Terug
Gepubliceerd op 02/02/2026

2026_CBS_00604 - Omgevingsvergunning - OMV_2024003609. Grotehondstraat 58. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 30/01/2026 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Patrick Janssens, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Johan Klaps, schepen; Ken Casier, schepen; Stijn De Rooster, schepen; Nathalie van Baren, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur

Afwezig

Nabilla Ait Daoud, schepen; Karim Bachar, schepen; Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur
2026_CBS_00604 - Omgevingsvergunning - OMV_2024003609. Grotehondstraat 58. District Antwerpen - Goedkeuring 2026_CBS_00604 - Omgevingsvergunning - OMV_2024003609. Grotehondstraat 58. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer:

OMV_2024003609

Gegevens van de aanvrager:

zie exploitant

Gegevens van de exploitant:

Vlaamse Vervoermaatschappij - De Lijn met als adres Motstraat 20 te 2800 Mechelen

Ligging van het project:

Grotehondstraat 58 te 2018 Antwerpen

Kadastrale percelen:

afdeling 6 sectie F nr. 1281X5

waarvan:

 

-     20240110-0085

afdeling 6 sectie F nr. 1281X5 (SP GHS)

Vergunningsplichten:

exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Voorwerp van de aanvraag:

actualiseren van de vergunning voor de werkplaats, het magazijn en administratief centrum

 

Omschrijving ingedeelde inrichtingen of activiteiten

 

Voorgeschiedenis

Op 17 maart 2011 verleende de deputatie van de provincie Antwerpen aan Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn een milieuvergunning klasse 2 om een werkplaats, magazijn en administratief centrum verder te exploiteren na verandering door wijziging en uitbreiding (MLAV1/10-495). Deze vergunning is geldig tot 12 februari 2031. Op 30 augustus 2012 vergunde de deputatie een uitbreiding op deze vergunning (MLAV1/2012-0093), eveneens geldig tot 12 februari 2031. 

 

Inhoud van de aanvraag

De aanvraag omvat een actualisatie van de vergunning voor de werkplaats, het magazijn en het administratief centrum. 

 

Aangevraagde rubriek(en)

 

Aangevraagde rubriek(en) SP GHS
 

Rubriek

Omschrijving

Gevraagd voor

3.2.2°a)

het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan;

800 m3/jaar

15.1.1°

al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van 3 tot en met 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn;

+ 7 voertuigen

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW;

+ 98,42 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter.

+ 3.235 liter

 

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

 

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

 

Adviezen

Er werden geen adviezen gevraagd.

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het eigendom is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009. Volgens dit plan ligt het eigendom in de volgende zone: Afbakeningslijn grootstedelijk gebied Antwerpen.

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een gebied voor gemeenschapsuitrusting en openbare nutsvoorziening. Onder gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen dient te worden begrepen voorzieningen die gericht zijn op de bevordering van het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld. De idee van dienstverlening (verzorgende sector) aan de gemeenschap is derhalve rechtstreeks aanwezig. Artikel 4.4.8.van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening schrijft voor dat in gebieden die op de gewestplannen zijn aangewezen als gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen, handelingen van algemeen belang en de daarmee verbonden activiteiten te allen tijde kunnen worden toegelaten, ongeacht het publiek of privaatrechtelijk statuut van de aanvrager of het al dan niet aanwezig zijn van enig winstoogmerk. Als gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen kunnen eveneens worden beschouwd een school, een voor het publiek toegankelijke toegangsweg tot een vergund gebouwencomplex in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen en neveninrichtingen naast een autosnelweg. Alhoewel in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen in principe geen gebouwen met een woonfunctie zijn toegelaten, heeft de Raad van State bovendien niettemin geoordeeld dat service-flats voor bejaarden kunnen worden vergund in dergelijk gebied. Ook een nomadenkamp werd door de Raad van State beschouwd als een gemeenschapsvoorziening en openbare nutsvoorziening, (Artikel 17 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

 

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied met culturele, historische en/of esthetische waarde. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving, (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen). In gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud, (Artikel 6 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen).

 

(Gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP's) kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/grup. Het gewestplan kan u raadplegen via https://omgeving.vlaanderen.be/gewestplan.)

 

De aanvraag ligt niet in een verkaveling.

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

De aanvraag betreft een actualisatie van een vergunning voor een werkplaats, magazijn en administratief centrum. De stedenbouwkundige handelingen werden reeds eerder getoetst aan de verenigbaarheid met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening. Het project kan beschouwd worden als verenigbaar met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening.

 

Toetsing van aanvaardbaarheid van de ingedeelde inrichtingen of activiteiten op het vlak van hinder en risico's voor de mens en het milieu

 

Reeds sinds enige tijd wordt er in de stelplaats aan de Grotehondstraat geen onderhoud van voertuigen meer gedaan. Hierdoor zijn verschillende rubrieken niet meer van toepassing zoals een werkplaats, metaalbewerking, opslag van verschillende soorten gevaarlijke producten, het lozen van bedrijfsafvalwater, enzovoort. Ook de transformatoren met een vermogen van 1.000 kVA of lager zijn niet meer ingedeeld evenmin als de batterijen en de laders voor accumulatoren. Een actualisatie van de vergunning dringt zich dan ook op.

 

Het aantal bedrijfsvoertuigen dat op de site gestald wordt (geen trams of bussen) verhoogt met zeven naar een totaal van 25. Het lozen van huishoudelijk afvalwater stijgt lichtjes tot een debiet van 800 m³/jaar. Het totale vermogen van de luchtcompressoren en airconditioningsinstallaties stijgt met bijna 100 kW naar een totaal van 533,23 kW. De opslag van gevaarlijke producten in kleine verpakkingen tenslotte stijgt fors van 180 liter naar 3.433 liter. De houtbewerkingsmachine, de stookinstallaties en de opslag van papier blijven ongewijzigd. Alle andere rubrieken worden geschrapt uit de vergunning.

 

De site aan de Grotehondstraat bestaat vandaag de dag voornamelijk uit kantoorruimte. Er werken ongeveer 286 personeelsleden op de site. De dienstvoertuigen worden gebruikt in het kader van interventies aan infrastructuur van De Lijn bij defecten. Er worden iets meer dienstvoertuigen gevraagd dan voorheen maar gezien de beperkte activiteiten wordt er geen zware hinder voor de mobiliteit verwacht. De opslag van gevaarlijke producten is heden ten dage beperkt tot gevaarlijke producten in kleine verpakkingen. Gezien de vroegere activiteiten beschikken grote delen van de site over een vloeistofdichte vloer. Er is ook absorptiemateriaal aanwezig. De gevaarlijke producten die nog aanwezig zijn, worden opgeslagen boven lekbakken of in brandkasten.

 

Het koelmiddel dat gebruikt wordt in de airconditioningsinstallaties, wordt niet teruggevonden in het aanvraagdossier. De exploitant wordt erop gewezen dat als koelmiddel een vloeistof genomen dient te worden die op heden niet onderhevig is aan uitfasering. In het kader van duurzaamheid en het minimaliseren van de impact bij accidentele vrijstelling van gefluoreerde gassen voerde de Europese Unie verstrengde regels in rond het gebruik van koelmiddelen. Meer informatie over in de toekomst toegelaten koelmiddelen en hun eventuele uitfaseringstermijn kan teruggevonden worden op https://www.vlaanderen.be/veka/energie-en-klimaatbeleid/energie-en-klimaatbeleid-voor-ondernemingen/f-gassen/20-februari-2024-nieuwe-f-gassenverordening-gepubliceerd. De airconditioningsinstallaties, ventilatie-eenheden en compressoren staan opgesteld binnen in het gebouw. Hierdoor wordt het risico op geluidsoverlast voldoende beperkt.

 

In 2012 werden drie nieuwe stookinstallaties op aardgas en met een gezamenlijk geïnstalleerd vermogen van 1.110 kW vergund onder toenmalige klasse 2 rubriek 43.1.2.b (MLAV1/2012-0093). Door deklassering van de indelingslijst zijn stookinstallaties op gas met een dergelijk vermogen ondertussen ingedeeld in klasse 3 rubriek 43.1.1.b). Dit wordt van ambtswege aangepast in de vergunning.

 

De vergunningsaanvraag werd ingediend op 20 november 2025. Voor twee van de drie stookinstallaties werd een reinigings- en verbrandingsattest toegevoegd de dato 18 oktober 2023 waarbij een nieuwe controle diende te gebeuren vóór 18 oktober 2025. Het meest recente keuringsattest werd dus niet toegevoegd. Voor de derde installatie werd een reinigings- en verbrandingsattest toegevoegd de dato 28 november 2023 waarbij een nieuwe controle diende te gebeuren vóór 28 november 2025. Gezien de aanvraag ingediend werd op 20 november 2025, voldoet dit derde attest wel. Er wordt echter vastgesteld dat er op het attest van de derde installatie bij de eindbeoordeling aangeduid werd dat het toestel “niet veilig” en “niet goed” werkt. Het is niet duidelijk of het hier om een vergissing gaat of niet. Als bijzondere voorwaarde wordt opgenomen dat voor alle drie de stookinstallaties het meest recente keuringsattest dient bezorgd te worden aan de vergunningverlenende overheid (milieuvergunningen@antwerpen.be) en dit binnen drie maanden na vergunningverlening.

 

De vergunningverlenende overheid is verplicht om een advies in te winnen bij het Agentschap Onroerend Erfgoed als de vergunningsaanvraag betrekking heeft op ingedeelde inrichtingen of activiteiten in of aan een beschermde archeologische site, een beschermd monument, een beschermd cultuurhistorisch landschap of een beschermd stads- of dorpsgezicht (decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed artikel 6.4.4§3). Dat is hier niet het geval.

 

Overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Er moeten geen bijkomende adviezen gevraagd worden. Dit blijkt uit de toepassing van de beoordelingsschema’s van de watertoets.

 

Advies aan het college

 

Advies over de ingedeelde inrichtingen of activiteiten

Mits voldaan wordt aan de algemene, sectorale en bijzondere vergunningsvoorwaarden, is deze aanvraag in overeenstemming met de VLAREM wetgeving. Vanuit milieutechnisch oogpunt wordt voorwaardelijk positief advies gegeven de vergunning te verlenen tot de einddatum van de basisvergunning, met name 12 februari 2031.

 

Geadviseerde rubriek(en)

 

Rubriek

Omschrijving

Geadviseerd voor

3.2.2°a)

het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan; (inrichting SP GHS)

800 m3/jaar

15.1.1°

al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van 3 tot en met 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn; (inrichting SP GHS)

+ 7 voertuigen

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW; (inrichting SP GHS)

+ 98,42 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; (inrichting SP GHS)

+ 3.235,00 liter

43.1.1°b)

het stoken in installaties, met uitzondering van stationaire motoren en gasturbines, met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 300 kW tot en met 2.000 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied en gestookt wordt met aardgas; (inrichting SP GHS)

1.110 kW (nieuw)

 

Gecoördineerde rubriek(en)

 

Rubriek

Omschrijving

Gecoördineerd

3.2.2°a)

het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan; (inrichting SP GHS)

800 m3/jaar

15.1.1°

al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van 3 tot en met 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn; (inrichting SP GHS)

25 voertuigen

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW; (inrichting SP GHS)

533,23 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; (inrichting SP GHS)

3.433 liter

19.3.1°b)

inrichtingen voor het mechanisch behandelen en het vervaardigen van artikelen van hout en dergelijke andere dan deze bedoeld in rubriek 19.8 met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied; (inrichting SP GHS)

11 kW

33.4.2°c)

opslag van papierdeeg, papier, karton en van waren uit papier en karton in ander dan industriegebied met een capaciteit van meer dan 20 ton in een lokaal; (inrichting SP GHS)

30 ton

43.1.1°b)

het stoken in installaties, met uitzondering van stationaire motoren en gasturbines, met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 300 kW tot en met 2.000 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied en gestookt wordt met aardgas. (inrichting SP GHS)

1.110 kW

 

Geadviseerde bijzondere milieuvoorwaarden

  1. De exploitant bezorgt voor alle drie de stookinstallaties het meest recente en geldige keuringsattest aan de vergunningverlenende overheid (milieuvergunningen@antwerpen.be) en dit uiterlijk binnen drie maanden na vergunningverlening.

 

Fasering

 

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

20 november 2025

Volledig en ontvankelijk

12 december 2025

Start openbaar onderzoek

geen

Einde openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste beslissingsdatum

10 februari 2026

Verslag GOA

23 januari 2026

Naam GOA

Bieke Geypens

 

Onderzoek

Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.

 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:

 

Algemene voorwaarden

de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.


Brandweervoorrwaarden
de standaardbrandweervoorwaarden zijn van toepassing.

 

Bijzondere milieuvoorwaarden

  1. De exploitant bezorgt voor alle drie de stookinstallaties het meest recente en geldige keuringsattest aan de vergunningverlenende overheid (milieuvergunningen@antwerpen.be) en dit uiterlijk binnen drie maanden na vergunningverlening.

Artikel 3

De vergunning omvat thans volgende rubriek(en):

 

Rubriek

Omschrijving

Gecoördineerd

3.2.2°a)

het lozen van meer dan 600 m³/jaar huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woongelegenheden, wanneer het lozingspunt gelegen is in een centraal gebied en/of een collectief geoptimaliseerd en individueel te optimaliseren buitengebied en/of buiten het zoneringsplan; (inrichting SP GHS)

800 m3/jaar

15.1.1°

al dan niet overdekte ruimte voor het stallen van 3 tot en met 25 motorvoertuigen of aanhangwagens, die geen personenwagens, bromfietsen, motorfietsen of spoorvoertuigen zijn; (inrichting SP GHS)

25 voertuigen

16.3.2°b)

koelinstallaties, luchtcompressoren, warmtepompen, airconditioningsinstallaties, en andere installaties voor het fysisch behandelen van gassen met een geïnstalleerde totale drijfkracht van meer dan 200 kW; (inrichting SP GHS)

533,23 kW

17.4.

opslagplaatsen voor gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen, met uitzondering van deze vermeld onder rubriek 48, in verpakkingen met een inhoudsvermogen van maximaal 30 liter of 30 kg, voor zover de maximale opslag begrepen is tussen 50 kg of 50 liter en 5.000 kg of 5.000 liter; (inrichting SP GHS)

3.433 liter

19.3.1°b)

inrichtingen voor het mechanisch behandelen en het vervaardigen van artikelen van hout en dergelijke andere dan deze bedoeld in rubriek 19.8 met een geïnstalleerde totale drijfkracht van 5 kW tot en met 100 kW, wanneer de inrichting volledig of gedeeltelijk is gelegen in een gebied ander dan industriegebied; (inrichting SP GHS)

11 kW

33.4.2°c)

opslag van papierdeeg, papier, karton en van waren uit papier en karton in ander dan industriegebied met een capaciteit van meer dan 20 ton in een lokaal; (inrichting SP GHS)

30 ton

43.1.1°b)

het stoken in installaties, met uitzondering van stationaire motoren en gasturbines, met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 300 kW tot en met 2.000 kW, als de inrichting volledig of gedeeltelijk gelegen is in een ander gebied dan industriegebied en gestookt wordt met aardgas. (inrichting SP GHS)

1.110 kW

Artikel 4

Het college beslist dat de omgevingsvergunning geldig is tot 12 februari 2031, de eindtermijn van de lopende vergunning.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.