Terug
Gepubliceerd op 19/01/2026

2026_CBS_00197 - Omgevingsvergunning - OMV_2025001806. Eugeen Meeustraat 23, Vaartkaai 29. District Merksem. Rechtzetting materiële vergissing - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 16/01/2026 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Patrick Janssens, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Johan Klaps, schepen; Ken Casier, schepen; Karim Bachar, schepen; Nathalie van Baren, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur; Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester

Afwezig

Stijn De Rooster, schepen

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester
2026_CBS_00197 - Omgevingsvergunning - OMV_2025001806. Eugeen Meeustraat 23, Vaartkaai 29. District Merksem. Rechtzetting materiële vergissing - Goedkeuring 2026_CBS_00197 - Omgevingsvergunning - OMV_2025001806. Eugeen Meeustraat 23, Vaartkaai 29. District Merksem. Rechtzetting materiële vergissing - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

In zitting van 19 december 2025 werd beslist om een omgevingsvergunning met referentie OMV_2025001806 af te leveren aan NV BVI.EU Green Business Park Merksem met volgende gegevens:

Projectnummer:

OMV_2025001806

Gegevens van de aanvrager:

NV BVI.EU Green Business Park Merksem met als contactadres Prins Boudewijnlaan 7C bus 0201 te 2550 Kontich

Gegevens van de exploitant:

NV BVI.EU Green Business Park Merksem (0745793705) met als contactadres Prins Boudewijnlaan 7C bus 0201 te 2550 Kontich

Ligging van het project:

Eugeen Meeustraat 23, Vaartkaai 29 te 2170 Merksem (Antwerpen)

Kadastrale percelen:

afdeling 40 sectie C nrs. 263V, 263/2B, 269H7, 269G7 en 269M6

waarvan:

 

  • 20250320-0021

afdeling 40 sectie C nrs. 263V, 263/2B, 269H7, 269G7 en 269M6 (AAK 22 - IIOA)

  • 20250402-0070

afdeling 40 sectie C nrs. 263V, 263/2B, 269H7, 269G7 en 269M6 (AAK 22 - Bemaling)

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorwerp van de aanvraag:

afbreken van bestaande gebouwen en verhardingen, wijzigen bodemreliëf, bouwrijp maken van het terrein, bouwen en exploiteren van een bedrijfsverzamelgebouw met bedrijfshallen, KMO-units, kantoorruimte, conciërgewoning en bijhorende laad- en loskades, wegenis, parking- en groenaanleg, de exploitatie van een bronbemaling, lozen huishoudelijk afvalwater en exploitatie van een warmtepomp

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Door een materiële vergissing werd in het collegebesluit van 19 december 2025 niet vermeld dat het college zich aansluit bij het advies van de ASTRID-veiligheidscommissie en werd voorwaarde 11 met betrekking tot het naleven van het advies van de ASTRID-veiligheidscommissie niet opgenomen in het collegebesluit. Het toevoegen van deze voorwaarde heeft geen impact op het eindresultaat van de beslissing.

Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.
2. Indien het kantoorgebouw over een onthaalruimte beschikt, moet deze voldoen aan artikel 28 van de verordening toegankelijkheid.
3. De technische installaties op het dak van de KMO’s moeten voorzien worden van een omkasting die rekening houdt met de architecturale kwaliteit van het project, conform artikel 15 van de bouwcode.
4. De dwarse parkeervakken op de 4de en 5de verdieping moeten een breedte hebben van 2,5 m, conform artikel 32 van de bouwcode.
5. De fietsstalplaatsen in de bedrijfshallen moeten door middel van een afsluiting worden afgesloten om te voorkomen dat deze plaatsen mee worden opgenomen in het magazijn.
6. De voorwaarden zoals opgenomen in het advies van de stedelijke groenexpert dienen opgevolgd te worden.
7. De voorwaarden zoals opgenomen in het advies van de Verkeerspolitie dienen opgevolgd te worden.
8. De voorwaarden zoals opgenomen in het advies van de stedelijke dienst Trage Wegen dienen opgevolgd te worden.
9. De voorwaarden zoals opgenomen in het advies van de stedelijke dienst Mobiliteit dienen opgevolgd te worden
10. Het BOK-peil van de leegloop van de gracht naar de stuwput mag niet lager dan 4,04 mTAW liggen. Dit om het compensatievolume onder het gebouw volledig te kunnen benutten.
11. De voorwaarden zoals opgenomen in het advies van de ASTRID-veiligheidscommissie dienen opgevolgd te worden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt de rechtzetting goed met betrekking tot het toevoegen van voorwaarde 11 met het naleven van het advies van de ASTRID-veiligheidscommissie aan het collegebesluit van 19 december 2025 (jaarnummer 2025_CBS_09345) met referentie OMV_2025001806.

Artikel 2

Het college beslist aan NV BVI.EU Green Business Park Merksem met adres Prins Boudewijnlaan 7C bus 0201 te 2550 Kontich mee te delen dat dit collegebesluit aan het collegebesluit van 19 december 2025 met referentie OMV_2025001806 dient te worden gehecht en er integraal deel van uitmaakt, zonder dat dit invloed heeft op de beroepstermijnen.

Algemene voorwaarden

de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.

Stedenbouwkundige voorwaarden

1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.
2. Indien het kantoorgebouw over een onthaalruimte beschikt, moet deze voldoen aan artikel 28 van de verordening toegankelijkheid.
3. De technische installaties op het dak van de KMO’s moeten voorzien worden van een omkasting die rekening houdt met de architecturale kwaliteit van het project, conform artikel 15 van de bouwcode.
4. De dwarse parkeervakken op de 4de en 5de verdieping moeten een breedte hebben van 2,5 m, conform artikel 32 van de bouwcode.
5. De fietsstalplaatsen in de bedrijfshallen moeten door middel van een afsluiting worden afgesloten om te voorkomen dat deze plaatsen mee worden opgenomen in het magazijn.
6. De voorwaarden zoals opgenomen in het advies van de stedelijke groenexpert dienen opgevolgd te worden.
7. De voorwaarden zoals opgenomen in het advies van de Verkeerspolitie dienen opgevolgd te worden.
8. De voorwaarden zoals opgenomen in het advies van de stedelijke dienst Trage Wegen dienen opgevolgd te worden.
9. De voorwaarden zoals opgenomen in het advies van de stedelijke dienst Mobiliteit dienen opgevolgd te worden.
10. Het BOK-peil van de leegloop van de gracht naar de stuwput mag niet lager dan 4,04 mTAW liggen. Dit om het compensatievolume onder het gebouw volledig te kunnen benutten.
11. De voorwaarden zoals opgenomen in het advies van de ASTRID-veiligheidscommissie dienen opgevolgd te worden. 

Bijzondere milieuvoorwaarden
1. De startdatum van de bemaling wordt ten minste twee weken voor de start gemeld aan stad Antwerpen. Hiervoor stuurt u een mail aan de dienst Vergunningen (milieuvergunningen@antwerpen.be) en de dienst Milieu-Interventie (mi@antwerpen.be) met vermelding van het dossiernummer, de contactgegevens van de werfverantwoordelijke en de start- en einddatum.
2. Om het opgepompte debiet minimaal te houden, wordt na het bereiken van de noodzakelijke verlaging van de grondwatertafel, het opgepompte debiet maximaal teruggeschroefd, om de verlaging in stand te houden.
3. Het debiet van de bemaling wordt opgevolgd door middel van correct werkende debietmeters en bijgehouden in een logboek dat steeds op de werf aanwezig is en ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende overheid. Het debiet wordt minstens wekelijks geregistreerd wanneer de bemaling in werking is.
4. De grondwaterstand ter hoogte van de bemaling dient gemonitord te worden tijdens de bemalingsfase om na te gaan of de theoretische berekeningen overeenkomen met de werkelijke vaststellingen en er niet meer debiet dan strikt noodzakelijk wordt opgepompt. Indien deze metingen afwijken van de theoretische berekeningen dient meteen de impact hiervan te worden nagegaan.
5. In afwijking van artikel 4.2.5.1.1 §1 van Vlarem II moet er geen meetgoot voorzien worden.
6. Er wordt geloosd in de gracht die afvoert naar het Albertkanaal.
7. De lozingsnormen worden vastgesteld op:

parameter

lozingsnorm

arseen

50 µg/liter

minerale olie

500 µg/liter

naftaleen

2 µg/liter

koper

500 µg/liter

nikkel

300 µg/liter

PFAS (individueel)

100 ng/liter

8. De kwaliteit van het bemalingswater wordt geanalyseerd voor het lozingspunt (na schoonpompen van de bemalingsinstallatie) op het standaardanalysepakket (SAP), PFAS en andere relevante parameters uit het vooronderzoek: naftaleen, kalium en natrium, voor de opstart van de bemaling. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst werden aan de geldende normen.
De verdere monitoring van het opgepompte bemalingswater gebeurt aan volgende frequentie:
- bij concentraties hoger dan 80% van de norm: analyse in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling of tot wanneer de recentste analyse zonder zuivering maximaal 80% van de norm bedraagt;
- bij concentraties lager dan 80% van de norm: geen herhaling noodzakelijk.
Bij inzet van een waterzuivering gebeurt de analyse op het effluent van de waterzuivering ter vervanging van de monitoring van het opgepompte bemalingswater als volgt: in de eerste maand wekelijks en vervolgens maandelijks tot het einde van de bemaling.
9. De analyseresultaten met betrekking tot PFAS worden bezorgd aan de PFAS-coördinator van stad Antwerpen (mi@antwerpen.be).
10. Er dient toestemming van de waterloopbeheerder van het Albertkanaal bekomen te worden voor de lozing van het bemalingswater.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.