De heer Koenraad Moens is eigenaar van een woonschip “Arche de Rencontre” dat op 27 februari 2021 onrechtmatig aanmeerde in het stedelijk havengebied Antwerpen. Ondanks een besluit burgemeester van 1 maart 2021 weigerde de heer Moens om de ingenomen ligplaats en het stedelijk havengebied te verlaten,
Aangezien de heer Moens volhardde in zijn standpunt, werd op 9 december 2021 overgegaan tot dagvaarding ten gronde bij de Ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, 12e kamer.
De vordering van de Stad Antwerpen bestond erin om voor recht te bevelen dat de heer Moens (i) een einde dient te maken aan de actuele inbreuken op het Politiereglement voor het Stadshavengebied, (ii) de onrechtmatig ingenomen ligplaats in de Stadshaven dient te verlaten en dit binnen de 48 uur na betekening van het tussen te komen vonnis van de Ondernemingsrechtbank, onder verbeurte van een dwangsom van 1.000,00 euro/dag vertraging, (iii) de Stad Antwerpen machtiging te verlenen om 1 maand na betekening van het tussen te komen vonnis over te gaan tot ambtshalve verwijdering van het vaartuig ‘Arche De Rencontre’ uit de Stadshaven door de eerste daartoe aangezochte gerechtsdeurwaarder, desnoods met bijstand van de openbare macht, en dit alles op kosten en risico’s van verweerder, kosten invorderbaar op eenvoudig vertoon van de factu(u)r(en), (iv) de heer Moens te veroordelen tot betaling van een maandelijkse bezettingsvergoeding, conform het retributiereglement inname ligplaatsen Stedelijk Havengebied Antwerpen, van 375,54 euro, en dit vanaf datum van het bevel tot verlaten van de onrechtmatig ingenomen ligplaats in de Stadshaven van 1 maart 2021, tot op het moment waarop het vaartuig ‘Arche De Rencontre’ definitief ophoudt met wederrechtelijk ligplaats in te nemen in de Stadshaven, en (v) aan de heer Moens het verbod op te leggen om in de Stadshaven nog ligplaats in te nemen zonder concessieovereenkomst of voorafgaande toelating vanwege de burgemeester onder verbeurte van een dwangsom 1.000,00 euro/dag dat (opnieuw) wederrechtelijk ligplaats zou worden ingenomen in de Stadshaven.
Bij vonnis van 13 juli 2023 van de Ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, met rolnummer A/2021/04718, werden de vorderingen van de Stad Antwerpen ongegrond verklaard.
De stad Antwerpen tekende hoger beroep op 25 januari 2024 aan tegen het vonnis van de Ondernemingsrechtbank. Hierbij hernam de stad haar in eerste aanleg gestelde vorderingen en vorderde zij ook het incidenteel beroep van de heer Moens, strekkende tot het onwettig verklaren van het retributiereglement ligplaatsen stedelijk havengebied Scheldekaaien ‘zone stad’ ontvankelijk maar ongegrond te verklaren en de heer Moens te veroordelen tot de kosten van de beide aanleggen.
Bij arrest van 20 februari 2025 van het Hof van Beroep te Antwerpen, met rolnummer 2024/AR/145, werd het hoger beroep van stad Antwerpen toelaatbaar en gegrond verklaard. De heer Moens werd bevolen om uiterlijk op 1 juli 2025 de onrechtmatig ingenomen ligplaats in de stadshaven te verlaten. Daarnaast werd de stad gemachtigd om vanaf 1 juli 2025 over te gaan tot ambtshalve verwijdering van het vaartuig “Arche de Recontre” uit de stadshaven. Ook werd de heer Moens in dit arrest veroordeeld tot het betalen van de som van 13.519,44 euro, zijnde de bezettingsvergoedingen voor de periode van 27 februari 2021 tot en met 31 januari 2024.
Het incidenteel hoger beroep van de heer Moens werd ongegrond verklaard. De heer Moens werd veroordeeld tot de kosten van beide aanleggen.
Op 28 juni 2025 verliet het vaartuig “de Arche de Rencontre” de stadshaven.
De stad Antwerpen ontving op 21 november 2025 een voorziening in cassatie van de heer Koenraad Moens tegen het arrest gewezen op 20 februari 2025 door het Hof van Beroep te Antwerpen.
Het college beslist om een beroep te doen op artikel IV. 10 (niet-exclusiviteitsclausule) van de raamovereenkomst voor het verlenen van juridische diensten zoals goedgekeurd door het college bij beslissing van 2 augustus 2024 (jaarnummer 06344). Volgens dit artikel kan de stad in bepaalde gevallen beslissen om een dossier niet toe te wijzen aan de stadsadvocaten aangesteld binnen deze raamovereenkomst, maar wel aan een andere advocaat.
Volgens artikel 478 van het Gerechtelijk Wetboek kunnen voor het Hof van Cassatie in burgerlijke zaken alleen advocaten optreden en conclusies nemen, die de titel van advocaat bij het Hof van Cassatie voeren.
Volgens artikel 297, §1 van het Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 beslist het college van burgemeester en schepenen tot het optreden in rechte namens de gemeente.
Om de belangen van de stad Antwerpen en haar beslissingsorganen verder te behartigen en verweer te voeren in de procedure voor het Hof van Cassatie, dient een cassatieadvocaat aangesteld te worden. Aangezien het advocatenkantoor Verbist & Vanlerberghe Omega Law, met zetel te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, reeds de belangen van de stad behartigde in de cassatieprocedure tegen het vonnis van de politierechtbank van 9 januari 2023 in verband met de aan de heer Moens opgelegd GAS-boetes, is het wenselijk dat dit advocatenkantoor eveneens wordt aangesteld voor de huidige cassatieprocedure.
Het ereloon van de stadsadvocaat wordt geraamd op 3.000,00 euro (exclusief btw), de gerechtskosten van de advocaat worden geraamd op 500,00 euro en zullen verrekend worden op het daarvoor voorziene krediet.
Hiervoor werd bestelbon 4005716826 aangemaakt.
Het college bekrachtigt dat de stad Antwerpen verweer voert in de cassatieprocedure tegen het arrest gewezen op 20 februari 2025 door het Hof van Beroep te Antwerpen, ingeleid door de heer Koenraad Moens.
Het college bekrachtigt de aanstelling van meester Johan Verbist van advocatenkantoor Verbist & Vanlerberghe Omega Law met kantoor te Amerikalei 187/302 te 2000 Antwerpen, om de belangen van de stad Antwerpen en haar beslissingsorganen te behartigen in de procedure vermeld in artikel 1.
Dit besluit is niet ter inzage.