Terug
Gepubliceerd op 23/02/2026

2026_CBS_01245 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Voorwaardelijk gunstig advies - OMV_2025067608. Muisbroeklaan 61 - kaai 524. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 20/02/2026 - 09:00 digitaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Patrick Janssens, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Johan Klaps, schepen; Ken Casier, schepen; Karim Bachar, schepen; Stijn De Rooster, schepen; Nathalie van Baren, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur; Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester
2026_CBS_01245 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Voorwaardelijk gunstig advies - OMV_2025067608. Muisbroeklaan 61 - kaai 524. District Antwerpen - Goedkeuring 2026_CBS_01245 - Omgevingsvergunning. Advies hogere overheid. Voorwaardelijk gunstig advies - OMV_2025067608. Muisbroeklaan 61 - kaai 524. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd bij de deputatie een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. De aanvraag wordt behandeld volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet. Op 6 oktober 2025 verzocht de deputatie het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om een openbaar onderzoek te houden en advies uit te brengen.


Op 21 november 2025 verleende het college van burgemeester en schepenen een voorwaardelijk gunstig advies, zie bijlage.

Op 26 januari 2026 paste de deputatie een administratieve lus toe waarbij zowel opnieuw advies gevraagd werd aan het college als de organisatie van een openbaar onderzoek.

 

Projectnummer:

OMV_2025067608

Gegevens van de aanvrager:

NV SynPet Circularity Plant Antwerp met als adres Frankrijklei 5 te 2000 Antwerpen

Gegevens van de exploitant:

NV SynPet Circularity Plant Antwerp (1005585637) met als adres Frankrijklei 5 te 2000 Antwerpen

Ligging van het project:

Muisbroeklaan 61 - kaai 524 te 2030 Antwerpen.

Kadastrale percelen:

afdeling 16 sectie A nrs. 36M en afdeling 18 sectie E nrs. 196/4A

waarvan:

 

-          20250528-0002

afdeling 16 sectie A nrs. 36M en afdeling 18 sectie E nrs. 196/4A (IIOA SynPet)

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorwerp van de aanvraag:

De bouw en exploitatie van een 'circularity plant'.

 


Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

Zie advies college van 21 november 2025

 

Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Zie advies college van 21 november 2025


 

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 24 en 42 van het Omgevingsvergunningsdecreet heeft het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar de bevoegdheid advies uit te brengen voor de vergunningsaanvragen op haar grondgebied waarvoor de deputatie, de Vlaamse regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de bevoegde overheid is, tenzij:

 

  1. de aanvraag ingediend is door het betrokken college;
  2. de aanvraag louter betrekking heeft op mobiele of verplaatsbare ingedeelde inrichtingen of activiteiten.

 

Het college heeft op 17 november 2017 (jaarnummer 2017_CBS_08858) beslist om de adviesbevoegdheid op te nemen.

Argumentatie

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Aquafin

7 oktober 2025

10 oktober 2025

Geen advies

Haven van Antwerpen-Brugge, subadvies milieu

27 januari 2026

2 februari 2026

Voorwaardelijk gunstig

Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) - Advies grondwater Antwerpen

7 oktober 2025

5 november 2025

Geen advies

Water-link

7 oktober 2025

Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag

 

 

Interne adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies

Stadsontwikkeling/ Mobiliteit

10 oktober 2025

12 november 2025

Stadsontwikkeling/ Onroerend Erfgoed/ Archeologie

10 oktober 2025

21 oktober 2025

Stadsontwikkeling/ Publieke Ruimte

7 oktober 2025

10 oktober 2025

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

Zie advies college van 21 november 2025

 

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

Met de administratieve lus werd door de provincie bijkomende informatie gevraagd om een antwoord te bieden op de verschillende ingewonnen adviezen. Voor wat betreft de hieronder hernomen voorwaarden en opmerkingen uit het eerder advies van het college heeft de aanvrager volgende informatie bezorgd:

 

- Met betrekking tot de verordening hemelwater:

Voor wat betreft de tijdelijke gebouwen (kantoor en refter), wordt bovengrondse hemelwateropvang (10.000 liter en 15.000 liter) geplaatst waarbij het hemelwater wordt hergebruikt als sanitair spoelwater. Volgens toegevoegde berekeningen (met Groenblauwpeil) is de vraag naar sanitair spoelwater zodanig groot dat het opgevangen hemelwater volledig zal gebruikt worden. De aanvraag voorziet dan ook niet in de aanleg van een infiltratievoorziening voor deze tijdelijke gebouwen. Hierbij wordt wel opgemerkt dat de tool Groenblauwpeil niet geschikt lijkt voor deze berekening, gezien deze geen berekening maakt voor grotere opvang dan 15.000 liter. Gezien de totale dakoppervlakte van de tijdelijke gebouwen (590 m²), en de ingeschatte verbruiksmogelijkheden, is het aangewezen alsnog grotere opvangtanks te kiezen en/of een meer gedetailleerde berekening te maken.

 

In projectinhoudversie 7 heeft de aanvrager de berekening verder gestaafd (met onder andere Sirio en CIW-tool), waarbij aangetoond wordt dat de voorziene dimensionering wenselijk is. Hiermee wordt voldaan aan de opmerking uit het advies.

 

- Met betrekking tot de archeologienota:

Er wordt opgemerkt dat de uitgravingsdiepte voor de bemaling, zoals vermeld in het project-MER, niet overeenstemt met de werken zoals omschreven in de archeologienota.

 

De archeologienota werd gecorrigeerd en opnieuw ingediend bij het Agentschap Onroerend Erfgoed. Het Agentschap heeft daarvan akte genomen op 7 januari 2026. Hiermee wordt voldaan aan de opmerking uit het advies.

 

- Met betrekking tot schaal-ruimtegebruik-bouwdichtheid:

Verharding dient steeds beperkt te worden tot het strikt functioneel noodzakelijke, zowel in kader van zuinig en duurzaam ruimtegebruik, alsook omwille van klimaatbestendigheid (impact op waterhuishouding en hittestress, alsook biodiversiteit). Niet-functionele verharding dient uitgesloten te worden van vergunning. Dit wordt geadviseerd als voorwaarde. Op basis van het huidige plan lijkt een ontharding van 10 à 20% makkelijk haalbaar door het schrappen van de niet-functionele verharding.

Daarnaast dient het type verharding (en bijhorende waterdoorlatendheid) gekozen te worden in functie van het gebruik van de verharding. Het is onduidelijk waarom bijvoorbeeld de parking voor personenwagens in (niet-waterdoorlatende) asfalt voorzien werd. Het is aangewezen deze keuzes te heroverwegen of te motiveren. Verschillende verhardingen, aangepast aan het gebruik van de zone, kunnen ook de leesbaarheid van de site verbeteren.

 

De aanvrager geeft aan dat 10 tot 20% ontharding niet mogelijk is gezien de ruimte die de installaties, gebouwen en wegenis innemen. Er is wel beslist om de parking voor personenwagens aan te leggen in waterdoorlatende verharding. Op het inplantingsplan nieuwe toestand wordt enkel de parking rondom het hoofdgebouw aangelegd met waterdoorlatende verharding terwijl er net ten noorden van deze parking en ten noorden van het magazijngebouw eveneens parkings voor personenwagens zijn ingetekend maar die niet uitgevoerd worden in waterdoorlatende verharding. Als voorwaarde wordt opgelegd om alle parkings voor personenwagens uit te voeren in waterdoorlatende verharding. Daarnaast blijft de opmerking gelden dat de gehele projectsite verhard wordt, zonder dat voor elk stuk verharding de noodzaak aangetoond wordt. Niet alle verharding betreft wegenis, installaties of gebouwen zoals aangehaald door de aanvrager. Niet-functionele verharding dient geweigerd te worden. Ook het type verharding (waterdoorlatend of niet) dient gemotiveerd te worden.

 

- Met betrekking tot visueel-vormelijke elementen:

In een industriële omgeving is een (volwaardige) visuele buffer minder noodzakelijk. Gelet op de eerdere opmerking omtrent het uitsluiten van niet-functionele verharding, is het aangewezen de zones die hierdoor vrijkomen in te richten als groenzones, met streekeigen laag- en hoogstammige dichtgroeiende gewassen. Zo kan mogelijk alsnog een (eventueel smallere) buffer langsheen de straat bekomen worden voor een betere landschappelijke inpassing, gezien de nabijheid van natuurgebied aan de overzijde van de Noorderlaan.

 

De aanvrager geeft aan dat er onvoldoende ruimte is om die mate van ontharding te realiseren. Nochtans wordt de noodzaak tot verharding van het gehele perceel niet aangetoond. Ook zijn er voorbeelden van gelijkaardige industriesites in het havengebied waar wél zulke groenvoorzieningen aanwezig zijn. Het streven naar een (volledige of gedeeltelijke) groenbuffer, zoals ook wettelijk bepaald voor dit type van activiteit, blijft wenselijk.

 

- Met betrekking tot mobiliteitsimpact:

De mobiliteitsimpact van het project dient verduidelijkt te worden.

De werkelijke parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de maximaal gelijktijdig aanwezige personeelsleden op de site. Dit aantal wordt door de aanvrager ingeschat op 30, waarvan 90% met de wagen komt. Verder in het project-MER is er echter ook sprake van 108 mensen per dag in een tweeshiftensysteem. Het is onduidelijk hoe dit zich vertaalt naar maximaal 30 gelijktijdig aanwezigen, ook gezien tabel III-11 in het project-MER spreekt van 70 werknemers in de dagshift (en 13 in de nachtshift).

 

De aanvrager stelt dat het project-MER werd aangevuld in zijn antwoordnota. Hoofdstuk III.3.6.2 Exploitatiefase is ongewijzigd en bevat dus foutieve of onduidelijke info. In hoofdstuk XIV.3.2.2. wordt wel geduid dat er van de 108 werknemers ongeveer 50 volgens het klassieke dagpatroon zullen werken en 24 werknemers in een drieploegenstelstel (6-14 uur, 14-22 uur, 22-6 uur). Bijkomend is er sprake van een 30-tal havenarbeiders of contractors in een tweeploegensysteem (6-14 uur en 14-22 uur). Dit wordt door de aanvrager vertaald naar circa 73 aanwezigen overdag, waarvan 90% zich met de wagen zal verplaatsen.

 

Op het inplantingsplan worden 71 parkeerplaatsen voor auto’s voorzien, waarvan 5 toegankelijke parkeerplaatsen. Het aantal voorziene parkeerplaatsen ligt lager dan de ingeschatte parkeerbehoefte. Parkeren dient steeds op eigen terrein te gebeuren. Dit wordt opgelegd als voorwaarde.

 

Hierop heeft de aanvrager geen repliek gegeven. Met de verduidelijking van het aantal gelijktijdig aanwezige werknemers (73 overdag) en rekening houdend met de samenvallende shiftwissels wordt de parkeerbehoefte ingeschat op 87 parkeerplaatsen wanneer 90% met de wagen komt. Er dienen dus bijkomende parkeerplaatsen voorzien te worden. De voorwaarde dat parkeren op eigen terrein dient te gebeuren, wordt behouden.

 

In het project-MER wordt gesteld dat de toekomstige verkeersgeneratie op het vlak van zwaar verkeer (ingeschat op 64 vrachtwagens per dag) lager ligt dan in de huidige situatie. Het is onduidelijk of de gehanteerde cijfers voor de huidige situatie enkel betrekking hebben op de projectsite (circa 8 ha) of op de gehele site van Euroports aan de Muisbroeklaan, dewelke circa 20,5 ha betreft.

Gezien de cijfers voor vrachtverkeer lager liggen dan in de huidige situatie en de beperkte toename van het personenvervoer, wordt in het project-MER geconcludeerd dat er geen problemen verwacht worden op vlak van doorstroming of verkeersveiligheid. Het is onzeker of deze conclusie zonder verdere onderbouwing gemaakt kan worden.

 

De aanvrager repliceert hierop dat de doorgegeven cijfers van Euroports effectief enkel de zone van Synpet betreffen en stelt dat Euroports een deel (circa 25%) van zijn activiteiten zal verhuizen naar kaai 518, de rest zou hier verdwijnen. Deze opmerking kan als voldoende beantwoord beschouwd worden.

 

De fietsenstalling is gelokaliseerd nabij de inkom voor voetgangers, maar ligt verder verwijderd van het hoofdgebouw dan alle autoparkeerplaatsen. De fietsenstalling dient dichter bij de ingang voorzien te worden. Dit wordt meegegeven als aanbeveling om het fietsgebruik te stimuleren in het kader van de gewenste modal shift.

Het lijkt erop dat de fietsers de site dienen te betreden via de tourniquet nabij de ingang. Dit is geen gebruiksvriendelijke fietsingang. Het is aangewezen een vlotter toegankelijke ingang voor fietsers te voorzien.

Er dienen fietssymbolen aangebracht te worden tussen het fietspad op de openbare weg en de fietsenstalling om te duiden op de aanwezigheid van fietsers. Dit wordt meegegeven als aanbeveling. Het is aan de exploitant zelf om te zorgen voor een veilige, interne organisatie van de verschillende verkeersstromen op de eigen site.

 

De aanvrager repliceert hier op dat er een fietsenstalling voor 20 fietsen voorzien wordt naast het hoofdgebouw, uitgerust met elektrische laadplaatsen. De aanbevelingen blijven behouden.

 

Op de site zijn 5 parkings voorzien voor vrachtwagens. Laden en lossen en het opstellen van wachtende vrachtwagens dient steeds op eigen terrein afgehandeld te worden.

 

De aanvrager bevestigt de aanwezigheid van 5 parkeerplaatsen voor vrachtwagens. De voorwaarde kan behouden blijven.

 

In het gewijzigde project-MER wordt door de MER-deskundige mobiliteit geoordeeld dat de verkeerstellingen van 2015 nog steeds representatief zijn aangezien blijkt dat Synpet geen bijkomend vrachtverkeer op het kruispunt zal veroorzaken. Hij maakt wel de aanbeveling voor het opmaken van een bedrijfsvervoersplan. Dit is een strategisch document dat wordt opgemaakt bij het begin van de exploitatiefase om bedrijven te helpen om hun transport- en mobiliteitsbehoeften efficiënt te beheren. Het doel is om de mobiliteit van werknemers te verbeteren, de verkeersdrukte te verminderen en de impact op het milieu te minimaliseren. Dit plan omvat maatregelen zoals carpooling, fietsvoorzieningen, openbaar vervoer stimulansen en flexibele werktijden. Als voorwaarde wordt opgelegd dat bij aanvang van de exploitatiefase een bedrijfsvervoersplan dient opgemaakt te zijn.


 

Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu

Voorliggende aanvraag betreft de bouw en exploitatie van een nieuwe fabriek voor het omzetten van gemengd koolstofhoudend afval (plastic) naar koolwaterstoffen (nafta) aan de hand van een thermisch conversieproces (TCP). De zo geproduceerde nafta kan dan op zijn beurt weer dienen als basis voor nieuwe plastics of als hoogcalorische brandstof.

 

Op 26 januari werd er door Provincie Antwerpen na een wijzigingslus opnieuw een advies gevraagd aan het college van burgemeester en schepenen, nadat er al een advies gegeven was op 21 november 2025. Onderstaande beoordeling betreft een aanvulling op dit eerder gegeven advies, naar aanleiding van de wijzigingen die de aanvrager aanbracht aan het dossier. De opmerkingen uit het advies van 21 november die in onderstaande advies niet besproken worden, blijven onverminderd gelden na het uitbrengen van dit advies. 

 

De aanvrager verklaart dat er weinig aanwijzingen zijn dat er PFAS aanwezig zouden zijn in de luchtstroom. De inputstromen betreffen namelijk zogenaamde ‘post customer plastics’, m.a.w. plastic afvalverpakkingen afkomstig van humane consumptie. In dergelijke producten wordt niet verwacht dat er PFAS en andere zeer zorgwekkende stoffen in verwerkt zitten. Op basis van de samenstelling van de brandstofstromen zijn er ook geen verbindingen die hiervoor verantwoordelijk kunnen zijn. De aanvrager stelt echter zelf dat, om hier een sluitend antwoord op te krijgen, wordt voorgesteld om een meting aan de schouw tijdens exploitatie uit te voeren. Het college stelde eerder dat deze meting dan best periodiek herhaald dient te worden. SynPet reageert hierop dat wanneer de eerste 3 metingen geen resultaat aantonen, dit niet verder herhaald dient te worden. Het college is hier niet mee akkoord. Aangezien SynPet werkt met een wisselende input, lijkt een periodieke herhaling wel degelijk aangewezen, los van het feit of er eerder concentraties gemeten werden of niet.

 

Het afvalwater wordt geloosd in het Kanaaldok B1. Het bedrijfsafvalwater ondergaat een uitgebreide zuivering (waaronder flotatie, twee stappen aerobe biologische zuivering, elektro-ozonisatie, en actiefkoolfiltratie) voordat het geloosd wordt. Er wordt ook gesteld dat mogelijk nitrificatie- denitrificatie nodig zal zijn om de stikstofnorm te halen. Voor het college was het in een vorige projectinhoudversie onduidelijk waarom deze stap dan niet voorzien werd. In huidige aanvraag werd een geoptimaliseerd zuiveringsconcept voorgesteld inclusief post-denitrificatie en actieve koolfiltratie. De eerder voorgestelde bijzondere voorwaarde komt dus te vervallen.

 

De exploitant stelt dat de lozingsnormen zijn gebaseerd op theoretische inschattingen en dat strikte postmonitoring dus vereist is gedurende de eerste twee jaar na opstart. Zo kan dan de feitelijke samenstelling en het debiet bepaald worden, waarna de lozingsvergunning kan worden bijgesteld naar meer accurate normen. Het college stelt voor deze zelf voorgestelde beperking voor 2 jaar op te leggen als bijzondere voorwaarde in de vergunning. Ook de Haven van Antwerpen-Brugge stelt in haar subadvies voor deze beperking van 2 jaar in combinatie met uitgebreide postmonitoring uit te voeren. Deze voorwaarde blijft gelden.

 


Advies van het college

Gunstig advies te verlenen voor de aanvraag tot omgevingsvergunning onder voorwaarden.

 

Dit advies werd opgemaakt op basis van PIV 7.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. De ondergrondse drukleidingen voor de waterafvoer van het Verlegde Schijns dienen gevrijwaard te blijven.

2. De zone boven de leidingen van de Voorgracht moet te allen tijde vrij gehouden worden, zodat ze bereikbaar blijft tijdens de werken. Ook het kleppenlokaal bovenop de buizen ligt op het terrein en moet te allen tijde toegankelijk blijven voor VMM die verantwoordelijk is voor beheer van de leidingen. Voor de toekomstige ontwikkelingen moet er ook rekening mee gehouden worden dat er minstens 5 meter ten opzichte van het opwaarts waterloopprofiel vrijgehouden moet worden voor onderhoud en beheer van de waterloop.

3. De aanvrager brengt de buitendienst van VMM minstens 10 dagen op voorhand op de hoogte van de aanvraag van de werken.

4. Niet-functionele verharding dient uitgesloten te worden van vergunning.

5. Alle parkings voor personenwagens worden uitgevoerd in waterdoorlatende verharding.

6. Parkeren, evenals wachten en laden/lossen, dient steeds op eigen terrein te gebeuren.

7. Er dient een bedrijfsvervoersplan opgemaakt te zijn bij aanvang van de exploitatiefase.

  

Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden

1. De PFAS-metingen aan de schouw dienen periodiek herhaald te worden.

2. De lozingsnormen voor de exploitatie worden gegund voor een periode van 2 jaar, in combinatie met een uitgebreide postmonitoring.

 

Fasering

Procedurestap

Datum

Ontvangst 1e adviesvraag

6 oktober 2025

Start 1e openbaar onderzoek

15 oktober 2025

Einde 1e openbaar onderzoek

13 november 2025

Ontvangst laatste adviesvraag28 januari 2026

Start laatste openbaar onderzoek

5 februari 2026

Einde laatste openbaar onderzoek*

6 maart 2026

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste adviesdatum

25 februari 2026

 * Op moment van schrijven van dit verslag was dit openbaar onderzoek nog niet afgerond. De evaluatie van eventuele bezwaren dient te gebeuren door de vergunningverlenende overheid.

Onderzoek

De aanvraag werd onderworpen aan twee openbare onderzoeken. Tijdens het eerste openbaar onderzoek werden standpunten, opmerkingen en/of bezwaren ingediend. Deze werden reeds besproken in het eerder advies van het college.


Op het moment van opmaak van dit verslag is het laatste openbaar onderzoek nog lopende. Het hierbij geformuleerde advies is opgemaakt onder voorbehoud van eventuele bijkomende opmerkingen, bezwaren of standpunten tijdens de resterende tijd van het openbaar onderzoek. Tot op heden werden geen nieuwe opmerkingen, standpunten of bezwaren ontvangen. De beoordeling van de eventuele bijkomende bezwaren wordt overgelaten aan de vergunningverlenende overheid.


Informatievergadering

Over de aanvraag werd een informatievergadering gehouden op 12 februari 2026. Het verslag hiervan werd overgemaakt aan de vergunningverlenende overheid.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een gunstig advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, te geven op de aanvraag onder volgende voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. De ondergrondse drukleidingen voor de waterafvoer van het Verlegde Schijns dienen gevrijwaard te blijven.

2. De zone boven de leidingen van de Voorgracht moet te allen tijde vrij gehouden worden, zodat ze bereikbaar blijft tijdens de werken. Ook het kleppenlokaal bovenop de buizen ligt op het terrein en moet te allen tijde toegankelijk blijven voor VMM die verantwoordelijk is voor beheer van de leidingen. Voor de toekomstige ontwikkelingen moet er ook rekening mee gehouden worden dat er minstens 5 meter ten opzichte van het opwaarts waterloopprofiel vrijgehouden moet worden voor onderhoud en beheer van de waterloop.

3. De aanvrager brengt de buitendienst van VMM minstens 10 dagen op voorhand op de hoogte van de aanvraag van de werken.

4. Niet-functionele verharding dient uitgesloten te worden van vergunning.

5. Alle parkings voor personenwagens worden uitgevoerd in waterdoorlatende verharding.

6. Parkeren, evenals wachten en laden/lossen, dient steeds op eigen terrein te gebeuren.

7. Er dient een bedrijfsvervoersplan opgemaakt te zijn bij aanvang van de exploitatiefase.

 

Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden

1. De PFAS-metingen aan de schouw dienen periodiek herhaald te worden.

2. De lozingsnormen voor de exploitatie worden gegund voor een periode van 2 jaar, in combinatie met een uitgebreide postmonitoring.


 

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.