Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2025125678 |
Gegevens van de aanvrager: | de heer Emre Yilmaz met als contactadres Meereigen 46 te 2610 Antwerpen |
Ligging van het project: | Michel Willemslaan 42 te 2610 Wilrijk (Antwerpen) |
Kadastrale percelen: | afdeling 43 sectie A nr. 50G6 |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen |
Voorwerp van de aanvraag: | wijzigen van de gelijkvloerse kantoorfunctie naar een woongelegenheid |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 07/09/1970: vergunning (222#13283) voor verbouwingswerken.
Vergunde toestand
- functie: gemengd gebouw;
- bouwvolume:
- gevelafwerking:
Bestaande toestand
- overeenkomstig met de vergunde toestand, uitgezonderd van:
Nieuwe toestand
- functie: wonen – meergezinswoning met drie wooneenheden;
- bouwvolume:
- gevelafwerking gelijkvloers:
Inhoud van de aanvraag
- wijzigen van de gelijkvloerse kantoorfunctie naar wonen;
- vermeerderen van het aantal woongelegenheden van 2 naar 3;
- uitbreiden van het volume op het gelijkvloers;
- wijzigen van de voorgevel;
- wijzigen van de rechter scheidingsmuur.
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen | 9 december 2025 | 29 december 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Ondernemen en Stadsmarketing / Economie en Toerisme / Investeren (INVEST) | 9 december 2025 | 15 december 2025 |
Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering | 9 december 2025 | 9 december 2025 |
Stadsontwikkeling/ Mobiliteit | 9 december 2025 | 11 december 2025 |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023)
De hemelwaterverordening is niet van toepassing op de aanvraag.
- Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
- Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
(De verordening publiciteit kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Gewestelijke publiciteitsverordening 2023)
De gewestelijke publiciteitsverordening is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
- Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 maart 2024 en in werking getreden op 15 juli 2024.
(De bouwcode kan je raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend(e) punt(en):
- Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.
(De verordening stedenbouwkundige lasten kan je raadplegen via https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.
Sectorale regelgeving
- MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
- Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs worden vastgesteld dat de voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Bijgevolg is het beoordelingskader voor stikstofoxiden veroorzaakt door mobiliteit van toepassing. De stikstofdepositie van het project en de effecten hiervan zijn onderzocht voor de Habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) binnen een straal van 20 km rond het projectgebied.
De berekende impact(https://www.waterinfo.be/informatieplicht) is lager dan of gelijk aan de minimis-drempel van 1%.
De kritische depositiewaarde ten aanzien van de SBZ-H wordt door het project niet overschreden. Bijgevolg is de opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van de SBZ-H niet vereist.
- Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).
Voor het project is geen pluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).
Het project is niet gelegen in een signaalgebied.
Ten opzichte van de vergunde toestand wordt er minder verhard waardoor het project mogelijks positieve effecten op het watersysteem veroorzaakt.
Kijk de score van uw project na op https://www.waterinfo.be/informatieplicht.
Op volgende website worden oplossingen aangereikt om gebouwen te beschermen tegen waterindringing of in het geval van onvermijdbare waterindringing de kans op schade te verkleinen. https://vmm.vlaanderen.be/publicaties/individuele-bescherming-tegen-overstromingen.
- Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.
- Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan je raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.
- Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.
Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen
- Transformatieleidraad: Transformatieleidraad Ruimte geven aan de stad van morgen. Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad dit plan goed.
De transformatieleidraad kan je raadplegen via Transformatieleidraad.
- Strategische Ruimteplan Antwerpen (SRA): Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad het nieuwe plan goed.
Het strategisch ruimteplan Antwerpen kan je raadplegen via Strategisch Ruimteplan Antwerpen.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
Voorliggende aanvraag omvat een functiewijziging op de gelijkvloerse verdieping van kantoor-, dienstverlenings- en vrijeberoepenfunctie (burelen) naar wonen, meer bepaald de inrichting van één éénslaapkamerappartement op het gelijkvloers. Het aantal wooneenheden neemt bijgevolg toe van twee naar drie. In dit kader werd advies ingewonnen bij de stedelijke dienst Ondernemen en Stadsmarketing/ Economie en Toerisme/ Investeren. Dit advies is gunstig aangezien deze locatie geen strategische kantoorlocatie is en in deze woonbuurt een appartement op zijn plaats is. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt wordt dit advies bijgetreden. Gelet op de ligging en de context van het gebouw is het vermeerderen van het aantal wooneenheden van twee naar drie in principe aanvaardbaar, op voorwaarde dat elke wooneenheid over voldoende woonkwaliteit beschikt.
Schaal - ruimtegebruik – bouwdichtheid
Het bestaande gebouw bestaat uit drie bouwlagen onder een plat dak in gesloten bebouwing, met een bouwdiepte van 15,00 m. Achter het hoofdvolume bevinden zich een koer en een losstaand bijgebouw (garages) met een oppervlakte van 35 m², ingeplant tegen de achterste perceelgrens. In de nieuwe toestand wordt het bouwvolume op het gelijkvloers uitgebreid ter hoogte van de rechter scheimuur. Voor de bijkomende wooneenheid wordt een deel van de verharde koer ingericht als tuinzone met een terras van 4 m².
De uitbreiding kan gunstig worden beoordeeld aangezien de aanbouw volledig binnen het bestaande profiel van de scheidingsmuren blijft. Hierdoor ontstaan geen bijkomende hinderaspecten inzake privacy of bezonning ten aanzien van de aanpalende percelen. Positief is bovendien dat een deel van de verharde buitenruimte wordt onthard en ingericht als private buitenruimte voor de nieuwe woongelegenheid.
Het advies inzake schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid is dan ook gunstig.
Visueel-vormelijke elementen
Aan de voorgevel werden zonder voorafgaande omgevingsvergunning wijzigingen uitgevoerd. Het betreft onder meer het afwerken van de gevel in witte crepi en het vervangen van het oorspronkelijke buitenschrijnwerk door wit PVC-schrijnwerk. Deze ingrepen zijn strijdig met artikel 8 van de bouwcode.
Het louter opnieuw afwerken van de gevel in crepi leidt tot een verarming van het gevelbeeld, waarbij de oorspronkelijke materialiteit en architecturale geleding van de gevel verloren zijn gegaan. Er is geen toevoeging van isolatie, waardoor ook geen energetische meerwaarde wordt gerealiseerd. Gelet op het voorgaande zijn er geen stedenbouwkundig verantwoorde redenen om een afwijking op artikel 8 van de bouwcode toe te staan. De uitgevoerde en geplande gevelwijzigingen worden dan ook ongunstig geadviseerd.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De netto vloeroppervlakte van het gelijkvloerse appartement bedraagt 40,95 m². Dit voldoet niet aan de minimale oppervlaktenormen zoals bepaald in artikel 26 van de bouwcode. Voor een zelfstandige woongelegenheid met één slaapkamer is een minimale netto vloeroppervlakte van 51 m² vereist. De beperkte oppervlakte resulteert in een onvoldoende gebruiksgenot.
Dit is duidelijk op de plannen: zo kan de inkomdeur niet volledig openen door de positionering van de zetel, bedraagt de bewegingsruimte aan het keukenaanrecht slechts 0,50 m en ontbreekt voldoende circulatieruimte rond het bed in de slaapkamer. De achterliggende tuin en het terras zijn uitsluitend bereikbaar via de slaapkamer, wat de woonkwaliteit verder beperkt. Bovendien zorgen het behoud van muurdelen van de vergunde achtergevel tussen de slaapkamer en de aanbouw voor een sterk ingesloten ruimte met een onvoldoende natuurlijke lichtinval.
Daarnaast bepalen artikel 32 en artikel 33 van de bouwcode dat bij een verbouwing, uitbreiding en/of vermeerdering van het aantal wooneenheden het nodige aantal auto- en fietsstalplaatsen op eigen terrein moet worden voorzien. In de voorliggende aanvraag worden noch auto-, noch fietsstalplaatsen voorzien. Wat betreft de autoparkeerplaatsen wordt vastgesteld dat het perceel smal en langwerpig is. Gelet op de bestaande parkeervoorzieningen en de perceelconfiguratie laten de grootte en vorm van het perceel het realiseren van bijkomende parkeerplaatsen niet toe zonder een aanzienlijke inname van onverharde tuinruimte. In dit geval zou een afwijking op artikel 32 overwogen kunnen worden. Met betrekking tot de fietsstalplaatsen wordt geoordeeld dat het perceel voldoende mogelijkheden biedt om de vereiste twee fietsstalplaatsen in te richten conform de inrichtingsprincipes van artikel 33 van de bouwcode. Dit zou als voorwaarde kunnen worden opgelegd in geval van een gunstig advies.
Tot slot wordt vastgesteld dat geen septische put is voorzien. Voor percelen gelegen in het centrale gebied en het collectief geoptimaliseerd buitengebied, zoals bepaald in de zoneringsplannen van de Vlaamse Milieumaatschappij, is de aanleg van een septische put verplicht overeenkomstig artikel 21 van de bouwcode. In geval van een vergunning zou het naleven van deze bepaling als voorwaarde worden opgelegd.
Elke woongelegenheid dient vanuit stedenbouwkundig oogpunt te beschikken over voldoende natuurlijke lichtinval, ventilatie en uitzicht, evenals over een logische en kwalitatieve indeling met voldoende ruime verblijfsruimtes, een volwaardige buitenruimte en adequate (fiets-)parkeervoorzieningen. Gelet op de hierboven vastgestelde tekortkomingen voldoet de voorliggende aanvraag niet aan deze basisvereisten, waardoor een ongunstig advies wordt verleend.
Advies aan het college
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te weigeren, omwille van onverenigbaarheden met stedenbouwkundige voorschriften en een goede ruimtelijke ordening.
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 21 oktober 2025 |
Volledig en ontvankelijk | 9 december 2025 |
Start openbaar onderzoek | geen |
Einde openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste beslissingsdatum | 7 februari 2026 |
Verslag GOA | 14 januari 2026 |
Naam GOA | Gerd Cryns |
De aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, werden om hun standpunt gevraagd. Er werden geen standpunten, opmerkingen of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning te weigeren.
De plannen waarvan het overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, maken integraal deel uit van dit besluit.