Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.
Projectnummer: | OMV_2025150814 |
Gegevens van de aanvrager: | NV Antwerp Warehousing Investment met als contactadres Noorderlaan 117 bus 2 te 2030 Antwerpen |
Ligging van het project: | Noorderlaan 115 te 2030 Antwerpen |
Kadastrale percelen: | afdeling 7 sectie G nr. 1680S |
Vergunningsplichten: | stedenbouwkundige handelingen |
Voorwerp van de aanvraag: | Slopen van een kantoorgebouw |
Omschrijving stedenbouwkundige handelingen
Relevante voorgeschiedenis
- Op 29 september 2025 werd bij het college van burgemeester en schepenen een vergunningsaanvraag (OMV_2025114023) ingediend voor de verbouwing van een magazijn en terreinaanleg. De procedure voor deze aanvraag loopt nog. In deze aanvraag werd de sloop van het kantoorgebouw eerst mee aangevraagd. Met voorliggende aanvraag wordt de sloop van het kantoorgebouw apart aangevraagd en werd dit uit de reeds lopende vergunningsaanvraag gehaald;
- 31/03/2006: weigering (20032263) voor het renoveren en nieuw bouwen van een KMO-ruimte;
- 12/03/2003: weigering (2002683) voor het renoveren en nieuwbouw van KMO-ruimte ten behoeve van een bestaande stockageruimte;
- 04/12/1997: vergunning (19972443) voor het oprichten van een magazijn met laadkaaien en sloop bestaande gebouwen.
Vergunde toestand
- functie:
- bouwvolume kantoorgebouw:
- inrichting:
Bestaande toestand
Idem aan vergunde toestand, met uitzondering van:
- in de vergunningsaanvragen van 2003 en 2006 (2002683 – 20032263) werd de gedeeltelijke sloop van het kantoorgebouw aangevraagd. Deze aanvragen werden echter geweigerd, maar de gedeeltelijke sloop van het kantoorgebouw werd volgens luchtfoto’s (bron: Geopunt) wel uitgevoerd rond 2007-2008;
- de zone die vrijgekomen is door deze gedeeltelijke afbraak is volledig verhard met klinkers en ingericht als parking voor personenwagens.
Nieuwe toestand
- functie: idem aan vergunde toestand;
- inrichting:
De reeds uitgevoerde sloop van een deel van het kantoorgebouw wordt met voorliggende aanvraag mee beoordeeld. De klinkerverharding die ingericht is als parking voor personenwagens maakt geen deel uit van voorliggende aanvraag (zie OMV_2025114023).
Inhoud van de aanvraag
- slopen van een kantoorgebouw
Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.
Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:
Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.
Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:
Adviezen
Externe adviezen
Adviesinstantie | Datum advies gevraagd | Datum advies ontvangen | Advies |
Haven van Antwerpen-Brugge, Permits&Advice | 18 december 2025 | 3 januari 2026 | Voorwaardelijk gunstig |
Hulpverleningszone Brandweer Zone Antwerpen | 18 december 2025 | 9 januari 2026 | Geen advies |
Infrabel Antwerpen, Limburg, Vlaams Brabant | 18 december 2025 | 16 januari 2026 | Geen bezwaar |
Water-link | 18 december 2025 | Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag |
|
Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen
Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen
Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn.
De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen.
Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.
Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd als Grensgebied met het grootstedelijk gebied – omgeving Noorderlaan.
Het gebied is bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven zoals omschreven in lid 1 van artikel R1. en voor de bestaande bedrijven of activiteiten die aanwezig zijn in dit gebied op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. De bestaande bedrijven of activiteiten kunnen blijven bestaan tot de stopzetting. De handelingen die nodig zijn om een bestaand bedrijf of activiteit te bestendigen zijn toegelaten voor zover zij beperkt zijn tot het behoud binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Andere verbouwingen of uitbreidingen zijn niet toegelaten.
In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven- en industriële activiteiten. De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.
De aanvraag dient beoordeeld te worden aan de hand van de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan.
De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen
Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.
Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
De verordening publiciteit is niet van toepassing op de aanvraag.
Sectorale regelgeving
MER-screening: het komt toe aan de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag om te beslissen of er een project-MER moet worden opgesteld.
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.
Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het Stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het Stikstofdecreet.
Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
De watertoets is niet van toepassing op de aanvraag.
Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.
Archeologienota: overeenkomstig artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 moet aan bepaalde aanvragen een archeologienota worden toegevoegd waarvan akte werd genomen
Het voorliggende project betreft geen ingrepen in de bodem waarvoor een archeologienota waarvan akte is genomen van toepassing is.
Omgevingstoets
Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening
Functionele inpasbaarheid
De aanvraag betreft de sloop van een kantoorgebouw aangezien dit niet meer in goede staat is. De zone van de afbraak zal tijdelijk braak liggen in afwachting van een nieuw kantoorgebouw (geen voorwerp van voorliggende aanvraag).
Om een vrij terrein te kunnen bekomen, dienen alle ondergrondse constructies afgebroken te worden, met inbegrip van de funderingszolen. Funderingspalen dienen weggebroken tot op tenminste 2 meter onder de paalkop. De niet meer te gebruiken rioleringen en andere leidingen dienen uit de ondergrond verwijderd te worden.
Door een in onbruik geraakt gebouw af te breken, kan het vrijgekomen terrein herontwikkeld worden volgens de bestemming die van toepassing is op dit gebied en kan het aansnijden van nieuwe ruimte vermeden worden. De aanvraag is bijgevolg functioneel inpasbaar.
Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid
De aanvraag betreft de sloop van een niet historisch of architecturaal waardevolle constructie midden in industriegebied. Door het louter slopen van een gebouw wordt geen nieuwe ruimte ingenomen. De aanvraag is in overeenstemming en verenigbaar met de ruimtelijke context van het havengebied waarbinnen deze aanvraag is gesitueerd.
Visueel-vormelijke elementen
Na de afbraakwerken blijft het terrein braak liggen in afwachting van een nieuwe ontwikkeling. Het terrein dient na de sloopwerkzaamheden afgedekt, vochtig gehouden of ingezaaid te worden met een streekeigen grasmengsel om stofvorming en -verspreiding te voorkomen, indien niet onmiddellijk gestart wordt met de nieuwe ontwikkeling (OMV_2025114023).
Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen
Er werd advies ingewonnen bij de Haven van Antwerpen-Brugge als gebiedsbeheerder. Dit advies is voorwaardelijk gunstig. Zij nemen volgende voorwaarden op:
Er werd het advies ingewonnen van de Brandweer Zone Antwerpen. Zij geven geen advies aangezien de aanvraag buiten het toepassingsgebied valt van de door brandweer bekende wetgeving aangaande brandveiligheid.
Wegens de nabijheid van een waterleiding werd advies gevraagd aan Water-link. Zij hebben echter geen tijdig advies uitgebracht. De aanvrager is wettelijk verplicht om voor de start van de werken een KLIP-aanvraag in te dienen.
De aanvrager wordt erop gewezen dat de sloopwerken dienen uitgevoerd te worden conform hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken van VLAREM II.
Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)
De aanvraag genereert geen bijkomende parkeerbehoefte. Er is enkel een effect op de mobiliteit gedurende de sloopwerken door het aan- en afrijden van transport. De aanvrager dient de nodige (organisatorische) acties te ondernemen opdat het werfverkeer geen hinder op de openbare weg veroorzaakt.
Advies aan het college
Advies over de stedenbouwkundige handelingen
Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.
Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden
1. Om een bruikbaar terrein te bekomen, dienen alle ondergrondse constructies afgebroken te worden, met inbegrip van de funderingszolen. Funderingspalen dienen weggebroken tot op tenminste 2 meter onder de paalkop. De niet meer te gebruiken rioleringen en andere leidingen dienen uit de ondergrond verwijderd.
2. Het terrein dient na de sloopwerkzaamheden afgedekt, vochtig gehouden of ingezaaid te worden met een streekeigen grasmengsel om stofvorming en -verspreiding te voorkomen indien niet onmiddellijk gestart wordt met de nieuwe ontwikkeling op dit terrein.
3. Gelet op het Vlaams actieplan fijn stof voor de Antwerpse agglomeratie en de haven, moet de aanvrager tijdens de renovatiewerken alle nodige maatregelen nemen om stofvorming te beperken zodat stofhinder naar de omgeving voorkomen wordt. De omliggende bedrijfsterreinen en het verkeer mogen in geen geval nadelige effecten ondervinden ten gevolge van stof.
4. De bouwheer dient de nodige (organisatorische) acties te ondernemen opdat het werfverkeer geen hinder op de openbare weg veroorzaakt.
Procedurestap | Datum |
Indiening aanvraag | 16 december 2025 |
Volledig en ontvankelijk | 18 december 2025 |
Start openbaar onderzoek | geen |
Einde openbaar onderzoek | geen |
Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen | geen |
Uiterste beslissingsdatum | 16 februari 2026 |
Verslag GOA | 23 januari 2026 |
Naam GOA | Katrine Leemans |
Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.
Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.
Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:
Algemene voorwaarden
de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.
Stedenbouwkundige voorwaarden
1. Om een bruikbaar terrein te bekomen, dienen alle ondergrondse constructies afgebroken te worden, met inbegrip van de funderingszolen. Funderingspalen dienen weggebroken tot op tenminste 2 meter onder de paalkop. De niet meer te gebruiken rioleringen en andere leidingen dienen uit de ondergrond verwijderd.
2. Het terrein dient na de sloopwerkzaamheden afgedekt, vochtig gehouden of ingezaaid te worden met een streekeigen grasmengsel om stofvorming en -verspreiding te voorkomen indien niet onmiddellijk gestart wordt met de nieuwe ontwikkeling op dit terrein.
3. Gelet op het Vlaams actieplan fijn stof voor de Antwerpse agglomeratie en de haven, moet de aanvrager tijdens de renovatiewerken alle nodige maatregelen nemen om stofvorming te beperken zodat stofhinder naar de omgeving voorkomen wordt. De omliggende bedrijfsterreinen en het verkeer mogen in geen geval nadelige effecten ondervinden ten gevolge van stof.
4. De bouwheer dient de nodige (organisatorische) acties te ondernemen opdat het werfverkeer geen hinder op de openbare weg veroorzaakt.
Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.