Terug
Gepubliceerd op 19/01/2026

2026_CBS_00208 - Omgevingsvergunning - OMV_2025082039. Nieuwelandenweg/Transcontinentaalweg zonder nummer. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 16/01/2026 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Patrick Janssens, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Johan Klaps, schepen; Ken Casier, schepen; Karim Bachar, schepen; Nathalie van Baren, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur; Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester

Afwezig

Stijn De Rooster, schepen

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur

Voorzitter

Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester
2026_CBS_00208 - Omgevingsvergunning - OMV_2025082039. Nieuwelandenweg/Transcontinentaalweg zonder nummer. District Antwerpen - Goedkeuring 2026_CBS_00208 - Omgevingsvergunning - OMV_2025082039. Nieuwelandenweg/Transcontinentaalweg zonder nummer. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer:

OMV_2025082039

Gegevens van de aanvrager:

CV Fluvius System Operator met als contactadres Trichterheideweg 8 te 3500 Hasselt

Gegevens van de exploitant:

CV Fluvius System Operator (0477445084) met als contactadres Trichterheideweg 8 te 3500 Hasselt

Ligging van het project:

Nieuwelandenweg/Transcontinentaalweg zonder nummer te 2030 Antwerpen

Kadastrale percelen:

afdeling 15 sectie A nrs. 508V, 514G, 515A, sectie D nrs. 272B3 en 272A3

waarvan:

 

-          20250729-0028

afdeling 15 sectie A nrs. 515A, 514G, sectie D nrs. 272A3 en 272B3 (Antwerpen - Transcontinentaalweg - Bemaling)

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorwerp van de aanvraag:

aanleg van een fietspad en warmtenet. een bemaling voor de aanleg van een warmtenet.

 


Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

Relevante voorgeschiedenis

- 23/05/2025: omgevingsvergunning (OMV_2024079685) voor een tijdelijke bronbemaling in het kader van de aanleg van een warmtenet te Luithagen-Haven. Deze aanvraag omvatte geen stedenbouwkundige handelingen daar de aanleg van het warmtenet op het openbaar domein volgens artikel 10.4 van het Vrijstellingenbesluit, vrijgesteld is van stedenbouwkundige vergunningsplicht;

- 2/04/2025: omgevingsvergunning (OMV_2024125756) voor het aanleggen van een warmtenet in Luchtbal en Luithagen met slopen van bestaande wegenis, vellen van bomen en exploiteren van een bemaling met bijstellingen;

- 11/10/2024: omgevingsvergunning (OMV_2024064640) voor de bouw en exploitatie van een warmteontvangststation (Luithagen);

- 27/10/2022: omgevingsvergunning (OMV_2022058260) voor het wijzigen van de aanleg van een restwarmteleiding met omgevingsaanleg in het Antwerpse havengebied;

- 12/05/2021: omgevingsvergunning (OMV_2020145872) voor het aanleggen van een warmtenetwerk (van Indaver tot aan Luithagen).

 

Vergunde toestand

* functie:

  > ondergronds warmtenet ‘Warmtenetwerk Antwerpen-Noord’ (WAN) vertrekkende van afvalenergiecentrale Indaver naar twee types afnemers, namelijk een industriële afnemer en residentiële afnemers via een uitkoppelpunt met de stad Antwerpen;

  > ondergronds warmtenet (Luithagen – Luchtbal);

  > nutsvoorzieningen: warmteontvangststation ten noordoosten van het kruispunt Nieuwelandenweg en Transcontinentaalweg, nabij de aansluiting op Luithagen-Haven.

 

* bouwvolume en gevelafwerking:

  > warmteontvangststation:

- één bouwlaag met plat dak;

- oppervlakte: 180 m² (9,5 meter x 18,9 meter);

- hoogte: 5,8 meter;

- metselwerk in roodbruine gevelsteen.

 

* inrichting:

  > het warmtenet vertrekkende van Indaver betreft een tracé van 9,4 kilometer lang dat zuidwaarts loopt richting het Churchilldok. Ten zuiden van het Churchilldok splitst het tracé in twee richtingen, enerzijds richting het westen naar de eerst gekende industriële afnemer (Boortmalt) en anderzijds richting het oosten langs de berm van de Nieuwelandenweg tot aan het uitkoppelknooppunt;

  > het warmtenet Luithagen – Luchtbal betreft een tracé van ruim 3 kilometer waarmee de wijken Rozemaai en Luchtbal aangesloten worden op het warmtenet komende uit de Antwerpse haven. Het traject start ten noorden van het kruispunt Noorderlaan – Luithagen-Haven en loopt vervolgens langsheen de zuidzijde van de Noorderlaan tot voorbij de P&R Luchtbal, waar de leidingen de Noorderlaan kruisen om te eindigen in de Manchesterlaan.

 

Bestaande toestand

De Transcontinentaalweg bestaat uit een rijweg in asfaltverharding met naastliggende parkeerstrook in asfalt. De Nieuwelandenweg heeft een gelijkaardig profiel.

 

Nieuwe toestand

* functie:

  > infrastructuur:

- deeltraject van het globaal ondergronds warmtenet in de Nieuwelandenweg en Transcontinentaalweg;

- aanleg van een fietspad.

 

* inrichting:

  > het traject van het warmtenet start in het oosten van de Transcontinentaalweg ter hoogte van het kruispunt met Luithagen-Haven en volgt vervolgens de Transcontinentaalweg richting het westen om af te buigen naar Nieuwelandenweg waar er 2 aftakkingen worden aangelegd naar industriële afnemers;

  > het nieuwe dubbelrichtingsfietspad wordt aangelegd ten zuiden van de Transcontinentaalweg;

  > de Transcontinentaalweg wordt daarvoor heringericht.


Inhoud van de aanvraag

- aanleg van verhardingen;

- wijzigen van het relief;

- aanleggen van ondergrondse leidingen (deeltraject Warmtenetwerk Antwerpen-Noord).


 

Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorgeschiedenis

Het betreft een nieuwe ingedeelde inrichting of activiteit (IIOA).

 

Inhoud van de aanvraag

Het voorwerp van de aanvraag betreft een tijdelijke bemaling voor de aanleg van een warmtenet.

 

Aangevraagde rubriek(en)
 

Rubriek

Omschrijving

Gevraagd voor

17.3.2.1.1.1°b)

opslag van gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt hoger dan of gelijk aan 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton als de inrichting niet hoort bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt;

8,33 ton

53.2.2°a)1°

bemaling, technisch noodzakelijk voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, met inbegrip van het weer in de ondergrond brengen van bemalingswater en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater/jaar, met een netto opgepompt volume per IIOA van meer dan 30.000 m³ en maximaal 180.000 m³, een verlaging van het grondwaterpeil beperkt tot maximaal 4 m-mv en een netto opgepompt volume/dag van maximaal 1.000 m³.

46.870 m³

 

 

Aangevraagde bijstelling bijzondere milieuvoorwaarden in afwijking van algemene of sectorale voorwaarden

Antwerpen - Transcontinentaalweg - Bemaling

1.

 

Bij te stellen voorwaarde:

Artikel 5.53.6.1.3.§2 De verplichting om een deel van het bemalingswater te laten infiltreren in de bodem.

 

Voorgesteld alternatief/aanvulling:

De exploitant stelt dat er geen infiltratievoorzieningen zijn binnen een straal van 200 meter van de werfzone en wenst het bemalingswater te lozen op oppervlaktewater.

 

2.

 

Bij te stellen voorwaarde:

Artikel 5.53.6.1.6 Verplichting tot bemonsteren en analyseren van het bemalingswater. De analyse van de parameters kan aangevuld worden met de analyse van andere parameters die als relevant worden beoordeeld op basis van het vooronderzoek.

 

Voorgesteld alternatief/aanvulling:

De exploitant wenst – in aanvulling van de basismonitoring – volgende bijkomende monitoring te voorzien bij alle bemalingsfases:

  • Bij concentraties hoger dan 80% van de geldende toetsingsnorm: wekelijks
  • Bij concentraties lager dan 80% van de geldende toetsingsnorm: geen herhaling nodig.

Verder wordt voor PFAS 100 ng/liter als toetsingsnorm per individuele parameter beschouwd.

 

 

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

 

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

 

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Air Liquide Industries Belgium

31 oktober 2025

5 december 2025

Voorwaardelijk gunstig

Havenbedrijf Antwerpen-Brugge, Permits&Advice

31 oktober 2025

13 november 2025

Geen advies

Infrabel Antwerpen, Limburg, Vlaams Brabant

31 oktober 2025

16 december 2025

Voorwaardelijk gunstig

Petrochemical Pipeline Services BV

31 oktober 2025

17 december 2025

Voorwaardelijk gunstig

Politiezone Antwerpen/ Verkeerspolitie

 

28 november 2025

Voorwaardelijk gunstig

Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) - Watertoets

31 oktober 2025

15 december 2025

Gunstig

Water-link

31 oktober 2025

Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag

 

 

Interne adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies

Stadsontwikkeling/ Mobiliteit

31 oktober 2025

17 december 2025

 

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn.

De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen.

Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.

 

Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd als Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.

Zulk gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams havengebied als onderdeel van de haven van Antwerpen. Het is bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur.

Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de bestemming en voor de exploitatie van de haven en de bedrijven zijn toegelaten.

Daartoe worden ook de volgende werken, handelingen, voorzieningen, en wijzigingen gerekend:

- de aanleg en het onderhoud van infrastructuur die nodig is voor de toegankelijkheid of voor verbindingen langs de waterzijde en langs de landszijde;

- het laguneren of op een andere wijze bergen of verwerken van baggerspecie.

Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van tijdelijke ecologische infrastructuur toegelaten.

In het gebied zijn eveneens gebouwen of lokalen voor bewakingspersoneel toegelaten.

In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven- en industriële activiteiten. De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.

 

Over het goed loopt een overdruk met als aanduiding Leidingstraat. In het gebied, aangeduid met deze overdruk, zijn alle handelingen toegelaten voor de aanleg, de exploitatie en wijzigingen van transportleidingen en hun aanhorigheden. Nieuwe leidingen worden gerealiseerd in functie van het optimaal ruimtegebruik van de leidingstraat. De aanvragen voor vergunningen voor een transportleiding en aanhorigheden worden beoordeeld rekening houdend met de in grondkleur aangegeven bestemming. De in grondkleur aangegeven bestemming is van toepassing voor zover de aanleg, de exploitatie en wijzigingen van de leidingen en hun aanhorigheden niet in het gedrang worden gebracht.

 

De aanvraag dient beoordeeld te worden aan de hand van de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan.

De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De aanvraag is in overeenstemming met de verordening hemelwater daar het hemelwater dat valt op de nieuwe verhardingen wordt afgeleid naar wadi’s langsheen het tracé waar het hemelwater op natuurlijke wijze kan infiltreren.
 

Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
De verordening publiciteit is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Sectorale regelgeving

MER-screening: het komt toe aan de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag om te beslissen of er een project-MER moet worden opgesteld.
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

 

Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het Stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het Stikstofdecreet.
 

Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Het voorliggende project is gelegen in een zone waarvoor de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) aangewezen is als adviesinstantie. Zij brachten een gunstig advies uit.

 

Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).

Het project is gelegen in een zone met een kleine pluviale overstromingskans (T1000) onder toekomstig (2050) klimaat (score B), in een zone met een kleine pluviale overstromingskans (T1000) onder huidig klimaat (score C) en in een zone met een middelgrote pluviale overstromingskans (T100) onder huidig klimaat (score D). De VMM geeft aan dat er door de werken geen significante ruimte voor water verloren gaat.

Het project is niet gelegen in een signaalgebied.

Na onderzoek blijkt dat het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt. Het hemelwater dat valt op de nieuwe verharding wordt afgeleid naar nieuwe wadi’s waar het hemelwater op natuurlijke wijze kan infiltreren.

 

Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.

 

Archeologienota: overeenkomstig artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 moet aan bepaalde aanvragen een archeologienota worden toegevoegd waarvan akte werd genomen

Het voorliggende project betreft geen ingrepen in de bodem waarvoor een archeologienota waarvan akte is genomen van toepassing is.


 

Omgevingstoets

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

Functionele inpasbaarheid

Het Warmtenetwerk Antwerpen-Noord (WAN) voorziet in de haven van Antwerpen de aanleg, de exploitatie en het onderhoud van een warmteleiding tussen de afvalenergiecentrale Indaver en twee types afnemers, namelijk industriële afnemers en residentiële afnemers via een uitkoppelpunt met de stad Antwerpen. Het warmtenetwerk wordt aangelegd in verschillende fases. Voor sommige van deze deeltrajecten werden reeds omgevingsvergunningen verleend, andere deeltrajecten voldoen aan de voorwaarden van artikel 10.4 van het Vrijstellingenbesluit waardoor ze vrijgesteld zijn van stedenbouwkundige vergunningsplicht.

 

Voorliggende aanvraag betreft een deeltraject, met een lengte van circa 1 kilometer, dat zal aangelegd worden langsheen de Transcontinentaalweg en een deel van de Nieuwelandenweg. Ter hoogte van de Schomhoeveweg wordt er tevens een aftakking voorzien als toekomstige uitbreiding van het netwerk.

 

Daar het warmtenetwerk ondergronds ligt en in open sleuf zal worden aangelegd, worden de betrokken straten, fietspaden en toegangen naar bedrijventerreinen tijdelijk opgebroken en vernieuwd na de aanleg. Het project voorziet daarom tegelijk in de totale heraanleg van de Transcontinentaalweg (tussen Nieuwelandenweg en Schomhoeveweg). De bestaande rijweg met een breedte van circa 10,50 meter wordt versmald naar 8,40 meter breed. De wegenis zal in de nieuwe situatie worden geflankeerd door twee groenbermen. Langs de zuidzijde zal een dubbelrichtingsfietspad worden aangelegd. De aanleg van dit nieuwe fietspad kadert in het masterplan ‘fietspaden haven Antwerpen’ waarin het Havenbedrijf Antwerpen-Brugge de ambitie legt om meer mensen op de fiets te krijgen als vervoersmiddel voor woon-werkverkeer. Om dit te bewerkstelligen, is het van belang dat de fietsinfrastructuur goed en veilig is en verder wordt uitgebouwd. Momenteel ligt er geen fietspad langs de Transcontinentaalweg waardoor met deze aanvraag een missing link wordt weggewerkt.

 

De aanvraag is functioneel inpasbaar wegens de mogelijkheid tot verdere duurzame ontwikkeling van de haven en de bedrijvigheid en een verbetering van de fietsinfrastructuur.

 

Schaal – ruimtegebruik – bouwdichtheid

De aanvraag betreft enerzijds het aanleggen van ondergrondse leidingen wat het uitzicht van de omgeving niet wijzigt. Anderzijds wordt de opportuniteit aangegrepen om de Transcontinentaalweg her in te richten waardoor een vrijliggend fietspad kan worden aangelegd. De ruimtelijke impact is beperkt daar de werken zich bevinden binnen een bestaande industriezone.

 

Visueel-vormelijke elementen

Het warmtenet bestaat uit twee stalen buizen (aanvoer en retour) met een maximale diameter DN150. Rond deze buizen wordt een isolatie- en beschermingslaag voorzien. Na uitvoering zullen enkel lekdetectiepaaltjes en een deksel voor de ondergrondse afsluiter bovengronds zichtbaar zijn.

 

Het fietspad wordt uitgevoerd in zwarte asfalt en langs weerszijden ingesloten door boordstenen. Ter hoogte van de inritten naar bedrijfsterreinen wordt het fietspad afgewerkt met een rode thermoplast en markeringen om de nadruk te leggen op de aanwezigheid van fietsers.

 

Bodemreliëf

Langsheen de wegenis en het nieuwe fietspad worden ondiepe wadi’s voorzien voor de opvang en infiltratie van het hemelwater. De wadi’s hebben een diepte tot 20 centimeter.

 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

Advies werd gevraagd aan het Havenbedrijf Antwerpen-Brugge als gebiedsbeheerder. Zij hebben aangegeven geen advies uit te brengen gezien zij betrokken zijn bij de aanvraag.

 

Door de nabijheid van spoorwegen werd het advies ingewonnen van Infrabel nv als spoorwegbeheerder. Zij brachten een voorwaardelijk gunstig advies uit. De voorwaarden kunnen worden beschouwd als uitvoeringsmodaliteiten en worden gehecht aan de vergunning.

 

Wegens de situering van de aanvraag in de directe nabijheid van pijpleidingen werd het advies ingewonnen van de beheerders van deze leidingen. De uitgebrachte adviezen zijn voorwaardelijk gunstig waarin wordt verwezen naar de algemene veiligheidsvoorschriften en veiligheidsmaatregelen bij werken in de nabijheid van de pijpleiding(en), met onder meer de specifieke verplichtingen binnen de beschermde en voorbehouden zone rondom de leidingen. De voorwaarden uit deze adviezen, gericht op het vrijwaren van de integriteit van omgevende infrastructuren, met het oog op de beperking van de hinder van de geplande werkzaamheden en met het oog op de veiligheid, kunnen integraal aan deze vergunning worden gehecht.

 

Wegens de nabijheid van een waterleiding werd advies gevraagd aan Water-link. Zij hebben echter geen tijdig advies uitgebracht. De aanvrager is wettelijk verplicht om voor de start van de werken een KLIP-melding uit te voeren.

 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

De aanvraag genereert geen parkeerbehoefte noch verkeersbewegingen. Er is enkel een effect op de mobiliteit gedurende de werken. De bouwheer dient de nodige (organisatorische) acties te ondernemen opdat het werfverkeer geen hinder op de openbare weg veroorzaakt.

 

Advies werd gevraagd aan de verkeerspolitie van de stad Antwerpen. Zij brachten een voorwaardelijk gunstig advies uit met volgende opmerkingen:

- De aansluiting van het nieuw aan te leggen fietspad op de bestaande toestand ter hoogte van het kruispunt met de Nieuwelandenweg dient te worden geoptimaliseerd. Er wordt in de voorliggende plannen een schuine fietsoversteekbeweging uit de voorrang voorzien. De oversteekbeweging wordt best zo kort mogelijk gehouden met een haakse aansluiting op de rijbaan. Omwille van de positionering ter hoogte van het kruispunt dient de fietser niet alleen rekening te houden met aankomend verkeer uit beide richtingen van de Transcontinentaalweg maar ook met afdraaiend verkeer uit de Nieuwelandenweg. De schuine aanleg van het fietspad komt eveneens voort uit de fietsers die in oostelijke richting fietsen op de bestaande rijweg en ter hoogte van de projectgrens het nieuwe dubbelrichtingsfietspad opdraaien. Hiervoor is een dwarse aansluiting niet wenselijk. Daarom wordt voorgesteld om deze aansluiting wat uit te buigen en te verbreden (‘uitwaaieren’), zodat de fietsers in oostelijke richting het nieuwe fietspad schuin kunnen oprijden, maar de fietsers in westelijke richting die het fietspad verlaten en de rijweg oversteken meer opstelruimte (met zicht op het wegverkeer) krijgen en een dwarsere oversteek kunnen maken. Dit wordt opgelegd als voorwaarde.

- Op het plan worden jerseys als rugdekking voor fietsers voorzien. Deze jerseys ontnemen echter het zicht op wachtende en/of overstekende fietsers aan het aankomend verkeer. Gezien jerseys een hoogte van 70 à 90 centimeter hebben, vormen deze geen obstakel voor de zichtbaarheid. De jerseys markeren de versmalling van de rijweg ter hoogte van de projectgrens en blijven daarom best behouden.

 

Advies werd gevraagd aan de dienst mobiliteit van de stad Antwerpen. Zij brachten volgend advies uit:

  • De inritten naar de parkings ten zuiden van de Transcontinentaalweg worden zeer breed voorzien, variërend tussen 10 meter en 14 meter. Aangezien deze parkings enkel toegankelijk zijn voor personenwagens dienen deze smaller voorzien te worden. Een breedte van 3 à 4 meter (want in- en uitrit zijn gescheiden) zou moeten volstaan om vlot en veilig in- en uit de parkings te kunnen rijden. Het in- en uitrijden vanuit het privaat terrein dient geconcentreerd en veilig te gebeuren naar het openbaar domein. De aanvrager geeft aan (per mail) dat de breedte voortkomt uit het feit dat bij een voorlopige intekening van deze (nieuwe) parkings in- en uitritten van verschillende zones hier naast elkaar gelegen zijn. Zelfs in die situatie is een breedte van 10 tot 14 meter echter niet wenselijk. Als voorwaarde wordt daarom opgelegd om bij uitvoering van de werken de breedte van deze gecombineerde in- en uitritten voor personenwagens telkens te beperken tot maximaal 6 meter. Met PIV 4 heeft de aanvrager deze voorlopige intekening daarom reeds geschrapt. 
  • De in- en uitritten voor auto's en/of vrachtwagens die rechtstreeks uitkomen op het dubbelrichtingsfietspad aan de Transcontinentaalweg moeten op eigen terrein een verkeersbord B1 met bijhorende haaientanden-markering voorzien (dit geldt voor de bedrijfspercelen en de parkings ten zuiden van de Transcontinentaalweg). Dit wordt meegegeven als aanbeveling voor de inrichting van de aangrenzende privéterreinen. 
  • In de verantwoordingsnota staat dat de ontsluiting van de bedrijfskavels behouden blijft conform de bestaande toestand. De bestaande bedrijfsinritten blijven dus behouden. Dit is een gemiste kans om uitritten van bedrijven smaller te maken zodat ze een geconcentreerde in- en uitrit krijgen. De ontsluiting richting openbaar domein van het perceel in Transcontinentaalweg 6 (Katoen Natie) heeft een inrit van 80 meter breed, een zeer brede potentiële conflictzone met het openbaar domein. Het fietspad ligt weliswaar aan de overkant, maar ook voor gemotoriseerd verkeer op de rijbaan kan dit problemen opleveren. Door in dit nieuwe ontwerp de nieuw te voorziene groenzone af te stemmen op deze brede inritten wordt het signaal naar de bedrijven gegeven dat ze hun brede inrit kunnen behouden. Het zou spijtig zijn dat er op korte termijn een bedrijf zijn parking/opritten aanpast, en dat het openbaar domein daar niet op afgestemd is. Het is niet duidelijk of er in de aanloop naar deze vergunningaanvraag overleg is geweest met de bedrijven over deze materie. De aanvrager geeft aan dat er wel degelijk overleg is geweest maar dat door de activiteiten van het bedrijf in kwestie en de bestaande bedrijfswerking (laadkades en laadzones met stackers) het niet evident is om de conflictzone met het openbaar domein te beperken. 
  • Kruispunt Schomhoeveweg x Transcontinentaalweg: Momenteel is dit een kruispunt met de voorrang aan rechts. Door het doortrekken van de fietspadmarkering over het kruispunt hebben de fietsers hier voorrang, maar zonder extra signalisatie blijft de voorrang aan rechts voor het gemotoriseerd verkeer gelden. Dit is een verwarrende en onveilige situatie. Daarom wordt aanbevolen om de Transcontinentaalweg de voorrangsweg te maken. Hiervoor dient de signalisatie op het kruispunt aangepast te worden: verkeersbord B5 of B1 en STOP-streep of haaientanden in de Schomhoeveweg; verkeersborden B15 in de Transcontinentaalweg. Zo krijgt men dezelfde situatie als op het kruispunt Schomhoeveweg x Romeynsweel. Aangezien het oprijzicht voor voertuigen die uit de Schomhoeveweg komen voldoende groot is, dient het fietspad niet in- of uitgebogen te worden ter hoogte van het T-kruispunt met de Transcontinentaalweg.
  • Bijkomend kunnen er op het fietspad in de Schomhoeveweg haaientanden en een B1 (klein formaat) verkeersbord geplaatst worden om aan te geven dat ook de fietsers op de Schomhoeveweg voorrang moeten geven aan de fietsers die zich op (het fietspad in) de Transcontinentaalweg bevinden. De aanvrager gaf via mail aan hiermee akkoord te gaan. Dit wordt overgenomen als voorwaarde. 
  • Er zijn geen doorsteken doorheen de groenzone richting bedrijven aan de overzijde van de Transcontinentaalweg voorzien. Dit is echter niet nodig aangezien de inritten naar de parkings ten zuiden van Transcontinentaalweg kunnen gebruikt worden om van het fietspad naar de toegang tot de bedrijven aan de overkant van de straat te fietsen. Met PIV4 heeft de aanvrager deze inritten geschrapt. Ingeval geen (toegangen tot) parkings aangelegd worden, dienen de infiltratiekommen in de groenzone plaatselijk onderbroken te worden ter hoogte van de gewenste oversteken naar de bedrijven aan de noordzijde. Dit wordt eveneens opgelegd als voorwaarde. 
  • Door de aanleg van het dubbelrichtingsfietspad verdwijnen er parkeerplaatsen op het openbaar domein. In aanloop van deze vergunningsaanvraag werd er navraag gedaan bij de bedrijven in de Transcontinentaalweg en zij gaven alle aan hun parkeerbehoefte te kunnen opvangen op eigen terrein. Zij kunnen dus de eigen parkeerbehoefte en het stallen van hun vrachtwagens volledig op eigen terrein opvangen. Enkel het bedrijf HR Select (Transcontinentaalweg 13) gaf aan een parkeertekort te zullen hebben na de aanleg van een fietspad. Deze zone valt echter buiten deze vergunningsaanvraag. Parkeren dient steeds op eigen terrein te gebeuren. 
  • Daarnaast zal door het opschuiven van de concessiegrens voor de aanleg van het fietspad, een deel van de aangrenzende percelen in concessie ten zuiden van de Transcontinentaalweg ingenomen worden. De parkeervakken op deze percelen zijn in de bestaande toestand voorzien als dwarse parkeervakken. Aangezien de breedte van deze percelen afneemt in de nieuwe toestand (van ongeveer 10 meter naar ongeveer 7 meter) zullen dwarse parkeervakken hier geen optie meer zijn. Er zal dus een afname in het aantal parkeerplaatsen zijn. Hoeveel minder parkeerplaatsen er in de toekomst zullen zijn, is afhankelijk van de toekomstige inrichting van deze parkings (zie dwarsdoorsnede I, H, G). Het lijkt aangewezen hier te opteren voor enkelrichtingsverkeer op deze parkings om de beschikbare ruimte te optimaliseren. Dit wordt meegegeven als aanbeveling voor de heraanleg.

 Het is niet duidelijk of de parkeerplaatsen die verloren gaan, noodzakelijk zijn om de parkeerbehoefte van de bedrijven in de buurt op te vangen. De parkeerbehoefte van private bedrijven dient steeds op eigen terrein worden opgevangen. Het kan niet de bedoeling zijn dat de parkeerbehoefte van private ondernemingen wordt afgewenteld op het openbaar domein, waar bovendien ook al een verminderd aanbod van parkeerplaatsen is in de nieuwe toestand. De aanvrager geeft aan dat de vermindering van de capaciteit van deze parkeerplaatsen afgestemd werd met de betrokken bedrijven. 

  • Het is niet duidelijk hoe de parkings in concessie ten zuiden van de Transcontinentaalweg er in de toekomst zullen uitzien. De inritten naar de parkings blijven behouden, maar de inrichting en ontsluiting naar het openbaar domein zijn voorlopig onduidelijk. De aanvrager geeft aan dat bij uitvoering van de werken gesprekken worden gevoerd met de bedrijven om na te gaan wat de minimale breedte van deze nieuwe toegangen moet zijn, alsook dat de gebruikelijke zichtlijnen zullen gevrijwaard worden. Met PIV 4 schrapt de aanvrager de voorlopige intekening van deze toegangen zodat deze aangepast kunnen worden aan de voorwaarden uit deze vergunning. 
  • Kruispunt Nieuwelandenweg x Transcontinentaalweg (west):

Er wordt in de nieuwe toestand een schuine oversteekplaats voor fietsers uit de voorrang voorzien. Deze oversteekplaats wordt best zo kort mogelijk gehouden met een haakse aansluiting op de rijbaan. Dit is een onveilig punt aangezien de overstekende fietser hier rekening moet houden met dubbelrichtingsverkeer maar ook met verkeer dat uit de Nieuwelandenweg komt. Deze opmerking werd ook reeds door de verkeerspolitie gemaakt, zie de bespreking hierboven.

Daarnaast is er in de Nieuwelandenweg geen fietsinfrastructuur voorzien. Idealiter wordt er een (aanzet tot) fietspad voorzien in het begin van de Nieuwelandenweg. Fietsers worden zo in het begin van de Nieuwelandenweg gescheiden van het gemotoriseerd verkeer. De aanvrager geeft aan dat er gesprekken geweest zijn met de bedrijven hier. Het bedrijf ten noordwesten van de Nieuwelandenweg verklaart dat zijn fietsers via het oosten van de Nieuwelandenweg toekomen waar een nieuw fietspad aangelegd wordt (oplevering vermoedelijk begin 2026). De fietsers die toekomen op het bedrijf ten zuidwesten van de Nieuwelandenweg kunnen via het nieuwe fietspad langs de Transcontinentaalweg toekomen.

 


Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu

De aanvraag betreft de exploitatie van een sleufbemaling van circa 1.320 meter voor de aanleg van een warmtenet ter hoogte van de Transcontinentaalweg in de Antwerpse haven. Er zal bemaald worden tot een maximale diepte van 3,26 meter onder maaiveld. De bemaling zal 117 dagen duren, onderverdeeld in 6 fases. Om rekening te houden met eventuele vertragingen, vraagt de exploitant een duurtijd aan van 1 jaar. Aan deze vraag kan geen gevolg gegeven worden aangezien de exploitant ook aangeeft onder de uitzonderingen te vallen voor rubriek 3.8. De uitzondering in kwestie stelt dat het bemalingswater geen gevaarlijke stoffen mag bevatten in bepaalde concentraties, het lozingsdebiet maximum 1.000 m³/dag mag bedragen en de maximaal duurtijd van de bemaling 6 maanden bedraagt. Om enige flexibiliteit te bieden, kan de omgevingsvergunning voor het milieuluik verleend worden voor een termijn van maximaal 182 dagen. Na telefonisch contact met de exploitant blijkt dat de exploitant hiermee akkoord kan gaan.

 

De bemaling dient te gebeuren binnen de periode van 182 dagen. Om het beperken van de tijdsduur te garanderen, dienen de start- en einddatum van de bemaling minimum 2 weken op voorhand via e-mail gemeld te worden aan de stad met vermelding van het dossiernummer. Ook het eventueel uitstellen van de bemaling naar een andere periode dan de hierboven meegedeelde dient via e-mail aan dezelfde stadsdiensten meegedeeld te worden. Dit wordt opgenomen als bijzondere milieuvoorwaarde.

 

Klasse 3-rubriek 53.2.2.a).1° wordt gevraagd voor een maximaal totaal debiet van 46.870 m³ met een maximaal dagdebiet van 993 m³. Het bemalingswater zal geloosd worden via de regenwaterafvoer naar het Oud Schijn waardoor in oppervlaktewater geloosd zal worden.

 

Aangezien er mogelijk een verhoogde geleidbaarheid aanwezig is binnen de invloedsstraal van de bemaling alsook een verontreiniging met arseen, PFAS en mogelijks ook cadmium, wordt een waterzuiveringsinstallatie met bijhorende opslagtank voor 8,33 ton diesel voorzien. Zoals eerder gesteld, valt het project onder uitzondering b) van rubriek 3.8. Door te opteren voor deze uitzondering, verbindt de exploitant zich ertoe om voor deze parameters maximale concentraties te lozen van 10x de toetsingswaarden. De exploitant stelt om, voor de individuele PFAS-parameters een norm van 100 ng/liter te hanteren (dit is gelijk aan 5x de toetsingswaarde). De stad kan hiermee akkoord gaan, dit wordt echter niet als bijzondere voorwaarde opgelegd aangezien dit al binnen de uitzondering van rubriek 3.8 valt.

 

De exploitant vraagt een bijstelling van artikel 5.53.6.1.3.§2, de verplichting om een gedeelte van het bemalingswater te laten infiltreren. De exploitant stelt dat er geen infiltratiemogelijkheden zijn binnen een straal van 200 meter van de werfzone. Bijgevolg zal het volledige debiet geloosd worden in oppervlaktewater. Deze bijstelling kan verleend worden en wordt opgenomen als bijzondere milieuvoorwaarde.

 

De exploitant vraagt tevens een bijstelling van artikel 5.53.6.1.6, de verplichting om analyses en een monitoring uit te voeren. Bij concentraties hoger dan 80% van de geldende normen zal de aanvrager wekelijks een analyse doen, bij concentraties lager dan 80% van de geldende normen wenst men geen analyse meer te doen. Conform artikel 5.53.6.1.6 van VLAREM II mag de bemaling pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten genomen vanuit een representatieve peilbuis beschikbaar zijn en getoetst aan de geldende normen. Een verdere monitoring dient te gebeuren na week 1 en 2 en vervolgens maandelijks.

 

Wat betreft het zettingsrisico stelt de bemalingsstudie dat de bemaling boven de polderklei geen zettingen zal teweegbrengen. De theoretische zettingen van de spanningsbemaling dienen in detail berekend te worden alvorens het project in uitvoering gaat. Dit zal worden opgelegd als bijzondere milieuvoorwaarde. De exploitant dient de nodige maatregelen te treffen om zettingen te voorkomen. Het is aan de aanvrager om een inschatting te maken of er naar aanleiding van de werken een risico is op zettingen in de omgeving van de bemaling.

 

Binnen de invloedsstraal van de bemaling bevinden zich geen groengebieden, habitatrichtlijngebied, vogelrichtlijngebied, gebieden van het VEN en IVON noch biologische waardevolle en zeer waardevolle zones.

 

De melding voldoet aan de verplichte dossiersamenstelling.

 

De ingedeelde inrichtingen of activiteiten zijn louter en alleen in de derde klasse ingedeeld, de exploitatie ervan is dus meldingsplichtig.

 

Er wordt voldaan aan artikel 5.4.3, § 3 van het DABM betreffende verbods- en afstandsregels.

 

De gemelde exploitatie is meldingsplichtig en niet verboden.

 


Advies aan het college

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. De bouwheer dient de nodige (organisatorische) acties te ondernemen opdat het werfverkeer geen hinder op de openbare weg veroorzaakt.

2. Het westelijke uiteinde van het nieuwe dubbelrichtingsfietspad ten zuiden van de Transcontinentaalweg dient uit te buigen en te verbreden voor een meer dwarse aansluiting op de rijweg.

3. De toegangen tot de parkings ten zuiden van de Transcontinentaalweg dienen geconcentreerd te worden tot maximaal 6 meter breedte per parking, waarbij eveneens de gebruikelijke zichtlijnen in havengebied gerespecteerd worden.

4. De Transcontinentaalweg dient de voorrangsweg te worden bij het kruispunt met de Schomhoeveweg. Hiervoor dient de signalisatie op het kruispunt aangepast en uitgebreid te worden, ook op het fietspad.

5. Er dienen plaatselijk doorsteken voorzien te worden doorheen de verdiepte groenzones voor fietsers die zich naar de bedrijfsingangen aan de noordzijde van de Transcontinentaalweg willen begeven, tenzij deze ook gebruik kunnen maken van de onderbrekingen voor de (nieuwe) toegangen tot de parkings.

6. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van Infrabel nv.

7. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van Air Liquide.

8. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van Petrochemical Pipeline Services.

 

Advies over de ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Mits voldaan wordt aan de voorgestelde vergunningsvoorwaarden, is deze aanvraag in overeenstemming met de VLAREM-wetgeving. Vanuit milieutechnisch oogpunt wordt voorwaardelijk positief advies gegeven de akte te verlenen.

 

Geadviseerde rubriek(en)

 

Rubriek

Omschrijving

Geadviseerd voor

17.3.2.1.1.1°b)

opslag van gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt hoger dan of gelijk aan 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton als de inrichting niet hoort bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt;

8,33 ton

53.2.2°a)1°

bemaling, technisch noodzakelijk voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, met inbegrip van het weer in de ondergrond brengen van bemalingswater en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater/jaar, met een netto opgepompt volume per IIOA van meer dan 30.000 m³ en maximaal 180.000 m³, een verlaging van het grondwaterpeil beperkt tot maximaal 4 m-mv en een netto opgepompt volume/dag van maximaal 1.000 m³.

46.870 m³

 

Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden

1. De startdatum van de bemaling wordt ten minste twee weken voor de start gemeld aan de dienst vergunningen van de stad Antwerpen (omgevingsvergunning.haven@antwerpen.be) en de dienst Milieu-interventie (mi@antwerpen.be) met vermelding van referentie OMV_2025082039, de contactgegevens van de werfverantwoordelijke, en de start- en einddatum.

2. Het debiet van de bemaling wordt opgevolgd door middel van correct werkende debietmeters en bijgehouden in een logboek dat steeds op de werf aanwezig is en ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende overheid. Het debiet wordt minstens wekelijks geregistreerd wanneer de bemaling in werking is.

3. In afwijking van artikel 5.53.6.1.3.§2 dient er geen infiltratievoorziening te worden voorzien.

4. Op de parameters van het SAP, geleidbaarheid, arseen, cadmium en de kwantificeerbare PFAS-componenten opgenomen in het WAC_IV_A_025 wordt een monitoring uitgevoerd bij opstart. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst aan de geldende normen. Een verdere monitoring gebeurt na week 1 en 2 en vervolgens maandelijks.

5. Alle analyseresultaten dienen bijgehouden te worden in een register en dienen bezorgd te worden aan de dienst vergunningen/milieu van de stad Antwerpen (omgevingsvergunning.haven@antwerpen.be) en de dienst Milieu-interventie (mi@antwerpen.be) met vermelding van referentie OMV2025082039.

6. De theoretische zettingen van de spanningsbemaling dienen in detail berekend te worden alvorens het project in uitvoering gaat.


 

Fasering

 

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

7 augustus 2025

Volledig en ontvankelijk

31 oktober 2025

Start openbaar onderzoek

8 november 2025

Einde openbaar onderzoek

7 december 2025

Beslissing aanvaarding wijzigingsaanvraag

12 januari 2026

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste beslissingsdatum

13 februari 2026

Verslag GOA

 12 januari 2026

Naam GOA

 Bieke Geypens/Katrine Leemans


Wijzigingsverzoeken

De aanvrager heeft één of meerdere verzoeken ingediend om zijn oorspronkelijke dossier te wijzigen.

Minstens één van die verzoeken werd aanvaard, waardoor de aanvaarde wijzigingen mee beoordeeld worden.

 

Onderzoek

De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.


Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:

 

Algemene voorwaarden

de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.

 

Stedenbouwkundige voorwaarden

1. De bouwheer dient de nodige (organisatorische) acties te ondernemen opdat het werfverkeer geen hinder op de openbare weg veroorzaakt.

2. Het westelijke uiteinde van het nieuwe dubbelrichtingsfietspad ten zuiden van de Transcontinentaalweg dient uit te buigen en te verbreden voor een meer dwarse aansluiting op de rijweg.

3. De toegangen tot de parkings ten zuiden van de Transcontinentaalweg dienen geconcentreerd te worden tot maximaal 6 meter breedte per parking, waarbij eveneens de gebruikelijke zichtlijnen in havengebied gerespecteerd worden.

4. De Transcontinentaalweg dient de voorrangsweg te worden bij het kruispunt met de Schomhoeveweg. Hiervoor dient de signalisatie op het kruispunt aangepast en uitgebreid te worden, ook op het fietspad.

5. Er dienen plaatselijk doorsteken voorzien te worden doorheen de verdiepte groenzones voor fietsers die zich naar de bedrijfsingangen aan de noordzijde van de Transcontinentaalweg willen begeven, tenzij deze ook gebruik kunnen maken van de onderbrekingen voor de (nieuwe) toegangen tot de parkings.

6. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van Infrabel nv.

7. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van Air Liquide.

8. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit het advies van Petrochemical Pipeline Services.

 

Bijzondere milieuvoorwaarden

1. De startdatum van de bemaling wordt ten minste twee weken voor de start gemeld aan de dienst vergunningen van de stad Antwerpen (omgevingsvergunning.haven@antwerpen.be) en de dienst Milieu-interventie (mi@antwerpen.be) met vermelding van referentie OMV_2025082039, de contactgegevens van de werfverantwoordelijke, en de start- en einddatum.

2. Het debiet van de bemaling wordt opgevolgd door middel van correct werkende debietmeters en bijgehouden in een logboek dat steeds op de werf aanwezig is en ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende overheid. Het debiet wordt minstens wekelijks geregistreerd wanneer de bemaling in werking is.

3. In afwijking van artikel 5.53.6.1.3.§2 dient er geen infiltratievoorziening te worden voorzien.

4. Op de parameters van het SAP, geleidbaarheid, arseen, cadmium en de kwantificeerbare PFAS-componenten opgenomen in het WAC_IV_A_025 wordt een monitoring uitgevoerd bij opstart. De bemaling mag pas in gebruik genomen worden als de analyseresultaten beschikbaar zijn en getoetst aan de geldende normen. Een verdere monitoring gebeurt na week 1 en 2 en vervolgens maandelijks.

5. Alle analyseresultaten dienen bijgehouden te worden in een register en dienen bezorgd te worden aan de dienst vergunningen/milieu van de stad Antwerpen (omgevingsvergunning.haven@antwerpen.be) en de dienst Milieu-interventie (mi@antwerpen.be) met vermelding van referentie OMV2025082039.

6. De theoretische zettingen van de spanningsbemaling dienen in detail berekend te worden alvorens het project in uitvoering gaat.


Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.

 

De vergunning omvat thans volgende rubriek(en):

 

Rubriek

Omschrijving

Gecoördineerd

17.3.2.1.1.1°b)

opslag van gasolie, diesel, lichte stookolie en gelijkaardige vloeistoffen met een vlampunt hoger dan of gelijk aan 55°C met een gezamenlijke opslagcapaciteit van 100 kg tot en met 20 ton als de inrichting niet hoort bij de woonfunctie van een onroerend goed dat hoofdzakelijk als woongelegenheid wordt gebruikt;

8,33 ton

53.2.2°a)1°

bemaling, technisch noodzakelijk voor de verwezenlijking van werken of de aanleg van nutsvoorzieningen, met inbegrip van het weer in de ondergrond brengen van bemalingswater en het nuttige gebruik tot maximaal 5.000 m³ bemalingswater/jaar, met een netto opgepompt volume per IIOA van meer dan 30.000 m³ en maximaal 180.000 m³, een verlaging van het grondwaterpeil beperkt tot maximaal 4 m-mv en een netto opgepompt volume/dag van maximaal 1.000 m³.

46.870 m³

 

Artikel 4

De omgevingsvergunning wordt verleend voor:

- onbepaalde duur wat betreft de stedenbouwkundige handelingen;

- maximaal 182 dagen vanaf de start van de werken voor wat betreft de bemaling.


Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.