Er werd bij de deputatie een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. De aanvraag wordt behandeld volgens de gewone procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
De deputatie verzoekt het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om:
- een openbaar onderzoek te houden;
- advies uit te brengen.
Projectnummer: | OMV_2025050271 |
Gegevens van de aanvrager: | NV Covestro met als contactadres Scheldelaan 420 te 2040 Antwerpen |
Gegevens van de exploitant: | NV Covestro (0627857343) met als contactadres Scheldelaan 420 te 2040 Antwerpen |
Ligging van het project: | Scheldelaan 420 te 2040 Antwerpen |
Kadastrale percelen: | afdeling 16 sectie D nrs. 81/2T, 81/2S2, 81/2S, 81/2Y, 81/2W2, 82/2D, sectie F nrs. 234L, 234P, 234K, 234F2, 234C, 234K2, 234S2, 234W2, 235A, 239D, 241G, 241R2, 241M2, 241S2, 241V, 241G2, 241T2, 241H3, 241B3, 241A3, 241F3, 241L3 en 241R3 |
waarvan: |
|
- 20180907-0076 | afdeling 16 sectie F nrs. 241B3, sectie D nrs. 81/2 T, sectie F nrs. 234P, 241S2, 234L, 241M2, 241V, 239D, sectie D nrs. 82/2 D, 81/2 W2, sectie F nrs. 241R3, 241R2, sectie D nrs. 81/2 S, sectie F nrs. 241T2, 234K2, 241L3, 241A3, 234C, 241G2, 234K, sectie D nrs. 81/2 Y, sectie F nrs. 234S2, 241F3, 241G, sectie D nrs. 81/2 S2, sectie F nrs. 235A, 241H3, 234W2 en 234F2 (Covestro NV) |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen, exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten |
Voorwerp van de aanvraag: | Bouwen van een benzeentank (BA709) met inkuiping; Chemisch bedrijf: verandering door wijziging gevaarlijke producten |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
Er werd geen relevante voorgeschiedenis teruggevonden.
Bestaande toestand
- functie:
- inrichting:
Nieuwe toestand
- functie:
- bouwvolume en afwerking tank:
- inrichting:
Inhoud van de aanvraag
- bouwen van een opslagtank in een inkuiping en pompplaat;
- bouwen van een leidingenbrug;
- aanleggen van verhardingen.
Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten
Voorgeschiedenis
Op 10 maart 2016 werd door de deputatie van de provincie Antwerpen een milieuvergunning verleend voor de exploitatie na verandering van een chemisch bedrijf, voor een termijn verstrijkend op 10 maart 2036. Nadien werden er nog diverse vergunningen verleend voor veranderingen.
Inhoud van de aanvraag
Het voorwerp van de aanvraag betreft hoofdzakelijk een wijziging en uitbreiding van de opslag en aanwezigheid van gevaarlijke (Seveso-) stoffen.
Aangevraagde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Gevraagd voor |
17.2.2. | VR-plichtige inrichting waar gevaarlijke producten in hoeveelheden die gelijk zijn aan of groter zijn dan de hoeveelheid, vermeld in bijlage 5, deel 1 en 2, kolom 3, bij dit besluit, aanwezig zijn, in voorkomend geval gebruikmakend van de sommatieregel, vermeld in noot 4 bij bijlage 5, deel 1 en deel 2 (hogedrempel Seveso-inrichting); | +7.192,20 ton |
17.3.2.2.3°b) | opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied voor de opslag in bovengrondse houders of een combinatie van bovengrondse en ondergrondse houders; | +4.900 ton |
17.3.4.3° | bijtende vloeistoffen en vaste stoffen - opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton; | +261,50 ton |
17.3.6.3° | opslagplaatsen voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer 100 ton; | +5.161,50 ton |
17.3.7.3° | opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen die op lange termijn gezondheidsgevaarlijk zijn (gevarenpictogram GHS08) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton; | +5.165,50 ton |
17.3.8.3° | opslagplaatsen voor het aquatisch milieugevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS09) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 200 ton. | +983,70 ton |
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 24 en 42 van het Omgevingsvergunningsdecreet heeft het college of de gemeentelijke omgevingsambtenaar de bevoegdheid advies uit te brengen voor de vergunningsaanvragen op haar grondgebied waarvoor de deputatie, de Vlaamse regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de bevoegde overheid is, tenzij:
Het college heeft op 17 november 2017 (jaarnummer 2017_CBS_08858) beslist om de adviesbevoegdheid op te nemen.
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Haven van Antwerpen-Brugge, subadvies milieu | 18 december | 6 januari 2026 | Gunstig |
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn.
De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen.
Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.
Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd als Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven.
Zulk gebied is bestemd om te functioneren als Vlaams havengebied als onderdeel van de haven van Antwerpen. Het is bestemd voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruikmaken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur.
Alle handelingen die nodig of nuttig zijn voor de realisatie van de bestemming en voor de exploitatie van de haven en de bedrijven zijn toegelaten.
Daartoe worden ook de volgende werken, handelingen, voorzieningen, en wijzigingen gerekend:
- de aanleg en het onderhoud van infrastructuur die nodig is voor de toegankelijkheid of voor verbindingen langs de waterzijde en langs de landszijde;
- het laguneren of op een andere wijze bergen of verwerken van baggerspecie.
Daarnaast is de ontwikkeling, het herstel en de instandhouding van tijdelijke ecologische infrastructuur toegelaten.
In het gebied zijn eveneens gebouwen of lokalen voor bewakingspersoneel toegelaten.
In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven- en industriële activiteiten. De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.
De aanvraag dient beoordeeld te worden aan de hand van de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan.
De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Voor een straal van 500 meter rond de aanvraag is het voormelde GRUP tevens van toepassing. Hier gelden volgende bestemmingsvoorschriften:
- Gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven;
- Gebied voor waterweginfrastructuur voor het Kanaaldok B1;
- Gebied voor verkeers- en vervoersinfrastructuur voor de Scheldelaan;
- Zone voor permanente ecologische infrastructuur ‘met medegebruik’ voor de Scheldedijk;
- overdruk Leidingstraat parallel met de Scheldelaan.
Ten westen van de Scheldedijk loopt de afbakeningslijn zeehavengebied. Hierbuiten is het gewestplan Antwerpen nog van toepassing met bestemmingen Bijzondere natuurgebieden, Natuurgebieden en – voor de Schelde – Bestaande waterwegen.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De gewestelijke verordening hemelwater is deels van toepassing op de opslagtank met inkuiping, de pompplaat en de klinkerverharding. Het hemelwater dat in de inkuiping en op de pompplaat valt, wordt beschouwd als potentieel verontreinigd. Het hemelwater wordt opgevangen in een pompput waarbij het na controle ofwel wordt geloosd in de dokken via het regenwaterstelsel ofwel wordt afgevoerd naar de biologische waterzuivering op de site via het afvalwaterstelsel. De klinkerverharding wordt beschouwd als niet-waterdoorlatend. Het hemelwater dat hierop valt gaat rechtstreeks het regenwaterstelsel in. In geval van calamiteit wordt de afsluiter ter hoogte van het lozingspunt gesloten en wordt het vervuilde water uit het regenwaterstelsel weggezogen en afgevoerd voor externe verwerking en de riolering gereinigd. De aanvrager stelt dat een aansluiting van de klinkerverharding op een infiltratievoorziening niet mogelijk is gezien deze niet tijdig kan gesloten worden in geval van calamiteit. Echter is dit geen vrijgeleide om niet-verontreinigd hemelwater continu te lozen, zowel van de klinkerverharding als van de tankput en pompplaat. De afwijking wordt ongunstig geadviseerd.
De gewestelijke verordening hemelwater is eveneens van toepassing op de waterdoorlatende steenslagverharding. Er dient echter geen infiltratievoorziening aangelegd te worden aangezien de verharding wordt aangelegd met een helling kleiner dan 2% en wordt uitgevoerd als een waterdoorlatende verharding op een waterdoorlatende fundering.
Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid.
De gewestelijke verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
De gewestelijke verordening publiciteit is niet van toepassing op de aanvraag.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag betreft het plaatsen van een tank voor de opslag van benzeen in een betonnen inkuiping. Bij de tank wordt een betonnen plaat voor het plaatsen van de pompen geplaatst en een leidingenbrug om de bestaande en nieuwe installaties met elkaar te verbinden. Tevens wordt een klinkerverharding aangelegd voor de opvang van bluswater en een steenslagverharding in functie van wegenis.
De nieuwe constructies en verhardingen maken de verdere exploitatie van het bestaand industrieel bedrijf mogelijk waardoor de aanvraag zich functioneel inpast binnen het industrieveld.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De werken worden uitgevoerd op een grootschalig industrieterrein te midden van allerhande industriële installaties en gebouwen. De aangevraagde handelingen zijn beperkt qua omvang en bevinden zich binnen de grenzen van een bestaand ontwikkeld industrieterrein waardoor geen extra ruimte wordt ingenomen. De aanvraag is in overeenstemming en verenigbaar met de ruimtelijke context van het havengebied waarbinnen deze aanvraag is gesitueerd.
Visueel-vormelijke elementen
De tank en leidingenbrug betreffen stalen constructies. De inkuiping en pompenplaat worden uitgevoerd in beton. De verhardingen worden aangelegd in klinkers en steenslag. Deze materialen zijn aanvaardbaar en gebruikelijk binnen deze industriële context.
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
De vergunningverlenende overheid heeft het advies ingewonnen van de Brandweer Zone Antwerpen. Dit advies is op datum van opstelling van dit verslag nog niet uitgebracht. Ook de lokale overheid hecht belang aan het brandweeradvies.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
De aanvraag genereert geen bijkomende parkeerbehoefte en geen significante toename van het aantal verkeersbewegingen.
Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen en activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu
Covestro is een chemisch bedrijf gelegen aan de Scheldelaan 420 in de Antwerpse haven. De inrichting is actief in de polyurethaan- en de polyester chemie en de productie van aniline. Voorliggende aanvraag betreft een uitbreiding van een bestaande inrichting.
Benzeen wordt in de inrichting gebruikt als grondstof in de productie van nitrobenzeen, wat op zijn beurt een grondstof is voor aniline. Het product wordt met schepen aangevoerd en opgeslagen in een atmosferische houder. Er wordt nu voorzien om een bijkomende houder te realiseren op 20 meter van de bestaande houder (4.900 ton). De nieuwe tank zal met behulp van bovengrondse leidingen verbonden worden met de leidingeninfrastructuur die al beschikbaar is voor de huidige houder. Er is geen effect op de productiecapaciteit voor nitrobenzeen.
Een volgende verandering betreft het BPA-bedrijf. Hier wordt bisfenol A, het zogenaamde BPA geproduceerd. In deze installaties wordt eveneens BP-TMC geproduceerd (bisfenoltrimethylcyclohexaan). Hier zijn enkele wijzigingen aan de Seveso-indeling. Vroeger werd alleen BPA beschouwd als een Seveso-stof, nu ook BP-TMC (H410). BPA verandert dan weer van categorie, namelijk van H411 naar H400 en H410. Verder is hier ook een verandering met betrekking tot de aanvoer van BP-TMC, de inrichting wenst nu ook de vrachtwagens tijdelijk te stationeren. Deze verandering houdt ook een bijkomende hoeveelheid Seveso-stoffen in. Als laatste werd ook (vaste) katalysator K32-4 buiten bedrijf genomen, waardoor deze eveneens uit de Seveso-hoeveelheden gehaald moet worden.
Aangezien Covestro een hogedrempel Seveso-bedrijf is, heeft men een veiligheidsnota opgesteld om aan te tonen dat voorliggende wijzigingen geen aanleiding geven tot een nieuw Omgevingsveiligheidsrapport (OVR). Team Omgevingseffecten oordeelde reeds dat een zogenaamd ‘kleiner project’ van toepassing is en een nieuw OVR niet noodzakelijk is, noch een veiligheidsnota.
Verder werden er nog voor een aantal stoffen zoals opgenomen in de vergunning, de gevarenaanduidingen aangepast, waardoor aanpassingen in rubrieken nodig zijn. Dit onder andere voor difenylcarbonaat (DCP), Na-BP-TMC-oplossing, Na-BP-oplossing, bodemproduct T023, warmteolie ‘marlotherm SH’ en bisfenolhars.
Als laatste werd er ook een aanpassing gedaan aan de percelen van de ingedeelde inrichting. Zo werd perceel 16 F 241 P2 gesplitst in 16 F 241 R3 en P3. Van deze beide percelen werd P3 vervolgens uit de exploitatie genomen.
Advies van het college
Gunstig advies te verlenen voor de aanvraag tot omgevingsvergunning voor zover het advies van de Brandweer Zone Antwerpen gunstig is of voorwaardelijk gunstig met uitvoerbare voorwaarden.
Dit advies werd opgemaakt op basis van PIV 3.
Geadviseerde rubriek(en)
Rubriek | Omschrijving | Geadviseerd voor |
17.2.2. | VR-plichtige inrichting waar gevaarlijke producten in hoeveelheden die gelijk zijn aan of groter zijn dan de hoeveelheid, vermeld in bijlage 5, deel 1 en 2, kolom 3, bij dit besluit, aanwezig zijn, in voorkomend geval gebruikmakend van de sommatieregel, vermeld in noot 4 bij bijlage 5, deel 1 en deel 2 (hogedrempel Seveso-inrichting); | +7.192,20 ton |
17.3.2.2.3°b) | opslagplaatsen voor ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton, als de inrichting volledig is gelegen in industriegebied voor de opslag in bovengrondse houders of een combinatie van bovengrondse en ondergrondse houders; | +4.900 ton |
17.3.4.3° | bijtende vloeistoffen en vaste stoffen - opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS05 met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 100 ton; | +261,50 ton |
17.3.6.3° | opslagplaatsen voor schadelijke vloeistoffen en vaste stoffen, op basis van etikettering gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS07, met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer 100 ton; | +5.161,50 ton |
17.3.7.3° | opslagplaatsen voor vloeistoffen en vaste stoffen die op lange termijn gezondheidsgevaarlijk zijn (gevarenpictogram GHS08) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 50 ton; | +5.165,50 ton |
17.3.8.3° | opslagplaatsen voor het aquatisch milieugevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen (gevarenpictogram GHS09) met een gezamenlijke opslagcapaciteit van meer dan 200 ton. | +983,70 ton |
Procedurestap | Datum |
Ontvangst adviesvraag | 17 december 2025 |
Start openbaar onderzoek | 27 december 2025 |
Einde openbaar onderzoek | 25 januari 2026 |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste adviesdatum | 5 februari 2026 |
De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Er werden standpunten, opmerkingen en/of bezwaren ingediend tijdens de openbaarmaking.
Bespreking van de bezwaren
Standpunten werden ontvangen van Fluxys Belgium in het kader van het openbaar onderzoek. Men geeft aan geen bezwaar te hebben tegen voorliggende omgevingsvergunningsaanvraag aangezien zij geen aardgasvervoerinstallatie bezitten die beïnvloed wordt.
Informatievergadering
Een informatievergadering was niet vereist en werd niet gehouden.
Het college beslist een gunstig advies, zoals geformuleerd in de argumentatie, te geven op de aanvraag voor zover het advies van de Brandweer Zone Antwerpen gunstig is of voorwaardelijk gunstig met uitvoerbare voorwaarden.