Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2025072975 |
Gegevens van de aanvrager: | BV SILVERLINE DEVELOPMENT met als adres Bredabaan 28 te 2930 Brasschaat |
Gegevens van de exploitant: | BV SILVERLINE DEVELOPMENT (0687534416) met als adres Bredabaan 28 te 2930 Brasschaat |
Ligging van het project: | Rolwagenstraat 2, Provinciestraat zn te 2018 Antwerpen |
Kadastrale percelen: | afdeling 6 sectie F nr. 1219N10 |
waarvan: |
|
- 20250901-0043 | afdeling 6 sectie F nr. 1219N10 (Rolwagenstraat, Antwerpen) |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten |
Voorwerp van de aanvraag: | oprichten van een meergezinswoning met 3 appartementen en 1 kantoor en exploiteren van warmtepompen |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 31/01/2014: vergunning (3562#8775) voor het plaatsen van drie reclamepanelen (2 panelen van 8 m² en 1 paneel van 16 m²);
- 23/07/2008: vergunning (3154#1910) voor het plaatsen van 4 reclamepanelen in een werfafsluiting;
- 18/07/2008: vergunning (3152#1392) voor het slopen van een bestaand gebouw en bouwen van een meergezinswoning met 6 appartementen en een commerciële ruimte.
Vergunde toestand
- braakliggend perceel.
Bestaande toestand
- braakliggend terrein op de kop van een bouwblok;
- omheining in golfplaten binnen de perceelgrenzen;
- deel van het voetpad en een verlichtingspaal overschrijden de perceelgrens.
Nieuwe toestand
- meergezinswoning met 3 appartementen;
- gelijkvloers kantoor;
- hoekpand van 6 bouwlagen onder plat dak;
- voorgevels in witgrijze, en wit geglazuurde baksteen met buitenschrijnwerk in bronskleurig aluminium.
Inhoud van de aanvraag
- vermeerderen van het aantal woongelegenheden van 0 naar 3;
- inrichten van de functies wonen en kantoor;
- oprichten van een volume;
- wijzigen van de voorgevel;
- wijzigen van de scheimuren;
- doorvoeren van interne constructieve werken.
Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Inhoud van de aanvraag
De aanvraag omvat de exploitatie van warmtepompen.
Aangevraagde rubriek(en)
Aangevraagde rubriek(en) Rolwagenstraat, Antwerpen
Rubriek | Omschrijving | Gevraagd voor |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; | 30,00 kW |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Agentschap Wegen en Verkeer - District Antwerpen | 21 oktober 2025 | 27 oktober 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Fluvius System Operator | 21 oktober 2025 | 28 oktober 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen | 21 oktober 2025 | 13 november 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) - Watertoets | 21 oktober 2025 | 8 december 2025 | Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Ondernemen en Stadsmarketing / Economie en Toerisme / Investeren | 21 oktober 2025 | 13 november 2025 |
Ondernemen en Stadsmarketing/ Klantencontacten en Dienstverlening/ Loket Thema Wonen - huisnummering | 21 oktober 2025 | 23 oktober 2025 |
Stadsontwikkeling/ Mobiliteit | 21 oktober 2025 | 6 november 2025 |
Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Water | 21 oktober 2025 | 14 november 2025 |
Stadsontwikkeling/ Onroerend Erfgoed/ Monumentenzorg | 21 oktober 2025 | 22 december 2025 |
Stadsontwikkeling/ Publieke Ruimte | 21 oktober 2025 | 23 oktober 2025 |
Stadsontwikkeling/ Team Stadsbouwmeester | 21 oktober 2025 | Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving, (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen). In gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud, (Artikel 6 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).
(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het gewestplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023)
De aanvraag is in overeenstemming met de verordening hemelwater.
- Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van de verordening toegankelijkheid.
- Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
(De verordening publiciteit kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Gewestelijke publiciteitsverordening 2023)
De gewestelijke publiciteitsverordening is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
- Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 maart 2024 en in werking getreden op 15 juli 2024.
(De bouwcode kan je raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgende punten:
- Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.
(De verordening stedenbouwkundige lasten kan je raadplegen via https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.
Sectorale regelgeving
- MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
- Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs worden vastgesteld dat de voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Bijgevolg is het beoordelingskader voor stikstofoxiden veroorzaakt door mobiliteit van toepassing. De stikstofdepositie van het project en de effecten hiervan zijn onderzocht voor de Habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) binnen een straal van 20 km rond het projectgebied.
De berekende impact (https://www.waterinfo.be/informatieplicht) is lager dan of gelijk aan de minimis-drempel van 1%.
De kritische depositiewaarde ten aanzien van de SBZ-H wordt door het project niet overschreden. Bijgevolg is de opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van de SBZ-H niet vereist.
- Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Het voorliggende project is gelegen in een zone waarvoor de Vlaamse Milieumaatschappij aangewezen is als adviesinstantie.
Het project is gelegen in een zone met een middelgrote fluviale overstromingskans (T100) onder huidig klimaat (score D).
Het project is gelegen in een zone met een middelgrote pluviale overstromingskans (T100) onder huidig klimaat (score D).
Het overstromingsveilig pluviaal peil bij een middelgrote kans toekomstig klimaat bedraagt 5,00 mTAW. Bij een middelgrote kans toekomstig klimaat bedraagt de pluviale waterdiepte die gemodelleerd wordt tegen het gebouw (situering) 70 cm. De vloerpas van de gelijkvloerse verdieping ligt gelijk met dit aangegeven niveau.
Na onderzoek blijkt het project waarschijnlijk schadelijke effecten op het watersysteem veroorzaakt. Uit het ingewonnen advies blijkt dat voorwaarden opgelegd moeten worden om het schadelijk effect te voorkomen.
Kijk de score van uw project na op https://www.waterinfo.be/informatieplicht.
Op volgende website worden oplossingen aangereikt om gebouwen te beschermen tegen waterindringing of in het geval van onvermijdbare waterindringing de kans op schade te verkleinen https://vmm.vlaanderen.be/publicaties/individuele-bescherming-tegen-overstromingen.
- Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.
- Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan je raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.
- Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag betreft het oprichten van een nieuwbouw meergezinswoning met 3 duplex-appartementen en een kantoorruimte op het gelijkvloers, op het braakliggend terrein op de hoek van de Rolwagenstraat met de Provinciestraat en met de Plantin en Moretuslei.
Gelet op de inhoud van de aanvraag werd advies gevraagd aan de stedelijke dienst Ondernemen en Stadsmarketing, Economie en Toerisme, Investeren. Dit advies laat zich als volgt lezen:
‘De aanvraag betreft de realisatie van een meergezinswoning met drie duplex-appartementen en een kantoorruimte zonder loketfunctie op het gelijkvloers, gelegen op de hoek van de Plantin en Moretuslei met de Rolwagenstraat. De kantoorruimte beschikt over een afzonderlijke ingang, wat een duidelijke functionele scheiding garandeert tussen de woon- en werkfunctie. De economische invulling op het gelijkvloers is conform de beleidsvisie Ruimtelijke Economie die inzet op een mix van economische functies in het stedelijk weefsel.’
Het advies is gunstig en wordt bijgetreden.
Verder wordt geoordeeld dat het meergezinsgebouw met kantoorfunctie op het gelijkvloers aansluit bij de kenmerkende woonfuncties in de omgeving.
Voorliggende aanvraag is functioneel inpasbaar.
Schaal - ruimtegebruik – bouwdichtheid en Visueel-vormelijke elementen
In voorliggende aanvraag wordt een braakliggend perceel op de hoek van de Rolwagenstraat, Provinciestraat en de Plantin en Moretuslei bebouwd. Het gesculpteerde hoekpand telt drie, zes en vier bouwlagen naargelang de context en het referentiekader van de aanliggende straat.
Gezien de unieke vorm van het perceel en de zichtlocatie werd dit project op 28 februari 2025 en 23 mei 2025 ter advies voorgelegd aan de Kwaliteitskamer architectuur. Het advies was gunstig mits voorwaarden.
Deze voorwaarden werden verwerkt in de voorliggende aanvraag waardoor deze gunstig geadviseerd kan worden.
De geveluitwerking gebeurt in een grijsbeige gevelmetselwerk boven een betegelde gelijkvloerse pui (bouwcode, artikel 8). De afwerking en detaillering respecteren de architecturale kwaliteit van de omgeving en het straatbeeld.
Het volume en de aansluiting met de buurpercelen is stedenbouwkundig aanvaardbaar.
Voorliggende aanvraag respecteert schaal en ruimtegebruik en het voorgestelde volume is visueel inpasbaar in de directe omgeving.
Cultuurhistorische aspecten
Gelet op de ligging van het perceel in een zone die volgens het Gewestplan (1979 en wijzigingen) werd ingekleurd als een woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde, werd het advies ingewonnen bij de stedelijke dienst Monumentenzorg. Zij hebben geen bezwaar tegen de voorliggende aanvraag.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
In voorliggende aanvraag wordt het perceel volledig bebouwd. Dit is strijdig met artikel 22 van de bouwcode. Hierin wordt opgelegd om minstens 20% van het perceel onbebouwd te laten en hier open ruimte te voorzien. Gezien de vorm en de ligging van het perceel op een hoek, kan een afwijking op dit artikel uitzonderlijk gunstig worden geadviseerd.
De vastgestelde perceelsgrens blijkt te lopen over het huidig aangelegde voetpad en een verlichtingspaal. Een deel van het perceel is dus ooit verkeerdelijk aangelegd als publieke ruimte. Hiervoor werd advies gevraagd aan de stedelijke dienst Publieke Ruimte. Zij geven een voorwaardelijk gunstig advies, met als voorwaarde:
- Ter hoogte van de 2 hoeken die grenzen aan de publieke ruimte moet de perceelsgrens zichtbaar blijven in de aanleg, bijvoorbeeld door een ander materiaalgebruik of minstens in het legverband.
- De bouwheer dient voor de werken contact op te nemen met Stadsontwikkeling – afdeling Publieke Ruimte, postadres aangetekende zending: Grote Markt 1, 2000 Antwerpen of via mail: herstellingopenbareruimte@antwerpen.be, betreffende de opmaak van een plaatsbeschrijving en de herstellingen aan het openbaar domein na afloop van de bouwwerken.
Deze worden opgelegd als voorwaarden bij de vergunning.
Het voorliggende project is gelegen in een gebied dat ingekleurd is als overstromingsgevoelig, zowel pluviaal als fluviaal. De kruipruimte van het project wordt daarom ingericht als overstroombaar. De vloerpas van het gelijkvloers bevindt zich grotendeels 70 cm boven het maaiveld.
Het ligt tevens in een zone waarvoor de Vlaamse Milieumaatschappij aangewezen is als adviesinstantie. Zij geven een voorwaardelijk gunstig advies. De voorwaarden worden opgelegd bij de vergunning.
Het advies van het Agentschap Wegen en Verkeer is als voorwaardelijk gunstig opgeladen in het Omgevingsloket, maar het is een gunstig advies zonder voorwaarden. Om die reden kunnen geen voorwaarden uit dit advies overgenomen worden.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein).
De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 32 van de bouwcode van kracht sinds 15 juli 2024, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding, wijzigen van het aantal wooneenheden en wijziging tussen de gedefinieerde subfuncties in paragraaf 3. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
De aanvraag betreft het oprichten van een meergezinswoning met 3 appartementen en 1 kantoor, en de exploitatie van warmtepompen.
Het project ligt in centrumgebied op meer dan 800 m van een interregionale knoop / regionale knoop / P&R. De bijhorende parkeernormen uit de bouwcode worden gehanteerd.
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 4 parkeerplaatsen.
De parkeerbehoefte wordt bepaald op het nieuw bouwen van een meergezinswoning met kantoor op het gelijkvloers en 3 appartementen. Bij projecten tot en met 5 wooneenheden is de parkeernorm 1. Voor de 3 appartementen is de behoefte 3. 75 m² kantoren met parkeernorm 1,1/100 m² à 75 m² x 1,1/100 m² = 1
De werkelijke parkeerbehoefte is 4. |
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen. |
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.
In een aantal gevallen genereert een aanvraag een werkelijke parkeerbehoefte maar kunnen de plaatsen om volgende stedenbouwkundige redenen niet (volledig) gerealiseerd worden:
Dit perceel betreft een hoekperceel op de Plantin en Moretuslei, de Provinciestraat en de Rolwagenstraat. De grootte en/of vorm van het perceel laten het bouwen van het aantal te realiseren plaatsen niet toe. |
Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 4 – 0 = 4.
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 4. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.
Echter kan de berekende parkeerbehoefte van het nieuwe project worden verminderd met het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbaar domein. Dit op voorwaarde dat realisatie niet mogelijk is. Het perceel was voordien onbebouwd, er waren dus geen parkeerplaatsen in de laatst vergunde toestand. Bijgevolg kan de parkeerbehoefte van de vergunde toestand in mindering gebracht worden voor 0 parkeerplaatsen. |
Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 4 plaatsen. |
Fietsvoorzieningen:
Voor het kantoor moet er 1 fietsstalplaats voorzien worden (1,25/100 m²).
Voor de appartementen moeten er fietsstalplaatsen voorzien worden:
- 2 appartementen met 2 slaapkamers = 2 x 3 (2 slaapkamers + 1 extra) = 6;
- 1 appartement met 3 slaapkamers = 1 x 4 (3 slaapkamers + 1 extra) = 4.
Er moeten dus 11 fietsstalplaatsen zijn.
Op het gelijkvloers wordt een fietsenberging voorzien met een dubbellaagssysteem voor 16 fietsen.
Omdat niet alle types van fietsen gebruik kunnen maken van een dubbellaagssysteem moet voor de helft van het aantal nodige fietsstalplaatsen een gewone lage stalplaats voorzien worden.
Verder moet ook 10% van de fietsstalplaatsen bruikbaar zijn voor buitenmaatse fietsen (cargofiets, bakfiets enzovoort).
De dienst Mobiliteit geeft advies met volgende voorwaarden:
• Omdat niet alle types van fietsen gebruik kunnen maken van een dubbellaagssysteem moet voor de helft van het aantal nodige fietsstalplaatsen een gewone lage stalplaats voorzien worden.
• Verder moet ook 10% van de fietsstalplaatsen bruikbaar zijn voor buitenmaatse fietsen (cargofiets, bakfiets enzovoort).
Gezien de beperkte perceelsoppervlakte en onregelmatige vorm van het perceel wordt dit advies deels bijgetreden. Indien 10 fietsen in een dubbellaagssysteem voorzien kunnen worden, blijft nog voldoende ruimte over voor een buitenmaatse fiets (10% van het totaal fietsstalplaatsen).
Dit wordt als voorwaarde bij de vergunning opgenomen.
Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu
De geplande meergezinswoning biedt op het gelijkvloers plaats aan een kantoor of handelsruimte. Op de bovenliggende verdiepingen worden drie duplexappartementen voorzien. Het gelijkvloers en elk appartement zullen beschikken over een individuele lucht-waterwarmtepomp waarvan de buitenunit op het bovenste dak geplaatst wordt. Hiervoor wordt klasse 3 rubriek 16.3.2.a gevraagd voor een totaal geïnstalleerd vermogen van 30 kW.
Het totale geluidsdrukniveau van de vier buitenunits op het dak van het gebouw werd bepaald op 61 dB. Op één meter afstand verlaagt dit naar 53 dB. De afstand van de buitenunits tot de perceelsgrens aan de straatzijde bedraagt ongeveer 3,5 tot 4 meter. Aangezien de units op een hoogte worden geplaatst van ongeveer 21,5 meter, zal er op straatniveau geen geluidshinder optreden. Het hoogste aangrenzende gebouw (Provinciestraat 241) heeft een nokhoogte van ongeveer 15 meter. De horizontale afstand van de units tot dit gebouw bedraagt 5,5 meter tot de perceelsgrens en ongeveer 9 meter tot de meest nabije ramen van de aangrenzende wooneenheid. Op basis van deze berekeningen stelt de aanvrager dat er steeds voldaan zal worden aan de vigerende wetgeving betreffende geluid en dat er geen hinder zal optreden naar de omgeving. De exploitant wordt erop gewezen dat er te allen tijde dient voldaan te worden aan de milieukwaliteitsnormen voor geluid in openlucht zoals opgenomen in Vlarem II.
Het exacte type van warmtepomp werd nog niet definitief bepaald. Aan de aanvraag werd een technische fiche toegevoegd van een type warmtepomp die gelijkwaardig wordt geacht aan de warmtepomp die uiteindelijk zal geïnstalleerd worden. Volgens deze fiche wordt gebruik gemaakt van het koelmiddel R410 dat een Global Warming Potential (GWP) heeft van 2.088. De exploitant wordt erop gewezen dat als koelmiddel een vloeistof dient genomen te worden die op heden niet onderhevig is aan uitfasering. De exploitant dient daarom warmtepompen te selecteren met een voldoende laag Global Warming Potential. Meer informatie over in de toekomst toegelaten koelmiddelen en hun eventuele uitfaseringstermijn kan teruggevonden worden op https://www.vlaanderen.be/veka/energie-en-klimaatbeleid/energie-en-klimaatbeleid-voor-ondernemingen/f-gassen/20-februari-2024-nieuwe-f-gassenverordening-gepubliceerd.
Gezien het type warmtepomp nog niet definitief gekozen werd, kiest de aanvrager ervoor om het vermogen van de warmtepomp te overdimensioneren zodat de warmtepompen zeker in de vergunning opgenomen worden.
Als ondergrondse bouwlaag wordt een overstroombare kruipkelder voorzien. Aangezien dit geen volledige kelderverdieping is, stelt de aanvrager dat er geen bemaling uitgevoerd zal worden. Effecten van een eventuele bemaling werden dan ook niet besproken.
De vergunningverlenende overheid is verplicht om een advies in te winnen bij het Agentschap Onroerend Erfgoed als de vergunningsaanvraag betrekking heeft op ingedeelde inrichtingen of activiteiten in of aan een beschermde archeologische site, een beschermd monument, een beschermd cultuurhistorisch landschap of een beschermd stads- of dorpsgezicht (decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed artikel 6.4.4§3). Dat is hier niet het geval.
Advies aan het college
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.
2. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
3. De voorwaarden uit het bijgevoegde advies van Fluvius dienen nageleefd te worden.
4. De voorwaarden uit het bijgevoegde advies van de Vlaamse Milieumaatschappij dienen nageleefd te worden.
5. Ter hoogte van de 2 hoeken die grenzen aan de publieke ruimte moet de perceelsgrens zichtbaar blijven in de aanleg (door een ander materiaalgebruik of minstens in het legverband).
6. De bouwheer dient voor de werken contact op te nemen met Stadsontwikkeling – afdeling Publieke Ruimte, postadres aangetekende zending: Grote Markt 1, 2000 Antwerpen of via mail: herstellingopenbareruimte@antwerpen.be, betreffende de opmaak van een plaatsbeschrijving en de herstellingen aan het openbaar domein na afloop van de bouwwerken.
7. 10 fietsen dienen in een dubbellaagssysteem voorzien te worden zodat er bijkomend 1 buitenmaatse fiets gestald kan worden.
Advies over de ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Mits voldaan wordt aan de algemene en sectorale vergunningsvoorwaarden, is deze aanvraag in overeenstemming met de VLAREM wetgeving. Vanuit milieutechnisch oogpunt wordt positief advies gegeven de vergunning te verlenen.
Geadviseerde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Geadviseerd voor |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting Rolwagenstraat, Antwerpen) | 30,00 kW |
Standpunt college
Het college is als vergunningverlenende overheid van oordeel dat bijkomende voorwaarden opgenomen moeten worden bij de vergunning. De aanvraag voorziet een nieuwbouw op een braakliggend perceel langs een tramtracé waarbij rekening gehouden moet worden met de bovenleiding en een alternatief voor de bestaande straatverlichting.
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 24 september 2025 |
Volledig en ontvankelijk | 21 oktober 2025 |
Start openbaar onderzoek | 31 oktober 2025 |
Einde openbaar onderzoek | 29 november 2025 |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste beslissingsdatum | 3 februari 2026 |
Verslag GOA | 12 januari 2026 |
Naam GOA | Axel Devroe en Bieke Geypens |
De aanvraag werd onderworpen aan 1 openbaar onderzoek. Er werden standpunten, opmerkingen en/of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
Bespreking van de bezwaren
Beoordeling: Voorliggende aanvraag blijft binnen de vastgelegde perceelsgrenzen. Op de begane grond wordt ter hoogte van de hoek met de Rolwagenstraat niet het volledige perceel bebouwd om zo meer ruimte te creëren. De aanvraag voldoet aan de verordening voetgangersverkeer en zal op het smalste punt nog steeds een vrije doorgang op het voetpad behouden van ongeveer 1,50 m, conform de bouwcode. De bezwaarindiener haalt een terechte bezorgdheid aan rond de veilige passage van voetgangers- en fietsverkeer op dit kruispunt. Het bezwaar handelt echter over de aanleg van de publieke ruimte en niet over het bebouwen van het perceel in voorliggende aanvraag.
Het bezwaar is ongegrond.
Het college sluit zich integraal aan bij:
- de bespreking van de ingediende bezwaren zoals geformuleerd in het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt deze beoordeling tot zijn eigen standpunt.
Het college sluit zich gedeeltelijk aan bij:
- het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en voorziet in haar eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:
Algemene voorwaarden
de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.
Stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie na te leven.
2. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
3. De voorwaarden uit het bijgevoegde advies van Fluvius dienen nageleefd te worden.
4. De voorwaarden uit het bijgevoegde advies van de Vlaamse Milieumaatschappij dienen nageleefd te worden.
5. Ter hoogte van de 2 hoeken die grenzen aan de publieke ruimte moet de perceelsgrens zichtbaar blijven in de aanleg (door een ander materiaalgebruik of minstens in het legverband).
6. De bouwheer dient voor de werken contact op te nemen met Stadsontwikkeling – afdeling Publieke Ruimte, postadres aangetekende zending: Grote Markt 1, 2000 Antwerpen of via mail: herstellingopenbareruimte@antwerpen.be, betreffende de opmaak van een plaatsbeschrijving en de herstellingen aan het openbaar domein na afloop van de bouwwerken.
7. 10 fietsen dienen in een dubbellaagssysteem voorzien te worden zodat er bijkomend 1 buitenmaatse fiets gestald kan worden.
8. De bouwheer dient voor de start van de bouwwerken met De Lijn Antwerpen af te stemmen welke stabiliteitstechnische voorzieningen er genomen moeten worden om de stroomkabels van de tram op de nieuwe gevel te monteren.
9. De bouwheer dient voor de start van de bouwwerken met Fluvius af te stemmen hoe de bestaande openbare verlichtingspaal vervangen kan worden door op de nieuwe gevel bevestigde armaturen.
Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.
De vergunning omvat thans volgende rubriek(en):
Rubriek | Omschrijving | Gecoördineerd |
16.3.2°a) | koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 200 kW; (inrichting Rolwagenstraat, Antwerpen) | 30,00 kW |