Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2025126962 |
Gegevens van de aanvrager: | BV CORPUS VITALIS met als adres Jacobuslei 41 te 2930 Brasschaat |
Ligging van het project: | Leopoldlei 87 te 2180 Antwerpen |
Kadastrale percelen: | afdeling 33 sectie H nr. 620Y6 |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen |
Voorwerp van de aanvraag: | wijzigen van de gelijkvloerse functie naar vrije beroepen |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- 11/08/1994: vergunning (872#569) voor het verbouwen van de dakverdieping.
Vergunde toestand
- functie:
- bouwvolume:
- gevelafwerking:
Bestaande toestand
Conform vergunde toestand, afgezien van:
- gevelafwerking:
Nieuwe toestand
De aanvraag heeft enkel betrekking op de gelijkvloerse verdieping.
In overeenstemming met de bestaande toestand, uitgezonderd:
- functie:
- gelijkvloerse bouwlaag: dienstenfunctie (medische praktijk);
- bovenliggende verdiepingen: 2 (behouden) woongelegenheden;
- inrichting:
Inhoud van de aanvraag
- wijzigen van de gelijkvloerse functie naar een dienstenfunctie (medische praktijk);
- regulariseren van het wijzigen van de voorgevel;
- aanleggen van bijkomende verharding (fietsparkeerplaatsen in de voortuinstrook).
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Hulpverleningszone Brandweer zone Antwerpen | 8 december 2025 | 9 januari 2026 | Voorwaardelijk gunstig |
Interne adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies |
Ondernemen en Stadsmarketing / Economie en Toerisme / Investeren (INVEST) | 8 december 2025 | 15 december 2025 |
Stadsontwikkeling/ Mobiliteit | 8 december 2025 | 12 december 2025 |
Stadsontwikkeling/ Omgeving/ Vergunningen Milieu | 8 december 2025 | 22 december 2025 |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan RUP Mariaburg, goedgekeurd op 26 februari 2018. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zones: Artikel 1: Zone voor Wonen (Wo1) en RUP contour - Algemene voorschriften.
(Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP's) kan u raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘goedgekeurde BPA’s en RUP’s'.)
De aanvraag ligt niet in een verkaveling.
De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van het ruimtelijk uitvoeringsplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
(De verordening hemelwater kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Hemelwaterverordening 2023)
De aanvraag is in overeenstemming met de verordening hemelwater.
- Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
(De verordening toegankelijkheid kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening toegankelijkheid)
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
- Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
(De verordening publiciteit kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > Gewestelijke publiciteitsverordening 2023)
De gewestelijke publiciteitsverordening is niet van toepassing op de aanvraag.
Algemene bouwverordeningen
- Voetgangersverkeer: het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997 houdende de vaststelling van algemene bouwverordeningen inzake wegen voor voetgangersverkeer (verder genoemd verordening voetgangersverkeer), en de omzendbrief RO/98/2 van 23 maart 1998 betreffende de algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
(De verordening voetgangersverkeer kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Verordeningen > verordening wegen voor voetgangersverkeer)
De verordening voetgangersverkeer is niet van toepassing op de aanvraag.
Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen
- Bouwcode: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 25 maart 2024 en in werking getreden op 15 juli 2024.
(De bouwcode kan je raadplegen via www.antwerpen.be, zoek op ‘regelgeving bouwen in Antwerpen’)
De aanvraag wijkt af van de bepalingen van de bouwcode op volgend(e) punt(en):
- Stedenbouwkundige lasten: de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Stedenbouwkundige lasten’ (verder genoemd verordening stedenbouwkundige lasten), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2024.
(De verordening stedenbouwkundige lasten kan je raadplegen via https://www.antwerpen.be/nl/overzicht/vergunningen/regelgeving)
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening stedenbouwkundige lasten.
Sectorale regelgeving
- MER-screening:
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
- Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
Op basis van de toepassing van het stikstofdecreet kan redelijkerwijs worden vastgesteld dat de voorliggende aanvraag een verkeersdragend of een verkeersgenererend project is. Bijgevolg is het beoordelingskader voor stikstofoxiden veroorzaakt door mobiliteit van toepassing. De stikstofdepositie van het project en de effecten hiervan zijn onderzocht voor de Habitatrichtlijngebieden (SBZ-H) binnen een straal van 20 km rond het projectgebied.
De berekende impact(https://www.waterinfo.be/informatieplicht) is lager dan of gelijk aan de minimis-drempel van 1%.
De kritische depositiewaarde ten aanzien van de SBZ-H wordt door het project niet overschreden. Bijgevolg is de opmaak van een passende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie via de lucht ten aanzien van de SBZ-H niet vereist.
- Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
Voor het project is geen fluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).
Voor het project is geen pluviale overstromingskans gemodelleerd (score A).
Het project is niet gelegen in een signaalgebied.
De aanvraag voorziet niet in het uitbreiden van het bouwvolume en gelet op de beperkt bijkomende en het waterdoorlatende karakter van de verharding wordt er waarschijnlijk geen schadelijk effect op het watersysteem veroorzaakt.
Kijk de score van uw project na op https://www.waterinfo.be/informatieplicht.
Op volgende website worden oplossingen aangereikt om gebouwen te beschermen tegen waterindringing of in het geval van onvermijdbare waterindringing de kans op schade te verkleinen. https://vmm.vlaanderen.be/publicaties/individuele-bescherming-tegen-overstromingen.
- Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.
- Vlaamse codex Wonen van 2021: Gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020.
(De kwaliteitsnormen voor woningen, die in uitvoering van de Vlaamse codex Wonen van 2021 zijn opgemaakt, kan je raadplegen via www.wonenvlaanderen.be, zoek op “besluit Vlaamse codex van 2021”)
De aanvraag valt onder het toepassingsgebied van de Vlaamse codex Wonen van 2021.
- Rooilijn: artikel 4.3.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009.
(De VCRO kan je raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/, ga naar Decreten en uitvoeringsbesluiten > Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO))
Artikel 4.3.8 is niet van toepassing op de aanvraag.
Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen
- Transformatieleidraad: Transformatieleidraad Ruimte geven aan de stad van morgen. Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad dit plan goed.
De transformatieleidraad kan je raadplegen via Transformatieleidraad.
- Strategische Ruimteplan Antwerpen (SRA): Op 21 mei 2024 keurde de gemeenteraad het nieuwe plan goed.
Het strategisch ruimteplan Antwerpen kan je raadplegen via Strategisch Ruimteplan Antwerpen.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag omvat de functiewijziging van een gelijkvloerse woonentiteit naar een dienstenfunctie, meer bepaald een medische praktijk. Voor deze functiewijziging werd een gunstig advies verleend door de stedelijke dienst Economie en Toerisme/Investeren, aangezien de aanvraag in overeenstemming is met de beleidsvisie Ruimtelijke Economie. Deze visie stimuleert een verweving van kleinschalige, buurtverzorgende economische activiteiten binnen het stedelijk weefsel, mits een beperkte ruimtelijke en mobiliteitsimpact.
Vanuit stedenbouwkundig oogpunt wordt dit advies gevolgd, aangezien de voorgestelde functie verenigbaar is met de geldende bestemmingsvoorschriften van het van kracht zijnde Ruimtelijk Uitvoeringsplan. Er is dan ook sprake van een correcte functionele inpasbaarheid.
Schaal - ruimtegebruik – bouwdichtheid
Aan de vergunde volumetrie van het gebouw worden geen wijzigingen aangebracht. In de voortuin wordt een beperkte verharding voorzien ten behoeve van fietsstalplaatsen. Deze ingreep blijft beperkt in omvang en doet geen afbreuk aan het groene karakter van de voortuin.
Gelet op het voorgaande is de aanvraag wat betreft schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid aanvaardbaar en kan hierover een gunstig advies worden verleend.
Visueel-vormelijke elementen
Visueel beperkt de aanvraag zich tot twee kleine ingrepen, met name de regularisatie van het dicht maken van twee gelijkvloerse raamopeningen. Voor de afwerking wordt dezelfde gevelsteen toegepast als voor de bestaande gevel, waardoor een gepaste visuele inpassing wordt verzekerd. Het afsluiten van deze openingen heeft bovendien geen negatieve impact op de gebruikskwaliteit van de achterliggende ruimtes. Het advies met betrekking tot de visueel-vormelijke elementen is dan ook eenduidig gunstig.
Hinder, gezondheid, veiligheid en gebruiksgenot
De aanvraag wijkt af van artikel 9 en artikel 19 van de bouwcode. In de praktijkruimtes wordt een verlaagd plafond voorzien, waardoor de vrije hoogte beperkt blijft tot 2,51 m in plaats van de vereiste 2,60 m. Daarnaast wordt geen aparte afvalberging voor de nieuwe functie voorzien. Aangezien deze bepalingen noodzakelijk zijn om een voldoende gebruiksgenot te waarborgen, kan geen afwijking worden toegestaan. Het naleven van artikel 9 en artikel 19 van de bouwcode wordt daarom opgelegd als voorwaarde bij de vergunning.
De brandweer verleende een voorwaardelijk gunstig advies voor de voorliggende aanvraag. Het naleven van dit advies wordt eveneens als voorwaarde bij de vergunning opgenomen.
Omwille van de intekening van een stookplaats op de plannen werd advies gevraagd aan de stedelijke Milieudienst. Zij oordelen dat er geen indicatie is teruggevonden dat er ingedeelde inrichtingen of activiteiten (IIOA’s) van toepassing zouden zijn. De exploitant wordt er informatief op gewezen dat een stookinstallatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van minder dan 300 kW niet is ingedeeld. Om een zicht te krijgen over de vergunningsplichtige rubrieken die mogelijks van toepassing zijn, kan volgende link gebruikt worden:
https://vlaremwegwijzer.navigator.emis.vito.be/activities?selected_activities%5B%5D=110.
Mits naleving van alle opgelegde voorwaarden voldoet de woning aan de actuele eisen inzake hinderbeperking, gezondheid, veiligheid en gebruiksgenot.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
Het algemene principe is dat een omgevingsvergunningsaanvraag in vele gevallen een parkeerbehoefte genereert. Om te vermijden dat de parkeerbehoefte (geheel of gedeeltelijk) wordt afgewenteld op het openbaar domein, dient het parkeren maximaal op eigen terrein te worden voorzien. Dit is het zogenaamde POET principe (Parkeren Op Eigen Terrein). Voor voorliggende aanvraag werd advies gevraagd aan de stedelijke dienst mobiliteit. Het ontvangen advies wordt in onderstaande samengevat en vanuit stedenbouwkundig oogpunt beoordeeld.
Autostalplaatsen:
De parkeer- en stallingsnormen uit de tabel van artikel 32 van de bouwcode van kracht sinds 15 juli 2024, dienen te worden nageleefd bij nieuwbouw, herbouw, verbouwing, functiewijziging, volume-uitbreiding, wijzigen van het aantal wooneenheden en wijziging tussen de gedefinieerde subfuncties in paragraaf 3. Wie niet op eigen terrein voorziet in de werkelijke parkeerbehoefte, dient hiervoor een compensatie te betalen.
Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 3 parkeerplaatsen.
De aanvraag betreft het wijzigen van de gelijkvloerse functie naar vrij beroep.
Het project ligt in centrumgebied, op meer dan 800 m van een interregionale knoop/regionale knoop/P&R. De bijhorende parkeernormen uit de bouwcode worden gehanteerd.
De parkeerbehoefte wordt bepaald op de uitbreiding en/of functiewijziging. De wooneenheid op het gelijkvloers wordt gewijzigd naar een ruimte voor vrij beroep (osteopathiepraktijk).
Voor een osteopathiepraktijk hanteren we de norm van 1,25ppl/behandelruimte (CROW). Voor de 2 behandelruimtes is de behoefte dus 2,5.
De werkelijke parkeerbehoefte is 3 plaatsen.
|
De plannen voorzien in 0 nuttige autostal- en autoparkeerplaatsen.
|
Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0.
In een aantal gevallen genereert een aanvraag een werkelijke parkeerbehoefte maar kunnen de plaatsen om volgende stedenbouwkundige redenen niet (volledig) gerealiseerd worden:
Dit perceel betreft een hoekperceel met beperkte omvang dat reeds volledig is dichtgebouwd. De grootte en/of vorm van het perceel laten het bouwen van het aantal te realiseren plaatsen niet toe.
|
Het (bijgestelde) aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 3 – 1 = 2.
Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 3 – 0 = 3. Dit is het verschil tussen het aantal autostal- en/of autoparkeerplaatsen volgens de werkelijke parkeerbehoefte en het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaatsen.
Echter kan de berekende parkeerbehoefte van het nieuwe project worden verminderd met het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbaar domein. Dit op voorwaarde dat realisatie niet mogelijk is. Bijgevolg kan de parkeerbehoefte van de vergunde toestand in mindering gebracht worden voor 1 parkeerplaats.
De bestaande behoefte voor het appartement is 1. Het aantal parkeerplaatsen van de laatst vergunde toestand dat reeds afgewenteld werd op het openbare domein is 1.
Het bijgestelde aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt dan 3 – 1 = 2.
|
Het aantal ontbrekende autostal- en/of autoparkeerplaatsen wordt belast op basis van het belastingreglement op de omgevingsvergunning van 17 december 2019. In deze aanvraag is dit dus van toepassing op 2 plaatsen.
|
Fietsstalplaatsen:
Voor de praktijkruimte met een oppervlakte van 100 m² dient overeenkomstig artikel 33 van de bouwcode één fietsstalplaats voor het personeel te worden voorzien (0,60 fietsstalplaatsen per 100 m²).
In de voortuinstrook worden zes fietsparkeerplaatsen ingericht. Deze zijn evenwel niet overdekt en niet afsluitbaar, waardoor zij niet voldoen aan de inrichtingsprincipes zoals bepaald in artikel 33 van de bouwcode. Bijgevolg kunnen deze fietsparkeerplaatsen niet in aanmerking worden genomen als fietsstalplaats voor het personeel, maar uitsluitend worden beschouwd als fietsparkeerplaatsen voor bezoekers.
Aangezien de wachtruimte voldoende ruim is, wordt geoordeeld dat hierin één conforme fietsstalplaats voor het personeel kan worden ingericht. Het voorzien van deze fietsstalplaats wordt opgelegd als voorwaarde bij vergunning.
Advies aan het college
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn na te leven op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie.
2. Er dient inpandig 1 fietsstalplaats te worden voorzien voor het personeel volgens de inrichtingsprincipes van artikel 33 van de bouwcode.
3. In de praktijkruimte dient het verlaagde plafond te worden aangepast, zodat een vrije plafondhoogte van minimaal 2,60 m bereikt wordt.
4. De praktijk dient te beschikken over een afvalberging die voldoet aan de bepalingen van artikel 19 van de Antwerpse bouwcode.
5. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 21 oktober 2025 |
Volledig en ontvankelijk | 8 december 2025 |
Start openbaar onderzoek | geen |
Einde openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste beslissingsdatum | 6 februari 2026 |
Verslag GOA | 14 januari 2026 |
Naam GOA | Gerd Cryns |
Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:
Algemene voorwaarden
de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.
Stedenbouwkundige voorwaarden
1. De bijgevoegde brandvoorzorgsmaatregelen zijn na te leven op het moment van eerste ingebruikname/exploitatie.
2. Er dient inpandig 1 fietsstalplaats te worden voorzien voor het personeel volgens de inrichtingsprincipes van artikel 33 van de bouwcode.
3. In de praktijkruimte dient het verlaagde plafond te worden aangepast, zodat een vrije plafondhoogte van minimaal 2,60 m bereikt wordt.
4. De praktijk dient te beschikken over een afvalberging die voldoet aan de bepalingen van artikel 19 van de Antwerpse bouwcode.
5. Na uitvoering van de werken moet voldaan zijn aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, opgelegd door de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.