Terug
Gepubliceerd op 19/01/2026

2026_CBS_00039 - Omgevingsvergunning - OMV_2025020722. Muisbroeklaan 49. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 16/01/2026 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Patrick Janssens, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Johan Klaps, schepen; Ken Casier, schepen; Karim Bachar, schepen; Nathalie van Baren, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur; Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester

Afwezig

Stijn De Rooster, schepen

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester
2026_CBS_00039 - Omgevingsvergunning - OMV_2025020722. Muisbroeklaan 49. District Antwerpen - Goedkeuring 2026_CBS_00039 - Omgevingsvergunning - OMV_2025020722. Muisbroeklaan 49. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer:

OMV_2025020722

Gegevens van de aanvrager:

BV BRABO, HAVENLOODSEN EN BOOTLIEDEN met als adres Noorderlaan 21 te 2030 Antwerpen en de heer Sven De Brie met als contactadres Noorderlaan - Haven 28 21 te 2030 Antwerpen

Ligging van het project:

Muisbroeklaan 49 te 2030 Antwerpen

Kadastrale percelen:

afdeling 16 sectie A nr. 72K

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

Slopen van een gebouw

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

 

Relevante voorgeschiedenis

-     06/03/2006: vergunning (2005662) voor het regulariseren van een dienstgebouw blok 14. 

 

Vergunde/bestaande toestand

-     functie: een dienstgebouw; 

-     bouwvolume: 

  • oppervlakte: 341 m²; 
  • volume: 1.732 m³; 
  • maximale hoogte: 6,80 meter; 

-     gevelafwerking: 

  • glad beton en sierbeton met gewassen granulaten; 

-     inrichting: 

  • ten zuiden van het dienstgebouw is een parking in asfalt aanwezig. 


Nieuwe toestand

-     inrichting: 

  • het dienstgebouw, inclusief de bestaande verhardingen, worden volledig gesloopt; 
  • het terrein blijft braak liggen.


Inhoud van de aanvraag

-     slopen van een gebouw 

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

 

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

 

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Provincie Antwerpen - Dienst Integraal Waterbeleid

19 november 2025

20 november 2025

Geen advies

Haven van Antwerpen-Brugge, Permits&Advice

19 november 2025

19 december 2025

Voorwaardelijk gunstig

Infrabel Antwerpen, Limburg, Vlaams Brabant

19 november 2025

9 december 2025

Voorwaardelijk gunstig

Water-link

19 november 2025

Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag

 

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn.

De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen.

Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.

 

Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd als Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.

Zulk gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams havengebied als onderdeel van de haven van Antwerpen. Het is bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur.

Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de bestemming en voor de exploitatie van de haven en de bedrijven zijn toegelaten.

Daartoe worden ook de volgende werken, handelingen, voorzieningen, en wijzigingen gerekend:

- de aanleg en het onderhoud van infrastructuur die nodig is voor de toegankelijkheid of voor verbindingen langs de waterzijde en langs de landszijde;

- het laguneren of op een andere wijze bergen of verwerken van baggerspecie.

Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van tijdelijke ecologische infrastructuur toegelaten.

In het gebied zijn eveneens gebouwen of lokalen voor bewakingspersoneel toegelaten.

In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven- en industriële activiteiten. De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.

 

De aanvraag dient beoordeeld te worden aan de hand van de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan.

De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.

 

Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
De verordening publiciteit is niet van toepassing op de aanvraag.

 

Sectorale regelgeving

MER-screening: het komt toe aan de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag om te beslissen of er een project-MER moet worden opgesteld.
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

 

Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het Stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het Stikstofdecreet.
 

Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
De watertoets is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.

 

Archeologienota: overeenkomstig artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 moet aan bepaalde aanvragen een archeologienota worden toegevoegd waarvan akte werd genomen
Het voorliggende project heeft een oppervlakte kleiner dan 5.000 m² waardoor een archeologienota waarvan akte is genomen niet van toepassing is.

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

Functionele inpasbaarheid

De aanvraag betreft het slopen van een dienstgebouw, inclusief de bestaande verhardingen, aangezien het gebouw leeg staat en in slechte conditie is. Om een bruikbaar terrein te bekomen, dienen alle ondergrondse constructies afgebroken te worden, met inbegrip van de funderingszolen. Funderingspalen dienen weggebroken tot op tenminste 2 meter onder de paalkop. De niet meer te gebruiken rioleringen en andere leidingen dienen uit de ondergrond verwijderd.

 

Door een in onbruik geraakt gebouw af te breken, kan het vrijgekomen terrein herontwikkeld worden volgens de bestemming die van toepassing is op dit gebied en kan het aansnijden van nieuwe ruimte vermeden worden. De aanvraag is bijgevolg functioneel inpasbaar.

 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

Door het louter slopen van een gebouw met bijhorende verhardingen wordt geen nieuwe ruimte ingenomen. De aanvraag is in overeenstemming en verenigbaar met de ruimtelijke context van het havengebied waarbinnen deze aanvraag is gesitueerd.

 

Cultuurhistorische aspecten

Door de aanvrager werd een preadvies gevraagd aan de dienst onroerend erfgoed/monumentenzorg van de stad Antwerpen. Zij melden dat het gebouw niet is opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed en het geen erfgoedwaarde bevat. De ruimtelijke impact is hierdoor beperkt.

 

Visueel-vormelijke elementen

Na de afbraakwerken blijft het terrein braak liggen in afwachting van een nieuwe ontwikkeling. Het terrein dient na de sloopwerkzaamheden vochtig gehouden of ingezaaid te worden met een streekeigen grasmengsel om stofvorming te voorkomen.

 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

Er werd advies ingewonnen bij de Haven van Antwerpen-Brugge als gebiedsbeheerder. Dit advies is voorwaardelijk gunstig. Zij nemen volgende voorwaarden op:

  1. Bij alle afbraakwerken moeten ook steeds alle ondergrondse constructies worden verwijderd, uitgezonderd funderingspalen. Funderingspalen moeten worden weggebroken tot op ten minste 2 meter onder de paalkop. Ongebruikte rioleringen en leidingen moeten eveneens uit de ondergrond worden verwijderd. Het is verboden om op het terrein aanvullingen te doen met puin of ander afval.
  2. Bij afbraak van de terreinriolering moet de terreinriolering volledig worden weggenomen tot aan de laatste privatieve toezichtschouw. De aldus ontstane gaten in de toezichtschouw moeten worden opgevuld met vol metselwerk. Is er geen toezichtschouw aanwezig, dan moet het laatste deel van de buis aangesloten op de moerriool blijven zitten tot juist op de concessiegrens en worden afgedicht met een betonprop of metselwerk.
  3. Gelet op het Vlaams actieplan fijn stof voor de Antwerpse agglomeratie en de haven, moet de aanvrager tijdens de renovatiewerken alle nodige maatregelen nemen om stofvorming te beperken zodat stofhinder naar de omgeving voorkomen wordt. De omliggende bedrijfsterreinen, het verkeer en het scheepvaartverkeer mogen in geen geval nadelige effecten ondervinden ten gevolge van stof.

Deze voorwaarden betreffen uitvoeringsmodaliteiten die integraal aan de vergunning kunnen worden gekoppeld.

 

Daar de werken zich in de nabijheid van treinsporen bevinden, werd het advies ingewonnen van Infrabel. Zij brachten een voorwaardelijk gunstig advies uit, met volgende voorwaarden: 

-     werkinstructie (WIT) 1003, met veiligheidsmaatregelen bij werken met niet-spoorgebonden voertuigen zonder voorziene indringing, dient nageleefd te worden;  

-     voor de uitvoering van de werken is een werktoelating aan te vragen bij Infrabel, zodat de gepaste veiligheidsmaatregelen kunnen worden afgestemd.

Deze voorwaarden worden beschouwd als uitvoeringsmodaliteiten en kunnen aan de vergunning worden gehecht.

 

Wegens de nabijheid van een waterleiding werd advies gevraagd aan Water-link. Zij hebben echter geen tijdig advies uitgebracht. De aanvrager is wettelijk verplicht om voor de start van de werken een KLIP-aanvraag in te dienen.

 

De aanvrager wordt erop gewezen dat de sloopwerken dienen uitgevoerd te worden conform hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken van VLAREM II.

 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

De aanvraag genereert geen bijkomende parkeerbehoefte. Er is enkel een effect op de mobiliteit gedurende de sloopwerken door het aan- en afrijden van transport. De aanvrager dient de nodige (organisatorische) acties te ondernemen opdat het werfverkeer geen hinder op de openbare weg veroorzaakt.

 

Advies aan het college

 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. Om een bruikbaar terrein te bekomen, dienen alle ondergrondse constructies afgebroken te worden, met inbegrip van de funderingszolen. Funderingspalen dienen weggebroken tot op tenminste 2 meter onder de paalkop. De niet meer te gebruiken rioleringen en andere leidingen dienen uit de ondergrond verwijderd.

2. Het terrein dient na de sloopwerkzaamheden vochtig gehouden of ingezaaid te worden met een streekeigen grasmengsel om stofvorming te voorkomen.

3. De voorwaarden uit het advies van de Haven van Antwerpen-Brugge dienen strikt nageleefd te worden.

4. De voorwaarden uit het advies van Infrabel dienen strikt nageleefd te worden.

5. De bouwheer dient de nodige (organisatorische) acties te ondernemen opdat het werfverkeer geen hinder op de openbare weg veroorzaakt.

Fasering

 

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

16 september 2025

Volledig en ontvankelijk

19 november 2025

Start openbaar onderzoek

geen

Einde openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste beslissingsdatum

18 januari 2026

Verslag GOA

5 januari 2026

Naam GOA

Katrine Leemans

Onderzoek

Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:

 

Algemene voorwaarden

de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.

 

Stedenbouwkundige voorwaarden

1. Om een bruikbaar terrein te bekomen, dienen alle ondergrondse constructies afgebroken te worden, met inbegrip van de funderingszolen. Funderingspalen dienen weggebroken tot op tenminste 2 meter onder de paalkop. De niet meer te gebruiken rioleringen en andere leidingen dienen uit de ondergrond verwijderd.

2. Het terrein dient na de sloopwerkzaamheden vochtig gehouden of ingezaaid te worden met een streekeigen grasmengsel om stofvorming te voorkomen.

3. De voorwaarden uit het advies van de Haven van Antwerpen-Brugge dienen strikt nageleefd te worden.

4. De voorwaarden uit het advies van Infrabel dienen strikt nageleefd te worden.

5. De bouwheer dient de nodige (organisatorische) acties te ondernemen opdat het werfverkeer geen hinder op de openbare weg veroorzaakt.

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.