Terug
Gepubliceerd op 19/01/2026

2026_CBS_00223 - Omgevingsvergunning - OMV_2024112095. Notelaarstraat 45. District Hoboken - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 16/01/2026 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Patrick Janssens, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Johan Klaps, schepen; Ken Casier, schepen; Karim Bachar, schepen; Nathalie van Baren, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur; Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester

Afwezig

Stijn De Rooster, schepen

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester
2026_CBS_00223 - Omgevingsvergunning - OMV_2024112095. Notelaarstraat 45. District Hoboken - Goedkeuring 2026_CBS_00223 - Omgevingsvergunning - OMV_2024112095. Notelaarstraat 45. District Hoboken - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer:

OMV_2024112095

Gegevens van de aanvrager:

BV HEMOSA met als adres Notelaarstraat 61 te 2660 Hoboken (Antwerpen)

Ligging van het project:

Notelaarstraat 45 te 2660 Hoboken (Antwerpen)

Kadastrale percelen:

afdeling 38 sectie B nr. 476W4

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

bouwen van een eengezinswoning

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

 

Relevante voorgeschiedenis

-          er werd geen relevante voorgeschiedenis teruggevonden.

 

Vergunde/ Bestaande toestand

-          braakliggend perceel met voorgevel (afgebrande woning);

-          gevelafwerking:

  • bruinrood parement en aluminium schrijnwerk;
  • blauwe hardstenen plint en raamdorpels.


Nieuwe toestand

-          functie:

  • wonen - eengezinswoning;

-          bouwvolume:

  • hoofdvolume van 2 bouwlagen met zadeldak en gelijkvloerse aanbouw onder plat dak;
  • dakkapel aan de voor- en achtergevel op 0,6m van de perceelgrenzen;
  • bouwdiepte van 10,00 op de verdiepingen en 17,00 m op het gelijkvloers;
  • bouwhoogte van 10,85 m;

-          gevelafwerking:

  • bruinrood parement en zwart aluminium schrijnwerk;
  • blauwe hardstenen plint en raamdorpels;
  • dakkapel in zwarte trespa;

-          inrichting:

  • verharding van 13 m² in de achtertuinzone.

 

Inhoud van de aanvraag

-          slopen van de voorgevel;

-          bouwen van een eengezinswoning;

-          wijzigen van de scheimuren;

-          aanleggen van verhardingen.

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

 

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

 

Adviezen

 

Externe adviezen

Er werden geen externe adviezen gevraagd.

 

Interne adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies

Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering

24 november 2025

27 november 2025

Stadsontwikkeling/ Mobiliteit

24 november 2025

24 november 2025

 

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen). 

 

(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)

 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023)
De aanvraag is in overeenstemming met de verordening hemelwater.
 

-          Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.

 

-         Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
(De verordening publiciteit kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Gewestelijke publiciteitsverordening 2023)
De gewestelijke publiciteitsverordening is niet van toepassing op de aanvraag.

Algemene bouwverordeningen

-          Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan je raadplegen via www.ruimtelijkeordening.be)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
voetgangersverkeer.


Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 maart 2024 en in werking getreden op 15 juli 2024.
(De bouwcode kan je raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend(e) punt(en):

  • artikel 18 Stabiliteit en scheidingsmuren: het gedeelte van de scheidingsmuren op het platte dak heeft geen opstand van minimaal 30 cm;
  • artikel 20 Daken: de platte daken van de dakkapellen worden niet voorzien van lichtkleurige dakbedekking of een groen dak en er is geen niet-brandbare strook van 30 cm rond de lichtkoepel en dakopstanden voorzien op het groen dak van de aanbouw;
  • artikel 32 POET-principe is leidend: er is geen autostalplaats op eigen terrein voorzien;
  • artikel 33 Fietsparkeren maximaal op eigen terrein: de aanvraag voorziet niet in een ruimte om de nodige 4 fietsen te kunnen stallen.

 

-          Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.

(De verordening stedenbouwkundige lasten kan je raadplegen via https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving)

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.
 

Sectorale regelgeving

-          MER-screening:

Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

 

-          Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs worden vastgesteld dat de voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Bijgevolg is het beoordelingskader voor stikstofoxiden veroorzaakt door mobiliteit van toepassing. De stikstofdepositie van het project en de effecten hiervan zijn onderzocht voor de Habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) binnen een straal van 20 km rond het projectgebied. 

De berekende impactscore is lager dan of gelijk aan de minimis-drempel van 1%.

De kritische depositiewaarde ten aanzien van de SBZ-H wordt door het project niet overschreden. Bijgevolg is de opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van de SBZ-H niet vereist. 

 

-            Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).

Voor het project is geen pluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).

Het project is niet gelegen in een signaalgebied.

Aangezien het project niet ligt in een gebied met overstromingskans en er voldoende onverharde ruimte op het perceel behouden blijft zal het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaken.

Kijk de score van uw project na op https://www.waterinfo.be/informatieplicht.

Op volgende website worden oplossingen aangereikt om gebouwen te beschermen tegen waterindringing of in het geval van onvermijdbare waterindringing de kans op schade te verkleinen. https://vmm.vlaanderen.be/publicaties/individuele-bescherming-tegen-overstromingen.

 

-          Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.

 

-          Vlaamse codex Wonen 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan je raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex Wonen van 2021)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.

 

-          Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen

-          Transformatieleidraad: Transformatieleidraad Ruimte geven aan de stad van morgen. Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad dit plan goed.
De transformatieleidraad kan je raadplegen via Transformatieleidraad.

 

-          Strategische Ruimteplan Antwerpen (SRA): Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad het nieuwe plan goed.
Het strategisch ruimteplan Antwerpen kan je raadplegen via Strategisch Ruimteplan Antwerpen. 

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

Functionele inpasbaarheid

De oorspronkelijke eengezinswoning is beschadigd door een brand. De restanten van deze woning worden afgebroken en vervangen door een nieuwe eengezinswoning. De woonfunctie blijft hiermee functioneel inpasbaar in dit woongebied.

 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

De aanvraag voorziet het bouwen van een nieuwe eengezinswoning van 2 bouwlagen onder een hellend dak met een gelijkvloerse aanbouw. De voorgestelde bouwdieptes sluiten aan bij de aanpalende panden.

 

In de tuin blijft voldoende onverharde ruimte behouden om een kwalitatieve groene inrichting te realiseren. De uitbreiding van de scheidingsmuren ter hoogte van de aanbouw is beperkt en veroorzaakt geen noemenswaardige hinder voor de aanpalende percelen op het vlak van bezonning en privacy. De voorziene bouwhoogte van de aanbouw is noodzakelijk om een voldoende vrije verdiepingshoogte te garanderen en te voldoen aan de geldende isolatie- en energienormen. Het hoofdvolume van twee bouwlagen onder een hellend dak komt frequent voor in de omgeving en is ruimtelijk aanvaardbaar. Gelet op de zuidelijke ligging van de straat ten opzichte van de bebouwing ontstaat bovendien geen bijkomende schaduwhinder op het openbaar domein.

 

De geplande werken zijn bijgevolg niet storend voor de omgeving. Het voorstel is ruimtelijk aanvaardbaar

 

Visueel-vormelijke elementen

De voorgevel wordt afgewerkt in een bruinrode gevelsteen in combinatie met blauwe hardstenen plint en dorpels en aluminium schrijnwerk. Dit materiaalgebruik is visueel inpasbaar in deze omgeving.

 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

Volgens de plannen wordt de verhoogde scheidingsmuur op de perceelsgrens ter hoogte van de gelijkvloerse aanbouw niet uitgevoerd met een opstand van 30 cm ten opzichte van het hoogst aangrenzende dakvlak. Dit is strijdig met artikel 18 van de bouwcode. Bijkomend is het plat dak strijdig met artikel 20 van de bouwcode aangezien er geen niet-brandbare strook van 30 cm voorzien is tussen de vegetatie en de dakopstanden en lichtkoepels. Van deze voorschriften kan met het oog op het voorkomen van brandoverslag niet afgeweken worden. Aangezien het dak voorzien is van een groendak zal als voorwaarde bij vergunning worden opgelegd dat er tussen de scheidingswand/lichtkoepel en de vegetatie een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimumklasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed aanwezig moet zijn.

 

Daarnaast wordt opgemerkt dat de platte daken van de dakkapellen niet worden afgewerkt met een lichtkleurige dakbedekking of een groendak zoals bepaald in artikel 20 van de bouwcode. Een lichtkleurige dakbekleding zorgt voor een beperking van de stedelijke hitte, daarnaast heeft een groendak bijkomende voordelen voor het versterken van de stedelijke biodiversiteit, vasthouden van hemelwater en capteren van fijnstof. Het voldoen aan de bepalingen van dit artikel wordt opgelegd als voorwaarde bij vergunning. 

Extreme piekwaarden van lood in fijn stof werden begin 2024 gemeten in district Hoboken. Deze zijn met grote waarschijnlijkheid terug te brengen tot grondwerken in de directe omgeving waarbij metaalslakken betrokken waren die historisch gezien zorgden voor versteviging van de ondergrond van terreinen. Voornamelijk in district Hoboken werden deze metaalslakken gebruikt zonder dat echter geweten is waar de exacte locaties van deze metaalslakken zich bevinden. Om opwaaiend stof te voorkomen bij werken op werfzones, dringen er zich bijkomende maatregelen op met het oog op het monitoren en beheersen van stofverspreiding bij werkzaamheden. De aanvrager wordt hierbij gewezen op de politieverordening van 13 mei 2024 betreffende het invoeren van maatregelen ter beperking en monitoring van stofontwikkeling in Hoboken bij werkzaamheden op privaat en openbaar domein.

 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein). Voor voorliggende aanvraag werd advies gevraagd aan de stedelijke dienst mobiliteit dat in onderstaande elementen wordt samengevat en beoordeeld.

 

Autostalplaatsen

De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 32 van de bouwcode van kracht sinds 15 juli 2024, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding, wijzigen van het aantal wooneenheden en wijziging tussen de gedefinieerde subfuncties in paragraaf 3. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.

 

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 1 parkeerplaatsen.

 

“De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding en/of functiewijziging.

Er wordt een eengezinswoning met 3 slaapkamers opgetrokken.

Bij projecten tot en met 5 wooneenheden is de parkeernorm 1.

De werkelijke parkeerbehoefte is 1 x 1 = 1 parkeerplaats.”

 

De plannen voorzien in geen nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.

 

Voorliggende aanvraag heeft betrekking op een pand met een voorgevel van minder dan 8 m breed. Volgens artikel 8, §1, b° (Visuele en vormelijke inpassing) van de bouwcode is een toegangspoort verboden. Daarnaast kan gesteld worden dat de oorspronkelijke woning ook niet over een autostaanplaats beschikte. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt kan er dan ook een bijstelling van 1 parkeerplaats worden toegestaan.

 

Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 0.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

Voor vergunningsaanvragen voor nieuwbouw van eengezinswoningen kan echter afgeweken worden van de berekening van de parkeerbehoefte zoals vermeld in bovenstaande tabel, indien realisatie van de parkeerplaatsen niet mogelijk is. Dit geldt tevens voor eengezinswoningen die boven winkelpanden ingericht worden.

Het bijgestelde aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 1 – 1 = 0.

 

Het bijgestelde aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 0.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 0 plaatsen.

 

 

Bewonersvergunningen bij nieuwbouw of herbouw:

Op 25 maart 2024 keurde de gemeenteraad een gewijzigd reglement goed voor de gemeentelijke parkeervergunning. Hierin werd het aantal bewonersvergunningen bij nieuwbouw en herbouw gewijzigd. Deze is toepasbaar voor bouwdossiers die ingediend zijn op of na 15 juli 2024, met name het moment dat de nieuwe bouwcode van kracht is.

 

Om de publieke ruimte verder beschikbaar te maken voor andere zaken dan geparkeerde voertuigen, wil de stad het aantal parkeervergunningen gekoppeld aan nieuwe bouwprojecten of herbouwprojecten beperken. Bewoners hebben bij deze projecten namelijk een hoogwaardig alternatief (inpandig parkeren) ten opzichte van parkeren op straat.  

 

Het betreft een project met maximaal 5 wooneenheden. Er kunnen per wooneenheid 2 bewonerskaarten per wooneenheid toegekend worden aan de bewoners van dit gebouw. Dit wordt informatief meegegeven aan de aanvrager.

 

Fietsvoorzieningen:

“Er is een fietsparkeerbehoefte van 1 x (3 slaapkamers + 1 bezoekersstalplaats) = 4 fietsstalplaatsen. Er zijn geen fietsstalplaatsen voorzien op de plannen. De inkom zou fietsstalplaatsen kunnen bergen.”

 

Het advies van de stedelijke dienst Mobiliteit wordt deels bijgetreden. Het pand heeft geen voor- of zijtuinstrook. Door de beperkte gevelbreedte en perceelsoppervlakte is het niet mogelijk om een kwalitatieve fietsenstalling voor het nodige aantal fietsstalplaatsen te voorzien zonder concessies te doen aan andere woonkwaliteiten. De inkom is ruim waar er mogelijkheid is om twee fietsen te kunnen stallen. Dit wordt opgenomen als voorwaarde van vergunning.

 

Advies aan het college

 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. Na uitvoering van de werken te voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

2. Het gedeelte van het plat dak van de gelijkvloerse aanbouw gelegen naast de scheidingsmuren en het gedeelte rondom de lichtkoepel is te voorzien van een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed tussen de vegetatie van het groendak en de scheidingswand en rond de lichtkoepel.

3. De platte daken van de dakkapellen moeten aangelegd worden conform artikel 20 van de bouwcode.

4. In de inkom moeten 2 fietsstalplaatsen ingericht worden.

Fasering

 

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

2 oktober 2025

Volledig en ontvankelijk

24 november 2025

Start openbaar onderzoek

geen

Einde openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste beslissingsdatum

23 januari 2026

Verslag GOA

6 januari 2026

Naam GOA

Gerd Cryns

 

Onderzoek

De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking. 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:

 

Algemene voorwaarden

de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.

 

Stedenbouwkundige voorwaarden

1. Na uitvoering van de werken te voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

2. Het gedeelte van het plat dak van de gelijkvloerse aanbouw gelegen naast de scheidingsmuren en het gedeelte rondom de lichtkoepel is te voorzien van een niet-brandbare strook (reactie bij brand van minimum klasse A2FL-s2) van minstens 30 cm breed tussen de vegetatie van het groendak en de scheidingswand en rond de lichtkoepel.

3. De platte daken van de dakkapellen moeten aangelegd worden conform artikel 20 van de bouwcode.

4. In de inkom moeten 2 fietsstalplaatsen ingericht worden.

 

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.