Er werd bij de deputatie een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. De aanvraag wordt behandeld volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
De deputatie verzoekt het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om:
- een openbaar onderzoek te houden;
- advies uit te brengen.
Projectnummer: | OMV_2025083069 |
Gegevens van de aanvrager: | AV Universiteit Antwerpen met als adres Prinsstraat 13 te 2000 Antwerpen |
Gegevens van de exploitant: | AV Universiteit Antwerpen (0257216482) met als adres Prinsstraat 13 te 2000 Antwerpen |
Ligging van het project: | Campus Drie Eiken - Fort VI-straat, Universiteitsplein, Edegemsesteenweg zonder nummer te 2610 Wilrijk (Antwerpen) |
Kadastrale percelen: | Antwerpen afdeling 42 sectie C nrs. 38R2, 39A2, 48F, 48H, 48N, 48V, 48S, 48T, 54P, 54T, 54S, 54E, 68K4, 68M3 en 68T5 Edegem afdeling 2 sectie C nrs. 69C, 90T2, 90G2 |
waarvan: |
|
- 20171222-0013 | afdeling 42 sectie C nrs. 54E, 48F, 68K4, 48N, 54P, 68M3, 54T, 48H, 54S, 38R2, 48S, 48T, 68T5, 48V en 39A2 |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten |
Voorwerp van de aanvraag: | slopen van een gedeelte van de bestaande bebouwing, het verbouwen en uitbreiden van de bestaande loodsen, het gedeeltelijk ontbossen van het perceel, het aanleggen van verhardingen en het doorvoeren van reliëfwijzigingen en het verder exploiteren na wijziging en uitbreiding van campuscentrum voor kunst en cultuur Drie Eiken |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 29/03/2019: vastgesteld bouwkundig erfgoed 'Fort VI': https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/97909;
- 25/08/2016: vergunning (2016258) voor de heraanleg van het Paradeplein op de terreinen van Fort VI te Wilrijk.
Er zijn geen vergunningen teruggevonden in de archieven voor de gebouwen.
Toestand bij inwerkingtreding gewestplan Antwerpen:
- functie:
- bouwvolume:
- gevelafwerking:
Nieuwe toestand
- functie:
- bouwvolume:
- gevelafwerking:
- inrichting:
Inhoud van de aanvraag
- gedeeltelijk slopen van de bestaande bebouwing;
- uitbreiden van het volume;
- wijzigen van de voorgevel;
- doorvoeren van interne constructieve werken;
- heraanleggen van het buitenterrein;
- vellen van 25 bomen.
Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Voorgeschiedenis
Op 9 november 2006 verleende de deputatie van de provincie Antwerpen aan Universiteit Antwerpen een milieuvergunning klasse 1 voor de verdere exploitatie van een onderwijsinstelling (Campus Drie Eiken) na verandering door toevoeging, uitbreiding en wijziging (MLAV1/2006-311). Deze vergunning is geldig tot 9 november 2026. Sinds 2006 werd deze basisvergunning meerdere keren aangepast en gewijzigd. Op 25 september 2025 werd er door de deputatie een vergunning verleend na verandering door wijziging en uitbreiding (OMV_2024116324).
Inhoud van de aanvraag
Het voorwerp van de aanvraag betreft een uitbreiding van de exploitatie met feestzalen, warmtepompen en de lozing van huishoudelijk afvalwater bij een reeds bestaande vergunning.
Aangevraagde rubriek(en)
Aangevraagde rubriek(en) UAntwerpen, Campus Drie Eiken
Rubriek | Omschrijving | Gevraagd voor |
3.2.2°a) | het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan; | 750 m³/jaar (nieuw) |
16.3.2°b) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW; | + 51,80 kW |
32.1.1° | feestzalen en andere publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt met een geluidsniveau van hoger dan 85 dB(A)LAeq,15min en lager of gelijk aan 95 dB(A)LAeq,15min; | 95 dB(A)LAeq,15min |
32.1.2° | lokalen waar muziek geproduceerd wordt met een geluidsniveau van hoger dan 95 dB(A) LAeq,15min. | 100 dB(A) LAeq,15min (nieuw) |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 24 en 42 van het Omgevingsvergunningsdecreet heeft het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar de bevoegdheid advies uit te brengen voor de vergunningsaanvragen op haar grondgebied waarvoor de deputatie, de Vlaamse regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de bevoegde overheid is, tenzij:
Het college heeft op 17 november 2017 (jaarnummer 2017_CBS_08858) beslist om de adviesbevoegdheid op te nemen.
Adviezen
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Ondernemen en Stadsmarketing / Economie en Toerisme / Toeristische ontwikkeling | 4 december 2025 | 23 december 2025 |
Sporting A & Sociaal Ruimtelijke Veiligheid - Trage wegen | 4 december 2025 | 19 december 2025 |
Stadsbeheer/ Groen en Begraafplaatsen | 4 december 2025 | 23 december 2025 |
Stadsontwikkeling/ Mobiliteit | 4 december 2025 | 16 december 2025 |
Stadsontwikkeling/ Onroerend Erfgoed/ Archeologie | 4 december 2025 | Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag |
Stadsontwikkeling/ Onroerend Erfgoed/ Monumentenzorg | 4 december 2025 | 18 december 2025 |
Stadsontwikkeling/ Publieke Ruimte | 4 december 2025 | Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag |
SW/ OMG/ Vegetatiewijzigingen | 4 december 2025 | 12 december 2025 |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een gebied voor gemeenschapsuitrusting en openbare nutsvoorziening. Onder gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen dient te worden begrepen voorzieningen die gericht zijn op de bevordering van het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld. De idee van dienstverlening (verzorgende sector) aan de gemeenschap is derhalve rechtstreeks aanwezig. Artikel 4.4.8.van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening schrijft voor dat in gebieden die op de gewestplannen zijn aangewezen als gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen, handelingen van algemeen belang en de daarmee verbonden activiteiten te allen tijde kunnen worden toegelaten, ongeacht het publiek of privaatrechtelijk statuut van de aanvrager of het al dan niet aanwezig zijn van enig winstoogmerk. Als gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen kunnen eveneens worden beschouwd een school, een voor het publiek toegankelijke toegangsweg tot een vergund gebouwencomplex in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen en neveninrichtingen naast een autosnelweg. Alhoewel in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen in principe geen gebouwen met een woonfunctie zijn toegelaten, heeft de Raad van State bovendien niettemin geoordeeld dat service-flats voor bejaarden kunnen worden vergund in dergelijk gebied. Ook een nomadenkamp werd door de Raad van State beschouwd als een gemeenschapsvoorziening en openbare nutsvoorziening, (Artikel 17 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een gebied voor dagrecreatie. De gebieden voor dagrecreatie bevatten enkel de recreatieve en toeristische accommodatie, bij uitsluiting van alle verblijfsaccommodatie, (Artikel 16 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een universiteitspark. De gebieden die als universiteitspark zijn aangeduid, zijn bestemd voor de vestiging van onderzoekslaboratoria, instellingen en kleinschalige innoverende bedrijven, waarvan een belangrijke component van de activiteit op wetenschappelijk onderzoek is afgestemd in samenwerking met de universitaire onderzoeksinstellingen. De ermee samenhangende kantoren en diensten zijn eveneens toegelaten. Bij de inrichting van het gebied zal ten zeerste rekening worden gehouden met de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten van het terrein en de onmiddellijke omgeving. Hierbij wordt aandacht besteed aan het parkkarakter, de aard en de omgeving van de bebouwing, het architecturaal karakter, de breedte en de wijze van aanleg van de omringende gebieden, enzovoort. Het gebied wordt gerealiseerd door de Universiteit Antwerpen die hiervoor beroep kan doen op een publiek samenwerkingsverband.
(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 maart 2024 en in werking getreden op 15 juli 2024.
(De bouwcode kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:
- Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.
(De verordening stedenbouwkundige lasten kan u raadplegen via “https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving”)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.
Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen
- Transformatieleidraad: Transformatieleidraad Ruimte geven aan de stad van morgen. Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad dit plan goed.
De transformatieleidraad kan je raadplegen via Transformatieleidraad.
- Strategische Ruimteplan Antwerpen (SRA): Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad het nieuwe plan goed.
Het strategisch ruimteplan Antwerpen kan je raadplegen via Strategisch Ruimteplan Antwerpen.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid en Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een bestaande gemeenschapsvoorziening.
De twee loodsen blijven behouden en worden omgevormd tot een grote zaal en een gedeeltelijk overdekte buitenruimte. Tussen de twee loodsen wordt een nieuw volume voorzien als circulatie. Achter deze volumes wordt een groter volume geplaatst waarin zowel bergingen, sanitair, studio’s en de grote zaal voorzien zal worden.
Het programma en de omvang van het programma zijn afgestemd op de typologie en grootte van de gebouwen en de omgeving. De aard en de grootte van de functies enerzijds en de typologie en de schaal van een project anderzijds zijn verenigbaar met de draagkracht van de omgeving.
Vanuit stedenbouwkundig oogpunt kan ingestemd worden met het volume en het programma zoals voorgesteld.
Visueel-vormelijke elementen en cultuurhistorische aspecten
Fort VI maakt deel uit van het bouwkundig erfgoed: ‘vooruitgeschoven fortengordel rond Antwerpen naar ontwerp van Alexis Henri Brialmont opgericht in de periode 1859-1864’. Omwille van deze reden is er advies gevraagd aan de stedelijke dienst Monumentenzorg. De beoordeling in het advies luidt als volgt: ‘Vanuit oogpunt monumentenzorg kunnen we akkoord gaan met het voorgestelde ontwerp, dat werd voorbesproken. We waarderen dat er geopteerd is om de bestaande loodsen 1 (buitenmuren + kolommen) en 2 (behoud hout-staalspanten + bakstenen structuur) grotendeels te behouden en te herbruiken in de nieuwe multifunctionele infrastructuur in plaats van ze te slopen. Dit is een meerwaarde voor de historische waarde van de site. Het inventief benutten van bestaande historische structuren, genereert kwaliteiten die anders verloren zouden gaan. Tegelijkertijd worden intrinsieke erfgoedelementen bewaard en de oorspronkelijke (open) ruimtelijkheid van de logistieke loods hersteld. Het ruimtelijk-structurerend karakter van de loodsen en de ensemblewaarde van het geheel worden op die manier versterkt en geven eveneens bijkomende garanties voor het voortbestaan van de loodsen 3 en 4. Het nieuwe volume (grote zaal) wordt, deels verzonken, aan de achterzijde voorzien waardoor deze niet interfereert met de beeld- en belevingswaarde van het historisch ensemble. Hiervoor moet wel bestaand groen wijken.
Tijdens de voorbespreking werd gevraagd om de ruitvormige vensteropening in de westelijke kopgevel aan te passen. Deze bleef bewaard in het huidig ontwerp. In voorwaarde wordt opgenomen om dit alsnog aan te passen.’
Er is geen aanleiding of voldoende motivatie om het advies van de stedelijke dienst Monumentenzorg niet te volgen.
De voorwaarde uit het advies zal integraal overgenomen worden.
Mits toepassing van artikel 3 van de bouwcode kan een afwijking op artikel 8 van de bouwcode toegestaan worden.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De stedelijke dienst Sporting A & Sociaal Ruimtelijke Veiligheid geeft volgend advies: ‘De locatie van het campuscentrum voor kunst en cultuur is bekend bij de dienst Stadstoezicht vanwege eerdere momenten waarop de universiteit om input en advies vroeg naar aanleiding van verschillende delicten.
Voor deze locatie is het belangrijk dat het gebouw:
- Geen inhammen of schuilplekken heeft;
- Voldoende verlichting heeft aan de gevels en in de onmiddellijke omgeving;
- Waar mogelijk voorzien is van glazen ramen en deuren, die een grote meerwaarde bieden voor zichtbaarheid en sociale controle.
Ten opzichte van de eerste plannen uit 2023 zien we dat het nieuwe ontwerp inhammen bevat aan beide zijkanten van het gebouw. In deze inhammen zijn geen glazen ramen of deuren voorzien; de deuren bestaan uit aluminium schrijnwerk. Dit lijkt ons niet ideaal op deze locatie en rekening houdend met de gekende problematiek.
Advies:
- deuren op het einde van de middengang hebben transparante beglazing;
- verlichting in heel de zone, vanaf de straat tot aan en in de inham;
- de verlichting in deze zone is sterker dan de omgevingsverlichting en is vandalismebestendig en gemakkelijk te vervangen.’
De voorwaarden uit dit advies zullen integraal overgenomen worden.
De stedelijke dienst Vegetatiewijzigingen geeft volgend advies: ‘De aanvraag heeft betrekking op een renovatie met herbestemming en nieuwbouw van twee bestaande noordelijke loodsen op campus Drie Eiken. Voor de realisatie dient er een oppervlakte van 1.669 m² ontbost te worden.
Ontbossing
Op 10 juli 2025 werd door het Agentschap Natuur en Bos een ontheffing op het verbod tot ontbossing verleend. Deze ontbossing kan pas uitgevoerd worden wanneer de aanvrager in het bezit is van een geldige omgevingsvergunning tot ontbossing. Bij de aanvraag is een boscompensatievoorstel toegevoegd. Het Bosdecreet bepaalt namelijk dat in het geval een omgevingsvergunning tot ontbossing wordt aangevraagd, de vergunning enkel kan bekomen worden mits een goedgekeurd boscompensatievoorstel. Het Agentschap voor Natuur en Bos is bevoegd voor de goed- of afkeuring hiervan. Er wordt voorzien in 3.343 m² bosaanplant op de eigen gronden.
Soortenbesluit
Het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer (het Soortenbesluit)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van het Soortenbesluit zoals vastgelegd in artikel 3. De effectbeoordeling en de soortentoets in het aanvraagdossier tonen aan dat bepaalde negatieve effecten ten gevolge van de ontbossing niet uitgesloten kunnen worden. Er vindt echter geen schending plaats van de verbodsbepalingen zoals vastgelegd in artikel 10 tot en met 18 van het Soortenbesluit. Betekenisvolle negatieve effecten of opzettelijke verstoring treden niet op mits het uitvoeren van de projectgeïntegreerde maatregelen en het vermijden van de kwetsbare periodes tijdens het broedseizoen.
Volgende maatregelen worden voorgesteld doorheen de effectbeoordeling en de soortentoets:
- Om lichtverspreiding te vermijden wordt gebruik gemaakt van opaak dakmateriaal.
- Er wordt tijdens de werkzaamheden ingezet op een werfzone die minimaal ingericht wordt op het glacis en werfverlichting met een minimale uitstraling naar de omgeving/reduit.
- Er worden 10 vleermuiskasten opgehangen in de ruimere omgeving van het projectgebied op locaties waar de kasten de grootste kansen hebben om daadwerkelijk door de vleermuizen gebruikt te worden.
- Gevelde bomen blijven als dood hout behouden.
- De hoofdcaponnière wordt opnieuw ingericht in functie van vleermuizen. Er wordt voorzien in een verbeterde toegang evenals 15 schuilplaatsen. 10 daarvan zijn “eenvoudige platen” tegen de wand uit materiaal dat zowel tegen vocht kan en ruw genoeg is om houvast te bieden aan de beestjes (houtwolcement). De 5 andere worden voorzien in bestaande kokers en gaat over Swaenenboxen.
- In het ontwerp wordt rekening gehouden met de voornaamste vliegroutes van vleermuizen door het behoud van enkele van de oostelijke aanwezige bomen. Daarnaast wordt er voorzien in een versterking van de aanwezige verbinding voor vleermuizen ten westen van de topsportschool door middel van het bijplaatsen van enkele bomen.
- Er wordt een stobbenwal/takkenril voorzien voor een verbeterde verbinding voor aanwezige kleine zoogdieren en als habitat voor reptielen en amfibieën.
- Er vinden geen werkzaamheden plaats tijdens het broedseizoen.
Voorwaarden
- De ontbossing dient uitgevoerd te worden conform de verleende ontheffing op het ontbossingsverbod door het Agentschap voor Natuur en Bos.
- De voorgestelde maatregelen in de effectbeoordeling en de soortentoets dienen gevolgd te worden.’
De voorwaarden uit dit advies zullen integraal overgenomen worden.
De stedelijke dienst Groen en Begraafplaatsen volgt het advies en de voorwaarden van het Agentschap voor Natuur en Bos (cfr. boscompensatieformulier en boscompensatievoorstel). De voorwaarden voor de ontheffing (voorgestelde maatregelen) dienen strikt gevolgd te worden.
Mits toepassing van artikel 3 van de bouwcode kan een afwijking op artikel 24 van de bouwcode toegestaan worden.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 32 van de bouwcode van kracht sinds 15 juli 2024, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding, wijzigen van het aantal wooneenheden en wijziging tussen de gedefinieerde subfuncties in paragraaf 3. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 98 bijkomende parkeerplaatsen.
De parkeerbehoefte wordt bepaald op basis van de aangeleverde mobiliteitsstudie voor de campus. Voor dit type gebouw worden de parkeerkencijfers gehanteerd voor “Evenementenhal/beursgebouw/congrescentrum, centrum-schil – sterk stedelijk”. Het bruto vloeroppervlak (zonder overdekte buitenruimte) bedraagt: 1.596 m². Op basis van de CROW normen zijn er: Minimaal (4 per 100 m² BVO: 4 x 16 =) 64 en maximaal (7 per 100 m² BVO: 7 x 16 =) 112 autoparkeerplaatsen nodig. De maximale parkeervraag - als berekend in de mobiliteit studie - is 98 parkeerplaatsen. De werkelijke parkeerbehoefte is 98.
|
De plannen voorzien in 0 bijkomende nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 239.
De bestaande autoparkeerplaatsen aan de rand van de site (aantal = 239 P1+P Edegemsesteenweg) kunnen als nuttige parkeerplaatsen worden beschouwd.
|
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.
|
Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 0 plaatsen.
|
Ontsluiting/bereikbaarheid:
Toegang voor het gemotoriseerd verkeer dient beperkt te worden ter hoogte van de toegang aan de Edegemsesteenweg.
Fietsvoorzieningen:
Om te voldoen aan de geïdentificeerde vraag naar bijkomende fietsenstalling (426 - 443 fietsstalplaatsen) dient het project:
- tijdelijke fietsenstallingen te voorzien bij piekbelasting;
- de fietsenstalling (cfr. Document MOB4_optimalisatie Paradeplein) op het paradeplein uit te breiden;
- overdekte fietsstalplaatsen te voorzien (cfr. Document MOB5_hoofdfrontgebouw).
Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu
De aanvraag betreft de (her)nieuwbouw van een campuscentrum voor kunst en cultuur op de Fort VI-site. Deze zal gebruikt worden door studenten, alumni, medewerkers van UAntwerpen, en in de toekomst ook door jongeren uit de omliggende regio.
UAntwerpen is eigenaar van het Fort VI-terrein, maar een gedeelte is via erfpacht of concessie in gebruik bij andere partijen. Deze gebruikers zijn zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen en beheren van de nodige vergunningen voor hun activiteiten. Gezien de historische situatie delen alle gebruikers verschillende voorzieningen, zoals toegangswegen en afvalwaterafvoer naar de openbare riolering. Door de vergunningaanvraag van de multifunctionele ruimte in de projectzone nu te combineren met de vergunning van de Campus Drie Eiken, wordt deze aanvraag opgesteld als een uitbreiding van de omgevingsvergunning van de volledige onderzoeks- en onderwijscampus Drie Eiken.
In voorliggende aanvraag worden volgende inrichtingen en activiteiten als nieuw aangevraagd;
- lozing van huishoudelijk afvalwater afkomstig van de multifunctionele infrastructuur in de openbare riolering (Fortzone);
- zalen 1 en 2 waar elektronisch versterkte muziek wordt gespeeld aan 95 dB(A);
- zaal 3 waar elektronisch versterkte muziek wordt gespeeld aan 100 dB(A).
Alsook wordt in de aanvraag een verandering aangevraagd waarbij de totaal geïnstalleerde drijfkracht stijgt met 51,8 kW door de toevoeging van 2 bijkomende warmtepompen met elk een totaal geïnstalleerde drijfkracht van 22,7 kW.
Het huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd naar de openbare riolering via het lozingspunt met codering LP1_SAN. Er wordt maximaal 750 m3/jaar (5 m³/dag en 0,625 m³/uur) huishoudelijk afvalwater afkomstig van de multifunctionele infrastructuur in de openbare riolering geloosd.
In de aanvraag wordt de historiek met betrekking tot de feestzalen rondom de Campus Drie Eiken beschreven. De twee feestzalen ‘Konijnenpijp’ en ‘Hagar’ werden op 17 maart 2005 vergund door de deputatie (MLAV1/04-443/MV/AG). Op 5 november 2015 werd de vergunning uitgebreid met feestzaal ‘Spoed’ (MLVER-2015-0121/DRDJ-MB). De milieuvergunning verviel op 17 maart 2025 en werd niet verlengd omwille van de staat van de gebouwen. Op 22 augustus 2022 werd akte genomen voor de exploitatie van een feestzaal (scoutslokalen CDE) voor onbepaalde duur (OMV_2022108486). De exploitant meldt dat de feestactiviteiten in het scoutslokaal een uitdovende en tijdelijke situatie zijn en dat zodra de vergunning voor de nieuwe locatie beschikbaar is, hier geen activiteiten meer zullen uitgevoerd worden door de UAntwerpen.
De activiteiten die destijds doorgingen in het hoofdfrontgebouw (Konijnenpijp, Spoed en Hagar) en de activiteiten die plaatsvinden in het scoutslokaal worden verplaatst naar deze nieuwe infrastructuur. De bestaande loodsen het ‘Magazijn’ en het ‘Biokot’ worden mee geïntegreerd in het nieuwbouwproject.
Gelet op de tijdelijke, uitdovende situatie en gezien de aanvrager stelt dat de activiteiten verplaatst worden naar het nieuwbouwproject en er bovendien in het dossier (noch in de geluidsstudie) geen verdere indicatie is van het verdere gebruik van het scoutslokaal als feestzaal, wordt in de bijzondere voorwaarden opgenomen dat er na de ingebruikname van de zalen 1, 2 en 3 als feestzalen, de meldingsakte wordt stopgezet in het Omgevingsloket en dit bericht wordt naar de vergunningverlenende overheid.
In de aanvraag werd een geluidsstudie opgenomen waarin de impact van het geluid op de omgeving wordt afgetoetst aan de vigerende wetgeving. In de geluidsstudie wordt ook rekening gehouden met het toegelaten specifieke geluid in de nachtperiode gezien de uitbating ook na 22.00 uur gebeurt. Het toegelaten specifieke geluid (tonaal) buiten, voortgebracht in de zalen is bijgevolg 35 dB(A) ter hoogte van de dichtste woningen en 45 dB(A) ter hoogte van de schoolgebouwen rondom het project. Voor de berekening van de geluidsisolatie van de zalen wordt voor zalen 1 en 2 uitgegaan van een standaard popmuziekspectrum en voor zalen 3 en 4 een standaard housemuziekspectrum en dit in de octaafbanden van 63 Hz tot 4.000 Hz.
Wanneer zalen 1, 2 en 3 gelijktijdig gebruikt wordt aan het eerste meetpunt (MP1), ter hoogte van de topsportschool 42 dB(A) gemeten. Aan het tweede meetpunt, ter hoogte van de dichtstbijzijnde woningen (MP2) wordt 28 dB(A) gemeten.
Deze geluidstudie is louter een akoestisch advies in het kader van de verbouwingswerken. Het is bijgevolg geen klassieke Vlarem-geluidstudie. Daarom dient de exploitant voor ingebruikname van het gebouw als feestzaal, een Vlarem-conforme akoestische studie over te maken aan de vergunningverlenende overheid conform de sectorale voorwaarden. Dit wordt mee opgenomen in de bijzondere voorwaarden.
In de geluidsstudie wordt de vereiste geluidsisolatie opgenomen waarbij principe-oplossingen voor de opbouw van het gebouw worden meegegeven. Om het maximaal toegelaten omgevingsgeluid te respecteren en het gewenste geluid te kunnen produceren in de zalen, wordt opgelegd aan de eisen met betrekking tot de geluidsisolatie te voldoen. Dit wordt opgenomen in de bijzondere voorwaarden. Hiervoor wordt verwezen naar pagina’s 6 en 7 in de akoestische studie.
In zaal 1 en 2 wenst de exploitant 95 dB(A) te spelen. De 2 zalen worden van elkaar gescheiden door een mobiele wand en de maximale capaciteit van zaal 1 en 2 bedraagt respectievelijk 60 (zittend) en 120 (zittend) personen. De eerste zaal is 90,07 m² groot en de tweede zaal 151,89m². In zaal 3 (280,4 m²) wenst de exploitant 100 dB(A) te spelen. Daar wordt de maximale bezetting op 499 personen (staand) berekend.
De warmtepompen hebben een maximaal geluidvermogen van 78 dB(A) per warmtepomp en een gezamenlijk geluidvermogen van 81 dB(A). Ze worden op veertrillingdempers geplaatst en de compressoren zijn akoestisch geïsoleerd. Volgens de geluidsstudie voldoen de warmtepompen aan het maximaal toegelaten geluiddrukniveau van 35 dB(A) ter hoogte van de dichtstbijzijnde woningen en aan 45 dB(A) ter hoogte van de topsportschool.
De nieuwe aangevraagde warmtepompen maken gebruik van koelmiddel R290 hetgeen een aardopwarmingscapaciteit (GWP) heeft van 3.
De rubrieken die ongewijzigd overgenomen worden uit de vorige vergunning worden in dit advies niet opnieuw geëvalueerd.
Advies van het college
Gunstig advies te verlenen voor de aanvraag tot omgevingsvergunning onder voorwaarden.
Dit advies werd opgemaakt op basis van PIV 3.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. Het ruitvormig venster in de westelijke kopgevel te vervangen door een rechthoekig venster.
2. De deuren op het einde van de middengang te voorzien met een transparante beglazing.
3. Verlichting in heel de zone, vanaf de straat tot aan en in de inham.
4. De verlichting in deze zone is sterker dan de omgevingsverlichting en is vandalismebestendig en gemakkelijk te vervangen.
5. De ontbossing dient uitgevoerd te worden conform de verleende ontheffing op het ontbossingsverbod door het Agentschap voor Natuur en Bos.
6. De voorgestelde maatregelen in de effectbeoordeling en de soortentoets dienen gevolgd te worden.
7. Toegang voor het gemotoriseerd verkeer te beperken ter hoogte van de Edegemsesteenweg.
8. Tijdelijke fietsenstalling te voorzien bij piekbelasting.
9. Uitbreiden van de fietsenstalling op het Paradeplein (cfr. document MOB4_optimalisatie Paradeplein).
10. Overdekte fietsstalplaatsen voorzien (cfr. Document MOB5_hoofdfrontgebouw).
Geadviseerde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Geadviseerd voor |
3.2.2°a) | het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan; (inrichting UAntwerpen, Campus Drie Eiken) | 750 m³/jaar |
16.3.2°b) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW; (inrichting UAntwerpen, Campus Drie Eiken) | + 51,80 kW |
32.1.1° | feestzalen en andere publiek toegankelijke lokalen waar muziek geproduceerd wordt met een geluidsniveau van hoger dan 85 dB(A)LAeq,15min en lager of gelijk aan 95 dB(A)LAeq,15min; (inrichting UAntwerpen, Campus Drie Eiken) | 95 dB(A)LAeq,15min (nieuw) zaal 1 en 2 |
32.1.2° | lokalen waar muziek geproduceerd wordt met een geluidsniveau van hoger dan 95 dB(A) LAeq,15min; (inrichting UAntwerpen, Campus Drie Eiken) | 100 dB(A) LAeq,15min (nieuw) zaal 3 |
Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden
1. Er dient voldaan te worden aan de in situ eisen van de geluidsisolatie opgenomen in de geluidsstudie. 2. Na de ingebruikname van de zalen 1, 2 en 3 als feestzalen, wordt de meldingsakte (OMV_2022108486) stopgezet in het Omgevingsloket en wordt dit gemeld aan de vergunningverlenende overheid via omgevingsvergunning@antwerpen.be met vermelding van referentie: OMV_2022108486. 3. Voor de aanvang van de exploitatie wordt een Vlarem- conform geluidstudie aangeleverd aan de vergunning verlenende overheid en dit conform de bepalingen van bijlage 4.5.2 van Vlarem II. |
Procedurestap | Datum |
Ontvangst adviesvraag | 27 november 2025 |
Start openbaar onderzoek | 7 december 2025 |
Einde openbaar onderzoek | 5 januari 2026 |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste adviesdatum | 16 januari 2026 |
De aanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
Informatievergadering
Een informatievergadering was niet vereist en werd niet gehouden.
Het college beslist een gunstig advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, te geven op de aanvraag, onder volgende voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. Het ruitvormig venster in de westelijke kopgevel te vervangen door een rechthoekig venster.
2. De deuren op het einde van de middengang te voorzien met een transparante beglazing.
3. Verlichting in heel de zone, vanaf de straat tot aan en in de inham.
4. De verlichting in deze zone is sterker dan de omgevingsverlichting en is vandalismebestendig en gemakkelijk te vervangen.
5. De ontbossing dient uitgevoerd te worden conform de verleende ontheffing op het ontbossingsverbod door het Agentschap voor Natuur en Bos.
6. De voorgestelde maatregelen in de effectbeoordeling en de soortentoets dienen gevolgd te worden.
7. Toegang voor het gemotoriseerd verkeer te beperken ter hoogte van de Edegemsesteenweg.
8. Tijdelijke fietsenstalling te voorzien bij piekbelasting.
9. Uitbreiden van de fietsenstalling op het Paradeplein (cfr. document MOB4_optimalisatie Paradeplein).
10. Overdekte fietsstalplaatsen voorzien (cfr. Document MOB5_hoofdfrontgebouw).
Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden
1. Er dient voldaan te worden aan de in situ eisen van de geluidsisolatie opgenomen in de geluidsstudie. 2. Na de ingebruikname van de zalen 1, 2 en 3 als feestzalen, wordt de meldingsakte (OMV_2022108486) stopgezet in het Omgevingsloket en wordt dit gemeld aan de vergunningverlenende overheid via omgevingsvergunning@antwerpen.be met vermelding van referentie: OMV_2022108486. 3. Voor de aanvang van de exploitatie wordt een Vlarem- conform geluidstudie aangeleverd aan de vergunning verlenende overheid en dit conform de bepalingen van bijlage 4.5.2 van Vlarem II. |