Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2025044037 |
Gegevens van de aanvrager: | Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel met als contactadres Rijnkaai 37 te 2000 Antwerpen |
Gegevens van de exploitant: | Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (0860139085) met als contactadres Rijnkaai 37 te 2000 Antwerpen |
Ligging van het project: | Posthofbrug zonder nummer te 2600 Berchem (Antwerpen) |
Kadastrale percelen: | afdeling 21 sectie A nrs. 160E2 en 160D2 |
waarvan: |
|
- 20250417-0011 | afdeling 21 sectie A nrs. 160D2 en 160E2 (Bemaling Fietsbruggen-F1-Arbeidersstraat) |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten, vegetatiewijzigingen |
Voorwerp van de aanvraag: | slopen van bestaande constructies, (her)aanleg fietssnelweg en fietsbrug, exploitatie van een bronbemaling |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
24/03/2016: vergunning (20151738) voor het bouwen van een fietsbrug vanop de Posthofbrug en aansluitend aan het fietsparkeergebouw ter hoogte van het station Berchem. De aanvraag omvat ook de herprofilering van een gedeelte van de Posthofbrug zelf.
Vergunde toestand
- openbaar domein.
Nieuwe toestand
- functie:
- nieuwe inrichting:
Inhoud van de aanvraag
- aanleggen van een nieuwe fietssnelweg op de spoorwegberm lopende van de Roderveldlaan tot de Posthofbrug;
- bouwen van 2 bruggen in functie van de fietssnelweg;
- heraanleggen van kruispunt Arbeidersstraat en gedeeltelijke heraanleg van de verharding van de Roderveldlaan aan het kruispunt met de Arbeidersstraat;
- gedeeltelijke heraanleg van de verharding en het fietspad aan de Posthofbrug in de rijrichting van de Posthofbrug;
- aanleggen van wadi’s en vernieuwen van riolering en nutsleidingen;
- plaatselijk wijzigen van het reliëf;
- ontbossen en vellen van hoogstammige bomen;
- slopen van constructies.
Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Inhoud van de aanvraag
Het project omvat een tijdelijke grondwaterwinning voor de aanleg van riolering, regenwaterputten en landhoofden en het lozen van het bemalingswater.
Aangevraagde rubriek(en)
Aangevraagde rubriek(en) Bemaling Fietsbruggen-F1-Arbeidersstraat
Rubriek | Omschrijving | Gevraagd voor |
3.8.1°b) | het lozen van bemalingswater, afkomstig van een bemaling ingedeeld in rubriek 53.1, 1°, 53.2 of 53.5. met een geloosd debiet van maximaal 2.500 m³/dag afkomstig van een andere bemaling dan de bemaling vermeld in 1°, a); | 2.146 m³/dag |
53.2.2°b) | bemaling technisch noodzakelijk voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, met inbegrip van het weer in de ondergrond brengen van bemalingswater en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater per jaar, met een netto opgepompt volume per IIOA van meer dan 30.000 m³ en maximaal 180.000 m³, en een verlaging van het grondwaterpeil voor minstens voor een deel van de bemaling van meer dan vier meter onder het maaiveld. | 162.500 m³ |
Omschrijving vegetatiewijzigingen
De aanvraag omvat vergunningsplichtige wijzigingen van reliëf, kleine landschapselementen (KLE’s) en vegetatie die gelegen zijn binnen park- en buffergebied. De wijzigingen betreffen het aanleggen van grachten, het wijzigen van een talud, het rooien van bomen binnen bomenrijen en het rooien van bomen binnen een bos.
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Gemeentewegen
Artikel 31 van het Omgevingsvergunningendecreet stelt dat indien de vergunningsaanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, de gemeenteraad een beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg neemt, alvorens de bevoegde overheid een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag.
Omschrijving beslissing
De gemeenteraad besliste in zitting van 15 december 2025 om:
- de bezwaren over de 'aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg' te verwerpen;
- zijn goedkeuring te hechten aan het bijgevoegd rooilijnplan;
- zijn goedkeuring te hechten aan de uitrusting en inrichting van de gemeentewegen onder voorwaarden.
Voorwaarden
1. De voorwaarden met betrekking tot de gemeentewegen uit het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer dienen nageleefd te worden.
2. De voorwaarden met betrekking tot de gemeentewegen uit het advies van Aquafin dienen nageleefd te worden.
3. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen met betrekking tot de gemeentewegen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.
4. De voorwaarden met betrekking tot de gemeentewegen uit het advies van Infrabel dienen nageleefd te worden.
5. De voorwaarden met betrekking tot de gemeentewegen uit het advies van het Agentschap Natuur en Bos dienen nageleefd te worden.
6. De voorwaarden met betrekking tot de gemeentewegen uit het advies van Hulpverleningszone Brandweerzone Antwerpen dienen nageleefd te worden.
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Agentschap Onroerend Erfgoed | 14 augustus 2025 | 14 augustus 2025 | Geen advies |
Agentschap voor Natuur en Bos - Adviezen en Vergunningen Antwerpen | 14 augustus 2025 | 5 september 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Agentschap Wegen en Verkeer - District Antwerpen | 14 augustus 2025 | 30 september 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Aquafin | 14 augustus 2025 | 13 oktober 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
De Vlaamse Waterweg - Afdeling Regio Centraal | 14 augustus 2025 | 2 oktober 2025 | Geen advies |
Fluvius System Operator | 14 augustus 2025 | 18 augustus 2025 | Geen advies |
Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen | 14 augustus 2025 | 16 september 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Infrabel Antwerpen, Limburg, Vlaams Brabant | 14 augustus 2025 | 15 september 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Politiezone Antwerpen/ Verkeerspolitie | 14 augustus 2025 | 26 augustus 2025 | Geen bezwaar |
Proximus | 14 augustus 2025 | 9 september 2025 | Geen advies |
Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) - Advies grondwater Antwerpen | 14 augustus 2025 | 3 november 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) - Advies Vergunning Afvalwater en Lucht | 14 augustus 2025 | 29 september 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
De Lijn Entiteit Antwerpen | 14 augustus 2025 | 26 augustus 2025 | Gunstig |
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Sporting A & Sociaal Ruimtelijke Veiligheid - Trage wegen | 14 augustus 2025 | 2 september 2025 |
Stadsbeheer/ Groen en Begraafplaatsen | 14 augustus 2025 | 19 augustus 2025 |
Stadsontwikkeling/ Beheer en Operaties | 14 augustus 2025 | Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag |
Stadsontwikkeling/ Mobiliteit | 14 augustus 2025 | 1 september 2025 |
Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Water | 14 augustus 2025 | 17 september 2025 |
Stadsontwikkeling/ Onroerend Erfgoed/ Archeologie | 14 augustus 2025 | 29 augustus 2025 |
Stadsontwikkeling/ Publieke Ruimte | 14 augustus 2025 | 9 september 2025 |
Stadsontwikkeling/ Team Stadsbouwmeester/ Integrale Kwaliteitskamer | 14 augustus 2025 | Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een gebied voor gemeenschapsuitrusting en openbare nutsvoorziening. Onder gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen dient te worden begrepen voorzieningen die gericht zijn op de bevordering van het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld. De idee van dienstverlening (verzorgende sector) aan de gemeenschap is derhalve rechtstreeks aanwezig. Artikel 4.4.8.van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening schrijft voor dat in gebieden die op de gewestplannen zijn aangewezen als gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen, handelingen van algemeen belang en de daarmee verbonden activiteiten te allen tijde kunnen worden toegelaten, ongeacht het publiek of privaatrechtelijk statuut van de aanvrager of het al dan niet aanwezig zijn van enig winstoogmerk. Als gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen kunnen eveneens worden beschouwd een school, een voor het publiek toegankelijke toegangsweg tot een vergund gebouwencomplex in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen en neveninrichtingen naast een autosnelweg. Alhoewel in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen in principe geen gebouwen met een woonfunctie zijn toegelaten, heeft de Raad van State bovendien niettemin geoordeeld dat service-flats voor bejaarden kunnen worden vergund in dergelijk gebied. Ook een nomadenkamp werd door de Raad van State beschouwd als een gemeenschapsvoorziening en openbare nutsvoorziening, (Artikel 17 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een parkgebied. De parkgebieden moeten in hun staat bewaard worden of zijn bestemd om zodanig ingericht te worden, dat ze, in de al dan niet verstedelijkte gebieden, hun sociale functie kunnen vervullen, (Artikel 14 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een bufferzone. De bufferzones dienen in hun staat bewaard te worden of als groene ruimte ingericht te worden, om te dienen als overgangsgebied tussen gebieden waarvan de bestemmingen niet met elkaar te verenigen zijn of die ten behoeve van de goede plaatselijke ordening van elkaar moeten gescheiden worden, (Artikel 14 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het bijzonder plan van aanleg BPA nr. 9/14 De Veldekens (wijziging), goedgekeurd bij ministerieel besluit van 17 april 2007. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zones: BESTEMMINGSGRENS, GRENS VAN HET BPA, ZONE B VOOR APPARTEMENTEN en OPENBARE WEGENIS.
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het bijzonder plan van aanleg BPA Posthofbrug, goedgekeurd bij ministerieel besluit van 28 augustus 2003. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zones: GRENS VAN HET BPA, ZICHTAS, ZONE VOOR KANTOREN en ZONE VOOR OPENBARE WEGENIS.
(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Bijzondere plannen van aanleg (BPA's) kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s'. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van het gewestplan op volgende punten:
- Er worden stedenbouwkundige handelingen in parkgebied uitgevoerd die niet in overeenstemming zijn met de bestemmingsvoorschriften.
- Er worden stedenbouwkundige handelingen in de bufferzone uitgevoerd die niet in overeenstemming zijn met de bestemmingsvoorschriften.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening hemelwater op volgend(e) punt(en):
- Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
- Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
(De verordening publiciteit kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Gewestelijke publiciteitsverordening 2023)
De gewestelijke publiciteitsverordening is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
- Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van de verordening voetgangersverkeer.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 maart 2024 en in werking getreden op 15 juli 2024.
(De bouwcode kan je raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend(e) punt(en):
- Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.
(De verordening stedenbouwkundige lasten kan je raadplegen via https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.
Sectorale regelgeving
- MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
- Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het stikstofdecreet.
- Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).
Het project is gelegen in een zone met een middelgrote pluviale overstromingskans (T100) onder huidig klimaat (score D).
Het project is niet gelegen in een signaalgebied.
Na onderzoek blijkt dat het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt.
Kijk de score van uw project na op https://www.waterinfo.be/informatieplicht.
Op volgende website worden oplossingen aangereikt om gebouwen te beschermen tegen waterindringing of in het geval van onvermijdbare waterindringing de kans op schade te verkleinen. https://vmm.vlaanderen.be/publicaties/individuele-bescherming-tegen-overstromingen.
- Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.
- Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan je raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.
- Archeologienota: overeenkomstig artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 moet aan bepaalde aanvragen een archeologienota worden toegevoegd waarvan akte werd genomen
Van de archeologienota werd akte genomen door het agentschap Onroerend Erfgoed op 05/04/2025. De nota toont gemotiveerd aan dat er geen verder archeologisch onderzoek moet plaatsvinden.
- Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009. (De VCRO kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is van toepassing op de aanvraag. De aanvraag is hiermee in overeenstemming.
Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen
- Transformatieleidraad: Transformatieleidraad Ruimte geven aan de stad van morgen. Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad dit plan goed.
De transformatieleidraad kan je raadplegen via Transformatieleidraad.
- Strategische Ruimteplan Antwerpen (SRA): Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad het nieuwe plan goed.
Meer info kan je raadplegen via Strategisch Ruimteplan Antwerpen.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag omvat de aanleg van een fietssnelweg waarbij 2 nieuwe fietsbruggen gebouwd worden. In de bestaande toestand is het kruispunt aan de Arbeidersstraat het enige punt met verkeerslichten op de fietssnelwegroute Antwerpen-Mechelen. In voorliggende aanvraag wordt de fietssnelweg op hoogte naast de spoorweg voorzien zodat het kruispunt met de Arbeidersstraat vermeden wordt.
De zone waarop het project betrekking heeft, is gelegen in woongebied, parkgebied, bufferzone en gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. Voor de stedenbouwkundige handelingen die niet in overeenstemming zijn met de betrokken bestemmingen waarin ze worden gesteld, kan een afwijking op basis van artikel 4.4.7. §2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en artikel 3 van het besluit ‘handelingen van algemeen belang’ gunstig geadviseerd worden.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
Voorliggende aanvraag omvat de aanleg van een nieuwe fietssnelweg op de spoorwegberm die een sluitstuk vormt voor de bestaande fietssnelweg F1 tussen Antwerpen en Brussel. Ter hoogte van de Posthofbrug wordt een nieuwe fietsbrug opgericht die het fietspad op de brug verbindt met de nieuwe fietssnelweg op de spoorwegberm. Aan het kruispunt met de Arbeidersstraat wordt naast de spoorwegbrug een 2e fietsbrug gebouwd. Ten zuiden van deze fietsbrug daalt de fietssnelweg gestaag de spoorwegberm af om aan te sluiten op de bestaande fietssnelweg op niveau van de Roderveldlaan. Fietsers kunnen op deze manier vanop de Posthofbrug tot voorbij de Arbeidersstraat op hoogte blijven, waardoor de fietssnelweg zowel de splitsing naar het ringfietspad als het kruispunt met de Arbeidersstraat vermijdt.
Voor de aanleg van de bruggen en de verbreding van de spoorwegberm dienen de bestaande volkstuinen op deze locatie plaats te maken. Alle bestaande constructies in deze zone (zoals tuinhuizen en serres) worden gesloopt.
In het nieuwe plan wordt ruimte gemaakt voor nieuwe volkstuinen met 30 loten, wat gunstig geadviseerd kan worden. Rond de volkstuinen wordt een wandelpad in halfverharding aangelegd dat aantakt op het voetpad aan de Posthofbrug.
In het projectgebied worden de voet- en fietspaden op straatniveau ook gedeeltelijk heraangelegd. Het velostation en de bushalte ter hoogte van het kruispunt met de Arbeidersstraat worden tussen de straat en het fietspad geplaatst om minder conflict tussen voetgangers en fietsers te creëren.
Het kruispunt aan de Arbeidersstraat wordt ook heraangelegd in functie van het verminderen van conflicten en het creëren van meer opstelruimte voor fietsers.
De aanvraag optimaliseert de verkeersveiligheid voor alle weggebruikers en is ruimtelijk aanvaardbaar. Het advies inzake schaal en ruimtegebruik is gunstig.
Visueel-vormelijke elementen
De verhoogde fietssnelweg wordt maximaal aangelegd met begroeide taluds, waardoor de visuele impact beperkt wordt. Enkel ter hoogte van de fietsbrug over de Arbeidersstraat is de ruimte te beperkt voor dergelijke taluds en worden keerwanden voorzien. De keerwanden worden vergroend met klimplanten. De landhoofden van de fietsbruggen worden uitgevoerd in zichtbeton met een verticale plankenbekisting, wat naar beeldkwaliteit en duurzaamheid gunstig geadviseerd kan worden. Ter hoogte van de fietsbruggen zelf worden de borstweringen in vol staal uitgewerkt. Op de taluds worden borstweringen in spijlen voorzien. De borstweringen worden in ‘stadsgrijs’ gekleurd en zijn zo in overeenstemming met de andere fietsbruggen in de omgeving.
De aanvraag voldoet aan de goede ruimtelijke ordening op vlak van de visueel-vormelijke elementen.
Bodemreliëf
De aanvraag omvat reliëfwijzigingen. Op de spoorwegberm wordt een fietssnelweg aangelegd, waardoor de berm verbreed wordt en de helling van het talud opschuift richting de straat. Verder worden tussen de volkstuinen en het voet- en fietspad op straatniveau enkele grachten en wadi’s voorzien voor de infiltratie van regenwater. Deze reliëfwijzigingen kunnen gunstig geadviseerd worden.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De aanvraag wijkt af op de hemelwaterverordening gezien niet alle infiltratie bovengronds voorzien wordt. Door de geringe beschikbare bovengrondse ruimte in het projectgebied wordt naast de grachten en wadi’s ook ingezet op ondergrondse infiltratiebuizen. Deze afwijking is aanvaardbaar.
In het kader van de aanvraag werd intern advies opgevraagd bij de stedelijke dienst Sporting A & Sociaal Ruimtelijke Veiligheid – Trage wegen. Hun advies is voorwaardelijk gunstig en luidt als volgt:
“Naast mobiliteit kan er ook vanuit sociale veiligheid gestuurd worden op het veiligheidsgevoel van de fietser door de nodige aandacht te besteden aan de ruimtelijke context van het fietspad, de buffers naast het fietspad en de verlichting. Wanneer een brug deel uitmaakt van de fietssnelweg, dan dient de sociale veiligheid van de zone naast/onder de brug ook mee in kaart gebracht te worden.
Het aanloopgebied in het zuiden is voor een groot stuk rechtlijnig met open zichtlijnen. De hellende route is zichtbaar vanop de straat wat sociale controle in de hand werkt. Deze zichtlijn dient gevrijwaard te blijven. Volgens Addendum V1 Vegetatiewijzigingen worden de groenzones binnen het projectgebied, en dus ook het desbetreffende talud van groenbeplanting voorzien. Stad Antwerpen zorgt voor een breed inzetbaar zaaimengsel met soorten voor de ontwikkeling van een bloemrijk grasland (‘Kort onder het mes’). Vanuit sociaal-ruimtelijke veiligheid is het van belang dat de begroeiing niet hoger wordt dan de borstweringshoogte van het fietspad. Dit geldt ook voor de begroeiing in de volkstuinen.
Onder deze brug loopt een aftakking van fietssnelweg FR10 naar de F1. De onderkant van de brug dient kwalitatief, onderhoudsvriendelijk en vandalismebestendig (met inbegrip van anti-wildplas en anti-graffiti) te zijn.
De fietsroute moet goed verlicht worden ’s nachts. Het duidelijk zichtbaar en herkenbaar zijn van de gezichten van de andere gebruikers heeft een positief effect op het veiligheidsgevoel. Een geschikt lichtniveau en een goede verdeling van het licht vergroot de zichtbaarheid en voorkomt grote schaduwwerking. De verlichtingsarmaturen die voorzien worden in de balustrade van de fietsbrug moeten vandalismebestendig zijn en/of gemakkelijk te vervangen en moeten, zeker gezien de geïsoleerde ligging tussen de bomen van Wolvenberg voldoende helder zijn.
Onder de brug ter hoogte van de aftakking van fietssnelweg FR10 naar de F1 dient er eveneens voldoende verlichting voorzien te worden zonder schaduwwerking.”
Dit advies wordt vanuit stedenbouwkundig oogpunt bijgetreden en de geformuleerde voorwaarden worden opgenomen als voorwaarden voor vergunning.
Er werd tevens advies opgevraagd bij de stedelijke dienst Publieke Ruimte. Zij geven een voorwaardelijk gunstig advies met volgende voorwaarden:
- “Het wandelpad naast het fietspad naar het ringfietspad moet uitgevoerd worden in een gebonden halfverharding. In de volkstuinen dienen de wandelpaden in porfier voorzien te worden.
- De uitrijbeweging van de bushalte aan de Roderveldlaan dient voor uitvoering van de werken met De Lijn afgestemd te worden.
- De blindengeleiding dient voor uitvoering van de werken met Inter afgestemd te worden.
- Bij de verdere uitwerking van de bruggen (draagkracht en afwerking) moet rekening gehouden worden met de onderhoudsvereisten (zoals strooien en maaien) en moet er een antigraffiti-coating voorzien worden.”
Dit advies wordt vanuit stedenbouwkundig oogpunt bijgetreden en de geformuleerde voorwaarden worden opgenomen als voorwaarden voor vergunning.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Ten gevolge van het project zullen er een 20-tal parkeerplaatsen verdwijnen. Deze wijziging kadert in het verkeersveiliger maken van het kruispunt met de Arbeidersstraat, wat gunstig geadviseerd kan worden.
Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu
Aan het begin van de fietsostrade F1 ter hoogte van de Arbeidersstraat moeten de fietsers in de huidige situatie het kruispunt oversteken. Om de veiligheid en de vlotheid van de fietsverbinding te verbeteren wordt over dit kruispunt een fietsbrug ontworpen. De fietsbrug loopt over het aangrenzende natuurgebied en sluit aan op het fietspad aan de Posthofbrug.
Een tijdelijke verlaging van de grondwatertafel is nodig voor de aanleg van een nieuwe drinkwaterleiding, twee RWA-leidingen en de bouw van de landhoofden van de fietsbruggen.
Volgende bemalingsfasen worden onderscheiden:
De bemalingsfasen zouden samen zo’n 216 dagen duren, waarin in totaal 162.500 m³ grondwater opgepompt zal worden. De werken worden uitgevoerd over een periode van 400 dagen en worden aangevat in het voorjaar 2026. Afhankelijk van de planning en uitvoering, kan overlap van fasen optreden; het maximaal opgepompt debiet bedraagt 2.146 m³/dag. Het maaiveld bevindt zich tussen 10,09 mTAW en 10,56 mTAW.
fase | duur (dagen) | diepte uitgraving | verlaging | maximale debieten |
drinkwaterleiding - 200 meter - noordkant van project | ||||
kruising Posthofbrug | 28 | 3,45 m | 3,95 m-mv | per dag: 1.373 m³ |
parallel spoorweg | 28 | 3,95 m | 4,45 m-mv | per dag: 1.417 m³ |
sifontraject | 28 | 5,2 m-mv | 5,7 m-mv | per dag: 1.271 m³ |
RWA-leiding 100 meter - ten noordwesten van de Arbeidersstraat | ||||
RWA ten NW van Arbeidersstraat | 21 | 2,54 m-mv | 3,04 m-mv | per dag: 1.318 m³ |
RWA-leiding 210 meter - ten zuidoosten van de Arbeidersstraat | ||||
RWA ten ZO van Arbeidersstraat | 21 | 2,7 m-mv | 3,2 m-mv | per dag: 2.146 m³ |
twee regenwaterputten, prefab put en put van 47,75 m³ met verbinding van 47 meter | ||||
regenwaterput 47,75 m³ | 30 | 3 m-mv | 3,5 m-mv | per dag: 276 m³ |
landhoofden brug Arbeidersstraat – bouwput 9 m x 11 | ||||
landhoofden brug Arbeidersstraat | 60 | 6,65 m-mv | 7,15 m-mv | per dag: 178 m³ |
Het maximaal dagdebiet bedraagt 2.146 m³/dag; het totale waterbezwaar is 162.500 m³. Bepaalde fasen kunnen tegelijk worden uitgevoerd, afhankelijk van de vorderingen, maar de aannemer zal zijn fasering zo aanpassen zodat het maximaal dagdebiet niet overschreden wordt.
De grondwaterstand werd voor voorafgaand opgemeten tussen december 2024 en januari 2025 in drie peilbuizen. De maximale grondwaterstanden schommelen tussen 5,95 mTAW en 8,07 mTAW. De zettingsberekeningen tonen dat geen grote zettingen optreden en dat ook aan de richtlijnen van Infrabel voldaan kan worden (< 10 mm).
Waterkwaliteit en lozing
Binnen de maximale invloedstraal van de bemaling (402 meter tijdens sifontraject) bevinden er zich een 20-tal OVAM-dossiers, waarvoor werd nagegaan of de verontreiniging wordt verplaatst of in het opgepompte grondwater aanwezig kan zijn. Uit de evaluatie kwam naar voor dat er in twee dossiers een relevante verhoging van de geleidbaarheid optreedt.
Dossiernummer 17094 bevindt zich ter hoogte van de Uitbreidingsstraat 325 op 450 meter. De verontreiniging is weinig toxisch en de theoretische verplaatsing blijft beperkt tot minder dan 7 meter. De verplaatsing, richting de Ring van Antwerpen, is derhalve aanvaardbaar. Dossiernummer 18183 bevindt zich ter hoogte van de Arbeidersstraat 2A op 30 meter afstand. De verontreiniging zal zich tot in de bemalingsfilters verplaatsen. Gezien de verontreiniging weinig toxisch is en de verplaatsing niet ter hoogte van privépercelen is, is de verplaatsing aanvaardbaar. Omdat de verhoogde geleidbaarheid in het opgepompte grondwater verwacht wordt, wordt een bijzondere lozingsnorm van 6.210 µS/cm gevraagd. In dossier 103980 werd een verhoogde concentratie arseen vastgesteld van 45 µg/liter. De verhoogde arseen concentraties in het grondwater zijn een regionaal fenomeen, beïnvloed door de glauconiethoudende bodem waardoor arseen een verhoogde oplosbaarheid kent. Rekening houdend met de van nature verhoogde concentraties voor arseen wordt een lozingsnorm aangevraagd van 50 µg/liter (10 x IC).
Op basis van bovenstaande evaluatie blijkt dat voor geen enkele van de gekende grondwaterverontreinigingen een onaanvaardbare verspreiding van de verontreiniging wordt verwacht. Er zijn bijgevolg geen preventieve maatregelen nodig om eventuele verspreiding van de verontreiniging ten gevolge van de bemaling te milderen of te vermijden.
Het project is gelegen binnen de PFAS no regret-zone 5-10 km rond de site van 3M. Een mogelijke verontreiniging met PFAS in de invloedzone van de bemaling kan niet uitgesloten worden. De exploitant beschikt echter niet over analyseresultaten.
De aanvrager geeft mee dat het om een kortstondige bemalingen gaat en dat er geen waterlopen of grachten aanwezig zijn in de omgeving. Retourbemaling is economisch niet haalbaar. Het opgepompte bemalingswater wordt geloosd in de DWA grenzend aan de projectsite. De riolering is aangesloten op het RWZI Deurne. Langsheen het traject zijn vijf lozingspunten voor het bemalingswater.
Volgende lozingsnormen worden gevraagd:
parameter | gevraagde norm | advies VMM | opmerking |
arseen | 50 µg/liter | 50 µg/liter | 10x IC |
geleidbaarheid | 6.210 µS/cm | 6.210 µS/cm | aangetroffen in OVAM dossier 18183 |
Voor het lozen van het bemalingswater zal voorafgaandelijk een toestemming van Aquafin bekomen moeten worden.
Natuurtoets
Om de effecten van het project op de nabijgelegen natuur- en groengebieden te onderzoeken, werd een Algemene natuurtoets uitgevoerd. Het projectgebied is hoofdzakelijk aangeduid als “niet kwetsbaar” en “weinig kwetsbaar” op de ecotoopkwetsbaarheidskaarten voor verdroging van INBO. Na de bemaling zal de grondwaterstand zich terug herstellen. Omwille van de tijdelijke aard van de bemaling en omwille van de geringe kwetsbaarheid van de aanwezige vegetaties binnen de bemalingscontour, is de conclusie dat er geen blijvende schade zal optreden. Ook op de waterplas in de Wolvenberg (overzijde van de Antwerpse ring), die als zeer kwetsbaar staat aangeduid op de grondwaterkwetsbaarheidskaart, zal de bemaling geen blijvende schade tot gevolg hebben.
Beoordeling
De effecten van de verlaging van de grondwatertafel zijn aanvaardbaar, mede doordat ze beperkt zijn in tijd en een volledig herstel van het grondwaterniveau verwacht wordt. Het opgepompte grondwater is nog niet onderzocht naar kwaliteit, maar er wordt van uitgegaan dat het slechts beperkt verontreinigd is. De effectieve kwaliteit van het grondwater zal voor de opstart nog onderzocht moeten worden. De gevraagde tijdelijke lozing van het bemalingswater wordt voorwaardelijk gunstig geadviseerd door de VMM (afvalwater). De lozingsvoorwaarden en de bijzondere voorwaarde met betrekking tot lozing in de DWA worden overgenomen als bijzondere lozingsvoorwaarden. Als het bemalingswater concentraties bevat hoger dan de lozingsvoorwaarden dient het bemalingswater gezuiverd te worden. Een bijzondere voorwaarde met betrekking tot de monitoring zal worden opgenomen in het besluit.
Het opgepompte debiet dient beperkt te worden tot het strikt noodzakelijke. Als voorwaarde wordt een regelmatige opvolging van de debieten en een peilgestuurde bemaling opgelegd. Om de stedelijke diensten toe te laten de bemalingsactiviteiten op te volgen dient stad Antwerpen op de hoogte gehouden te worden van de start- en einddatum van elke fase.
Tijdens de uitvoering van de werken kan bijkomende geluidsdruk ontstaan. Gelet op de situering van de werf tussen een drukke verkeersas, de spoorweg en de R1, het tijdstip van de werkzaamheden en het tijdelijke karakter is deze aanvaardbaar.
Toetsing van het aangevraagde aan de beoordelingsgronden van het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
Voorliggend project bestaat uit twee onafhankelijke projecten en beoogt de realisatie van een lokale verbetering van de fietssnelweg F1, met bijhorende aanleg van twee fietsbruggen en noodzakelijke werken aan enkele aansluitingscomplexen voor drinkwaterleidingen, gelegen in het Natuurreservaat ‘Wolvenberg’.
Reliëfwijziging: aanleggen van grachten en wadi's
Er wordt een nieuwe infiltratiegracht aangelegd met een infiltratievolume van 133 m³ en een infiltratieoppervlakte van 362 m² om de afwatering van de wegenis op te vangen en om nog 10 m³ compensatievolume voor overstroming op te vangen. Er worden tevens wadi’s voorzien met een oppervlakte van 119,5 m² en 44,5 m². De wadi’s hebben geen additionele rol in het hydraulisch verhaal maar dienen eerder als een landschappelijke inpassing van de reeds bestaande gracht.
Reliëfwijziging: wijzigen van talud
Waar het nieuwe fietspad langs de spoorweg wordt aangelegd, bestaat het talud in de huidige situatie enerzijds uit ruigte en anderzijds uit ruigte met struik- en boomopslag en opslag van allerlei aard. Het huidige talud is circa 5 m breed en zal heraangelegd worden tot een talud van circa 3 m hoog en circa 13 m breed, waarvan circa 4,90 m verhard fietspad, langsheen de spoorweg.
Vegetatiewijziging: rooien van bomen
In het kader van de aanleg van de aanleg van de fietsbrug worden er een aantal bomen binnen een ijle houtkant gerooid, parallel aan de Posthofbrug. Deze ijle houtkant bestaat uit verschillende opschietende hakhoutbomen met een paar dikkere bomen en dient als een afsluiting van de volkstuintjes en het fietspad/Posthofbrug. Om deze te rooien bomen te compenseren zullen binnen het projectgebied verschillende nieuwe bomen aangeplant worden. De nieuwe bomen moeten van eerste grootte zijn en een minimale stamomtrek van 16/18 hebben. Dit wordt opgenomen in de bijzondere voorwaarden.
Gezien de stedelijke context van deze groenbermen, ingesloten tussen spoorlijn, wegenis, brugconstructies en volkstuintjes hebben de bomen een beperkte ecologische waarde en geen connectiviteitsfunctie. Er worden dan ook geen aanzienlijk negatieve effecten verwacht.
Vegetatiewijziging: ontbossing
In functie van de aanleg van het brughoofd zal een ontbossing met een oppervlakte van 270 m² plaatsvinden. Het betreft een bos op het talud van de Posthofbrug, tussenin het bestaand fietspad en het bestaande wegdek. De voorziene ontbossing wordt financieel gecompenseerd. Het boscompensatievoorstel werd goedgekeurd door het Agentschap voor Natuur en Bos. Gelet op de beperkte ecologische waarde worden geen aanzienlijk negatieve effecten verwacht.
Bij het uitvoeren van werken in de periode van 15 april tot 30 juni (broedseizoen) moet men er zich - vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of er vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen dient de aanvrager contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos. Dit wordt opgenomen in de bijzondere voorwaarden.
Aansluitingscomplexen
Verder dienen er werken te gebeuren aan een paar aansluitingscomplexen voor drinkwaterleidingen die gelegen zijn in het Natuurreservaat ‘Wolvenberg’. Voor de ingrepen aan de aanwezige natuur werden tijdelijke ontheffingen aangevraagd bij het Agentschap voor Natuur en Bos. De voorwaarden opgenomen in de ontheffingbesluiten blijven onverminderd van toepassing.
Advies aan het college
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. De voorwaarden uit het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer dienen nageleefd te worden.
2. De voorwaarden uit het advies van Aquafin dienen nageleefd te worden.
3. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.
4. De voorwaarden uit het advies van Infrabel dienen nageleefd te worden.
5. De begroeiing naast het fietspad en in de volkstuinen mag niet hoger worden dan borstweringshoogte van het fietspad.
6. De fietsroute moet ’s nachts verlicht worden. De verlichtingsarmaturen in de balustrade van de bruggen moeten vandalismebestendig zijn en/of gemakkelijk te vervangen. Onder de brug aan de volkstuinen dient er voldoende verlichting voorzien te worden zonder schaduwwerking.
7. Bij de verdere uitwerking van de bruggen (draagkracht en afwerking) moet rekening gehouden worden met de onderhoudsvereisten (zoals strooien en maaien) en moet er een antigraffiti-coating voorzien worden. De onderkant van de bruggen dient kwalitatief, onderhoudsvriendelijk en vandalismebestendig (met inbegrip van anti-wildplas) te zijn.
8. Het wandelpad naast het fietspad naar het ringfietspad moet uitgevoerd worden in een gebonden halfverharding. In de volkstuinen dienen de wandelpaden in porfier voorzien te worden.
9. De uitrijbeweging van de bushalte aan de Roderveldlaan dient voor uitvoering van de werken met De Lijn afgestemd te worden.
10. De blindengeleiding dient voor uitvoering van de werken met Inter afgestemd te worden.
Advies over de ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Mits naleving van de algemene, sectorale en bijzondere milieuvoorwaarden kan de tijdelijke bemaling en het lozen van het bemalingswater plaatsvinden met een aanvaardbaar risico voor mens en milieu. Er wordt voorwaardelijk gunstig advies gegeven voor een totaal bemalingsdebiet van 162.500 m³ over een periode van 400 dagen.
Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden
1. De exploitant meldt de startdatum van elke bemalingsfase vóór de opstart ervan aan de diensten Vergunningen (milieuvergunningen@antwerpen.be) en Milieu-interventie (mi@antwerpen.be) samen met de contactgegevens van de werfverantwoordelijke.
2. De bemaling wordt peilgestuurd uitgevoerd waarbij de bemalingspompen stilvallen als bemalingspeil behaald wordt.
3. Op het moment dat de bemaling wordt opgestart (na circa 30 minuten), dient er een staal genomen te worden van het bemalingswater. Na de eerste staalname wordt de bemaling stilgelegd tot de resultaten van de analyses bekend zijn. Na toetsing van de analyseresultaten aan de lozingsvoorwaarden en eventuele mobilisatie van een waterzuiveringsinstallatie kan de bemaling opnieuw opgestart worden. De te analyseren parameters zijn die van het standaardanalysepakket zoals beschreven in bijlage 3 van de standaardprocedure voor een oriënterend bodemonderzoek (OVAM, 1 maart 2023) en de kwantificeerbare PFAS-componenten opgenomen in het WAC_IV_A_025.
4. De verdere monitoring van het opgepompte bemalingswater gebeurt aan volgende frequentie:
- bij de opstart van een nieuwe bemalingsfase;
- bij concentraties hoger dan 80% van de norm: analyse in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse zonder zuivering maximaal 80% van de norm bedraagt;
- bij concentraties lager dan 80% van de norm: geen herhaling noodzakelijk.
5. Een schriftelijke toelating van Aquafin dient bekomen te worden alvorens de lozing op riolering wordt opgestart.
6. De analyseresultaten met betrekking tot PFAS worden meegedeeld aan de PFAS-coördinator van stad Antwerpen (mi@antwerpen.be).
Geadviseerde voorwaarden betreffende de vegetatiewijzigingen
1. Het bijgevoegd advies van het Agentschap voor Natuur en Bos dient integraal gevolgd te worden.
2. De nieuwe bomen moeten van eerste grootte zijn en een minimale stamomtrek van 16/18 hebben.
3. De bestaande, te behouden bomen die zich in de nabijheid van de werkzaamheden bevinden, dienen volledig afgeschermd te worden met hekwerk tijdens de werkzaamheden. De aannemer mag in deze zone geen werkzaamheden uitvoeren.
4. Er mogen geen bomen gesnoeid worden in functie van de bereikbaarheid van de projectzone. Alle vragen over mogelijke snoeiwerken dienen met de groendienst van stad Antwerpen doorsproken te worden.
5. (Tijdelijke) stockage van de afgegraven of aangevoerde grond mag niet gebeuren in de kroonprojectie van de te behouden bomen en mag niet buiten de projectzone gebeuren. Het te behouden bosbestand moet gevrijwaard blijven.
6. Bodemverdichting in zones met te behouden bomen en boszones dient te allen tijde vermeden te worden.
7. Schade boven- of ondergronds aan openbaar domein dat buiten de projectzone ligt, dient vermeden te worden. Schade wordt berekend en bepaald via de Uniforme methode voor waardebepaling van bomen volgens het VVOG. De ontstane schade zal verhaald worden op de uitvoerder.
8. Bij het uitvoeren van werken in de periode van 15 april tot 30 juni (broedseizoen) moet men er zich - vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of er vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen dient de aanvrager contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos.
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 26 mei 2025 |
Volledig en ontvankelijk | 14 augustus 2025 |
Start openbaar onderzoek | 24 augustus 2025 |
Einde openbaar onderzoek | 22 september 2025 |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | 15 december 2025 |
Uiterste beslissingsdatum | 25 januari 2026 |
Verslag GOA | 28 december 2025 |
Naam GOA | Cynthia Steurs, Bieke Geypens |
De aanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek. Er werden standpunten, opmerkingen en/of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
Bespreking van de bezwaren
Tijdens de periode van het openbaar onderzoek werden bezwaarschriften ingediend, die zich als volgt laten samenvatten:
Beoordeling: Het Fietsvademecum bevat standaardrichtlijnen en aanbevelingen, maar vormt geen bindende norm. De ontworpen breedtes van de fietsinfrastructuur werden gebaseerd op tellingen en verkeersstromen. Uit (kruispunt-)tellingen blijkt dat 65% van de fietsers richting het stadscentrum rijdt en 35% richting het ringfietspad en wijken Arbeidersstraat en Karel Coggestraat. Een deel van het huidige fietsverkeer blijft daarom op het fietspad dat parallel loopt aan de F1. Het gelijkgrondse fietspad heeft een breedte van 3 meter, terwijl het verhoogde fietspad F1 4,5 meter breed is. In dit segment bedraagt de totale breedte van de fietsinfrastructuur aan één zijde van de rijweg 7,5 meter. De breedte van de verbinding naar het ringfietspad volstaat volgens de huidige telling en verwachting.
Het bezwaar is ongegrond.
Het college sluit zich integraal aan bij:
- de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt;
- het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:
Algemene voorwaarden
de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.
Stedenbouwkundige voorwaarden
1. De voorwaarden uit het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer dienen nagaleefd te worden.
2. De voorwaarden uit het advies van Aquafin dienen nagaleefd te worden.
3. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.
4. De voorwaarden uit het advies van Infrabel dienen nagaleefd te worden.
5. De begroeiing naast het fietspad en in de volkstuinen mag niet hoger worden dan borstweringshoogte van het fietspad.
6. De fietsroute moet ’s nachts verlicht worden. De verlichtingsarmaturen in de balustrade van de bruggen moeten vandalisme bestendig zijn en/of gemakkelijk te vervangen. Onder de brug aan de volkstuinen dient er voldoende verlichting voorzien te worden zonder schaduwwerking.
7. Bij de verdere uitwerking van de bruggen (draagkracht en afwerking) moet rekening gehouden worden met de onderhoudsvereisten (zoals strooien en maaien) en moet er een antigraffiti-coating voorzien worden. De onderkant van de bruggen dient kwalitatief, onderhoudsvriendelijk en vandalismebestendig (met inbegrip van anti-wildplas) te zijn.
8. Het wandelpad naast het fietspad naar het ringfietspad moet uitgevoerd worden in een gebonden halfverharding. In de volkstuinen dienen de wandelpaden in porfier voorzien te worden.
9. De uitrijbeweging van de bushalte aan de Roderveldlaan dient voor uitvoering van de werken met De Lijn afgestemd te worden.
10. De blindengeleiding dient voor uitvoering van de werken met Inter afgestemd te worden.
Bijzondere milieuvoorwaarden
1. De exploitant meldt de startdatum van elke bemalingsfase vóór de opstart ervan aan de diensten Vergunningen (milieuvergunningen@antwerpen.be) en Milieu-interventie (mi@antwerpen.be) samen met de contactgegevens van de werfverantwoordelijke.
2. De bemaling wordt peilgestuurd uitgevoerd waarbij de bemalingspompen stilvallen als bemalingspeil behaald wordt.
3. Op het moment dat de bemaling wordt opgestart (na circa 30 minuten), dient er een staal genomen te worden van het bemalingswater. Na de eerste staalname wordt de bemaling stilgelegd tot de resultaten van de analyses bekend zijn. Na toetsing van de analyseresultaten aan de lozingsvoorwaarden en eventuele mobilisatie van een waterzuiveringsinstallatie kan de bemaling opnieuw opgestart worden. De te analyseren parameters zijn die van het standaardanalysepakket zoals beschreven in bijlage 3 van de standaardprocedure voor een oriënterend bodemonderzoek (OVAM, 1 maart 2023) en de kwantificeerbare PFAS-componenten opgenomen in het WAC_IV_A_025.
4. De verdere monitoring van het opgepompte bemalingswater gebeurt aan volgende frequentie:
- bij de opstart van een nieuwe bemalingsfase;
- bij concentraties hoger dan 80% van de norm: analyse in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse zonder zuivering maximaal 80% van de norm bedraagt;
- bij concentraties lager dan 80% van de norm: geen herhaling noodzakelijk.
5. Een schriftelijke toelating van Aquafin dient bekomen te worden alvorens de lozing op riolering wordt opgestart.
6. De analyseresultaten met betrekking tot PFAS worden meegedeeld aan de PFAS-coördinator van stad Antwerpen (mi@antwerpen.be).
Voorwaarden betreffende de vegetatiewijzigingen
1. Het bijgevoegd advies van het Agentschap voor Natuur en Bos dient integraal gevolgd te worden.
2. De nieuwe bomen moeten van eerste grootte zijn en een minimale stamomtrek van 16/18 hebben.
3. De bestaande, te behouden bomen die zich in de nabijheid van de werkzaamheden bevinden, dienen volledig afgeschermd te worden met hekwerk tijdens de werkzaamheden. De aannemer mag in deze zone geen werkzaamheden uitvoeren.
4. Er mogen geen bomen gesnoeid worden in functie van de bereikbaarheid van de projectzone. Alle vragen over mogelijke snoeiwerken dienen met de groendienst van stad Antwerpen doorsproken te worden.
5. (Tijdelijke) stockage van de afgegraven of aangevoerde grond mag niet gebeuren in de kroonprojectie van de te behouden bomen en mag niet buiten de projectzone gebeuren. Het te behouden bosbestand moet gevrijwaard blijven.
6. Bodemverdichting in zones met te behouden bomen en boszones dient te allen tijde vermeden te worden.
7. Schade boven- of ondergronds aan openbaar domein dat buiten de projectzone ligt, dient vermeden te worden. Schade wordt berekend en bepaald via de Uniforme methode voor waardebepaling van bomen volgens het VVOG. De ontstane schade zal verhaald worden op de uitvoerder.
8. Bij het uitvoeren van werken in de periode van 15 april tot 30 juni (broedseizoen) moet men er zich - vóór men overgaat tot de uitvoering van de werken - van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Bij het kappen van bomen dient men na te gaan vóór de werken beginnen of er vleermuizen aanwezig zijn. Als nesten of rustplaatsen in het gedrang komen dient de aanvrager contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos.
Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.
Het college beslist dat de omgevingsvergunning voor de bemaling geldig is voor een periode van 400 dagen vanaf de start van de werken en voor een maximaal bemalingsdebiet van 162.500 m³.