Terug
Gepubliceerd op 19/01/2026

2026_CBS_00196 - Omgevingsvergunning - OMV_2025075607. Fonteinstraat 31-33B. District Borgerhout - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 16/01/2026 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Patrick Janssens, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Johan Klaps, schepen; Ken Casier, schepen; Karim Bachar, schepen; Nathalie van Baren, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur; Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester

Afwezig

Stijn De Rooster, schepen

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester
2026_CBS_00196 - Omgevingsvergunning - OMV_2025075607. Fonteinstraat 31-33B. District Borgerhout - Goedkeuring 2026_CBS_00196 - Omgevingsvergunning - OMV_2025075607. Fonteinstraat 31-33B. District Borgerhout - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer:

OMV_2025075607

Gegevens van de aanvrager:

VZW Iqra-school met als adres Hogeweg 51 te 2140 Borgerhout (Antwerpen)

Gegevens van de exploitant:

VZW Iqra-school (0508952466) met als adres Hogeweg 51 te 2140 Borgerhout (Antwerpen)

Ligging van het project:

Fonteinstraat 31-33B te 2140 Borgerhout (Antwerpen)

Kadastrale percelen:

afdeling 24 sectie A nr. 262L

waarvan:

 

-          20250617-0030

afdeling 24 sectie A nr. 262L (IQRA Milieu)

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorwerp van de aanvraag:

plaatsen van tijdelijke klaslokalen en de tijdelijke exploitatie van basisschool IQRA

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

 

Relevante voorgeschiedenis

-          17/05/2023: weigering Raad voor Vergunningsbetwistingen na vergunning deputatie (OMV_2019082409) voor het bouwen en exploiteren van appartementen, school, supermarkt en ondergrondse parking;

-          19/05/2022: vergunning deputatie na vergunning college (OMV_2021132585) voor het bouwen van een petanqueloods; (vervallen, niet uitgevoerd)

-          22/10/2009: weigering (20094448) voor vellen van een Spaanse Aak;

-          01/04/1997: vergunning (1997157) voor uitbreiden van de sociale dienst; 

-          24/05/1993: vergunning (1993877) voor uitbreiden van het dienstencentrum De Fontein, uitbreiden van de cafétaria;

-          28/02/1995: vergunning voor uitbreiden van de sociale dienst en het dienstencentrum De Fontein;

-          18/11/1975: vergunning (19753189) voor oprichten van 2 flatgebouwen voor bejaarden met een dienstlokaal.

 

Vergunde/bestaande toestand

-          functie: gemeenschapsvoorzieningen (dienstencentrum en huisvesten van bejaarde personen);

-          bouwvolume:

  • 2 vrijstaande flatgebouwen met telkens 8 bouwlagen onder een plat dak;

-          inrichting:

  • perceel voorzien van grote hoeveelheid vegetatie en ingericht als park.

 

Nieuwe toestand

-          functie: gemeenschapsvoorziening: school met tijdelijke lokalen (periode van 24 maanden);

-          bouwvolume:

  • containerklassen van 2 bouwlagen met 2 toegangstrappen;
  • 2 overkappingen aan het binnengebied;
  • fietsenstalling van 32,5 m²;

-          gevelafwerking:

  • containers met grijs aluminium gevelpanelen en wit pvc-schrijnwerk;
  • buitentrap in staal met grijze kleur;

-          inrichting:

  • bijkomende verharding in betontegels van 140 m² en waterdoorlatende kleiklinkers van 70 m²;
  • vijver bedekt met vlonderlatten.

 

Inhoud van de aanvraag

-          plaatsen van 11 klaslokalen voor een periode van 24 maanden;

-          plaatsen van een fietsenstalling;

-          aanleggen van verhardingen.

 

Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten

 

Voorgeschiedenis

Op 23 maart 1995 nam het college akte van een melding voor de exploitatie van transformatoren (AN1995/37).

 

Inhoud van de aanvraag

De aanvraag omvat de tijdelijke exploitatie van de basisschool IQRA.

 

Aangevraagde rubriek(en)

 

Aangevraagde rubriek(en) IQRA Milieu
 

Rubriek

Omschrijving

Gevraagd voor

3.2.2°a)

het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan;

1.712,00 m³

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW;

18,00 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter;

50,00 liter

 

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

 

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

 

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken - ASTRID

15 oktober 2025

4 november 2025

Gunstig

Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen

15 oktober 2025

4 december 2025

Voorwaardelijk gunstig

Politiezone Antwerpen/ Verkeerspolitie

15 oktober 2025

28 oktober 2025

Gunstig

  

Interne adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies

Ondernemen en Stadsmarketing / Economie en Toerisme / Toeristische ontwikkeling

15 oktober 2025

25 oktober 2025

Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering

15 oktober 2025

15 oktober 2025

Sporting A & Sociaal Ruimtelijke Veiligheid - Trage wegen

15 oktober 2025

Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag

Stadsbeheer/ Groen en Begraafplaatsen

15 oktober 2025

8 december 2025

Stadsontwikkeling/ Klimaat en Leefmilieu/ luchtkwaliteit en geluid

15 oktober 2025

4 november 2025

Stadsontwikkeling/ Mobiliteit

15 oktober 2025

28 oktober 2025

Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Water

15 oktober 2025

6 november 2025

Stadsontwikkeling/ Publieke Ruimte

15 oktober 2025

14 november 2025

Talentontwikkeling en Vrijetijdsbeleving/ Onderwijsbeleid/ Capaciteit

15 oktober 2025

16 oktober 2025

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

 

(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)

 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

 

De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening hemelwater op volgend punt:

  • artikel 8: Er dient een bovengrondse infiltratievoorziening voorzien te worden. Indien de vijver afgedekt wordt met vlonderplanken kan deze niet als bovengrondse infiltratievoorziening beschouwd worden.

 

-          Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening toegankelijkheid op volgende punten:

  • artikel 18: De eerste verdieping is enkel bereikbaar door middel van een trap. Er is geen lift voorzien.
  • artikel 22: Voor toegangen of deuropeningen moet, na afwerking, een vrije doorgangshoogte van minstens 2,09 m gegarandeerd worden. De deuropeningen beschikken over een vrije doorgangshoogte van 2,07 m.

 

-          Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
(De verordening publiciteit kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Gewestelijke publiciteitsverordening 2023)
De gewestelijke publiciteitsverordening is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Algemene bouwverordeningen

-          Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 maart 2024 en in werking getreden op 15 juli 2024.
(De bouwcode kan je raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:

  • artikel 8 Visuele en vormelijke inpassing: ‘Containerklassen’ respecteren bezwaarlijk het straatbeeld en de architecturale kwaliteit van het gevelbeeld of waardeert deze niet op.
  • artikel 15 Technische installaties: Het is niet duidelijk hoe de technische installaties op het dak architecturaal geïntegreerd worden.
  • artikel 18 Stabiliteit en scheidingsmuren: De gevels op de rooilijn hebben geen fundering van minimaal 1,75 meter onder het openbaar domein.
  • artikel 20 Daken: Het is onduidelijk of de nieuwe platte daken voorzien zijn van lichtkleurige dakbedekking.
  • artikel 24 Behoud en groenbescherming: Er worden struiken en een boom verwijderd.
  • artikel 25 Groeninrichting: De voorziene verharding brengt de overlevingskansen van de bomen in het gedrang.
  • artikel 32 POET-principe is leidend: Er worden geen autostalplaatsen voorzien.
  • artikel 33 Fietsparkeren maximaal op eigen terrein: Er worden onvoldoende fietsstalplaatsen voorzien.

 

-          Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.

(De verordening stedenbouwkundige lasten kan je raadplegen via https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving)

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.

 

Sectorale regelgeving

-          MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

 

-          Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs worden vastgesteld dat de voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Bijgevolg is het beoordelingskader voor stikstofoxiden veroorzaakt door mobiliteit van toepassing. De stikstofdepositie van het project en de effecten hiervan zijn onderzocht voor de Habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) binnen een straal van 20 km rond het projectgebied.

De berekende impactscore is lager dan of gelijk aan de minimis-drempel van 1%.

De kritische depositiewaarde ten aanzien van de SBZ-H wordt door het project niet overschreden. Bijgevolg is de opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van de SBZ-H niet vereist. 

Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).

Voor het project is geen pluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).

Het project is niet gelegen in een signaalgebied.
Na onderzoek blijkt dat het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt.

Kijk de score van uw project na op: https://www.waterinfo.be/informatieplicht.

Op volgende website worden oplossingen aangereikt om gebouwen te beschermen tegen waterindringing of in het geval van onvermijdbare waterindringing de kans op schade te verkleinen: https://vmm.vlaanderen.be/publicaties/individuele-bescherming-tegen-overstromingen.

 

-          Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.

 

-          Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan je raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.

 

-          Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen

-          Transformatieleidraad: Transformatieleidraad Ruimte geven aan de stad van morgen. Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad dit plan goed.
De transformatieleidraad kan je raadplegen via Transformatieleidraad.

 

-          Strategische Ruimteplan Antwerpen (SRA): Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad het nieuwe plan goed.
Het strategisch ruimteplan Antwerpen kan je raadplegen via Strategisch Ruimteplan Antwerpen.

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

Functionele inpasbaarheid

Op het perceel aan de Fonteinstraat worden containers geplaatst voor de huisvesting van de IQRA-basisschool voor een bepaalde duur van 2 jaar. De nabije omgeving wordt voornamelijk gekenmerkt door woningen. Het introduceren van een basisschool in deze woonomgeving is vanuit stedenbouwkundig oogmerk functioneel inpasbaar in de omgeving.

 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

Voor de tijdelijke inrichting wordt een hoofdgebouw, bestaande uit containers, voorzien met luifel en fietsenstalling. Het volume positioneert zich langs de linkerzijde van het perceel waar de perceelsgrens aan de Fonteinstraat wordt gevolgd met een terugsprong in de helft van de breedte. De diepte van de containers is circa 12,3 meter en de breedte circa 43,3 meter. Er worden twee lagen voorzien tot een hoogte van 6 meter. Aan de kopse kanten wordt telkens een noodtrap voorzien en aan de achterzijde worden twee overkappingen voorzien. In binnengebied wordt een overdekte fietsenstalling van 32,5 m² voorzien met een hoogte van 2,40 meter. Bijkomend wordt er verharding in betontegels aangelegd van 140 m² en in waterdoorlatende kleiklinkers van 70 m². Rondom de open ruimte ter beschikking van de school wordt een omheining aangebracht met een hoogte van 1,8 meter. Deze omheining is enkel weergegeven op het inplantingsplan en het grondplan.

 

Gezien de maatschappelijke noodzaak voor de tijdelijke huisvesting van de school en de tijdelijke aard van de aanvraag is het inrichten van een tijdelijke basisschool op een deel van het perceel niet uitgesloten op voorwaarde van een aanvaardbare inrichting.

 

Er werd advies ingewonnen van de stedelijke dienst Onderwijsbeleid/Capaciteit. Het advies luidt als volgt: “De brede buurtschool IQRA heeft op vraag van stad Antwerpen haar werking in 2013 vervroegd opgestart op een tijdelijke locatie. Ze moet vandaag uit haar tijdelijke locatie vertrekken, en na grondig onderzoek door stedelijke diensten bleek de Fonteinstraat de enige beschikbare en geschikte ruimte. Het programma voor de definitieve school is per collegebesluit mee opgenomen in Masterplan Borgerhout om zo snel mogelijk te leiden tot een definitieve locatie.

De school zoekt in al haar werking aansluiting met de buurt, ook voor het opzetten van deze tijdelijke school. Ze heeft afspraken gemaakt met Klimplant vzw, de organisator van de pluktuin, om de school zo goed als mogelijk binnen de context van de tuin een groen gezicht te geven.

Samen met atelier Stadsbouwmeester en de kwaliteitskamer zijn zoveel mogelijk vragen en opmerkingen van de buurt meegenomen en is het inplantingsplan zo goed mogelijk aangepast.”

 

Er werd advies ingewonnen van de stedelijke dienst Publieke Ruimte. Het advies luidt als volgt: “SW/Publieke Ruimte geeft een voorwaardelijk gunstig advies op de aanvraag.

We willen wijzen op een mogelijk risico voor de sociale veiligheid omdat de containers een deel van de ruimte zullen afsluiten. Toch verleent SW/Publieke Ruimte een gunstig advies gezien de duidelijke nood aan de schoolvoorziening en het tijdelijke karakter van de ingreep. Dit gebeurt onder de voorwaarde dat de zone na afloop volledig wordt vrijgemaakt van exploitatie en in haar oorspronkelijke staat wordt hersteld, inclusief het aanplanten van een nieuwe boom.”

 

Er werd advies ingewonnen van de stedelijke dienst Groen en Begraafplaatsen. Het advies is ongunstig en luidt als volgt: “Bij nazicht van de documenten en plannen blijken er veel onduidelijkheden en ontbrekende informatie:

• Er is geen ontwerpplan bestaande toestand/nieuwe toestand. Vergelijken van bestaande en nieuwe toestand is daardoor bijna niet mogelijk.

• Op de plannen lijkt de vijver drastisch te verkleinen of te verschuiven binnen het terrein. Hoe kan dit?

• In de verantwoordingsnota wordt er gezegd ‘Het reliëf van de vijver wordt in zijn oorspronkelijke toestand gelaten' + 'Om de veiligheid van de leerlingen te garanderen wordt de vijver afgebakend met een omheining van 120 cm hoog.' Op de plannen en sneden is er sprake van het gedeeltelijk dempen van de vijver en het aanbrengen van vlonderplanken over de oppervlakte van de vijver. De info uit de verantwoordingsnota komt dus niet overeen met de ontwerpplannen.

• Er wordt geen info gegeven over de vlonder over de vijver - hoe wordt deze verankerd, wat is de impact op het groen en de bomen errond?

• Plaatsing en fundering van de fietsenstalling is niet duidelijk, deze komt wel vlak naast een boom.

• Er wordt gezegd dat er niet gegraven moet worden, maar toch wordt er bronbemaling aangevraagd. Dit is onduidelijk.

• Er komt nieuwe verharding met happen uit om bomen te sparen, maar door de aanleg van die verharding wordt de helft van de boomwortels weggegraven. Daardoor kunnen de bomen niet overleven.

• Nieuwe leidingen lijken door boomwortels te lopen (de bomen staan niet ingetekend op het rioleringsplan, dus dit is een inschatting), de impact daarvan kan niet ingeschat worden.

• De ondergrondse regenwaterputten lijken in conflict te komen met een bestaande boom, hier wordt niets over vermeld.

• De plantenbakken worden verplaatst naar een momenteel open plantvak, dit werd niet zo overeengekomen met de pluktuin.

 

In het algemeen zal de impact op de groenzone veel groter zijn dan de verantwoordingsnota van de architect doet uitschijnen.

Om de te behouden bomen te beschermen moet er een boombeschermingsplan worden opgesteld door een gecertificeerd European Tree Technician (ETT). Dit plan moet worden goedgekeurd door de bomencel en nadien ook worden opgevolgd tijden de werken.

De verantwoordingsnota vermeldt geen intentie tot herstel van de groenstructuur in originele staat (opheffing bodemverdichting, biologisch leven, nieuwe aanplant, nieuwe grasvelden, nieuwe bomen enzovoort) na vertrek van de school. Dit dient ook te worden verduidelijkt.”

 

Vanuit stedenbouwkundig oogmerk worden deze adviezen bijgetreden en zullen de nodige voorwaarden worden opgelegd.

 

Visueel-vormelijke elementen

Het gebouw is opgevat als modulaire gestapelde containerunits die vrij ingevuld kunnen worden waarbij de containers worden voorzien van een afwerking met grijze aluminium gevelpanelen en buitenschrijnwerk in wit pvc.

De buitentrappen worden voorzien in grijs staal en de overkappingen in verzinkt staal met dakelementen in voorgebogen polycarbonaat.

Aan het teruggesprongen geveldeel aan de Fonteinstraat worden plantenbakken en klimplanten voorzien die de gevel begroeien.

De fietsenstalling wordt voorzien van houten wanden.

Het is niet duidelijk uit welk materiaal de omheiningen bestaan.

Er wordt in de effectennota aangegeven dat de technische installaties op het dak visueel geïntegreerd worden in het gebouwvolume, zodat deze geen storend element vormen in het straatbeeld. Echter is dit nergens af te lezen op de gevelaanzichten of de snedes.

 

In het initiële ontwerp bestond de afwerking uit blauwe en witte aluminium gevelpanelen met rolluiken. Er werd advies ingewonnen van de kwaliteitskamer dat als volgt luidt: “De kwaliteitskamer begrijpt de noodzaak aan tijdelijke huisvesting van de school, maar gezien het feit dat de nieuwe school nog even op zich zal laten wachten, is er toch enige vorm van esthetiek aan de orde. Wat de beeldkwaliteit betreft vraagt de kwaliteitskamer om het kleurpalet aan te passen waardoor het geheel minder contrasteert en meer opgaat in de omgeving. Een meer neutrale gevelbehandeling (bijvoorbeeld in een neutrale donkere kleur) zou in dit opzicht voor een meer bescheiden opstelling tussen de bomen zorgen. Door het opvallende kleurgebruik, door de kleine raamopeningen met de typerende rolluiken erboven enzovoort krijgt de school -in huidig voorstel- de sfeer van de gekende bouwvakkershuisvesting. De kwaliteitskamer adviseert om meer neutraliteit na te streven en in te zetten op een maximale groene inbedding om het gevelbeeld in de straat zo min mogelijk aan te tasten. De kwaliteitskamer vraagt om een prijsofferte op te vragen bij de constructeur van de containers en te onderzoeken of de proporties van de ramen kunnen wijzigen: openingen vergroten en voorzien van een lagere borstwering (waardoor kinderen naar buiten kunnen kijken als ze neerzitten), vragen wat kleurwijzigingen betekenen voor de prijs, rolluiken laten vallen en inzetten op vergroening. Vragen wat meerprijs is van een neutrale kleur die als drager van het groen kan dienen (bij voorkeur geen witte kleur). In navolging van het advies van de afdeling Omgevingsvergunningen vraagt de kwaliteitskamer om de aansluiting op de wachtgevel van de woning links goed te bestuderen om te vermijden dat hier een opening gecreëerd wordt die overlast (afval, donkere onveilige hoek) in de hand werkt. “

 

Vervolgens vond een overleg plaats tussen de kwaliteitskamer en de betrokken partijen, zonder aangepast voorstel, waar het volgende advies werd verleend: “De kwaliteitskamer bepleit in functie van een coherent en rustig straatbeeld toch te opteren voor de afwerking van de containers in (volledig) grijze kleur. Deze kleur is het minst opvallend in het straatbeeld en vormt ook de beste ondergrond voor de groene klimplanten die voorzien zullen worden. Een groene begroeiing op een signaalblauwe ondergrond komt immers niet tot haar recht.

De kwaliteitskamer vraagt om de rolluikkasten toch weg te laten in functie van een levendige uitstraling en voldoende interactie tussen de leslokalen en de publieke ruimte. Wat de buitenaanleg betreft, adviseert de kwaliteitskamer om de vijver te dempen en in te zetten als wadi (geen stilstaand water) en te overdekken met houten vlonders in functie van veiligheid en bijkomende speelruimte. Het pad en het herpositioneren van de broodautomaat dient verder opgenomen te worden met de afdeling Omgevingsvergunningen.”

 

In huidig voorstel wordt voldaan aan de opmerkingen betreffende de kleur en de rolluiken. Op de grondplannen en snedes staan echter wel rolluiken in wit PVC benoemd die op de aanzichten niet zichtbaar zijn. Er wordt uitgegaan van een fout die resteert uit het initiële ontwerp.

 

Bij een gunstig advies wordt als voorwaarde opgelegd de algemene omheining te voorzien in spijlenhekwerk (niet in staalmathekwerk of gaashekwerk), alsook de technische installaties op het dak architecturaal te integreren.

 

Bodemreliëf

In de beschrijvende nota en de nota omgevingseffecten worden meerdere discrepanties vastgesteld:

-          “Er wordt een beperkte aanpassing gedaan aan het reliëf ter hoogte van de vijver, zoals weergegeven op plan BA_IQRA school_T_B_1_Dwarsterreinprofiel BT. Het doel hiervan is het terrein te egaliseren, de toegankelijkheid te verbeteren en een gelijkmatige ondergrond te voorzien voor de plaatsing van het schoolgebouw en de speelplaats. De ingreep blijft minimaal: de afgegraven grond wordt enkel herverdeeld binnen het eigen terrein. Het hoogste punt dat genivelleerd wordt, bedraagt 28,7 cm. Deze aanpassing heeft geen invloed op het reliëf van de vijver, het buffervolume of de ecologische waarde van het aanwezige groen.”

-          “Er worden maatregelen genomen om de bodem zoveel mogelijk te sparen. Enkel onder de footprint van het gebouw en de verhardingen wordt het reliëf aangepast. Dit in functie van de het terrein te egaliseren om de toegankelijkheid te verbeteren en een gelijkmatige ondergrond te voorzien voor de plaatsing van het schoolgebouw en de speelplaats.”;

-          “Gezien het gebouw op oppervlakkige funderingstegels van 100 op 100 steunen is er geen uitgraving nodig.”;

-          “De funderingen worden bewust zeer ondiep geplaatst, zodat de natuurlijke bodemstructuur en infiltratiecapaciteit maximaal behouden blijven.”

-          “Het reliëf van de vijver wordt in zijn oorspronkelijke toestand gelaten, op die manier wordt er getracht om zo weinig mogelijke impact te hebben op het reliëf en het ecosysteem in en rond de vijver.”.

 

Enerzijds wordt aangegeven dat het reliëf van de vijver niet wordt gewijzigd, terwijl snede C daarentegen weergeeft dat de vijver gedeeltelijk wordt gedempt, hetgeen wel degelijk een wijziging van het reliëf inhoudt.

 

Bijkomend wordt enerzijds gesteld dat het reliëf enkel onder het schoolgebouw en de speelplaats wijzigt, terwijl anderzijds wordt vermeld dat het reliëf uitsluitend wijzigt ter hoogte van de footprint van het gebouw en de verhardingen.

 

Elders wordt bovendien aangegeven dat onder het schoolgebouw de natuurlijke bodemstructuur maximaal behouden blijft en dat geen uitgraving noodzakelijk is.

Gezien de vele discrepanties is het onduidelijk welke wijzigingen er aan het bodemreliëf plaatsvinden.


Gelet hierop zullen de nodige voorwaarden worden opgelegd.

 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

Er werd advies ingewonnen van de stedelijke dienst Klimaat en Leefmilieu. Het advies luidt als volgt: “Op basis van het beoordelingskader luchtkwaliteit en geluidshinder (2018_CBS_04164) wordt gunstig mits voorwaarden geadviseerd.

 

Voorwaarde:

- De geluidsisolatiewaarde van de buitenschil van de containerklassen (geheel van dak, wanden, ramen, deuren, ventilatieopeningen) bedraagt bij voorkeur 30 dB en minstens 25 dB.

 

Afwijken van dit advies kan enkel mits motivatie.”

 

Vanuit stedenbouwkundig oogmerk wordt dit advies bijgetreden.

 

Op het inplantingsplan, de grondplannen en snede C is af te lezen dat de vijver overdekt wordt met vlonderplanken uit kunststof en niet omheind wordt. Enkel op snede C wordt bijkomend aangegeven dat de vijver gedeeltelijk gedempt wordt. Op het aanzicht van de zuidgevel en snede A wordt de vijver niet overdekt en niet omheind. Op het terreinprofiel wordt de vijver niet overdekt maar wel omheind. In de beschrijvende nota wordt omschreven dat de vijver omheind wordt en het reliëf van de vijver in zijn oorspronkelijke toestand wordt gelaten.

Gezien de vele discrepanties is het onduidelijk welke wijzigingen er aan de vijver plaatsvinden. Wel wordt aangegeven dat de vijver gebruikt wordt als infiltratievoorziening.

Indien de vijver wordt afgedekt met vlonderplanken kan deze niet dienen als bovengrondse infiltratievoorziening. Het afdekken van de vijver is in functie van veiligheid ook niet noodzakelijk wanneer deze wordt omheind.

Bijgevolg wordt bij een gunstig advies het afdekken en dempen van de vijver uitgesloten van de vergunning.

 

Na het finale advies van de kwaliteitskamer werd het supprimeren van het wandelpad van de ingang van het woonzorgcentrum naar de Fonteinstraat niet verder opgenomen met de stedelijke dienst Vergunningen. Ook wordt in voorliggende aanvraag geen alternatief wandelpad voorzien om deze verbinding op een veilige en toegankelijke manier mogelijk te maken. Er dient onderzocht te worden of een alternatieve, veilige en toegankelijke doorgang kan worden voorzien ter compensatie van het verdwenen wandelpad.

 

Gezien de beperkte beschikbare oppervlakte van de speelplaats worden de speeltijden gespreid voorzien. De speelzone grenst dicht aan de groep van assistentiewoningen. Om de geluidsoverlast door activiteiten en spelende kinderen tijdens gespreide speeltijden zo veel mogelijk te beperken naar de nabije omgeving toe, dienen concrete maatregelen te worden voorgesteld om deze geluidshinder zo veel mogelijk te beperken.

 

De eerste verdieping is enkel bereikbaar door middel van een trap. Er is geen lift voorzien. Het advies van Inter luidt als volgt: “Normaal moet er een lift voorzien worden. Indien de vergunning tijdelijk is en deze niet verlengbaar is kunnen we een afwijking toestaan. Maar wanneer er toch een verlenging gevraagd wordt zullen we genoodzaakt zijn een ongunstig advies te verlenen.”

Bijgevolg kan een afwijking toegestaan worden.

 

Voor toegangen of deuropeningen moet, na afwerking, een vrije doorgangshoogte van minstens 2,09 m gegarandeerd worden. De deuropeningen beschikken over een vrije doorgangshoogte van 2,07 m. Bij een gunstig advies wordt als voorwaarde bij de vergunning opgelegd alle toegangen of deuropeningen van een vrije doorgangshoogte van minstens 2,09 meter te voorzien.

 

Verder wordt vastgesteld dat de gevels op de rooilijn geen fundering hebben van minimaal 1,75 meter onder het openbaar domein en dat het onduidelijk is of de nieuwe platte daken voorzien zijn van een lichtkleurige dakbedekking. Gezien de tijdelijke aard van de aanvraag kan met toepassing van artikel 3 van de bouwcode een afwijking toegestaan worden.

 

De Verkeerspolitie heeft vanuit veiligheidsoogpunt geen opmerking op de aanvraag tot het plaatsen van tijdelijke klaslokalen en de tijdelijke exploitatie van basisschool IQRA.

 

ASTRID-veiligheidscommisie geeft een gunstig advies. Gezien het tijdelijke karakter van 2 jaar, heeft de commissie beslist dat er geen verplichtig is tot ASTRID indoordekking indien het tijdelijk karakter aangehouden blijft met een maximum van 2 jaar.

 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

 

De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 32 van de bouwcode van kracht sinds 15 juli 2024, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding, wijzigen van het aantal wooneenheden en wijziging tussen de gedefinieerde subfuncties in paragraaf 3. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.

 

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 0 parkeerplaatsen.

 

Het gaat om een tijdelijke school, de parkeerbehoefte bedraagt 0 omwille van de beperkte duur. Bij het inrichten van een definitief gebouw op een andere locatie zullen de normen van de bouwcode wel gehanteerd worden. 

 

De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.

 

Dit is toereikend.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 0.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 0 plaatsen.

 

 

Fietsvoorzieningen:

Er wordt een fietsenstalling voorzien voor 15 fietsen. Dit kan volstaan voor personeel (9 klassen) maar is onvoldoende voor de leerlingen. Gezien de tijdelijke situatie is dit aanvaardbaar. Bij het inrichten van een definitief gebouw op een andere locatie zullen de normen van de bouwcode wel gehanteerd worden.

 

Slot

Gezien de maatschappelijke noodzaak voor de tijdelijke huisvesting van de school en de tijdelijke aard van de aanvraag wordt voorgesteld de aanvraag tot omgevingsvergunning te verlenen. Te verlenen onder voorwaarden gezien de combinatie van de vele onduidelijkheden in de aanvraag, de deels gegronde bezwaarschriften en de impact op de groeninrichting.

 

Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu

 

Voor de tijdelijke inrichting van de basisschool IQRA wordt een nieuw hoofdgebouw voorzien, bestaande uit modulaire containers waarin de verschillende functies van de school worden ondergebracht. De school telt 195 leerlingen.

 

Het gebouw omvat hoofdzakelijk klaslokalen en enkele aanvullende lokalen, zoals een leraarskamer en lokalen voor leerlingenbegeleiding. Op het gelijkvloers bevinden zich onder meer drie kleuterklassen, de directie, een kopielokaal, het secretariaat, een turnzaal voor kleuters, de leraarskamer en de sanitaire voorzieningen. Op de eerste verdieping worden de klaslokalen voor de lagere school ingericht, met aanvullende ruimtes zoals een berging, bibliotheek, spreekruimte en zorglokaal.

 

Voor de tijdelijke exploitatie van de basisschool worden de volgende ingedeelde inrichtingen of activiteiten aangevraagd:

  • rubriek 3.2.2°a): het lozen van huishoudelijk afvalwater met een debiet van 1.712 m3/jaar;
  • rubriek 16.3.2°a): warmtepompen met een totaal vermogen van 18 kW;
  • rubriek 17.4.: de opslag van 50 liter gevaarlijke producten in kleine verpakkingen.

 

Al deze activiteiten zijn ingedeeld in de derde klasse. De opslag van gevaarlijke producten in kleine verpakkingen betreft kuisproducten.

Beoordeling: Uit het uitvoeringsplan blijkt dat de kuisproducten worden opgeslagen in een voorziene ruimte op het gelijkvloers. In het aanvraagdossier wordt echter niet vermeld op welke wijze deze producten worden opgeslagen. De exploitant dient gevaarlijke producten in kleine verpakkingen boven lekbakken op te slaan om bodem- en grondwaterverontreiniging te voorkomen. Daarnaast dient deze ruimte alleen toegankelijk te zijn voor bevoegd personeel.

 

Voor de koeling en verwarming van de ruimtes worden 36 warmtepompen (elk met een vermogen van 0,5 kW) geplaatst op het hoogstgelegen dak.

Beoordeling: Volgens het uitvoeringsplan worden de buitenunits van de warmtepompen zodanig geplaatst dat zij zich op ruime afstand (> 1 m) van de dichtstbijzijnde woningen bevinden. Rekening houdend met deze afstand en het beperkte individuele elektrisch vermogen van de toestellen, wordt geen aanzienlijke geluidshinder verwacht, op voorwaarde dat de installaties regelmatig worden onderhouden.

 

De exploitant wordt erop gewezen dat, in geval van overschrijding van de geldende milieukwaliteitsnormen voor geluid in openlucht, zoals bepaald in Vlarem II, ten gevolge van cumulatieve geluidsbelasting, onmiddellijk de noodzakelijke akoestische maatregelen dienen te worden genomen om de naleving van de geldende geluidsnormen te waarborgen.

 

De warmtepompen maken gebruik van het koelmiddel R32 met een Global Warming Potential (GWP) van 675. De exploitant dient bij de keuze van koelmiddelen te opteren voor producten met een zo laag mogelijke GWP, die overeenkomstig de geldende regelgeving niet onderworpen zijn aan uitfasering. Meer informatie over in de toekomst toegelaten koelmiddelen en hun eventuele uitfaseringstermijn kan teruggevonden worden op: https://www.vlaanderen.be/veka/energie-en-klimaatbeleid/energie-en-klimaatbeleid-voor-ondernemingen/f-gassen/20-februari-2024-nieuwe-f-gassenverordening-gepubliceerd.

 

Het huishoudelijk afvalwater wordt eerst geloosd via een septische put en vervolgens geloosd op de openbare riolering in Fonteinstraat.

 

Bemaling

Tijdens de aanlegfase kan een tijdelijke bronbemaling noodzakelijk zijn om de bouwput droog te houden en de stabiliteit van de werkzaamheden te garanderen. De exploitant bevestigde op 8 januari 2026 dat, indien bronbemaling noodzakelijk zou zijn, deze enkel zal worden toegepast voor de bouwput voor de plaatsing van de regenwaterput en de septische put.

 

De bemaling maakt geen deel uit van onderhavige aanvraag, een tijdelijke vergunning hiervoor zal in een later stadium voor de start van de werken worden aangevraagd. De mogelijke effecten van de bemaling zijn wel opgenomen in de project-m.e.r. screening van het huidig dossier. Volgens de exploitant zal een studie worden opgemaakt omtrent de bronbemaling, waarin tevens zal worden aangegeven welke voorzorgsmaatregelen moeten worden getroffen.

 

Advies aan het college

 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.

2. De handelingen waarvoor vergunning is verleend, mogen niet langer dan 2 jaar na de datum waarop de huidige vergunning een definitief en niet langer voor administratief beroep vatbaar karakter verkrijgt, in stand blijven. Na het verstrijken van de geldigheidsduur van de vergunning moet de begunstigde het terrein herstellen in de staat waarin het zich bevond vóór de tenuitvoerlegging van de vergunning van bepaalde duur, inclusief het herstel van de groenstructuur in originele staat (opheffing bodemverdichting, biologisch leven, nieuwe aanplant, nieuwe grasvelden) en het aanplanten van een nieuwe boom.

3. Een boombeschermingsplan op te stellen door een gecertificeerd European Tree Technician (ETT) en te laten opvolgen tijdens de werken door de bomencel.

4. De algemene omheining te voorzien in spijlenhekwerk en niet in staalmathekwerk of gaashekwerk.

5. De technische installaties op het dak architecturaal te integreren.

6. Het afdekken van de vijver met vlonderplanken wordt uitgesloten van de vergunning.

7. Het gedeeltelijk dempen van de vijver wordt uitgesloten van de vergunning.

8. De vijver te voorzien van een omheining met een hoogte van 1,20 meter.

9. Alle toegangen of deuropeningen van een vrije doorgangshoogte van minstens 2,09 meter te voorzien.

10. Te onderzoeken of een alternatieve, veilige en toegankelijke doorgang kan worden voorzien ter compensatie van het verdwenen wandelpad.

11. Een duidelijk verkeersplan te voorzien met informatie inzake haal- en brengmomenten en parkeren.

12. Concrete maatregelen inzake het gebruik van de speelplaats, spreiding van activiteiten en eventueel geluidsbeperkende maatregelen voor te stellen.

13. Wijzigingen aan het bodemreliëf worden uitgesloten van vergunning.

14. Een geluidsisolatiewaarde van de buitenschil van de containerklassen (geheel van dak, wanden, ramen, deuren, ventilatieopeningen) van 30 dB te voorzien.

 

Advies over de ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Mits voldaan wordt aan de algemene, sectorale en bijzondere vergunningsvoorwaarden, is deze aanvraag in overeenstemming met de Vlarem-wetgeving. Vanuit milieutechnisch oogpunt wordt voorwaardelijk positief advies gegeven de vergunning te verlenen voor een duur van 2 jaar.

 

Geadviseerde rubriek(en)

 

Rubriek

Omschrijving

Geadviseerd voor

3.2.2°a)

het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan; (inrichting IQRA Milieu)

1.712,00 m³

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting IQRA Milieu)

18,00 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; (inrichting IQRA Milieu)

50,00 liter

 

Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden

1. Een locatie specifieke risico-evaluatie met het programma S-Risk dient te worden uitgevoerd, om na te gaan dat het voorziene gebruik van het terrein als speelplaats geen onaanvaardbare risico’s inhoudt voor kinderen.

Fasering

 

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

30 juli 2025

Volledig en ontvankelijk

15 oktober 2025

Start openbaar onderzoek

25 oktober 2025

Einde openbaar onderzoek

23 november 2025

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste beslissingsdatum

28 januari 2026

Verslag GOA

14 januari 2026

Naam GOA

Wim Van Roosendael en Bieke Geypens

 

Onderzoek

De aanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek. Er werden standpunten, opmerkingen en/of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.

  

Bespreking van de bezwaren

  1. Groen en open ruimte

Bezwaar: Bezwaarindieners geven aan dat de tijdelijke schoolcontainers worden ingeplant op een bestaande groenzone die vandaag een belangrijke publieke, sociale en ecologische functie vervult. Het project zou leiden tot het (tijdelijk) verdwijnen van één van de weinige groengebieden in Borgerhout Intramuros Zuid, inclusief een samentuin, bomen en struiken. Dit wordt als strijdig beschouwd met het Klimaatplan 2030, de 3-30-300-regel en de beleidsdoelstellingen inzake vergroening aan woonzorgcentra. De buurtbewoners zonder eigen buitenruimte verliezen zo ook hun zonnige tuin in de zomermaanden wanneer de school zelf gesloten is.

Evaluatie: De aanvraag voorziet in de inname van bestaand publiektoegankelijk groen gedurende 24 maanden. Het verlies heeft dus een tijdelijk karakter waardoor de noden van Borgerhout intra muros op lange termijn niet in het gedrang komen. Tegelijk wordt vastgesteld dat het project kadert binnen een dringende maatschappelijke nood aan tijdelijke schoolinfrastructuur op korte termijn. De aanvaardbaarheid vergt een afweging tussen deze noden op lange en korte termijn. Het opleggen van voorwaarden inzake beperking van ontgroening, bescherming van aanwezige bomen en herstel van de groenzone na afloop van de vergunning is aangewezen.

Het bezwaar is deels gegrond.

 

  1.  Impact op groep van assistentiewoningen

Bezwaar: Bezwaarindieners stellen dat de nabijheid van een basisschool onverenigbaar is met de woon- en zorgfunctie van de groep van assistentiewoningen. Zij vrezen een verlies aan rust, verhoogde stress en een negatieve impact op de levenskwaliteit en gezondheid van de bewoners. Daarnaast wordt gewezen op het verdwijnen van een bestaand wandelpad dat belangrijk is voor minder mobiele bewoners.

Evaluatie: De aanwezigheid van een basisschool brengt een verhoogde dynamiek en geluidsproductie met zich mee, wat bijzondere aandacht vereist gezien de kwetsbaarheid van de bewoners van het woonzorgcentrum. Functiemenging is echter niet ongebruikelijk in een stedelijke context en de impact van de school op de bewoners van het woonzorgcentrum is niet van dien aard dat deze onaanvaardbaar is. Het verdwijnen van het wandelpad vormt een reëel aandachtspunt. Het is aangewezen om te onderzoeken of een alternatieve, veilige en toegankelijke doorgang kan worden voorzien.

Het bezwaar is deels gegrond.

 

  1. Mobiliteit en verkeersveiligheid

Bezwaar: Bezwaarindieners vrezen een toename van verkeersdrukte, parkeeroverlast en onveilige situaties, voornamelijk voor zwakkere weggebruikers, in de Fonteinstraat en omliggende straten. Zij betwijfelen de veronderstelling dat het autogebruik beperkt zal blijven en wijzen op bestaande verkeersproblemen in een smalle straat met beperkte capaciteit. Het ontbreken van een recente mobiliteitsstudie wordt aangehaald.

Evaluatie: De aanvraag bevat geen recente, objectieve mobiliteitsanalyse die de impact van het project op de omliggende straten voldoende onderbouwt. Gezien de nabijheid van het woonzorgcentrum en de aanwezigheid van kwetsbare weggebruikers is dit een belangrijk aandachtspunt. Het is aangewezen om bijkomende mobiliteitsmaatregelen en duidelijke afspraken te koppelen aan de vergunning, onder meer inzake haal- en brengmomenten, parkeren. Bij een gunstig advies zou als voorwaarde bij de vergunning worden opgenomen een verkeersplan te voorzien.

Het bezwaar is deels gegrond.

 

  1. Geluidshinder

Bezwaar: Bezwaarindieners vrezen geluidsoverlast door spelende kinderen, gespreide speeltijden en bijkomend verkeer. Door de inplanting tussen bestaande gebouwen zou het geluid versterkt worden, wat een negatieve impact kan hebben op omwonenden en bewoners van het woonzorgcentrum.

Evaluatie: Geluid is inherent aan schoolactiviteiten, maar is niet ongebruikelijk in een stedelijke context. De specifieke context van deze site vereist verhoogde aandacht. De aanvraag bevat beperkte concrete maatregelen om geluidshinder te beperken. Een voorstel inzake het gebruik van de speelplaats, spreiding van activiteiten en eventuele geluidsbeperkende maatregelen is aangewezen.

Het bezwaar is deels gegrond.

 

  1. Waterhuishouding

Bezwaar: Bezwaarindieners wijzen op de negatieve impact op waterhuishouding door de gedeeltelijke demping en overdekking van een bestaande vijver. Daarnaast wordt aangehaald dat de vijver reeds dienstdoet als waterbuffer voor het woonzorgcentrum. Indien gedempt of overdekt, vrezen bewoners voor wateroverlast in kelders en garages. De overdekking zal bij nat weer ook zorgen voor een gladde, onveilige ondergrond. Bijkomende verharding is strijdig met het stedelijk waterplan en langdurige verharding zorgt ervoor dat de bodemstructuur niet hersteld kan worden.

Evaluatie: De plannen tonen aan dat de bestaande vijver en omliggende groenzone worden aangepast, wat gevolgen heeft voor biodiversiteit en waterhuishouding. Gezien tegenstrijdigheden in de plannen en de nota’s is het niet duidelijk welke wijzigingen exact aan de vijver worden aangebracht.

Gelet op deze onduidelijkheden is het opleggen van bijkomende voorwaarden inzake waterbuffering, infiltratie en ecologische inrichting aangewezen.

Het dossier bevat geen informatie over de infiltratie en buffering van het woonzorgcentrum. Echter kan uit de laatst vergunde toestand van het woonzorgcentrum niet afgeleid worden dat de vijver dienstdoet als waterbuffer voor het woonzorgcentrum waardoor er geen sprake is van een cumulatieve impact.

Het bezwaar is deels gegrond.

 

  1. Biodiversiteit

Bezwaar: Bezwaarindieners wijzen op de negatieve impact op biodiversiteit door het verwijderen van begroeiing. Bewoners wijzen op aanwezigheid van vogels en vleermuizen. Het verdwijnen van groen betekent verlies van nestgelegenheid en insectenbestand.

Evaluatie: Het klopt dat het verlies aan groen een impact heeft op de biodiversiteit. Het verlies heeft dus een tijdelijk karakter waardoor de noden van Borgerhout intra muros op lange termijn niet in het gedrang komen. Tegelijk wordt vastgesteld dat het project kadert binnen een dringende maatschappelijke nood aan tijdelijke schoolinfrastructuur op korte termijn. De aanvaardbaarheid vergt een afweging tussen deze noden op lange en korte termijn. Het opleggen van voorwaarden inzake beperking van ontgroening, bescherming van aanwezige bomen en herstel van de groenzone na afloop van de vergunning is aangewezen.

Het bezwaar is deels gegrond.

 

  1. Milieueffectenonderzoek

Bezwaar: Volgens de bezwaarschriften zijn de gecombineerde effecten op groen, water, biodiversiteit, geluid en leefkwaliteit onvoldoende onderzocht en ontbreekt een milieueffectenrapport of MER-screening.

Evaluatie: De aanvraag heeft betrekking op een project als vermeld in bijlage III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten, onderworpen aan milieueffectrapportage meer bepaald op rubriek 10b. Stadsontwikkelingsprojecten. Bijgevolg moet een m.e.r.-screening gebeuren. De aanvrager leverde een project-m.e.r.-screening aan voor de effecten op mobiliteit, bodem, watersystemen, luchtkwaliteit, geluid of trillingen en biodiversiteit. Echter bevat deze m.e.r.-screening discrepanties met de beschrijvende nota en de aangeleverde plannen.

Het bezwaar is deels gegrond.

 

  1. Bodemkwaliteit en PFAS

Bezwaar: Bezwaarindieners verwijzen naar eerdere bodemonderzoeken waaruit PFAS-verontreiniging blijkt en stellen dat de risico’s voor kinderen onvoldoende onderzocht zijn. Zij wijzen op het ontbreken van specifieke voorzorgs- en beschermingsmaatregelen.

Evaluatie: Een bodemonderzoek maakt geen onderdeel uit van de beoordeling van de voorliggende aanvraag voor een omgevingsvergunning. De projectsite is volgens de meest recente PFAS-verkennerskaart van Vlaanderen niet gelegen in of nabij een actuele PFAS no-regretzone.  

Uit het bij het bezwaarschrift gevoegde verkennend bodemonderzoek (referentie 34222/MM) blijkt dat, hoewel PFAS- verontreiniging werd vastgesteld, er geen duidelijke aanwijzingen zijn dat de aangetroffen concentratie(s) een ernstige bodemverontreiniging vormen voor mens en milieu. De vastgestelde concentraties geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek zoals bepaald in het Bodemdecreet.

Het verkennend bodemonderzoek vermeldt dat, om na te gaan in welke mate de aangetroffen PFOS-concentratie een risico kan vormen in functie van het toekomstige terreingebruik, een locatie specifieke risico-evaluatie met het programma S-Risk kan worden uitgevoerd.

Rekening houdend met het voorziene gebruik als speelplaats voor kinderen, een gevoelige bestemming, kan het terrein als geschikt worden beschouwd indien een dergelijke risico-evaluatie wordt uitgevoerd waaruit blijkt dat het gebruik geen onaanvaardbare risico’s inhoudt voor kinderen. Dit wordt in de bijzondere voorwaarde opgenomen.

Het bezwaar is deels gegrond.

 

  1. Brandveiligheid en bereikbaarheid hulpdiensten

Bezwaar: Bezwaarindieners verwijzen naar het vooradvies brandweer waarin wordt vastgesteld dat niet aan alle vereisten inzake afstand tussen gebouwen en evacuatie wordt voldaan. Er wordt ook gewezen op mogelijke hinder voor de bereikbaarheid van hulpdiensten.

Evaluatie: Het brandweeradvies is bindend in zijn beoordeling van de brandveiligheid. Het advies van Brandweer Zone Antwerpen werd tijdig bekomen en meegenomen bij de beoordeling van de aanvraag voor de omgevingsvergunning. Bovenstaande afwijkingen werden hierin niet vernoemd.

Het bezwaar is ongegrond.

 

  1. Functionele geschiktheid van de school

Bezwaar: Volgens de bezwaarschriften is de site te klein voor het voorziene aantal leerlingen, met een beperkte speelplaats, onvoldoende sanitair en te weinig fietsplaatsen. Dit zou leiden tot bijkomende hinder en organisatorische problemen.

Evaluatie: Tijdelijke schoolinfrastructuur kan compacter zijn. Uiteraard dienen veiligheid, gezondheid en gebruikscomfort steeds gegarandeerd te worden. Daarnaast maakt de regelgeving van het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (Agion) geen onderdeel uit van de beoordeling van voorliggende aanvraag voor een omgevingsvergunning.

De stedelijke dienst Mobiliteit adviseerde gunstig op het aantal voorziene fietsparkeerplaatsen gezien de tijdelijke situatie.

Het bezwaar is ongegrond.

 

  1. Tijdelijk karakter en dossierkwaliteit

Bezwaar: Bezwaarindieners stellen dat het tijdelijk karakter onvoldoende is onderbouwd en dat onduidelijk is wat er na afloop van de vergunde periode zal gebeuren. Daarnaast worden verschillende inconsistenties en ontbrekende documenten in het dossier aangehaald.

Evaluatie: Een tijdelijke vergunning vereist een duidelijke tijdsafbakening. De vergunning wordt aangevraagd voor een bepaalde duur van 2 jaar. In het dossier wordt duidelijk vermeld dat de VZW IQRA zich ertoe verbindt om het perceel na afloop van de terbeschikkingstelling volledig vrij te maken van exploitatie en constructies, met inbegrip van de aanplant van een nieuwe boom. Dit wordt als voorwaarde bij de vergunning opgenomen. Het programma voor de definitieve school is per collegebesluit mee opgenomen in Masterplan Borgerhout om zo snel mogelijk te leiden tot een definitieve locatie.

De vastgestelde onduidelijkheden en ontbrekende stukken dienen te worden verduidelijkt of opgenomen te worden als voorwaarden bij de vergunning (zie Omgevingstoets).

Het bezwaar is deels gegrond.

 

  1. Alternatieve locaties

12.1.        Hogeweg 51

Bezwaar: Bezwaarindiener vraagt te onderzoeken of er alternatieve locaties mogelijk zijn die minder impact hebben op kwetsbare woonomgevingen zoals de zijne. Een alternatieve locatie was volgens hen Hogeweg 51, de huidige kleuterschool, die met een beetje goede wil uiteraard een goede bestemming kan zijn, om de school daar te plaatsen. Ze hebben deze locatie in het verleden voorgesteld, maar vrezen dat er geen rekening mee is gehouden, wat zij ten zeerste betreuren.

12.2.        Tussen de twee woonblokken

Bezwaar: Bezwaarindieners geven aan dat een alternatieve locatie voor de school, bijvoorbeeld tussen de twee woonblokken, het verlies aan groen zou beperken en beter aansluiten bij het huidige gebruikspatroon van de buurt.

12.3.        Verschuiving richting zuiden

Bezwaar: Bewaarindiener vraagt om bij een gunstig advies als voorwaarde op te leggen de school in zijn geheel te verschuiven naar het zuiden. Te beginnen voorbij het bruggetje over de vijver. Zodat de vijver gedeeltelijk onberoerd blijft, en de open situatie naar de straat met haar directe doorgang behouden kan blijven met behoud van alle bomen en struiken.

12.4.        Braakliggend terrein van stad

Bezwaar: Bezwaarindieners geven aan dat in de directe omgeving van het dienstencentrum er een groot braakliggend terrein is, dat momenteel ongebruikt is en in eigendom van de stad zelf. Dit terrein is aanzienlijk groter dan het beoogde bouwterrein voor de containerschool, en biedt veel meer ruimte zonder dat het groen verloren gaat. Daarnaast heeft dit terrein geen directe impact op de huidige ruimteverdeling van de bestaande instellingen en kan het op een manier ontwikkeld worden die geen nadelige gevolgen heeft voor de omliggende bewoners.

Evaluatie: Voorliggende aanvraag betreft één specifieke locatie. Enkel deze locatie wordt beoordeeld en alternatieve locaties maken geen deel uit van de inhoud van de aanvraag. Bovendien blijkt, na grondig onderzoek van verschillende locaties door stedelijke diensten, de Fonteinstraat de meest geschikte en bruikbare ruimte te zijn.

De bezwaren zijn ongegrond.

 

  1. Verlies uitzicht en zonlicht

Bezwaar: Bezwaarindieners geven aan dat bewoners van de groep van assistentiewoningen op een hekwerk en een container moeten kijken. De cafetaria en groep van assistentiewoningen achter de school komen in een dode hoek te liggen en verliezen zonlicht en open verbinding met de straat.
Evaluatie: Het klopt dat de inplanting van het volume een impact zal hebben op de bezonning en het uitzicht van het omliggend perceel. Echter is de impact niet van dien aard dat deze onaanvaardbaar is.
Het bezwaar is deels gegrond.

 

  1. Onveiligheidsgevoel

Bezwaar: Bezwaarindiener geeft aan dat er vrees bestaat voor toename van pesterijen, kleine criminaliteit of vandalisme, vooral indien er onvoldoende toezicht of omkadering voorzien wordt. En voornamelijk omdat de speelplaats na de schooluren toegankelijk blijft. Het verleden heeft helaas al aangetoond dat dit risico niet denkbeeldig is.
Evaluatie: De stedelijke dienst Publieke Ruimte wijst in hun voorwaardelijk gunstig advies op een mogelijk risico voor de sociale veiligheid omdat de containers een deel van de ruimte zullen afsluiten. Hoewel er een verhoogde druk op de sociale veiligheid bestaat, is de impact niet van dien aard dat deze onaanvaardbaar is of dat de aanvraag tot omgevingsvergunning zou moeten worden geweigerd. 
Het bezwaar is deels gegrond.

 

  1. Gebrek overleg

Bezwaar: Bezwaarindieners geven aan te betreuren dat dit project zonder duidelijke voorafgaande communicatie of participatie aan de buurt wordt opgelegd. Zij vragen dat transparante inspraakmomenten georganiseerd worden.

Beoordeling: Het is aan de aanvrager om het project voor te bespreken met de bevoegde stedelijke diensten en terug te koppelen met de buurt. Bij overleg tussen IQRA en de buurt zijn de stedelijke diensten dan ook niet betrokken.

Het bezwaar is ongegrond.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij:

 

-          de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt;

-          het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

 

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:

 

Algemene voorwaarden

De algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.

 

Stedenbouwkundige voorwaarden

1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.

2. De handelingen waarvoor vergunning is verleend, mogen niet langer dan 2 jaar na de datum waarop de huidige vergunning een definitief en niet langer voor administratief beroep vatbaar karakter verkrijgt, in stand blijven. Na het verstrijken van de geldigheidsduur van de vergunning moet de begunstigde het terrein herstellen in de staat waarin het zich bevond vóór de tenuitvoerlegging van de vergunning van bepaalde duur, inclusief het herstel van de groenstructuur in originele staat (opheffing bodemverdichting, biologisch leven, nieuwe aanplant, nieuwe grasvelden) en het aanplanten van een nieuwe boom.

3. Een boombeschermingsplan op te stellen door een gecertificeerd European Tree Technician (ETT) en te laten opvolgen tijdens de werken door de bomencel.

4. De algemene omheining te voorzien in spijlenhekwerk en niet in staalmathekwerk of gaashekwerk.

5. De technische installaties op het dak architecturaal te integreren.

6. Het afdekken van de vijver met vlonderplanken wordt uitgesloten van de vergunning.

7. Het gedeeltelijk dempen van de vijver wordt uitgesloten van de vergunning.

8. De vijver te voorzien van een omheining met een hoogte van 1,20 meter.

9. Alle toegangen of deuropeningen van een vrije doorgangshoogte van minstens 2,09 meter te voorzien.

10. Te onderzoeken of een alternatieve, veilige en toegankelijke doorgang kan worden voorzien ter compensatie van het verdwenen wandelpad.

11. Een duidelijk verkeersplan te voorzien met informatie inzake haal- en brengmomenten en parkeren.

12. Concrete maatregelen inzake het gebruik van de speelplaats, spreiding van activiteiten en eventueel geluidsbeperkende maatregelen voor te stellen.

13. Wijzigingen aan het bodemreliëf worden uitgesloten van vergunning.

14. Een geluidsisolatiewaarde van de buitenschil van de containerklassen (geheel van dak, wanden, ramen, deuren, ventilatieopeningen) van 30 dB te voorzien.

 

Bijzondere milieuvoorwaarden

1. Een locatie specifieke risico-evaluatie met het programma S-Risk dient te worden uitgevoerd, om na te gaan dat het voorziene gebruik van het terrein als speelplaats geen onaanvaardbare risico’s inhoudt voor kinderen.

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.

 

De vergunning omvat thans volgende rubriek(en):

 

Rubriek

Omschrijving

Gecoördineerd

3.2.2°a)

het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan; (inrichting IQRA Milieu)

1.712,00 m³

16.3.2°a)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting IQRA Milieu)

18,00 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; (inrichting IQRA Milieu)

50,00 liter

 

Artikel 4

Het college beslist dat de omgevingsvergunning geldig is voor een periode van 2 jaar.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.