Terug
Gepubliceerd op 02/02/2026

2026_CBS_00614 - Omgevingsvergunning - OMV_2025094824. Delinstraat 64. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 30/01/2026 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Patrick Janssens, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Johan Klaps, schepen; Ken Casier, schepen; Stijn De Rooster, schepen; Nathalie van Baren, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur

Afwezig

Nabilla Ait Daoud, schepen; Karim Bachar, schepen; Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur
2026_CBS_00614 - Omgevingsvergunning - OMV_2025094824. Delinstraat 64. District Antwerpen - Goedkeuring 2026_CBS_00614 - Omgevingsvergunning - OMV_2025094824. Delinstraat 64. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer:

OMV_2025094824

Gegevens van de aanvrager:

BV Raven Investment Real Estate met als contactadres Kipdorp 42 bus A te 2000 Antwerpen

Ligging van het project:

Delinstraat 64 te 2060 Antwerpen

Kadastrale percelen:

afdeling 8 sectie H nr. 561F14

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

verbouwen en uitbreiden van een meergezinswoning met vermeerdering van het aantal woongelegenheden van 3 naar 4

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

 

Relevante voorgeschiedenis

-          09/09/2025: statusrapport;

-          17/06/1938: toelating (18#10495) voor binnenveranderingen;

-          26/11/1930: toelating (1930#38004) voor gevel- en binnenveranderingen;

-          19/09/1893: toelating (1893#1366) voor een paviljoen in de tuin. geen plannen

 

Er zijn geen vergunningen teruggevonden in de archieven;

Toestand bij inwerkingtreding gewestplan Antwerpen:

-          functie: wonen – meergezinswoning met 3 woongelegenheden;

-          bouwvolume:

  • 4 bouwlagen onder plat dak;
  • aanbouw van 1 tot 2 bouwlagen onder platte daken;
  • bouwdiepte van 20,47 m;
  • bouwhoogte van 14,72 m;
  • achtertuin van 132,2 m² waarvan 11,6 m² ingericht als berging en 14,9 m² als terras;

-          gevelafwerking:

  • lichtgrijs pleisterwerk met grijze natuurstenen plint;
  • wit houten schrijnwerk met grijze stenen dorpels;
  • uitkragend terras op de eerste verdieping.

 

Nieuwe toestand

-          functie: wonen – meergezinswoning met 4 woongelegenheden:

  • 1 een-slaapkamerappartement op het gelijkvloers;
  • 3 twee-slaapkamerappartementen op de bovenliggende verdiepingen (1 per verdieping);

-          bouwvolume:

  • 4 bouwlagen onder plat dak;
  • aanbouw van 4 bouwlagen onder plat groendak tegen de linker perceelgrens;
  • aanbouw van 1 bouwlaag onder plat dak;
  • bouwdiepte van 22,22 m;
  • bouwhoogte ongewijzigd;
  • achtertuin van 114 m² waarvan 11,6 m² ingericht als berging en 14,9 m² als terras;

-          gevelafwerking:

  • wit geschilderd pleisterwerk met grijze natuurstenen plint;
  • licht beigekleurig aluminium schrijnwerk met grijze stenen dorpels en lichtgrijze stalen borstweringen.

 

Inhoud van de aanvraag

-          vermeerderen van het aantal woongelegenheden van 3 naar 4;

-          slopen van het afdak;

-          uitbreiden van het volume;

-          wijzigen van de voorgevel;

-          wijzigen van de scheimuren; 

-          doorvoeren van interne constructieve werken.

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

 

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

 

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen

24 oktober 2025

16 december 2025

Voorwaardelijk gunstig

 

 

Interne adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies

Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering

24 oktober 2025

24 oktober 2025

Stadsontwikkeling/ Mobiliteit

24 oktober 2025

14 november 2025

 

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.

 

Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan RUP 2060, goedgekeurd op 20 december 2012. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zones: Artikel 1 Zone voor wonen - (Wo) en Zone recht van voorkoop - Algemene voorschriften.

 

(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP's) kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s'.)

 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

 

De aanvraag wijkt af van de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan 2060 op volgende punten:

-          1 Algemene voorschriften

  • 1.7 Publiek domein
    • 1.7.1 Open ruimte, tuinen en terrassen

Het percentage open ruimte/bebouwde ruimte neemt af van 120,6 m2 naar 102,4 m2 ;

-          2 Bijzondere voorschriften

  • Artikel 1 Zone voor wonen – (Wo)
    • 1.2 Inrichting
      • 1.2.1 Bouwdiepte

Na verbouwing met volumewijziging blijft de tuinberging tegen de achterste perceelsgrens behouden. Deze zone dient gevrijwaard te blijven van constructies en is bestemd als tuinzone.

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de verordening hemelwater op volgende punten:

  • artikel 7:
    Het hemelwater wordt enkel hergebruikt voor toiletspoeling en voor buitenkranen, niet voor de plaats van de wasmachine;
  • artikel 8:
    De infiltratieoppervlakte is verminderd met 30 m² per aangesloten woongelegenheid, wat niet toegestaan is aangezien de hemelwaterput niet conform artikel 7 wordt voorzien.

-          Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.

-          Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
(De verordening publiciteit kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Gewestelijke publiciteitsverordening 2023)
De gewestelijke publiciteitsverordening is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Algemene bouwverordeningen

-          Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen

-          Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 maart 2024 en in werking getreden op 15 juli 2024.
(De bouwcode kan je raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:

  • artikel 8 Visuele en vormelijke inpassing:
    Het schrijnwerk wordt vervangen door schrijnwerk in een ander materiaal, met een andere kleur en deels een andere indeling, wat verboden is;
  • artikel 12 Minimale oppervlakte buitenruimte:
    De terrassen op de verdiepingen zijn beperkt in kwaliteit;
  • artikel 20 Daken:
    Het is onduidelijk of het nieuwe plat dak van een lichtkleurige dakbedekking voorzien wordt;
  • artikel 32 POET-principe is leidend:
    Er wordt voor de bijkomende wooneenheid geen autostalplaats voorzien;
  • artikel 33 Fietsparkeren maximaal op eigen terrein:
    De fietsenberging maakt geen functioneel en comfortabel gebruik mogelijk voor alle wooneenheden.

-          Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.

(De verordening stedenbouwkundige lasten kan je raadplegen via https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving)

De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.

 

Sectorale regelgeving

-          MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

-          Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs worden vastgesteld dat de voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Bijgevolg is het beoordelingskader voor stikstofoxiden veroorzaakt door mobiliteit van toepassing. De stikstofdepositie van het project en de effecten hiervan zijn onderzocht voor de Habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) binnen een straal van 20 km rond het projectgebied. 
De berekende impact(https://www.waterinfo.be/informatieplicht) is lager dan of gelijk aan de minimis-drempel van 1%. De kritische depositiewaarde ten aanzien van de SBZ-H wordt door het project niet overschreden. Bijgevolg is de opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van de SBZ-H niet vereist. 

-          Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).

Het project is gelegen in een zone met een kleine pluviale overstromingskans (T1000) onder toekomstig (2050) klimaat (score B).

Het project is niet gelegen in een signaalgebied.

Na onderzoek blijkt dat het project waarschijnlijk geen schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt.

Kijk de score van uw project na op https://www.waterinfo.be/informatieplicht.

Op volgende website worden oplossingen aangereikt om gebouwen te beschermen tegen waterindringing of in het geval van onvermijdbare waterindringing de kans op schade te verkleinen. https://vmm.vlaanderen.be/publicaties/individuele-bescherming-tegen-overstromingen.

-          Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.

-          Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan je raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.

-          Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen

-          Transformatieleidraad: Transformatieleidraad Ruimte geven aan de stad van morgen. Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad dit plan goed.
De transformatieleidraad kan je raadplegen via Transformatieleidraad.

-          Strategische Ruimteplan Antwerpen (SRA): Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad het nieuwe plan goed.
Het strategisch ruimteplan Antwerpen kan je raadplegen via Strategisch Ruimteplan Antwerpen.

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

Functionele inpasbaarheid

Het aantal wooneenheden wordt vermeerderd van drie naar vier. De meergezinswoning en de functionele inpasbaarheid blijven behouden.

 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

De gelijkvloerse bouwdiepte wordt uitgebreid tot een perceelsbrede bouwdiepte van 22,22 meter. Deze bouwdiepte overschrijdt de gangbaar gehanteerde bouwdiepte voor een woonfunctie en de bouwdieptes van de aanpalende percelen. Daarenboven is het verkleinen van de open ruimte strijdig met de bepalingen van RUP 2060. Ook blijft na verbouwing met volumewijziging tegen de achterste perceelsgrens perceelsbreed een tuinberging behouden tot een hoogte van circa 5,75 meter.

 

In de nabije omgeving variëren de bouwdieptes en gezien de ruime diepte van het perceel blijft er, ondanks de bouwdiepte aan de straatzijde en de constructie tegen de achterste perceelsgrens, ruim voldoende open ruimte over om voldoende gebruiksgenot te kunnen garanderen voor het eigen perceel en het bouwblok in zijn geheel.

 

De tuinberging grenst achteraan voor ongeveer de helft van de breedte aan een hoger opgaande scheimuur. De overige scheimuren grenzen aan open ruimte.

Om de impact op de bezonning van aanpalende percelen te beperken en de toekomstige mogelijkheden om tuin-/scheimuren in binnengebied te verlagen niet te hypothekeren, wordt als voorwaarde bij de vergunning opgelegd de hoogte van de tuinberging te beperken tot maximaal 2,60 meter.

Mits het naleven van deze voorwaarde zijn de gelijkvloerse bouwdiepte aan de straatzijde en de tuinberging achteraan stedenbouwkundig aanvaardbaar. Bijgevolg kunnen met toepassing van artikel 4.4.1 van de VCRO bovenstaande afwijkingen toegestaan worden.

 

Op de tweede en derde verdieping wordt de bouwdiepte aan de linkerzijde uitgebreid tot 17,35 meter gelijk met die van de linker aanpalende. Dit is qua schaal en ruimtegebruik inpasbaar in de omgeving.

 

Visueel-vormelijke elementen

De voorgevel wordt wit geschilderd met behoud van de natuurstenen plint en raamdorpels. Het buitenschrijnwerk wordt vervangen door licht beigekleurig aluminium schrijnwerk met een gewijzigde indeling en er worden lichtgrijze stalen borstweringen voorzien.

De materiaalkeuzes en indeling hebben geen onaanvaardbare impact op het straatbeeld en zijn stedenbouwkundig aanvaardbaar.

 

Er wordt opgemerkt dat het voorgevelaanzicht van de bestaande toestand niet overeenstemt met de aangeleverde foto’s. Zo is er in werkelijkheid geen isolatie aanwezig ter hoogte van de linker scheimuur. Deze isolatie is ook niet weergegeven op de grondplannen van de bestaande en nieuwe toestand. Op de foto’s is boven de kroonlijst van de linker aanpalende een gelijkaardige detaillering aanwezig als aan de rechterzijde, namelijk een arrière-corps en beëindiging van de dakrand.

De arrière-corps is een veel voorkomend detail bij aaneengesloten bebouwing. Ter hoogte van de perceelsgrens springt het gevelvlak terug, in dit geval vanaf de kroonlijst van de linker aanpalende. Dit levert een verticale ritmering op die percelering in het straatbeeld nuanceert.

Het is wenselijk om dit detail eigen aan de stedelijke context te behouden. Als voorwaarde wordt bij de vergunning opgelegd de arrière-corps bovenaan de linkerzijde te behouden en vrij te laten van materiaal en isolatie.

 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

Elke woning dient over voldoende natuurlijk licht, lucht en uitzicht te beschikken, alsook over voldoende oppervlakte en een kwalitatieve buitenruimte. Het bureau op het gelijkvloers ligt tot 11,15 meter diep ten opzichte van de achtergevel en beschikt bijgevolg niet over voldoende lichtinval en luchttoevoer. Dit brengt het gebruiksgenot van de verblijfsruimte in het gedrang. Als voorwaarde wordt bij de vergunning opgelegd boven het gelijkvloers bureau een opengaande dakkoepel te voorzien met een minimale oppervlakte van 1,34 m2.

 

De buitenruimtes op de verdiepingen worden voorzien van gevelopeningen in de achtergevel die het contact met de tuin en de open lucht beperken alsook de lichtinval in de achterliggende slaapkamers. Om het gebruiksgenot van de buitenruimtes en slaapkamers te kunnen garanderen wordt als voorwaarde bij de vergunning opgelegd de gevelopeningen ter hoogte van de terrassen te maximaliseren in hoogte en breedte en op de tweede en derde verdieping borstweringen te voorzien in de vorm van spijlen. Op die manier krijgen de buitenruimtes een open karakter en is er sprake van voldoende kwalitatieve buitenruimtes.

 

Er zijn enkel fietsparkeerplaatsen voorzien voor de bijkomende woongelegenheid. Het vermeerderen van het aantal wooneenheden zonder rekening te houden met de actuele eisen inzake wooncomfort en gebruiksgenot voor alle wooneenheden is niet aanvaardbaar. Bijgevolg wordt als voorwaarde bij de vergunning opgelegd een voldoende ruime fietsenberging te voorzien voor alle wooneenheden zoals in rood aangeduid op het grondplan.

 

Het hemelwater wordt enkel hergebruikt voor toiletspoeling en voor buitenkranen, niet voor de plaats van de wasmachine. Daarnaast is de infiltratieoppervlakte verminderd met 30 m² per aangesloten woongelegenheid, wat niet toegestaan is aangezien de hemelwaterput niet conform artikel 7 wordt voorzien. Als voorwaarde wordt bij de vergunning opgelegd het hemelwater ook te hergebruiken voor de plaats van de wasmachines conform artikel 7 van de hemelwaterverordening.

 

Om de aanvraag in overeenstemming te brengen met de hedendaagse eisen inzake gebruiksgenot wordt als voorwaarde bij de vergunning opgelegd de nieuwe daken te voorzien conform artikel 20 van de bouwcode.

 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).

 

De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 32 van de bouwcode van kracht sinds 15 juli 2024, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding, wijzigen van het aantal wooneenheden en wijziging tussen de gedefinieerde subfuncties in paragraaf 3. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.

 

Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 1 parkeerplaats.

 

De aanvraag betreft het verbouwen en uitbreiden van een meergezinswoning met vermeerdering van het aantal woongelegenheden van 3 naar 4.

Het project ligt in centrumgebied op minder dan 800 m van een interregionale knoop. De bijhorende parkeernormen uit de bouwcode worden gehanteerd.

De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding van het aantal wooneenheden van 3 naar 4.

Bij projecten tot en met 5 wooneenheden is de parkeernorm 0,85.

1 bijkomende wooneenheid : parkeerbehoefte is 0,85

De werkelijke parkeerbehoefte is 1.

 

De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.

 

Voorliggende aanvraag heeft betrekking op een pand met een voorgevel van minder dan 8 m breed. Volgens artikel 8, §1, b° (Visuele en vormelijke inpassing) van de bouwcode is een toegangspoort verboden.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 1.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 1.

Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.

 

Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 1 plaats.

 

 

Advies aan het college

 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. De hoogte van de tuinberging te beperken tot maximaal 2,60 meter en de scheimuren te beperken tot de aansluitende vergunde volumes.

2. De arrière-corps, het terugspringend gedeelte van het gevelvlak ter hoogte van de perceelsgrens, te behouden en vrij te laten van materiaal en isolatie.

3. Boven het gelijkvloers bureau een opengaande dakkoepel te voorzien met een minimale oppervlakte van 1,34 m2.

4. De gevelopeningen ter hoogte van de terrassen op de verdiepingen te maximaliseren in hoogte en breedte.

5. Bij de terrassen op de tweede en derde verdieping borstweringen te voorzien in de vorm van spijlen.

6. Een fietsenberging te voorzien zoals in rood aangeduid op het grondplan.

7. Het hemelwater ook te hergebruiken voor de plaats van de wasmachines conform artikel 7 van de hemelwaterverordening.

8. De nieuwe daken te voorzien conform artikel 20 van de bouwcode.

9. Na uitvoering van de werken te voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

10. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.

Fasering

 

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

9 september 2025

Volledig en ontvankelijk

24 oktober 2025

Start openbaar onderzoek

3 november 2025

Einde openbaar onderzoek

2 december 2025

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste beslissingsdatum

6 februari 2026

Verslag GOA

20 januari 2026

Naam GOA

Wim Van Roosendael

 

Onderzoek

De aanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:

 

Algemene voorwaarden

de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.

 

Stedenbouwkundige voorwaarden

1. De hoogte van de tuinberging te beperken tot maximaal 2,60 meter en de scheimuren te beperken tot de aansluitende vergunde volumes.

2. De arrière-corps, het terugspringend gedeelte van het gevelvlak ter hoogte van de perceelsgrens, te behouden en vrij te laten van materiaal en isolatie.

3. Boven het gelijkvloers bureau een opengaande dakkoepel te voorzien met een minimale oppervlakte van 1,34 m2.

4. De gevelopeningen ter hoogte van de terrassen op de verdiepingen te maximaliseren in hoogte en breedte.

5. Bij de terrassen op de tweede en derde verdieping borstweringen te voorzien in de vorm van spijlen.

6. Een fietsenberging te voorzien zoals in rood aangeduid op het grondplan.

7. Het hemelwater ook te hergebruiken voor de plaats van de wasmachines conform artikel 7 van de hemelwaterverordening.

8. De nieuwe daken te voorzien conform artikel 20 van de bouwcode.

9. Na uitvoering van de werken te voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

10. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.