Er werd bij de deputatie een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. De aanvraag wordt behandeld volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
De deputatie verzoekt het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om advies uit te brengen.
Projectnummer: | OMV_2025091302 |
Gegevens van de aanvrager: | NV BASF Antwerpen met als contactadres Scheldelaan 600 te 2040 Antwerpen |
Gegevens van de exploitant: | NV BASF Antwerpen (0404754472) met als contactadres Scheldelaan 600 te 2040 Antwerpen |
Ligging van het project: | Scheldelaan 600 te 2040 Antwerpen |
Kadastrale percelen: | afdeling 20 sectie A nrs. 2N, 2M en 2H |
waarvan: |
|
- 20200129-0033 | afdeling 20 sectie A nrs. 2N en 2H (BASF Antwerpen amines) |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten |
Voorwerp van de aanvraag: | Bouwen van een opslagtank; een uitbreiding en wijziging van een productie-eenheid voor amines |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 20/03/1981: vergunning (1981190244) voor uitbreiding bestaande ethyleen-diamine tankpark, bouw F428;
- 01/06/1979: vergunning (1979803525) voor oprichten ethylaminefabriek bouw F400.
Vergunde/bestaande toestand
- functie:
- inrichting:
Nieuwe toestand
- functie:
- bouwvolume en afwerking tank:
- inrichting:
Inhoud van de aanvraag
- bouwen van een opslagtank, met leidingenbrug, traptoren, destillatiekolom en verbindingsbordes
Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Voorgeschiedenis
Op 10 augustus 2017 verleende de deputatie van de provincie Antwerpen een milieuvergunning voor het verder exploiteren en veranderen van een productie-eenheid voor amines horende bij een chemisch bedrijf, voor een termijn van onbepaalde duur. Nadien werden er nog diverse vergunningen verleend voor veranderingen.
Inhoud van de aanvraag
Het voorwerp van de aanvraag betreft hoofdzakelijk het verhogen van de productiecapaciteit voor Oase Blue/Lupragen en het zelf uitvoeren van de vatafvulling van AMIX-1000.
Aangevraagde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Gevraagd voor |
6.4.2° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van meer dan 50.000 liter tot en met 5.000.000 liter; | +3.000 liter |
7.11.1°d) | de fabricage van organisch-chemische producten zoals stikstofhoudende koolwaterstoffen zoals aminen, amiden, nitroso-, nitro- en nitraatverbindingen, nitrillen, cyanaten en isocyanaten; | +1.000 ton |
7.12.1°a) | chemische installatie voor de productie van organische chemicaliën met een productiecapaciteit van 100.000 ton per jaar of meer; | +1.000 ton/jaar |
7.4.b)2° | inrichtingen voor het bereiden van aminen en gehalogeneerde organische verbindingen met een jaarcapaciteit van meer dan 10 ton; | +1.000 ton/jaar |
17.2.2. | VR-plichtige inrichting waar gevaarlijke producten in hoeveelheden die gelijk zijn aan of groter zijn dan de hoeveelheid, vermeld in bijlage 5, deel 1 en 2, kolom 3, bij dit besluit, aanwezig zijn, in voorkomend geval gebruikmakend van de sommatieregel, vermeld in noot 4 bij bijlage 5, deel 1 en deel 2 (hogedrempel Seveso-inrichting); | +408 ton |
17.3.2.1.2.3° | opslagplaatsen voor overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 200 ton; | +330 ton |
17.3.2.2.3°c) | meer dan 30 ton, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied voor de opslag in bovengrondse houders of een combinatie van bovengrondse en ondergrondse houders; | +3 ton |
17.3.2.3.3° | brandgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen niet vermeld in rubriek 17.3.2.1. en 17.3.2.2. met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton; | -13 ton |
17.3.4.3° | bijtende vloeistoffen en vaste stoffen - opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton; | +322 ton |
17.3.5.3° | opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS06 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 5 ton; | +358 ton |
17.3.6.3° | opslagplaatsen voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer 100 ton; | +320 ton |
17.3.7.3° | opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen die op lange termijn gezondheidsgevaarlijk zijn (gevarenpictogram GHS08) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton; | +345 ton |
17.3.8.3° | opslagplaatsen voor het aquatisch milieugevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS09) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 200 ton; | +50 ton |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter. | -980 liter |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 24 en 42 van het Omgevingsvergunningsdecreet heeft het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar de bevoegdheid advies uit te brengen voor de vergunningsaanvragen op haar grondgebied waarvoor de deputatie, de Vlaamse regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de bevoegde overheid is, tenzij:
Het college heeft op 17 november 2017 (jaarnummer 2017_CBS_08858) beslist om de adviesbevoegdheid op te nemen.
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Haven van Antwerpen-Brugge, subadvies milieu | 16 december 2025 | 22 december 2025 | Gunstig |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn.
De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen.
Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.
Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd als Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.
Zulk gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams havengebied als onderdeel van de haven van Antwerpen. Het is bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur.
Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de bestemming en voor de exploitatie van de haven en de bedrijven zijn toegelaten.
Daartoe worden ook de volgende werken, handelingen, voorzieningen, en wijzigingen gerekend:
- de aanleg en het onderhoud van infrastructuur die nodig is voor de toegankelijkheid of voor verbindingen langs de waterzijde en langs de landszijde;
- het laguneren of op een andere wijze bergen of verwerken van baggerspecie.
Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van tijdelijke ecologische infrastructuur toegelaten.
In het gebied zijn eveneens gebouwen of lokalen voor bewakingspersoneel toegelaten.
In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven- en industriële activiteiten. De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.
De aanvraag dient beoordeeld te worden aan de hand van de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan.
De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Voor een straal van 500 meter rond de aanvraag is het voormelde GRUP tevens van toepassing. Hier geldt eveneens het bestemmingsvoorschrift Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De gewestelijke verordening hemelwater is van toepassing op de aanvraag. Het hemelwater dat op het dak van de tank en in de inkuiping valt, wordt afgevoerd naar het brakwatercircuit, van waaruit het hergebruikt wordt als koelwater. Wanneer de detector bepaalde waarden meet, wordt het hemelwater als vervuild beschouwd en afgevoerd naar het afvalwatercircuit, vanwaar het naar de waterzuiveringsinstallatie gaat. Er wordt voldaan aan de uitgangprincipes van de hemelwaterverordening.
Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
De gewestelijke verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
De gewestelijke verordening publiciteit is niet van toepassing op de aanvraag.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag betreft het plaatsen van een tank voor de opslag van chemische producten. Aan de tank worden een traptoren, leidingenbrug en looppad met roostervloer voorzien. Hierdoor zijn de ventielen op de tanks goed bereikbaar en kan de tank van bovenaf geïnspecteerd worden. De tank wordt in een betonnen inkuiping geplaatst.
De nieuwe constructies maken de verdere exploitatie van het bestaand industrieel bedrijf mogelijk waardoor de aanvraag zich functioneel inpast binnen het industrieveld.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De werken worden uitgevoerd op een grootschalig industrieterrein te midden van allerhande industriële installaties en gebouwen. De nieuwe tank wordt tegen een bestaand tankpark geplaatst en heeft dezelfde maximale hoogte als de bestaande tanks (12 meter).
De aangevraagde handelingen zijn beperkt qua omvang en bevinden zich binnen de grenzen van een bestaand ontwikkeld industrieterrein waardoor geen extra ruimte wordt ingenomen. De aanvraag is in overeenstemming en verenigbaar met de ruimtelijke context van het havengebied waarbinnen deze aanvraag is gesitueerd.
Visueel-vormelijke elementen
De tank betreft een stalen constructie. De inkuiping wordt uitgevoerd in beton.
Deze materialen zijn aanvaardbaar en gebruikelijk binnen deze industriële context.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De vergunningverlenende overheid heeft het advies ingewonnen van de Brandweer Zone Antwerpen. Dit advies is op datum van opstelling van dit verslag nog niet uitgebracht.
Ook de lokale overheid hecht belang aan het brandweeradvies.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
De aanvraag genereert geen bijkomende parkeerbehoefte en geen significante toename van het aantal verkeersbewegingen.
Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu
BASF Antwerpen NV exploiteert op de site in de Antwerpse haven een installatie voor de productie van amines. Voorliggende aanvraag betreft een uitbreiding van een bestaande site. De amine-installaties van BASF zijn gelegen in blokveld F400, in het centrum van de BASF-site.
De exploitant heeft reeds een vergunning voor de productie van:
- 80.000 ton etheenamines (EEA) per jaar;
- 1.500 ton zuivere tri-ethyleendiamine (TEDA) per jaar, of 4.800 ton TEDA in oplossing per jaar;
- 40.000 ton alkylamines (AA) per jaar;
- 140.000 ton ethanolamine (EOA) per jaar;
- 20.000 ton tertiair butylamine (tBA) per jaar;
- 30.000 ton methyl di-ethanolamine (MDEOA) per jaar.
De aangevraagde uitbreiding volgt uit 2 projecten van de exploitant. Aan de ene kant wordt de productiecapaciteit van Oase Blue/Lupragen verhoogd. Dit is een product dat zorgt voor de captatie van CO2 uit afgasstromen. De productieverhoging wordt gerealiseerd door optimalisering van de bestaande productie van TEDA, in combinatie met de constructie van een nieuwe atmosferische opslagtank. Zo wordt de productie van TEDA uitgebreid naar 2.500 ton zuiver TEDA per jaar (uitbreiding van rubriek 7.4.b.2, 7.11.1°d en 7.12.1°a). De nieuwe opslagtank betreft een dubbelwandige tank van 3.000 m³ voor EEA. Dit zorgt voor een wijziging aan rubriek 17.3 en 17.2.
Het andere uitbreidingsproject betreft de vatafvulling van AMIX-1000. Deze zal nu ook in F306 plaatsvinden, naast de bestaande vatafvulling. Hierdoor zullen ook amines met andere Seveso-eigenschappen (E1) opgeslagen worden in F306, en zijn er wijzigingen in hold-up (pijpleidingen). De reeds vergunde opslag van diverse amines in vaten ter hoogte van F305/F306 (met Seveso-categorie P5C/H1) wordt daarom uitgebreid met Seveso-categorie E1.
BASF is een zogenaamd hogedrempel Seveso-bedrijf. Voor de volledige BASF-site is één gezamenlijk omgevingsveiligheidsrapport (OVR) opgesteld. Dit rapport omvat alle entiteiten en inrichtingen die op de site actief zijn. De beoordeling van de impact van het project op het externe mensrisico en het milieurisico gebeurt daarom op het niveau van de hele site. Het meest recente goedgekeurde omgevingsveiligheidsrapport is OVR/22/12 van 23 mei 2024. Team Omgevingseffecten heeft reeds bepaald dat er voor voorliggende uitbreiding van het Seveso-bedrijf BASF geen opmaak van een Omgevingsveiligheidsrapport of een veiligheidsnota noodzakelijk is. Er wordt dus geconcludeerd dat het project geen invloed heeft op het bestaande externe mensrisico of milieurisico’s.
Verder zijn er ook opslagvolumes en eigenschappen van diverse gevaarlijke stoffen geactualiseerd. Er komt extra opslag van een beperkt aantal verplaatsbare recipiënten (IBC’s) binnen de installaties. Dit gaat om 2 IBC’s met machineolie bij F435 en F414, 3 IBC’s met koude amine-olie bij F430, F469 en F439, en 3 IBC’s met triethyleenglycol bij F414 en F435.
Daarnaast zijn diverse opslaghoeveelheden aangepast. De opslag van natronloog (NaOH) en zwavelzuur (H2SO4) in kleine verpakkingen wordt verhoogd tot 200 liter elk. De opslag van stabilisator N wordt verhoogd naar 100 kg bij F427. De opslag van stabilisator K wordt verhoogd naar 750 kg in F520 en 100 kg in F447. De locatie van de opslag van afvalolie is geactualiseerd naar F447. De opslag van citroenzuur bij F447 wordt verhoogd naar 3 ton en valt nu onder rubriek 17.3 in plaats van 17.4.
Als laatste werden er door wijzigingen in de gevaarsymbolen van verschillende katalysatoren de Vlarem-rubrieken aangepast. Ook het volume van de katalysatoren is gewijzigd: in plaats van 81 ton katalysator AM wordt nu 5 ton katalysator AM (zonder gevaarsymbolen), 50 ton katalysator AM M en 25 ton katalysator T opgeslagen.
Advies van het college
Gunstig advies te verlenen voor de aanvraag tot omgevingsvergunning voor zover het advies van de brandweer gunstig is of voorwaardelijk gunstig met uitvoerbare voorwaarden.
Dit advies werd opgemaakt op basis van PIV 3.
Geadviseerde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Geadviseerd voor |
6.4.2° | opslagplaatsen voor brandbare vloeistoffen met een totale opslagcapaciteit van meer dan 50.000 liter tot en met 5.000.000 liter; | +3.000 liter |
7.4.b)2° | inrichtingen voor het bereiden van aminen en gehalogeneerde organische verbindingen met een jaarcapaciteit van meer dan 10 ton; | +1.000 ton/jaar |
7.11.1°d) | de fabricage van organisch-chemische producten zoals stikstofhoudende koolwaterstoffen zoals aminen, amiden, nitroso-, nitro- en nitraatverbindingen, nitrillen, cyanaten en isocyanaten; | +1.000 ton |
7.12.1°a) | chemische installatie voor de productie van organische chemicaliën met een productiecapaciteit van 100.000 ton per jaar of meer; | +1.000 ton/jaar |
17.2.2. | VR-plichtige inrichting waar gevaarlijke producten in hoeveelheden die gelijk zijn aan of groter zijn dan de hoeveelheid, vermeld in bijlage 5, deel 1 en 2, kolom 3, bij dit besluit, aanwezig zijn, in voorkomend geval gebruikmakend van de sommatieregel, vermeld in noot 4 bij bijlage 5, deel 1 en deel 2 (hogedrempel Seveso-inrichting); | +408 ton |
17.3.2.1.2.3° | opslagplaatsen voor overige ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 3 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 200 ton; | +330 ton |
17.3.2.2.3°c) | meer dan 30 ton, als de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een ander gebied dan industriegebied voor de opslag in bovengrondse houders of een combinatie van bovengrondse en ondergrondse houders; | +3 ton |
17.3.2.3.3° | brandgevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen niet vermeld in rubriek 17.3.2.1. en 17.3.2.2. met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton; | -13 ton |
17.3.4.3° | bijtende vloeistoffen en vaste stoffen - opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton; | +322 ton |
17.3.5.3° | opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS06 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 5 ton; | +358 ton |
17.3.6.3° | opslagplaatsen voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer 100 ton; | +320 ton |
17.3.7.3° | opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen die op lange termijn gezondheidsgevaarlijk zijn (gevarenpictogram GHS08) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton; | +345 ton |
17.3.8.3° | opslagplaatsen voor het aquatisch milieugevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS09) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 200 ton; | +50 ton |
17.4. | opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter. | -980 liter |
Procedurestap | Datum |
Ontvangst adviesvraag | 15 december 2025 |
Start openbaar onderzoek | geen |
Einde openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste adviesdatum | 14 januari 2026 |
De aanvraag moet niet onderworpen worden aan een openbaar onderzoek.
Het college beslist een gunstig advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, te geven op de aanvraag, voor zover het advies van de brandweer gunstig is of voorwaardelijk gunstig met uitvoerbare voorwaarden.