Terug
Gepubliceerd op 02/02/2026

2026_CBS_00623 - Omgevingsvergunning - OMV_2025150814. Noorderlaan 115. District Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 30/01/2026 - 09:00 Stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Koen Kennis, schepen; Patrick Janssens, schepen; Lien Van de Kelder, schepen; Johan Klaps, schepen; Ken Casier, schepen; Stijn De Rooster, schepen; Nathalie van Baren, schepen; Sven Cauwelier, algemeen directeur

Afwezig

Nabilla Ait Daoud, schepen; Karim Bachar, schepen; Elisabeth van Doesburg, waarnemend burgemeester

Secretaris

Sven Cauwelier, algemeen directeur
2026_CBS_00623 - Omgevingsvergunning - OMV_2025150814. Noorderlaan 115. District Antwerpen - Goedkeuring 2026_CBS_00623 - Omgevingsvergunning - OMV_2025150814. Noorderlaan 115. District Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Er werd een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, die behandeld wordt volgens de vereenvoudigde procedure van het Omgevingsvergunningendecreet.

 

Projectnummer:

OMV_2025150814

Gegevens van de aanvrager:

NV Antwerp Warehousing Investment met als contactadres Noorderlaan 117 bus 2 te 2030 Antwerpen

Ligging van het project:

Noorderlaan 115 te 2030 Antwerpen

Kadastrale percelen:

afdeling 7 sectie G nr. 1680S

Vergunningsplichten:

stedenbouwkundige handelingen

Voorwerp van de aanvraag:

Slopen van een kantoorgebouw

 

Omschrijving stedenbouwkundige handelingen

 

Relevante voorgeschiedenis

-     Op 29 september 2025 werd bij het college van burgemeester en schepenen een vergunningsaanvraag (OMV_2025114023) ingediend voor de verbouwing van een magazijn en terreinaanleg. De procedure voor deze aanvraag loopt nog. In deze aanvraag werd de sloop van het kantoorgebouw eerst mee aangevraagd. Met voorliggende aanvraag wordt de sloop van het kantoorgebouw apart aangevraagd en werd dit uit de reeds lopende vergunningsaanvraag gehaald

-     31/03/2006: weigering (20032263) voor het renoveren en nieuw bouwen van een KMO-ruimte; 

-     12/03/2003: weigering (2002683) voor het renoveren en nieuwbouw van KMO-ruimte ten behoeve van een bestaande stockageruimte; 

-     04/12/1997: vergunning (19972443) voor het oprichten van een magazijn met laadkaaien en sloop bestaande gebouwen. 

 

Vergunde toestand

-     functie: 

  • industrie en bedrijvigheid; 
  • een bedrijfsgebouw met kantoorgebouw; 

-     bouwvolume kantoorgebouw: 

  • grondoppervlakte: circa 552,3 m²;  

-     inrichting: 

  • het terrein is gelegen tussen de Noorderlaan en de Haïfastraat; 
  • op het terrein bevinden zich twee magazijnen (opslagplaats I en opslagplaats II); 
  • ten noorden van opslagplaats I bevindt zich een kantoorgebouw; 
  • de overige vrije ruimte op de site, in het noorden en oosten van deze gebouwen, is volledig verhard in asfalt en betonklinkers.  

 

Bestaande toestand

Idem aan vergunde toestand, met uitzondering van: 

-     in de vergunningsaanvragen van 2003 en 2006 (2002683 – 20032263) werd de gedeeltelijke sloop van het kantoorgebouw aangevraagd. Deze aanvragen werden echter geweigerd, maar de gedeeltelijke sloop van het kantoorgebouw werd volgens luchtfoto’s (bron: Geopunt) wel uitgevoerd rond 2007-2008; 

-     de zone die vrijgekomen is door deze gedeeltelijke afbraak is volledig verhard met klinkers en ingericht als parking voor personenwagens.   


Nieuwe toestand

-     functie: idem aan vergunde toestand; 

-     inrichting: 

  • het kantoorgebouw wordt volledig gesloopt; 
  • na de sloop zal deze zone tijdelijk braakliggend zijn in afwachting van een nieuw kantoorgebouw (voorwerp van vergunningsaanvraag OMV_2025114023). 

 

De reeds uitgevoerde sloop van een deel van het kantoorgebouw wordt met voorliggende aanvraag mee beoordeeld. De klinkerverharding die ingericht is als parking voor personenwagens maakt geen deel uit van voorliggende aanvraag (zie OMV_2025114023). 


Inhoud van de aanvraag

-     slopen van een kantoorgebouw

Juridische grond

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het decreet betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid, het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Regelgeving: bevoegdheid

Conform artikel 15 van het Omgevingsvergunningsdecreet is het college van burgemeester en schepenen voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor volgende aanvragen van:

 

  1. de gemeentelijke projecten;
  2. andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college kennis van het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar.

 

Het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar luidt:

 

Adviezen

 

Externe adviezen

 

Adviesinstantie

Datum advies gevraagd

Datum advies ontvangen

Advies

Haven van Antwerpen-Brugge, Permits&Advice

18 december 2025

3 januari 2026

Voorwaardelijk gunstig

Hulpverleningszone Brandweer Zone Antwerpen

18 december 2025

9 januari 2026

Geen advies

Infrabel Antwerpen, Limburg, Vlaams Brabant

18 december 2025

16 januari 2026

Geen bezwaar

Water-link

18 december 2025

Geen advies ontvangen bij opmaak van dit verslag

 

 

Toetsing regelgeving en beleidsrichtlijnen

 

Plannen van aanleg, ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Afbakening zeehavengebied Antwerpen (Besluit van de Vlaamse regering van 30 april 2013), binnen de afbakeningslijn.

De gebieden binnen de afbakeningslijn behoren tot het zeehavengebied Antwerpen.

Met uitzondering van de deelgebieden waarvoor in dit plan voorschriften werden vastgelegd, blijven de op het ogenblik van de vaststelling van dit plan bestaande bestemmings- en inrichtingsvoorschriften onverminderd van toepassing.

 

Het goed is volgens voornoemd gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd als Grensgebied met het grootstedelijk gebied – omgeving Noorderlaan.

Het gebied is bestemd voor zeehaven- en watergebonden bedrijven zoals omschreven in lid 1 van artikel R1. en voor de bestaande bedrijven of activiteiten die aanwezig zijn in dit gebied op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. De bestaande bedrijven of activiteiten kunnen blijven bestaan tot de stopzetting. De handelingen die nodig zijn om een bestaand bedrijf of activiteit te bestendigen zijn toegelaten voor zover zij beperkt zijn tot het behoud binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Andere verbouwingen of uitbreidingen zijn niet toegelaten.

In het gebied zijn kantoorgebouwen niet toegelaten, tenzij ze noodzakelijk zijn voor en een inherent onderdeel zijn van de exploitatie van haven- en industriële activiteiten. De bestaande kantoorgebouwen kunnen behouden blijven binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Uitbreidingen zijn niet toegelaten.

 

De aanvraag dient beoordeeld te worden aan de hand van de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan.

De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

 

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

Hemelwater: het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater, tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
De verordening hemelwater is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Toegankelijkheid: het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake toegankelijkheid (verder genoemd verordening toegankelijkheid).
De verordening toegankelijkheid is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Publiciteit: het besluit van de Vlaamse regering van 12 mei 2023 tot vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor publiciteitsinrichtingen.
De verordening publiciteit is niet van toepassing op de aanvraag.
 

Sectorale regelgeving

MER-screening: het komt toe aan de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag om te beslissen of er een project-MER moet worden opgesteld.
Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving werd geoordeeld tijdens het volledig- en ontvankelijkheidsonderzoek dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

 

Programmatische Aanpak Stikstof: overeenkomstig het Stikstofdecreet, het nieuwe beoordelingskader voor alle aanvragen die stikstofemissies veroorzaken, in werking getreden op 23 februari 2024.
De aanvraag valt niet onder het toepassingsgebied van het Stikstofdecreet.
 

Watertoets: overeenkomstig artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Waterwetboek), dient een vergunningsaanvraag onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets. Deze wordt uitgevoerd overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 (verder genoemd Watertoetsbesluit).
De watertoets is niet van toepassing op de aanvraag.

 

Rioleringstoets: overeenkomstig artikel 4.3.9 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 moet een omgevingsvergunningsaanvraag getoetst worden aan de zogenaamde rioleringstoets.
De rioleringstoets is niet van toepassing op de aanvraag.

 

Archeologienota: overeenkomstig artikel 5.4.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 moet aan bepaalde aanvragen een archeologienota worden toegevoegd waarvan akte werd genomen
Het voorliggende project betreft geen ingrepen in de bodem waarvoor een archeologienota waarvan akte is genomen van toepassing is.

 

Omgevingstoets

 

Toetsing van de verenigbaarheid van het aangevraagde met de omgeving en de goede ruimtelijke ordening

 

Functionele inpasbaarheid

De aanvraag betreft de sloop van een kantoorgebouw aangezien dit niet meer in goede staat is. De zone van de afbraak zal tijdelijk braak liggen in afwachting van een nieuw kantoorgebouw (geen voorwerp van voorliggende aanvraag).

Om een vrij terrein te kunnen bekomen, dienen alle ondergrondse constructies afgebroken te worden, met inbegrip van de funderingszolen. Funderingspalen dienen weggebroken tot op tenminste 2 meter onder de paalkop. De niet meer te gebruiken rioleringen en andere leidingen dienen uit de ondergrond verwijderd te worden.

 

Door een in onbruik geraakt gebouw af te breken, kan het vrijgekomen terrein herontwikkeld worden volgens de bestemming die van toepassing is op dit gebied en kan het aansnijden van nieuwe ruimte vermeden worden. De aanvraag is bijgevolg functioneel inpasbaar.

 

Schaal - ruimtegebruik - bouwdichtheid

De aanvraag betreft de sloop van een niet historisch of architecturaal waardevolle constructie midden in industriegebied. Door het louter slopen van een gebouw wordt geen nieuwe ruimte ingenomen. De aanvraag is in overeenstemming en verenigbaar met de ruimtelijke context van het havengebied waarbinnen deze aanvraag is gesitueerd.

 

Visueel-vormelijke elementen

Na de afbraakwerken blijft het terrein braak liggen in afwachting van een nieuwe ontwikkeling. Het terrein dient na de sloopwerkzaamheden afgedekt,  vochtig gehouden of ingezaaid te worden met een streekeigen grasmengsel om stofvorming en -verspreiding te voorkomen, indien niet onmiddellijk gestart wordt met de nieuwe ontwikkeling (OMV_2025114023).

 

Hinderaspecten – gezondheid – gebruiksgenot – veiligheid in het algemeen

Er werd advies ingewonnen bij de Haven van Antwerpen-Brugge als gebiedsbeheerder. Dit advies is voorwaardelijk gunstig. Zij nemen volgende voorwaarden op:

  1. Volgens het Vlaamse Soortenbeschermingsbesluit is het verboden om nestgelegenheid, woon- of schuilplaatsen te vernietigen van broedvogels zoals de gierzwaluw, huiszwaluw, zwarte roodstaart, ... en vleermuizen. Indien er beschermde soorten voorkomen op het terrein is het mogelijk om een afwijking te krijgen op de Vlaamse wetgeving inzake Soortenbescherming. Dergelijke afwijkingen moeten aangevraagd worden bij het Agentschap voor Natuur en Bos. Dit betreft bestaande wetgeving waar integraal aan voldaan moet worden vooraleer men mag starten met de werken. Dit dient niet opgenomen te worden als stedenbouwkundige voorwaarde.
  2. Gelet op het Vlaams actieplan fijn stof voor de Antwerpse agglomeratie en de haven, moet de aanvrager tijdens de renovatiewerken alle nodige maatregelen nemen om stofvorming te beperken zodat stofhinder naar de omgeving voorkomen wordt. De omliggende bedrijfsterreinen en het verkeer mogen in geen geval nadelige effecten ondervinden ten gevolge van stof. Deze voorwaarde betreft een uitvoeringsmodaliteit die integraal aan de vergunning kan worden gekoppeld.

 

Er werd het advies ingewonnen van de Brandweer Zone Antwerpen. Zij geven geen advies aangezien de aanvraag buiten het toepassingsgebied valt van de door brandweer bekende wetgeving aangaande brandveiligheid.

 

Wegens de nabijheid van een waterleiding werd advies gevraagd aan Water-link. Zij hebben echter geen tijdig advies uitgebracht. De aanvrager is wettelijk verplicht om voor de start van de werken een KLIP-aanvraag in te dienen.

 

De aanvrager wordt erop gewezen dat de sloopwerken dienen uitgevoerd te worden conform hoofdstuk 6.12 Beheersing van stofemissies tijdens bouw-, sloop- en infrastructuurwerken van VLAREM II.

 

Mobiliteitsimpact (onder andere toetsing parkeerbehoefte)

De aanvraag genereert geen bijkomende parkeerbehoefte. Er is enkel een effect op de mobiliteit gedurende de sloopwerken door het aan- en afrijden van transport. De aanvrager dient de nodige (organisatorische) acties te ondernemen opdat het werfverkeer geen hinder op de openbare weg veroorzaakt.

 

Advies aan het college

 

Advies over de stedenbouwkundige handelingen

Aan het college wordt voorgesteld om voor de stedenbouwkundige handelingen de omgevingsvergunning te verlenen onder voorwaarden.

 

Geadviseerde stedenbouwkundige voorwaarden

1. Om een bruikbaar terrein te bekomen, dienen alle ondergrondse constructies afgebroken te worden, met inbegrip van de funderingszolen. Funderingspalen dienen weggebroken tot op tenminste 2 meter onder de paalkop. De niet meer te gebruiken rioleringen en andere leidingen dienen uit de ondergrond verwijderd.

2. Het terrein dient na de sloopwerkzaamheden afgedekt, vochtig gehouden of ingezaaid te worden met een streekeigen grasmengsel om stofvorming en -verspreiding te voorkomen indien niet onmiddellijk gestart wordt met de nieuwe ontwikkeling op dit terrein.

3. Gelet op het Vlaams actieplan fijn stof voor de Antwerpse agglomeratie en de haven, moet de aanvrager tijdens de renovatiewerken alle nodige maatregelen nemen om stofvorming te beperken zodat stofhinder naar de omgeving voorkomen wordt. De omliggende bedrijfsterreinen en het verkeer mogen in geen geval nadelige effecten ondervinden ten gevolge van stof.

4. De bouwheer dient de nodige (organisatorische) acties te ondernemen opdat het werfverkeer geen hinder op de openbare weg veroorzaakt.

Fasering

 

Procedurestap

Datum

Indiening aanvraag

16 december 2025

Volledig en ontvankelijk

18 december 2025

Start openbaar onderzoek

geen

Einde openbaar onderzoek

geen

Gemeenteraad voor aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen

geen

Uiterste beslissingsdatum

16 februari 2026

Verslag GOA

23 januari 2026

Naam GOA

Katrine Leemans

Onderzoek

Er zijn geen aanpalende eigenaars waarvan de scheidingsmuren met het project zouden worden opgericht, uitgebreid of afgebroken, die om hun standpunt gevraagd moesten worden.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijke omgevingsambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de aanvraag tot omgevingsvergunning goed te keuren en aan de aanvrager de vergunning af te leveren, die afhankelijk is van de strikte naleving van volgende voorwaarden:

 

Algemene voorwaarden

de algemene voorwaarden die aan de vergunning zijn gehecht en er integraal deel van uitmaken.

 

Stedenbouwkundige voorwaarden

1. Om een bruikbaar terrein te bekomen, dienen alle ondergrondse constructies afgebroken te worden, met inbegrip van de funderingszolen. Funderingspalen dienen weggebroken tot op tenminste 2 meter onder de paalkop. De niet meer te gebruiken rioleringen en andere leidingen dienen uit de ondergrond verwijderd.

2. Het terrein dient na de sloopwerkzaamheden afgedekt, vochtig gehouden of ingezaaid te worden met een streekeigen grasmengsel om stofvorming en -verspreiding te voorkomen indien niet onmiddellijk gestart wordt met de nieuwe ontwikkeling op dit terrein.

3. Gelet op het Vlaams actieplan fijn stof voor de Antwerpse agglomeratie en de haven, moet de aanvrager tijdens de renovatiewerken alle nodige maatregelen nemen om stofvorming te beperken zodat stofhinder naar de omgeving voorkomen wordt. De omliggende bedrijfsterreinen en het verkeer mogen in geen geval nadelige effecten ondervinden ten gevolge van stof.

4. De bouwheer dient de nodige (organisatorische) acties te ondernemen opdat het werfverkeer geen hinder op de openbare weg veroorzaakt.

Artikel 3

Het college beslist de plannen waarvan een overzicht als bijlage bij dit besluit is gevoegd, goed te keuren.

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.