansluitpunt voor een wasmachine en een buitenkraan.
Het perceel is groter dan 120 m². De hemelwaterput moet overlopen in een (bovengrondse) infiltratievoorziening.
Om hieraan tegemoet te komen worden bij de vergunning volgende voorwaarden mee opgenomen:
- Er moet een hemelwaterput van 116.600 liter geplaatst worden.
- Aftappunten en afvoerleidingen naar elk toilet en naar de plaats waar de wasmachine is gepland en naar de tuin moeten voorzien worden in functie van maximaal hergebruik van het opgevangen hemelwater conform de bepalingen van artikel 7 §4 van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater.
- Er moet een bovengrondse infiltratievoorziening aangelegd worden met een minimaal volume van 39.171 liter en minimale oppervlakte van 94,96 m².
Tegemoetkomend aan een bezwaar wordt hierom als voorwaarde bij de vergunning opgenomen om de raamopeningen van ruimte 1.04 en het meest linkse raam van ruimte 1.03 te voorzien van ondoorzichtig glas.
Dit om privacyhinder naar de overliggende woningen te vermijden.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 32 van de bouwcode van kracht sinds 15 juli 2024, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding, wijzigen van het aantal wooneenheden en wijziging tussen de gedefinieerde subfuncties in paragraaf 3. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 0 parkeerplaatsen.
De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding en of functiewijziging. Het bestaande gebouw wordt intern verbouwd, er is geen uitbreiding of functiewijziging.
Het gebouw maakt deel uit van projectsite Engels. Er werd beslist voor fase B het programma bij te sturen, het programma van de laatst vergunde toestand blijft behouden.
De werkelijke parkeerbehoefte is 0 |
De plannen voorzien in 15 autostal- en autoparkeerplaatsen. Hiervan zijn er 6 achterliggende plaatsen. |
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 15. Dit aantal is toereikend. |
Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus niet van toepassing. |
Laden en lossen:
Laden en lossen gebeurt via een laad- en loszone in de Stijfselstraat.
Fietsvoorzieningen:
Er worden 26 fietsenstallingen ingericht in de parking.
De dienst Mobiliteit vraagt te onderzoeken om een afgesloten fietsenstalling in te richten zodat de conflicten met auto’s beperkt worden.
Het advies wordt bijgetreden en geadviseerd wordt om de suggestie met betrekking tot de fietsenstalplaats ter harte te nemen.
Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu
Voorliggende vergunningsaanvraag betreft de exploitatie van 15 warmtepompen voor de gebouwenverwarming. De units betreffen lucht-luchtwarmtepompen met een totale geïnstalleerde elektrisch drijfkracht van 79,5 kW. De buitenunits zullen gestald worden op het dak van het gebouw.
Om geluidsemissies te beperken worden er de volgende maatregelen getroffen:
- De buitenunit van de warmtepomp zal uit de buurt van de slaapkamerruiten van de bewoners geplaatst worden.
- De buitenunit zal weg van de gevels van de woningen van de buren geplaatst worden.
- De buitenunit van de warmtepomp zal op een vlakke en stabiele ondergrond geplaatst worden.
- De buitenunit van de warmtepomp zal op het plat dak met trillingsdempers geplaatst worden.
- De buitenunit zal indien nodig voorzien worden van een omkasting.
Om luchtemissies te beperken worden er de volgende maatregelen voorzien:
- De warmtepompen zullen geïnstalleerd, onderhouden en gerepareerd worden door een erkend koeltechnicus. De nodige voorzorgsmaatregelen (onder andere testen en controles) zullen genomen worden om te vermijden dat het koelmiddel van de warmtepompen de buurt hindert of het milieu aantast bij onder andere een herstelling of een lek.
Uit de mer-screeningsnota blijkt dat er geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Wel dient opgemerkt te worden dat de screening gebeurde met lucht-waterwarmtepompen daar waar de aanvraag lucht-luchtunits betreft.
Wij gaan ervan uit dat de koeltechniek gebonden aan het gebouw nog niet vastgelegd is. Wel sporen we de exploitant aan om rekening te houden met de bepalingen van de F-gasverordening bij de keuze van de warmtepompen; in het bijzonder voor wat de koelmiddelen betreft.
Voor geluidsemissies dienen, in functie van de gekozen installaties, de globale geluidsemissies per cluster afgetoetst te worden aan de milieukwaliteitsnormen voor geluid zowel in openlucht als inpandig.
De ingedeelde inrichtingen of activiteiten zijn louter en alleen in de derde klasse ingedeeld, de exploitatie ervan is dus meldingsplichtig.
Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, §3 van het DABM betreffende verbods- en afstandsregels.
De aangevraagde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden.
Advies aan het college
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.
2. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
3. De voorwaarden uit het in de beoordeling opgenomen advies van de stedelijke dienst Water dienen nageleefd te worden.
4. De verharding van de binnenplaats moet beperkt worden tot maximaal 60 m², in overeenstemming met de bepalingen van artikel 23 van de bouwcode.
5. De raamopeningen van ruimte 1.04 en het meest linkse raam van ruimte 1.03 moeten voorzien worden van ondoorzichtig glas.
6. Het gedeelte van het dak, gelegen naast de scheidingsmuren die geen opstand hebben van minimaal 0,30 meter ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak, is te voorzien van:
dakbekleding die valt onder brandreactie klasse BROOF (t1) of voorkomt op de lijst opgenomen in het ministerieel besluit van 21 november 2012 tot vaststelling van de lijst van dakbedekkingen die kunnen worden geacht aan de eisen ten aanzien van het prestatiecriterium «brandgedrag aan de buitenzijde» te voldoen (leien van leisteen of natuursteen, dakpannen van natuursteen, beton, terracotta, keramiek of staal, vlakke en geprofileerde platen of leien uit met vezels versterkt cement, geprofileerde of vlakke metalen platen, eindlaag van los aangebracht grind met een dikte van ten minste 50 mm enzovoort).
7. De voorwaarden uit de in de beoordeling opgenomen advies van de stedelijke dienst Monumentenzorg moeten nageleefd worden.
8. De isolatie samen met het afwerkingsmateriaal moeten uitgevoerd worden met een totale dikte van 14 centimeter.
9. De dorpels van de nieuw bepleisterde gevel langsheen de Stijfselrui moeten worden uitgevoerd in arduin en 5 cm uitsteken uit het vernieuwde gevelvlak.
10. Onderaan de nieuwe bepleisterde gevel langsheen de Stijfselrui moet plint worden voorzien in arduin. De hoogte ervan dient afgestemd worden op deze van de naastliggende gevel.
11. De arrière-corps is te behouden en dient vrijgelaten te worden van materiaal en isolatie.
12. De hoekprofielen die inherent zijn aan het gevelpleisterwerk moeten onzichtbaar uitgevoerd worden.
Advies over de ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Aan het college wordt voorgesteld de omgevingsvergunning voor de ingedeelde inrichting of activiteit te verlenen.
Geadviseerde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Geadviseerd voor |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting Warmtepompen) | 79,52 kW |
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 18 augustus 2025 |
Volledig en ontvankelijk | 3 oktober 2025 |
Start openbaar onderzoek | 14 oktober 2025 |
Einde openbaar onderzoek | 12 november 2025 |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste beslissingsdatum | 16 januari 2026 |
Verslag GOA | 30 december 2025 |
Naam GOA | Axel Devroe en Bieke Geypens |
De aanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek. Er werden standpunten, opmerkingen en/of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
Bespreking van de bezwaren
Schending van de privacy: Het bezwaar tegen verlies van privacy door inkijk in de verblijfsruimten aan de achterzijde van de woning van de bezwaarindiener; De ramen van ruimte 1.04 geven rechtstreeks uit op de achtergevel Stijfselrui 17 en 15, de ‘omarmde’ gebouwen van het project, op een afstand van minder dan 3,5 m. Het meest linkse raam van ruimte 1.03 geeft ook uit op de achtergevel. De bestaande toestand is in structuurglas zonder opengaande delen (zie foto’s en CHE-verslag). Volgens de bezwaarindiener wordt er inkijk gecreëerd en wordt de privacy van het gebouw van Stijfselrui 17 hierdoor ernstig geschaad.
Beoordeling: Gelet op de beperkte afstand tussen de gevels van het project en de achtergevel van het hoofdvolume van de woning van de bezwaarindiener, kan deze stelling worden bijgetreden. In voorwaarde wordt opgelegd de ramen waarover sprake te voorzien van niet helder glas. Gelet op het feit dat de achterliggende ruimte een circulatiezone betreft, is de impact van deze ingreep beperkt.
Het bezwaar is gegrond.
Het college sluit zich integraal aan bij:
- de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt;
- het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:
Algemene voorwaarden
de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.
Stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.
2. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
3. De voorwaarden uit het in de beoordeling opgenomen advies van de stedelijke dienst Water dienen nageleefd te worden.
4. De verharding van de binnenplaats moet beperkt worden tot maximaal 60 m², in overeenstemming met de bepalingen van artikel 23 van de bouwcode.
5. De raamopeningen van ruimte 1.04 en het meest linkse raam van ruimte 1.03 moeten voorzien worden van ondoorzichtig glas.
6. Het gedeelte van het dak, gelegen naast de scheidingsmuren die geen opstand hebben van minimaal 0,30 meter ten opzichte van het hoogste aangrenzende dakvlak, is te voorzien van:
dakbekleding die valt onder brandreactie klasse BROOF (t1) of voorkomt op de lijst opgenomen in het ministerieel besluit van 21 november 2012 tot vaststelling van de lijst van dakbedekkingen die kunnen worden geacht aan de eisen ten aanzien van het prestatiecriterium «brandgedrag aan de buitenzijde» te voldoen (leien van leisteen of natuursteen, dakpannen van natuursteen, beton, terracotta, keramiek of staal, vlakke en geprofileerde platen of leien uit met vezels versterkt cement, geprofileerde of vlakke metalen platen, eindlaag van los aangebracht grind met een dikte van ten minste 50 mm enzovoort).
7. De voorwaarden uit de in de beoordeling opgenomen advies van de stedelijke dienst Monumentenzorg moeten nageleefd worden.
8. De isolatie samen met het afwerkingsmateriaal moeten uitgevoerd worden met een totale dikte van 14 centimeter.
9. De dorpels van de nieuw bepleisterde gevel langsheen de Stijfselrui moeten worden uitgevoerd in arduin en 5 cm uitsteken uit het vernieuwde gevelvlak.
10. Onderaan de nieuwe bepleisterde gevel langsheen de Stijfselrui moet plint worden voorzien in arduin. De hoogte ervan dient afgestemd worden op deze van de naastliggende gevel.
11. De arrière-corps is te behouden en dient vrijgelaten te worden van materiaal en isolatie.
12. De hoekprofielen die inherent zijn aan het gevelpleisterwerk moeten onzichtbaar uitgevoerd worden.
Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.
De vergunning omvat thans volgende rubriek(en):
Rubriek | Omschrijving | Gecoördineerd |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting Warmtepompen) | 79,52 kW |